CConstaterende datLaarbeek
Koppel je AI →
Document · PDF

14 20210909 Principeverzoek TPS Zonnepark Vossenberg Laarbeek.pdf

Raadsvergadering 9 september 2021, gemeente LaarbeekBij agendapunt: B. Voorstel tot afgifte van een ontwerp verklaring van geen bedenkingen voor een zonnepark in het zoekgebied ten noorden van Mariahout11.362 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

2021

Principeverzoek Zonnepark Vossenberg TPSolar BV

COLOFON

TPSolar BV bezoekadres: Melbournestraat 9 postcode: 1175 RM Lijnden e-mail: info@tpsolar.nl website: www.tpsolar.nl telefoon: 023-741 0144

Projectdata Status

Principeverzoek

Naam

Zonnepark Vossenberg

Gemeente

Laarbeek

Versie

1.0

Datum

12-1-2021

Auteurs

ir. R.R. van der Horst Dhr. R. Sirach

PRINCIPEVERZOEK | Zonnepark Vossenberg

1

1.

2.

3.

4.

5.

INTRODUCTIE .......................................................................................................................................... 4 1.1

AANLEIDING ................................................................................................................................................. 4

1.2

LIGGING PLANGEBIED...................................................................................................................................... 4

1.3

VIGEREND BESTEMMINGSPLAN ......................................................................................................................... 5

1.4

WERKWIJZE EN PROCES ................................................................................................................................... 6

1.5

LEESWIJZER................................................................................................................................................... 6

PLANBESCHRIJVING ................................................................................................................................ 7 2.1

BESCHRIJVING HUIDIGE SITUATIE ....................................................................................................................... 7

2.2

BEOOGDE SITUATIE ........................................................................................................................................ 9

BELEID ................................................................................................................................................... 16 3.1

RIJKSBELEID ................................................................................................................................................ 16

3.2

PROVINCIAAL BELEID .................................................................................................................................... 17

3.3

GEMEENTELIJK BELEID ................................................................................................................................... 19

OMGEVINGSASPECTEN ......................................................................................................................... 22 4.1

ECOLOGIE................................................................................................................................................... 22

4.2

ARCHEOLOGIE ............................................................................................................................................. 23

4.3

CULTUURHISTORIE ....................................................................................................................................... 23

4.4

BODEM ...................................................................................................................................................... 24

4.5

MILIEUEFFECTRAPPORTAGE ........................................................................................................................... 25

4.6

MILIEUZONERING ........................................................................................................................................ 26

4.7

LUCHTKWALITEIT ......................................................................................................................................... 26

4.8

WATER ...................................................................................................................................................... 26

4.9

VERKEER EN PARKEREN ................................................................................................................................. 27

4.10

ELEKTROMAGNETISCHE VELDEN ................................................................................................................. 27

4.11

GELUID ................................................................................................................................................. 28

4.12

EXTERNE VEILIGHEID ................................................................................................................................ 28

4.13

LICHTREFLECTIE ...................................................................................................................................... 28

PARTICIPATIE & UITVOERBAARHEID ..................................................................................................... 30 5.1

OMWONENDEN/BELANGHEBBENDEN .............................................................................................................. 30

5.2

COMMUNICATIE EN INSPRAAK ........................................................................................................................ 30

PRINCIPEVERZOEK | Zonnepark Vossenberg

2

5.3

PARTICIPATIE .............................................................................................................................................. 31

5.4

ECONOMISCHE UITVOERBAARHEID .................................................................................................................. 32

6.

CONCLUSIE ............................................................................................................................................ 33

7.

BIJLAGEN............................................................................................................................................... 34 BIJLAGE A: LANDSCHAPPELIJK ONTWERP .................................................................................................................... 35 BIJLAGE B: LANDSCHAPPELIJK INPASSINGSPLAN ........................................................................................................... 36 BIJLAGE C: QUICKSCAN FLORA EN FAUNA ................................................................................................................... 37 BIJLAGE D: AERIUS-CALCULATIE ............................................................................................................................. 38

PRINCIPEVERZOEK | Zonnepark Vossenberg

3

1. INTRODUCTIE 1.1

AANLEIDING

Duurzame energie is een belangrijk agendapunt binnen het rijk, de provincies en gemeenten. Nederland heeft de noodzakelijke transitie ingezet naar hernieuwbare energiebronnen. De nationale en Brabantse ambities zijn om in 2050 (nagenoeg) energieneutraal te zijn. Gemeente Laarbeek streeft ernaar om de uitstoot van CO 2 in 2030 met 49% ter verlagen, t.o.v. het uitstoot niveau van 1990. Gemeente Laarbeek voorziet echter dat de doelstelling alleen haalbaar is als grootschalige energieopwekking door zon en wind wordt gerealiseerd. Hiervoor heeft de gemeente de Visie op Grootschalige Opwek van Duurzame Energie in Laarbeek gepubliceerd in 2019. Tegen de achtergrond van dit beleid hebben TPSolar en de grondeigenaar een eerste plan ontwikkeld voor een zonnepark. Om dit park te kunnen bouwen, moet worden afgeweken van het bestemmingsplan en is een omgevingsvergunning nodig. Om dit te onderbouwen laat dit principeverzoek zien wat de effecten zijn van het plan voor de omgeving. Ook laat het zien dat het zonnepark zoals TPSolar dat wil realiseren goed aansluit bij de landschappelijke, cultuurhistorische en maatschappelijke waarden van het buitengebied van Laarbeek. Dit document dient te worden gezien als een eerste ontwerp van het beoogde Zonnepark Vossenberg te Mariahout.

In het volgende stadium zal er met lokale belanghebbenden zoals de omwonenden, (natuur)organisaties en gemeente overlegd plaatsvinden. TPSolar heeft ruimschoots ervaring met het bouwen en exploiteren van zonneparken. Zo heeft TPSolar in Nederland al vier zonneparken gerealiseerd en aangesloten. Ook is TPSolar samen met partnerbedrijven verantwoordelijk voor zonneparken in Nederland, Duitsland en Italië, met een gezamenlijke capaciteit van meer dan 200 MWp. Daarnaast werkt TPSolar als lid van Holland Solar volgens de ‘Gedragscode Zon op Land’.

1.2

LIGGING PLANGEBIED

Het plangebied betreft meerdere agrarische percelen in het buitengebied van gemeente Laarbeek, in de provincie Noord-Brabant. Op Figuur 1 wordt de locatie van het project weergegeven. Het is gelegen in het buitengebied ten noordwesten van het dorp Mariahout. De gronden zijn kadastraal bekend als Lieshout, sectie M, nummers 22, 61, 62, 63, 64, 65, en 66.

F IGUUR 1: T OPOGRAFISCHE LIGGING PLANGEBIED (LICHT BLAUW ) IN B UITENGEBIED L AARBEEK . B RON: R UIMTELIJKE P LANNEN

PRINCIPEVERZOEK | Zonnepark Vossenberg

4

De gronden die deel uitmaken van het projectinitiatief hebben een bruto-oppervlakte van ongeveer 8 hectare. Het zonnepark beslaat circa 6 hectare en zal een vermogen krijgen van circa 9 MWp. Ter indicatie, dit staat gelijk aan het jaarverbruik van ongeveer 2.600 gemiddelde Nederlandse gezinnen.

1.3

VIGEREND BESTEMMINGSPLAN

Het plangebied valt in het bestemmingsplan Buitengebied Laarbeek, vastgesteld op 6 juli 2010 (zie Figuur 2). Voor het gebied gelden de volgende vier planregels: • • • •

Enkelbestemming ‘Agrarisch met waarden – Landschaps- en natuurwaarden 1’ Dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 2’ Functieaanduiding ‘specifieke vorm van agrarisch met waarden – struweelvogels’ Gebiedsaanduiding ‘Reconstructiewetzone – Landbouwontwikkelingsgebied’

F IGUUR 2: L IGGING PLANGEBIED ( BLAUWGROEN ) OP DE KAART VAN HET BESTEMMINGSPLAN . B RON: R UIMTELIJKE PLANNEN

Het beoogde plan Zonnepark Vossenberg past op dit moment niet in het vigerend bestemmingsplan. Teneinde het project juridisch planologisch mogelijk te maken, is een afwijking van het bestemmingsplan nodig. Waar mogelijk moet worden voldaan aan de regels van het vigerend bestemmingsplan. Volgens het vigerende bestemmingsplan is de huidige bestemming van de percelen Agrarisch met waarden – Landschaps- en natuurwaarden 1’. Binnen deze bestemming is het bouwen van een zonnepark niet mogelijk. Het zonnepark is echter een tijdelijk bouwwerk, zij het voor een vrij lange periode (maximaal 25 jaar). De voor ‘Waarde – Archeologie 2’ aangewezen gronden zijn, behalve voor de daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor behoud en bescherming van waardevolle verwachte archeologische informatie in de bodem. Indien een bouwwerk wordt gerealiseerd van totale oppervlakte van 100 m2 of groter, is een archeologisch vooronderzoek verplicht. Dit wordt behandeld in paragraaf Archeologie. De voor ‘specifieke vorm van agrarisch met waarden – struweelvogels’ aangewezen gronden zijn bestemd voor het behoud van struweelvogels. De als ‘Reconstructiewetzone – Landbouwontwikkelingsgebied’ aangeduide gebieden, zijn ruimtelijk begrensde gedeelten van een reconstructiegebied met het primaat landbouw.

PRINCIPEVERZOEK | Zonnepark Vossenberg

5

Afwijken van het bestemmingsplan Voor de gevallen, waarbij buitenplans afwijken van het bestemmingsplan op grond van artikel 2.12, eerste lid, sub a, onder 1°of 2° Wabo niet mogelijk is, biedt artikel 2.12, eerste lid, sub a, onder 3° Wabo (het zogenaamde projectafwijkingsbesluit) de mogelijkheid om van het bestemmingsplan af te wijken met een omgevingsvergunning, mits de activiteit niet in strijd is met een goede ruimtelijke ordening en de motivering van het besluit een goede ruimtelijke onderbouwing bevat. In deze ruimtelijke onderbouwing komen alle relevante aspecten vanuit de ruimtelijke ordening voor dit project aan de orde en wordt aangetoond dat het project in overeenstemming is met een goede ruimtelijke ordening.

1.4

WERKWIJZE EN PROCES

Een zonnepark-project kan niet gerealiseerd worden zonder Stimulering Duurzame Energieproductie (SDE++). Totdat deze subsidie is toegekend, is er feitelijk sprake van een hypothetisch project. Alle inzet tot aan de SDEaanvraag is erop gericht om de haalbaarheid zo groot mogelijk te maken, bij een acceptabele inspanning/risico. TPSolar doorloopt daartoe dan ook een gestructureerd en gefaseerd proces. Voor de SDE-aanvraag is een verleende Wabo-vergunning nodig. Sommige details kunnen in dit stadium nog niet worden ingevuld, omdat deze pas in een veel later stadium van het proces worden bepaald. Zo wordt de definitieve keuze van type panelen, omvormers en onderaannemers pas gemaakt in de maanden na de SDE-toekenning. TPSolar is immers voor een dergelijk groot bouwproces afhankelijk van de voorraad, productiecapaciteit, levermogelijkheden en beschikbare menskracht van alle toeleveranciers, en die kan pas worden ingeschat wanneer de eerst mogelijke aanvangsmaand van de bouw bekend is. Wel kan worden gesteld dat er gebruik wordt gemaakt van op de markt courante en hoogkwalitatieve kristallijne zonnepanelen, zodat de beoogde prestaties gedurende de gehele exploitatieperiode kunnen worden gegarandeerd. In geen geval zal TPSolar gebruik maken van cadmium-houdende zonnepanelen. Ook voor de omvormers en andere installatiedelen gelden hoogwaardige kwaliteitscriteria.

1.5

LEESWIJZER

Hoofdstuk 2 van dit principeverzoek bevat de planbeschrijving. Waarna het beleid van het rijk, de provincie en de gemeente in hoofdstuk 3 toegelicht worden. De omgevingsaspecten komen in hoofdstuk 4 aan bod. Waarna in hoofdstuk 5 de participatie en uitvoerbaarheid van het project wordt onderbouwd. Tot slot zullen de belangrijkste elementen van het principeverzoek worden samengevat in de conclusie.

PRINCIPEVERZOEK | Zonnepark Vossenberg

6

2. PLANBESCHRIJVING 2.1

BESCHRIJVING HUIDIGE SITUATIE

2.1.1 LIGGING PLANLOCATIE IN DE OMGEVING Het plangebied bestaat uit meerdere agrarisch percelen liggend aan de Vossenberg te Mariahout, zoals te zien in Figuur 3 en Figuur 4. Enkele bebouwingsenclaves liggen verspreid in het gebied. Het betreft agrarisch gerelateerde bebouwing en woonerven. De planlocatie ligt in het Pionierslandschap, vastgesteld in de omgevingsvisie Laarbeek, waarin grootschalige zonneparken toegestaan zijn. De zichtbaarheid van het zonnepark wordt enigszins beperkt door de al bestaande landschappelijke elementen rondom het plangebied.

F IGUUR 3: O VERZICHT PLANLOCATIE

FIGUUR 4: P LANLOCATIE GEZIEN VANAF DE V OSSENBERG

2.1.2 HUIDIG GEBRUIK VAN DE GRONDEN Het plangebied betreft diverse agrarische percelen bestaande uit akkerbouwlanden. De totale oppervlakte van de percelen betreft circa 8,5 hectare (ha). In Tabel 1 hieronder zijn de kadastrale nummers met bijbehorende oppervlakten weergegeven. De oppervlakte van het plangebied zal circa 8 ha bedragen. Het oppervlak zonnepark bedraagt circa 6 ha en het oppervlak groenvoorziening bedraagt circa 2 ha. T ABEL 1: P ERCEEL OPPERVLAKTE ZONNEPARK - INITIATIEF V OSSENBERG

Perceel Lieshout M 39 Lieshout M 61 Lieshout M 62 Lieshout M 63 Lieshout M 64 Lieshout M 65 Lieshout M 66 Totale oppervlakte kadastrale percelen Plangebied Zonnepark

Oppervlakte 7.800 m² 37.000 m² 14.000 m² 6.800 m² 210 m² 1.000 m² 19.000 m² 85.810 m² 80.000 m² 61.200 m²

2.1.3 HUIDIG LANDSCHAP De planlocatie ligt in het Pionierslandschap, waarin grootschalige zonneparken zijn toegestaan, zie Figuur 5. Het is een open jong heideontginningslandschap. De opzet van het landschap is systematisch met geplande rechte ontginningswegen, waarlangs bebouwingsblokken aanwezig zijn. Rondom het plangebied zijn oudere heideontginningslandschappen te vinden. Dit zijn meer halfopen landschapen waarbinnen zowel kleine als grote bosgebieden te vinden zijn.

PRINCIPEVERZOEK | Zonnepark Vossenberg

7

Het pionierslandschap kent een grootschalige opzet van het landschap, hierin passen grote structuren. Het heeft de voorkeur om de structuur van de blokerven te volgen en perceelsgrenzen zichtbaar te laten door perceelscheidingen zoals houtwallen, houtsingels of kavelgreppels. Deze blokstructuren moeten niet doorgesneden of gesplitst worden

F IGUUR 5: K AART MOGELIJKE PLANLOCATIES ZONNEPARKEN GEMEENTE L AARBEEK MET INDICATIEF LINKSBOVEN IN HET ROOD OMLIJND HET INITIATIEF V OSSENBERG . B RON : GEMEENTE L AARBEEK

2.1.4 HUIDIGE SITUATIE WATER Het plangebied ligt in het waterschap Aa en Maas. In figuur 6 is de huidige situatie ten aanzien van watergangen en andere water gerelateerde regels en/of bouwwerken te zien. Het plangebied (rood omlijnd) wordt in het zuiden ontsloten door een A-watergang (blauwe lijn) met een beschermingszone van 5 meter, en in het noorden en oosten door een B-watergang, met een beschermingszone van 1 meter (groene lijn). Deze beschermingszones dienen te worden ontzien van bebouwing.

F IGUUR 6: H UIDIGE SITUATIE PERCELEN M .B . T . WATERGANGEN . BRON: WATERSCHAP A A EN MAAS

PRINCIPEVERZOEK | Zonnepark Vossenberg

8

2.1.5 LOCATIEKEUZE De planlocatie is zorgvuldig uitgekozen aan de hand van een aantal factoren. De locatie ligt in het zoekgebied waar zonneparken onder voorwaarden mogelijk zijn (zie Figuur 5). Dit zijn gronden die geschikt zijn voor grootschalige zonneparken, mits deze op een zorgvuldige wijze worden ingepast in het landschap. Daarnaast kijkt TPSolar altijd naar een onderstation van de netbeheerder en de bestaande netinfrastructuur in de omgeving. De reden hiervoor is dat het financieel essentieel is dat het zonnepark binnen een relatief korte afstand wordt aangesloten op het elektriciteitsnet. Om de opgewekte stroom aan het net te leveren zal de installatie worden aangesloten op een onderstation van Enexis. Het zonnepark kan worden aangesloten op het netwerk van Enexis. Op 16-12-2020 heeft TPSolar van Enexis een toereikende offerte ontvangen. Momenteel werken Enexis en TPSolar de aansluiting verder uit.

2.2

BEOOGDE SITUATIE

2.2.1 LANDSCHAPPELIJKE INRICHTING Voor de inpassing is een eerste inrichtingsplan opgesteld (zie Bijlage B: Landschappelijk inpassingsplan). Een weergave van de eerste versie van het inrichtingsplan is te zien in Figuur 7. De voorwaarden die zowel door de provincie Noord-Brabant als gemeente Laarbeek aan de landschappelijke inpassing van zonneparken worden gesteld, vormen de basis voor het inrichtingsplan, zie ook paragraaf Gemeentelijk beleid. Daarnaast zullen de omwonenden en andere belanghebbende een belangrijke rol spelen bij de uiteindelijke inrichting. Een zonnepark steunt een belangrijk maatschappelijk belang: het grootschalig opwekken van duurzame energie. Dat een zonnepark moet worden ingericht op een manier die past bij het landschap, is een minimale vereiste. De groene aankleding, het versterken van lijnen in het landschap en versterking van bestaande houtwallen is dus géén extra prestatie, maar de zogenaamde basisinspanning. Het zonnepark neemt 25 jaar lang veel ruimte in en omdat het een behoorlijke verandering kan zijn voor de omgeving, is er meer tegenprestatie nodig dan alleen deze basisinspanning. In dit plan worden in meerdere hoofdstukken en paragrafen maatregelen genoemd waarmee deze extra prestatie wordt ingevuld. Landschapsarchitectenbureau LabelTIEN heeft een ontwerp gemaakt voor de landschappelijke inpassing.

Hieruit volgen een aantal inrichtingselementen en aspecten om het landschap te ontwikkelen: • • • • • • • • • •

De aanwezige landschappelijke (kenmerkende) elementen en de ruimtelijke structuren zijn het uitgangspunt voor de inrichting; De bestaande karakteristieken/kwaliteiten van het jonge heideontginningslandschap worden versterk; Gebiedseigen (erf)beplanting die past bij het landschap wordt toegepast; Kavelgrensbeplanting wordt geplant; Nieuwe natuurwaarden met gebiedseigen natuurdoeltypen en de habitat van de gebiedseigen natuurdoeltypen wordt gecreëerd. Hiervoor vormt de QuickScan flora en fauna het uitgangspunt; Lokale natuurontwikkeling voor het behoud en herstel van struweel- en akkervogels wordt gestimuleerd; Zowel de randen van het zonnepark als onder de panelen wordt de grond met een lokaal passend bloem en akkerflora mengsel ingezaaid; Een aantal fruitbomen worden langs de oostkant van het plangebied aan de openbare weg geplant; Tevens zal aan de oostkant een informatiebord worden geplaatst met informatie over het zonnepark, de ecologische inpassing en het agrarisch dubbelgrondgebruik; Duurzame opwek wordt gecombineerd met het creëren van natuur en leefgebied voor verschillende soorten fauna en een agrarische dubbelfunctie.

PRINCIPEVERZOEK | Zonnepark Vossenberg

9

F IGUUR 7: L ANDSCHAPPELIJK ONTWERP ZONNEPARK V OSSENBERG , VOOR VERGROTE VERSIE ZIE BIJLAGE A: L ANDSCHAPPELIJK ONTWERP B RON : L ABEL TIEN

PRINCIPEVERZOEK | Zonnepark Vossenberg

10

2.2.2 INFORMATIE VOORZIENING Tevens zal er een informatiepunt geplaatst worden, waarop recreanten zowel de werking van het zonnepark alsmede de biodiversiteit stimulerende aanpak wordt uitgelegd. In Figuur 8, is een indicatief voorbeeld van zo’n informatiepunt weergegeven.

F IGUUR 8: I NDICATIEF VOORBEELD INFORMATIEBORD Z ONNEPARK V OSSENBERG . BRON: J AAP DE VRIES PRODUKTIES

2.2.3 ECOLOGISCHE INPASSING TPSolar hecht veel waarde aan biodiversiteit en ontwerpt zijn zonneparken op een manier die de biodiversiteit stimuleert. TPSolar kiest daarom voor een zuidgeoriënteerde panelen opstelling. Dit verhoogt de bewatering en belichting van de grondoppervlakte onder de panelen, wat ten goede komt aan de groei van de beplanting onder de panelen. Daarnaast is TPSolar lid van Nederland Zoemt, een instantie die zich inzet voor de inheemse wilde bijen in Nederland. Tussen de zonnepanelen en om de zonneweide heen is veel vrije ruimte die niet gebruikt wordt voor zonnepanelen. Het is de bedoeling deze ruimte zo in te richten, dat door middel van bloemenbeplanting en eventuele bijenheuvels/hotels zoveel mogelijk wordt bijgedragen aan de natuur en de biodiversiteit. Daarvoor heeft TPSolar door de Universiteit Wageningen een adviesrapport laten maken met maatregelen die zij kan nemen om met haar zonneparken zoveel mogelijk meerwaarde te bieden op ecologisch gebied 1 . Voor elk zonnepark worden uit dit rapport de adviezen overgenomen die het best passen bij de landschappelijke inrichting en de opzet van het park. Voor dit zonnepark zou dit onder meer kunnen betekenen: • •

•

De aanleg van kruidenrijk grasland want wilde bijen, vlinders en vele andere bloembezoekende insecten zijn gebaat bij een hoge variatie aan bloemen in het grasland door het jaar heen; De plaatsing van 3-5 grote bijenhotels, de helft van de in Nederland voorkomende inheemse wilde bijensoorten wordt bedreigd. Dit kan een bijdrage leveren aan de voortplantingscyclus van de verschillende soorten wilde bijen, zie Figuur 9; Het aanbrengen van een aantal speciale bijenheuveltjes in de struweelranden van het park, waar inheemse wilde bijensoorten zich kunnen nestelen, zie Figuur 10. De inheemse bijen kunnen ook goed aan de randen van het half verharde lemen pad nestelen;

PRINCIPEVERZOEK | Zonnepark Vossenberg 1 https://www.groenegewasbescherming-bestuivers.nl/upload_mm/6/9/0/b7cc0c89-ad2a-4f93-b214-9197623bfd11_2018-

3_Helpdesk%20kennisimpuls%20bestuivers_TP%20SOLAR%20Zonnepark_definitief_11072018.pdf

11

•

Het creëren van een microklimaat ten behoeve van de insecten. Door middel van sinusbeheer ontstaan veel mozaïekpatronen die de gewenste structuurvariatie en verschillen in microklimaat aanbrengen in de vegetatie. Door dit te hanteren en deze jaarlijks te verleggen wordt meer (ecologische) randlengte en meer structuurvariatie gecreëerd, waarvan wilde inheemse bijensoorten profiteren;

F IGUUR 9: BIJENHOTELS VAN TPS OLAR , LINKS EEN GEVULD BIJENHOTEL EN RECHTS EEN BIJENHOTEL OP HET ZONNEPARK H OOGVELD Z UID U DEN VAN TPS OLAR . BRON: TPS OLAR .

•

In het groenonderhoud is specifiek aandacht voor bloembeheer om ervoor te zorgen dat bloemensoorten aanwezig blijven die de bijen nodig hebben om te overleven (wilde inheemse bijensoorten vinden hun voedsel vaak maar op een paar plantensoorten);

F IGUUR 10: V OORBEELD NATUURLIJKE STEILRAND . B RON: K ENNISIMPULS BESTUIVERS

•

Binnen het zonnepark zal voldoende ruimte vrijgehouden worden tussen de rijen zonnepanelen. Hierdoor krijgt de grond voldoende licht. Tevens is er gekozen voor een minimale hoogte vanaf de grond tot aan de zonnepanelen van 80 cm, dit bevordert de hoeveelheid lucht en water welke de grond bereikt. Deze maatregelen dragen bij aan een betere regenwaterverdeling en bevorderen de natuurontwikkeling.

PRINCIPEVERZOEK | Zonnepark Vossenberg

12

Vanuit de QuickScan Flora en Fauna (zie bijlage C) is naar voren gekomen dat de planlocatie geschikt is voor struweel- en akkervogels, zoals de patrijs, tevens zijn deze gronden door de gemeente aangewezen als gronden ter stimulering van struweelvogels. Hiervoor zal de planlocatie speciaal ingericht worden met verschillende ecologische zones die de (terug)komst van patrijzen en andere struweel- en akkervogels stimuleren. Er zullen o.a. keverbanken, bloemblokken en struweel worden aangelegd. Dit is in overeenstemming met het PARTRIDGEproject, waarin de (terug)komst van akkervogels in de Europese Noordzee regio wordt bevorderd2. Zo zullen patrijzen en andere struweel- en akkervogels een aantal belangrijke elementen tegenkomen in dit park die kunnen helpen bij het herstel van de soorten: • • • • • •

Half verharde lemen paden om in te stofbaden; Rand- en overgangssituaties tussen verschillende soorten vegetatie, bij uitstek van toepassing op zonneparken in combinatie met sinusbeheer en het juiste beplantingsplan; Terugkomst van diverse akkerflora in combinatie een verscheidenheid aan andere beplanting, zorgen ervoor dat akkervogels jaarrond voedsel kunnen vinden; Lijnvormige landschapselementen die terugkomen in het ontwerp van het zonnepark; Mogelijkheden om onzichtbaar te blijven voor roofdieren, onder de panelen en in hoge begroeiing; Insectenrijk habitat, dit vergroot de overlevingskans van de kuikens significant.

Doordat het aantal struweel- en akkervogels in Nederland al jaren terugloopt, kan dit project helpen bij het herstel van enkele soorten. Het feit dat het een zonnepark een gebied is waar weinig tot geen mensen komen, en beheer zal plaatsvinden op een manier ten gunste van de struweel- en akkervogels, kan dit het herstel van de desbetreffende soorten bevorderen. Het hekwerk zal 10 cm van de grond af beginnen, zodat struweel- en akkervogels zowel door de lucht als over de grond het park kunnen betreden, en andere dieren de mogelijkheid hebben om onder het hek door het park te betreden. Voor de grotere soorten fauna zal er om de 75-100 meter een faunapassage in het hekwerk geplaatst worden. Door ruimte te geven aan natuurontwikkeling levert het zonnepark een bredere bijdrage aan een duurzaam landschap.

2.2.4 BEHEERPLAN BIODIVERSITEIT Er zal sinusbeheer op de planlocatie toegepast worden als biodiversiteitsbeheerplan. Sinusbeheer draait om het gedeeltelijk maaien van de planlocatie met behulp van golf sinusoïde maaibewegingen. Dit stimuleert de variatie in het plangebied. Vooral insecten hebben hier baat bij en zij trekken weer vogels en zoogdieren aan. Dit beheer zal voor een stimulans van de gehele flora en fauna in het gebied zorgen. Ten opzichte van andere beheermethodes heeft dit als voordeel: • • •

Dat er continu nectaraanbod is voor insecten; Er opvangzones voor insecten rondom het perceel worden gecreëerd tijdens het maaien; Er het gehele jaar opwarmings- en ei-afzet zones zijn en overwintermogelijkheden voor insecten zijn.3

PRINCIPEVERZOEK | Zonnepark Vossenberg 2 Vogelbescherming Nederland, & Interreg North Sea Region. (2017). Een leidraad voor herstel van boerenlandnatuur. www.vogelbescherming.nl/PARTRIDGE. 3

Cockuyt. (2014). Sinusbeheer, Maaibeheer Op Maat Van Dagvlinders Sinusbeheer. 1–18.

13

2.2.5 AGRARISCH DUBBELGROND GEBRUIK Zonnepark Vossenberg kan ingericht worden met een agrarische dubbelfunctie. TPSolar is momenteel een aantal verschillende teeltmethoden onder zonnepanelen aan het testen. Hierdoor behouden de gronden deels de agrarische functie, en zal er naast energie ook voedsel geproduceerd worden. Hierbij kan gedacht worden aan paddenstoelen, snijheesters of klein fruitteelt. Tevens kunnen er schapen gehouden worden op het plangebied. Tevens zal het introduceren van een agrarische dubbelfunctie lokaal werk genereren. Zowel voor het telen van de producten als aanpalende bedrijvigheid. TPSolar stelt voor om samen met de gemeente en de grondeigenaar te kijken wat voor soort agrarisch dubbelgrond gebruik past bij de omgeving. Voor het bepalen van de juiste toepassing zal nog nader bodemonderzoek gedaan moeten worden.

2.2.6 TECHNISCHE INRICHTING De beoogde inrichting biedt ruimte aan ongeveer 15.000 panelen, waarmee circa 9 MW-vermogen kan worden opgewekt. Ter indicatie, dit staat gelijk aan het jaarverbruik van ongeveer 2.600 gemiddelde Nederlandse huishoudens. Voor dit zonnepark is gekozen voor een zuidopstelling. De panelen komen op circa 0,8 meter van de grond en hebben een maximale hoogte van 3 meter. De panelen worden in rijen gemonteerd op een frame, dat op gegalvaniseerd stalen H-profielen staat. Deze profielen worden ongeveer 1,5 meter diep de grond in getrild/geduwd. Tussen de rijen panelen is ongeveer 3 meter ruimte. De panelen worden geplaatst op de bestaande maaiveldhoogte. De bovenkant van de panelen zullen dus circa 3 meter boven de bestaande maaiveldhoogte uitkomen. De bestaande maaiveldhoogte van circa 12,5 meter wordt niet veranderd. De stroom van de panelen wordt met omvormers omgezet van gelijkspanning naar wisselspanning. Deze omvormers worden gegroepeerd in een transformatorgebouw centraal in het park. Het transformatorgebouw wordt geplaats op een betonfundering. Deze fundering is essentieel bij transformatorgebouwen omdat er onder de stations veel grote kabels bij elkaar komen. De elektriciteitskabels moeten te allen tijde droog blijven om kortsluiting te voorkomen. Vanuit het transformatorstation, lopen elektriciteitskabels naar het inkoopstation.

Hier vindt de koppeling op het elektriciteitsnet plaats. Het inkoopstation wordt door Enexis geplaatst bij de entree van het zonnepark. Tussen de panelen en het hekwerk is circa 3 meter ruimte. Ten behoeve van de bereikbaarheid van de panelen en omzomend groen voor onderhoud, zal gebruik worden gemaakt van aan te leggen lemen paden. Deze paden zijn nodig voor het plaatsen van de transformatorgebouwen. Bovendien is uit eerdere projecten gebleken dat de brandweer dit om veiligheidsredenen op prijs telt. Er worden expliciet geen verharde paden aangelegd.

2.2.7 ONDERHOUD Het zonnepark is een beveiligde energiecentrale. Dat betekent dat er geen vrije toegang is voor het publiek en dat toegang voor onderhoud, begrazing en eventuele rondleidingen strikt geregeld zal zijn. Naar verwachting zal het aantal verkeersbewegingen niet toenemen. Eventuele struweel- en boomomzomingen behoeven weinig onderhoud. Het struweel wordt eens in de 4 jaar afgezet (50% per 2 jaar om de zichtbeperking te behouden), en wordt eenmaal per 2 jaar gesnoeid om het onderhoudspad begaanbaar te houden. Regelmatig zal er een inspectie van het terrein plaatsvinden, waarbij eventueel aanvullend benodigd groenonderhoud kan worden geïnitieerd (incidenteel bijzaaien, maaien, snoeien etc.). In een later stadium zal een beplanting- en beheerplan opgesteld worden waarin het onderhoud beschreven wordt.

PRINCIPEVERZOEK | Zonnepark Vossenberg

14

Technisch beheer: de installatie wordt 24/7 op afstand gemonitord. Bij geconstateerde gebreken wordt de gecontracteerde lokale onderhoudsinstallateur ingeschakeld. Bij eventuele calamiteiten kan het veld volledig worden uitgeschakeld. Voor onderhoud en beheer zullen bij voorkeur lokale partijen worden ingeschakeld.

2.2.8 AFBRAAK, TIJDELIJKHEID EN RECYCLING TPSolar werkt volgens circulair economische principes, waarbij zij ernaar streeft om zo veel mogelijk hoogwaardig recyclebare materialen te gebruiken. Een voorbeeld hiervan zijn de draagconstructies van de zonnepanelen, deze worden gemaakt van gegalvaniseerd staal. Deze constructies zijn volledig recyclebaar, waarbij het staal hoogwaardig hergebruikt kan worden zonder verlies van functionaliteit. TPSolar bouwt en werkt volledig conform WEEE/AEEA-specificaties (Europese recyclingwetgeving). TPSolar is lid van ZRN (stichting Zonne-energie Recycling Nederland), het grootste Nederlandse zonnepaneelrecyclinginitiatief waarin wordt samengewerkt met ELSi2, een splinternieuwe recyclingfabriek die minimaal 95% van de materialen uit een zonnepaneel weet terug te winnen voor hergebruik (conventionele recycling van zonnepanelen komt meestal niet hoger dan 85%). De looptijd van het zonnepark betreft 25 jaar. Aan het einde van de looptijd wordt de grond weer opgeleverd zoals hij voor gebruik werd verkregen, dit wordt geborgd in de anterieure overeenkomst met gemeente Laarbeek. Deze termijn wordt later vastgelegd in de omgevingsvergunning. Na 25 jaar zal het zonnepark bij voorkeur door een lokale partij worden afgebroken.

PRINCIPEVERZOEK | Zonnepark Vossenberg

15

3. BELEID In dit hoofdstuk wordt ingegaan op het relevante rijks, provinciaal en gemeentelijk beleid dat van toepassing is op de beoogde activiteit.

3.1

RIJKSBELEID

3.1.1 STRUCTUURVISIE INFRASTRUCTUUR EN RUIMTE In de ‘Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte’ (SVIR) staat de visie van de overheid op de ruimtelijke ontwikkeling van Nederland. In de SVIR zijn 3 hoofddoelen beschreven voor de periode tot 2028: • • •

Verbetering concurrentiekracht; Verbetering bereikbaarheid; Verbetering leefomgeving, milieu en water.

3.1.2 BESLUIT ALGEMENE RUIMTELIJKE ORDENING (BARRO) EN BESLUIT RUIMTELIJKE ORDENING (BRO) Om de doelen uit de SVIR mogelijk te maken heeft de overheid twee besluiten genomen: •

•

Het besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro). Dit bevat regels die vooral gericht zijn op de nationale belangen. Een zonnepark raakt geen van de onderwerpen in de Barro. Dit besluit is dan ook niet van toepassing op dit initiatief; Het besluit ruimtelijke ordening (Bro). Het Bro geeft aan lagere overheden zoals gemeenten kaders voor afweging en besluitvorming bij ruimtelijke ordening. Er moet een verantwoording plaatsvinden volgens de systematiek van de zogenaamde ‘ladder voor duurzame verstedelijking’. De ontwikkeling van een zonnepark wordt echter niet gezien als een nieuwe stedelijke ontwikkeling en valt dus ook buiten de Bro.

3.1.3 ENERGIEAKKOORD , KLIMAATWET EN KLIMAATAKKOORD De overheid wil de komende jaren voorrang geven aan duurzame, hernieuwbare energie, en aan het beter geschikt maken van onze elektriciteitsnetwerken. De basis hiervoor is gelegd met het ‘Energieakkoord voor duurzame groei’ in 2013. Een van de hoofddoelen uit dit akkoord is het opwekken van minstens 14% schone energie in 2020, en minstens 16% in 2023. Eind 2018 werd pas circa 7,3% van het totale energieverbruik duurzaam opgewekt, dus er is een forse inhaalslag nodig. De overheid heeft in 2019 ook de Klimaatwet (lokale invulling van het VN-klimaatakkoord dat Nederland in 2016 ondertekende), en het nationaal Klimaatakkoord. Hierin wordt als doel gesteld om in 2030 een reductie van 49% CO2-uitstoot te bereiken. Dat houdt onder meer een significante vermindering van het gebruik van fossiele brandstoffen in, welke door een verhoogde productie van schone energie gecompenseerd zal moeten worden.

3.1.4 LADDER VOOR DUURZAME VERSTEDELIJKING In de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte staat de zogenaamde ‘Ladder voor duurzame verstedelijking’. Dit is een manier om nieuwe (bouw)initiatieven te toetsen op een goed gebruik van de beschikbare ruimte. Hierin staat dat je pas buiten het bestaande stedelijk gebied een bouwproject mag doen als je kunt laten zien dat het binnen dat bestaande stedelijke gebied niet past. Volgens het oordeel van de Rechtbank Overijssel kan een zonnepark echter niet worden gezien als een stedelijke ontwikkeling (ECLI:NL:RBOVE:2018:1387) en het initiatief van TPSolar hoeft dus niet aan de Ladder te worden getoetst.

PRINCIPEVERZOEK | Zonnepark Vossenberg

16

3.1.5 CONCLUSIE Het zonnepark voldoet aan de regels van de SVIR, Barro en Bro. Bovendien draagt het project bij aan het halen van de doelstellingen in het Energieakkoord, de Klimaatwet en het Klimaatakkoord. De Ladder voor duurzame verstedelijking is niet van toepassing.

3.2

PROVINCIAAL BELEID

3.2.1 INTERIM OMGEVINGSVERORDENING OKTOBER 2019 De Interim Omgevingsverordening Oktober 2019 (IOV) vervangt in aanloop naar de nieuwe Omgevingswet de tot nu toe geldende provinciale plannen en regels op het gebied van ruimtelijke ordening, waaronder de Structuurvisie ruimtelijke ordening, de Verordening Ruimte en de Provinciale Milieu Verordening. Zonneparken In de IOV heeft de provincie Noord-Brabant artikel 3.41 gewijd aan het toestaan van zonneparken in landelijk gebied. In het eerste lid van dit artikel is vastgelegd dat zonneparken in landelijk gebied zijn toegestaan als: •

•

• •

•

Uit onderzoek blijkt dat de capaciteit voor het opwekken van duurzame energie in stedelijk gebied op bestaande bouwpercelen – en rekening houdend met de ontwikkelingsmogelijkheden van windenergie – onvoldoende is; De vestiging van een zonnepark past in het onderzoek naar geschikte locaties voor zelfstandige opstellingen van zonnepanelen, gelet op zorgvuldig ruimtegebruik en omgevingskwaliteit. De locatie is aangewezen door gemeente Laarbeek als mogelijke planlocatie (zie figuur 5) en de locatie is geschikt voor het toepassen van agrarisch dubbelgrond gebruik en er wordt biodiversiteit stimulerende landschappelijke inpassing aangeplant ter ondersteuning van struweel- en akkervogels; De ontwikkeling van het zonnepark qua omvang inpasbaar is in de omgeving. Het zonnepark wordt landschappelijke ingepast door de bestaande lijn structuren te versterken en terug te laten komen; De ontwikkeling van het zonnepark een maatschappelijke meerwaarde geeft. Door onze burgerparticipatie mogelijkheden o.a. het gebiedsfonds wat TPSolar bij elk zonnepark opricht, en de bijdrage die het zonnepark levert aan de lokale energietransitie; De ontwikkeling van het zonnepark op regionaal niveau is afgestemd met omliggende gemeenten en de netbeheerder, gelet op de ontwikkeling van overige duurzame-energie-initiatieven in de omgeving.

Gedurende het gehele proces zal TPSolar met alle betrokken partijen samenwerken en overleggen.

In het tweede lid van het artikel over zonneparken wordt de maatschappelijke meerwaarde van zonneparken onderbouwd vanuit de mate van meervoudig ruimtegebruik, de maatregelen die getroffen worden om de impact op de omgeving te beperken en de bijdrage die wordt geleverd aan andere maatschappelijke doelen.

3.2.2 STRUCTUURVISIE PROVINCIE NOORD-BRABANT ‘Ruimte voor duurzame energie’ is één van de 14 ruimtelijke pijlers uit de structuurvisie van de provincie. De IOV geeft vervolgens regels voor zonneparken in gemengd landelijk gebied. Het gaat om: •

•

Tijdelijk karakter: Zoals aangegeven in paragraaf 1.3 wordt een Omgevingsvergunning in afwijking van het bestemmingsplan verleend voor de duur van 25 jaar, waarna het zonnepark weer wordt afgebroken en de oorspronkelijke situatie wordt hersteld. Ter borging worden door gemeente en initiatiefnemer nadere afspraken vastgelegd in een anterieure overeenkomst; Bijdrage aan maatschappelijke doelen: o De initiatiefnemer biedt de lokale gemeenschap de mogelijkheid om te participeren in het zonnepark via crowdfunding en/of via de lokale energie coöperatie; o Er wordt met de energie-afnemer afspraken gemaakt over lokale stroomafname;

PRINCIPEVERZOEK | Zonnepark Vossenberg

17

o

De initiatiefnemer gaat via een gebiedsfonds duurzaamheidsprojecten in de omgeving stimuleren. Hiervoor zal een jaarlijkse bijdrage geleverd worden van 320 €/MWp gedurende de SDE-subsidie periode van 15 jaar.

Dit is verder uitgewerkt in hoofdstuk 5 Participatie & uitvoerbaarheid.

3.2.3 PROVINCIALE MILIEUVERORDENING In de Provinciale milieuverordening Noord-Brabant (PMV) zijn milieuregels opgenomen die het drinkwater moeten beschermen. Het grondwater rond de Brabantse drinkwaterwinningen wordt beschermd met speciale zones. In Noord-Brabant zijn veertig gebieden waar grondwater wordt opgepompt om drinkwater van te maken. Met beschermende maatregelen ziet de provincie erop toe dat het grondwater in deze gebieden niet vervuild raakt. In verschillende beschermingszones is het dan ook verboden om bodembedreigende activiteiten uit te voeren. Er zijn verschillende beschermingszones waarvoor eigen regels gelden: • • •

Het waterwingebied direct rond de pompputten; Het grondwaterbeschermingsgebied; De boringvrije zone.

Het zonnepark ligt niet binnen een speciale waterbeschermingszone, waardoor de PMV niet van toepassing is.

3.2.4 VERORDENING RUIMTE Nieuwe ontwikkelingen bieden een kans voor behoud en ontwikkeling van het landschap. De hoofdregel is dat de ontwikkelruimte dient bij te dragen aan het versterken van de ruimtelijke kwaliteit. Het ontwikkelen van het landschap reikt verder dan vasthouden aan wat er is, ontwikkelen van het landschap gaat dan ook om het toevoegen van nieuwe kwaliteiten. De zorgplicht voor ruimtelijke kwaliteiten bepaalt dat: • • •

Er zorgvuldig wordt omgegaan met het ruimtegebruik; Er rekening wordt gehouden met de omgeving; De ontwikkeling bijdraagt aan het behoud of versterking van de ruimtelijke kwaliteit.

Bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen wil de provincie dat de initiatiefnemer zorgt voor een kwaliteitsverbetering van het landschap om daarmee het verlies aan omgevingskwaliteit te beperken. Concreet betekent dit dat passende functies zich kunnen ontwikkelen als er ook een prestatie voor het landschap tegenover staat. Daardoor wordt aantasting van de basiskwaliteit en verlies van ecologische, cultuurhistorische en landschappelijke waarden voorkomen. Ontwikkelingen die passen bij de aard, schaal en functie van het landelijk gebied zijn mogelijk. In principe gaat de provincie uit van de realisering van een fysieke prestatie op de projectlocatie en/of directe projectomgeving. Indien dat niet mogelijk is, is de vorming van gemeentelijk of regionaal landschapsfonds een optie. Het is aan de gemeenten om invulling te geven aan ruimtelijke kwaliteit op lokaal niveau. Als uitgangspunt zijn de gebiedspaspoorten. Hierin geeft de provincie aan wat zij van belang vindt voor de kwaliteit van een gebied of landschapstype. Het plangebied ligt in het gebiedspaspoort: ‘Meijerij’, zie ook Bijlage B: Landschappelijk inpassingsplan.

3.2.5 CONCLUSIE Geconcludeerd wordt dat de voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling in overeenstemming is met het verankerde provinciaal ruimtelijk beleid en het beoogde plan bijdraagt aan het behoud en het ontwikkelen van de ruimtelijke kwaliteit conform de eisen en wensen van provincie Noord-Brabant.

PRINCIPEVERZOEK | Zonnepark Vossenberg

18

3.3

GEMEENTELIJK BELEID

3.3.1 LANDSCHAPSONTWIKKELINGSPLAN Het landschap is geen statisch, maar een dynamisch geheel, dat voortdurend aan verandering onderhevig is. Om nieuwe ontwikkelingen een plaats te kunnen geven in het buitengebied heeft de gemeente de kernkwaliteiten van het buitengebied benoemd. Dit zijn de grote verscheidenheid aan landschapstypen, de diversiteit in groenelementen welke voor de natuur waardevol zijn en tevens als 'mooi en prettig' worden ervaren en de cultuurhistorische waarden, die op verschillende plekken duidelijk waarneembaar aanwezig zijn.

Ecologische kwaliteiten Binnen de gemeentegrenzen zijn een drietal gebieden te onderscheiden met ieder een eigen ecologische kwaliteit. Deze gebieden zijn: • • •

De hoogst gewaarde ecologische kwaliteiten bevinden zich in de randen van de bossen, struwelen, landgoederen en de ecologische verbindingen langs watergangen en wegen; Diverse groene elementen in het buitengebied vormen een fijn netwerk in en tussen de verschillende landschapstypen in het plangebied en vormen de basiskwaliteit; De kernen zijn compact en hebben een lage ecologische waarde.

Het plangebied ligt in het gebied: Middel agrarisch structuurrijk landschap, zie Figuur 11.

F IGUUR 11: E COLOGISCHE KWALITEITEN L AARBEEK , GROEN HOGE ECOLOGISCHE WAARDE , LICHTGROEN MIDDEL ECOLOGISCHE WAARDE EN IN HET GEEL DE BEWONINGSKERNEN MET EEN LAGE ECOL OGISCHE WAARDE . H ET PLANGEBIED IS INDICATIEF AANGEGEVEN IN HET ROOD . B RON LOP GEMEENTE L AARBEEK .

3.3.2 VISIE OP GROOTSCHALIGE OPWEK VAN DUURZAME ENERGIE IN LAARBEEK 2019 De gemeente kent een bijzondere ruimtelijke kwaliteit, die ontleend wordt aan het gevarieerde landschap met hoge, landschappelijke, cultuurhistorische en natuurwaarden. Met de visie op grootschalige opwek van duurzame energie Laarbeek geeft de gemeente helderheid hoe zij duurzame energie willen opwekken en welke gebieden als kansrijk worden gezien. Deze visie ligt ten grondslag aan het ontwerp van het beoogde Zonnepark Vossenberg. Het plangebied ligt in het Pionierslandschap wat een zoekgebied is waar grootschalige zonnevelden op land mogelijk zijn, zie Figuur 5.

PRINCIPEVERZOEK | Zonnepark Vossenberg

19

Vier typen voorwaarden Gemeente Laarbeek wil graag de regie houden bij de uitvoering van duurzame energieprojecten. Doormiddel van het opstellen van verschillende typen voorwaarden wil de gemeente deze zorgvuldigheid borgen. De gemeente heeft gebaseerd op landelijke en provinciale regels en eigen inbreng hiervoor vier verschillende type opgesteld namelijk: 1. 2. 3. 4.

Voorwaarden voor landschappelijke inpassing; Voorwaarden voor maatschappelijke meerwaarde; Participatievoorwaarden; Procedurele en technische voorwaarden.

Voorwaarden voor landschappelijke inpassing Veranderingen in het landgebruik kan men vaak op grote afstand zien. Dat maakt een goede landschappelijke inpassing extra belangrijk. Voor grootschalige duurzame opwek zijn niet alle gebieden in gemeente Laarbeek geschikt. Voor de ontwikkeling van grootschalige opwekking van duurzame energie betekent dat het beoogde project dient aan te tonen dat: • • • •

Het ligt in een geschikt landschapstype; De geschiktheid van de precieze locatie; De wijze van landschappelijke inpassing van het project, welke dient te passen in de omgeving; De wijze en onderbouwing van dubbelgrondgebruik.

Het plangebied ligt in het geschikte landschapstype het Pionierslandschap, zie Figuur 5. Daarnaast past het plan op de specifieke locatie in het gebied. Dit komt doordat er al bestaande landschappelijke elementen en agrarische bebouwing rondom het plangebied staan. Hierdoor valt het beoogde plan deels weg tegen de al bestaande landschappelijke elementen. Hierdoor past het initiatief binnen de bestaande structuren van de omgeving. Met de gekozen aan te leggen landschappelijke elementen geeft het beoogde zonnepark invulling aan uitdagingen van gemeente Laarbeek. In en rondom het plangebied wordt de biodiversiteit versterkt door een leefgebied voor insecten, inheemse bijen, vlinders en struweel- en akkervogels te creëren. Tevens zal de inpassing in combinatie met de bestaande landschappelijke elementen het directe zicht op het zonnepark minimaliseren. De gronden welke momenteel op een monoculturele manier bewerkt worden zullen verrijkt worden door diverse ecologische zones en akkerflora (welke op extensieve wijze beheerd worden). Ook zal de nader te bepalen agrarische inpassing zorgen voor zowel een ecologische als agrarische dubbelfunctie van het plangebied zorgen.

Voorwaarden voor maatschappelijke meerwaarde & participatievoorwaarden Het beoogde project dient zo te worden vormgegeven dat dat de inwoners van Laarbeek kunnen profiteren van het project. Er dient een zowel een ruimtelijke bijdrage/meerwaarde als de mogelijkheid om financieel te participeren in het project te worden gerealiseerd. De ruimtelijke bijdrage/meerwaarde is in het voorgaande hoofdstuk en in de voorgaande paragraaf beschreven en in het hoofdstuk Participatie & uitvoerbaarheid van dit principeverzoek worden de (financiële) participatiemogelijkheden beschreven.

Procedurele en technische voorwaarden Dit zijn voorwaarden met de betrekking tot het doorlopen van de juiste procedures, van de aanvraag, de bouw, het beheer en de afbraak van het project. Daarnaast worden in deze voorwaarden veiligheidseisen aan het project gesteld. Deze eisen en voorwaarden zullen TPSolar en gemeente Laarbeek borgen in de anterieure overeenkomst.

PRINCIPEVERZOEK | Zonnepark Vossenberg

20

3.3.3 CONCLUSIE In het buitengebied van Laarbeek liggen mogelijkheden voor de opwekking van duurzame energie. Met alleen kleinschalige opwekking kan Laarbeek niet energieneutraal worden, ook meer grootschalige opwekking van duurzame energie is nodig. Echter moet er bewust worden omgegaan met de beschikbare ruimte in het buitengebied en de aanwezige landschappelijke waarden. De voorgestelde inrichting van het beoogde Zonnepark Vossenberg past binnen het beleid van gemeente Laarbeek en het draagt bij aan de duurzame energietransitie van de gemeente.

PRINCIPEVERZOEK | Zonnepark Vossenberg

21

4. OMGEVINGSASPECTEN 4.1

ECOLOGIE

Bescherming in het kader van de natuur is op te delen in gebieds- en soortenbescherming. De soortenbescherming is sinds 1 januari 2017 geregeld in de nieuwe Wet Natuurbescherming. De gebiedsbescherming is geregeld in de Wet Natuurbescherming en het Natuurnetwerk Nederland (NNN), waarbinnen onder meer de Natura 2000-gebieden vallen.

4.1.1 GEBIEDSBESCHERMING Natura 2000 Er liggen geen Natura 2000-gebieden in de omgeving van het plangebied. Het dichtstbijzijnde gebied is Strabrechtse Heide en Beuven is circa 16 km verwijderd van de planlocatie. Gezien de aard en schaal van de ingreep is een AERIUS-calculatie nodig, zie Bijlage D: AERIUS-calculatie. Het resultaat van de AERIUS-calculator luidt als volgt: er zijn geen rekenresultaten hoger dan 0,00 mol/ha/jaar. Dit betekent dat het aanleggen van Zonnepark Vossenberg in Mariahout in gemeente Laarbeek geen effect zal hebben op omliggende Natura 2000-gebieden.

Natuur Netwerk Nederland (NNN) De planlocatie ligt niet binnen de begrenzing van het Natuurnetwerk Brabant en de Groene Ontwikkelingszone (GO). De dichtstbijzijnde gebieden liggen op circa 1 kilometer ten zuiden van de planlocatie. De ingrepen vinden plaats buiten deze provinciaal beschermde gebieden en hebben geen effect op de kernkwaliteiten en ontwikkelingsdoelen. Nader onderzoek naar externe effecten is niet nodig.

Conclusie De ingrepen behorend tot het project leiden niet tot effecten op beschermde natuurgebieden, zoals aantasting van kernkwaliteiten of doelstellingen van het Natuurnetwerk Nederland of externe effecten op Natura 2000gebieden. Dit is geconcludeerd in de QuickScan flora en fauna die TPSolar heeft laten uitvoeren door het ecologisch bureau Otte Groenadvies, zie Bijlage C: Quickscan flora en fauna.

4.1.2 SOORTENBESCHERMING Om te beoordelen of het voorgenomen plan voldoet aan de Wet Natuurbescherming is een veldbezoek uitgevoerd door Otte Groenadvies. De conclusies zijn als volgt (Bijlage C: Quickscan flora en fauna): •

•

•

•

In en rondom de planlocatie zijn geen sporen aangetroffen die duiden op aanwezigheid van beschermde soorten. Het ontbreekt aan een geschikt leefgebied voor zwaarder beschermde soorten en dergelijke soorten komen dan ook met zekerheid niet voor op de planlocatie; Boven de planlocatie wordt mogelijk gefoerageerd door vleermuizen. Hier is echter geen sprake van een foerageergebied welke van essentieel belang is. Tevens valt niet te verwachten dat het zonnepark negatieve invloed heeft op eventueel aanwezige vlieg- en foerageerroutes van vleermuizen. Er wordt gewerkt met vleermuisvriendelijke verlichting en de verlichting is dynamisch. Te allen tijde moet de verlichting naar beneden gericht zijn om verstoring door middel van strooilicht te voorkomen; De omgeving van het plangebied is geschikt voor algemene broedvogels. Het plangebied biedt mogelijkheden voor nestlocaties. Tijdens de inventarisatie zijn geen nesten, nestactiviteiten en/of nestrestanten op de planlocatie en de erfbeplanting langs de planlocatie aangetroffen; Om schade aan broedsels te voorkomen, wordt geadviseerd om buiten het broedseizoen te werken. De piek van het broedseizoen ligt in de periode half maart-half juli, maar eerdere en latere broedgevallen

PRINCIPEVERZOEK | Zonnepark Vossenberg

22

•

komen voor. Het is mogelijk om tijdens het broedseizoen te werken wanneer maatregelen zijn genomen om broedgevallen te voorkomen of wanneer een inspectie uitwijst dat geen broedsels aanwezig zijn; Het inrichten van een zonnepark heeft op de genoemde locatie geen negatieve invloed op amfibieën, reptielen, vissen en ongewervelden.

4.2

ARCHEOLOGIE

De voor ‘Waarde – Archeologie 2’ aangewezen gronden zijn, behalve voor de daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor het behoud en de bescherming van de te verwachten archeologische waarden in de bodem. Indien over een totale oppervlakte van 100 m2 of meer grond wordt geroerd, is een archeologisch vooronderzoek verplicht. In Tabel 2 zijn alle werkzaamheden opgenomen die voor grondverstoring zorgen. T ABEL 2: V ERSTOORDE M ² GROND BIJ BOUW VAN Z ONNEPARK V OSSENBERG

Betreft Bekabeling Poort Hekwerk Paneelconstructie Transformatorstation Overige funderingen

Werkzaamheden 500 meter sleuf van 10 cm breed Betonfundering 2 poortstaanders (80x80 cm) 460 palen 2600 H-constructies Fundering transformatorstation Hoekpalen 4 x (1 m²), inkoopstation (5 m²), cameramast (0.5 m²) Totaal aantal te verstoren m²

Werkdiepte 60 cm 80 cm 80 cm 150 cm 80 cm 60 cm

Verstoorde m² 50 1,3 1,3 1,8 3,3 6,5 63,7

Voor het realiseren van Zonnepark Vossenberg wordt naar schatting 63,7 m² verstoord, hetgeen binnen de grens van 100 m² blijft. Hierdoor is geen archeologisch vooronderzoek noodzakelijk. Het aspect archeologie levert op deze locatie geen belemmering op voor de aanleg van Zonnepark Vossenberg.

4.3

CULTUURHISTORIE

Op grond van het Besluit ruimtelijke ordening moeten naast archeologische ook cultuurhistorische waarden in het plangebied worden meegewogen bij een bestemmingsplanwijziging. Het landschap is zeer dynamisch door de vele (ruimtelijke) ontwikkelingen die in het gebied plaatsvinden. Deze aanpassing hangt samen met de veranderende betekenis die aan het landschap wordt toegekend. Tot in de jaren na de Tweede Wereldoorlog werd het landschap met name als agrarisch productiegebied gezien, nu wordt het landschap in toenemende mate beschouwd als uitloopgebied voor de stedeling, als cultuurhistorisch erfgoed en leefgebied voor flora en fauna. Tot op heden leggen grootschalige ontwikkelingen, zoals nieuwe industrieterreinen en woonwijken hun claim op het landschap. Ook door ruilverkaveling neemt de verscheidenheid in maatvoering van het landschap af. Ondanks de vele ruimtelijke ontwikkelingen, is de structuur en functie van het plangebied daarentegen nauwelijks aan invloed onderhevig geweest. Het oorspronkelijke karakter van het landschap is nog duidelijk zichtbaar in het plangebied. Figuur 12 & Figuur 13 laten in tijd de ruimtelijke ontwikkelingen van het plangebied en omgeving zien. De ontwikkelingslocatie ligt in een open jong heideontginningslandschap, welke sinds 1950 steeds systematischer en grootschaliger is geworden.

Waarin veelal blokvormige verkaveling, verspreide bebouwingsblokken en rechte wegen voorkomen. De functie van het plangebied is nauwelijks veranderd.

PRINCIPEVERZOEK | Zonnepark Vossenberg

23

F IGUUR 12: PLANGEBIED EN OMGEVING ROND 1950. B RON: G EMEENTE L AARBEEK

F IGUUR 13: PLANGEBIED EN OMGEVING ROND 1975. B RON: G EMEENTE L AARBEEK

Met het beoogde plan voor Zonnepark Vossenberg worden geen cultuurhistorische waarden aangetast.

4.4

BODEM

4.4.1 BODEMONDERZOEK Uit het bodemloket moet blijken of er al bodemonderzoeken zijn uitgevoerd op de planlocatie. Er zijn geen gevallen van bodemverontreiniging bekend. Er kan dus worden geconcludeerd dat de huidige milieuhygiënische bodemkwaliteit geen belemmering vormt voor de voorgenomen ontwikkeling. Het aspect bodemverontreiniging levert op deze locatie geen belemmering op voor de voorgenomen bestemmingswijziging.

4.4.2 BODEMKWALITEIT Het zonnepark wordt gebouwd op agrarische grond. Na afloop van de exploitatietermijn wordt het park opgeruimd en de materialen gerecycled waarna de grond weer voor agrarische toepassingen kan worden gebruikt. Dat de bodemkwaliteit na 25 jaar gebruik als zonnepark veranderd is, is te verwachten. De bodemsamenstelling van de agrarische percelen is zand. Er zijn een aantal factoren bekend die invloed hebben op de bodemkwaliteit4: licht, lucht, water en organische stof. Op basis hiervan worden de volgende maatregelen genomen: -

De panelen staan aan de voorzijde op ca. 80 cm hoogte vanaf de grond en aan de achterzjde ca. 300 cm hoogte vanaf de grond. Hierdoor is er genoeg ruimte voor directe en indirecte lichtinval en indirecte neerslag (regen die door de wind wordt meegevoerd) om de bodem onder de panelen te bereiken;

PRINCIPEVERZOEK | Zonnepark Vossenberg 4 prof.dr. W.H. van der Putten et al (2017) ‘Zonneparken en bodemafdekking’, Bodem, 4, p.18-21

24

-

-

De panelen worden in een zuidopstelling geplaatst (dus niet oost-west, omdat daarbij de grond vrijwel volledig wordt afgedekt); Tussen elke paneelrij is circa 3 meter vrije ruimte; De panelen worden niet strak tegen elkaar aan gemonteerd, maar met een kleine tussenruimte zodat regenwater niet alleen aan de voorzijde maar ook tussen de panelen door op de bodem terecht komt. Dit vermindert de kans op gronderosie aan de voorzijde van de paneelrijen (er valt veel minder water op één plek) en voorkomt verdroging van de bodem onder de panelen. Het vocht in de bodem onder de panelen verdampt minder door de schaduwwerking waardoor het ook met minder neerslag toe kan; Onder en tussen de panelen wordt bijgezaaid met bloemrijk/kruidenrijk grasland. Op die manier voorkomen we het dichtslaan en uitdrogen van de bodem, en bodemerosie; Uitgebloeide bloemen, zaadhulzen, afgevallen boombladeren en ander organisch materiaal kan zich door de wind goed over het park verspreiden. Dat zorgt er in elk geval voor dat er ook nieuwe toevoer van organische stof naar de bodem plaatsvindt.

Voldoende licht, lucht en vocht onder de panelen houdt niet alleen het gras in stand, maar is ook belangrijk voor het leven in de bodem dat weer van invloed is op de bodemkwaliteit. Uit Nederlands onderzoek door CLMonderzoek en advies5 blijkt dat zuidgeoriënteerde zonneparken de negatieve effecten van panelen op de bodem kunnen compenseren. In een zuidopstelling ontstaan verschillende microklimaten. Dit zorgt voor een rijk biodiversiteitsaanbod op het gebied van flora. Deze verschillende soorten vegetatie hebben baat bij verschillende omstandigheden en zorgen voor een diepe beworteling over het gehele plangebied. Hierdoor wordt er meer organische stof vastgelegd in de bodem. Het uitblijven van bewerking en bemesting van de bodem leidt tot de verbetering van de bodemkwaliteit door een toename aan micro-organismen, schimmels en regenwormen. Regenwormen houden namelijk niet van felle zon en zullen dus onder de panelen juist beter kunnen gedijen dan op open land. Dit verbetert de structuur van de bodem en daardoor neemt de bodem meer organische stof op. Daarnaast zorgt de toename aan biodiversiteit in de bodem voor minder uitspoeling, een beter ziektewerend vermogen en een groter herstellend vermogen bij een eventuele verstoring.

Met als gevolg dat de voorgestelde gevarieerde beplanting onder een zuidopstelling, een vergelijkbaar bodemkwaliteitsevenwicht bereikt als een perceel met dezelfde beplanting zonder panelen.

4.5

MILIEUEFFECTRAPPORTAGE

In bijlage C en D van het Besluit m.e.r. is aangegeven welke activiteiten in het kader van het bestemmingsplan m.e.r.-plichtig, project-m.e.r.-plichtig of m.e.r.-beoordeling-plichtig zijn. Een zonnepark komt niet voor in bijlage C en D, maar kan wel worden beschouwd als een energiecentrale. In onderdeel D 22.1 van het Besluit m.e.r. is daarvoor als grenswaarde een opgewekt vermogen van 200 MW opgenomen. In dit project betreft het een zonneveld dat circa 9 MW opwekt en dat ook qua 'uiterlijke verschijningsvorm' niet gelijk is te stellen aan een elektriciteitscentrale. Het project blijft dus ruimschoots onder de drempelwaarde van de D-lijst van het Besluit m.e.r. Uit de verrichte onderzoeken blijkt ook dat het plan geen negatieve milieueffecten op de omgeving heeft. Gezien de afwezigheid van die effecten is een m.e.r.-beoordeling dan ook niet nodig.

PRINCIPEVERZOEK | Zonnepark Vossenberg 5 Keuskamp, J. A. (2018). Zonneparken in agrarisch gebied : effecten op bodemkwaliteit Zonneparken in agrarisch gebied : effecten op bodemkwaliteit.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Laarbeek&id=df55fb20-1a98-4842-854c-511c61789778