CConstaterende datLaarbeek
Koppel je AI →
Document · PDF

11 20250703 Beantwoording vragen Kadernota 2026

Raadsvergadering 3 juli 2025, gemeente LaarbeekBij agendapunt: Voorstel tot vaststelling van de Kadernota 2026 gemeente Laarbeek11.071 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Beantwoording technische vragen Kadernota 2026 De raad is in de gelegenheid gesteld tot het stellen van technische vragen met betrekking tot de Kadernota 2026. De behandeling van deze kadernota staat geagendeerd ter besluitvorming voor de raadsvergadering van 3 juli a.s.

Fractie PNL Vraag 1: Op pagina 19 worden een hoger budget voor groenonderhoud voorgesteld ter hoogte van € 47.000 structureel per jaar. Op pagina 20 wordt een ‘Bijstelling budgetten openbaar groen‘ genoemd met een besparing van € 4.000 per jaar. Betreft de bijstelling met -€ 4.000 budget voor aankoop/plaatsing van openbaar groen, of betreft het een budget wat ergens anders voor bedoeld is? Antwoord vraag 1: De bijstelling met € 4.000 betreft het aframen van 2 budgetten die niet meer werden benut: ‘voorlichting hondenuitlaatstroken’ en ‘belastingen’. Dit in het kader van scherper ramen.

Vraag 2: Op pagina 31 zien we dat wordt voorgesteld een aantal Leges extra te verhogen, boven op de standaard 5% verhoging. Om welke leges gaat het hierbij? Antwoord vraag 2: In de uitwerking in het traject rondom de Kadernota 2026 stellen we een verhoging van inkomsten uit leges voor. In de begroting van vorig jaar is al gekozen voor een reguliere verhoging van 5% van de legesinkomsten. Deze structurele verhoging van 5% wordt voor 2026 opnieuw voorgesteld. Daarnaast wordt voorgesteld versneld toe te werken naar kostendekkendheid van leges. Verschillende leges komen nu met een structurele verhoging uit op een gemiddelde kostendekkendheid van 50%. De mutaties worden per programma toegelicht. Het gaat om de volgende leges: omzetten geregistreerd partnerschap, verstrekking basisregistratie personen, vergunning tijdelijke verhuur leegstaande woonruimte, gehandicaptenparkeerkaart, verken uw idee, principeverzoek, kruimelgevallenregeling, alcoholwet ontheffing, evenement categorie C. In het traject richting begroting 2026 en de uiteindelijke vaststelling van de tarieven via de Legesverordening 2026 besluit uw raad definitief tot verhoging van de leges. Onderwerp: Ontvangst incidentele middelen vanuit centrumgemeente Helmond voor Beschermd Wonen - maatschappelijke opvang Vraag 3: In de huidige maatschappelijke en vrouwenopvang is er sprake van forse bezuinigingen, o.a.

door het niet mee indexeren van de te ontvangen subsidie prijs per client. Hiernaast speelt de wachtlijstproblematiek een gigantische rol en is de doorstroom zeer beperkt gezien de maatschappelijke trend van het woningtekort. Dit wekt wat vragen op. In de kadernota wordt aangegeven dat de gemeente structureel baten gaat ontvangen van centrumgemeente Helmond voor beschermd wonen en maatschappelijke opvang, op basis van overschotten uit hun begroting.

Beantwoording technische vragen Kadernota 2026

1

Graag een toelichting hoe het komt dat ondanks deze geschetste omstandigheden, er geld overblijft in Helmond en waarom dit niet geïnvesteerd wordt in de problemen die de maatschappelijke opvang heeft? Antwoord vraag 3: Hoewel de maatschappelijke en vrouwenopvang onder druk staat, ontvangt centrumgemeente Helmond jaarlijks middelen van het Rijk op basis van een landelijke verdeelsystematiek. In de praktijk blijkt dat er structureel een overschot ontstaat, onder andere door efficiënte uitvoering en lagere uitgaven dan begroot. Omdat dit overschot zich herhaaldelijk voordoet, is ervoor gekozen een deel hiervan structureel op te voeren in de begroting. Deze middelen worden conform afspraken verdeeld onder regiogemeenten. De verwachting is dat het Rijk de budgetten bij gaat stellen.

Vraag 4: Pag. 7 punt 1: Algemeen Structurele lasten worden gedekt door structurele baten. We hebben vaak gesproken over incidenteel/structureel. Ofwel, we houden ieder jaar incidenteel geld over. Dit kan (maximaal 10% van de reserves) ingezet worden voor structurele dekking. Waarom wordt een deel van de reserve niet ingezet voor dekking? Antwoord vraag 4: Het inzetten van maximaal 10% van het vrije deel van de algemene reserve is een noodmaatregel, ingesteld vanwege het ravijnjaar. Het gebruik ervan zorgt niet voor een financieel gezonde begroting en kan meerjarig niet worden volgehouden. Het zou ingezet kunnen worden om bijvoorbeeld één of meerdere begrotingsjaren te overbruggen. 2026 en 2027 zijn in de huidige kadernota sluitend. Een optie is om 2028 en 2029 sluitend te maken door middel van de inzet van de algemene reserve. Wij zijn hier echter terughoudend in. Door de tijdelijke "demping” schuift het ravijnjaar alleen maar op, er is geen sprake van een structurele oplossing. Afhankelijk van hoe de Rijksfinanciering zich ontwikkelt, maken we hier in de toekomst alsnog gebruik van of niet.

Vraag 5: Pag. 7 punt 4: Als fundament geldt dat we onze financiële positie niet goed maar uitstekend willen houden. Een goede financiële positie behouden is eigenlijk voldoende. We hoeven niet zonder meer naar uitstekend te streven. Wordt door een uitstekende positie niet de belastingdruk voor de inwoners onnodig verhoogd? Antwoord vraag 5: Met een goede financiële positie wordt gedoeld op een weerstandsratio van 1. Ons streven is een minimum ratio van 2 (uitstekend). Dit is geen harde grens, maar een indicatie die staat voor een gezonde financiële huishouding. Dit zorgt niet voor een hogere belastingdruk. De redenatie is juist andersom. Indien de gemeente geen gezonde financiële huishouding heeft, dan dienen de belastingen mogelijk verhoogd te worden om het weerstandsvermogen aan te vullen. Een gezonde financiële gemeente voorkomt een belastingverhoging hoger dan de inflatiecorrectie.

Beantwoording technische vragen Kadernota 2026

2

Vraag 6: Pag. 17. Legesverhoging 5% en een extra verhoging van 5%. Wij willen graag een concreet overzicht welke leges hier bedoeld worden? Antwoord vraag 6: De verhoging van 5 % geldt voor alle tarieven in de legesverordening, met uitzondering van enkele (veelal wettelijke) tarieven. Een overzicht daarvan is nog niet beschikbaar, dat volgt bij de vaststelling van Legesverordening 2026 (december 2025). De voorgestelde verhoging van specifieke tarieven naar kostendekkendheid van 50% (boven op de voorgestelde 5% verhoging) geldt voor de tarieven zoals opgenomen in het antwoord op vraag 2 van fractie PNL. Vraag 7: Pag. 34 BSOB De uitbreiding zou een voordeel opleveren. Er is nu sprake van een -zij het beperkt- nadeel. Vanuit het waterschap weten wij dat BSOB de activiteiten fiscaal toezicht en opstellen van heffingsadviezen als kerntaken laat vervallen. Dit zou ook een voordeel op moeten leveren? Op welke manier is het voor de gemeenteraad te controleren of gedane uitspraken over besparingen ook daadwerkelijk zijn behaald? Indien mogelijk graag onderbouwen met cijfers. Antwoord vraag 7: Voor besparingen geldt dat de effecten voor een waterschap anders zijn dan voor gemeentelijke deelnemers vanwege de kostenverdeelmethode van BSOB.

Over besparingsvoorstellen heeft BSOB in de Kadernota 2026 aangekondigd dat ingezet wordt op uniformering en dat BSOB de initiatieven uitwerkt tot voorstellen, inclusief een impactanalyse en een financiële onderbouwing. Dit wordt ter besluitvorming aan het Algemeen Bestuur voorgelegd. Verantwoording vindt vervolgens plaats via de reguliere P&C producten.

Beantwoording technische vragen Kadernota 2026

3

Fractie ABL Vraag 1: Pagina 8; Hier wordt bij punt 7 bij de inwonersprognose gerekend met een bezetting van 2 inwoners per woonruimte? Waar is dat cijfer op gebaseerd? Wat is de huidige bezetting in Laarbeek en wat is het landelijk gemiddelde? Antwoord vraag 1: De geraamde groei van het aantal inwoners is gebaseerd op een gemiddelde bezetting van 2 inwoners per nieuwe woonruimte. Deze aanname in de financiële kaderstelling wordt toegepast vanaf de Kadernota 2025. In Laarbeek is de gemiddelde huidige bezetting ± 2,3 inwoners per woonruimte. Landelijk laat een gemiddelde bezetting zien van ± 2,2 inwoners per woonruimte. De inschattingen zijn aan de voorzichtige kant, gelet op de trend dat er steeds meer 1persoonshuishoudens zijn.

Vraag 2: Pagina 8; Waar is de stelpost van € 15.000 onder punt 8 op gebaseerd? Antwoord vraag 2: De ambtelijke organisatie heeft de afgelopen jaren een ontwikkeling doorgemaakt waaronder de aanstelling van coördinatoren en ondersteunende functies in 2023. Het opleidingsbudget is niet bijgesteld naar aanleiding van de organisatieontwikkelingen. Er is een stelpost opgenomen voor als blijkt dat de opleidingskosten niet toereikend zijn. De hoogte van het jaarlijks beschikbare opleidingsbudget bedraagt 1,2% van de totale loonsom. Voorheen werden tekorten opgevangen met de reserve Opleiden en ontwikkelen, deze reserve is opgeheven.

Vraag 3: Pagina 16; Waaruit is het bedrag van € 37.000 opgebouwd van de verhoging van de leges met 5%? Is hier een uiteenzetting van te geven? Deze vraag geldt ook voor de posten in de andere programmaonderdelen. Antwoord vraag 3: Voor het antwoord op deze vraag wordt verwezen naar vraag 2 en 6 van fractie PNL. Vraag 4: Pagina 24; Betreffen de genoemde kosten van de ontwikkeling centrumplan Lieshout kapitaallasten? En zo ja, welke investering betreft dit, wat is het totale investeringsbedrag en welke afschrijvingstermijn wordt gehanteerd? Antwoord vraag 4: Het Centrumplan Lieshout is een veelomvattend plan met verschillende deelprojecten met verschillende bekostigingsgrondslagen. Voor een aantal deelprojecten worden er investeringen in het openbare gebied gedaan. Vooruitlopend op het raadsbesluit van 2 oktober 2025 wordt er in de Kadernota een reservering opgenomen voor de extra kapitaalslasten van de investeringen in het openbare gebied. Het betreft dus niet de totale kosten voor het Centrumplan. De afschrijvingstermijn die dit geval gehanteerd wordt bedraagt 40 jaar.

Beantwoording technische vragen Kadernota 2026

4

Vraag 5: Pagina 27; Waar is de berekening van het structurele nadeel van 1.171K op gebaseerd bij de Zorgkosten Sociaal Domein 2/2? Hoe verhoudt zich dat t.o.v. de realisatie 2024? Antwoord vraag 5: Dit structurele nadeel is gebaseerd op de prognose 2026, zoals opgenomen in de voorlopige jaarrapportage Zorgkosten 2024 van Gemeenschappelijke Regeling Peelgemeenten. De prognose 2026 is gebaseerd op de voorlopige jaarcijfers 2024, aangevuld met verwachte ontwikkelingen en loon- en prijsindexering.

Vraag 6: Pagina 29; Graag meer uitleg over ‘jeugdgemeenteraad beperken tot de inzet van de jeugdburgemeester’? Wat gaan we met deze wijziging niet meer doen in vergelijking met wat we voorheen wel deden? En wat gaan we extra doen? De besparing is weergegeven van 3k, maar als ambtelijke ondersteuning gemiddeld 9 uur per week beslaat zou deze besparing toch veel groter moeten zijn zoals nu voorgesteld? Antwoord vraag 6: Het college stelt voor om de jeugdgemeenteraad op te heffen en de rol van de jeugdburgemeester te versterken. We zien dat de jeugdburgemeester een waardevolle bijdrage levert aan de verbinding met de jeugd, en we willen die rol verder versterken. Tegelijkertijd constateren we dat de jeugdgemeenteraad in de huidige vorm minder oplevert dan gehoopt, ondanks de inzet van ambtelijke capaciteit. We gaan met jongeren en partners onderzoeken hoe we jeugdparticipatie op een andere manier kunnen vormgeven.

Vraag 7: Pagina 30; Door het plaatsen van zonnepanelen dalen de energiekosten. Is bij deze besparing voldoende rekening gehouden dat salderen per 2027 komt te vervallen en dat veel energiemaatschappijen terugleverkosten vragen? Een substantieel deel van het energieverbruik vindt immers in de avonduren plaats met weinig tot geen opbrengsten uit zonnepanelen. Antwoord vraag 7: De financiële effecten van het besluit tot afschaffen van de salderingsregeling (besluit december 2024) zijn nog niet verwerkt in de kadernota 2026 omdat deze wetgeving in gaat per 1 januari 2027 en op dit moment nog niet duidelijk is hoe de energiemaatschappijen dit en eventuele terugleverkosten gaan verwerken in hun voorwaarden/contracten. Bij de kadernota 2027 zal hier meer over bekend zijn en kunnen we de effecten meenemen in onze begroting.

Vraag 8: Pagina 30; Bij het ‘temporiseren uitvoeringsprogramma routekaart verduurzaming maatschappelijk vastgoed (zowel de kapitaallasten als onderhoud)’ wordt aangegeven dat we de doelstelling later gaan behalen? Heeft dit andere (bijv. vanuit toezicht rijksoverheid) consequenties dan alleen het later realiseren van de vermindering van de CO2 uitstoot met minimaal 55%? Antwoord vraag 8: Nee, dit heeft geen directe consequenties.

Beantwoording technische vragen Kadernota 2026

5

Vraag 9: Pagina 30; Is bij het ‘temporiseren uitvoeringsprogramma routekaart verduurzaming maatschappelijk vastgoed (zowel de kapitaallasten als onderhoud)’ voldoende rekening gehouden met toekomstige kostenstijgingen van arbeid en materiaal? Antwoord vraag 9: In onze begroting en in het in de raadsvergadering van 8 mei jl. vastgestelde Duurzaam Meerjarenonderhoudsplan Gemeentelijke Gebouwen Laarbeek 2025-2034 (DMJOP) wordt geen rekening gehouden met toekomstige kostenstijgingen van arbeid en materiaal. Conform voorgaande jaren hanteren we in onze gemeentebegroting voor het meerjarenperspectief een constant loon- en prijspeil in zowel de uitgaven als inkomsten (conform de berekening van de algemene uitkering uit het Gemeentefonds). Jaarlijks worden bij de financiële uitgangspunten voor kadernota en begroting de loonindexering en prijsindexering van het betreffende jaar bepaald en verwerkt. Het onderhoudsplan (DMJOP) wordt jaarlijks geëvalueerd en waar nodig financieel bijgesteld. Dit gebeurt bij de begroting en jaarrekening aan de hand van analyses op basis van voor- en nacalculatie. Dit is nodig om de omvang van de voorziening Groot onderhoud gemeentelijke gebouwen te bepalen en om het meerjarenperspectief actueel te houden. Eventuele financiële bijstelling op de exploitatiebudgetten klein onderhoud worden bij de financiële rapportage van het lopende boekjaar verwerkt.

Vraag 10: Pagina 34; Personeelskosten – kosten organisatieontwikkeling. Hier is niet duidelijk waarom deze lastenverzwaring nodig is, behalve de term ‘organisatieontwikkeling’. Graag hier uitleg over en wat we precies met deze middelen willen gaan doen. En waarom dit wordt gedekt vanuit ‘opleidingskosten’. Antwoord vraag 10: Het betreft een eenmalig bedrag van 50.000 die wordt ingezet voor de organisatieontwikkeling. In hoofdstuk 4.5 wordt nader ingegaan op de gewenste ontwikkeling. We zetten specifiek in op leiderschapsontwikkeling, gedragsverandering, projectmatig werken en ambtelijk-bestuurlijk samenspel. Hiervoor worden specifieke opleidingen, expertises en faciliteiten ingekocht.

Beantwoording technische vragen Kadernota 2026

6

Fractie De Werkgroep Woon- en Leefklimaat Vraag 1: Besparingsvoorstel: Laadpalen (blz. 19) Wat zijn “strategische laadpalen”? En wie betaalt niet-strategische laadpalen, de aanvrager? Antwoord vraag 1 Dit gaat over de laadpalen die geplaatst moeten worden vanuit de Nationale Agenda Laadinfrastructuur. De kosten hiervoor worden gedragen door Vattenfall. Inwoners kunnen bij Vattenfall suggesties doen voor locaties voor openbare laadpalen. Kosten voor niet-openbare laadpalen zijn voor rekening van de aanvrager. Vraag 2: Kleinschalig onderhoud wegen (blz. 21) ½ FTE minder door aantal afvalbakken te verminderen; deze wordt ingezet voor kleinschalig onderhoud wegen. Dat is toch een hele andere discipline? Hoe moet ik dit lezen/ vertalen? Eenmalig extra opleidingskosten? Antwoord vraag 2 Dit betreft activiteiten die worden uitgevoerd door de buitendienst. De medewerkers van de buitendienst zijn zodanig allround dat ze zowel kunnen worden ingezet voor het legen en vervangen van afvalbakken, als voor het uitvoeren van kleinschalige herstraatwerkzaamheden. Vraag 3: Er worden keuzes gemaakt om onderhoud aan groen te temporiseren waarbij aangegeven wordt dat dit gevolgen heeft voor acceptatie. Wordt hierover gecommuniceerd met de inwoners, is hiervoor een plan? En zo ja zijn deze kosten dan meegenomen? We weten dat dit gevoelig ligt bij inwoners.

Antwoord vraag 3 De verandering van een cultuurtechnisch onderhoudsregime naar een meer natuurlijke uitstraling voor de onderdelen; bijmaaien rondom bomen en obstakels, snoeien bosplantsoenstroken en graskanten zal een gewenningsperiode vergen. We zullen actief communiceren en daar waar nodig afstemming zoeken met belanghebbende partijen. Hier zijn geen extra kosten aan verbonden, onze eigen communicatieadviseurs worden hiervoor ingezet. Vraag 4: Frequentie snoeien bomen wordt teruggebracht naar eens per 4 jaar. De inschatting is dat dit acceptabel is.

 

Wat is beter voor gezondheid van bomen en struiken? Hoe verhoudt dit zich tot het veronderstelde toenemende bomen-areaal?

Antwoord vraag 4 Het terugbrengen naar eens per 4 jaar achten wij verantwoord en heeft geen effect op de gezondheid van bomen. Door middel van boomcontroles blijven wij het areaal monitoren. Waar nodig wordt eerder onderhoud uitgevoerd. De toename van het areaal bomen is opgenomen als extra last (hogere kosten onderhoud bomen structureel 67.000). De kosten zijn bepaald op basis van 1 keer per 4 jaar bomen snoeien.

Beantwoording technische vragen Kadernota 2026

7

Vraag 5: Onderhoudsmaatregel ‘kantsteken gazons men wil stoppen met kantsteken, maar borstelen voor meer natuurlijke uitstraling.  Is hier ervaring mee in andere gemeenten? En hoe wordt dat dan ervaren door inwoners?  Is er al vooruitgedacht over een goede communicatie richting inwoners? Antwoord vraag 5 Ervaring bij andere gemeenten leert dat het borstelen van de graskanten voldoet aan een acceptabel beeld. De frequentie wordt niet aangepast. Op dit moment worden 1 keer per jaar de graskanten gestoken. We zullen actief communiceren en daar waar nodig afstemming zoeken met belanghebbende partijen. Hier zijn geen extra kosten aan verbonden, onze eigen communicatieadviseurs worden hiervoor ingezet. Vraag 6: Terugbrengen frequent snoeien bosplantsoenstroken Teruggebracht naar 1x per 7 jaar  Is dat beter voor de struiken? (want minder verjonging)  Ervaring in andere gemeenten? Antwoord vraag 6 Het terugbrengen naar eens per 7 jaar achten wij verantwoord en heeft geen effect op de gezondheid van het bosplantsoen. Een lagere frequentie zorgt voor verhouting van de takken. Na het snoeien zullen de struiken weer opnieuw uitschieten met jonge twijgen. De frequentie van snoeien verschilt per gemeente en is afgestemd op de gewenste uitstraling en functie van het groen. Vraag 7: In zijn algemeenheid wordt de frequentie van maaien en snoeien structureel teruggebracht.

Is er onderzocht wat inwoners wensen? Is er tijd en geld uitgetrokken voor goede communicatie naar de inwoners over deze veranderingen? Is er afstemming met IVN of natuurdeskundigen over wat er goed is voor bomen en struiken? Antwoord vraag 7 De verandering van een cultuurtechnisch onderhoudsregime naar een meer natuurlijke uitstraling voor de onderdelen; bijmaaien rondom bomen en obstakels, snoeien bosplantsoenstroken en graskanten zal een gewenningsperiode vergen. Minder bijmaaien rondom bomen en obstakels draagt bij aan een grotere biodiversiteit. Tevens is er minder kans op verdroging van bomen en struiken. Het belang hiervan wordt door steeds meer inwoners ingezien. Indien noodzakelijk en/of wenselijk wordt incidenteel extra onderhoud uitgevoerd. We zullen actief communiceren en daar waar nodig afstemming zoeken met belanghebbende partijen. Hier zijn geen extra kosten aan verbonden, onze eigen communicatieadviseurs worden hiervoor ingezet.

Beantwoording technische vragen Kadernota 2026

8

Economie en werkgelegenheid Vraag 8: Bijdrage regionale economische ontwikkeling (p25) Hoe hoog is het onbenutte bedrag en aan wat voor voorzieningen moet ik denken als we hierop gaan bezuinigen, welke organisatie betreft dit en wat zijn daar de consequenties van. Antwoord vraag 8: De post ‘Bijdrage regionale economische ontwikkeling’ betreft de bijdrage voor de uitvoering van de Economische Agenda De Peel. Dit gaat via een subsidie aan het Innovatiehuis De Peel. Deze subsidie is opgebouwd uit € 30.000 aan structurele overheadkosten en € 100.000 voor de uitvoering van projecten. Dit subsidiebedrag wordt zowel door de gemeente Laarbeek als de gemeenten Gemert-Bakel, Asten, Someren, Deurne en Helmond verstrekt. De subsidie is bij de vaststelling van 2023 voor de gemeente Laarbeek € 40.000 lager vastgesteld. We verwachten dat ook de subsidie voor de jaren 2024 en 2025 lager zal worden vastgesteld. Gezien de maatschappelijke opgave vinden we het gepast om ook bij de ambities uit de Economische Agenda De Peel een optimaliseringsopgave te hanteren. Welke projecten of ambities hierdoor geen doorgang mee vinden moet nog verder worden uitgewerkt en regionaal worden afgestemd. Komend jaar gaan we als regio bekijken hoe we invulling willen geven aan de regionale samenwerking. Vraag 9: Formatieve bijstelling beleidsadviseur economie (p25) Wat zijn daar de Inhoudelijke consequenties van.

Antwoord vraag 9: We doen voorstellen in de kadernota voor vermindering van taken op economisch beleid, met name rond de regionale economische ontwikkeling. Daarnaast zijn er taken die zijn herverdeeld naar andere medewerkers. Zo zijn er taken overgenomen door o.a. de strategisch adviseur, de adviseur landelijk gebied en de adviseur evenementen. Gezondheid, welzijn, zorg en onderwijs Vraag 10: Sporthal d’n Ekker - energie (blz. 30) Salderingsregeling wordt aangepast, maar ik zie de besparing alleen maar toenemen. Hoe moet ik dit zien? Lijkt tegenstrijdig Antwoord vraag 10: De financiële effecten van het besluit tot afschaffen van de salderingsregeling (besluit december 2024) zijn nog niet verwerkt in de kadernota 2026 omdat deze wetgeving in gaat per 1 januari 2027 en op dit moment nog niet duidelijk is hoe de energiemaatschappijen dit en eventuele terugleverkosten gaan verwerken in hun voorwaarden/contracten. Bij de kadernota 2027 zal hier meer over bekend zijn en kunnen we de effecten meenemen in onze begroting. Vraag 11: Temporiseren routekaart verduurzaming (blz. 30, De Dreef en De Klumper) Kunnen we inzicht krijgen in de energielasten van deze accommodaties, zodat we structureel zien wat daar de lasten van zijn? Temporiseren betekent langer hogere lasten.

Antwoord vraag 11: We hebben op dit moment niet exact in beeld wat de energielasten zijn omdat deze door de exploitanten zelf gedragen worden. Sporthal de Klumper en De Dreef zijn opgenomen in de planning van het uitvoeringsprogramma van de routekaart voor de jaren 2027-2028, een van de uitgangspunten uit de routekaart is dat we zoveel als mogelijk op natuurlijke vervangingsmomenten gaan verduurzamen. Vanwege de goede staat van onderhoud is het verantwoord om in de vervanging van onderdelen van deze gebouwen te temporiseren.

Beantwoording technische vragen Kadernota 2026

9

Vraag 12: Temporiseren routekaart verduurzaming (blz. 30 De Dreef en de Klumper). In de raadsvergadering van februari 2023 is de routekaart verduurzaming vastgesteld. Daarin staat onderstaande passage; DOELSTELLING EN UITGANGSPUNTEN Doelstelling voor de verduurzaming van de vastgoedportefeuille Het Klimaatakkoord beschrijft de doelstelling om in 2050 tot nagenoeg 0 kg CO2-uitstoot te komen. Een CO2-besparing ten opzichte van 1990 van 95%. Hiervoor wordt in 2030 een tussenstap genomen. Het Klimaatakkoord zet daarbij zijn pijlen op 49% CO2-reductie ten opzichte van 1990. De EU verhoogt dit doel tot 55%. Het Regeerakkoord van Rutte IV focust op 2030 met een ambitieuzer doel: 60% CO2-besparing in 2030 ten opzichte van 1990. De doelstelling uit het Regeerakkoord is echter nog in houtskool geschreven. Daarom kiest de gemeente Laarbeek ervoor om de EU-doelstelling van 55% CO2-reductie in 2030 ten opzichte van 1990 te volgen. Is dit een vrijblijvende optie waarbij we als gemeente nu zeggen dat doen we niet? En is de doelstelling van nagenoeg 0 co2 uitstoot in 2050 dan nog wel haalbaar? Antwoord op vraag 12: Het temporiseren van de verduurzaming van De Dreef en De Klumper is geen vrijblijvende keuze, maar een bewuste afweging binnen de financiële kaders. Door deze projecten te verschuiven naar 2030, worden de kapitaallasten tijdelijk verlaagd.

Dit betekent wel dat de CO₂-reductiedoelstelling van 55% in 2030 mogelijk later wordt behaald. De lange termijndoelstelling van nagenoeg 0 CO₂-uitstoot in 2050 blijft onverminderd staan. De routekaart biedt ruimte om op een later moment versneld in te lopen, zodat de einddoelstelling haalbaar blijft. Daarbij wordt ook rekening gehouden met de lokale ambities en de beschikbare uitvoeringscapaciteit. We blijven de voortgang monitoren en sturen bij waar nodig. Vraag 13: Op pagina 18 staat dat er een besparing is van 15.000 op uitvoeringskosten sociaal team Laarbeek. Dit gaat om activiteiten in het voorliggend veld, welke zijn dit dan? Antwoord op vraag 13: Het gaat om uitvoeringskosten van algemene preventieve voorzieningen waarvoor al elders in de begroting dekking is. Vraag 14: De zorgboog wil nog niet starten met het huiskamer concept in Franciscushof. Het lijkt erop dat dit helemaal van de baan is, klopt dit? Zijn er cijfers bekend wat Zonnetij ons oplevert m.b.t. lagere WMO kosten en hoe verhouden die zich tot elkaar qua investering. (pag. 29) Antwoord op vraag 14:

Bij de plannen voor het huiskamerconcept in Franciscushof lag het initatief bij Zorgboog, eigenaar van het gebouw. Op dit moment zijn deze plannen van de baan. Gemeente steunt initiatieven als deze die het als voorliggende voorziening mogelijk maakt voor inwoners om elkaar te ontmoeten (denk o.a. aan het tegengaan van eenzaamheid, versterken van omzien naar elkaar). We beschikken momenteel niet over harde cijfers die aantonen wat een dergelijk initiatief oplevert en hoe dit zich verhoudt tot de structurele bijdrage. Maar wel zien we terug dat een soortgelijk concept Zonnetij voldoet aan de behoefte (vraag naar deze vorm van dagbeleving) en verwachtingen (ontmoeting, terugdringen van eenzaamheid, stimuleren van het omzien naar elkaar) we vinden het wenselijk om deze vorm uit te breiden op andere locaties.

Beantwoording technische vragen Kadernota 2026

10

Vraag 15: De jeugd heeft de toekomst dus waarom stoppen met de jeugdgemeenteraad als er nog geen alternatief is? Hoe vindt de jeugdgemeenteraad dit zelf? Hoe enthousiast is de jeugd over de jeugd gemeenteraad? Hoe kijken scholen hiernaar? Wat zijn de gedachten bij alternatieven. Klopt het dat alleen de ambtelijke inzet de overweging is om te stoppen hiermee? (pag. 29) Antwoord op vraag 15: Het college stelt voor om de jeugdgemeenteraad op te heffen en de rol van de jeugdburgemeester te versterken. We zien dat de jeugdburgemeester een waardevolle bijdrage levert aan de verbinding met de jeugd, en we willen die rol verder versterken. Tegelijkertijd constateren we dat de jeugdgemeenteraad in de huidige vorm minder oplevert dan gehoopt, ondanks de inzet van ambtelijke capaciteit. We gaan met jongeren en partners onderzoeken hoe we jeugdparticipatie op een andere manier kunnen vormgeven. Vraag 16: Pagina 31; 3 stelposten sociaal domein en peuterspeelzaalvervallen omdat ze niet meer nodig zijn? Graag toelichting. Antwoord op vraag 16: De stelpost voor het peuterspeelzaalwerk van € 11.000 komt te vervallen, omdat deze niet langer nodig is. De kosten voor de Voor- en Vroegschoolse Educatie (VVE) worden namelijk al opgevangen binnen andere bestaande budgetten. We blijven dus investeren in VVE en de ondersteuning van jonge kinderen — daar verandert niets aan.

Wat verandert, is dat we efficiënter omgaan met onze middelen, zonder dat dit ten koste gaat van de kwaliteit of toegankelijkheid van de VVE. Vraag 17: Zorgkosten Sociaal domein 2/2 (p27) Er wordt gesproken over een bijstelling van de zorgkosten Sociaal Domein van ruim 1 miljoen. Is er globaal aan te geven waar deze extra kosten zitten? Antwoord op vraag 17: De grootste kostenposten zijn: Functionele categorie (kostenplaats)

Economische categorie (kostensoort)

Jeugdzorg - Jeugdhulp met verblijf overig

PG: JW Segment 2 begeleid wonen/woongroep

377.000

Huishoudelijke hulp (WMO)

PG: Hulp bij huishouden

179.000

Eerstelijnsloket Jeugd - Jeugdhulp behandeling

PG: JW Segment 4 behandeling

142.000

Jeugdzorg - Jeugdhulp crisis/LTA/GGZ-verblijf

PG: JGD Landelijke jeugdzorg

123.000

Jeugdzorg - Jeugdhulp met verblijf overig

PG: JW Segment 2 gezinshuizen

111.000

Eerstelijnsloket Jeugd - Jeugdhulp behandeling

PG: JW Segment 3 voork./verv. Onderwijs

84.000

Jeugdzorg - Jeugdhulp met verblijf overig

PG: JW Segment 1 verblijf

65.000

Eerstelijnsloket Jeugd - Jeugdhulp behandeling

PG: JW Segment 4 begeleiding

54.000

Maatwerkvoorz. natura mat. - Begeleiding (WMO) PG: WMO Begeleiding Jeugdzorg - Jeugdhulp met verblijf overig

Beantwoording technische vragen Kadernota 2026

PG: JeugdzorgPlus (gesloten jeugdzorg)

2026

51.000 1.186.000

11

Financiën en bedrijfsvoering Vraag 18: Computer emergency response team (blz. 33) Bij de eerdere post “Automatisering, systeem en netwerkbeheer” wordt gesteld dat de jaarlijkse kosten voor o.a. licenties toenemen. Dat geldt niet voor dit abonnement? Antwoord op vraag 18: Het betreft een nieuw abonnement. De geraamde kosten vallen niet onder de genoemde post automatisering, systeem- en netwerkbeheer. Vraag 19: Implementatie BIO 2.0 (blz. 33) Gaat de implementatie (minimaal) 4 jaar duren of gaat het hier om structurele afname van een dienst? Antwoord op vraag 19: In 2026 wordt gestart met het opstellen van een plan van aanpak. Onderdeel is het inrichten van een Security Operations Center (SOC). Het betreft dan ook een structurele afname van een dienst/automatiseringstool SOC. Deze structurele kosten zijn voorzien vanaf 2027. Vraag 20: Implementatie en onderhoud HR-21 (blz. 33 en 34) Zoals het beschreven staat impliceert dit een nieuwe applicatie, klopt dat? En hier is geen indexatie van licentiekosten i.t.t. een eerdere post? Antwoord op vraag 20: Het betreft licentiekosten om het HR-21 waarderingssyteem te mogen gebruiken. De geraamde kosten vallen niet onder de genoemde post automatisering, systeem en netwerkbeheer.

Vraag 21: Implementatie en onderhoud HR-21 Is de verwachting dat er ambtenaren niet juist zijn ingedeeld en dit een stijging van de loonkosten zou kunnen betekenen? Antwoord op vraag 21: Nee, dit is niet de verwachting. Jaarlijks wordt een functiewaarderingsronde (FUWA) doorlopen. Dit om ervoor te zorgen dat functiebeschrijvingen en -waarderingen actueel en marktconform zijn. Vraag 22: Wachtwoordmanager (blz. 34) Zelfde vraag: als dit licentiekosten zijn waarom dan niet geïndexeerd? Antwoord op vraag 22: Het betreft licentiekosten om een wachtwoordmanager te mogen gebruiken. De geraamde kosten vallen niet onder de genoemde post automatisering, systeem en netwerkbeheer.

Beantwoording technische vragen Kadernota 2026

12

Vraag 23: Gemeenschappelijke regeling arbeidsmarktstrategie (blz. 36) Geen bijdrage meer leveren en toch gebruik mogen maken van activiteiten? Waar wordt de bijdrage dan nu voor gebruikt (welke extra’s hebben we nu)? Antwoord op vraag 23: De vermindering in de bijdrage zorgt ervoor dat we de focus leggen op het borgen van de lopende activiteiten, in plaats van het opstarten van nieuwe initiatieven. Zo houden we onder andere in stand de regionale onboarding, opleiden, platform peelbanen.nl en het organiseren van regionale ontmoeting tussen vakspecialisten. Vraag 24: Op pagina 14 van de kadernota staat aangegeven dat er op de afdeling samenleving een formatieve bijstelling voorgesteld wordt. In het staatje wat erboven staat is deze niet zichtbaar? Antwoord op vraag 24: Dat klopt, het betreft in dit geval een gereserveerd budget voor personele kosten. De invulling heeft niet plaatsgevonden vandaar dat de formatie niet is opgenomen in het formatieve overzicht.

NAGEKOMEN VRAGEN OP 24 JUNI 2025 Vraag 25: Blz. 11: Is in VNG-verband afgesproken dat alle gemeenten de stelpost ‘indexeren opbrengst Hervormingsagenda’ in de kadernota opnemen? Zo nee, waarom doet Laarbeek dat dan wel, wetend dat de provincie als toezichthouder daarmee niet akkoord gaat? Antwoord op vraag 25: Het betreft een advies van de VNG. Gemeenten zijn vrij om dit VNG-advies wel of niet op te volgen. We doen dit om geen bezuinigingen op andere beleidsterreinen in te moeten boeken in de jaren 2028 en 2029 vanwege de groei van de kosten voor jeugdzorg en in de verwachting dat er nog afspraken worden gemaakt over extra Rijksbedragen in 2028 en 2029. Vraag 26: Blz. 15-16: Waarom wordt enerzijds de extra vergoeding voor raadsleden meegenomen (kosten € 17k), terwijl de stelpost voor nominale loonstijging leden van de raad vervalt (opbrengsten € 14k). Is dat niet vestzak - broekzak? Antwoord op vraag 26: Dat klopt. Vanwege de directe relatie tussen de extra vergoeding voor raadsleden en het laten vervallen van de stelpost is het effect per saldo beperkt. Vraag 27: Blz.

21: Worden de effecten van het halveren van het aantal afvalbakken in de openbare ruimte gemonitord? Op basis van welke criteria wordt bepaald welke afvalbakken vervallen en welke niet? Antwoord op vraag 27: Om de voorgestelde beleidswijziging uit te kunnen voeren zullen we criteria opstellen welke afvalbakken kunnen blijven staan en welke worden verwijderd. Daarnaast zal de gebiedskennis van onze buitendienstmedewerkers gebruikt worden om te beoordelen welke afvalbakken worden gebruikt en welke niet. Monitoring zal plaatsvinden door te kijken naar de gemiddelde vulgraad van de afvalbak. Daar waar nodig worden bakken bijgeplaatst of verwijderd.

Beantwoording technische vragen Kadernota 2026

13

Vraag 28: Blz. 23: Staan tegenover de hogere inkomsten uit de ‘degeneratievergoeding verhardingen’ niet ook extra kosten, zoals extra herstelkosten en/of extra afschrijvingskosten? Antwoord op vraag 28: Ja, degeneratievergoedingen zijn ingesteld om extra herstelkosten te kunnen betalen. De aannemers hebben de verplichting om graafschades te herstellen. Dit is niet altijd afdoende, na verloop van tijd kunnen opnieuw herstelwerkzaamheden nodig zijn.

Vraag 29: Blz. 23: Voor welke kosten werd de stelpost ‘Niet in te delen lasten milieu’ tot op heden gebruikt? Antwoord op vraag 29: De stelpost werd niet gebruikt. Het betreft dekking van milieu-gerelateerde kosten waar andere budgetten al in voorzien. Vraag 30: Blz. 24: Wat is de bedoeling en de reikwijdte van de ‘reservering structurele kostenontwikkeling centrumplan Lieshout’? Ligt het niet meer in de lijn om dat mee te nemen bij de discussie over het centrumplan in de raadsvergadering van 2-10-2025? Antwoord op vraag 30: Het centrumplan Lieshout is een veelomvattend plan met verschillende deelprojecten met verschillende bekostigingsgrondslagen. Voor een aantal deelprojecten worden er investeringen in het openbare gebied gedaan. Vooruitlopend op het raadsbesluit van 2 oktober 2025 wordt er in de Kadernota een reservering opgenomen voor de extra kapitaalslasten van de investeringen in het openbare gebied. Het betreft dus niet de totale kosten voor het gehele centrumplan. Vraag 31: Blz. 25: Het budget voor regionale economische ontwikkelingen wordt niet volledig benut. Volgens de jaarrekening 2024 is er echter een overschrijding van het begrotingsbudget voor economische ontwikkeling.

Hoe verhoudt zich dat met elkaar? Vraag 32: Is het niet de omgekeerde weg om een bezuiniging in te boeken en nadien pas nieuwe doelstellingen te formuleren? Antwoorden op vraag 31 + 32: In de jaarrekening worden bedragen weergegeven per taakveld. Binnen het taakveld 'Economische Ontwikkeling' zitten diverse budgetten, onder andere personeelskosten, het Ondernemersfonds Laarbeek en regionale economische ontwikkelingen. De kleine overschrijding in 2024 had te maken met enkele kleine incidentele uitgaven. Gezien de maatschappelijke opgave vinden we het gepast om ook bij de ambities uit de Economische Agenda De Peel een optimaliseringsopgave te hanteren. Welke projecten of ambities hierdoor geen doorgang meer vinden moet nog verder worden uitgewerkt en regionaal worden afgestemd. Komend jaar gaan we als regio bekijken hoe we invulling willen geven aan de regionale samenwerking.

Beantwoording technische vragen Kadernota 2026

14

Vraag 33: Wat is de doelstelling van CLOK en waarom is ooit besloten daaraan deel te nemen? Antwoord op vraag 33: CLOK is een kennisnetwerk voor gemeenten, park- en centrummanagers, ondernemersverenigingen en ondernemersfondsen. Zij verzorgen diverse netwerk- en kennisevenementen en leergangen. Landelijk is ongeveer de helft van de gemeenten aangesloten. Vanuit Laarbeek is ook gebruik gemaakt van deze activiteiten. We maken tegenwoordig minder gebruik van het samenwerkingsverband dan eerst, daarom wordt in het licht van de besparingsopgave voorgesteld om ermee te stoppen. Het lidmaatschap is per organisatie. Daarom is zowel het aangaan als beëindigen van het lidmaatschap van de gemeente niet in overleg met ondernemersorganisaties gedaan. Zij kunnen indien gewenst zelf lid worden.

Vraag 34: Blz. 26: Op welke wijze wordt de hervorming van SDL gemonitord? Antwoord op vraag 34: De hervorming van SDL wordt gemonitord via een gezamenlijke werkgroep van SDL en de gemeente (die wordt momenteel opgericht), die werkt aan een structurele oplossing voor de exploitatie van de dorpshuizen. Daarnaast vindt monitoring plaats via financiële rapportages, periodiek overleg en beleidsmatige terugkoppeling aan de raad. In het eerste kwartaal van 2026 ontvangt de raad een voorstel met de uitkomsten en vervolgstappen. Zie voor meer informatie de toegestuurde Raadinformatiebrief met onderwerp ‘Extra bijdrage Stichting Dorpshuizen Laarbeek 2025’.

Vraag 35: Blz. 27: Om welke redenen zouden we moeten besluiten niet meer aan te sluiten bij de regionale servicedesk Social Return? Antwoord op vraag 35: Met de keuze voor een nieuwe invulling van de wettelijke verplichting voor sociaal ondernemerschap (social return) willen we een duidelijkere ambitie neerleggen naar zowel de organisatie (opdrachtgever) als de opdrachtnemers. De huidige werkwijze en uitvoering is projectgericht. Opdrachtnemers kunnen op veel verschillende manieren invulling geven aan de social return verplichting, PSO-certificering is op dit moment ook een mogelijkheid om hieraan te voldoen. Er worden op dit moment kosten gemaakt voor invulling en controle per project. De nieuwe invulling steekt in op een uniforme transparante uitvoering van sociaal ondernemerschap (social return). Door bij inkooptrajecten de voorwaarden voor PSOcertificering toe te passen stellen we eisen aan de mate van sociaal ondernemerschap en inclusiviteit van een onderneming. De PSO is een wetenschappelijk onderbouwd keurmerk ontwikkeld door TNO, onafhankelijk en objectief wordt kwantitatief en kwalitatief vastgesteld hoe sociaal een werkgever is. Juist met de toepassing van social return willen we bedrijven stimuleren de bedrijfsvoering socialer te maken, nu vindt dit plaats op projectbasis.

Beantwoording technische vragen Kadernota 2026

15

Vraag 36: Is er een analyse gemaakt van de overschrijding van de zorgkosten 2024? In de jaarrekening 2024 is een dergelijk grote overschrijding van de zorgkosten niet helder zichtbaar. Waar kunnen we die overschrijdingen lezen? Antwoord op vraag 36: Ja, er is een analyse gemaakt van de zorgkosten 2024. Deze is opgenomen in de jaarrekening onder programma 5: - Blz. 12–14: hoofdanalyse van verschillen binnen het programma - Blz. 103–113: detailinzicht op taakveldniveau De resultaten op zorgonderdelen zijn: Wmo: Jeugd: BMS: Per saldo:

€ 23.000 voordeel € 488.000 nadeel € 71.000 voordeel € 394.000 nadeel

Beantwoording technische vragen Kadernota 2026

16

Fractie OuderenAppèl / Hart voor Laarbeek Vragen: algemeen 1. Over groepsactiviteiten Wmo Hoe waarborgt het college dat het beschikbare incidentele budget voor het Wmo-groepsaanbod terechtkomt bij initiatieven die eenzaamheid tegengaan en ontmoeting bevorderen voor álle doelgroepen met name ouderen? Antwoord op vraag 1: Het college toetst initiatieven aan de doelstellingen van het beleidsplan Sociaal Domein. Daarbij wordt ingezet op het tegengaan van eenzaamheid en het bevorderen van ontmoeting voor alle doelgroepen, passend bij de lokale behoeften.

2. Over het schrappen van incidentele Wmo-subsidies Is het college bereid maatwerk toe te passen bij het schrappen van incidentele Wmo-subsidies, zodat vernieuwende en inclusieve burgerinitiatieven – ongeacht de doelgroep – niet onbedoeld verloren gaan? Antwoord op vraag 2: Ja, het college is bereid hierbij maatwerk toe te passen.

3. Over participatie en toegankelijkheid Op welke wijze zorgt het college ervoor dat inwonerparticipatie ook daadwerkelijk toegankelijk is voor minder digitaal vaardige inwoners, zoals sommige ouderen, laaggeletterden of mensen met een beperking? Antwoord op vraag 3: In de Huiskamers in alle kernen vinden allerlei bestaande en nieuwe activiteiten plaats die door de gemeente en haar maatschappelijke partners worden gefaciliteerd en die aansluiten bij de behoeften van de verschillende doelgroepen. Hiervoor is een structureel budget beschikbaar dat jaarlijks toereikend is. 4. Over de SPUK-gelden en wijkondersteuning Kan het college garanderen dat de herschikking van SPUK-middelen niet leidt tot afbouw van laagdrempelige wijkondersteuning die juist belangrijk is voor mensen met een kleinere sociale of financiële buffer? Antwoord op vraag 4: Het college kan niet garanderen dat herschikking van SPUK-middelen geen gevolgen heeft, maar blijft inzetten op het behoud van laagdrempelige wijkondersteuning, juist voor inwoners met een kleinere sociale of financiële buffer. Bij keuzes wordt gestuurd op maatschappelijke waarde en ondersteuning van kwetsbare groepen, in lijn met het beleidsplan Sociaal Domein.

Beantwoording technische vragen Kadernota 2026

17

5. Over het sociaal domein en structureel tekort Wat doet het college concreet om te voorkomen dat het structurele tekort in het sociaal domein wordt afgewenteld op inwoners die het meest afhankelijk zijn van ondersteuning en zorg? Antwoord op vraag 5: Het college is zich bewust van het structurele tekort in het sociaal domein en zet in op het voorkomen van afwenteling op de meest kwetsbare inwoners. In de Kadernota 2026 wordt benadrukt dat ondersteuning beschikbaar blijft voor wie het echt nodig heeft, met behoud van essentiële zorg en begeleiding. Tegelijk zoekt het college naar efficiëntere inzet van middelen en samenwerking met partners om de druk op het sociaal domein beheersbaar te houden.

6 Over bezuinigingen zonder zichtbare gevolgen Hoe borgt het college dat bezuinigingen die volgens de beleidsstukken ‘geen inhoudelijke gevolgen’ hebben, ook in de praktijk niet leiden tot sociale uitsluiting of verminderde toegankelijkheid voor kwetsbare groepen? Antwoord op vraag 6: In de Kadernota 2026 wordt benadrukt dat het behoud van ondersteuning voor wie het echt nodig heeft voorop blijft staan. Daarbij wordt gestuurd op maatwerk, preventie en het versterken van collectieve voorzieningen, zodat sociale uitsluiting wordt voorkomen.

7. Over doelmatigheid en sociale rechtvaardigheid Op welke manier wordt bij efficiencymaatregelen en doelmatigheidstoetsen geborgd dat deze niet leiden tot uitsluiting van mensen met een lagere digitale vaardigheid, taalachterstand of beperkte zelfredzaamheid? Antwoord op vraag 7: Een belangrijk borgingsmiddel is het bewust openhouden van alternatieven zoals fysieke loketten, telefonische hulp en hulp via de dorpsondersteuners (LEVgroep), bibliotheek en Sociaal Team Laarbeek. De dorpsondersteuners zijn in de Huiskamers aanwezig om inwoners laagdrempelig te helpen. De bibliotheek heeft diverse voorzieningen zoals cursus Klik en Tik, Digi Vitaler en Informatiepunt Digitaal Overheid (IDO) in iedere kern.

8. Versobering en kwetsbare doelgroepen 1.1 Kunt u aangeven welke van de voorgestelde ombuigingen en beleidsversoberingen direct effect (kunnen) hebben op ouderen in onze gemeente? 1.2 In hoeverre zijn ouderenorganisaties of seniorenvertegenwoordigers betrokken geweest bij het opstellen en beoordelen van deze maatregelen? Zo nee, waarom niet? Antwoord op vraag 8: 1.1 In de Kadernota 2026 zijn geen ombuigingen of beleidsversoberingen opgenomen die specifiek gericht zijn op ouderen. De financiële ramingen zijn gebaseerd op de daadwerkelijke ondersteuningsbehoefte, gebaseerd op ervaringen uit voorgaande jaren. Daarmee wordt voorkomen dat er onnodig wordt bezuinigd op voorzieningen waar ouderen afhankelijk van zijn. 1.2 Omdat er geen gerichte maatregelen zijn voorgesteld die ouderen treffen, is er ook geen specifieke betrokkenheid van ouderenorganisaties geweest.

Beantwoording technische vragen Kadernota 2026

18

9. Inzet algemene reserve 9.1 De vrije algemene reserve bedraagt per 2024 nog ruim €10 miljoen. Waarom kiest het college ervoor om voorzieningen en subsidies mogelijk te versoberen, terwijl er nog financiële ruimte is in deze reserve? 9.2 Is het college bereid (een deel van) deze reserve in te zetten ter bescherming van voorzieningen die belangrijk zijn voor het welzijn van ouderen? Antwoord op vraag 9: De algemene reserve is bedoeld om jaarrekeningtekorten en andere financiële tegenvallers incidenteel op te vangen. Het mag niet gebruikt worden voor de bekostiging van structurele kosten. 10. Wonen en leefomgeving 10.1 Worden investeringen in seniorenhuisvesting of woningaanpassing geraakt door het heroverwegen of uitstellen van investeringen? Zo ja, welke? Antwoord op vraag 10.1: Binnen het sociaal domein blijft de ondersteuning van senioren, onder andere via woningaanpassingen, een belangrijk aandachtspunt. Er is géén sprake van het uitstellen van investeringen op dit vlak. Wel is er bij het opstellen van de begroting gekozen voor een realistische inschatting van de benodigde middelen, gebaseerd op de uitvoeringspraktijk van de afgelopen jaren. Dit zorgt ervoor dat de ondersteuning aansluit bij de daadwerkelijke vraag, zonder dat dit ten koste gaat van de toegankelijkheid of beschikbaarheid van voorzieningen voor senioren.

10.2 Worden er kwaliteitsverlagingen in de openbare ruimte doorgevoerd die van invloed kunnen zijn op de toegankelijkheid en veiligheid voor kwetsbare weggebruikers (bijvoorbeeld onderhoud van trottoirs, straatverlichting, bankjes)? Antwoord op vraag 10.2: Nee, uitgangspunt is en blijft een schoon, heel en veilige openbare ruimte. 11. Beleidskeuzes en transparantie 11.1 Hoe heeft het college de maatschappelijke effecten van de ombuigingen gewogen bij het opstellen van het dekkingsplan? Antwoord op vraag 11.1: Bij het opstellen van het dekkingsplan heeft het college de maatschappelijke effecten van de voorgestelde maatregelen zorgvuldig gewogen. Er is geen sprake van generieke bezuinigingen; in plaats daarvan wordt financieel realistisch geraamd op basis van de feitelijke ondersteuningsbehoefte, onderbouwd met ervaringen uit de afgelopen jaren. Hierdoor wordt voorkomen dat noodzakelijke ondersteuning voor kwetsbare groepen, zoals ouderen, onder druk komt te staan. 11.2 Is het college bereid om de effecten per doelgroep, waaronder ouderen, expliciet te maken in een maatschappelijke effectrapportage bij de begroting 2025? Antwoord op vraag 11.2: Het college onderschrijft het belang van inzicht in de maatschappelijke effecten van beleid voor verschillende doelgroepen, waaronder ouderen. Waar mogelijk worden deze effecten al meegenomen in bestaande beleidsstukken en rapportages.

In de aanloop naar de begroting 2026 wordt bekeken hoe bestaande informatie en analyses benut kunnen worden om dit inzicht verder te versterken, zonder dat dit leidt tot extra administratieve lasten of aanvullende rapportageverplichtingen.

Beantwoording technische vragen Kadernota 2026

19

Vragen: specifiek 12. Beleidskeuzes en transparantie Blz.11 lezen we dat de provincie als toezichthouder niet akkoord gaat met de opname stelpost 500 K opbrengst hervormingsagenda volgt u het advies van de VNG. Wel neemt u hierover een passage in de risicoparagraaf. Waar kunnen wij deze passage terugvinden. En wat doet dit met de begroting als de provincie vasthoudt aan haar principe. Antwoord op vraag 12: Deze passage is terug te vinden in het begrotingsadvies van VNG, als bijlage van de ledenbrief over de voorjaarsnota (20 mei 2025):

De eerste 2 begrotingsjaren blijven structureel sluitend, daarmee verandert niks. Wij verwachten op basis hiervan dan ook een goedkeurende begroting. Als de provincie vasthoudt aan haar principe volgt een negatieve bijstelling van het begrotingsresultaat in 2028 en 2029. 13. Nominale loonstijging voor raadsleden-commissieleden Blz. 16 lezen we dat de nominale loonstijging voor raadsleden wel wordt doorgevoerd echter niet voor de commissieleden. Lezen we dit correct en waarop is dit gebaseerd. Immers de hogere vergoeding voor raadsleden is als gevolg van de toegenomen kosten maar gelden toch ook voor commissieleden. Antwoord op vraag 13: Zowel voor raads- als commissieleden geldt dat de vergoedingen vanuit het “Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers” worden gevolgd. 14. Kleinschalig onderhoud wegen Blz. 21 lezen we dat kleinschalig onderhoud niet meer door externe aannemer wordt uitgevoerd maar door eigen onderhoudsdienst wat besparing oplevert van 50 K Lezen we dit correct, met daarbij onze twijfels als we dit goed lezen, wij willen graag uitleg of we op deze manier de 50 K als besparing kunnen inrekenen. Immers dat betekent dat een van de medewerkers zijn geplande werkzaamheden niet meer uitvoert, welke dan dus, of helemaal niet, of door externen moet worden uitgevoerd.

Antwoord op vraag 14: Door bijstelling in de uitvoering (halvering van het aantal afvalbakken) is het mogelijk om de capaciteit van de buitendienst anders in te zetten, namelijk voor kleinschalig onderhoud wegen. Dit maakt een besparing mogelijk op de inzet van externe aannemers. 15. Toerekening riolering Blz. 21 lezen we dat het college voorstelt om aan riolering de volgende posten toe te rekenen waarbij we willen weten of dit wettelijk mag gezien het hier een heffing betreft. Dus alleen de wettelijke toegestane kosten mogen worden toegerekend. Onderhoudskosten waterbeheer en dat is ruim dus graag aangeven wat hieronder begrepen wordt. Kosten BIZOB. Dat is ruim dus graag aangeven wat hieronder begrepen wordt. Onderhoudskosten gemeentewerf. Dat is ruim dus graag aangeven wat hieronder begrepen wordt.

Beantwoording technische vragen Kadernota 2026

20

Antwoord op vraag 15: Bij het opstellen van het water- en rioleringsprogramma (WRP), als opvolger van het gemeentelijk rioleringsplan (GRP), is bekeken welke kosten toegerekend mogen worden aan de rioolheffing vanuit het principe van kostendekkendheid. We rekenen alleen wettelijk toegestane kosten door. De kosten die toegerekend worden hebben betrekking op het in stand houden van water- en rioleringsvoorzieningen. Bijvoorbeeld voor het contracteren van aannemers is inzet van een inkoopadviseur (gefaciliteerd door BIZOB) noodzakelijk. Deze inzet wordt toegerekend aan de rioolheffing. 16. Specifieke verhoging leges tarieven Blz. 23 lezen we dat u specifieke tarieven extra met 5 % wil verhogen wat 78K oplevert. Terwijl net voorafgaand in dekkingsplan verhoging inkomsten men stelt dat verhoging met 5 % op de leges 43K oplevert. Graag uitleg hoe we dit moeten lezen. Graag ook een opsomming welke specifieke tarieven dit betreft. Antwoord op vraag 16: De verhoging van 5 % geldt voor alle tarieven in de Legesverordening, met uitzondering van enkele (veelal wettelijke) tarieven. Een gespecificeerd overzicht volgt bij de vaststelling van Legesverordening 2026 (december 2025). De voorgestelde verhoging van specifieke tarieven (boven op de voorgestelde 5 % verhoging) geldt voor de onderwerpen zoals opgenomen in het antwoord op vraag 2 van fractie PNL. 17.

Ontwikkeling centrumplan Lieshout Blz. 24. Lezen we dat 14K voor de begroting vanaf 2027 wordt begroot. Dit zou o.g.v. van kapitaallasten investeringen zijn. Onze vraag is welke investeringen. Antwoord op vraag 17: Het centrumplan Lieshout is een veelomvattend plan met verschillende deelprojecten met verschillende bekostigingsgrondslagen. Voor een aantal deelprojecten worden er investeringen in het openbare gebied gedaan. Vooruitlopend op het raadsbesluit van 2 oktober 2025 wordt er in de Kadernota een reservering opgenomen voor de extra kapitaalslasten van de investeringen in het openbare gebied. Het betreft dus niet de kosten voor de totale investering voor het gehele centrumplan. 18. Ontdubbeling taak Bijzondere bijstand Blz. 26 lezen we dat Senzer een taak van Peelgemeenten overneemt en dan kan Senzer deze taak 29,9K goedkoper uitvoeren. Onze vraag daarbij is toch raar 20% goedkoper hoe kan dit? Antwoord op vraag 18: Momenteel zijn we samen met de overige 4 Peelgemeenten aan het onderzoeken of de taak bijzondere bijstand belegd kan worden bij GR Senzer en wat dat voor een netto besparing kan opleveren. Omdat GR Peelgemeenten al een besparing had opgenomen in het concept van de 1e begrotingswijziging, hebben we zelf een inschatting gemaakt van de kosten die in rekening worden gebracht door GR Senzer. Dit om een reëel beeld te geven van de netto-besparing. 19.

Verhoging bijdrage aan Bizob Blz. 34 lezen we dat de bijdrage aan Bizob structureel 13K verhoogd moet worden terwijl in de tekstuele toelichting staat te lezen dat het maar 12K hoeft te zijn. Graag uitleg wat het moet zijn. Antwoord op vraag 19: Totale bijdrage begroting Bizob 2026 Oude stand begroting Bijraming

€ 180.600 € 67.353 € 13.247

Aangezien we de bedragen tekstueel afronden moet er dus € 13.000 in de tekst staan.

Beantwoording technische vragen Kadernota 2026

21

Fractie CDA Vraag 1: Blz. 16 Hier lezen we dat u voorstelt een aantal posten onder taakveld rioolheffing onder te brengen omdat dit een gesloten systeem betreft en dus geen effect heeft op het saldo. Dat is correct. Echter hierdoor moeten inwoners meer rioolheffing gaan betalen i.p.v. OZB omdat de kostenpost verschoven gaat worden. Klopt het dast door deze verschuiving de inwonerslasten wel degelijk omhooggaan? Zo ja, kunt u dat toelichten. Zo nee, kunt u dat toelichten? Antwoord vraag 1: Het tarief rioolheffing wordt beïnvloed door diverse variabelen, zowel voor wat betreft lasten als baten. Daardoor kan niet gesteld worden dat extra doorbelasting aan taakveld Riolering direct een verhoging van het tarief tot gevolg heeft. Dat is wel het geval als alle overige variabelen gelijk zouden blijven. In het water- en rioleringsprogramma (WRP) worden de verwachte lasten en baten geactualiseerd. Voor meer informatie wordt verwezen naar de raadsinformatiebrief van 27 mei 2025 “Water- en rioleringsprogramma Laarbeek 2025-2029”. Vraag 2: Blz. 18 en 19 hogere kosten onderhoud bomen en hogere kosten onderhoud groen: zijn deze budgetten nodig omdat het areaal is uitgebreid. Graag ontvangen wij een overzicht om welk areaal het gaat en welke partijen daarvoor aan de lat staan.

(Wie verzorgt de uitvoering van het toegenomen areaal?) Antwoord vraag 2: De uitbreiding van het areaal betreft zowel nieuwe locaties (Nieuwenhof-Noord, de Hoge Regt, carpoolplaats/fietsenstaling Bavariarotonde, Engelen) als herinrichting van bestaande locaties zoals Opstal, De Sprankel, Adriaan Boutlaan De Sprankel, Kerkstraat BD. Het onderhoud op al deze locaties wordt hoofdzakelijk uitgevoerd door gespecialiseerde aannemers. Vraag 3: We lezen bij de aanpassing dotatie voorziening wegen dat deze oplopend is verwerkt. Volgens ons is dit juist aflopend; van -312 naar -96 in 2029. Daarnaast schrijft u dat op basis van BVVvoorschriften gelijkmatig wordt opgenomen terwijl de cijfers toch iets anders laten zien, Volgen wij hier de juiste denklijn? Kunt u dit toelichten? (pag. 18) Antwoord vraag 3: De storting in de voorziening wegen is in de Meerjarenbegroting 2025-2028 oplopend verwerkt. Om te komen tot een gelijkmatige storting is een aflopende verhoging nodig van de al bestaande dotatie. De bestaande storting en de voorgestelde verhoging van de storting zorgen tezamen voor een gelijkmatige storting. Vanaf 2026 en verder wordt de jaarlijkse storting in de voorziening wegen € 1.712.167. Vraag 4: Bijstelling budgetten openbaar groen: Het betreft een bijstelling, is deze nader te verklaren zeker in relatie tot bovenstaande extra kosten? (Pag.

20) Antwoord vraag 4: De bijstelling met € 4.000 betreft het aframen van 2 budgetten die niet meer werden benut: ‘voorlichting hondenuitlaatstroken’ en ‘belastingen’. Dit in het kader van scherper ramen.

Beantwoording technische vragen Kadernota 2026

22

Vraag 5: Frequentie snoeien bomen (pag. 21): De aanname wordt gemaakt dat de frequentie snoeien teruggebracht kan worden naar 1 x per 4 jaar. Wie voert de boomcontroles uit en/of monitort dat dit kan. Is inzichtelijk te krijgen hoe de besparing hiertoe is berekend en in relatie staat met de hogere kosten onderhoud bomen welke zijn opgenomen op pagina 18. Antwoord vraag 5: Onze vakspecialisten monitoren het areaal bomen en zien toe op een juiste uitvoering van de voorgestelde onderhoudsmaatregelen. De aanpassingen van het budget zijn tot stand gekomen aan de hand van eigen kengetallen, gebiedskennis en contractgegevens. De hogere kosten onderhoud bomen is benodigd om de toename van het areaal te onderhouden. De kosten zijn bepaald op basis van 1 keer per 4 jaar bomen snoeien. Conform de voorgestelde frequentie snoeien bomen. Vraag 6: Kleinschalig onderhoud wegen (pag. 21): Wat is het aantal meldingen en daaraan verbonden tijdspad tot gedane oplossingen/reparaties voor de jaren 2023 en 2024 en de eerste 5 maanden van 2025. Antwoord vraag 6: De klachtafhandeling m.b.t. verhardingen is gericht op het oplossen en niet zozeer op het registreren. Telefonische meldingen worden zo mogelijk direct doorgezet naar de toezichthouder. Daardoor is de gevraagde informatie niet gedetailleerd voorhanden. Het aantal meldingen met betrekking tot verhardingen wordt ingeschat op ca. 250 per jaar.

Iedere melding wordt binnen 2 dagen beoordeeld en waar nodig veiliggesteld of direct opgelost. Terechte meldingen worden over het algemeen binnen 2 weken definitief afgehandeld. Vraag 7: Blz. 23 staat dat de degeneratievergoedingen verhoogd worden. Is het volgen u reëel om een begroting op te plussen met een "verwachting dat de activiteiten van de nutsbedrijven komende jaren toenemen”? Word deze “gewenste verhoging” ook meegenomen in de risicoparagraaf en zo ja met hoeveel procent? Antwoord vraag 7: Ja, wij achten de verhoging van de inkomsten reëel, mede op basis van de werkelijke inkomsten 2024. De organisatie heeft regelmatig overleg met de nutsbedrijven. Tijdens het nutsoverleg worden de meerjarenplanningen tussen de nutsbedrijven en gemeente besproken en op elkaar afgestemd. Dit geeft inzicht in elkaars planningen en dus ook in de te verwachten vergoedingen.

Vraag 8: Vrijval stelposten onderhoud half/onverharde wegen en speeltuinen: Graag een nadere toelichting wat deze administratieve correctie is en/of is door ontstaan. Zijn alle klachten en onderhoudswerkzaamheden uitgevoerd volgens stelpost? (Pag. 23) Antwoord vraag 8: In het kader van scherper ramen wordt de stelpost opgeheven. Voor het onderhoud aan half/onverharde wegen en speeltuinen zijn andere exploitatiebudgetten beschikbaar. Klachten en onderhoudswerkzaamheden worden tijdig uitgevoerd.

Beantwoording technische vragen Kadernota 2026

23

Vraag 9: Bijdrage regionale economische ontwikkelingen: Waar is het budget € 130.000,- eerder op gebaseerd (onderbouwing tot instellen) en welke delen worden hiervan dan niet benut. Graag een toelichting. (Pag. 25) Antwoord vraag 9: De post ‘Bijdrage regionale economische ontwikkeling’ betreft de bijdrage voor de uitvoering van de Economische Agenda De Peel. Dit gaat via een subsidie aan het Innovatiehuis De Peel. Deze subsidie is opgebouwd uit € 30.000 aan structurele overheadkosten en € 100.000 voor de uitvoering van projecten. Dit subsidiebedrag wordt zowel door de gemeente Laarbeek als de gemeenten Gemert-Bakel, Asten, Someren, Deurne en Helmond verstrekt. De subsidie is bij de vaststelling van 2023 voor de gemeente Laarbeek € 40.000 lager vastgesteld. We verwachten dat dit ook voor de jaren 2024 en 2025 aan de orde zal zijn. Gezien de maatschappelijke opgave vinden we het gepast om ook bij de ambities uit de Economische Agenda De Peel een optimaliseringsopgave te hanteren. Welke projecten of ambities hierdoor geen doorgang meer vinden moet nog verder worden uitgewerkt en regionaal worden afgestemd. Komend jaar gaan we als regio bekijken hoe we invulling willen geven aan de regionale samenwerking.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Laarbeek&id=0fe18aa7-738d-4d7a-a66f-822b739ad4fe