12 20210318 ondertekend en geanonimiseerd_Responsnota Mgr. Verhagenstraat ongenummerd.pdf
Tekst van het document
Zaaknummer:
5488-2021
Documentnummer:
5488-2021:788258
Responsnota Mgr. Verhagenstraat ongenummerd
Notitie met betrekking tot de ingebrachte zienswijze tegen het ontwerpbestemmingsplan. Overeenkomstig het bepaalde in afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht juncto artikel 3.8, lid 1 van de Wet ruimtelijke ordening heeft met ingang van vrijdag 6 november 2020 tot en met vrijdag 18 december 2020 voor iedereen het ontwerpbestemmingsplan ‘Mgr. Verhagenstraat ongenummerd’ ter inzage gelegen. De tervisielegging is overeenkomstig het bepaalde in de voornoemde wetsartikelen bekendgemaakt in de editie van de Nederlandse Staatscourant van vrijdag 6 november 2020 en de Mooilaarbeekkrant van donderdag 5 november 2020 en langs elektronische weg op de website van de gemeente Laarbeek en de website www.ruimtelijkeplannen.nl. Daarbij is mededeling gedaan van de bevoegdheid van eenieder om gedurende de termijn van terinzagelegging schriftelijk dan wel mondeling een zienswijze kenbaar te maken over het ontwerpbestemmingsplan ‘Mgr. Verhagenstraat ongenummerd’. Ontvankelijkheid. Tegen het ontwerpbestemmingsplan ‘Mgr. Verhagenstraat ongenummerd’ zijn zes zienswijzen ingediend en wel door: 1. 2. 3. 4. 5. Alle zes de zienswijzen zijn binnen de voorgeschreven termijn ontvangen en kunnen als ontvankelijk worden aangemerkt. Beoordeling. Onderstaand worden samenvattend de ingebrachte zienswijzen weergegeven evenals de inhoudelijke beoordeling ervan.
Het feit dat de zienswijzen gecomprimeerd zijn weergegeven betekent niet dat die onderdelen van de zienswijze die niet expliciet worden genoemd, niet in de beoordeling zijn betrokken. De zienswijzen zijn in hun geheel beoordeeld. 1. a) Reclamant geeft aan dat er nieuwe bebouwing gepland staat op een gedeelte van de grond waar al 50 jaar erfdienstbaarheid geldt voor de woning van reclamant. Er zijn onder andere bij de notaris afspraken vastgelegd over de erfdienstbaarheid, riolering en plaatsing van ramen in de zijgevel grenzend aan het plan. Het gaat om een strook van 5 meter langs de woning van Reclamant. Door de nieuwe bebouwing zou het uitzicht ernstig belemmerd worden en daarmee de mogelijkheid om ramen te realiseren. b) Het aantal te realiseren nieuwe woningen vindt reclamant niet passen in de woonomgeving. Daardoor verwacht reclamant overlast van in- en uitrijdende auto’s en een parkeerprobleem. c) Bij de woning van reclamant is destijds de rooilijn van reeds aanwezige bebouwing gehanteerd (Mgr. Verhagenstraat 10 en 18). Bij de nieuwe woningen in onderhavig plan Pagina 1 van 37
Zaaknummer:
5488-2021
Documentnummer:
5488-2021:788258
wordt deze rooilijn niet doorgetrokken. Het zicht op de gevaarlijke kruising Mgr. Verhagenstraat – Bosscheweg wordt hierdoor belemmerd. d) Reclamant vindt de twee parkeerplaatsen aangrenzend aan zijn woning ongewenst. Deze nieuwe parkeerplaatsen zullen geluidsoverlast geven. e) De nieuwe woning dicht bij de werkplaats, achter in de tuin van reclamant, belemmert de gebruiksmogelijkheden van zijn werkplaats. De nieuwe buren zouden dagelijks kunnen klagen over geluidsoverlast. f)
Wanneer de brug openstaat verwacht reclamant dat de doorstroming van het verkeer belemmerd wordt door afslaand verkeer naar de nieuwe parkeerplaats ten behoeve van het plan. Daarbij verwacht reclamant dat de nieuwe bewoners de parkeerplaatsen aan de Mgr. Verhagenstraat gaan gebruiken in plaats van het nieuwe parkeerterrein. Ook het afslaande verkeer dat vanuit het dorp komt, gaat voor ernstige overlast en gevaar zorgen voor fietsers en voetganger die van en naar het dorp rijden en lopen.
g) Reclamant verzoekt de gemeente, voordat bouwwerkzaamheden aanvangen, een vooropname (buitengevel en inpandig) te doen van zijn perceel inclusief de bebouwing. Vanwege de schade die door de werkzaamheden (heien) kan optreden. Reactie a) Met de zienswijze van reclamant wordt benadrukt dat de erfdienstbaarheid gehandhaafd moet blijven. Het betreft een erfdienstbaarheid op het perceel kadastraal bekend als gemeente Beek en Donk Sectie C nr. 1241. Deze erfdienstbaarheid is geen “privaatrechtelijke belemmering met een evident karakter die aan uitvoering van dit bestemmingsplan in de weg staat” zoals die in de vaste jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State wordt gehanteerd. De erfdienstbaarheid is geregeld tussen de eigenaar van de gronden en de reclamant. De gemeente is geen partij in deze erfdienstbaarheid. Het bijgebouw met toegang in de oostgevel (aangrenzend aan betreffend perceel) blijft toegankelijk voor reclamant. Het bouwvlak voor de drie grondgebonden woningen is in het ontwerpbestemmingsplan één vlak met daarin het opgenomen maximum van 3 wooneenheden met de bouwaanduiding ‘vrijstaand’. In onder andere de paragraaf 2.2 van de Toelichting van het bestemmingsplan is te zien dat de twee-onder-één-kap woningen niet tegen de woning van reclamant worden gebouwd, maar dat hier ruimte tussen zit.
Er is dus geen sprake van belemmering van het uitzicht ten opzichte van de huidige situatie. In het voorgaande Bestemmingsplan ‘Kom Beek en Donk’ was reeds een bouwvlak opgenomen tot aan de perceelsgrens van reclamant. Ter verheldering waar bebouwing komt, wordt de Verbeelding van het bestemmingsplan aangepast door het bouwvlak te beperken met twee bouwvlakken; 1 voor de twee-onderéén-kap woningen en 1 voor de vrijstaande woning. b) In het beleidsstuk ‘Wonen in Laarbeek – Woonvisie 2017-2021’ staan de prioriteiten opgenomen voor de woningbouwopgaven van Laarbeek. Hierin staat onder andere dat de gemeente zich inzet voor ‘een gevarieerd en aantrekkelijk aanbod van woningen dat aansluit op de vraag’ en ‘voldoende aanbod van middeldure huurwoningen’. Het voorliggende plan speelt in op deze behoeften. Door middel van herbestemming (inbreiding) van een voormalig bedrijfsperceel gaat deze invulling van de woningbouwbehoefte niet ten koste van schaarse groene en open plekken in de kern Beek en Donk of het buitengebied (uitbreiding). Eind 2018 heeft de ontwikkelaar een onderzoek gedaan naar de behoefte van middeldure huurwoningen/-appartementen op deze locatie. Geïnteresseerden konden zich gedurende Pagina 2 van 37
Zaaknummer:
5488-2021
Documentnummer:
5488-2021:788258
een 7-daagse advertentiecampagne op sociale media inschrijven en daarbij hun huurwoonwensen aangeven zoals het aantal kamers, gewenste oppervlak en huurprijsrange. In deze week hebben 93 personen zich aangemeld als geïnteresseerde. Het huidige ontwerp met diverse appartemententypen is een letterlijke vertaling van deze behoefte. Binnenkort start de officiële verhuurcampagne. Het woningbouwaantal hangt tevens samen met de stedenbouwkundige massa die gewenst is op deze hoek. De stedenbouwkundige massa markeert één van de dorpsentrees van de kern Beek en Donk vanuit Gemert. De wens om deze dorpsentrees meer aandacht te geven is opgenomen in ‘Laarbeek, Waterpoort van de Peel (2007)’ en is overgenomen in de ‘Structuurvisie Laarbeek – Groei in Balans’. De voormalige bestemmingen van het plangebied brachten circa 109 verkeerbewegingen te weeg (4,8 vervoersbewegingen per 100 m2 BVO (CROW 381, bedrijf arbeidsextensief) + twee vrijstaande woning (CROW 381) = (1.942/100 x 4,8) + (7,8 x 2) = 93,2 + 15,6 = 109). Het nieuwe aantal verkeersbewegingen komt op maximaal 230 verkeersbewegingen per etmaal (CROW 381: 43 huurappartementen midden, 2 huurappartementen duur en 2 twee-onder-één kapwoningen en 1 vrijstaande woning (huur)). Het gaat dus om een toename van 121 verkeersbewegingen ten opzichte van de voormalige bestemming.
Cumulatief gezien is dit een zeer bescheiden toename van de verkeersintensiteit, ook voor erftoegangswegen zoals de Mgr. Verhagenstraat en de Tuinstraat met een 30 km/uur-regime. Tevens is de parkeerplaats opgedeeld met een gedeelte aan de Mgr. Verhagenstraat-Tuinstraat en nog 9 parkeerplaatsen met een in- en uitrit aan de Bosscheweg. Zo wordt het aantal verkeersbewegingen per etmaal verdeeld over het plangebied. Het mogelijk maken van deze woningbouwaantallen hangt inderdaad samen met de mogelijkheid tot het realiseren van parkeerplaatsen. Daarbij is het gemeentelijke uitgangspunt dat het parkeren op eigen terrein wordt opgelost (conform de gemeentelijke Parkeerbeleidsnota 2019). De parkeerbehoefte wordt bepaald door de parkeernorm te combineren met het aantal te realiseren woningen in het betreffende plan. Aan de hand van publicatie van de stichting CROW (publicatie 381) komt het benodigde aantal parkeerplaatsen uit op: 43 x Huur, appartement, midden: 43 x 1,4 = 60,2 2 x Huur, appartement, duur: 2 x 1,9 = 3,8 3 x Huur, huis, vrije sector: 3 x 2,0 = 6 Dat betekent dat er totaal 70 parkeerplaatsen benodigd zijn. Door efficiënter ruimtegebruik blijkt dat er in onderhavig plan 75 parkeerplaatsen op eigen terrein kunnen worden gerealiseerd. Per abuis is in het ontwerpbestemmingsplan voor de drie grondgebonden woningen gerekend met de parkeerkencijfers voor koopwoningen.
De Toelichting en bijhorende indicatieve schets van de inrichting van de parkeerplaats in het vast te stellen bestemmingsplan worden daarom geactualiseerd en overzichtelijker gemaakt. Daarmee komen de ingetekende parkeerplaatsen in de openbare ruimte te vervallen. Er worden op het parkeerterrein 64 parkeerplaatsen gerealiseerd, de grondgebonden woningen krijgen in totaal 2 parkeerplaatsen op hun perceel en aan de zuidzijde van het gebouw (ontsloten via de Bosscheweg) komen 9 parkeerplaatsen. Het plan voorziet dus in ruim voldoende parkeergelegenheid om aan de geldende parkeernorm te kunnen voldoen.
Pagina 3 van 37
Zaaknummer:
5488-2021
Documentnummer:
5488-2021:788258
c) De mogelijkheden uit het voormalig bestemmingsplan ‘Kom Beek en Donk’ is als onderlegger gebruikt voor dit plan. In de Toelichting onder paragraaf 2.2 van het onderhavig plan is te zien dat de rooilijn van de twee-kapper nagenoeg aansluit op de rooilijn Mgr. Verhagenstraat 8 en 10. Dit versterkt het ensemble van de belendende woningen in schaal en maat. De twee-onder-één-kap komt daarmee circa 0,5 m meer terug te liggen dan de huidige bedrijfshal en sluit daarmee beter aan op de bestaande woningen aan de Mgr. Verhagenstraat. Het appartementengebouw op de kruising is een stedenbouwkundige markering van de dorpsentree vanuit Gemert-Bakel. Het volume volgt de contour en rooilijn van de aangrenzende kavels waardoor het gebouw zich aan de Mgr. Verhagenstraat op logische wijze in het weefsel voegt. De rooilijn wijkt daarmee licht af van de bouwmogelijkheden uit het voormalige bestemmingsplan ‘Kom Beek en Donk’. Omdat deze integrale Kom-plannen altijd een conserverend karakter hebben, is met de situering van de bouwvlakken onder andere geen rekening gehouden met de wijziging van de verkeersituatie. Vanaf 2002 is de maximale snelheid van 50 km/uur aangepast naar 30 km/uur. Daarom is de situatie uit 1975 lastig vergelijkbaar met de huidige situatie.
De nieuwe façades begeleiden visueel het zicht op de Donkse brug sterker door de meer terug liggende rooilijn van de twee-onder-één-kap woningen ten opzichte van de façade van de huidige bedrijfshal. In Reactie 1a is aangegeven dat de verbeelding aangepast wordt met twee aparte bouwvlakken in plaats van één bouwvlak. Hiermee wordt het duidelijker hoe de drie grondgebonden woningen in het plangebied zijn gesitueerd. d) Zie reactie 1b. Hierin is te lezen dat de parkeerplaatsen efficiënter zijn gesitueerd. Daardoor kunnen de parkeerplaatsen aangrenzend aan het perceel van reclamant worden opgeheven. Deze parkeerplaatsen komen elders op eigen terrein te liggen. Een indicatieve schets van de inrichting van de parkeerplaats is geactualiseerd in het vast te stellen bestemmingsplan. e) De vergunning voor de gebouwde werkplaats van reclamant dateert van 14 juni 1974. De werkplaats wordt feitelijk gezien als bijgebouw bij de woning. Het perceel van reclamant heeft volgens het bestemmingsplan Kom Beek en Donk de bestemming ‘Wonen’. Binnen de bestemming ‘Wonen’ mogen ‘Beroepsmatige activiteiten’ (artikel 16 lid 1 sub 2) worden uitgevoerd. Daarbij is het van belang dat de woonfunctie op het bouwperceel primair blijft. Tevens mag het gebruik van bijgebouwen geen ernstige c.q. onevenredige hinder opleveren voor het woonmilieu en geen afbreuk doen aan het woonkarakter van de buurt.
De werkplaats blijft bovendien toegankelijk voor reclamant en het gebruik van zijn werkplaats kan dus continueren mits hij voldoet aan de voorwaarden uit het bestemmingsplan Kom Beek en Donk. f)
Bij de kruising van de Mgr. Verhagenstraat en de Bosscheweg ligt de beweegbare Donkse brug over de Zuid-Willemsvaart. De brug staat per keer gemiddeld 5 minuten open. Wanneer de brug openstaat stopt tijdelijk de doorstroming van onder andere de route Mgr. Verhagenstraat-Koppelstraat/Kapelstraat en vice versa. Aangezien de Mgr. Verhagenstraat sinds 2010 voorrang heeft op de Bosscheweg, rijdt de Mgr. Verhagenstraat ook weer sneller door. De Mgr. Verhagenstraat is ingericht als erftoegangsweg en heeft daarmee tot doel om toegang tot bijvoorbeeld woningen, bedrijven, scholen en winkels te bieden. Er was in de oude situatie reeds een in- en uitrit tot het plangebied vanaf de Mgr. Verhagenstraat, de nieuwe inrit van het onderhavige plan wordt wellicht intensiever gebruikt dan voorheen. Dit zal echter nagenoeg geen extra gevolgen hebben voor de doorstroming ten opzichte van de huidige situatie. Het nieuwe Pagina 4 van 37
Zaaknummer:
5488-2021
Documentnummer:
5488-2021:788258
parkeerterrein en het parkeerterrein aan de Bosscheweg voorzien samen in 75 parkeerplaatsen, dit is voldoende om aan de geldende parkeernorm te voldoen op eigen terrein. Bovendien wordt het een afgesloten parkeerplaats en dat maakt deze parkeerplaatsen aantrekkelijker dan de openbare parkeerplaatsen aan de Mgr. Verhagenstraat. g) Het bestemmingsplan biedt de juridische grondslag voor het bouwen en gebruiken van gebouwen en gronden. Zaken als de wijze van het bouwrijp maken of de bouwkundige staat van de bestaande woningen kan niet in een bestemmingsplan worden geregeld. Deze zaken worden in het kader van de omgevingsvergunning behandeld waartegen separaat bezwaar open staat. Op 24 januari 2020 is een anterieure overeenkomst gesloten tussen de ontwikkelaar en de gemeente. Daarin is onder andere het volgende artikel opgenomen: ‘Om schade aan opstallen van naburige percelen te voorkomen zal Wederpartij (de ontwikkelaar), daar waar de noodzaak aanwezig is om een paalfundering aan te brengen, een heitechniek toepassen die geen trillingshinder veroorzaakt, wat inhoudt dat de palen zullen worden geschroefd of geboord.’ 2. a) Reclamant verzoekt de gemeente om het kruispunt Mgr. Verhagenstraat – Tuinstraat te herinrichten. De entree van de Tuinstraat ziet er onverzorgd en niet representatief uit. Het aantal verkeersbewegingen en de verkeersonveiligheid zal toenemen vanwege het plan.
b) Reclamant verzoekt de gemeente om de parkeerproblematiek in de Tuinstraat aan te pakken. Reeds in de huidige situatie van de Tuinstraat stagneert de doorgang als gevolg van het huidige parkeerbeleid. Bewoners moeten regelmatig de ‘sluipweg’ achter de woningen (oneven nummers) nemen. Reactie a) De Mgr. Verhagenstraat is in 2018 mede ter hoogte van het plangebied op de schop gegaan. De hergebruikte gebakken klinkers zijn vervangen voor geluidreduceerde betonklinkers. De oude klinkers leverden voor omwonenden veel geluids- en trillingsoverlast op. Omdat beide wegen erftoegangswegen zijn, is de kruising Mgr. Verhagenstraat – Tuinstraat gelijkvloers vormgegeven en geaccentueerd door een punaise. Deze bolvormige verhoging heeft voor het verkeer een attentieverhogende en snelheidsremmende signaalfunctie. De kruisingen van de Mgr. Verhagenstraat met de Parallelweg en de Brakenstraat zijn hetzelfde vormgegeven. Er wordt hier gestreefd naar zoveel mogelijk vergelijkbare kruisingen om de weggebruiker duidelijkheid en herkenbaarheid te bieden. Het herinrichten van het uiterlijk van de kruising Mgr. Verhagenstraat – Tuinstraat is geen onderdeel van dit bestemmingsplan omdat het uiterlijk van een straat niet wordt geregeld in een bestemmingsplan. Tevens ligt de betreffende kruising buiten het bestemmingsplangebied.
Het aantal verkeersbewegingen neemt inderdaad toe, maar niet dermate dat een nieuw wegprofiel noodzakelijk is. Om de doorstroming in de Tuinstraat te bevorderen overweegt de gemeente om het parkeren aan één zijde van de straat te regelen. Dit zijn echter uitvoeringsaspecten die later nog aan de orde zullen komen en geen deel uitmaken van deze bestemmingsplanprocedure. b) Zoals hierboven onder 2a) is aangegeven, wordt overwogen om het parkeren in de Tuinstraat aan één zijde te regelen. Dit ligt echter buiten het plangebied en valt daarmee
Pagina 5 van 37
Zaaknummer:
5488-2021
Documentnummer:
5488-2021:788258
buiten deze bestemmingsplanprocedure. In een later stadium zal een en ander worden bezien en hierop teruggekomen. 3. a) De nieuw te realiseren parkeerplaats in dit plan scheidt het perceel van reclamant slechts met een laag hekwerk. De tuin van reclamant komt daardoor in het zicht te liggen. Tevens verwacht reclamant dat uitlaatgassen, koplampen, stemmen, geluidhinder van open- en dichtslaande deuren, etc. een storende factor zullen zijn. b) Reclamant verzoekt de gemeente om toestemming te verlenen aan de ontwikkelaar om een ‘geluiddempende’ muur te realiseren. Daarnaast verzoekt reclamant om een toegang tot het eigen perceel te verkrijgen middels de nieuwe parkeerplaats. c) Uit het plan zou blijken dat er onvoldoende parkeerplaatsen gerealiseerd gaan worden. Reclamant vraagt zich af waar de overige auto’s gaan parkeren. In de nabijgelegen Tuinstraat zijn geen mogelijkheden, omdat hier reeds een parkeerprobleem is. De doorstroming van de Tuinstraat wordt regelmatig geblokkeerd door dit parkeerprobleem. d) Reclamant vindt het in- en uitrijden middels de Tuinstraat een onveilige situatie. Er wordt hard gereden en het is elke dag opletten geblazen. e) Reclamant verzoekt de gemeente om de Tuinstraat op te vijzelen. De straat zou een ondergeschoven kindje zijn en niet aantrekkelijk.
Reactie a) De ontwikkelaar werkt voor de inrichting van het parkeerterrein een groenplan uit met onder andere hagen en laag groen. Door strategische plaatsing van het groen kan grotendeels lichthinder en inkijk worden voorkomen. Verder is er een aanvullend akoestisch onderzoek uitgevoerd voor de nieuwe parkeerplaats. Uit het onderzoek van Tritium Advies d.d. 9 februari 2021 blijkt dat in het kader van best beschikbare technieken (BBT) een geluidafschermende voorziening dient te worden gerealiseerd op de perceelgrens van de woningen aan de Tuinstraat, grenzend aan het parkeerterrein. Deze afscherming blijkt niet noodzakelijk voor de woning van reclamant, omdat ter plaatse een akoestisch goed woon- en leefklimaat is gewaarborgd. Onderhavig plan levert een ‘niet in betekende mate bijdrage’ (NIBM) aan de luchtverontreiniging. Middels deze tool van Kenniscentrum InfoMil is het eenvoudig en snel te bepalen of een plan niet-in-betekende-mate bijdraagt aan de concentratie van een stof in de buitenlucht. Zeker gezien de herbestemming van de bedrijfsbestemming (met een bouwvlak) van circa 1.900 m2 naar 48 woningen. De berekening bijhorend bij deze NIBM-conclusie wordt inzichtelijk gemaakt door deze toe te voegen aan de toelichting van het vast te stellen bestemmingsplan. b) Zie reactie 3a.
Voor het gedeelte waar de geluidsafschermende voorziening dient te komen, wordt het bestemmingsplan gewijzigd en een voorwaardelijke verplichting opgenomen in de bestemmingsregels. Aangezien de ontwikkelaar het parkeerterrein in eigen beheer houdt kan de gemeente geen uitspraken doen over de toegankelijkheid tot het perceel van reclamant via het parkeerterrein. Reclamant kan hierover in gesprek gaan met de ontwikkelaar. c) Zie reactie 1b. Alle parkeerplaatsen kunnen op eigen terrein worden gerealiseerd. Er is dus geen noodzaak om van de parkeerplaatsen aan de Tuinstraat gebruik te maken. Pagina 6 van 37
Zaaknummer:
5488-2021
Documentnummer:
5488-2021:788258
d) Door het uitrijden aan de Tuinstraat te organiseren, wordt voorkomen dat er een (extra) uitrit aan de Mgr. Verhagenstraat ontstaat. Deze (extra) uitrit zou voor een nieuwe gelijkwaardige kruising zorgen op de Mgr. Verhagenstraat. Dit zou niet bevorderlijk voor de doorstroming op de Mgr. Verhagenstraat zijn. Met de uitrit aan de Tuinstraat kan er gebruik worden gemaakt van al bestaande infrastructuur en dus van een bestaande gelijkwaardige kruising om de Mgr. Verhagenstraat op te rijden. Het aantal verkeersbewegingen in de Tuinstraat neemt met maximaal 230 verkeersbewegingen per etmaal (CROW 381: 43 huurappartementen midden, 2 huurappartementen duur en 2 twee-onder-één kapwoningen en 1 vrijstaande woning (huur)) toe. In werkelijkheid zal dit zeer waarschijnlijk minder zijn, omdat er 9 parkeerplaatsen gelegen zijn aan de Bosscheweg en dus niet uitrijden aan de Tuinstraat. De verkeersintensiteit op de Tuinstraat komt volgens vergelijkbare berekening (CROW 381: 23 tussenwoningen/hoekwoningen, 5 vrijstaande woningen en 3 twee-onder-één kap) op een intensiteit uit van maximaal 247 verkeersbewegingen per etmaal. Cumulatief is dit nog altijd een zeer bescheiden verkeersintensiteit, ook voor een erftoegangsweg met een 30 km/uur-regime. Om de doorstroming in de Tuinstraat te bevorderen overweegt de gemeente om het parkeren aan één zijde van de straat te regelen.
Dit zijn echter uitvoeringsaspecten die in een later stadium nog aan de orde komen. Het bestemmingsplan is niet het document om dergelijke praktische zaken, die overigens buiten het plangebied liggen, te benoemen. e) De Tuinstraat hoort formeel gezien niet bij het plangebied van dit bestemmingsplan. Daarbij wordt het opvijzelen van een straat niet in een bestemmingsplan geregeld. In het Wegenbeheerplan van de gemeente worden de prioriteiten voor de instandhouding van de wegenstructuur vastgelegd. Voor de komende vijf jaar staat de Tuinstraat niet opgenomen in deze planning. Wel zal de uitrit van de nieuwe parkeerplaats conform de kruisingen in de directe omgeving worden vormgegeven. Dat betekent een gelijkwaardige kruising en geaccentueerd met een punaise. Deze bolvormige verhoging heeft voor het verkeer een snelheidsremmende signaalfunctie. 4. a) Reclamanten geven aan dat in het ontwerpbestemmingsplan geen rekening wordt gehouden met de belangen van de omgeving. De mogelijke (negatieve) effecten voor omwonenden zouden ontbreken. De omgeving lijkt door de gemeente niet serieus te worden beschouwd en als gelijkwaardige partner te worden gezien. Het ontwerpbestemmingsplan voldoet niet aan de afweging die nodig is om te spreken van goede Ruimtelijke Ordening. b) Reclamanten geven aan dat ook de ontwikkelaar de omgeving niet voldoende serieus heeft genomen.
De georganiseerde informatiebijeenkomst is midden in de zomer gehouden en de uitnodiging hiervoor is enkele dagen daarvoor verzonden. Niet iedereen kon daardoor aanwezig zijn. De ontwikkelaar heeft tevens telefonisch contact gehad met omwonenden, maar dit gesprek heeft geen vertrouwen gegeven dat de omgeving serieus wordt genomen. Veel van de beloften uit deze gespreken zijn niet terug te vinden in dit ontwerpbestemmingsplan. c) Bij de woningen aan de even-zijde van de Mgr. Verhagenstraat is sprake van een zeer matig tot tamelijk slechte milieukwaliteit (aspect geluid) volgens de methode Miedema. Ook de luchtkwaliteit is matig tot slecht te noemen (uitlaatgassen, roet en fijnstof). Aan de achtergevels zou sprake zijn van een goede tot redelijke goede milieukwaliteit. De Pagina 7 van 37
Zaaknummer:
5488-2021
Documentnummer:
5488-2021:788258
woningen aan de oneven zijde van de Mgr. Verhagenstraat hebben te maken met de drukke weg en het geluidgezoneerd industrieterrein aan de achterzijde van de woningen. Het woon- en leefklimaat bij deze woningen zou zeer matig tot slecht zijn. De komst van het appartementencomplex zal niet bijdragen tot een verbetering. Ook voor de woningen aan de Tuinstraat geldt dat de kwaliteit bij een rondom deze woningen goed tot redelijk goed zou zijn. De huidige kwaliteit moet minimaal behouden blijven om gemiddeld een redelijk goed woon- en leefklimaat te hebben. Het voorliggende ontwerpbestemmingsplan zorgt volgens reclamanten voor een aanzienlijke verslechtering van het milieu-, woon- en leefklimaat bij omliggende woningen. Volgens reclamanten blijkt dit niet uit de onderbouwing bij het ontwerpbestemmingsplan. d) In het ontwerpbestemmingsplan is uitgegaan van een gemengd gebied in overeenstemming met de VNG-brochure Bedrijven en Milieuzonering. Dit is volgens reclamanten een onjuiste gebiedstypering van de huidige woonomgeving. Het plangebied met omgeving heeft diverse functies, maar komt niet overeen met de typering gemengd uit de brochure. Met name voor de oneven woningen aan de Mgr. Verhagenstraat en de woningen aan de Tuinstraat zou sprake zijn van een rustige woonwijk. In dat gebied zou sprake zijn van uitsluitend wonen.
Het typeren van het plangebied als gemengd gebied doet ernstige afbreuk aan de feitelijke en door reclamanten ervaren situatie. e) In het bestemmingsplan Kom Beek en Donk (2012) is op het planperceel in de huidige situatie een maximum bouwhoogte van 6 meter en een goothoogte van 4,5 meter toegestaan. Met dit ontwerpbestemmingsplan is een goothoogte van 15 meter toegestaan en de maximale bouwhoogte is niet vastgelegd. Hierdoor mag het nieuwe gebouw minimaal 3,3 keer zo hoog worden nu toegestaan (15:4,5). Reclamanten vinden dit onaanvaardbaar en vinden de aanvaardbaarheid van deze afwijkende bouwhoogte ten opzichte van de omgeving niet aangetoond. f)
De hoogte van het appartementengebouw past niet in de omgeving. Het hoogste gebouw in de directe omgeving is het pand aan de Bosscheweg 6, met een maximum goothoogte van 9,0 meter. Dat is maximaal 2 keer zo hoog als de goothoogte dat nu is toegestaan volgens het bestemmingsplan Kom Beek en Donk. Op het bedrijventerrein ten noorden van het plangebied is de maximum bouwhoogte 10 meter. Ten westen, aan de overzijde van het kanaal, hebben de gebouwen een maximum bouwhoogte van 9 meter. Het onderhavige plan bevindt zich volgens reclamanten in een woongebied waarin de maximum goothoogte ten hoogste 6 meter bedraagt. De hoogte van het complex doet een grove inbreuk op het aanzicht van de woonomgeving. Een pand met deze omvang doet afbreuk aan het woongebied en het dorpse karakter. Reclamanten vinden de aanvaardbaarheid van deze afwijkende bouwhoogte ten opzichte van de omgeving niet aangetoond. Door de gebouwhoogte ontstaat er hinder voor de omgeving, zoals geluidreflectie, lichthinder, zon en schaduw en inkijk in tuinen.
g) Door de gebouwhoogte is het volgens reclamanten mogelijk dat zonreflecties ontstaan die hinder voor omwonenden kunnen opleveren. Tevens beperkt het gebouw de inval van zonlicht. Reclamanten vinden het ongewenst dat het licht dat nu in hun tuinen valt door het gebouw wordt opgeheven. Reclamanten verzoeken dat het effect van het gebouw op zonreflecties en zonafscherming wordt onderzocht. h) De hoogte van het gebouw en de aanwezigheid van appartementen met balkons op hoogte leidt tot inkijk in tuinen van de omliggende woningen. Reclamanten vinden dat het niet is aangetoond dat hiervan geen sprake is en/of op welke manier het wordt voorkomen. Pagina 8 van 37
Zaaknummer:
5488-2021
Documentnummer:
5488-2021:788258
i)
Voor het realiseren van de parkeerplaats moet volgens Reclamanten aangetoond worden dat er sprake is van aanvaardbare akoestische kwaliteit bij de bestaande geluidgevoelige gebouwen. Volgens de VNG-brochure zou er een minimale afstand voor het aspect geluid gehanteerd moeten worden van 30 meter. Deze afstand geldt voor een rustige woonwijk, waarvan zeker aan de achterzijde van de woningen aan de even zijde van de Mgr. Verhagenstraat en woningen aan de Tuinstraat sprake is. De afstand tussen de nieuwe parkeerplaats en de woningen is zeer minimaal (tuinen op 0 meter afstand). Door verschillende bronnen (rijden van auto’s, autodeuren/kofferbak, pratende personen) kunnen onaanvaardbare pieken ontstaan wat voor slaapverstoring kan zorgen. De geluidsbelasting door deze activiteiten op de gevels van de bestaande woningen is niet in beeld gebracht. Aangezien dat de meeste woningen met een achtertuin tegen de parkeerplaats komen te liggen moet ook de geluidbelasting in de tuinen worden bepaald. De in- en uitrit van de parkeerplaats ligt direct naast woningen en de tuinen daarvan. Handelingen als rijdende auto’s, remmen en optrekken zorgen voor geluidsoverlast. Voorheen ging het uitsluitend over een auto van en naar de woning aan Tuinstraat 2a. Reclamanten verwachten tientallen bewegingen die voor overlast zorgen.
j)
Uit het ontwerpbestemmingsplan blijkt niet waar installaties, in- en uitlaten van installaties en andere mogelijke geluidbronnen worden gerealiseerd. Afhankelijk van de positie en uitvoering hiervan zal hinder naar de omgeving ontstaan verwachten de reclamanten.
k) Reclamanten vragen voor welke doelgroep deze appartementen beschikbaar komen. Het is ongewenst dat de appartementen beschikbaar komen voor een doelgroep waarbij geluidoverlast eerder is te verwachten. l)
De vele geluidbronnen in de omgeving vragen om een integrale beoordeling. Er moet volgens reclamanten rekening worden gehouden met een cumulatie van geluid.
m) Reclamanten verzoeken duidelijkheid over de wijze waarop de parkeerplaats en de in- en uitrit verlicht gaat worden en hoe wordt lichthinder voorkomen in de omgeving en tuinen van omwonenden. Wordt verlichting ingezet om hinder (hangplek/ontmoetingsplek) te voorkomen? Hiernaast verzoeken reclamanten duidelijkheid over de lichthinder van de verlichting van het appartementencomplex naar de omgeving. Hoe wordt gezorgd dat de lichthinder van auto’s die uit de uitrit rijden op de woningen aan de Tuinstraat 5 tot en met 13 aanvaardbaar is? n) De Reclamanten vinden het onwenselijk dat er ongewenste personen op de parkeerplaats komen. Het is daarom gewenst dat er goede verlichting is, maar niet hinderlijk voor de omgeving. Daarbij wensen reclamanten toezicht op het parkeerterrein, omdat door de ligging van de parkeerplaat het geheel onttrokken wordt van toezicht. o) Reclamanten wensen waarborging van het éénrichtingsverkeer voor de inrit aan de Mgr. Verhagenstraat en de uitrit via de Tuinstraat. p) Een nieuwe in- en uitrit met parkeerplaats in een nu bestemde woonomgeving wordt niet wenselijk geacht door reclamanten. Hinder door geluid, luchtvervuiling, stof, veiligheid en dergelijke zal optreden. Volgens reclamanten zou het logischer zijn om het verkeer via de Bosscheweg af te wikkelen. Hier zou voldoende ruimte zijn om een veilig de weg te verlaten of op te gaan.
Een verandering van een woonbestemming naar verkeersbestemming is hierdoor niet nodig. q) Het verkeer van met name de Mgr. Verhagenstraat veroorzaakt reeds een ongewenste hoeveelheid stof, uitlaatgassen, roet en fijnstof. Niet alleen het rijdende verkeer, maar
Pagina 9 van 37
Zaaknummer:
5488-2021
Documentnummer:
5488-2021:788258
ook het wachtende verkeer voor de brug. Extra verkeer veroorzaakt extra bronnen die stof, uitlaatgassen, roet en fijnstof veroorzaken en is dan ook onaanvaardbaar. r)
Uit de motivatie in het bestemmingsplan blijkt dat het aantal te realiseren parkeerplaatsen minder is dan nodig. Dit is onwenselijk volgens reclamanten. Het is daarnaast onduidelijk welke publicatie is gebruikt door de stichting CROW. Tevens is onduidelijk waarom er twee verschillende normen zijn gehanteerd. Reclamanten vinden het onduidelijk waar bezoekers van de appartementen parkeren. Het is namelijk niet gewenst dat er door de nieuwe bewoners/bezoeker wordt geparkeerd in de nabijgelegen straten Mgr. Verhagenstraat en de Tuinstraat, omdat hier al een parkeerdruk is volgens reclamanten. Het is bovendien niet wenselijk volgens reclamanten dat ongeduldige bewoner gebruik gaan maken van bestaande parkeerplaatsen langs de weg. Hiernaast zijn een zestal ‘nieuwe’ parkeerplaatsen zijn ingetekend aan de Mgr. Verhagenstraat, dit zouden niet allemaal nieuwe parkeerplaatsen zijn. Reclamanten vragen zich ook af of onderzocht is een parkeergarage onder appartementen tot de mogelijkheden behoord. Volgens reclamanten zou het vooraf duidelijk moeten zijn wat het eindbeeld gaat zijn wat betreft parkeren.
s) Reclamanten geven aan dat wanneer de parkeerplaatsen langs de Mgr. Verhagenstraat worden gerealiseerd het trottoir dicht bij de inrit niet meer zichtbaar is. Hierdoor kan een onveilige situatie ontstaan. t)
Reclamanten vragen zich ook af hoe de inrit zichtbaar wordt gemaakt en het snelheidsverschil van rijdend verkeer naar afslaand verkeer wordt opgevangen. De situering van de eerste parkeerplaatsen op het parkeerterrein zijn volgens reclamanten gevaarlijk wanneer men achteruitrijdt, komt men namelijk op het trottoir en er ontstaat kans op aanrijdingen met inrijdend verkeer.
u) De weg vanaf de brug tot aan de Tuinstraat wordt door reclamanten als zeer onveilig ervaren. Extra verkeer zal tot een onveiligere situatie leiden; extra parkeerplaatsen aan de weg, afslaande voertuigen en het snelheidsverschil. v) Wanneer de brug open staat, staat een lange rij auto’s te wachten tot voor de Tuinstraat. Reclamanten vragen zich af of bewoners dan gebruik maken van de uitrit aan de Tuinstraat in plaats van de inrit aan de Mgr. Verhagenstraat. Bovendien wordt door de toename van verkeer uit de Tuinstraat de kruising van de Tuinstraat – Mgr. Verhagenstraat aanzienlijk onveiliger. Het uitrijden uit de smalle Tuinstraat zal voor grotere voertuigen zeer moeilijk zijn, omdat het zicht bij uitrijden op straat beperkt is. Reclamanten verwachten dat hierdoor opstopping ontstaat door tegemoetkomende, afslaande en geparkeerde voertuigen. w) De kruising van de Bosscheweg en Mgr. Verhagenstraat is al zeer onveilig. Niet alleen voor voertuigen, maar zeker ook voor fietsers en voetgangers. De komst van het appartementengebouw dicht tegen de weg maakt de situatie niet overzichtelijker en ook niet veiliger. Er is hierdoor minder zicht op de wandel- en fietsstroken. x) Volgens reclamanten geeft de tekst in de bodemparagraaf onvoldoende waarborging dat de bodem voldoende wordt gesaneerd voordat de werkzaamheden aanvangen.
Momenteel staat er dat ‘voorafgaand aan de nieuwbouw de bodem op die locaties gesaneerd worden’. Onduidelijk is wat wordt bedoeld met ‘die locaties’. Reclamanten verzoeken daarom dat aan de regels wordt toegevoegd: ‘voorafgaand aan de nieuwbouw zal de locatie minimaal worden gesaneerd tot de bodemkwaliteitsklassen Wonen of beter’. y) Gevraagd wordt of het riool de extra hoeveelheid water vanuit de appartementen en de woningen aan kan en of het regenwater voldoende kan worden afgevoerd. Reclamanten Pagina 10 van 37
Zaaknummer:
5488-2021
Documentnummer:
5488-2021:788258
vragen duidelijkheid over hoe wordt voorkomen dat regenwater vanaf de parkeerplaats in de tuinen stroomt. Reclamanten wensen dat afstroming van water vanaf parkeerplaatsen te allen tijde wordt voorkomen. z) Reclamanten hebben een alternatief plan om een gedeelte van de bedrijfsbestemming om te zetten in wonen (appartement gedeelte) en een deel in verkeer (voor de parkeerplaatsen). De huidige woonbestemming van Tuinstraat 2a kan zo behouden blijven en de drie woningen kunnen daarop worden geprojecteerd. Reclamanten verwachten dat er zo minder afbreuk wordt gedaan aan het huidige woon- en leefklimaat. Reclamanten vragen of deze invulling is onderzocht die minder belastend is voor de omgeving. Ook wordt gevraagd of het alternatief van parkeerruimten onder de appartementen is onderzocht. aa) Reclamanten vragen wat bedoeld wordt met de planregels 9.1.3 en 3.1 over evenementen. Reclamanten geven aan dat de omgeving niet geschikt is als evenementenlocatie. Daarnaast verzoeken reclamanten om de bouwhoogte vast te leggen zodat het gebouw niet nog hoger kan worden dan nu in het plan is opgenomen. bb) Reclamanten vragen wat de ingeschatte geluidsoverlast is van de bouw en het bouwverkeer. Daarbij wordt gevraagd hoe dit aanvaardbaar wordt gehouden en de veiligheid van de omgeving wordt geborgd.
cc) Reclamanten geven aan dat tijdens de aanleg van de brug/sluis veel schade aan de woningen is ontstaan door het heien. Hoe gaat de gemeente dit voorkomen? dd) Er is al veel gebouwd in Beek en Donk. In de woonvisie staat beschreven dat er meer gebouwd zou moeten worden in Aarle-Rixtel en Lieshout, niet in Beek en Donk. Gaat de gemeente met deze hoeveelheid nieuwe woningen niet over de grens van wat men mag bouwen en wat echt nodig is voor Beek en Donk. ee) De nieuwbouw is langs de weg gesitueerd, echter in het verleden mocht dit niet vanwege zicht op de kruising bij de brug. Waarom mag er zo kort op de weg worden gebouwd. ff) Waar komt de vuilnis van het appartementencomplex? Veroorzaakt dit geuroverlast? Hoe wordt het vuil opgehaald en welke impact heeft dit voor de omgeving? gg) Waar komen pakketdiensten pakketjes afgeven en welke impact heeft dit voor de buurt? hh) Wie beheert de in- en uitritten en het parkeerterrein? ii) Reclamanten verzoeken dat de invoergegevens van het onderzoek en de toelichting van de normstelling aan het wegverkeerslawaai onderzoek worden toegevoegd. jj) Het plan zoals het nu voorligt leidt tot een verslechtering van het woon- en leefklimaat. Hierdoor zullen de bestaande woningen in waarde verminderen.
Reactie a) Bij het opstellen van een bestemmingsplan voor een ruimtelijke ontwikkeling moet worden beoordeeld of er sprake is van een goede ruimtelijke ordening. De Wet ruimtelijke ordening stelt eisen aan een bestemmingsplan. Eén daarvan is dat in de toelichting bij het bestemmingsplan de voor het plan relevante beleids- en milieuaspecten worden benoemd. In de toelichting van het bestemmingsplan is aandacht besteed aan alle relevante aspecten volgens de geldende wet- en regelgeving, waarbij de effecten van het plan op de omgeving zijn onderzocht. Zoals benoemd in reactie a van zienswijze 3 wordt hoofdstuk 4 van de toelichting aangevuld met een akoestisch onderzoek omgevingslawaai ten behoeve van het parkeerterrein en met de resultaten van de tool van Kenniscentrum InfoMil in het kader van mogelijke luchtverontreiniging. Belangrijk om te vermelden is dat de locatie in de huidige situatie grotendeels een bedrijfsbestemming heeft die met dit Pagina 11 van 37
Zaaknummer:
5488-2021
Documentnummer:
5488-2021:788258
plan wordt omgezet naar een woonfunctie. Op basis van bovenstaande informatie en aanpassingen in het bestemmingsplan zijn wij van mening dat dit plan getuigt van een goede ruimtelijke ordening. b) De zienswijzeprocedure is in de wet geregeld. Het is daardoor een juridische, formele fase. Zoals uit rechtspraak blijkt, dient de zienswijzeprocedure er ook voor om eventuele gebreken in het plan aan het licht te stellen en alle belangen, waaronder die van omwonenden en de eigenaar van het perceel, in de besluitvorming te betrekken. De formele fase van de zienswijzeprocedure wordt vaak voorafgegaan door een informele fase, waarin met omwonenden wordt gesproken. Dit is niet wettelijk voorgeschreven hetgeen ook in de vaste jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State bevestigd is. In dit geval is dit wel gebeurd, zoals in de zienswijze ook is aangegeven. In het kader van de omgevingsdialoog had de ontwikkelaar gepland om te starten met keukentafelgesprekken met de direct belanghebbenden die grenzen aan het plangebied om vervolgens een plenaire bijeenkomst met de overige buren/belanghebbenden te organiseren. Dit laatste is sterk verhinderd door de coronapandemie. De ontwikkelaar heeft vervolgens besloten om op korte termijn alsnog een plenaire presentatie te verzorgen voor belanghebbenden, vanwege het willen starten met de bestemmingsplanprocedure.
Deze bijeenkomst had als doel om eventuele zienswijzen van aanwezigen te inventariseren en is aangekondigd met een brief. Vanwege de korte planning was de zomervakantie de enige mogelijkheid voor de ontwikkelaar. Tijdens de presentatie is aangegeven dat in een tweede presentatie nader zou worden ingegaan op de geplaatste opmerkingen van de belanghebbenden. Vanwege een nieuwe lockdown werd echter een tweede plenaire bijeenkomst organiseren onmogelijk. Daarop heeft de ontwikkelaar telefonisch contact gezocht met de direct belanghebbenden voor een terugkoppeling. Op meerdere momenten is ruimte gegeven om aanvullende vragen te stellen. Deze in- en samenspraak heeft dus plaatsgevonden voordat het ontwerpbestemmingsplan in procedure is gebracht door de gemeente. Aanvullend geldt, dat overleg met omwonenden niet hoeft te leiden tot algehele goedkeuring/instemming. Zoals de rechter overweegt: “niet is vereist dat initiatiefnemer en omwonenden met elkaar overeenstemming bereiken” (o.a. ECLI:NL:RVS:2017: 1542). Niet iedereen hoeft het dus uiteindelijk ook eens te zijn met een bouwplan. c) In het voormalige bestemmingsplan ‘Kom Beek en Donk’ zit op een deel van de percelen van het plangebied de bestemming ‘Bedrijf’. Deze percelen worden herbestemd naar ‘Wonen’. Dit is planologisch en milieutechnisch gezien juist een vooruitgang ten opzichte van de bestaande situatie.
De bestemming ‘Wonen’ geeft over het algemeen minder milieuhinder dan een bedrijfsbestemming. Het bedrijfspand is weliswaar sinds 2008 niet meer in gebruik als bedrijf, maar de mogelijkheid om een bedrijf te starten is nog steeds vastgelegd in het geldende bestemmingsplan ‘Kom Beek en Donk’. Met de opmerking dat het plan zou leiden tot een aanzienlijke verslechtering van het milieu-, woon- en leefklimaat” kunnen wij dan ook niet instemmen. d) In de VNG-brochure wordt het omgevingstype "gemengd gebied" als volgt omschreven: "Een gemengd gebied is een gebied met matige tot sterke functiemenging. Direct naast woningen komen andere functies voor zoals winkels, horeca en kleine bedrijven. Voorbeelden zijn lintbebouwing in het buitengebied met overwegend agrarische en andere bedrijvigheid gebieden die direct langs de hoofdinfrastructuur liggen. In die gebieden kan de verhoogde milieubelasting voor geluid de toepassing van kleinere richtafstanden rechtvaardigen. Geluid is voor de te hanteren afstand van milieubelastende activiteiten Pagina 12 van 37
Zaaknummer:
5488-2021
Documentnummer:
5488-2021:788258
daarbij veelal bepalend. Het gebied kan in zijn algemeenheid worden beschouwd als een gebied waar verschillende typeringen aan de orde zijn. Het centrum van Beek en Donk (omgeving Piet van Thielplein) en bedrijventerrein ‘De Bemmer’ zijn in de buurt gelegen, evenals de Zuid-Willemsvaart. Op basis van deze omstandigheden is er sprake van een "gemengd gebied" als bedoeld in de VNG-brochure. Om te streven naar het voordeligste scenario voor de omgeving is in het uitgevoerde akoestisch onderzoek ten behoeve van het parkeerterrein als uitgangspunt het plangebied als een "rustige woonwijk" genomen en niet als “gemengd gebied”, mede gelet op de situatie aan de achterzijde van de woningen. e) De Mgr. Verhagenstraat is een bebouwingslint volgens de Herziene Welstandsnota – Deelgebiedennota gemeente Laarbeek. Het bebouwingslint onderscheidt zich door een sterk naar bouwperiode en stijl variërende bebouwing. Kenmerkend aan het lint is een sterke menging van bebouwing en functie, gezien de nabijheid van het bedrijventerrein Bemmer. Het bebouwingslint heeft een fijne korrel aan volumes. In deze Mgr. Verhagenstraat zijn woningen veelal individueel van karakter en variërend in vrijstaand of geschakeld, maar ook variërend in kapvormen, tussenruimtes, hoogtes en verspringingen in de voorgevelrooilijn.
Het is daarmee verworden tot een typische lintbebouwing met zogenaamde vernaculaire architectuur. Streekgebonden en dorps, met over het algemeen traditionele details. De volumes aan de Bosscheweg zijn daarentegen van een groter schaalniveau door onder andere bedrijfsgebouwen en de woonvoorziening ‘De Bleek’. Aan de Bosscheweg is een mix te vinden van zowel klassieke als moderne architectuur, in zowel oorspronkelijke bebouwing als in nieuwbouw. Juist op de kruising van deze twee wegen, wordt hier nadrukkelijk rekening mee gehouden.
Figuur 1 Stedenbouwkundige analyse van de architect.
Pagina 13 van 37
Zaaknummer:
5488-2021
Documentnummer:
5488-2021:788258
Het voorliggende plan heeft zich te voegen in het fijnmazige lint, alsmede in de grove korrel aan de Zuid-Willemsvaart. Door het maken van een volume dat op zichzelf opgebouwd is uit losse woonvolumes, wordt deze grove korrel weer wat verfijnd. Er wordt nog extra rekening gehouden met de context doordat het volume ‘afkalft’ in hoogte richting het bestaande lint. Voor de laatste volumes na de inrit van de parkeerplaats, worden archetype woningen ingezet die de voorgevelrooilijn laten verspringen om goed aan te sluiten in het beeld en morfologie van de lintbebouwing. Door de hoogtes van de archetypes te variëren en af te laten lopen in de richting van Gemert, sluit het in profiel aan op de reeds bestaande woningen uit het lint. Het voorliggende plan toont een interessant antwoord op de verschillende schaalniveaus van de grote bouwvolumes aan de Bosscheweg tot de (kleinschalige) woningen aan de Mgr. Verhagenstraat. Volgens de gemeentelijke supervisor is op een ingenieuze en sprekende wijze de kenmerkende architectuur van het dorp vertaald in massa-opbouw, geleding en uitstraling. Waar de bebouwing in schaal en maat afwijkt van de dorpse schaal en maat van de Mgr. Verhagenstraat wordt in architectuur juist verbinding gelegd.
Door verfijning in de details en ornamentering, als ook de materiaal- en kleurtoepassing die eigen is voor de omgeving, is het complex passend gemaakt op de locatie. Juist hierdoor blijft sprake van samenhang. In de ‘Structuurvisie Laarbeek 2010-2020 | Groei in Balans’ staat onder andere opgenomen dat de entrees tot het dorp aandacht verdienen en stedenbouwkundig gemarkeerd moeten worden. De structuurvisie verwijst over deze stedenbouwkundige markering door naar ‘Laarbeek, Waterpoort van de Peel (2007)’. Hierin staat onder andere dat deze belangrijke entrees een eerste indruk van Laarbeek geven en daarmee deels het ‘visitekaartje’ van de gemeente bepalen. De entrees van het dorp verdienen daarom meer stedenbouwkundige aandacht. In dezelfde structuurvisie is ook geconstateerd dat de kern van Beek en Donk met de rug naar de Zuid-Willemsvaart is gekeerd. De nabijheid van en het zicht op water geven ook de mogelijkheid om een bijzondere woonkwaliteit te creëren. Zonder het groene beeld rigoureus geweld aan te willen doen, ziet de gemeente op bescheiden schaal woonpotentie aan onder andere de Zuid-Willemsvaart. f)
Zie reactie 4e voor motivering van de afwijkende gebouwhoogte. Door de aanwezigheid van hoge gebouwen kan inderdaad hinder ontstaan als geluidreflectie, zonreflectie, toename aan schaduw en inkijk in tuinen. Echter, in de onderzoeksrapporten omtrent geluid is in de rekenmodellen wel degelijk rekening gehouden met de hoogte van de gebouwen en de daarbij behorende reflecties. Zo is in het onderzoek ‘Akoestisch onderzoek omgevingslawaai Monseigneur Verhagenstraat 2 te Beek en Donk’ gerekend met een reflectiefactor van 0,8 voor gebouwen en schermen. Hieruit zijn geen noemenswaardige gevolgen gekomen op het gebied van geluidsreflectie. Het aspect bezonning kan een onderdeel zijn bij de belangenafweging van ruimtelijke ontwikkelingen. Er is echter geen wet- of regelgeving over bezonning. In Nederland wordt verschillend met dit aspect omgegaan. In de praktijk wordt als richtlijn veelal de volgende TNO-norm gebruikt: minimaal twee uur zon op de vensterbank per dag in de periode 19 februari tot en met 21 oktober. Naar aanleiding van de zienswijze is een bezonningstudie uitgevoerd. De huidige bebouwing is over het algemeen genomen lager dan de voorgestelde nieuwbouw. Gezien de ruime afstanden van de beoogde bebouwing ten Pagina 14 van 37
Zaaknummer:
5488-2021
Documentnummer:
5488-2021:788258
opzichte van de bestaande omliggende bebouwing kan worden geconcludeerd dat ook in de nieuwe situatie ten minste wordt voldaan aan bovenstaande TNO-norm voor de nabijgelegen woningen. Het project zorgt om die reden niet voor een onevenredige schaduwwerking op de nabijgelegen woningen. Geconcludeerd wordt dat in het kader van bezonning sprake is van een goede ruimtelijke ordening. De bijhorende beelden van de bezonningsstudie zijn aan deze responsnota toegevoegd. Uit vaste jurisprudentie volgt dat aan het wonen in een verstedelijkte omgeving een zekere mate van inbreuk op privacy inherent is. Beek en Donk is weliswaar geen stad, maar gelet op de locatie en de inrichting van de omgeving kan ook hier gesproken worden van een verstedelijkte omgeving. Een zekere mate van inbreuk op privacy als gevolg van ontwikkelingen als onderhavig plan is onvermijdelijk. Vanuit het Bouwbesluit moeten er immers buitenruimtes worden gemaakt. Kijkend naar het plan, dan valt op dat de projectie van het woongebouw zodanig is gekozen dat niet direct kan worden gesproken van frontaal zicht op de achtertuinen van de omliggende woningen. Er is dan ook zoveel mogelijk rekening gehouden met de omliggende bebouwing, om de negatieve gevolgen zo beperkt mogelijk te houden. Verder is het woongebouw gepositioneerd aan de Mgr.
Verhagenstraat (in de voorgevelrooilijn) en is er sprake van een behoorlijk achter terrein. Gezien de ligging in het bebouwd gebied, de bebouwing in de omgeving en de daar geldende bouwhoogten, de afstanden die hiervoor zijn genoemd en de inrichting van het plangebied, is geen sprake van een onaanvaardbare aantasting van de privacy. g) De gevels van het appartementengebouw worden vlak uitgevoerd (niet hol) met weinig reflecterende materialen waardoor concentratie van zonlicht op een specifiek punt niet zal optreden. Hierdoor zal er geen sprake zijn van hinderlijke gevelreflecties. h) Zie reactie 4f. i)
Naar aanleiding van de zienswijze is door Tritium Advies een akoestisch onderzoek uitgevoerd naar het omgevingslawaai van het parkeerterrein. In het akoestisch rapport is als uitgangspunt genomen dat het plangebied een "rustige woonwijk", als bedoeld in de VNG-brochure, is. Teven is in dit rapport getoetst aan de toetsingssystematiek uit de VNG-brochure. In paragraaf B5.3 van bijlage 5 van de VNG-brochure is deze toetsingssystematiek opgenomen die ook algemeen geaccepteerd is door de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Die bestaat uit vier stappen, waarbij per stap een hogere geluidbelasting aanvaardbaar wordt geacht en telkens hogere eisen worden gesteld aan het benodigde onderzoek en de motivering van het besluit waarmee planologische inpassing mogelijk wordt gemaakt. Indien voldaan wordt aan de toepasselijke richtafstand uit de VNG-brochure, is volgens de toetsingssystematiek in beginsel sprake van een aanvaardbare geluidbelasting (stap 1). Indien stap 1 niet toereikend is, dient volgens de toetsingssystematiek met akoestisch onderzoek aangetoond te worden dat de geluidbelasting op de gevel van de woningen voldoet aan de geluidwaarden als opgenomen in paragraaf B5.3 van bijlage 5 van de VNG-brochure.
Deze geluidwaarden bedragen - in een rustige woonwijk - in eerste instantie 45 dB(A) voor het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau, 65 dB(A) voor het maximale geluidniveau en 50 dB(A) ten gevolge van de verkeersaantrekkende werking (stap 2). Bij overschrijding van deze waarden is planologische inpassing nog steeds mogelijk, bij een geluidwaarde van eveneens in een rustige woonwijk - maximaal 50 dB(A) voor het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau, 70 dB(A) voor het maximale geluidniveau en 50 dB(A) ten gevolge Pagina 15 van 37
Zaaknummer:
5488-2021
Documentnummer:
5488-2021:788258
van de verkeersaantrekkende werking. De raad dient dan te motiveren waarom hij deze geluidbelasting in de concrete situatie acceptabel acht (stap 3). Indien ook laatstgenoemde waarden worden overschreden is planologische inpassing doorgaans niet mogelijk. Indien het bevoegd gezag niettemin tot inpassing wil overgaan, dient het dit grondig te onderzoeken, onderbouwen en motiveren (stap 4). Uit het onderzoek blijkt dat in het kader van best beschikbare technieken (BBT) een geluidafschermende voorziening dient te worden gerealiseerd. Om de geluidbelasting op de woningen aan de Tuinstraat te reduceren dient een geluidafschermende voorziening op de perceelgrens van de woningen aan de Tuinstraat, grenzend aan het parkeerterrein, te worden gerealiseerd. Deze geluidafschermende voorziening dient een massa te hebben van minimaal 10 kg/m2, kierdicht te worden uitgevoerd en met een hoogte van minimaal 2,0 meter boven maaiveld. Een mogelijke geluidafschermende voorziening is bijvoorbeeld een steenachtige tuinmuur. In het akoestisch rapport is geconcludeerd dat met toepassing van een geluidscherm van 2,0 m hoog het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau (LAr,LT) op alle gevels van de omliggende (zorg)woningen voldoet aan de grenswaarde van 45 dB(A) etmaalwaarde, behorende bij stap 2 van het stappenplan uit de VNG-uitgave met uitzondering van één toetspunt in de avondperiode.
Hier geldt een overschrijding van slechts 1 dB op de grenswaarde uit stap 2. Ten aanzien van de maximale geluidniveaus (LAmax) blijkt dat in de dagperiode op één gevel en in de avond- en nachtperiode op meerdere gevels van de omliggende (zorg)woningen niet kan worden voldaan aan de grenswaarde van 65 dB(A) etmaalwaarde behorende bij stap 2 van het stappenplan uit de VNG uitgave. In de avondperiode kan op één gevel van een zorgwoning aan Bosscheweg 6A t/m 6D eveneens niet worden voldaan aan de grenswaarde van 70 dB(A) etmaalwaarde behorende bij stap 3. In de nachtperiode kan op diverse gevels van deze zorgwoningen niet voldaan worden aan stap 3. De extra geluidafschermende voorziening heeft er voor de woningen aan de Tuinstraat in geresulteerd dat wel voldaan wordt aan de grenswaarde behorende bij stap 3. De piekgeluidbelasting in de nachtperiode bedraagt maximaal 66 dB(A) bij de zorgwoningen aan Bosscheweg 6A t/m 6D. Voor een goed akoestisch woon- en leefklimaat kan worden aangesloten bij de eisen uit het Activiteitenbesluit milieubeheer, zodat het geluidbinnenniveau in de (zorg)woningen in de nachtperiode de maximale waarde van 45 dB(A) niet mag overschrijden. Dit betekent dat een geluidwering van de gevel vereist is van 21 dB.
Gezien de steenachtige bouw en het ontbreken van ventilatieroosters mag worden verwacht dat de gevelgeluidwering van de (zorg)woningen minimaal de benodigde 21 dB bedraagt en daarmee een akoestisch goed woon- en leefklimaat is gewaarborgd. Daarbij zijn op het eigen terrein van de zorgwoningen (nabij de gevels waarvoor een overschrijding geldt) parkeerplaatsen aanwezig, waarbij piekniveaus ten gevolge van het dichtslaan van portieren eveneens aan de orde zijn. In het rapport zijn de geluidniveaus tijdens de representatieve situatie berekend, inzichtelijk gemaakt en tevens getoetst aan de gestelde geluideisen. Gelet op de voorwaardelijk verplicht gestelde geluidafschermende voorziening en op basis van de Pagina 16 van 37
Zaaknummer:
5488-2021
Documentnummer:
5488-2021:788258
resultaten kan worden gesteld dat ter plaatse van de omliggende woningen na realisatie van het parkeerterrein, ondanks enkele overschrijdingen van de grenswaarden behorende bij stap 3, een akoestisch goed woon- en leefklimaat gewaarborgd blijft en er derhalve akoestisch gezien sprake is van een goede ruimtelijke ordening. Voor wat betreft het aspect geluid zijn er derhalve geen bezwaren het parkeerterrein te realiseren. Tot slot kan nog worden vermeld dat het geluidniveau in de toekomstige woningen zullen voldoen aan de nieuwbouweisen waarmee inpandig zeker sprake is van een goed woon- en leefklimaat. Voor de woningen ten noorden van de Monseigneur Verhagenstraat (oneven huisnummers) zal de akoestische invloed van het nieuwbouwplan nihil zijn. Binnen het nieuwbouwplan zijn namelijk geen geluidrelevante buiten opgestelde installaties aanwezig en de parkeeractiviteiten op het parkeerterrein zijn op voldoende afstand gelegen en daarbij veelal afgeschermd door de woningen ten zuiden van de Monseigneur Verhagenstraat. De altijd al aanwezige parkeeractiviteiten langs de openbare weg zijn derhalve maatgevend voor deze woningen. Door het nieuwbouwplan zal een kleine toename van het verkeer op de Monseigneur Verhagenstraat aan de orde kunnen zijn.
Een toename van 121 verkeersbewegingen ten gevolge van het plangebied op een totaal van circa 3.500 motorvoertuigen resulteert in een toename van 0,2 dB op de gevels van de woningen. Een dergelijke toename is niet waarneembaar voor het menselijk gehoor en zal derhalve geen akoestische verslechtering veroorzaken. Om het akoestisch woon- en leefklimaat te kunnen beoordelen wordt voor de gecumuleerde geluidbelasting aangesloten bij de classificering van de kwaliteit van de akoestische omgeving volgens de ‘methode Miedema’. Deze methode gaat uit van het uitdrukken van de geluidbelastingen op een uniforme hinderschaal. Op alle gevels en in alle tuinen is een milieukwaliteit ‘goed’ gewaarborgd na realisatie van het parkeerterrein met uitzondering van de zuidoostgevel van de zorgwoningen aan Bosscheweg 6A t/m 6D en de tuin van Monseigneur Verhagenstraat 18, waarvoor een milieukwaliteit ‘redelijk’ geldt. De hoogte van de gecumuleerde geluidbelasting op voornoemde locaties met milieukwaliteit ‘redelijk’ wordt echter niet bepaald door het geluid afkomstig van het parkeerterrein. Dit wordt uitsluitend bepaald door het wegverkeerslawaai aangezien de bijdrage van het geluid afkomstig van wegverkeer minimaal 10 dB hoger is dan van het parkeerterrein.
Er kan worden geconcludeerd dat na realisatie van het beoogde parkeerterrein voor alle woningen geldt dat er sprake is van een goede of aanvaardbare akoestische situatie. Afsluitend wordt opgemerkt dat de gemeente op grond van het voorgaande – en het feit dat het om een transformatie van een bedrijfsbestemmingsplan naar wonen gaat – dit bestemmingsplan in overeenstemming met een goede ruimtelijke ordening acht. Het bestemmingsplan wordt aangevuld met een voorwaardelijke verplichting in de regels van het bestemmingsplan voor de realisatie van deze geluidafschermende voorziening. Tevens wordt er een bouwaanduiding ten behoeve van deze voorziening op de verbeelding toegevoegd. Het onderzoeksrapport ‘Akoestisch onderzoek omgevingslawaai parkeerterrein Monseigneur Verhagenstraat 2 te Beek en Donk’ wordt aan de bijlagen van
Pagina 17 van 37
Zaaknummer:
5488-2021
Documentnummer:
5488-2021:788258
de Toelichting toegevoegd. In de Toelichting wordt een extra paragraaf opgenomen onder artikel 2. j)
In beginsel is in het geval van wonen met bijbehorende functies geen sprake van bijzonder afwijkend gebruik dat aanleiding kan geven tot geluidsoverlast. Het toekomstige appartementengebouw bevat geen relevante installaties/bronnen (afzuigingen etc.) op het dak of anderszins bij het gebouw horende delen die in belangrijke mate geluidshinder kan veroorzaken naar haar omgeving. Zowel de appartementen als de grondgebonden woningen worden uitgevoerd met een individuele warmtepomp welke in de technische ruimte of berging in de appartementen/woningen wordt opgesteld. Het betreft een warmtepomp zonder buitenunit, die de warmte uit de ventilatieretourlucht haalt. Derhalve zijn er buiten de gebouwschil geen akoestisch relevante installaties aanwezig binnen het nieuwbouwplan. Daarnaast zal aan de eisen van het Bouwbesluit moeten worden voldaan.
k) Er komen 43 appartementen in het middeldure huursegment, 2 appartementen in het dure huursegment en 3 grondgebonden woningen in het vrije huursegment. De huurprijzen variëren van ca. € 730 – € 1.200 per maand (prijspeil 2021). Het plan is gericht op starters op de woningmarkt. Op korte termijn start de verhuurcampagne waarbij geïnteresseerden zich kunnen aanmelden bij de verhuurder. Door dit gevarieerde aanbod spreekt dit diverse doelgroepen aan. In 2019 hebben 93 geïnteresseerden zich gedurende een 7-daagse advertentiecampagne van de ontwikkelaar in kunnen schrijven en daarbij huur-woonwensen aan kunnen geven zoals het aantal kamers, gewenste oppervlakte en huurprijsrange. Het huidige ontwerp met diverse appartemententypen is een letterlijke vertaling van deze behoefte. In ‘Wonen in Laarbeek – Woonvisie 2017-2021’ is de prioriteit opgenomen om te zorgen voor voldoende aanbod van middeldure huurwoningen. Dit plan draagt daaraan bij. Doelgroepen van reguliere huurwoningen worden in bestemmingsplannen niet vastgelegd, omdat dit niet wordt toegestaan door de Wet ruimtelijke ordening en vaste jurisprudentie. Het ontbreekt namelijk aan ruimtelijke relevantie. l)