12 20230926 Ruimtelijke onderbouwing_ ontwerp_01
Tekst van het document
| Ruimtelijke Onderbouwing tankstation N279-Bosscheweg Beek en Donk (gemeente Laarbeek) | status: ontwerp |
Pagina | 50
Tankstation Bosscheweg, locatie en mogelijkheden In de ontwerpplannen is het tankstation gelokaliseerd in de oksel van de (vernieuwde) provinciale N-279 en de Bosscheweg. De ontsluiting van het terrein is voorzien aan de Bosscheweg. Dit is gelet op de hoogteverschillen en de verschillende verkeerskundige functies van beide wegen (N-279: Regionale Gebiedsontsluitingsweg, 80 km/u versus Bosscheweg: Erftoegangsweg, licht lokaal ontsluitend, 60 km/h) de meest logische en voor de hand liggende locatie voor de in- en uitrit. In onderstaande kaart en tekening is de beoogde locatie en ontsluiting ervan ingetekend.
Ontwerpvoertuig De (on-)mogelijkheden ter plaatse van de ontsluiting van het tankstation is theoretisch en praktisch in beeld te brengen. Het uitgangspunt bij beide mogelijkheden is een ontwerpvoertuig dat leidend is bij een dergelijke ontwikkeling. Bij een tankstation is het ontwerpvoertuig een “trekker-oplegger” omdat deze combinatie eveneens gebruik moet kunnen maken van de faciliteiten. Hieronder gaan we hier verder op in. Theoretische en praktische benadering De ideale ontsluiting door middel van voorsorteervakken c.q. uitvoegstroken is (zoals eerder aangegeven) ruimtelijk niet inpasbaar. De wegbeheerder heeft echter aangegeven flexibel mee te willen denken in het realiseren van een “2nd best” oplossing. Daarbij wordt uitgegaan van een realistische aansluiting van het plangebied op de openbare weg en een situatie waarbij twee vrachtwagencombinaties het terrein (tegelijkertijd) willen op- en afrijden. De verbeelding inclusief de consequenties van de rijcurven / sleeplijnen is in de volgende afbeelding weergegeven.
| Ruimtelijke Onderbouwing tankstation N279-Bosscheweg Beek en Donk (gemeente Laarbeek) | status: ontwerp |
Pagina | 51
Uit bovenstaande weergave blijkt dat het gelijktijdig in- en uitdraaien van twee vrachtwagencombinaties leidt het overschrijden van de wegbreedte van de Bosscheweg. Met name de beweging Tankstation > N279 leidt tot problemen. Om deze rijcurve te kunnen nemen is het gebruik van de berm en een gedeelte van het fietspad noodzakelijk. Dit is echter niet wenselijk, gelet op de beschadiging van de wegberm en de in het gedrang komen van de verkeersveiligheid van de fietsers. Op basis van deze (puur) theoretische benadering is het inpassen van een alternatieve aansluiting alleen mogelijk indien de weg ter plekke verbreedt en het fietspad / wegberm verlegd worden. Echter dient men ook oog te hebben voor een realistisch beeld op basis van de (nieuwe) werkelijke situatie. Dit mede gelet op de rijbewegingen van grote vrachtwagencombinaties die op en rond het tankstation gaan plaatsvinden. Ingeschat is dat het aantal bewegingen is beperkt tot ongeveer 30-50 bewegingen per dag. Over 10-drukke uren verdeeld (dit is een verkeerskundig uitgangspunt, waarbij een “worstcase” scenario in beeld wordt gebracht) betekent dit dat gemiddeld zo’n 4 vrachtwagencombinaties per uur het terrein op- en/of afrijden. Dit nader beschouwd, is het redelijkerwijs aan te nemen dat de kans klein is dat twee vrachtwagencombinaties op exact hetzelfde moment het terrein van het tankstation op- en afrijden.
Naar verwachting komt het er op neer dat verspreid over het uur / de dag de vrachtwagencombinaties onafhankelijk van elkaar aankomen en vertrekken. Hierdoor kan de bestuurder de inrit optimaler gebruiken. Zo kan de chauffeur zich “breder” opstellen en een bocht anders aansnijden en wel zodanig dat de rijcurve en sleeplijnen wel passen binnen de bestaande wegbreedte. Bij een incidenteel “exces” is de verwachting dat bestuurders anticiperen op de op dat moment ontstane situatie. Ze zullen wachten en elkaar de ruimte geven om het terrein op en/of af te rijden, noem het collegiaal rijgedrag onder vrachtwagenchauffeurs. In de volgende afbeelding is de meest extreme en drukste draaicirkel (beweging Tankstation > N279) weergegeven.
| Ruimtelijke Onderbouwing tankstation N279-Bosscheweg Beek en Donk (gemeente Laarbeek) | status: ontwerp |
Pagina | 52
Conclusie en aanbeveling Aangezien het niet mogelijk is om de meest ideale situatie te creëren daar waar de het tankstation aansluit op de openbare weg, is verkend of en zo ja welke mogelijkheden ter plaatse zijn voor het realiseren van een verkeersveilige ontsluiting. Het feit dat de Bosscheweg aangewezen is als erftoegangsweg (buiten de bebouwde kom, snelheid 60 km/u), zegt de richtlijn dat het aansluiten van een in- uitrit is toegestaan. Rekening houdend met het redelijk gering aantal vrachtwagenbewegingen per dag (4 per uur, over de dag) is een directe aansluiting op de Bosscheweg mogelijk. Dit ook in relatie tot geringe trefkans van twee vrachtwagencombinaties, exact op hetzelfde tijdstip ter hoogte van de aansluiting. De draaicirkels van enkele bewegingen laten zien dat een vrachtwagencombinatie het terrein goed op en af kan rijden. Het is dan ook verkeerskundig verantwoord om een ontsluiting te realiseren op de plek waar het is voorzien, met in achtneming van een opzet conform tekeningen (straal = R = 10, breedte = 9 meter, uitlopend tot uitmonding aan openbare weg 16 meter). De verkeerskundige onderbouwing met de weergave van alle mogelijke rijbewegingen maken als bijlage 12 integraal deel uit van deze ruimtelijke onderbouwing.
4.9.2 Parkeren en laden en lossen Het benodigd aantal parkeerplaatsen wordt berekend aan de hand van de ‘Parkeerbeleidsnota 2014’. De parkeernormensystematiek legt de norm voor het parkeren bij inbreiding, uitbreiding en functieverandering, duidelijk vast. Om de parkeernormen te bepalen worden de volgende uitgangspunten gekozen: 1.
De norm wordt bepaald door de parkeerkencijfers toe te passen zoals deze gepubliceerd zijn door het CROW (huidige versie ASVV 2012);
2.
Er wordt onderscheid gemaakt in centrumgebied, schil centrum, rest bebouwde kom en buitengebied;
| Ruimtelijke Onderbouwing tankstation N279-Bosscheweg Beek en Donk (gemeente Laarbeek) | status: ontwerp |
Pagina | 53
3.
De parkeerkencijfers van “weinig stedelijk” worden gehanteerd voor het centrumgebied, schil centrum en de rest van de bebouwde kom. Voor het buitengebied worden de cijfers van de categorie “niet stedelijk” toegepast;
4.
Er wordt in beginsel uitgegaan van de maximale parkeerkencijfers.
In de meest recente CROW publicatie 381 ‘Toekomstbestendig parkeren ; van parkeerkencijfers naar parkeernormen’ (december 2018) zijn er echter geen parkeernormen opgenomen voor parkeren t.b.v. een tankstation. Het benodigde aantal aan te leggen parkeerplaatsen is derhalve bepaald aan de hand van de langjarige bedrijfservaring van de initiatiefnemer betreffende: het aantal klanten bij vergelijkbare benzineservicestations van de initiatiefnemer, waarbij het om de volgende doelgroepen gaat: ▪ automobilisten (personenauto’s/vrachtauto’s) die komen tanken; ▪ automobilisten die komen voor de wasboxen of voor de carwash; ▪ automobilisten die uitsluitend de tankshop bezoeken; aantal personeelsleden; laad en losverkeer. Op basis van deze ervaringsgegevens van de initiatiefnemer gaat hij uit van de aanleg van 29 parkeerplaatsen waarvan 5 voorzien van elektrische oplaadpunten t.b.v. elektrische auto’s – en 2 opstelplaatsen voor een vrachtauto of bestelbus ten behoeve van het laden en lossen.
4.10 Waterhuishouding Ruimte maken voor water in plaats van ruimte onttrekken aan water; dat is de kern van het waterbeleid voor de 21e eeuw. Het watertoetsproces is één van de instrumenten om dit te bereiken. Het proces is er om waterbelangen in ruimtelijke plannen en besluiten te waarborgen. Een van de instrumenten om het nieuwe waterbeleid voor de 21e eeuw vorm te geven is het watertoetsproces. Het watertoetsproces moet ervoor zorgen dat waterhuishoudkundige belangen expliciet en op evenwichtige wijze in beschouwing worden genomen bij alle ruimtelijke plannen en besluiten die relevant zijn voor de waterhuishouding. Geohydrologie/bodemdoorlatendheid Ten behoeve van dit plan is een geohydrologisch (waterdoorlatendheids)onderzoek verricht die als bijlage 13 integraal deel uitmaakt van deze ruimtelijke onderbouwing. Hiermee is de bodemdoorlatendheid (K-waarden) van het projectgebied op de twee plaatsen onderzocht. Uit het onderzoek zijn de volgende K-waarden gebleken: 0,42 en 0,47 m/d. De doorlatendheid van de ondergrond kan worden geclassificeerd als vermeld in onderstaande tabel (bron: Cultuurtechnisch Vademecum). De doorlaatfactoren van de geteste laag op de projectlocatie, zijn volgens deze classificatie en de Hooghoudt-uitwerking ‘matig doorlatend’. De doorlaatfactoren komen overeen met de waarde van k voor zeer fijn zand (k = 1 – 0,1 m/d).
| Ruimtelijke Onderbouwing tankstation N279-Bosscheweg Beek en Donk (gemeente Laarbeek) | status: ontwerp |
Pagina | 54
Waterparagraaf Ten behoeve van dit plan is een separate waterparagraaf uitgevoerd die als bijlage 14 integraal onderdeel uitmaakt van deze ruimtelijke onderbouwing. Uit deze waterparagraaf blijkt duidelijk dat diverse regelgeving voor wat betreft de waterhuishouding van toepassing is binnen onderhavig plangebied. Uit de diverse beleidstukken (nationaal, provinciaal, gemeentelijk en van het waterschap) blijkt dat het voornemen plaatsvindt in een gebied met een of meerdere waterschapsbelangen. Enkele werkzaamheden, zoals het verrichten van handelingen als aanbrengen van oppervlakteverharding, zijn vergunningsplichting door de nabijheid van een A-watergang, zoals vastgesteld in de Keur. De totaal te verwerken hoeveelheid hemelwater vanwege de beoogde ontwikkeling bedraagt circa 417 m3. Het hemelwater wordt in eerste instantie opgevangen in een wadi met voldoende capaciteit. Uit de gemeten doorlatendheid blijkt, dat infiltratie van neerslagwater tot de mogelijkheden behoort. De doorlatendheid van de ondiepe ondergrond is voldoende. Het infiltreren zou direct in de ondiepe ondergrond moeten kunnen plaatsvinden. Een gereguleerde voeding/afvloeiing, middels een wadi in combinatie met grindpalen tot in de diepe ondergrond (beneden NAP +9 meter), is de beste mogelijkheid voor het infiltreren van het hemelwater.
In het landschappelijk inpassingsplan – zoals beschreven in paragraaf 2.4.4 van deze ruimtelijke onderbouwing - is expliciet voorzien in de aanleg van een WADI met de benodigde capaciteit. In onderstaande afbeeldingen zijn de locatie van de beoogde WADI en het profiel weergegeven.
locatie WADI (rood omcirkeld) op het terrein van het tankstation
| Ruimtelijke Onderbouwing tankstation N279-Bosscheweg Beek en Donk (gemeente Laarbeek) | status: ontwerp |
Pagina | 55
profiel WADI
Afwaterbehandeling Omdat ter plaatse van de Bosscheweg ter hoogte van het projectgebied, geen riolering aanwezig is wordt er voor gekozen om het afvalwater te recyclen om daarna het schone afvalwater te bergen en te infiltreren op de sloot tussen het projectgebied en de Bosscheweg danwel ter plaatse van de WADI. Gelet op de voorliggende waterparagraaf worden er als gevolg van het realiseren van het onderhavig bouwplan geen problemen verwacht met betrekking tot het aspect waterhuishouding.
4.11 Niet gesprongen explosieven (NGE) Op vele locaties in Nederland bevinden zich nog conventionele explosieven uit de Tweede Wereldoorlog in de ondergrond, zoals niet ontplofte vliegtuigbommen (blindgangers), granaten, mijnen en (handwapen)munitie. Ook in Laarbeek hebben delen van het gemeentelijke grondgebied in de Tweede Wereldoorlog onder vuur gelegen. Bij eventuele grondwerkzaamheden in het projectgebied ter plaatse van gronden die sinds de Tweede Wereldoorlog niet geroerd zijn, dient uit oogpunt van veiligheid en zorgvuldigheid, onderzoek verricht te worden naar NGE. Explosievenonderzoek brengt de aanwezigheid en risico's van explosieven uit de Tweede Wereldoorlog in kaart. Indien noodzakelijk worden deze explosieven vervolgens verwijderd en onschadelijk gemaakt. De gronden van het projectgebied zijn echter sinds de Tweede Wereldoorlog veel veelvuldig geroerd c.q. verstoord door agrarisch bodemgebruik. Er zijn hierbij nimmer explosieven aangetroffen. Onderzoek is niet noodzakelijk.
| Ruimtelijke Onderbouwing tankstation N279-Bosscheweg Beek en Donk (gemeente Laarbeek) | status: ontwerp |
Pagina | 56
HOOFDSTUK 5
ECONOMISCHE UITVOERBAARHEID EN KOSTENVERHAAL
De realisatie van het project geschiedt voor rekening van de initiatiefnemer. De gemeentelijke financiën zijn hierbij niet in het geding. De benodigde gronden zijn door de initiatiefnemer in eigendom verworven. Het initiatief betreft geen bouwplan dat onder de Grexwet valt. Een exploitatieplan of - overeenkomst is hierdoor niet aan de orde. De legesverordening is wel van toepassing. Met de initiatiefnemer is verder een planschadeverhaalsovereenkomst afgesloten waarin planschade wordt afgewenteld op de initiatiefnemer. De economische uitvoerbaarheid is niet in het geding.
| Ruimtelijke Onderbouwing tankstation N279-Bosscheweg Beek en Donk (gemeente Laarbeek) | status: ontwerp |
Pagina | 57
BIJLAGEN
Bijlage 1: Landschappelijk inpassingsplan Bijlage 2: Ladder Duurzame Verstedelijking Bijlage 3: Aanmeldnotitie vorm vrije m.e.r Bijlage 4: Verkennend bodemonderzoek en nulsituatie Bijlage 5: Luchtkwaliteit Bijlage 6: Externe veiligheid en beperkte groepsrisicoverantwoording Bijlage 7: Archeologisch onderzoek Bijlage 8: Stikstofonderzoek-Aerius Calculator Bijlage 9: Quickscan flora en fauna Bijlage 10: Verkeerskundig onderzoek en rijcurves Bijlage 11: Waterdoorlatendheid ondergrond Bijlage 12: Waterparagraaf
| Ruimtelijke Onderbouwing tankstation N279-Bosscheweg Beek en Donk (gemeente Laarbeek) | status: ontwerp |