12 20240410 Nota Kostenverhaal 2024
Tekst van het document
Nota Kostenverhaal 2024
Inhoud 1.
Toepassing van deze Nota Kostenverhaal 1.1.
Waarom een Nota Kostenverhaal? 3
1.2.
Voor wie is deze nota?
1.3.
Wat is de status van deze nota?
1.4. 2.
3
3 3
Wanneer is er sprake van kostenverhaal? 3 Werkwijze ruimtelijke initiatieven en kostenverhaal 5
Stap 1: Indiening principeverzoek 5 Stap 2: Indiening aanvraag voor ruimtelijk besluit
5
Stap 3: Vastleggen afspraken in anterieure overeenkomst
5
Stap 4: Ruimtelijke procedure 6 3.
Uitvoering kostenverhaal
7
3.1.
Processchema
7
3.2.
Projectcategorieën
8
3.3.
Voorschotbijdrage
8
3.4.
Betaling en financiële zekerheid
9
3.5.
Herziening Nota Kostenverhaal
9
4.
Wat is kostenverhaal?
10
4.1.
Wettelijk kader
10
4.2.
Verhaalbare kosten
11
Bijlage 1 – Vertaaltabel Wro naar Ow
14
2
1. Toepassing van deze Nota Kostenverhaal 1.1.
Waarom een Nota Kostenverhaal?
In Laarbeek wordt een situationeel grondbeleid gevoerd. Dat betekent dat op projectniveau een keuze wordt gemaakt tussen actief en faciliterend grondbeleid. Bij actief grondbeleid is het kostenverhaal verzekerd door opbrengsten uit grondverkopen. Bij faciliterend grondbeleid laat de gemeente de ontwikkeling over aan een initiatiefnemer. Ook bij faciliterend grondbeleid worden er kosten gemaakt door de gemeente. De gemeente is verplicht tot het verhalen van deze kosten op initiatiefnemers. In deze Nota Kostenverhaal leggen we vast hoe we omgaan met kostenverhaal bij ruimtelijke initiatieven. Het doel van deze nota is het bieden van een eenduidige en transparante werkwijze voor alle betrokkenen. De Brochure kostenverhaal biedt specifiek voor initiatiefnemers een handreiking voor de kostenverhaalssystematiek in de gemeente Laarbeek. 1.2.
Voor wie is deze nota?
Deze nota is bedoeld voor iedereen die betrokken is bij (nieuwe) initiatieven die niet passen in het omgevingsplan. Dat wil zeggen dat deze nota geldt voor zowel de initiatiefnemer als voor de gemeente. 1.3.
Wat is de status van deze nota?
Deze nota heeft een verplicht karakter voor alle nieuwe bouwactiviteiten die niet passen binnen het omgevingsplan en waar nog geen anterieure overeenkomst is afgesloten tussen de initiatiefnemer en de gemeente. In een anterieure overeenkomst worden voorwaarden afgesproken waaronder de gemeente wil en kan meewerken aan het in procedure brengen van een bouwactiviteit. 1.4.
Wanneer is er sprake van kostenverhaal?
Als er gebouwd, verbouwd, uitgebreid wordt en dit past niet binnen het omgevingsplan dan spreken we van een bouwactiviteit. In dat geval dient er een aangepast omgevingsplan te worden vastgelegd of dient er een nadere uitwerking te komen via een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (hierna BOPA). De gemeente is verplicht om de kosten die zij maakt voor ‘aangewezen bouwactiviteiten’ en ‘aangewezen activiteiten vanwege gebruikswijzigingen’ te verhalen op de initiatiefnemer1. De legesverordening is van toepassing op niet-aangewezen bouwactiviteiten. Het kan gaan om het (ver)bouwen van woningen, commerciële functies en het vergroten van de bedrijfsactiviteiten op een perceel. Hieronder wordt kort aangegeven wat er verstaan wordt onder een aangewezen bouwactiviteit: Wonen • De bouw van één of meer woningen; • De uitbereiding van een bestaand gebouw met ten minste 1.000 m2 bruto vloeroppervlak of met één of meer woningen;
1
Zie afdeling 13.6 Omgevingswet
3
•
De verbouwing van één of meer aaneengesloten gebouwen waarbij de functie veranderd naar wonen.
Commerciële functies en/ of vergroten van bedrijfsactiviteiten • • • •
De bouw van één of meer andere (hoofd)gebouwen; De uitbreiding van een bestaand perceel, waarbij de oppervlakte toeneemt met ten minste 1.000 m2; De bouw van kassen met een oppervlakte van ten minste 1.000 m2 bruto vloeroppervlak; De verbouwing van één of meer aaneengesloten gebouwen waarbij de functie verandert met meer dan 1.500 m2 bruto vloeroppervlak.
4
2. Werkwijze ruimtelijke initiatieven en kostenverhaal Bij het indienen van een ruimtelijk initiatief voor een aangewezen bouwactiviteit hanteren wij in de gemeente Laarbeek een vaste werkwijze. Met deze vaste werkwijze handelen wij transparant en weet eenieder wat hij kan verwachten. Deze werkwijze bestaat uit verschillende stappen die hieronder worden toegelicht. Stap 1: Indiening principeverzoek Bij plannen om woningen, terrein of bebouwing te veranderen, die niet in het omgevingsplan passen, wordt een principeverzoek ingediend. Het principeverzoek wordt dan behandeld en hieruit vloeit een principebesluit. Bij een positief principebesluit gaat de gemeente Laarbeek in de basis akkoord met het principeverzoek. Hierna dient een aanvraag ingediend te worden bij de intake- en omgevingstafel. Voor het in behandeling nemen van een principeverzoek dienen leges te worden betaald. Meer informatie over principeverzoeken en de legeskosten is te vinden op www.laarbeek.nl/principeverzoek. Stap 2: Indiening aanvraag voor ruimtelijk besluit Bij een principebesluit waarin door de gemeente is uitgesproken dat zij onder voorwaarden akkoord is met het gevraagde initiatief, kan worden overgegaan tot de volgende stap. De volgende stap is het indienen van een aanvraag bij de intake- en omgevingstafel om het benodigde ruimtelijke besluit te krijgen.
De aan te leveren informatie bij de aanvraag zal worden gecommuniceerd in de brief bij het principebesluit. Het krijgen van een positief principebesluit betekent niet dat het initiatief met zekerheid door kan gaan. Het ruimtelijke besluit moet namelijk nog genomen worden door het bestuur (college van burgemeester en wethouders en/of de gemeenteraad). De gemeente bereidt de ruimtelijke procedure voor en legt het initiatief ter beoordeling voor aan het bestuur. Deze inspanningsverplichting wordt tevens vastgelegd in een (anterieure) overeenkomst. Een anterieure overeenkomst wordt altijd getekend vóórdat het ruimtelijk besluit wordt genomen. Voor de behandeling van de aanvraag voor het ruimtelijk besluit kan, afhankelijk van de omvang van het project, een voorschotbijdrage in rekening worden gebracht. Deze voorschotbijdrage zal in mindering worden gebracht op de later vastgestelde exploitatiebijdrage. In paragraaf 3.3. wordt meer informatie gegeven over deze voorschotbijdrage. Stap 3: Vastleggen afspraken in anterieure overeenkomst Bij de uiteindelijke vaststelling van het ruimtelijke besluit worden inhoudelijke kaders en eisen aan de bouwactiviteit gesteld, bijvoorbeeld de welstandseisen of beeldkwaliteit. De gemeente zal tevens meedenken over de mogelijkheid om duurzaam te bouwen en hoe de bouwactiviteit bijdraagt aan de gemeentelijk ambities.
Verder worden afspraken gemaakt over de exploitatiebijdrage die de initiatiefnemer moet betalen aan de gemeente. Met de exploitatiebijdrage verzekert de gemeente dat de kosten die
5
zij maakt ten behoeve van de bouwactiviteit worden verhaald op de initiatiefnemer (zie hoofdstuk 4 in de brochure). Denk bijvoorbeeld aan kosten voor de ontsluiting van de bouwactiviteit, plankosten, enzovoorts. Afhankelijk van de bouwactiviteit is mogelijk een fondsbijdrage voor gebiedsoverstijgende kosten verschuldigd (bijvoorbeeld voor kwaliteitsimpulsen in het buitengebied). Alle afspraken met betrekking tot de bouwactiviteit en het kostenverhaal worden vastgelegd in de anterieure overeenkomst. Anterieur wil in dit geval zeggen: voorafgaand aan het ruimtelijk besluit. Stap 4: Ruimtelijke procedure Na ondertekening van de anterieure overeenkomst dient er een ruimtelijk plan op te worden gesteld. Dit ruimtelijk plan kan een wijziging van het omgevingsplan of een BOPA zijn, afhankelijk wat we met elkaar hebben afgesproken. We beoordelen de inhoud van het ruimtelijke plan en stemmen eventuele op– en aanmerkingen af. Deze ruimtelijke procedure bestaat uit de volgende fasen: het voorontwerp (optioneel), het ontwerp, de vaststelling en (eventueel) beroep.
6
3. Uitvoering kostenverhaal In dit hoofdstuk worden de uitvoeringsregels met betrekking tot het kostenverhaal in de gemeente Laarbeek beschreven. 3.1.
Processchema
7
3.2.
Projectcategorieën
De omvang van ruimtelijke initiatieven verschilt. In enkele gevallen worden de gemeentelijke kosten volledig gedekt door de leges. De initiatiefnemer is dan géén exploitatiebijdrage verschuldigd. Andersom is er géén separate legesbetaling nodig indien de initiatiefnemer een exploitatiebijdrage verstrekt aan de gemeente. Indien een initiatiefnemer in een eerder stadium leges heeft betaald en tevens een exploitatiebijdrage is verschuldigd, worden eerder betaalde leges in mindering genomen op de exploitatiebijdrage. Voor bouwplannen met enkel woonfuncties wordt onderscheid gemaakt in kleine en (middel)grote bouwplannen. Voor bouwplannen met overige functies is dat maatwerk. Kleine bouwplannen Bij bouwplannen met maximaal 2 woningen en waar géén sprake is van aanleg en overdracht van openbaar gebied aan de gemeente zal het kostenverhaal plaatsvinden via de legesverordening.
(Middel)grote bouwplannen Bij bouwplannen met meer dan 2 woningen en projecten waar sprake is van overdracht van openbaar gebied aan de gemeente zal het kostenverhaal plaatsvinden via een exploitatiebijdrage. De hoogte van de exploitatiebijdrage is maatwerk en wordt per project bepaald. Voor de bepaling van de gemeentelijke plan- en apparaatskosten wordt de plankostenscan van Informatiepunt Leefomgeving (IPLO) ingevuld. De overige te verhalen kosten worden geraamd door de gemeente en zullen volledig worden doorbelast aan de initiatiefnemer.
3.3.
Voorschotbijdrage
Bij projecten vanaf 20 woningen verlangt de gemeente een voorschotbijdrage van de initiatiefnemer. Indien er overige functies worden gerealiseerd, zal per project de afweging worden gemaakt of een voorschotbijdrage in rekening wordt gebracht. Deze voorschotbijdrage wordt betaald door de initiatiefnemer via een voorschotbrief of kan onderdeel zijn van een intentieovereenkomst. Deze bijdrage dekt de gemeentelijke kosten die gemaakt worden voor het in behandeling nemen van de aanvraag voor het ruimtelijk besluit (zie stap 2 in hoofdstuk 3). De betaalde voorschotbijdrage zal verrekend worden met de exploitatiebijdrage in de anterieure overeenkomst. Indien het project onverhoopt toch geen doorgang kan vinden vindt er géén verrekening plaats van het voorschot. De hoogte van deze voorschotbijdrage is een vast bedrag ter hoogte van €10.000,- of €25.000, afhankelijk van de omvang en mate van complexiteit van het initiatief. Indien de hoogte van het voorschot ontoereikend is om te komen tot een overeenkomst, kan tevens een tweede voorschot in rekening worden gebracht. Het college van burgmeester en wethouders heeft de mogelijkheid om met een collegebesluit af te wijken van bovengenoemd principe (voorschotbijdrage).
8
3.4.
Betaling en financiële zekerheid
Het college kan een besluit nemen om een bankgarantie te vragen bij de initiatiefnemer. De initiatiefnemer moet zekerheid kunnen bieden dat de exploitatiebijdrage betaald wordt. In dat geval moet de zekerheid binnen twee weken na het tekenen van de anterieure overeenkomst worden verstrekt. Als er geen zekerheid wordt verstrekt, dan zal niet worden gestart met de benodigde planologische procedures. De initiatiefnemer is 50% van de bijdrage verschuldigd binnen twee weken na het ondertekenen van de anterieure overeenkomst. De overige 50% van de exploitatiebijdrage is verschuldigd bij het onherroepelijk worden van het planologisch besluit. De gemeentelijke betaaltermijnen en voorwaarden zijn van kracht bij de facturatie.
3.5.
Herziening Nota Kostenverhaal
De beschreven werkwijze in deze Nota Kostenverhaal geldt vanaf 25 april 2024 voor alle ruimtelijke initiatieven waarvoor nog géén anterieure overeenkomst is vastgesteld, middels een collegebesluit zijn er uitzonderingen op deze regel mogelijk. Deze Nota Kostenverhaal zal periodiek worden geëvalueerd (minstens eens in de twee jaar).
9
4. Wat is kostenverhaal? Zoals al in hoofdstuk 1 is aangegeven is de gemeente wettelijk verplicht om kosten te verhalen 2. Dit gaat om kosten die de gemeente maakt voor bouwactiviteiten en ontwikkelingen van derde partijen die daar profijt van hebben. Hieronder wordt verder toegelicht op welke manier de gemeente kosten kan verhalen.
4.1.
Wettelijk kader
De gemeente kan op twee manieren kosten verhalen. Dit kan via de privaatrechtelijke of publiekrechtelijke weg. Privaatrechtelijke weg De privaatrechtelijke weg heeft de voorkeur boven de publiekrechtelijke weg. Via deze weg is er contractsvrijheid tussen de gemeente en initiatiefnemer. Deze afspraken worden vastgelegd in een anterieure overeenkomst. Het ondertekenen van deze overeenkomst vindt vóór het planologisch besluit plaats. In een anterieure overeenkomst kunnen naast afspraken over het kostenverhaal ook andere afspraken worden gemaakt met betrekking tot het initiatief. Publiekrechtelijk weg Als de gemeente en initiatiefnemer niet tot overeenstemming kunnen komen via de privaatrechtelijke weg, dan wordt het kostenverhaal via de publiekrechtelijke weg afgedwongen. De kostensoorten die kunnen worden verhaald, zijn beperkt en zijn vastgelegd in de kostensoortenlijst3. De gemeente is verplicht om kostenverhaalsregels in een wijziging van het omgevingsplan of kostenverhaalsvoorschriften op te nemen in de omgevingsvergunning voor een BOPA. Naast het verzekeren van kostenverhaal kunnen in de kostenverhaalsregels of -voorschriften afspraken worden gemaakt over de inrichting van de openbare ruimte, de nutsvoorzieningen en het bouwrijp maken.
Onder de Omgevingswet bestaat het publiekrechtelijk kostenverhaal uit twee modellen: het integraal model (kostenverhaal met tijdvak) en het organische model (kostenverhaal zonder tijdvak). Beide modellen kennen hun eigen voor- en nadelen. Er is géén standaardkeuze tussen het integrale en organische model. •
Integraal model o
Gebiedsontwikkeling met concreet eindbeeld dat binnen een bepaalde periode wordt gerealiseerd.
o
Kostenverhaal wordt bepaald op basis van een integrale benadering van het plangebied.
•
2 3
Organisch model o
Gebiedsontwikkeling zonder concreet eindbeeld of tijdsperiode.
o
Kostenverhaal wordt voor alle grondeigenaren separaat bepaald.
Conform afdeling 13.6 Omgevingswet Zie bijlage IV bij artikel 8.15 Omgevingsbesluit
10
4.2.
Verhaalbare kosten
Er zijn verschillende typen kosten die een gemeente kan verhalen op een initiatiefnemer: Gebiedseigen kosten Gebiedseigen kosten zijn kosten die voor 100% zijn toe te rekenen aan één gebiedsontwikkeling. Gebiedseigen kosten zijn maatwerk en worden dus per project bepaald. De kosten die kunnen worden verhaald, zijn vastgelegd in de kostensoortenlijst. De volgende categorieën vallen onder de gebiedseigen kosten die worden verhaald op initiatiefnemers: Categorie
Beschrijving
Gemeentelijke plan- en
De hoogte van de gemeentelijke plan- en apparaatskosten
apparaatskosten
worden bepaald via de plankostenscan conform de Omgevingsregeling.
Sloop- en onderzoekskosten
Dit betreft alle kosten die de gemeente Laarbeek moet maken met betrekking tot onderzoek en sloopwerkzaamheden gerelateerd aan de ontwikkeling.
Bouw- en woonrijp maken
Alle kosten gerelateerd aan de aanleg of aanpassing van de openbare ruimte welke worden veroorzaakt door uw bouwplan.
Nadeelcompensatie
Het uitkeren van nadeelcompensatie en de bijbehorende
(voorheen planschade)
procedurekosten als gevolg van de wijziging van het ruimtelijke besluit.
Compensatie
Het uitgangspunt is dat parkeerplaatsen op eigen terrein
parkeerplaatsen
worden gerealiseerd. Als de benodigde parkeerplaatsen niet op eigen terrein kunnen worden gerealiseerd, worden de kosten voor het realiseren van de parkeerplaatsen in de openbare ruimte volledig bij u in rekening gebracht.
Bovenwijkse voorzieningen Het is ook mogelijk dat meerdere ontwikkelingen profijt hebben van een investering. In dat geval spreken we van bovenwijkse voorzieningen. Dit beperkt zich overigens niet tot nieuwe ontwikkelingen, ook de bestaande bebouwing (stad, dorp, woonwijk, etc.) kan profijt hebben van bovenwijkse voorzieningen. Daarom worden kosten van de bovenwijkse voorziening niet alleen in rekening gebracht bij de nieuwe ontwikkelingen, maar ook bij de bestaande bebouwing. Bij de nieuwe ontwikkeling wordt een bijdrage gevraagd aan de initiatiefnemers of geleverd uit de gemeentelijke grondexploitatie. De toerekening van de bovenwijkse voorziening aan de bestaande bebouwing wordt gedekt uit de algemene middelen van de gemeente. Voor het toerekenen van bovenwijkse voorzieningen aan projecten moet worden voldaan aan de PPTcriteria. Deze criteria bestaan uit de volgende punten: •
Profijt (P): de ontwikkeling profiteert van de bovenwijkse voorziening;
•
Proportionaliteit (P): de kosten worden proportioneel verdeeld. Ontwikkelingen die meer profiteren, dragen meer bij;
11
•
Toerekenbaarheid (T): tussen de ontwikkeling en de bovenwijkse voorziening moet een causaal verband bestaan.
Een voorbeeld van een bovenwijkse voorziening is een wegverbreding voor de ontsluiting van meerdere wijken. De wegverbreding zorgt namelijk voor een betere doorstroming van het verkeer waardoor er meer verkeersbewegingen kunnen plaatsvinden. Zowel de nieuwe ontwikkelingen als de bestaande bebouwing hebben hier profijt van en zullen dus een (al dan niet indirecte) bijdrage leveren aan deze bovenwijkse voorziening. Het toerekenen van bovenwijkse voorzieningen is maatwerk. Per project zal een beoordeling worden gemaakt of een bijdrage aan bovenwijkse voorzieningen van toepassing is. Financiële bijdragen Financiële bijdragen zijn een nieuw instrument onder de Omgevingswet. De onderdelen bovenplanse kosten en bijdragen ruimtelijke ontwikkelingen uit de Wro worden hierdoor vervangen. De Omgevingswet maakt onderscheid tussen vrijwillige en afdwingbare financiële bijdragen. Bij financiële bijdragen levert de initiatiefnemer een bijdrage aan kosten die géén onderdeel uitmaken van de kostensoortenlijst en daardoor niet in aanmerking komen voor regulier kostenverhaal, maar wel bijdragen aan de kwaliteit van een gebied. De samenhang tussen een bouwactiviteit en de investering waarvoor een financiële bijdrage moet worden aangetoond in een Omgevingsvisie of in een afzonderlijk programma. De afdwingbare financiële bijdrage is een nieuw instrument onder de Omgevingswet.
De volgende categorieën ontwikkelingen komen in aanmerking voor een afdwingbare financiële bijdrage: •
aanpassing van de inrichting van het landelijk gebied voor de verbetering van landschappelijke waarden;
•
aanleg of verandering van aangewezen gebieden voor de bescherming van de natuur. Of voor het herstel van dieren- en/of plantensoorten die van nature in Nederland in het wild voorkomen;
•
aanleg van infrastructuur voor verkeers- en openbaarvervoernetwerken van gemeentelijk of regionaal belang;
•
aanleg van recreatievoorzieningen die onderdeel zijn van de gemeentelijke of regionale groenstructuur;
•
ontwikkelingen om een evenwichtige samenstelling van de woningvoorraad te bereiken;
•
stedelijke herstructurering.
Hierbij moet worden opgemerkt dat de regelingen voor kostenverhaal en de afdwingbare financiële bijdragen voor een concrete maatregel of bovenwijkse voorziening niet naast elkaar op dezelfde activiteiten kunnen worden toegepast. Als voor een bovenwijkse voorziening kostenverhaal mogelijk is, mag daarvoor geen afdwingbare financiële bijdrage worden gevraagd. Een initiatiefnemer die via het kostenverhaal al geheel of gedeeltelijk aan een bovenwijkse voorziening moet bijdragen kan dus niet voor diezelfde voorziening nog tot een financiële bijdrage worden verplicht. In de gemeente Laarbeek wordt op dit moment gewerkt met twee regelingen voor het verhalen van financiële bijdragen:
12
Landschapsinvesteringsregeling (LIR) 20174 Ruimtelijke ontwikkelingen buiten het bestaand stedelijk gebied moeten gepaard gaan met een fysieke verbetering van de aanwezige of potentiële kwaliteiten van bodem, water, natuur, landschap, cultuurhistorie of van de extensieve recreatieve mogelijkheden van het gebied of de omgeving (kwaliteitsverbetering van het landschap). De kwaliteitsverbetering is van toepassing op alle ontwikkelingen in het buitengebied die in strijd zijn met het Omgevingsplan. Concreet betekent dit dat een ruimtelijke ontwikkeling in het buitengebied dient te voorzien in een goede landschappelijke inpassing óf een inspanningsverplichting aangaat ten aanzien van de investering in de kwaliteit van het landschap. Fonds sociale woningbouw (nadere uitwerking) De mogelijkheden om een fonds sociale woningbouw op te richten in de gemeente Laarbeek worden op dit moment onderzocht. Een fonds sociale woningbouw moet bijdragen aan een evenwichtige samenstelling van de sociale woningbouwvoor-raad in de gemeente Laarbeek.
4
Voor meer informatie, zie: https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2017-75766.pdf
13
Bijlage 1 – Vertaaltabel Wro naar Ow Onderstaande tabel presenteert de equivalenten van termen uit de Wet ruimtelijke ordening (Wro) onder de Omgevingswet (Ow). Daarbij gelden twee opmerkingen: 1. De tabel bevat alleen termen die in het kader van deze Nota Kostenverhaal relevant zijn 2. Het betreft equivalenten en daarmee betreft het inhoudelijk niet altijd één op één vertalingen Onderwerp
Wet ruimtelijke ordening (Wro)
Locatie
Omgevingswet (Ow)
Locatie
Afdwingbaar
Exploitatieplan
Art. 6.12 lid 1
Kostenverhaalsregels
Paragraaf 13.6.3 Ow
Art 6.12 lid 2
Aangewezen bouwactiviteit of
Art. 13.11 Ow en art. 8.13 Ob
onder a Wro
activiteiten met het oog op het
kostenverhaal Anterieure
Wro Verhaal van kosten anderszins verzekerd
overeenkomst
gebruik op grond van een nieuw toegedeelde functie Bovenwijkse
Kosten met betrekking tot gronden
Art. 6.2.4 onder
voorziening / kosten
buiten het exploitatiegebied
e Bro
Gebiedsoverstijgende kosten
Niet meer expliciet in bijlage IV Ob opgenomen. Voor toerekening van alle kosten gelden de PPT-criteria en geen noodzaak meer separaat te benoemen
Draagkrachtbeginsel
Gewogen eenheden
Art. 6.12 Bro
Verdeling naar rato van de
Art. 13.16 Ow
opbrengsten van de gronden Grondslag
Bestemmingsplan, wijzigingsplan,
planologisch besluit
afwijking van bestemmingsplan of van
Art. 6.12 Wro
Omgevingsplan, buitenplanse omgevingsplanactiviteit of
beheersverordening met art. 2.12 Wabo
projectbesluit
Art. 13.14 lid 1 en 3 Ow
lid 1 sub a onder 2e (kruimelgevallen) of 3e (uitgebreide procedure) Kostensoortenlijst
Kostensoortenlijst
Art. 6.2.3 t/m
Kostensoortenlijst
Bijlage IV (kostensoorten) Ob
PPT-criteria
Art. 13.11 lid 1 Ow
Regeling kostenverhaal
Afdeling 13.6 Kostenverhaal bij
6.2.5. Bro PPT-criteria
PPT-criteria
Art. 6.13 lid 6 Wro
Regeling kostenverhaal
Regeling kostenverhaal
Afdeling 6.4 Grondexploitatie
bouwactiviteiten en activiteiten
Wro
vanwege gebruikswijziging Ow
14