CConstaterende datLaarbeek
Koppel je AI →
Document · PDF

14 20211014 Participatiebeleid Omgevingswet versie na cie AZ aangepast.pdf

Raadsvergadering 14 oktober 2021, gemeente LaarbeekBij agendapunt: H. Voorstel tot vaststelling van het Participatiebeleid Omgevingswet gemeente Laarbeek4.420 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Inhoudsopgave 1. Inleiding .......................................................................................................... 2 1.1 1.2

Begrippen ......................................................................................... 2 Leeswijzer ......................................................................................... 3

2. De Omgevingswet ...........................................................................................4 2.1 2.2 2.3

Participatie door het bevoegd gezag ..................................................... 4 Participatie als aanvraagvereiste.......................................................... 5 Bepalen van belanghebbenden ............................................................ 6

3. Rol gemeente ..................................................................................................6 4. Visie op participatie ........................................................................................7 4.1 4.2

Afwegingskader ................................................................................. 7 Omgevingsdialoog .............................................................................. 8

5. Afsluiting ........................................................................................................ 9

Bijlage l: peiling participatie onder inwoners ............................................... 10

1

1. Inleiding Een veranderende samenleving vraagt om een andere rol van de overheid. We staan de komende jaren voor een aantal grote opgaven in de fysieke leefomgeving. Denk aan de energietransitie, klimaatverandering, maar ook het woningtekort. Inwoners, ondernemers en organisaties wensen meer zeggenschap en eigenaarschap over de opgaven in de fysieke leefomgeving te hebben en vervullen hierin een steeds belangrijkere rol. Als overheid bewegen we hier ook meer naartoe. De Omgevingswet, die naar verwachting op 1 juli 2022 in werking treedt, speelt hier op in. De Omgevingswet staat onder andere voor een overzichtelijker omgevingsrecht en snellere en betere besluitvorming over projecten en plannen in de fysieke leefomgeving. Participatie vervult hierbij een belangrijke rol. Gemeenten, provincies en waterschappen hebben de verplichting om vóór de inwerkingtreding van de Omgevingswet participatiebeleid vast te stellen. In de gemeente Laarbeek hechten we belang aan de betrokkenheid van belanghebbende partijen zoals inwoners, bedrijven, (maatschappelijke) organisaties met visies, meningen, wensen, ideeën en belangen. Het is belangrijk dat de gemeente en inwoners, ondernemers en organisaties weten wat hun rol is en op welke manier zij worden betrokken bij plannen in de fysieke leefomgeving.

Dit geldt voor zowel overheidsparticipatie (waar de gemeente participeert in initiatieven van burgers), als burgerparticipatie (burgers participeren in een initiatief van de gemeente). De gemeente Laarbeek heeft dit participatiebeleid opgesteld in het kader van de Omgevingswet. Wat is onze visie op participatie als het gaat om de fysieke leefomgeving en welke ruimte is er voor ontwikkeling? En hoe kunnen inwoners, ondernemers of andere partijen zelf de omgeving betrekken bij een eigen initiatief? 1.1

Begrippen

In dit document komen een aantal begrippen voor die belangrijk zijn. De volgende begrippen worden om die reden uitgelegd. Participatie: het vroegtijdig betrekken van inwoners en andere belanghebbenden bij het voorbereiden van en besluitvorming over plannen en beleid in de fysieke leefomgeving. Participatie kan verder onderscheiden worden in overheidsparticipatie en burgerparticipatie. Overheidsparticipatie: de manier waarop de gemeente ondersteuning of een bijdrage geeft aan initiatieven van inwoners, maatschappelijke organisaties, bedrijven of andere belanghebbenden. Deze ondersteuning kan de vorm aannemen van loslaten, stimuleren, faciliteren, regisseren en reguleren. Burgerparticipatie: het op initiatief van de gemeente betrekken van inwoners, bedrijven en belanghebbenden bij de ontwikkeling en evaluatie van beleid, projecten en programma’s. Burgerparticipatie kan de vorm aannemen van meeweten, meedenken, meewerken en meebeslissen. Belanghebbende: iemand die betrokken is en rechtstreeks belang heeft bij de uitkomsten van een project of plan in de fysieke leefomgeving. Dit kunnen inwoners, ondernemers, (maatschappelijke) organisaties of (bestuurders van) overheden zijn. Buitenplanse omgevingsactiviteit: een activiteit die in strijd is met het Omgevingsplan.

Initiatiefnemer: een inwoner, ondernemer of organisatie die de eerste aanzet neemt om een plan of project in de fysieke leefomgeving te starten. 2

Omgevingsdialoog: een gesprek tussen de initiatiefnemer, de omwonenden en andere belanghebbenden waarin wordt aangegeven wat het plan is en wat de initiatiefnemer voor ogen heeft. Met dit dialoog worden de belanghebbenden in een vroeg stadium betrokken bij de plannen van de initiatiefnemer. Omgevingsvisie: de langetermijnvisie op hoofdlijnen over de fysieke leefomgeving binnen de gemeente. De Omgevingsvisie heeft betrekking op alle terreinen van de fysieke leefomgeving, zoals ruimte, water, milieu, natuur, landschap, verkeer en vervoer, infrastructuur, gezondheid, veiligheid en cultureel erfgoed. De Omgevingsvisie is de opvolger van de ruimtelijke structuurvisie. Omgevingsplan: de opvolger van het bestemmingsplan. Het Omgevingsplan bevat alle gemeentelijke regels over de fysieke leefomgeving. Per gemeente geldt één Omgevingsplan. Omgevingsvergunning: vergunning voor een omgevingsplanactiviteit, zoals bouwen. Met een omgevingsvergunning kunnen inwoners, ondernemers en organisaties toestemming krijgen om één of meer activiteiten in de fysieke leefomgeving uit te voeren. Programma: een flexibel instrument waarin gemeenten, waterschappen, provincies en het Rijk beleid en maatregelen formuleren die leiden tot de gewenste kwaliteit van de fysieke leefomgeving. Bijvoorbeeld beleidsregels, communicatiemiddelen en convenanten. 1.2

Leeswijzer

In hoofdstuk 2 is uiteengezet wat participatie in het kader van de Omgevingswet inhoudt en welke eisen daaraan gesteld (kunnen) worden. In hoofdstuk 3 bespreken we welke rollen er onderscheiden kunnen worden voor de gemeente op het gebied van participatie. In hoofdstuk 4 introduceren we onze visie op participatie en geven we aan welke kaders we stellen om participatie succesvol te laten verlopen. Dit dient als uitgangspunt voor ieder participatietraject. Tot slot is in hoofdstuk 5 uiteengezet wat er nog op de planning staat als het gaat over het uitdragen van deze visie. Dit participatiebeleid is mede tot stand gekomen met inbreng van onze inwoners en organisaties, via een enquête en een tweetal verdiepende bijeenkomsten. In bijlage l is een samenvatting van de resultaten van de enquête en een samenvatting van de belangrijkste conclusies van de verdiepingsgesprekken opgenomen.

3

2. De Omgevingswet Participatie in het kader van de Omgevingswet betekent dat we samen met inwoners, ondernemers en organisaties nadenken en beslissingen nemen over plannen in de fysieke leefomgeving. Dit gaat zowel over het betrekken van belanghebbenden bij de voorbereiding, plan- en besluitvorming van een project, als over het bieden van de mogelijkheid om (financieel) in een project zelf te participeren. Dit houdt in dat inwoners, ondernemers en/of (maatschappelijke) organisaties actief meedenken en/of meedoen. Nu kan er ook al sprake zijn van participatie, bijvoorbeeld het recht op inspraak. Deze vorm is vaak achteraf. Participatie in het kader van de Omgevingswet kan juist vooraf worden ingezet. Het initiatief voor een ruimtelijk plan ligt bij de gemeente óf bij inwoners, ondernemers of (maatschappelijke) organisaties en komt van twee kanten (overheidsparticipatie en burgerparticipatie). Vanuit de Omgevingswet wordt participatie vroegtijdig gestimuleerd zodat we informatie, kennis, belangen en standpunten met elkaar kunnen delen. Het vroegtijdig betrekken van partijen zorgt ervoor dat ieders ideeën, alternatieven en verbetervoorstellen waar mogelijk worden meegenomen, uitgewerkt en beoordeeld. Op deze manier voelen belanghebbenden zich meer betrokken bij ruimtelijke plannen en de uitkomsten van een participatietraject.

Dit wilt echter niet zeggen dat participatie inhoudt dat alle belanghebbenden het met elkaar eens worden. Het vergroot wel draagvlak en betrokkenheid. Inwoners en andere belanghebbende partijen zijn experts van hun eigen leefomgeving, zij weten wat er speelt en wat zij belangrijk vinden. Om die reden zoeken we de samenwerking op. Zo komen we tot oplossingen die passen in de omgeving en worden gedragen door de samenleving. Belangrijk is dat participatie maatwerk is en daarom schrijft de Omgevingswet ook niet voor hoe participatie moet plaatsvinden. 2.1 Participatie door het bevoegd gezag Het Omgevingsbesluit stelt nadere eisen aan participatie door gemeenten bij de uitwerking van beleidsinstrumenten in het kader van de Omgevingswet. Zo kan er een verplichting tot kennisgeving vooraf en/of een motiveringsplicht achteraf gelden bij het opstellen van deze beleidsstukken. In onderstaande tabel staat welke wettelijke verplichtingen er gelden. Figuur 2.1: Wettelijke verplichtingen participatie Instrument

Regels

Wie is verantwoordelijk voor het naleven van de participatieregels?

Waar staat het?

Omgevingsvisie

Motiveringsplicht: het bevoegd gezag geeft bij het besluit aan hoe burgers, bedrijven, maatschappelijke organisaties en bestuursorganen zijn betrokken bij de voorbereiding en wat de resultaten daarvan zijn.

Bevoegd gezag (gemeenteraad)

Omgevingsbesluit (art. 10.7)

Programma

Motiveringsplicht: het bevoegd gezag geeft bij het besluit aan hoe burgers, bedrijven, maatschappelijke organisaties en bestuursorganen zijn betrokken bij de

Bevoegd gezag (B&W)

Omgevingsbesluit (art. 10.8)

4

voorbereiding en wat de resultaten daarvan zijn. Omgevingsplan

Kennisgeving: het bevoegd gezag geeft bij de kennisgeving van het voornemen om een omgevingsplan vast te stellen aan hoe participatie wordt vormgegeven.

Bevoegd gezag (gemeenteraad stelt Omgevingsplan vast; kennisgeving is bevoegdheid B&W; motiveringsplicht ligt bij de gemeenteraad)

Omgevingsbesluit (art. 10.2, eerste lid) Omgevingsbesluit (art. 10.2 tweede lid)

Initiatiefnemer

Omgevingswet (art. 16.55)

Motiveringsplicht: het bevoegd gezag geeft bij het besluit aan hoe burgers, bedrijven, maatschappelijke organisaties en bestuursorganen zijn betrokken bij de voorbereiding en wat de resultaten daarvan zijn. Omgevingsvergunning

In de omgevingsregeling wordt een aanvraagvereiste participatie opgenomen. De initiatiefnemer geeft aan of en zo ja hoe aan participatie is gedaan en wat de resultaten daarvan zijn.

Aanvraagvereiste is uitgewerkt in art. 7.4 van de Omgevingsregeling

2.2 Participatie als aanvraagvereiste Bij het aanvragen van een omgevingsvergunning krijgt de initiatiefnemer te maken met de ‘aanvraagvereiste participatie’. Dit betekent dat de initiatiefnemer bij de aanvraag voor een omgevingsvergunning verplicht is aan te geven óf, en zo ja hoe, omwonenden en belanghebbenden zijn betrokken en wat de resultaten daarvan zijn. De initiatiefnemer wordt op deze manier gestimuleerd om met participatie aan de slag te gaan. Het zegt echter niets over de wijze waarop participatie vormgegeven moet worden, dat is te allen tijde vormvrij. Geeft een initiatiefnemer in de aanvraag voor een omgevingsvergunning aan dat hij of zij geen participatie heeft vormgegeven? Dit is géén reden om de omgevingsvergunning te weigeren. De gemeente kan dit echter wel meenemen in de integrale belangenafweging bij de besluitvorming. Ook kan de gemeente gebruik maken van de mogelijkheden die zij op grond van de Algemene wet bestuursrecht recht heeft om nadere informatie in te winnen, zoals het horen van belanghebbenden. Er is één uitzondering op de ‘aanvraagvereiste participatie’. De gemeenteraad kan namelijk buitenplanse omgevingsplanactiviteiten aanwijzen waarbij participatie door initiatiefnemers wél verplicht wordt gesteld.

Dit zorgt ervoor dat het plan een goede afweging van belangen waarborgt en laat aan de gemeente zien dat de initiatiefnemer de omgeving heeft betrokken bij de plannen. In geval een initiatiefnemer bij deze, door de raad aangewezen, buitenplanse omgevingsplanactiviteiten géén participatie vormgeeft, dan wordt de aanvraag voor een omgevingsvergunning buiten behandeling gesteld. De initiatiefnemer wordt dan als het ware terug gestuurd naar zijn of haar omgeving. Ook bij deze categorie van buitenplanse omgevingsplanactiviteiten geldt weer dat participatie vormvrij is. Initiatieven zijn verschillend en daarmee verschillen omgevingsdialogen van elkaar.

5

2.3 Bepalen van belanghebbenden Hoewel een participatietraject vormvrij is, gelden er wel een aantal algemene stappen die doorlopen moeten worden. Zo moeten we vooraf weten welke belangen van welke partijen betrokken zijn bij het project of plan in de fysieke leefomgeving en moeten we bepalen indien we deze partijen betrekken, welke invloed zij hebben in het participatietraject. Er zijn verschillende manieren om participatie op niveaus van elkaar te onderscheiden. Een voorbeeld hiervan is de Factor-C methode waarin we onderscheidt maken op de niveaus ‘meeweten, meedenken, meewerken, meebepalen’.

3. Rol gemeente Binnen de gemeente zijn er uiteenlopende rollen te herkennen als het gaat om het organiseren van participatie. De overgang naar de Omgevingswet zorgt ervoor dat er meer rollen voor de gemeente bij komen. Het herkennen van deze rollen is van belang om bewust te zijn van de verschillende vormen van participatie. Ondersteunende rol De gemeente is het eerste aanspreekpunt voor initiatiefnemers met plannen voor de fysieke leefomgeving en kan een ondersteunende rol aannemen bij initiatiefaanvragen van inwoners. Denk hierbij aan informatievoorziening, meedenken over plannen en het proces begeleiden. De gemeente geeft de kaders en de inwoners geven invulling aan het initiatief en zijn vrij om keuzes te maken. De Omgevingswet stimuleert deze veranderende rol van initiëren naar faciliteren. De samenleving krijgt meer ruimte voor eigen inbreng en ideeën als de overheid haar invloed beperkt. Gemeente als initiatiefnemer De gemeente is zelf ook initiatiefnemer van projecten en planvorming in de fysieke leefomgeving. Dit kan door middel van projecten of plannen in de fysieke leefomgeving, maar ook door middel van beleid. Zo is iedere gemeente verplicht om een Omgevingsvisie en Omgevingsplan op te stellen. Het vroegtijdig betrekken van belanghebbenden is bij het opstellen van deze beleidsstukken ook relevant (zie paragraaf 2.1).

Gemeente als belanghebbende Ook kan de gemeente als belanghebbende meedoen met initiatieven van anderen waarbij zij het algemeen belang bewaken. Als initiatiefnemer kunnen inwoners de gemeente uitnodigen aan tafel als zij het idee hebben dat de gemeente een belangrijke inbreng kan hebben. Een voorbeeld is het realiseren van een buurttuin waarbij de inwoners het initiatief nemen. Toetser omgevingsvergunningen De Omgevingsdienst toetst namens de gemeente aanvragen voor omgevingsvergunningen waarin wordt besproken of een omgevingsdialoog is toegepast en belanghebbenden in de omgeving zijn meegenomen. Zo wegen we de belangen van de omgeving af bij de besluitvorming. Rol gemeenteraad De gemeenteraad kan buitenplanse omgevingsactiviteiten aanwijzen waarbij participatie door initiatiefnemers verplicht wordt gesteld. Deze buitenplanse omgevingsplanactiviteiten kenmerken zich door een uniek karakter, met een sterk effect op de leefomgeving. In het kader van de implementatie van de Omgevingswet, worden deze buitenplanse omgevingsactiviteiten nog vastgesteld door de gemeenteraad. Rol dorpsraad De dorpsraden vertegenwoordigen de belangen van het betreffende dorp en zijn de ogen en oren van het gemeentebestuur. Dit kan de communicatie tussen gemeente en inwoners bevorderen en zorgen voor een grotere betrokkenheid van inwoners.

Dorpsraden hebben de mogelijkheid om gevraagd en ongevraagd advies uit te brengen naar de gemeenteraad.

6

Op het gebied van participatie kunnen de dorpsraden een rol spelen door inwoners te informeren over plannen in de omgeving en hen helpen als ze zelf een initiatief hebben. Via deze weg kunnen we inwoners gemakkelijker bereiken.

4. Visie op participatie Voor een succesvol participatietraject zijn kaders nodig om participatie vorm te geven. Dit geldt voor zowel de samenleving, als de raad, het college en betrokken organisaties en dient als uitgangspunt voor ieder participatietraject. •

•

•

•

•

Participatie is maatwerk: Elk beleidstraject of project is uniek en vraagt om een eigen aanpak voor het betrekken van de omgeving. Daarom schrijft de Omgevingswet niet voor hoe participatie moet plaatsvinden. Steeds moet duidelijk zijn waar nog ruimte voor alternatieven is en wat al vastligt, afhankelijk van de fase waarin het project verkeert. Hierin wordt bepaald of participatie nuttig is en hoe dit wordt vormgegeven. We zijn duidelijk in onze communicatie en leggen vooraf uit wat de verwachtingen zijn: Als belanghebbenden betrokken worden bij een project of initiatief in de fysieke leefomgeving stemmen we vooraf af op welk niveau zij participeren (meeweten, meedenken, meewerken, meebepalen). We communiceren op voorhand helder en duidelijk wat de verwachtingen zijn zodat iedereen begrijpt wat hun rol is. Een omgevingsanalyse is belangrijk: Bij ieder plan of project zijn andere partijen betrokken en is het dus van belang om de betrokkenen uit de omgeving in kaart te brengen. Bijvoorbeeld via de Factor-C methode. De mate van impact van een project op de leefomgeving is een maatstaaf om wel of geen omgevingsanalyse op te stellen. Bij een kleine ontwikkeling is dit bijvoorbeeld minder of niet relevant. We betrekken alle groepen uit de samenleving: Bij het analyseren van de omgeving staan we ook stil bij de representativiteit van de betrokkenen.

Welke belangen brengen zij in en hoe gaan we daarmee om? Speciale aandacht gaat uit naar groepen die naar verwachting een groot belang hebben, maar weinig invloed hebben, of niet vanzelfsprekend aan een participatietraject zullen meedoen. We proberen deze groep actief te betrekken. We koppelen de uitkomsten van een participatietraject altijd terug: We waarderen de inspraak van belanghebbenden bij een participatietraject. Vandaar dat we ook altijd laten weten wat de uitkomsten zijn en wat we ermee doen.

4.1 Afwegingskader Wanneer zetten we als gemeente participatie in en op welke wijze doen we dat? Deze vraag is niet eenzijdig te beantwoorden. Participatie is immers maatwerk en hoeft of kan zelfs niet bij elk plan of project worden ingezet. Daarbij maken we als gemeente een afweging, waarbij de volgende vragen centraal staan. Leent het project of plan zich voor participatie? Elk project of plan is uniek en heeft een eigen dynamiek. Het is belangrijk om op voorhand goed af te wegen of participatie een geschikt middel is. De mate van impact dat het project of plan heeft op de fysieke leefomgeving van inwoners of organisaties speelt een rol bij de vraag óf en hoe belanghebbenden betrokken moeten worden. Naarmate de impact op de directe leefomgeving van inwoners groter is, spelen er meer belangen een rol en wordt het belang om te participeren groter. Het (beleids-)onderwerp moet zich ook lenen voor betrokkenheid van inwoners of organisaties en begrijpelijk gemaakt kunnen worden. Onderwerpen die op voorhand ingegeven zijn door hogere wet- of regelgeving lenen zich bijvoorbeeld minder goed voor participatie. 7

De fase waarin het project of plan zich bevindt, bepaalt ook mede de mate waarin inwoners en andere partijen betrokken kunnen worden. Van belang is dat we te allen tijden minimaal belanghebbenden informeren en op de hoogte houden van de ontwikkelingen. Bij de beoordeling of participatie passend is binnen een project of plan houden we tot slot ook rekening met de verplichtingen die we als gemeente hebben op het gebied van participatie bij beleidsinstrumenten onder de Omgevingswet (zie paragraaf 2.1). Wat is het doel van participatie? Participatie is geen doel op zich. We bedenken vooraf wat we met participatie willen bereiken. Willen we belanghebbenden bijvoorbeeld alleen informeren, of wordt verwacht dat zij meedenken of meebeslissen? Hiervoor moet op voorhand duidelijk zijn welke ruimte er binnen het project of plan is voor aanpassing of verbetering. Dit bepaalt namelijk mede de mate van invloed van belanghebbenden op het proces. We communiceren vooraf aan de belanghebbenden wat we willen bereiken met participatie en welke rol zij daarin spelen. Door duidelijk te zijn over de verwachtingen aan de voorkant, voorkomen we onvrede over het participatieproces achteraf. Op welke wijze zetten we participatie in? Participatie is vormvrij. Welk participatie- middel het beste ingezet kan worden, is mede afhankelijk van het antwoord op de vorige vragen.

Wanneer we inwoners namelijk alleen willen informeren, zal een bewonersbrief een beter middel zijn, dan wanneer je inwoners wilt laten meebeslissen over een project of plan. Bij dat laatste past een informatieavond of klankbordgroep beter. Dit afwegingskader geeft richting aan wanneer en op welke wijze we als gemeente een participatietraject vormgeven en met welke factoren we rekening houden. 4.2 Omgevingsdialoog Een initiatiefnemer die zelf op pad gaat om zijn plannen met buurtbewoners en andere belanghebbenden te bespreken past binnen de veranderende rollen van de samenleving en overheid. Steeds meer taken worden opgepakt door inwoners en organisaties. De overheid faciliteert in plaats van initieert. We stimuleren initiatiefnemers om bij plannen in de fysieke leefomgeving in principe altijd de omgevingsdialoog te voeren. Op die manier ontstaat er open communicatie en worden belangen op een vroeg moment kenbaar gemaakt. Er is dan nog ruimte voor verbetering of ontwikkeling. Wanneer de dialoog tussen de initiatiefnemer en belanghebbenden uitblijft, kan dit tot weerstand leiden die weer uitvloeit in een zienswijze, bezwaar of beroep. Een initiatiefnemer is in beginsel echter niet verplicht om een omgevingsdialoog te voeren en hoeft geen rekening te houden met de uitkomsten van de dialoog.

De gemeente mag de omgevingsvergunning niet weigeren als de dialoog niet of onvoldoende is aangegaan, maar mag dit wel betrekken bij de belangenafweging. Zoals reeds uiteengezet in hoofdstuk 2 vormen de door de gemeenteraad aangewezen buitenplanse omgevingsplanactiviteiten, waarbij participatie verplicht is gesteld, hier de uitzondering op. Naarmate een plan meer impact heeft op de leefomgeving van omwonenden of direct belangen treft van organisaties of ondernemers, wordt het belangrijker om de omgevingsdialoog te voeren. Voor relatief kleine (vergunningsvrije) ontwikkelingen of plannen met weinig tot geen impact op de fysieke leefomgeving kan het overdreven zijn om een uitgebreide omgevingsdialoog te voeren. Dit is echter per initiatief en omgeving verschillend. Hierdoor is het niet mogelijk om op voorhand categorieën van activiteiten uit te sluiten van de omgevingsdialoog. Er dient altijd vooraf in kaart te worden gebracht welke belangen van welke partijen betrokken zijn bij het project of plan. Zo wordt ook voorkomen dat er achteraf belanghebbenden zijn gemist, die zich niet gehoord voelen. Het maken van een actorenanalyse kan daarbij helpen. Dit is een methode om (de invloed van) belanghebbenden in kaart te brengen. 8

5. Afsluiting In dit participatiebeleid is aangegeven wat participatie inhoudt in het kader van de Omgevingswet, welke verschillende rollen er voor de gemeente te herkennen zijn en welke visie en kaders de gemeente Laarbeek stelt op het gebied van participatie in de fysieke leefomgeving. Na het vaststellen van het participatiebeleid, gaan we binnen de gemeente Laarbeek actief aan de slag om het participatiebeleid onder de aandacht te brengen. Het opstellen van twee handreikingen draagt hieraan bij. Er wordt voor (beleids-)medewerkers van de gemeente Laarbeek en voor inwoners en ondernemers een handreiking opgesteld waarin wordt aangegeven op welke manieren participatie vormgegeven kan worden. Met een stappenplan helpen we hen om op het juiste moment de juiste vragen te stellen. Ook deze documenten zijn geen keurslijf voor participatie, maar bieden ruimte voor maatwerk waardoor er ruimte is voor eigen inbreng. Elk participatietraject is immers uniek. Tot slot betekent participatie ook continue ontwikkelen en verbeteren. Dat geldt ook voor deze visie op participatie. We evalueren periodiek of onze visie nog aansluiting vindt binnen de gemeente en op het samenspel tussen gemeente, inwoners, ondernemers en organisaties. Om te peilen of we ons op de goede weg bevinden, herhalen we periodiek de enquête via het burgerpanel.

9

Bijlage l Peiling participatie onder inwoners en andere stakeholders Op verschillende manieren hebben we afgelopen periode gepeild wat inwoners en andere partijen vinden van participatie, wat zij verwachten van de gemeente Laarbeek en wat hun ervaringen zijn. Dit hebben we gedaan via het burgerpanel TipLaarbeek, social media en via een tweetal verdiepende bijeenkomsten. 6.1 Enquête In juli 2021 is een vragenlijst via TipLaarbeek en social media uitgezet onder inwoners van de gemeente Laarbeek. In totaal hebben 534 inwoners de vragenlijst ingevuld. De resultaten zijn gebruikt als input voor het opstellen van het participatiebeleid en voor de verdiepende bijeenkomsten. Belangrijkste resultaten vragenlijst Het merendeel van de bevraagde inwoners denkt graag mee met de gemeente Laarbeek, maar ontvangt niet altijd een terugkoppeling achteraf (63% van de bevraagden). Inwoners zouden graag digitaal een samenvatting ontvangen met wat er met de uitkomsten is gedaan (75%). Daarnaast verwacht de gemiddelde inwoner dat de gemeente hen informeert over plannen in de fysieke leefomgeving en zouden zij graag inhoudelijke ondersteuning krijgen bij het indienen van een eigen initiatief.

De volledige rapportage van de enquête is terug te vinden op www.laarbeek.nl/omgevingswet 6.2 Verdieping Om de resultaten van de vragenlijst verdieping te geven zijn er op een tweetal momenten bijeenkomsten gehouden met inwoners en organisaties uit de gemeente. Tijdens deze bijeenkomsten hebben we ervaringen uitgewisseld, knelpunten besproken en input opgehaald. Bijeenkomst verdiepingsgesprek Op dinsdag 3 augustus 2021 is een bijeenkomst gehouden. Hiervoor zijn een aantal betrokken organisaties, waaronder IVN, ZLTO, Stichting Middengebied, een projectontwikkelaar, direct benaderd. Ook is een oproep gedaan aan de deelnemers van het burgerpanel en op social media. Tijdens de bijeenkomst stonden, naast het uitwisselen van ervaringen, de volgende vragen centraal: • •

Hoe kan de gemeente inwoners en andere partijen op een goede wijze betrekken bij een project of plan? En welke factoren spelen daarbij een rol? Wat heeft de gemiddelde inwoner nodig om bij een eigen project of plan participatie vorm te geven? En hoe kan de gemeente dit faciliteren?

De belangrijkste conclusies van de bijeenkomst zijn als volgt samen te vatten: 

 

Duidelijke communicatie: participatie is een ingewikkeld onderwerp en daarbij is het van belang om in begrijpelijke taal duidelijk te maken wat we onder participatie verstaan en binnen welk beleidsterrein. Terugkoppeling: terugkoppelen van de opgehaalde informatie hoort ten allen tijde bij participatie. Mate van invloed: op voorhand moet duidelijk zijn wat van betrokkenen verwacht wordt en welke invloed zij hebben in het participatietraject. Participatie is niet alleen een processtap. Participatie wordt door de deelnemers vaak ervaren als een rituele dans om draagvlak te vergroten. Bereiken van inwoners: bij een initiatief van een inwoner of ondernemer of bij een gemeentelijk project of plan is de minimale verwachting om omwonenden te informeren. Daarmee niet alleen de gebruikers van de grond, maar ook bijvoorbeeld de

10

eigenaar van de grond. Een bericht in de MooiLaarbeek krant of een bericht op Facebook is onvoldoende, voorkeur gaat uit naar een persoonlijk bericht. Informeren niet voldoende: alleen infomeren is niet voldoende. Het moet voor een belanghebbende ook duidelijk zijn of er nog ruimte voor verandering binnen het initiatief is of dat alles al vastligt. Dit moet helder gecommuniceerd worden. Faciliteren en informeren van inwoners: een gemiddelde inwoner weet niet wat er allemaal komt kijken bij een initiatief met impact op de leefomgeving. De gemeente moet informatie verstrekken en inwoners op weg helpen om zelf aan de slag te gaan met de omgevingsdialoog. Dit kan het beste via een stappenplan en door de formele weg te volgen; vooroverleg, principeverzoek en vergunning aanvragen.

Bijeenkomst dorpsraden De dorpsraden vormen de ogen en oren van onze inwoners. Op 25 augustus 2021 zijn we met de dorpsraden in gesprek gegaan over participatie. Hierbij stonden de volgende vragen centraal: • Wat heeft de gemiddelde inwoner nodig om bij een eigen project of plan participatie vorm te geven? • Hoe kan de gemeente dit faciliteren en kunnen/ willen de dorpsraden daar een rol in spelen? De belangrijkste conclusies van de bijeenkomst zijn als volgt samen te vatten: 

Heldere communicatie en afbakening begrippen: participatie is een veelbesproken begrip binnen verschillende beleidsterreinen. Het is voor betrokkenen niet altijd op voorhand helder over welke vorm van participatie en over welk beleidsterrein het gaat. Rol dorpsraden: dorpsraden vormen de oren en ogen van de gemeenschap en kunnen belangen bundelen en richting de gemeente communiceren en anderzijds informatie van de gemeente weer doorgeven aan de gemeenschap. Van belang is te onderstrepen dat dorpsraden geen beslissende rol hebben. Zij hebben een neutrale rol en houding. Dit staat weleens haaks op de verwachtingen die inwoners zelf hebben en vormt voor de dorpsraden een uitdaging wanneer er grote belangen op het spel staan. De rol van de dorpsraden vat zich het beste samen als: De dorpsraad is vertegenwoordiger van de inwoners van het dorp en kunnen als spreekbuis worden aangemerkt. Ze willen de brug vormen tussen inwoners met initiatieven en de gemeente waarin het verstrekken van informatie als speerpunt wordt gesteld. Zij hebben direct contact met inwoners en kunnen inwoners gemakkelijk bereiken. Informeren dorpsraden: een belangrijke randvoorwaarde voor de rol van de dorpsraden is het beschikken over informatie over projecten uit de omgeving die zich in de fysieke leefomgeving afspelen of af gaan spelen.

‘Gereedschapskist’: dorpsraden geven aan dat de gemeente een rol heeft bij het op weg helpen van initiatiefnemers (inwoners, maar ook andere partijen) bij het voeren van de omgevingsdialoog. Het voorstel van een ‘gereedschapskist’ werd positief ontvangen. Van belang is dat een gereedschapskist in begrijpelijke, niet- overheidstaal, wordt opgesteld. De dorpsraden willen hier feedback op geven. In een later stadium kunnen zij dit soort documenten via hun eigen kanalen beschikbaar stellen aan initiatiefnemers. Expertgroep: een idee dat zich nader leent voor uitwerking is het samenstellen van een zogenaamde expertgroep per kern, die op een neutrale en onafhankelijke wijze initiatiefnemers kan helpen bij participatie.

11

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Laarbeek&id=6b4a5182-c322-46ba-8dcb-5a6c257a8890