12 20210909 Bijlage - vormvrije merbeoordeling.pdf
Tekst van het document
Aanmeldnotitie Vormvrije m.e.r.-beoordeling ‘Mgr. Verhagenstraat ongenummerd’
09-06-2021 (versie 2)
1
Inhoudsopgave
1.
Inleiding ........................................................................................... 3
2.
Planvoornemen ................................................................................ 4
3.
Inhoud.............................................................................................. 7
4.
Toetsing ........................................................................................... 8
5.
Conclusie ........................................................................................ 16
2
1. Inleiding Zoals uit artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) voortvloeit, dient in de toelichting bij het bestemmingsplan (of ruimtelijke onderbouwing bij een omgevingsvergunning) gemotiveerd te worden in welke mate rekening is gehouden met diverse ruimtelijke belangen. In artikel 3.1.6, lid 5 van het Bro wordt verwezen naar enkele milieuaspecten die in de toelichting terug dienen te komen. Daarbij wordt eveneens verwezen naar de milieueffectrapportage (m.e.r.). Dit is een wettelijk instrument dat als doel heeft milieuaspecten volwaardig te betrekken in de ruimtelijke afweging die gemaakt wordt ten behoeve van ruimtelijke plannen en besluiten. Er zijn in beginsel drie afzonderlijke situaties die kunnen leiden tot een m.e.r.plicht: 1. Er is een passende beoordeling nodig in het kader van de Wet natuurbescherming; 2. Het project is genoemd in kolom 3 van een activiteit of geval genoemd in onderdeel C of D van de bijlage van het Besluit milieueffectrapportrage; 3. Het project is genoemd in kolom 4 van een activiteit of geval genoemd in onderdeel C of D van de bijlage van het Besluit milieueffectrapportage.
Ook als een project onder de drempelwaarde uit lijst D valt, kan een project belangrijke nadelige gevolgen hebben, als het bijvoorbeeld in of nabij een gevoelig natuurgebied ligt. Voor elk besluit of plan dat betrekking heeft op activiteit(en) die voorkomen op de D-lijst en die beneden de drempelwaarden vallen, moet dan ook een toets moet worden uitgevoerd of belangrijke nadelige milieugevolgen kunnen worden uitgesloten. Voor deze toets wordt de term vormvrije m.e.r.-beoordeling gehanteerd.
3
2. Planvoornemen Het plan omvat de realisatie van 48 woningen in de vorm van een appartementengebouw en enkele grondgebonden woningen. De woningen zijn voorzien op de plek van het voormalige bouwmachinebedrijf Van der Vrande. Daarnaast wordt het pand (Tuinstraat 2a) op het achterliggende perceel gesloopt en wordt het perceel ingericht met parkeervoorzieningen voor de beoogde nieuwbouw woningen.
3D-weergave planvoornemen
Het plangebied is gelegen binnen bestaand stedelijk gebied, in het oosten van Beek en Donk. De locatie van dit plan betreft de Monseigneur Verhagenstraat en Bosscheweg. In de huidige situatie is een groot gedeelte van het perceel verhard in de vorm van diverse opstallen in verschillende soorten en maten, erfverhardingen, parkeerplaatsen en dergelijken. Het terrein en de opstallen binnen het plangebied zijn leegstaand en in verval.
Plangebied rood omlijnd
4
Vigerende planologische situatie
Toekomstige planologische situatie
Zoals op voorgaande uitsneden zichtbaar is, is in de huidige situatie sprake van een bedrijfsbestemming en een woonbestemming. De toekomstige situatie bestaat uit een woonbestemming en een verkeersbestemming (t.b.v. verkeer en parkeren).
5
Deze voorgenomen activiteit is opgenomen in de D-lijst onder categorie D 11.2 als ‘de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen’. Het Besluit m.e.r. geeft onder ‘gevallen’ per activiteit aan wat de relevante drempel is voor een m.e.r.-(beoordelings)plicht. Dit woningbouwproject bestaat uit de bouw 48 wooneenheden in bestaand stedelijk gebied. De plandrempel is betreft de gevallen waarin de activiteit betrekking heeft op: 1. een oppervlakte van 100 hectare of meer, 2. een aaneengesloten gebied en 2000 of meer woningen omvat, of 3. een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m² of meer. Daarmee ligt het plan ruim onder de plandrempel zoals genoemd bij de activiteit D11.2. De (indicatieve) drempelwaarden uit het Besluit m.e.r. worden daardoor niet overschreden, zodat op basis daarvan geen m.e.r.-(beoordelings)plicht geldt. Indien een activiteit een omvang heeft die onder de drempelwaarden ligt, dient op grond van de selectiecriteria in de Europese richtlijn milieueffectbeoordeling te worden vastgesteld of belangrijke nadelige gevolgen van de activiteit voor het milieu kunnen worden uitgesloten, een zogenaamde “vormvrije m.e.r.beoordeling”. Pas als dat het geval is, is de activiteit niet m.e.r.-(beoordelings)plichtig.
Het doel van deze vormvrije m.e.r.-beoordeling is het geven van inzicht in de milieueffecten van de voorgenomen activiteit aan het bevoegd gezag. Er wordt in een vormvrije m.e.r.-beoordeling een antwoord gegeven op de vraag of er vanwege de uitvoering van de activiteiten belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu zijn te verwachten. In voorliggend rapport wordt inzicht gegeven in de milieueffecten en daarmee vormt dit rapport de benodigde vormvrije m.e.r.beoordeling. Het rapport is de aanmeldingsnotitie waarmee de gemeenteraad een m.e.r.beoordelingsbeslissing wordt gevraagd over het bijbehorende bestemmingsplan.
6
3. Inhoud Met betrekking tot de inhoud moet aandacht worden besteed aan alle criteria die zijn opgenomen in Bijlage III bij de Europese richtlijn 'betreffende de milieubeoordeling van bepaalde openbare en particuliere projecten'. Dit volgt uit artikel 7.17, derde lid Wm. Het gaat om de volgende criteria: o de kenmerken van het project; o de plaats van het project; o de kenmerken van de potentiële effecten. Bij de kenmerken van de projecten moet in het bijzonder in overweging worden genomen: de omvang van het project, de cumulatie met andere projecten, het gebruik van natuurlijke hulpbronnen, de productie van afvalstoffen, verontreiniging en hinder, en de risico van ongevallen (met name gelet op de gebruikte stoffen of technologieën).
Bij de mate van kwetsbaarheid van het milieu in de gebieden waarop de projecten van invloed kunnen zijn moet in het bijzonder in overweging worden genomen: het bestaande grondgebruik, de relatieve rijkdom aan en de kwaliteit en het regeneratievermogen van de natuurlijke hulpbronnen van het gebied, het opnamevermogen van het natuurlijke milieu, met in het bijzonder aandacht voor wetlands, kustgebieden, berg- en bosgebieden, reservaten en natuurparken, gebieden die in de wetgeving van lidstaten zijn aangeduid of door die wetgeving worden beschermd; speciale beschermingszones door de lidstaten aangewezen volgens Richtlijn 79/409/EEG (= Vogelrichtlijn) en Richtlijn 92/43/EEG (= Habitatrichtlijn), gebieden waarin de bij communautaire wetgeving vastgestelde normen over milieukwaliteit reeds worden overschreden, gebieden met een hoge bevolkingsdichtheid en landschappen van historisch, cultureel of archeologisch belang. Bij de potentiële aanzienlijke effecten van het project moeten in samenhang met de criteria van de twee voornoemde punten in het bijzonder in overweging worden genomen: het bereik van het effect (geografische zone en grootte van de getroffen bevolking), het grensoverschrijdende karakter van het effect, de waarschijnlijkheid van het effect, de duur, de frequentie en de omkeerbaarheid van het effect.
7
4. Toetsing Kenmerken van het project Criteria
Beschrijving
Omvang van het project
Het project omvat de bouw van 48 woningen. Dit valt onder de D lijst, artikel 11.2 van het Besluit m.e.r. (De aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen.) Daarbij geldende volgende drempelwaarden: 1. een oppervlakte van 100 hectare of meer, 2. een aaneengesloten gebied en 2000 of meer woningen omvat, of 3. een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m2 of meer. De beoogde ontwikkeling heeft betrekking op een totaaloppervlakte van circa 0,4 hectare. De geplande ontwikkeling blijft dus ver beneden de drempelwaarden van de m.e.r.-beoordelingsplicht. Voor activiteiten die op de D lijst voorkomen maar onder drempelwaarden liggen, dient wel een (vormvrije)m.e.r. beoordeling te worden uitgevoerd.
Cumulatie met andere projecten
Ter plaatse of in de directe nabijheid van het project spelen momenteel geen andere projecten waarmee cumulatie van effecten te verwachten is.
Gebruik natuurlijke hulpbronnen
De ontwikkeling van de voorziene activiteiten legt geen bijzonder beslag op natuurlijke hulpbronnen.
Productie afvalstoffen
Door de activiteit komen geen relevante afvalstoffen vrij.
Verontreiniging en hinder
Zowel tijdens de bouw als daarna zijn de aspecten waterhuishouding, bodem, geluid, ecologie en luchtkwaliteit van belang. Deze aspecten komen verder aan bod bij de beschrijving van milieueffecten.
Risico voor ongevallen
Er wordt geen toename van het risico op ongevallen verwacht. In het gebied wordt niet gewerkt met gevaarlijke stoffen. De activiteit zelf levert in de aanlegfase en gebruiksfase geen extra risico op ongevallen.
8
Locatiekenmerken van het project Criteria
Beschrijving
Bestaand grondgebruik
De locatie is onderdeel van het bestaand stedelijk gebied van gemeente Laarbeek. Het betreft de oude locatie Van der Vrande Werktuigen. Het terrein en opstallen zijn in verval.
Rijkdom aan en kwaliteit en regeneratievermogen van natuurlijke hulpbronnen van het gebied
De locatie heeft geen bijzondere rijkdom aan natuurlijke hulpbronnen.
Opnamevermogen milieu met aandacht voor beschermde gebieden.
Het betreft een stedelijk gebied. Hieronder wordt per thema ingegaan op mogelijke aanwezige waarden in het plangebied. Cultuurhistorie & Archeologie - Binnen het projectgebied liggen geen van gemeente- of rijkswege beschermde monumenten. Er zijn geen directe effecten te verwachten op cultuurhistorische waarden. - Het gebied heeft een archeologische verwachtingswaarde. Geadviseerd wordt om het noordwestelijke deel van het plangebied, de bodem zodanig diep verstoord is dat hier geen behoudenswaardige archeologische resten meer verwacht worden, vrij te geven voor het uitvoeren van de geplande realisatie van de nieuwbouw. In het zuidoostelijk deel van het plangebied, waar geen diepe verstoringen zijn vastgesteld, kunnen nog behoudenswaardige resten van landbouwers aanwezig zijn vanaf 0,9 à 1,2 m –Mv. Bij de toekomstige inrichting van het terrein is hier een parkeerterrein gepland waarbij eventueel aanwezige archeologische resten niet meteen worden bedreigd. Geadviseerd wordt om hier de dubbelbestemming te behouden. Mocht in de toekomst hier dieper dan 0,6 m –Mv worden geroerd, dan dient alsnog een archeologisch vervolgonderzoek plaats te vinden. Het uitgraven van de grond ten behoeve van de parkeerplaats zal niet dieper zijn dan 60 cm. - De projectlocatie kent geen bijzondere aardkundige waarden.
9
Ecologie - Het gebied is niet gelegen binnen Natura 2000-gebieden of in NNB. Het dichtstbijzijnde NNB-gebied betreft een watergang (de Zuid Willemsvaart). Tussen het plangebied en het NNB-gebied is nog een weg gelegen waardoor een negatief effect op het gebied niet is te verwachten. Het meest nabijgelegen Natura 2000-gebied is met circa 13 kilometer op relatief grote afstand gelegen. - De beoogde ontwikkeling is getoetst aan de Wet natuurbescherming. Hiervoor is een natuurtoets uitgevoerd. Op basis van deze toets wordt geconcludeerd dat er vanuit gebiedsbescherming geen belemmering is die de realisatie van de woningbouw in de weg staat. Vanuit soortenbescherming is nader onderzoek naar huismussen en vleermuizen benodigd, en uitgevoerd. - Vleermuizen: binnen het plangebied zijn geen rust- of verblijfplaatsen van een vleermuissoort aanwezig. Overtreding van een verbodsbepaling van de Wet natuurbescherming met betrekking tot een vleermuissoort is uitgesloten. Er hoeft geen ontheffing te worden verkregen. Geadviseerd wordt om licht gericht of uitstralend op het appartementencomplex aan de Bosscheweg 6 te vermijden, om verstoring van de rust- en verblijfplaats te voorkomen. - Huismussen: binnen het onderzoeksgebied zijn geen vaste verblijfplaatsen van huismussen aanwezig. Deze soort vormt derhalve geen belemmering voor het planvoornemen.
Er hoeft geen ontheffing te worden verkregen. Het onderzoeksgebied zal als foerageergebied kunnen dienen voor deze soort en andere vogelsoorten. Het betreft echter geen essentieel foerageergebied, de tuinen van omliggende woningen kunnen eveneens worden gebruikt als foerageergebied en zijn tevens geschikter in verband met de aanwezigheid van meer vegetatie in de vorm van bomen en heggen. - De kap van het opgaand groen dient buiten het broedseizoen te worden uitgevoerd. Het broedseizoen loopt globaal van half maart t/m half augustus. - Met betrekking tot de zorgplicht dienen eventueel aangetroffen dieren tijdens de werkzaamheden de kans te krijgen om het plangebied zelfstandig te verlaten. Bij soorten als egel en gewone pad kunnen de dieren met beleid verplaatst worden naar een veilige plek buiten het plangebied. - Om uit te sluiten dat het project directe negatieve gevolgen voor de natuur heeft in de vorm van stikstofdepositie, is een stikstofberekening uitgevoerd. Uit de stikstofberekening met AERIUS Calculator blijkt voor zowel de aanlegfase als gebruiksfase dat er geen sprake is van stikstofdepositie hoger dan 0,00 mol/ha/jr. Het plan leidt niet tot een stikstoftoename. Derhalve is een significant negatief effect op Natura2000 uitgesloten.
10
Geluid Wegverkeerslawaai - Het plan is gelegen binnen de zone van de Bosscheweg. De overige wegen rondom het plangebied hebben een maximumsnelheidsregime van 30 km/uur gekregen. Op basis hiervan is voor zowel de zoneplichtige weg als voor de genoemde 30-km/uurwegen getoetst of de geluidsbelasting van de nieuw te bouwen woningen voldoet aan de voorkeursgrenswaarde. Uit de rekenresultaten blijkt dat de geluidbelasting ten gevolge van het wegverkeer op de Bosscheweg de voorkeursgrenswaarde van 48 dB niet overschrijdt. De geluidbelasting ten gevolge van de Bosscheweg (gedeelte met een snelheidsregime van 30 km/uur) en de Monseigneur Verhagenstraat (30 km/uur) overschrijdt echter wel de richtwaarde van 48 dB. Echter aangezien het hier niet-zoneplichtige wegen betreft is er geen sprake van een procedure hogere waarde. - Bij de nieuw te realiseren woningen zal sprake zijn van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat, omdat het bouwplan moet voldoen aan het Bouwbesluit, hierin staan namelijk de eisen waar het plan betreft geluidsbelasting aan moet voldoen. Omgevingslawaai parkeerterrein Ten behoeve van de nieuwe woningen wordt er binnen het plangebied een parkeerplaats gerealiseerd. Aangetoond dient te worden dat na realisatie van het parkeerterrein een akoestisch goed woon- en leefklimaat is gewaarborgd ter plaatse van de omliggende (zorg)woningen.
Uit het onderzoek blijkt dat in het kader van best beschikbare technieken (BBT) een geluidafschermende voorziening dient te worden gerealiseerd. Om de geluidbelasting op de woningen aan de Tuinstraat te reduceren dient een geluidafschermende voorziening op de perceelgrens van de woningen aan de Tuinstraat, grenzend aan het parkeerterrein, te worden gerealiseerd. Om het akoestisch woon- en leefklimaat te kunnen beoordelen voor wat betreft de aangrenzende tuinen aan de Mgr. Verhagenstraat en Tuinstraat is voor de gecumuleerde geluidbelasting aangesloten bij de classificering van de kwaliteit van de akoestische omgeving volgens de ‘methode Miedema’. Deze methode gaat uit van het uitdrukken van de geluidbelastingen op een uniforme hinderschaal, waarbij de gecumuleerde geluidbelasting wordt gekwantificeerd in verschillende milieukwaliteitsmaten. Op alle gevels en in alle tuinen is een milieukwaliteit ‘goed’ gewaarborgd na realisatie van het parkeerterrein met uitzondering van de zuidoostgevel van de zorgwoningen aan Bosscheweg 6A t/m 6D en
11
de tuin van Monseigneur Verhagenstraat 18, waarvoor een milieukwaliteit ‘redelijk’ geldt. De hoogte van de gecumuleerde geluidbelasting op voornoemde locaties met milieukwaliteit ‘redelijk’ wordt echter niet bepaald door het geluid afkomstig van het parkeerterrein, maar uitsluitend door het wegverkeerslawaai. Op basis van bovenstaande is sprake van een aanvaardbaar akoestisch klimaat. Overig - Ook voor scheepvaart-, luchtvaart-, industrie- en spoorweglawaai kan ter plaatse van het plangebied een goed woon- en leefklimaat worden gegarandeerd. Milieuhinder bedrijvigheid - De beoogde ontwikkeling voorziet in de realisatie van woningen. Op basis hiervan wordt geconcludeerd dat er geen negatief effect is van de ontwikkeling op de omgeving. - In de nabijheid van het plangebied zijn enkele niet-woonfuncties aanwezig. De meeste functies zijn echter op voldoende afstand gelegen van het plangebied. Direct ten zuiden van het plangebied is aan de Bosscheweg 8 een nutsvoorziening gelegen. Deze heeft een richtafstand van 10 meter voor geluid. De afstand van de beoogde woningen tot de nutsvoorziening bedraagt meer dan 4 meter. Om die reden is een akoestisch onderzoek uitgevoerd.
De belangrijkste resultaten hiervan zijn: - Met betrekking tot het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau (LAr,LT) op de gevels van de nieuwe appartementen en woningen kan worden gesteld dat ruimschoots wordt voldaan aan de geluidgrenswaarde van 45 dB(A) etmaalwaarde behorende bij stap 2 van het stappenplan uit de VNG-uitgave. Hiermee wordt derhalve tevens ruimschoots voldaan aan de geluidgrenswaarde uit het Activiteitenbesluit (50 dB(A) etmaalwaarde). - Met betrekking tot de maximale geluidniveaus (LAmax) op de gevels van de nieuwe appartementen en woningen kan worden gesteld dat ruimschoots wordt voldaan aan de geluidgrenswaarde van 65 dB(A) etmaalwaarde behorende bij stap 2 van het stappenplan uit - de VNG-uitgave. Hiermee wordt derhalve tevens ruimschoots voldaan aan de geluidgrenswaarde uit het Activiteitenbesluit (70 dB(A) etmaalwaarde). Voor bedrijven en milieuzonering wordt geen belangrijk nadelige milieugevolgen verwacht.
12
Luchtkwaliteit In artikel 5.2 van de Wet milieubeheer (Wm) zijn eisen aan de luchtkwaliteit gesteld. De wet noemt “gevoelige bestemmingen”(zoals scholen en kinderdagverblijven) en maakt onderscheid tussen projecten die “in betekende mate” (IBM) en “niet in betekende mate”(NIBM) leiden tot een verslechtering van de luchtkwaliteit. Tevens is voorzien in het zogenaamde Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL). Met de projecten “niet in betekende mate” van de Wet luchtkwaliteit is in de NSL rekening gehouden. In de NSL is het begrip “niet in betekenende mate” gedefinieerd als 3% van de grenswaarde voor fijn stof en stikstofdioxide. Samengevat kan worden gesteld dat de huidige lokale luchtkwaliteit (ruim) voldoet aan de wettelijke normen. Op grond van de Regeling niet in betekende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen) zijn (onder andere) woningbouwprojecten met minder dan 1.500 woningen vrijgesteld van toetsing. De planontwikkeling beoogt de realisatie van 48 woning met de daarbij behorende parkeerplaatsen, waardoor het ver onder de getalsmatige grens van de Regeling NIBM blijft. Ook de bestaande luchtkwaliteit ligt ver onder de wettelijke grenswaarden. Er zijn met onderhavige ontwikkeling geen belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu ten aanzien van het aspect luchtkwaliteit.
Externe veiligheid - Er zijn geen risicovolle inrichtingen of buisleidingen in de directe omgeving van het plangebied aanwezig zijn. Het plangebied ligt ook niet binnen het plasbrandaandachtsgebied, de plaatsgebonden risicocontour, of het invloedsgebied van wegen waarover vervoer van gevaarlijke stoffen plaatsvindt. Een verdere verantwoording van het groepsrisico is dan ook niet aan de orde. Bodem - Door SGS Search is verkennend bodemonderzoek uitgevoerd binnen het plangebied. Op basis van de resultaten van de onderzoeken wordt geconcludeerd dat er plaatselijk sprake is van een sterk verhoogd gehalte aan lood en zink en een matig verhoogd gehalten aan minerale olie. Om die reden is er een nader bodemonderzoek uitgevoerd. Op basis van dat onderzoek is de verontreinigingssituatie vrijwel geheel in kaart gebracht. Slechts de sterke verontreiniging met minerale olie ter plaatse van enkele boringen is nog niet volledig afgeperkt. Aanbevolen wordt om middels een nader bodemonderzoek (2e fase) de verontreiniging verder af te perken. Ook is de milieuhygiënische
13
kwaliteit van de bodem onder de bestaande gebouwen, waar geen boringen zijn geplaatst, niet bekend. Parallel aan het slopen van de bestaande gebouwen zullen de laatste onderzoeken worden uitgevoerd. Daarna kan ook uitgesloten worden of de verontreinigingen onder de gebouwen doorlopen. Ondanks dat de verontreinigingen nog niet geheel in beeld zijn kan al wel gesteld worden dat de bodemkwaliteit momenteel niet volledig voldoet aan de functie wonen. Daarom zal voorafgaand aan de nieuwbouw de bodem op die locaties gesaneerd worden. Water De planlocatie is niet gelegen in een keurwaterbeschermingsgebied of attentiegebied. Wel zal er een waterberging van 60 mm gerealiseerd moeten te worden op basis van het uiteindelijk verhard oppervlak van 1.309 + 1.123= 2432 m2. Daarmee dient die waterberging een inhoud te hebben van (afgerond) 146 m3. Voor het betreffende project zijn meerdere mogelijkheden voor de waterberging. Binnen het plangebied is ter plaatse van het parkeerterrein nog voldoende ruimte om de waterberging middels filtratiekratten te regelen. Voor water wordt dus geen belangrijke nadelige milieugevolgen verwacht.
14
Kenmerken van het project t.o.v. de referentiesituatie (= bestaande en autonome toestand) Criteria
Beschrijving
Bereik van het effect (geografisch en grootte getroffen bevolking)
Het betreft de aanleg van woningen. De activiteit is zeer lokaal, de aard en omvang zijn beperkt.
Grensoverschrijdend karakter
De effecten hebben landsgrensoverschrijdende effecten.
Orde van grootte en complexiteit effect
Effecten zijn verwaarloosbaar of middels maatregelen mitigeerbaar en lokaal van aard.
Waarschijnlijkheid effect
Hindereffecten in de aanlegfase zijn te verwachten in verband met uitvoeringswerkzaamheden. In de gebruiksfase zijn geen belangrijke nadelige effecten te verwachten.
Duur, frequentie en omkeerbaarheid effect
De aanlegfase levert tijdelijk effecten op in verband met de uitvoeringswerkzaamheden. Na planrealisatie verdwijnen deze effecten. Er treden geen effecten op in de gebruiksfase.
geen
15
5. Conclusie Uit de toetsing blijkt dat er geen sprake is van bijzondere omstandigheden ten aanzien van de kenmerken en locatie van het project die zouden kunnen leiden tot belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu. De conclusie is dan ook dat belangrijke nadelige milieugevolgen zijn uitgesloten. Nadere analyse in een m.e.r.-(beoordeling) is niet noodzakelijk.
16