CConstaterende datLaarbeek
Koppel je AI →
Document · PDF

11 20241219 BP Baverdestraat en omgeving_Toelichting

Raadsvergadering 19 december 2024, gemeente LaarbeekBij agendapunt: B Voorstel tot vaststelling bestemmingsplan Baverdestraat en omgeving in Lieshout.12.665 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

4.6.2

Onderzoek en conclusie

Econsultancy heeft een quickscan externe veiligheid uitgevoerd (zie Bijlage 4). Het doel van het onderzoek is het identificeren van mogelijk relevante risicovolle activiteiten in de omgeving en de effecten van deze activiteiten op het plan. Op basis van een inventarisatie van de risicobronnen in de omgeving van het plangebied wordt geconcludeerd dat er geen belemmeringen gelden voor de nieuw te realiseren woningen.

bestemmingsplan "Baverdestraat en omgeving" (vastgesteld) 25

bestemmingsplan Baverdestraat en omgeving

4.7

Natuur

4.7.1

Wet- en regelgeving

De Wet natuurbescherming ziet op de bescherming van waardevolle gebieden (waaronder de Natura 2000-gebieden) en de bescherming van planten- en diersoorten. Voor gebieden die deel uitmaken van het NatuurNetwerk Nederland (NNN, voorheen de ecologische hoofdstructuur) is daarnaast sprake van planologische bescherming. Ruimtelijke plannen dienen te worden beoordeeld op de uitvoerbaarheid in relatie tot actuele natuurwetgeving. Er mogen geen ontwikkelingen plaatsvinden die op onoverkomelijke bezwaren stuiten door effecten op beschermde natuurgebieden en/of beschermde planten- en diersoorten. In dit kader is inzicht gewenst in de aanwezige natuurwaarden en de mogelijk daarmee samenhangende consequenties vanuit de actuele natuurwetgeving.

4.7.2

Onderzoek en conclusie

Soortenbescherming In verband met de voorgenomen plannen is in 2019 een toets flora en fauna uitgevoerd (Staro natuur en buitengebied), zie bijlage 1 bij het Activiteitenplan in de bijlage. Adviesbureau Kruidbos Ecologie-Onderzoek-Advies heeft in 2016, 2017, 2018 en 2019 onderzoek uitgevoerd naar vleermuizen, huismussen en gierzwaluwen in de Baverdestraat in Lieshout (zie Bijlage 5). Het vleermuisonderzoek is toen echter niet geheel volgens de huidige onderzoeksprotocollen uitgevoerd. Daarom is in 2020, in aanvulling op het onderzoek van Kruidbos, nader onderzoek naar huismus, gierzwaluw en vleermuis uitgevoerd door Staro Natuur en Buitengebied, zie bijlage 3 bij het Activiteitenplan in de bijlage. Uit deze onderzoeken is gebleken dat er zeven nesten van huismus aanwezig zijn in de gebouwen in het plangebied. De tuinen van de woningen en het groene gebied ten zuiden van de woningen maken deel uit van het leefgebied van de huismus. Van gierzwaluw zijn twee nesten in het plangebied aangetroffen. Van gewone dwergvleermuis is één paarverblijfplaats vastgesteld. Als gevolg van de voorgenomen plannen worden deze verblijfplaatsen van gierzwaluw, huismus en gewone dwergvleermuis vernietigd. Tevens leidt het verwijderen van de begroeiing rondom de woningen en ten zuiden van de woningen tot de aantasting van het leefgebied van de huismus.

Hiervoor is een ontheffing van de Wet natuurbescherming noodzakelijk en dienen mitigerende (verzachtende) maatregelen te worden genomen om een negatief effect op de staat van instandhouding van de soorten te voorkomen. Om de verblijfplaatsen en het leefgebied te mogen aantasten, is een ontheffing aangevraagd bij provincie Noord-Brabant. Door Staro is hiervoor een activiteitenplan opgesteld op basis waarvan de provincie ontheffing heeft verleend. Het activiteitenplan zijn als Bijlage 6 bij deze toelichting opgenomen, de ontheffingsbeschikking als Bijlage 1 bij de regels. In de regels is een voorwaardelijke verplichting opgenomen gerelateerd aan de voorschriften uit de ontheffingsbeschikking. Steenmarter Medio 2024 is geconstateerd dat er in en nabij de bestaande woningen in het plangebied mogelijk verblijfplaatsen van steenmarters aanwezig zijn. Tijdens een inventarisatie door een ecoloog van Staro zijn uitwerpselen van steenmarters in en rondom woningen gevonden, waarmee vaststaat dat er één of meer steenmarters gebruik maken van deze verblijfplaatsen en het plangebied. Om deze reden zal voor de steenmarter een uitbreiding op de verleende ontheffing worden aangevraagd. Binnen het plangebied zal ruimte worden gemaakt voor mitigerende maatregelen, zoals het ingraven van marterboxen en het aanleggen van takkenrillen/takkenhopen. Hiervoor wordt een activiteitenplan opgesteld.

Gebiedsbescherming Door Econsultancy is in augustus 2024 een onderzoek uitgevoerd naar de stikstofdepositie (zie Bijlage 7). Het plan is niet gelegen binnen de grenzen van een gebied dat aangewezen is als Natura 2000-gebied. Het meest nabij gelegen Natura 2000-gebied ‘Strabrechtse Heide & Beuven’ ligt op circa 11,2 kilometer 26 gesteld)

bestemmingsplan "Baverdestraat en omgeving" (vast

bestemmingsplan Baverdestraat en omgeving afstand. Op circa 13,7 km afstand ligt tevens het Natura 2000-gebied ‘Leenderbos, Groote Heide & De Plateaux’. Er dient te worden nagegaan of er geen significante stikstofdepositie zal plaatsvinden op Natura 2000-gebieden. Het projecteffect op de Natura 2000-gebieden als gevolg van zowel de aanleg- als gebruiksfase is gelijk aan 0,00 mol/ha/jaar. Bij een dergelijk projecteffect zal het beoogde plan niet voor een significante toename in stikstofdepositie zorgen en kunnen negatieve effecten worden uitgesloten. Op basis van het onderzoek blijkt dat er geen vergunning Wet natuurbescherming (gebiedsbescherming) benodigd is voor het aspect stikstof. Het dichtstbijzijnde onderdeel van het Natuurnetwerk Brabant (NNB) ligt op ruim 500 meter afstand ten westen van het plangebied. Vanwege deze afstand is het niet te verwachten dat de voorgenomen ontwikkeling een negatief effect zal hebben op de natuurwaarden in het NNB.

4.8

Water

4.8.1

Wet- en regelgeving

Sinds 1 november 2003 is het wettelijk verplicht, in het kader van het Besluit ruimtelijke ordening, een watertoets te verrichten. In de toelichting bij ruimtelijke besluiten en plannen, waarop bovengenoemd besluit van toepassing is, is het noodzakelijk een beschrijving te geven van de manier waarop rekening is gehouden met de gevolgen van het plan voor de waterhuishouding. Waterbeheerprogramma 2022-2027 Het waterschap Aa en Maas is verantwoordelijk voor het waterbeheer in de gemeente Laarbeek. In het Waterbeheerprogramma staat hoe het waterschap haar taken in de periode 2022-2027 uitvoert. In het Waterbeheerprogramma neemt het waterschap de kerntaken als uitgangspunt. Die taken zijn: bescherming tegen overstromingen en zorgen voor schoon en gezond water dat voldoende voorhanden is. Daarnaast beschikt het waterschap over de Keur en de legger. De Keur bevat gebods- en verbodsbepalingen met betrekking tot ingrepen die consequenties hebben voor de waterhuishouding en het waterbeheer. De legger geeft aan waar de waterstaatswerken liggen, aan welke afmetingen en eisen die moeten voldoen en wie onderhoudsplichtig is. Veelal is voor deze ingrepen een watervergunning van het waterschap benodigd. De Keur De drie Brabantse waterschappen, Aa en Maas, De Dommel en Brabantse Delta hebben hun keuren geharmoniseerd.

Als onderdeel van dit harmonisatietraject hanteren de waterschappen sinds 1 maart 2015 dezelfde (beleids)uitgangspunten voor het beoordelen van plannen waarbij het verhard oppervlak toeneemt. Bij een toename en afkoppelen van het verhard oppervlak geldt het uitgangspunt dat plannen zoveel mogelijk hydrologisch neutraal worden uitgevoerd. Vanwege dit principe wordt bij uitbreiding van verhard oppervlak voor de omgang met hemelwater uitgegaan van de voorkeursvolgorde infiltreren, bergen, afvoeren. De waterschappen maken bij het beoordelen van plannen met een toegenomen verhard oppervlak onderscheid tussen grote en kleine plannen. Gemeentelijk beleid Het waterbeheer beleid van de gemeente Laarbeek voor de planperiode 2019 tot en met 2023 opgenomen in het Gemeentelijk Rioleringsplan (GRP). De gemeente hanteert het wettelijke voorkeursvolgorde voor het verwerken van hemelwater (vertragen, bergen, afvoeren). In het beleid geeft de gemeente aan dat de eigenaar van het terrein waarop het hemelwater valt primair zelf verantwoordelijk is voor de verwerking van het hemelwater. De gemeente hoeft het hemelwater afkomstig van particulier terrein niet te ontvangen. Alleen als de houder van het verzamelde hemelwater dit redelijkerwijs niet kan afvoeren.

bestemmingsplan "Baverdestraat en omgeving" (vastgesteld) 27

bestemmingsplan Baverdestraat en omgeving

Normale buien, komen een a twee keer per jaar voor, probeert de gemeente zoveel mogelijk ondergronds te bergen en af te voeren. Extreme buien, komen eenmaal per 10 – 100 jaar voor, wil de gemeente vanuit economisch oogpunt bovengronds verwerken op locaties met een laag/gemiddeld risicoprofiel zoals bijvoorbeeld verlaagde groenvoorzieningen. De gemeente geeft de voorkeur om bij nieuwe bouwlocaties of vitale/belangrijke infrastructuur het te vermijden om te bouwen op lager gelegen (grond)wateroverlastgevoelige locaties. Bij nieuwbouw heeft het de voorkeur om het water te bergen en de openbare ruimte waterproof in te richten. Waarbij het regenwater bij voorkeur wordt geïnfiltreerd in de bodem en overtollig hemelwater bovengronds verwerkt. Op plaatsen waar infiltratie in de bodem mogelijk is, zijn de beleidsregels van de gemeente leidend. Dit geldt zowel voor particulier terrein als de openbare ruimte. Als er sprake is van afvoeren naar oppervlaktewater met een belangrijke functie voor de waterhuishouding zijn de beleidsregels van het waterschap van toepassing. Los van deze beleidsregels toetst de gemeente altijd aan een bui die eenmaal per 100 jaar voorkomt. Als ontwerpnorm hanteren de gemeente net als de Brabantse waterschappen 60 mm berging van regenwater in de boven en/of ondergrond en binnen het plangebied.

4.8.2

Onderzoek en conclusie

Door Econsultancy is in september 2023 een watertoets opgesteld. De rapportage daarvan is als Bijlage 8 opgenomen.. Uit de watertoets blijkt dat op basis van de toekomstig verhard oppervlak en de bergingseis de waterbergingsopgave voor de planlocatie in totaal ca. 461 m3 (7.685 m² x 0,06 m) bedraagt. Het hemelwater wordt op een duurzame wijze verwerkt en gescheiden van het vuilwater. Binnen het plangebied is weinig ruimte beschikbaar om hemelwater bovengronds te bergen. Hierdoor zal moeten worden gezocht naar een ondergrondse voorziening. Vanwege de grondwaterstand is er in de openbare ruimte met inachtneming van ruimte voor kabels en leidingen geen mogelijkheid om de volledige wateropgave zonder verlies van berging ondergronds te bergen in een infiltratievoorziening. Hemelwater zal derhalve tijdelijk moeten worden geborgen in een waterdichte opvangbak of tank met leegloopinstallatie. Hemelwater en afvalwater Bij nieuwbouw dient hemelwater en afvalwater gescheiden te worden ingezameld, verwerkt en aangeleverd. Door de ontwikkeling aan de Baverdestraat zal het aanbod van vuilwater naar verwachting toenemen. Het vuilwater wordt aangesloten op het bestaande rioleringsstelsel. In de toekomstige situatie wordt hiermee rekening gehouden met een toename van circa 6,6 m3 /dag. Boringsvrijezone Het plangebied ligt ten oosten van een waterwingebied en in een boringsvrije zone.

Hierbij bevindt zich in de ondergrond een aaneengesloten slecht doordringbare kleilaag. Deze gebieden zijn minder kwetsbaar voor verontreinigingen en aantastingen dan grondwaterbeschermingsgebieden. Hier gelden ook minder strenge regels. Als een deel van de winning boven en een deel van de winning onder een kleilaag plaatsvindt, kan er zowel een grondwaterbeschermingsgebied als een boringsvrije zone om de winning liggen. Het plangebied is gelegen nabij diverse grondwateronttrekkingen zowel van Brabant Water als van Bavaria NV. Er is op de verbeelding en in de planregels een gebiedsaanduiding opgenomen ter bescherming van deze zone. Conclusie Op basis van het oogpunt van de waterhuishouding worden geen belemmeringen verwacht voor de beoogde woningbouwontwikkeling.

28 gesteld)

bestemmingsplan "Baverdestraat en omgeving" (vast

bestemmingsplan Baverdestraat en omgeving

4.9

Archeologie en cultuurhistorie

4.9.1

Wet- en regelgeving

Op 16 januari 1992 is in Valletta (Malta) het Europees Verdrag inzake de bescherming van het archeologisch erfgoed (Verdrag van Malta) ondertekend. Het Nederlandse parlement heeft dit verdrag in 1998 goedgekeurd. Het Verdrag van Malta voorziet in bescherming van het Europees archeologisch erfgoed onder meer door de risico's op aantasting van dit erfgoed te beperken. Deze bescherming is in Nederland wettelijk verankerd in de Erfgoedwet en gemeentes hebben dit in hun bestemmingsplannen opgenomen. In het kader van een goede ruimtelijke ordening in relatie tot de Erfgoedwet kan vooronderzoek naar mogelijke waarden nodig zijn zodat, waar nodig, die waarden veilig gesteld kunnen worden en/of het initiatief aangepast kan worden. Bij de opstelling en uitvoering van ruimtelijke plannen moet met de cultuurhistorische (landschaps)waarden van bovenlokaal belang rekening worden gehouden. De provincie heeft hiertoe in haar Verordening, zogeheten cultuurhistorische vlakken aangeduid. Deze vlakken verdienen specifieke aandacht vanwege de onvervangbaarheid van de aanwezige waarden. Gemeenten dienen de cultuurhistorische waarden en kenmerken van deze gebieden te behouden, herstellen en/of duurzaam te ontwikkelen. Ruimtelijke ontwikkelingen kunnen hier enkel worden toegestaan, indien zij de wezenlijke kenmerken en waarden van het gebied niet aantasten.

De cultuurhistorische waarden van een gebied zijn in kaart gebracht in de zogenaamde cultuurhistorische waardenkaart.

4.9.2

Onderzoek en conclusie

Econsultancy heeft in 2019 een archeologisch bureau- en verkennend booronderzoek uitgevoerd. De rapportage van dit onderzoek is opgenomen als Bijlage 9. In 2020-2021 heeft de gemeente Laarbeek haar erfgoedkaart laten actualiseren. Hierdoor zijn de archeologische verwachtingen- en waardenkaarten en de cultuurhistorische waardenkaarten verder verfijnd. De archeologische verwachtingswaarden zijn verankerd in het bestemmingsplan 'Archeologie en monumenten gemeente Laarbeek'. Voor het plangebied zijn de archeologische verwachtingswaarden zoals weergegeven in figuur 8 van de rapportage van Econsultancy niet gewijzigd. Op basis van het bureauonderzoek heeft het plangebied een lage gespecificeerde verwachtingswaarde voor archeologische resten uit het Laat-Paleolithicum en Mesolithicum, een middelhoge gespecificeerde verwachtingswaarde voor archeologische resten uit de Bronstijd en de IJzertijd en een hoge gespecificeerde verwachtingswaarde voor archeologische resten uit het Neolithicum, de Romeinse tijd en Middeleeuwen en Nieuwe tijd. Uit de resultaten van het verkennend booronderzoek blijkt dat het plangebied in het verleden grotendeels is vergraven. Op grond van verrichte onderzoeken kan worden geconcludeerd dat de archeologische verwachting kan worden bijgesteld naar 'laag'.

De gemeente Laarbeek heeft daarom een selectiebesluit genomen om de beschermende archeologische dubbelstemmingen binnen het plangebied te laten vervallen. Om die reden zijn er geen archeologische dubbelbestemmingen opgenomen in het voorliggende bestemmingsplan.

4.10

Kabels en leidingen

In het plangebied bevinden zich geen planologisch te beschermen kabels en leidingen.

bestemmingsplan "Baverdestraat en omgeving" (vastgesteld) 29

bestemmingsplan Baverdestraat en omgeving

4.11

Verkeer en parkeren

Zoals in paragraaf 2.3 al is aangegeven, sluit het plangebied op logische wijze aan op de wegen in de directe omgeving. Voor autoverkeer worden de patiowoningen van het nieuwe woongebied ontsloten door twee hofjes die aansluiten op de Baverdestraat. Het aantal verkeersbewegingen neemt naar verwachting toe met maximaal 327 verkeersbewegingen per weekdag (zie Onderzoek stikstofdepositie). Omdat er ook woningen verdwijnen, neemt het aantal verkeersbewegingen op de Baverdestraat per saldo minder toe. De inrichting van de weg is voldoende om de toename van het aantal verkeersbewegingen te verwerken. Wat betreft het parkeren dient het plan te voldoen aan de Nota Parkeernomen 2023. Het plangebied maakt grotendeels onderdeel uit van de zone 'schil/overloop'. Van de 22 sociale huurwoningen (aaneengebouwde woningen) vallen er 5 binnen de grenzen van het centrumgebied, van de patiowoningen 4 woningen. Voor de berekening van het totaal te realiseren parkeerplaatsen gelden de volgende normen. Type woning

Aantal

Parkeernorm

Totaal

centrumgebied

5

1,3

6,5

schil/overloop

17

1,4

23,8

centrumgebied

4

1,5

6

schil/overloop

12

1,8

21,6

Totaal

57,9

Sociale huurwoningen

Patiowoningen

Om de huidige parkeersituatie in de directe nabijheid van het plangebied in beeld te brengen, zijn er begin juli 2023 tellingen uitgevoerd op drie maatgevende momenten. Uit de telmomenten (zie parkeeronderzoek in Bijlage 10) is gebleken dat de hoogste bezettingsgraad 75% bedroeg. De parkeerdruk ligt in de huidige situatie onder de maximale bezettingsgraad van 85%. Zodoende kan worden geconcludeerd dat er momenteel sprake is van een acceptabele parkeersituatie. Met de beoogde ontwikkeling binnen het plangebied worden aan de Baverdestraat 13 langsparkeerplaatsen aangelegd. Daarvan worden er slechts 5 toegerekend aan dit plan, de overige parkeerplaatsen zijn voor bezoekers van de woningen aan de overkant. In de hofjes worden in totaal 38 parkeerplaatsen gerealiseerd en worden 16 parkeerplaatsen op eigen terrein aangelegd. Dus in totaal zijn er voor het plan 59 plaatsen beschikbaar waarmee wordt voldaan aan de nu geldende parkeernormen.

30 gesteld)

bestemmingsplan "Baverdestraat en omgeving" (vast

bestemmingsplan Baverdestraat en omgeving

Hoofdstuk 5

Juridische planbeschrijving

In deze paragraaf worden de systematiek van de regels en de wijze waarop de regels dienen te worden gehanteerd, uiteengezet. De regels van het plan bestaan uit vier hoofdstukken, waarin achtereenvolgens de inleidende regels, de bestemmingsregels, de algemene regels en de overgangs- en slotregels aan de orde komen. Voor de systematiek is aangesloten op de SVBP2012, de Wabo en de nu geldende bestemmingsplannen (zie paragraaf 1.3). Voor het bouwen is verder het Besluit omgevingsrecht (Bor) van belang. In het Bor zijn onder andere regels voor vergunningvrije bouwwerken opgenomen. Hieronder wordt de opbouw en dergelijke van de regels kort toegelicht.

Inleidende regels In dit hoofdstuk is een aantal begrippen verklaard dat wordt gebruikt in de regels. Dit voorkomt dat er bij de uitvoering van het plan onduidelijkheden ontstaan over de uitleg van bepaalde regelingen. Daarnaast is het artikel 'Wijze van meten' opgenomen waarin bepaald is hoe de voorgeschreven maatvoering in het plan gemeten moet worden.

Opbouw bestemmingen In dit hoofdstuk zijn de in het plan voorkomende bestemmingen geregeld. In ieder artikel is per bestemming bepaald welk gebruik van de gronden is toegestaan en welke bouwregels er gelden. Tevens zijn, waar mogelijk, flexibiliteitsbepalingen opgenomen. Groen De bestemming 'Groen' is opgenomen voor de groene ruimte aan de Baverdestraat. De aangewezen gronden zijn bestemd voor de aanleg en instandhouding van beplanting. Hierbij is het toegestaan om wandelpaden, speelvoorzieningen en specifieke gebruiksvoorzieningen aan te brengen. Verkeer De bestemming 'Verkeer' is opgenomen voor de Baverdestraat en de twee hofjes ter ontsluiting van de patiowoningen. Deze bestemming maakt het mogelijk om de woonstraten en parkeerplaatsen te realiseren. Wonen De bestemming 'Wonen' is opgenomen voor de nieuwe bouwpercelen. Hoofdgebouwen (woningen) moeten binnen de bouwvlakken worden opgericht. Hiervoor gelden de maximale goot- en bouwhoogten zoals aangeduid op de verbeelding. Deze zijn afgestemd op het bouwplan voor de aaneengebouwde woningen en biedt voor de patiowoningen de kaders waarbinnen een bouwplan kan worden ontworpen (zie ook par. 2.3).

Algemene regels Anti-dubbeltelregel In deze regel is vastgelegd dat grond die in aanmerking moest worden genomen bij het verlenen van een omgevingsvergunning voor het bouwen, waarvan de uitvoering heeft plaatsgevonden of alsnog kan plaatsvinden, bij de beoordeling van een andere aanvraag om omgevingsvergunning voor het bouwen niet opnieuw in beschouwing mag worden genomen. Algemene bouwregels In dit artikel is een regeling opgenomen voor bestaande afwijkende maten, ondergrond bouwen en ondergeschikte bouwdelen. Algemene gebruiksregels bestemmingsplan "Baverdestraat en omgeving" (vastgesteld) 31

bestemmingsplan Baverdestraat en omgeving

In de algemene gebruiksregels is een algemeen verbod op strijdig gebruik opgenomen.Ook de parkeerregels zijn onderdeel van dit artikel. Algemene afwijkingsregels Dit artikel is een aanvulling op de afwijkingsregels uit de bestemming. Het betreft het afwijken van de voorgeschreven maatvoering ten aanzien van goothoogten, bouwhoogten en bebouwde oppervlakten wanneer door het toepassen van de afwijking een betere bouwkundige en/of stedenbouwkundige aansluiting ontstaat met bestaande direct aansluitende bouwwerken. Algemene aanduidingsregels In dit artikel zijn gebruiksregels opgenomen voor de boringsvrije zone. Ter plaatse van de aanduiding 'milieuzone - boringsvrije zone' zijn de gronden tevens bestemd voor het behoud en de bescherming van de kleilaag in de bodem ten behoeve van de openbare drinkwatervoorziening. Gebruik en bebouwing van de gronden conform de onderliggende bestemming zijn toegestaan met inachtneming van de voorwaarden, zoals die in de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant worden gesteld.

Overgangs- en slotregels Overgangsrecht In het overgangsrecht is een regeling opgenomen voor bebouwing en gebruik dat al bestond bij het opstellen van het plan, maar dat strijdig is met de opgenomen regeling. Onder bepaalde voorwaarden mag deze strijdige bebouwing en/of strijdig gebruik worden voortgezet of gewijzigd. Slotregel In de slotregel is de officiële naam van het plan bepaald. Onder deze naam kan het bestemmingsplan worden aangehaald.

32 gesteld)

bestemmingsplan "Baverdestraat en omgeving" (vast

bestemmingsplan Baverdestraat en omgeving

Hoofdstuk 6 6.1

Uitvoerbaarheid

Economische uitvoerbaarheid

Bij de voorbereiding van een nieuwe ruimtelijk project dient op grond van artikel 3.1.6 lid 1, sub f van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) onderzoek plaats te vinden naar de uitvoerbaarheid van het project. Onderdeel daarvan is een onderzoek naar de financiële haalbaar van het project. Een tweede bepaling omtrent het financiële aspect is het eventueel verhalen van projectkosten. In principe dient bij vaststelling van het ruimtelijke besluit tevens een exploitatieplan vastgesteld te worden om verhaal van projectkosten zeker te stellen. Op basis van artikel 6.12 van de Wet ruimtelijke ordening (Wro) stelt de gemeente een exploitatieplan vast voor gronden waarop een bij algemene maatregel van bestuur aangewezen bouwplan is voorgenomen. In artikel 6.2.1 van het Bro zijn deze bouwplannen nader omschreven:

6.1.1

Artikel 6.2.1

Als bouwplan als bedoeld in artikel 6.12, eerste lid, van de wet, wordt aangewezen een bouwplan voor: g. de bouw van één of meer woningen; h. de bouw van één of meer andere hoofdgebouwen; i. de uitbreiding van een gebouw met ten minste 1.000 m² bruto-vloeroppervlakte of met een of meer woningen; j. de verbouwing van een of meer aaneengesloten gebouwen die voor andere doeleinden in gebruik of ingericht waren, voor woondoeleinden, mits ten minste 10 woningen worden gerealiseerd; k. de verbouwing van een of meer aaneengesloten gebouwen die voor andere doeleinden in gebruik of ingericht waren, voor detailhandel, dienstverlening, kantoor of horecadoeleinden, mits de cumulatieve oppervlakte van de nieuwe functies ten minste 1.500 m² bruto-vloeroppervlakte bedraagt; l. de bouw van kassen met een oppervlakte van ten minste 1.000 m² bruto-vloeroppervlakte. Bij de voorgenomen ontwikkeling is sprake van een in het betreffende artikel genoemde bouwplan, namelijk de realisatie van maximaal 38 woningen. Er dient een exploitatieplan te worden opgesteld, tenzij het kostenverhaal anderszins is verzekerd. Voor de bouw van de woningen aan de Baverdestraat is het kostenverhaal vastgelegd door middel van een anterieure overeenkomst tussen gemeente Laarbeek en de initiatiefnemer.

De kosten die gemaakt worden voor dit deel van het plan zijn voor rekening van de initiatiefnemer en heeft voor de gemeente Laarbeek geen financiële gevolgen. De ontwikkeling van de kavels in het binnengebied en de inrichting van de openbare ruimte zijn in handen van de gemeente Laarbeek. De gemeente is zoldoende volledig financieel verantwoordelijk voor deze uitvoering. Hiervoor is een sluitende grondexploitatie opgesteld. Het bestemmingsplan is gelet op het voorgaande financieel uitvoerbaar. De vaststelling van een exploitatieplan kan achterwege blijven.

6.2

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

Het voorliggende plan betreft een bestemmingsplan ten behoeve van de realisatie van 38 woningen in Lieshout. Bestemmingsplannen worden opgesteld conform de Uniforme Voorbereidingsprocedure conform afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Het ontwerpbestemmingsplan 'Baverdestraat en omgeving' heeft van vrijdag 6 oktober 2023 tot en met donderdag 16 november 2023 ter inzage gelegen. Gedurende deze periode heeft eenieder schriftelijk of mondeling een zienswijze naar voren kunnen brengen bij de gemeenteraad. In totaal zijn vier bestemmingsplan "Baverdestraat en omgeving" (vastgesteld) 33

bestemmingsplan Baverdestraat en omgeving zienswijzen ontvangen. De samenvatting en beantwoording van deze zienswijzen, alsmede de bijbehorende aanpassingen en de ambtshalve aanpassingen, zijn opgenomen in de Nota van zienswijzen & Ambtshalve wijzigingen die als Bijlage 11 is opgenomen. Omgevingsdialoog Voorafgaand aan de bestemmingsplanprocedure is een omgevingsdialoog gehouden. Hiervoor is een participatiegroep samengesteld, die in oktober 2017 voor het eerst op de hoogte zijn gebracht van de woningbouwplannen. In 2018 zijn hierop volgend twee bijeenkomsten georganiseerd om de leden van de participatiegroep op de hoogte te houden van onderzoeksresultaten en ontwikkelingen rondom de woningbouwontwikkeling. Op 28 februari 2023 is een inloopbijeenkomst georganiseerd voor alle omwonenden, inwoners van Lieshout en Laarbeek. De laatste bijeenkomst heeft plaatsgevonden op 29 maart 2023. Naar aanleiding van de omgevingsdialoog is de positie van de aansluiting van de twee hofjes op de Baverdestraat aangepast zodat deze niet recht op tegenover liggende woningen uitkomen. Vooroverleg Op grond van artikel 3.1.1.

van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) moeten burgemeester en wethouders bij de voorbereiding van een bestemmingsplan overleg plegen met de besturen van betrokken gemeenten en waterschappen en met de rijks- en provinciale diensten die betrokken zijn bij de zorg voor de ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen welke in het plan in het geding zijn. Daarom is het concept ontwerpbestemmingsplan toegestuurd aan de provincie Noord-Brabant en het waterschap Aa en Maas. De provincie heeft laten weten dat het plan in overeenstemming is met de provinciale belangen. De opmerkingen van het waterschap zijn verwerkt in de watertoets en waterparagraaf.

34 gesteld)

bestemmingsplan "Baverdestraat en omgeving" (vast

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Laarbeek&id=54ca914d-971a-4ea2-bf71-cbbd6e19bed3