12 20241219 Legesverordening 2025
Tekst van het document
bij gehele of gedeeltelijke intrekking op een tijdstip vanaf zes weken na de indiening van de aanvraag: van de voor de activiteit waarvoor de aanvraag is ingetrokken verschuldigde leges.
Artikel 2.58 Teruggaaf als gevolg van intrekking verleende omgevingsvergunning voor
25,000%
bouw- of milieubelastende activiteiten Als het college van burgemeester en wethouders een
25,000%
verleende omgevingsvergunning voor een bouw- of milieubelastende activiteit intrekt op aanvraag van de vergunninghouder, bestaat aanspraak op teruggaaf van een deel van de leges, mits deze aanvraag is ingediend binnen 12 maanden na verlening van de vergunning en van de vergunning geen gebruik is gemaakt. De teruggaaf bedraagt: van de voor de activiteit waarvoor de aanvraag is ingetrokken verschuldigde leges. Artikel 2.59 Teruggaaf als gevolg van het weigeren van een omgevingsvergunning voor bouw- of milieubelastende activiteiten a.
Als het college van burgemeester en wethouders een
25,000%
omgevingsvergunning voor een bouw- of milieubelastende activiteit weigert, bestaat aanspraak op teruggaaf van een deel van de leges met uitzondering van de in artikel 2.60 benoemde modaliteiten (verhogingen). De teruggaaf bedraagt: van de voor de activiteit waarvoor de omgevingsvergunning is geweigerd verschuldigde leges. b.
Onder een weigering bedoeld in onderdeel a wordt mede verstaan een vernietiging van de beschikking waarbij de vergunning is verleend bij rechterlijke uitspraak.
Artikel 2.60 Geen teruggaaf legesdeel modaliteiten In afwijking van de voorgaande artikelen van deze paragraaf wordt geen teruggaaf verleend van het legesdeel dat betrekking heeft op de modaliteiten genoemd in paragraaf 2.12. Artikel 2.61 Minimumbedrag voor teruggaaf Indien 50 % van de geheven leges minder bedraagt dan;
€ 100,00
dan wordt een bedrag terugbetaald dat gelijk is aan de
€ 100,00
geheven leges verminderd met;
Hoofdstuk 3 Europese dienstenrichtlijn Artikel
Omschrijving
Verkooptarief
Paragraaf 3.1 Horeca Artikel 3.1 Exploitatie openbare inrichting Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van: a.
een aanvraag om een vergunning tot het exploiteren van een openbare
€ 445,00
inrichting als bedoeld in artikel 2:28 van de Algemene plaatselijke verordening: b.
een aanvraag om een ontheffing van de sluitingstijd voor een openbare inrichting als bedoeld in artikel 2:29 van de Algemene Plaatselijke Verordening:
1.
per uur of gedeelte daarvan
€ 79,00
2.
vanaf één uur per dag gedurende een jaar
€ 644,00
3.
voor het in behandeling nemen van een ontheffing van de schenktijden
Nihil
zoals genoemd in artikel 3 van de Drank- en Horecaverordening gemeente Laarbeek voor een para commerciële inrichting Artikel 3.2 Uitoefenen horeca- of slijtersbedrijf Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van: a.
een aanvraag om een vergunning op grond van artikel 3 van de
€ 445,00
Alcoholwet: b.
een aanvraag om een ontheffing als bedoeld in artikel 4, vierde lid, van de
€ 64,00
Alcoholwet: c.
een melding als bedoeld in artikel 30 van de Alcoholwet
€ 127,00
d.
een aanvraag om wijziging van het aanhangsel als bedoeld in artikel 30a,
€ 127,00
tweede lid, van de Alcoholwet: e.
een aanvraag om een ontheffing als bedoeld in artikel 35 van de
€ 64,00
Alcoholwet: Paragraaf 3.2 Seksbedrijven Artikel 3.3 Vergunning seksbedrijf Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om een vergunning of om de verlenging van een vergunning als bedoeld in artikel 3:3 van de Algemene plaatselijke verordening: Artikel 3.4 Wijzigen vergunning seksbedrijf Niet van toepassing Paragraaf 3.3 Winkeltijdenwet Artikel 3.5 Ontheffing winkeltijden Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om:
€ 116,00
a.
een ontheffing in het kader van de Winkeltijdenwet:
€ 90,00
b.
wijziging van een in onderdeel a bedoelde ontheffing:
€ 90,00
Paragraaf 3.4 Organiseren evenement of markt Artikel 3.6 Organiseren evenement Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verlenen van een vergunning voor het organiseren van een evenement als bedoeld in hoofdstuk 2, afdeling 3 van de Algemene Plaatselijke Verordening Laarbeek (APV), paragraaf 3.2 van Evenementenbeleid 2023 Gemeente Laarbeek, artikel 148 Wegenverkeerswet 1994 (wedstrijden op de weg) en artikel 5:32 APV (crossen), indien het betreft: a.
Categorie A reguliere evenementen met een laag risico
b.
Categorie B evenementen met verhoogde aandacht
c.
Categorie C risicovolle evenementen
Nihil € 190,00 € 4.465,00
Artikel 3.7 Gereserveerd
Paragraaf 3.5 Standplaatsen Artikel 3.8 Gereserveerd Artikel 3.9 Gereserveerd Artikel 3.10 Losse standplaatsen 3.10
Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om een vergunning voor het innemen of hebben van een standplaats;
a.
voor een dag
€ 19,50
b.
voor een week
€ 36,00
c.
voor een maand, of gedeelte daarvan
€ 54,00
d.
voor een jaar, of gedeelte daarvan
€ 146,00
Paragraaf 3.6 Huisvestingswet 2014 [en Wet goed verhuurderschap] Artikel 3.11 Vergunning [of ontheffing] onttrekken woonruimte Niet van toepassing Artikel 3.12 Vergunning [of ontheffing] samenvoegen woonruimte Niet van toepassing Artikel 3.13 Vergunning [of ontheffing] omzetten zelfstandige in onzelfstandige woonruimte Niet van toepassing Artikel 3.14 Vergunning [of ontheffing] verbouwen woonruimte tot meer woonruimten Niet van toepassing Artikel 3.15 Splitsingsvergunning [of -ontheffing]
Niet van toepassing Artikel 3.16 Vergunning of ontheffing toeristische verhuur Niet van toepassing Artikel 3.17 Verhuurvergunning opkoopbescherming Niet van toepassing Artikel 3.18 Verhuurvergunning woon- of verblijfsruimte Niet van toepassing Paragraaf 3.7 In dit hoofdstuk niet benoemd besluit Artikel 3.19 Niet benoemd besluit op aanvraag a.
Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om
€ 222,00
een andere, in dit hoofdstuk niet benoemde vergunning, ontheffing of andere beschikking: b.
In geval verlening van de vergunning, ontheffing of beschikking als
€ 222,00
bedoeld in artikel 3.19, onder a, of elders in dit hoofdstuk, leidt tot het nemen van een tijdelijke verkeersmaatregel, worden de bedragen verhoogd met: Artikel 3.20 Kinderopvang Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag: a.
tot het in exploitatie nemen van een kindercentrum of gastouderbureau
€ 900,00
als bedoeld in artikel 1.45, eerste lid, van de Wet kinderopvang: b.
tot het in exploitatie nemen van een voorziening voor gastouderopvang
€ 900,00
als bedoeld in artikel 1.45, tweede lid, van de Wet kinderopvang: c.
tot het in exploitatie nemen van een voorziening voor gastouderopvang, als bedoeld in artikel 1.45, tweede lid, van de Wet kinderopvang, waarbij de houder van de voorziening, de gastouder, al in het landelijke register (lrkp) is opgenomen met een andere voorziening of waarbij het opvangadres al is geregistreerd als adres waar een voorziening voor gastouderopvang is gevestigd, waarbij niet langer dan 3 jaar (peildatum aanvraag) geleden een onderzoek heeft plaatsgevonden:
€ 900,00
Bijlage 2: ROEB lijst, behorende bij de Legesverordening 2025