12 20210318 Bestemmingsplan Bijlage 11 - GRP Bijlage F - Eisen aan waterbergingsvoorzieningen.pdf
Tekst van het document
GRP 2019-2023
BIJLAGE F – EISEN AAN WATERBERGINGSVOORZIENINGEN In paragraaf 3.3 is beschreven wanneer eeen waterbergingsvoorziening vereist is. In deze bij lage wordt weergegeven aan welke eisen de voorzeingin moet voldoen en op welke wijze de inhoud van de voorziening wordt bepaald.
Eisen aan een waterbergingsvoorziening • • • • • •
Controleerbaar op werking (dus zichtbaar of toegankelijk). Mogelijkheid tot reinigen, inspectie en onderhoud. De afvoer uit een voorziening mag maximaal 2 l/s/ha zijn (conform beleid van het waterschap). De voorziening moet binnen 5 dagen leeggelopen zijn (bij maximaal 2 mm neerslag per etmaal). De bodem van de voorziening ligt boven de gemiddelde hoogste grondwaterstand (GHG). De verwerking van het hemelwater moet altijd zodanig ontworpen worden dat het bijdraagt aan het verminderen van piekafvoeren en niet leidt tot wateroverlast. De aanwezigheid van een overloopvoorziening (bij voorkeur bovengronds) voor de afvoer van water bij hevige buien als de voorziening vol is.
Bepalen inhoud van een waterbergingsvoorziening Onderzijde bij vaststellen inhoud bergingsvoorziening: • Bij berging in direct contact met het grondwater (bergingsvijver, krattenconstructie e.d.) is de onderzijde van de te bergen waterschijf gelijk aan de GHG, tenzij de bodem van de bergingsvoorziening zich boven de GHG bevindt. In dat geval is het bodempeil maatgevend. • Bij berging zonder direct contact met het grondwater is de onderzijde van de te bergen waterschijf gelijk aan de bodemhoogte van de bergingsvoorziening, tenzij het peil van de leegloopvoorziening (maximaal 2 l/s/ha) zich boven de bodem bevindt. In dat geval is het peil van de leegloopvoorziening maatgevend. Bovenzijde bij vaststellen inhoud bergingsvoorziening: • Bij berging in open terrein (bergingsvijver, sloot e.d.) bevindt de bovenzijde van de te bergen waterschijf zich 50 cm. onder het aangrenzende maaiveld, tenzij de overloopvoorziening zich op een lager peil bevindt. In dat geval is de hoogte van de overloopvoorziening maatgevend. • Bij berging in een gebouwde constructie bevindt de bovenzijde van de te bergen waterschijf zich op de hoogte van de overloopvoorziening.
Onze referentie: 079999264 B - Datum: 6 december 2018
89 van 90