CConstaterende datLaarbeek
Koppel je AI →
Document · PDF

11 20241219 BP Baverdestraat en omgeving ter vaststelling_Bijlagen bij de regels

Raadsvergadering 19 december 2024, gemeente LaarbeekBij agendapunt: B Voorstel tot vaststelling bestemmingsplan Baverdestraat en omgeving in Lieshout.15.166 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Baverdestraat en omgeving

bestemmingsplan Baverdestraat en omgeving

Inhoudsopgave

Bijlagen bij de regels

3

Bijlage 1

Ontheffingsbesluit

4

Bijlage 2

Watertoets

25

2 gesteld)

bestemmingsplan "Baverdestraat en omgeving" (vast

bestemmingsplan Baverdestraat en omgeving

Bijlagen bij de regels

bestemmingsplan "Baverdestraat en omgeving" (vastgesteld) 3

bestemmingsplan Baverdestraat en omgeving

Bijlage 1 Ontheffingsbesluit

4 gesteld)

bestemmingsplan "Baverdestraat en omgeving" (vast

BESCHIKKING VAN GEDEPUTEERDE STATEN VAN NOORD-BRABANT

Op de op 16 december 2021 ontvangen aanvraag van Stichting WoCom om een ontheffing krachtens artikel 3.3, eerste lid en 3.8, eerste lid, van de Wet natuurbescherming voor de sloop van de bestaande woningen ten behoeve van nieuwbouw en de renovatie van één woning aan de Baverdestraat 4 t/m 36 (even nummers), 5737 AC te Lieshout, in de gemeente Laarbeek.

Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant, namens deze,

De heer Teammanager provincie

ons kenmerk Z/162704-319698

plaats / datum ‘s-Hertogenbosch, 16 juni 2022

BESLUIT Onderwerp Op 16 december 2021 hebben wij van Stichting WoCom een aanvraag ontvangen voor een ontheffing van de Wet natuurbescherming voor het overtreden van verboden ten aanzien van beschermde soorten, dit als gevolg van de sloop van de bestaande woningen ten behoeve van nieuwbouw en de renovatie van één woning, uit te voeren aan de Baverdestraat 4 t/m 36 (even nummers), 5737 AC te Lieshout, in de gemeente Laarbeek. Besluit Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant besluiten, gelet op de overwegingen die zijn opgenomen in deze ontheffing, I. aan Stichting WoCom, Witvrouwenbergweg 2, 5711 CN te Someren, de gevraagde ontheffing te verlenen, op grond van artikel 3.3, eerste lid, en artikel 3.8, eerste lid, van de Wet natuurbescherming, van de bepaling(en) als bedoeld in: • artikel 3.1, tweede lid, van de Wet natuurbescherming, voor de: - huismus (Passer domesticus); - gierzwaluw (Apus apus) • artikel 3.5, tweede en vierde lid, van de Wet natuurbescherming, voor de: - gewone dwergvleermuis (Pipistrellus pipistrellus); voor de periode van 1 oktober 2022 tot en met 31 december 2026; II. dat de beschrijving van de activiteiten in de aanvraag, voor zover deze betrekking heeft op de soorten als bedoeld onder I, deel uitmaken van deze ontheffing; III.

aan deze ontheffing voorschriften te verbinden die zijn opgenomen onder onderdeel ‘voorschriften’, en ook dat de volgende delen van de aanvraag onderdeel uitmaken van de deze ontheffing: • Resultaten onderzoek vleermuizen, gierzwaluwen en huismussen (Staro Natuur en Buitengebied, projectnummer: P20-0080, datum onbekend), hierna aanvullend onderzoek • Projectplan ontheffingsaanvraag Wet natuurbescherming Baverdestraat te Lieshout (Staro Natuur en Buitengebied, projectnummer: P20-0080, december 2021), hierna: activitetienplan • Aanvullingen van 9 mei 2022 • Bijlage 1: overzichtstekening van de planlocatie • Bijlage 2: locatie(s) van de mitigerende maatregelen • Bijlage 3: meldingsformulier start werkzaamheden (zie voorschrift 1)

ODBN, Kenmerk

Pagina 2 van 18 Z/162704-319698

Rechtsmiddelen Bezwaar Bezwaren tegen dit besluit kunnen binnen zes weken na de bekendmaking van dit besluit worden ingediend bij: Het college van Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant Secretariaat van de hoor- en adviescommissie Postbus 90151 5200 MC te ‘S-HERTOGENBOSCH Wij vragen u om op de linkerbovenhoek van de envelop het woord "bezwaarschrift" te vermelden. Het bezwaarschrift moet zijn voorzien van een handtekening, naam en adres van de indiener, de dagtekening en ons kenmerk van het besluit. Ook dient u een omschrijving van het besluit waartegen het bezwaar gericht is en de gronden van het bezwaar hierin op te nemen. Daarnaast vragen wij u om een kopie van dit besluit bij te voegen. Kunt u ons ook uw telefoonnummer geven? De provincie kan dan, mocht dit nodig zijn, u bellen om samen de beste aanpak van behandeling van uw bezwaarschrift te bespreken. Meer informatie over de behandeling van bezwaarschriften vindt u op www.brabant.nl/bezwaar. U kunt het secretariaat van de Hoor- en adviescommissie bereiken via telefoonnummer (073) 680 83 04, faxnummer (073) 680 76 80 en e-mailadres bezwaar@brabant.nl. Voorlopige voorziening Bovenstaand besluit treedt in werking, ook al wordt een bezwaarschrift ingediend.

Het is daarom mogelijk om gelijktijdig met of na het indienen van een bezwaarschrift een zogenaamde “voorlopige voorziening” te vragen bij: de Voorzieningenrechter van de Rechtbank Oost-Brabant, sector Bestuursrecht, Postbus 90125, 5200 MA 's-Hertogenbosch. Een voorlopige voorziening is in feite het nemen van een tijdelijke maatregel, bijvoorbeeld het schorsen van het besluit gedurende de tijd die nodig is om de bezwaren te behandelen en daarop een besluit te nemen. Voorwaarde om zo’n voorlopige voorziening te vragen is, dat er sprake is van spoedeisend belang. Voor het vragen van een voorlopige voorziening is griffierecht verschuldigd.

ODBN, Kenmerk

Pagina 3 van 18 Z/162704-319698

INHOUDSOPGAVE Besluit ....................................................................................................................................................... 2 Voorschriften............................................................................................................................................ 5 Procedurele overwegingen ...................................................................................................................... 8 Inhoudelijke overwegingen ...................................................................................................................... 9 1. Wettelijk kader - Wet natuurbescherming ................................................................................................. 9 1.1 Beschermingsregimes ............................................................................................................................. 9 1.2 Interim omgevingsverordening Noord-Brabant...................................................................................... 9 2. Toetsing effecten ruimtelijke ingreep ....................................................................................................... 10 2.1 Aangevraagde activiteiten ....................................................................................................................

10 2.2 Onderzoek soorten ................................................................................................................................ 10 2.3 Mogelijke effecten op beschermde soorten .......................................................................................... 10 2.4 Alternatievenafweging ......................................................................................................................... 11 2.5 Belang van de aanvraag ....................................................................................................................... 11 2.6 Mitigerende maatregelen en staat van instandhouding ...................................................................... 12 3. Conclusie ................................................................................................................................................... 15

Bijlage 1. Overzichtstekening van de planlocatie ................................................................................... 16 Bijlage 2. Locatie van de compenserende maatregelen ........................................................................ 17 Bijlage 3. Meldingsformulier start handelingen beschermde soorten .................................................. 18

ODBN, Kenmerk

Pagina 4 van 18 Z/162704-319698

VOORSCHRIFTEN Algemene voorschriften 1. De ontheffinghouder dient, zodra de datum waarop de werkzaamheden aanvangen bekend is, doch uiterlijk 2 weken voor aanvang van de activiteiten, het bijgevoegde meldingsformulier volledig in te vullen en naar ons op te sturen. Met werkzaamheden en/of activiteiten worden alle handelingen bedoeld die invloed hebben op de beschermde soorten, zoals ongeschikt maken van de verblijfplaatsen. 2. De ontheffinghouder dient onmiddellijk contact met ons op te nemen via info@odbn.nl indien bij het uitvoeren van de activiteiten andere beschermde soorten dan de genoemde worden aangetroffen, of andere handelingen als bedoeld in onderdeel I en II van het besluit noodzakelijk zijn. 3. Deze ontheffing kan uitsluitend gebruikt worden door (medewerkers van) de ontheffinghouder of haar rechtsopvolgers of in opdracht van de ontheffinghouder handelende (rechts-)personen. De ontheffinghouder of haar rechtsopvolgers blijven daarbij verantwoordelijk en aansprakelijk voor de juiste naleving van de aan deze ontheffing verbonden voorschriften. 4. Deze genoemde (rechts)personen dienen op de hoogte te zijn van de inhoud en het doel van deze ontheffing en de daaraan verbonden voorschriften, zodanig dat zij daar ook invulling en uitvoering aan kunnen geven. 5.

Tijdens de uitvoering van de werkzaamheden dient een (digitaal) afschrift van deze ontheffing op de locatie van de werkzaamheden aanwezig te zijn en op eerste verzoek te worden getoond aan de daartoe bevoegde toezichthouder of opsporingsambtenaar. 6. De ontheffinghouder dient, met inachtneming van de hier genoemde voorschriften, de mitigerende maatregelen uit te voeren zoals beschreven in de aanvraag en het activiteitenplan (hoofdstuk 7) en de aanvullende gegevens van 9 mei 2022. 7. De activiteiten en hier genoemde voorschriften dienen te worden uitgevoerd onder begeleiding van een ecologisch deskundige1 op het gebied van de soorten waarvoor ontheffing is verleend. 8. Alle handelingen en bevindingen dienen door de ecoloog te worden bijgehouden in een logboek. Met handelingen worden alle handelingen bedoeld die invloed hebben op de beschermde soorten, zoals ongeschikt maken en het plaatsen van de tijdelijke en permanente voorzieningen. Ook dienen er duidelijke foto’s van de werkzaamheden en de geplaatste voorzieningen te worden opgenomen in het logboek. Dit logboek dient op verzoek van een toezichthouder direct te worden overhandigd. 9. De ontheffinghouder dient een ecologisch werkprotocol op te stellen op basis van de aanvraag en de hier genoemde voorschriften.

Alle betrokken partijen, met name ook de uitvoerenden op de initiatieflocatie, dienen, voorafgaand aan het uitvoeren van de werkzaamheden, van de inhoud van het werkprotocol op de hoogte gesteld te worden en dienen dit aantoonbaar na te leven. 10. Dit ecologisch werkprotocol dient ter informatie aan ons te worden toegezonden, uiterlijk twee weken voor de start van de werkzaamheden, via info@odbn.nl, onder vermelding van het zaaknummer.

1 Wat wij hieronder verstaan staat in de toelichting op het aanvraagformulier:

https://www.brabant.nl/applicaties/producten/wet_natuurbescherming__ontheffing_beschermde_soorten_16411

ODBN, Kenmerk

Pagina 5 van 18 Z/162704-319698

Specifieke voorschriften 11. Tijdelijke voorzieningen: Er dient één extra tijdelijke vleermuiskast te worden geplaatst binnen 200 meter van de oorspronkelijke paarverblijfplaats. Deze vleermuiskast dient te voldoen aan het Kennisdocument Gewone dwergvleermuis met betrekking tot locatie en afmetingen en dient op een andere windrichting geplaatst te worden dan de kasten welke reeds zijn opgehangen. Bij het uitvoeren van werkzaamheden dient er rekening gehouden te worden met de gewenningsperiode van zes maanden voor een paarverblijfplaats van de gewone dwergvleermuis. 12. Ongeschikt maken: Alle te slopen/renoveren woningen dienen ten minste één week voorafgaand aan de werkzaamheden ongeschikt gemaakt te worden. Dit dient te gebeuren in het actieve seizoen van vleermuizen, globaal lopend van 1 april tot 15 oktober, buiten de kwetsbare kraamperiode (1 mei tot 15 juli) en buiten het broedseizoen van de huismus en gierzwaluw. Indien de werkzaamheden in de winterperiode moeten worden uitgevoerd, dan dient de planlocatie vóór de winterperiode ongeschikt te worden gemaakt. Op het moment van het ongeschikt maken voor vleermuizen en de drie daaropvolgende dagen moet de minimale temperatuur bij zonsondergang 10°C zijn. 13. Ongeschikt maken: De woningen worden ongeschikt gemaakt middels een combinatie met vulschuim en exclusion flaps.

Het is niet toegestaan om schuim te gebruiken wat moet uitharden, omdat vleermuizen hier aan vast kunnen plakken, mochten ze op dat moment onder het dak of in de spouw aanwezig zijn. 14. Ongeschikt maken: De afstand tussen twee exclusion flaps op een dakrand of muurvlak dient maximaal twee meter te zijn, zodat er voldoende uitvliegmogelijkheden aanwezig zijn voor de gewone dwergvleermuis. Alle potentiële invliegopeningen dienen ongeschikt gemaakt te worden. 15. Ongeschikt maken: Het ongeschikt maken dient te gebeuren onder begeleiding van een ter zake deskundige. 16. Controleronde vleermuizen: Na het ongeschikt maken dient uiterlijk 3 dagen voorafgaand aan de werkzaamheden een controle in de actieve periode bij juiste weersomstandigheden (conform Vleermuisprotocol 2021 en de Kennisdocumenten Huismus en Gierzwaluw) uitgevoerd te worden, teneinde zeker te zijn dat of de aangevraagde soorten daadwerkelijk vertrokken zijn. Voor vleermuizen dient deze controle uitgevoerd te worden als de minimale temperatuur bij zonsondergang 10°C is. Daar waar de werkzaamheden in de winterperiode plaatsvinden dient deze controle tussen 15 september en 15 oktober te worden uitgevoerd. Gestart kan pas worden na de expliciete toestemming van de ecoloog. 17.

Onverhoopt aantreffen soorten: Indien tijdens de werkzaamheden toch huismussen, gierzwaluwen en/of vleermuizen worden aangetroffen, dient het werk direct stopgezet te worden totdat de dieren uit zichzelf vertrokken zijn. Een deskundige dient hierbij geraadpleegd te worden. 18. Permanente voorzieningen: Indien de daken toegankelijk worden gemaakt voor huismussen dienen zowel de voor- als achterzijde van de woningen geschikt te worden gemaakt. Dit dient te gebeuren door voldoende ruimte voor de huismus over te laten onder de dakpannen (conform Kennisdocument Huismus). Onder de derde panlat mag vogelschroot geplaatst worden. De wijze van uitvoering en locatie van de permanente voorzieningen dient te worden opgenomen in het logboek. 19. Permanente voorzieningen: Indien er voor inbouwkasten voor de huismus wordt gekozen dienen deze kasten te voldoen aan het Kennisdocument Huismus met betrekking tot locatie en afmetingen. De wijze van uitvoering en locatie van de permanente voorzieningen dient te worden opgenomen in het logboek. 20. Functionele leefomgeving huismus: Alle elementen van de functionele leefomgeving van de huismus dienen in de toekomstige situatie binnen het plangebied aanwezig te zijn (conform Kennisdocument Huismus), met minimaal dezelfde kwantiteit als de huidige situatie. ODBN, Kenmerk

Pagina 6 van 18 Z/162704-319698

21. Verwijderen tijdelijke voorzieningen: de tijdelijke voorzieningen dienen in stand te worden gehouden totdat de permanente nest-, rust- of voortplantingsplaatsen gerealiseerd en beschikbaar zijn, waarbij rekening dient te worden gehouden met de gewenningsperiodes. Daarnaast mogen de tijdelijke voorzieningen pas verwijderd worden op het moment dat deze aantoonbaar niet in gebruik zijn door beschermde soorten. Het verwijderen van de tijdelijke voorzieningen vindt plaats buiten de meest kwetsbare periodes - dit zijn voor vleermuizen de kraamperiode (half mei tot half juli) en de winterperiode (15 oktober tot 1 april) - en voor broedvogels de broedperiode (1 maart tot half augustus). De kasten mogen enkel verwijderd worden onder begeleiding van een ecoloog. 22. Verantwoordelijkheid: De ontheffinghouder, zijnde Stichting WoCom te Someren, is verantwoordelijk voor het geschikt houden van de locatie voor dezelfde functies (nestplaatsen en paarverblijfplaats) voor de huismus, gierzwaluw en gewone dwergvleermuis zoals in deze ontheffing beschreven. Dit houdt in het bijzonder in dat genoemde ontheffinghouder verantwoordelijk is voor het op correcte wijze plaatsen van permanente voorzieningen voor de soort in de nieuwbouw volgens de Kennisdocument van de huismus, gierzwaluw en gewone dwergvleermuis van BIJ12.

ODBN, Kenmerk

Pagina 7 van 18 Z/162704-319698

PROCEDURELE OVERWEGINGEN Aanvraag Op 16 december 2021 hebben wij van Stichting WoCom een aanvraag voor een ontheffing ingevolge artikel 3.3, eerste lid, en artikel 3.8, eerste lid, van de Wet natuurbescherming (hierna: Wnb) ontvangen. De aanvraag is op 9 mei 2022 aangevuld. Een uitgebreide projectomschrijving is opgenomen in de aanvraag en het activiteitenplan. De aanvraag is geregistreerd onder nummer Z/162704. Gedragscode Er wordt geen gebruik gemaakt van een gedragscode. Bevoegd gezag Omdat de activiteit wordt verricht in de provincie Noord-Brabant zijn Gedeputeerde Staten (verder: GS) op grond van artikel 1.3 van de Wnb bevoegd om op de aanvraag te beslissen. Als dit aan de orde is betrekken wij tevens de gevolgen van de activiteit voor de soorten buiten onze provinciegrens bij ons besluit. Reguliere voorbereidingsprocedure In deze procedure wordt de reguliere voorbereidingsprocedure overeenkomstig het bepaalde in hoofdstuk 4 van de Algemene wet bestuursrecht toegepast. Ontvankelijkheid Voor de aspecten van de aanvraag waarvoor een ontheffing vanuit de Wnb is vereist hebben wij beoordeeld of de aanvraag volledig is en voldoende gegevens bevat. Wij zijn van oordeel dat de aanvraag voldoende informatie bevat voor een goede beoordeling van die aspecten waarvoor een ontheffing is gevraagd.

Overige regelgeving Bij de beoordeling van deze aanvraag zijn andere aspecten dan gerelateerd aan soortenbescherming op grond van de Wnb en de daarbij behorende regelgeving niet betrokken. Een toestemming op basis van andere wet- en regelgeving kan daarom aan de orde zijn, onder andere voor ruimtelijke ordening of bouwen.

ODBN, Kenmerk

Pagina 8 van 18 Z/162704-319698

INHOUDELIJKE OVERWEGINGEN

1. Wettelijk kader - Wet natuurbescherming

1.1 Beschermingsregimes Op basis van de Wet natuurbescherming zijn er drie beschermingsregimes. Het eerste regime geldt voor vogels op grond van de Vogelrichtlijn. Artikelen 3.1, 3.2 en 3.4 van de Wnb hebben betrekking op verschillende verbodsbepalingen voor vogelsoorten, waarvoor GS ontheffing kunnen verlenen. Artikelen 3.3 en 3.4 geven de voorwaarden voor het kunnen verlenen van de ontheffing. Het tweede beschermingsregime geldt voor planten en dieren op basis van de Habitatrichtlijn en de Verdragen van Bern en Bonn. Artikelen 3.5 en 3.6 van de Wnb hebben betrekking op verschillende verbodsbepalingen voor deze plant- en diersoorten, waarvoor GS ontheffing kunnen verlenen. De artikelen 3.8 en 3.9 geven de voorwaarden voor het kunnen verlenen van een ontheffing. Het derde regime beschrijft de bepalingen voor andere (nationaal beschermde) soorten. Artikel 3.10 van de Wnb heeft betrekking op verschillende verbodsbepalingen voor deze plant- en diersoorten en geeft de voorwaarden waaronder GS ontheffing kunnen verlenen. Voor alle soorten geldt in alle gevallen de algemene zorgplicht (artikel 1.11 van de Wnb). Het gaat dan zowel om beschermd als onbeschermde dier- en plantensoorten. De zorgplicht geldt ongeacht of er een vrijstelling geldt of een ontheffing is verleend.

Hierin wordt bepaald dat eenieder zoveel als redelijkerwijs mogelijk is, schade aan deze soorten dient te voorkomen. In artikel 5.4 van de Wnb zijn gronden opgenomen waarop een verleende ontheffing kan worden ingetrokken of gewijzigd. De ontheffing kan in elk geval worden ingetrokken als blijkt dat de ontheffinghouder zich niet houdt aan de voorschriften. 1.2 Interim omgevingsverordening Noord-Brabant Provinciale Staten hebben ten aanzien van soortbescherming aanvullende kaders vastgesteld. Deze zijn neergelegd in paragraaf 2.6.1 van de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant. Voor bepaalde soorten en handelingen zijn vrijstellingen opgenomen.

ODBN, Kenmerk

Pagina 9 van 18 Z/162704-319698

2. Toetsing effecten ruimtelijke ingreep

2.1 Aangevraagde activiteiten De aangevraagde activiteiten betreffen sloop, nieuwbouw en renovatie. Hierbij wordt de bestaande bebouwing aan de Baverdestraat 6-36 (even nummers) gesloopt en vindt de realisatie van 22 nieuwbouwwoningen plaats. De woning aan de Baverdestraat 4 blijft behouden en wordt gerenoveerd. Ter plaatse van de huidige gemeentelijke tuin worden 18 patiowoningen gerealiseerd. De sloop van de huidige woningen zal naar verwachting starten in het derde kwartaal van 2023. Aansluitend aan de sloop gaat de nieuwbouw van start. De planning is dat in de loop van het derde kwartaal van 2024 het project gereed is. Een uitgebreide omschrijving van de activiteiten is opgenomen in de aanvraag. 2.2 Onderzoek soorten Het uitgevoerde onderzoek naar beschermde soorten is beschreven in de bij aanvraag gevoegde rapportage ‘Resultaten onderzoek vleermuizen, gierzwaluwen en huismussen, Staro Natuur en Buitengebied’, in hoofdstuk 4 van het activiteitenplan en de aanvullingen van 9 mei 2022. In 2019 heeft een quickscan naar beschermde soorten plaatsgevonden. Voorafgaand aan deze quickscan zijn meerdere (soort specifieke) onderzoeken uitgevoerd. Het nader onderzoek naar huismussen heeft plaatsgevonden in 2020, op basis van het Soorteninventarisatieprotocol van het NGB.

Het nader onderzoek naar gierzwaluwen heeft plaatsgevonden in 2018 en 2020, op basis van het Kennisdocument Gierzwaluw (BIJ12, 2017). Het nader onderzoek naar vleermuizen heeft plaatsgevonden in 2018 en 2020, op basis van het Vleermuisprotocol 2017. 2.3 Mogelijke effecten op beschermde soorten In het plangebied zijn zeven nestlocaties van de huismus aangetroffen onder de dakpannen van de woningen. De nestlocaties bevinden zich aan de Baverdestraat 4, 10 (2x), 26 (3x) en 30. Verder zijn er twee nestlocatie van de gierzwaluw aangetroffen achter de kantpannen aan de kopgevel van de woningen Baverdestraat 34 en 36. Daarnaast is er één paarverblijfplaats van de gewone dwergvleermuis aangetroffen in de woning Baverdestraat 6. De vleermuis is waargenomen terwijl hij aantikte bij de pannen aan de kopgevel van deze woning. De verblijfplaats kan zich achter de kantpannen bevinden, maar ook in de spouw. De aanvrager geeft aan dat door het uitvoeren van de activiteiten: • Zeven nestlocaties van de huismus; • Twee nestlocaties van de gierzwaluw; • Eén paarverblijfplaats van de gewone dwergvleermuis; worden beschadigd of vernield en gewone dwergvleermuizen worden verstoord. Dit is een overtreding van de bepaling(en) zoals bedoeld in artikel 3.1, tweede lid en 3.5, tweede en vierde lid van de Wnb.

ODBN, Kenmerk

Pagina 10 van 18 Z/162704-319698

2.4 Alternatievenafweging De voorgenomen werkzaamheden zijn specifiek voor de in deze ontheffing aangevraagde te slopen woningen. Alternatieven voor de locatie van de werkzaamheden zijn niet aan de orde. Juist deze woningen zijn in slechte staat waarvoor sloop en nieuwbouw de meest bevredigende oplossing is. Bovendien biedt deze aanpak de mogelijkheid het aantal woningen op de locatie uit te breiden en daarmee een maatschappelijke bijdrage te leveren aan de huidige woningnood. Vanwege de slechte staat van de woningen, het aanwezige asbest en de slechte energieprestaties is sloop en nieuwbouw de meest bevredigende oplossing. Voor renovatie zijn dusdanig vergaande ingrepen nodig dat hiermee de nestplekken van de huismus en gierzwaluw en verblijfplaats van de gewone dwergvleermuis eveneens vernietigd zouden worden. Bij de inrichting van het plangebied wordt rekening gehouden met beschermde soorten. In de nieuwe situatie worden de gevels waar de nieuwe permanente vleermuisverblijfplaatsen worden gerealiseerd vrij gehouden van kunstlicht. De inrichting van het openbaar groen wordt afgestemd op de habitateisen van de huismus. Bij de planning is rekening gehouden met de kwetsbare periodes van de beschermde soorten. De bebouwing wordt buiten de kwetsbare periodes van de aangetroffen beschermde soorten ongeschikt gemaakt.

Gezien het bovenstaande is ons gebleken dat er geen redelijke alternatieven mogelijk zijn, die zouden leiden tot een kwalitatief gelijkwaardig resultaat. De alternatievenafweging is hiermee dan ook voldoende onderbouwd. 2.5 Belang van de aanvraag De ontheffing is gevraagd op grond van de belangen ‘de volksgezondheid en de openbare veiligheid’ en ‘de volksgezondheid, de openbare veiligheid of andere dwingende redenen van groot openbaar belang, met inbegrip van redenen van sociale of economische aard en met inbegrip van voor het milieu wezenlijke gunstige effecten’ zoals genoemd in artikel 3.3, vierde lid, onder b, en 3.8, vijfde lid, onder b, van de Wnb. De woningen zijn gebouwd in de jaren ‘60 van de vorige eeuw. In de daken zit asbest verwerkt wat in contact staat met de buitenlucht, dit dient gesaneerd te worden. Het asbest dakbeschot loopt door als overstek aan de onder- en/of zijgevel van de woningen en staat zo in contact met de buitenlucht. Reeds in 2004 is de onderhoudsstaat bij een opname slecht bevonden. Het algemene onderhoud van het complex is, mede als gevolg van de asbestproblematiek en de onzekerheid over de toekomst van het complex, jarenlang op een laag pitje gezet. Investeringen in het verleden waren gericht op instandhouding met minimale middelen. De kwaliteit van de woningen is hierdoor verder verslechterd.

Daarnaast zijn er meer aandachtspunten op het gebied van bouwfysica. Badkamers, keukens en toiletten hebben een onderhoudsachterstand. De indeling van de woningen is niet meer van deze tijd. De woningen hebben een kleine woonkamer, onpraktische keuken, toilet in de bijkeuken en een kleine doucheruimte die geen dagelijks gebruik verdraagt. Er is sprake van overlast door vochtproblemen wat slechts tegen zeer hoge kosten bestreden kan worden. De sloop en nieuwbouw brengt diverse mogelijkheden met zich mee, zoals duurzame verdiscontering van nestgelegenheden voor gebouw bewonende beschermde fauna, CO2-reductie en een gezond intern leefklimaat voor de nieuwe bewoners. Daarnaast zullen de nieuwe woningen duurzaam zijn. ODBN, Kenmerk

Pagina 11 van 18 Z/162704-319698

Ook biedt deze aanpak de mogelijkheid om woningen aan het plangebied toe te voegen. Hiermee kan een maatschappelijke bijdrage worden geleverd aan de huidige woningnood. De bestaande woningen kunnen vervangen worden door 22 rijwoningen aan de Baverdestraat en 18 patiowoningen in het achtergebied. De nieuwbouw richt zich vooral op één- en tweepersoons huishoudens, zoals starters en senioren. De vraag onder deze doelgroep is momenteel erg hoog. Gelet op de naar voren gebrachte omstandigheden zijn wij van oordeel dat de belangen voldoende onderbouwd zijn om de ontheffing te kunnen verlenen. 2.6 Mitigerende maatregelen en staat van instandhouding In het activiteitenplan (hoofdstuk 7) en de aanvullende gegevens van 9 mei 2022 is beschreven welke maatregelen worden genomen om de effecten voor de huismus, gierzwaluw en gewone dwergvleermuis zoveel mogelijk te voorkomen. In grote lijnen gaat het om de volgende maatregelen: Tijdelijke voorzieningen • In 2019 zijn vijf vleermuiskasten opgehangen aan woningen aan de overzijde van de straat. Uit een controle in 2020 bleek dat drie van deze kasten (2x VK MP 02 en 1x VK MP 01) nog in goede staat waren en voldoen aan de eisen van het Kennisdocument Gewone dwergvleermuis met betrekking tot locatie. De kasten waren in 2020 niet in gebruik door vleermuizen.

• In maart 2022 zijn er 14 huismuskasten (type HMT1) geplaatst aan de gevels van woningen aan de Baverdestraat (oneven nummers). De ingangen van de nestkasten zitten op minimaal 50 centimeter afstand van elkaar verwijderd. De huismuskasten hangen west en oost georiënteerd en hangen onder de dakoverstek waardoor deze voornamelijk in de schaduw hangen. • In 2019 zijn er acht gierzwaluwkasten opgehangen nabij de huidige verblijfplaatsen. In maart 2022 zijn er twee extra gierzwaluwkasten (type GZT1) opgehangen aan de kopgevels van de woningen Baverdestraat 25 en 27. De gierzwaluwkasten hangen allemaal aan de kopgevels. Deze kopgevels van de woningen zijn west en oost georiënteerd. De kasten zijn onder de dakoverstek geplaatst. Ongeschikt maken en controleronde • Alle woningen binnen de ontheffingsaanvraag worden ongeschikt gemaakt voor vleermuizen, huismussen en gierzwaluwen. • De kopgevels worden ongeschikt gemaakt voor vleermuizen en gierzwaluwen door middel van meerdere exclusion flaps en het opvullen van de overige ruimtes met vulschuim. Door meerdere exclusion flaps te plaatsen houdt de vleermuis altijd een mogelijkheid om zijn verblijfplaats te verlaten. • Onder de onderste rij dakpannen worden borstels geplaatst om de woningen ongeschikt te maken voor de huismus. De borstels worden aangebracht buiten de broedperiode van huismus en buiten koude periodes.

• Op het moment van plaatsen van de borstels wordt geïnspecteerd of er onder de dakpannen huismussen aanwezig zijn. Mocht dit zo zijn, dan krijgen deze de mogelijkheid te vluchten voordat de borstels worden geplaatst. • Het ongeschikt maken van de woningen zal plaatsvinden buiten de paarperiode en de kwetsbare winterperiode van de gewone dwergvleermuis en buiten het broedseizoen van de huismus en gierzwaluw. • Drie tot vijf dagen na het ongeschikt maken zal een controle worden uitgevoerd op het uitvliegen van vleermuizen. Als er geen vleermuizen uitvliegen, dan worden de woningen vrijgegeven. Mocht er toch nog een vleermuis uit de verblijfplaats komen dan zal de ontmoediging moeten worden aangepast waardoor de vleermuis er niet meer terug in kan kruipen en zal er wederom een inspectie worden uitgevoerd 3-5 dagen na de ontmoediging.

ODBN, Kenmerk

Pagina 12 van 18 Z/162704-319698

De inspectie en het ongeschikt maken gebeurt onder begeleiding van een deskundige op het gebied van vleermuizen. Permanente voorzieningen • In de nieuwe woningen worden inbouwkasten gerealiseerd ter vervanging van de huidige paarverblijfplaats. De kasten zullen minimaal 50x80 centimeter zijn en worden gerealiseerd door kleinere kasten te schakelen. Deze kasten worden binnen 200 meter van de huidige verblijfplaats gerealiseerd en zullen op minimaal drie meter hoogte worden ingebouwd. Er wordt gezorgd voor een locatie met een vrije aanvliegroute en die vrij is van kunstlicht. Tevens wordt rekening gehouden met een spreiding ten opzichte van windrichtingen. • Voor de permanente voorzieningen voor de huismus zijn er twee opties. Mogelijk worden er nieuwe nestplaatsen geschikt gemaakt onder de dakpannen. Indien dit niet mogelijk is zullen er minimaal 14 inbouwkasten worden geplaatst. De locaties van de nieuwe permanente nestplekken worden zo gekozen dat ze zoveel mogelijk een noord en/of oost expositie hebben of in de schaduw liggen van de dakoverstek of dakgoot. De nieuwe permanente nestplekken worden met meerdere bij elkaar aangeboden. Hierbij worden de nestopeningen minimaal 50 centimeter uit elkaar gelegd. Er worden voorzieningen aangeboden met een minimale broedruimte van 15x8 centimeter en ze worden op minimaal drie meter hoogte geplaatst.

• In de eindsituatie worden in de nieuwe woningen minimaal tien nieuwe permanente nestplaatsen (type GZP2) voor gierzwaluwen gerealiseerd. De nieuwe nestplaatsen worden ingebouwd in de kopgevels. Bij plaatsing van de nieuwe permanente nestplekken, onafhankelijk van het type, wordt rekening gehouden met de minimale hoogte van 3 meter en een vrije aanvliegroute. De nieuwe permanente nestplaatsen zullen een minimale bodemoppervlakte van 15x25 centimeter hebben en een minimale hoogte van 13 centimeter. De opening zal 7 centimeter breed en maximaal 3,5 centimeter hoog zijn. De plaatsing zal zo gekozen worden dat de nestplekken niet in de volle zon zitten. De locaties van de voorzieningen zijn weergegeven in bijlage 2. De voorgestelde maatregelen zijn in grote lijnen voldoende. Wij nemen in aanvulling op deze maatregelen extra voorschriften op. Het betreft de volgende aanvullende maatregelen: • Tijdelijke voorzieningen: Er dient één extra tijdelijke vleermuiskast te worden geplaatst binnen 200 meter van de oorspronkelijke paarverblijfplaats. Deze vleermuiskast dient te voldoen aan het Kennisdocument Gewone dwergvleermuis met betrekking tot locatie en afmetingen en dient op een andere windrichting geplaatst te worden dan de kasten welke reeds zijn opgehangen.

Bij het uitvoeren van werkzaamheden dient er rekening gehouden te worden met de gewenningsperiode van zes maanden voor een paarverblijfplaats van de gewone dwergvleermuis. Wij nemen dit voorschrift op de kans op ingebruikname van de voorzieningen te vergroten. • Ongeschikt maken: Alle te slopen/renoveren woningen dienen ten minste één week voorafgaand aan de werkzaamheden ongeschikt gemaakt te worden. Dit dient te gebeuren in het actieve seizoen van vleermuizen, globaal lopend van 1 april tot 15 oktober, buiten de kwetsbare kraamperiode (1 mei tot 15 juli) en buiten het broedseizoen van de huismus en gierzwaluw. Indien de werkzaamheden in de winterperiode moeten worden uitgevoerd, dan dient de planlocatie vóór de winterperiode ongeschikt te worden gemaakt. Op het moment van het ongeschikt maken voor vleermuizen en de drie daaropvolgende dagen moet de minimale temperatuur bij zonsondergang 10°C zijn. Wij nemen dit voorschrift op om te voorkomen dat er dieren verwond of gedood worden tijdens de werkzaamheden. • Ongeschikt maken: Alle woningen worden ongeschikt gemaakt middels een combinatie met vulschuim en exclusion flaps. Het is niet toegestaan om schuim te gebruiken wat moet uitharden, omdat vleermuizen hier aan vast kunnen plakken, mochten ze op dat moment onder het dak of in de spouw aanwezig zijn.

Wij nemen dit voorschrift op om te voorkomen dat er dieren verwond of gedood worden tijdens de werkzaamheden. ODBN, Kenmerk

Pagina 13 van 18 Z/162704-319698

•

• •

•

•

•

•

•

•

Ongeschikt maken: De afstand tussen twee exclusion flaps op een dakrand of muurvlak dient maximaal twee meter te zijn, zodat er voldoende uitvliegmogelijkheden aanwezig zijn voor de gewone dwergvleermuis. Alle potentiële invliegopeningen dienen ongeschikt gemaakt te worden. Wij nemen dit voorschrift op om te voorkomen dat er dieren verwond of gedood worden tijdens de werkzaamheden. Ongeschikt maken: Het ongeschikt maken dient te gebeuren onder begeleiding van een ter zake deskundige. Wij nemen dit voorschrift op om te voorkomen dat er dieren verwond of gedood worden tijdens de werkzaamheden. Controleronde vleermuizen: Na het ongeschikt maken dient uiterlijk 3 dagen voorafgaand aan de werkzaamheden een controle in de actieve periode bij juiste weersomstandigheden (conform Vleermuisprotocol 2021) uitgevoerd te worden, teneinde zeker te zijn dat of de aangevraagde soorten daadwerkelijk vertrokken zijn. Voor vleermuizen dient deze controle uitgevoerd te worden als de minimale temperatuur bij zonsondergang 10°C is. Daar waar de werkzaamheden in de winterperiode plaatsvinden dient deze controle tussen 15 september en 15 oktober te worden uitgevoerd. Gestart kan pas worden na de expliciete toestemming van de ecoloog. Wij nemen dit voorschrift op om te voorkomen dat er dieren verwond of gedood worden tijdens de werkzaamheden.

Onverhoopt aantreffen soorten: Indien tijdens de werkzaamheden toch huismussen, gierzwaluwen en/of vleermuizen worden aangetroffen, dient het werk direct stopgezet te worden totdat de dieren uit zichzelf vertrokken zijn. Een deskundige dient hierbij geraadpleegd te worden. Wij nemen dit voorschrift op om te voorkomen dat er dieren verwond of gedood worden tijdens de werkzaamheden. Permanente voorzieningen: Indien de daken toegankelijk worden gemaakt voor huismussen dienen zowel de voor- als achterzijde van de woningen geschikt te worden gemaakt. Dit dient te gebeuren door voldoende ruimte voor de huismus over te laten onder de dakpannen (conform Kennisdocument Huismus). Onder de derde panlat mag vogelschroot geplaatst worden. De wijze van uitvoering en locatie van de permanente voorzieningen dient te worden opgenomen in het logboek. Wij nemen dit voorschrift op om de kans op ingebruikname van de voorzieningen te vergroten. Permanente voorzieningen: Indien er voor inbouwkasten voor de huismus wordt gekozen dienen deze kasten te voldoen aan het Kennisdocument Huismus met betrekking tot locatie en afmetingen. De wijze van uitvoering en locatie van de permanente voorzieningen dient te worden opgenomen in het logboek. Wij nemen dit voorschrift op om de kans op ingebruikname van de voorzieningen te vergroten.

Functionele leefomgeving huismus: Alle elementen van de functionele leefomgeving van de huismus dienen in de toekomstige situatie binnen het plangebied aanwezig te zijn (conform Kennisdocument Huismus), met minimaal dezelfde kwantiteit als de huidige situatie. Wij nemen dit voorschrift op om de kans op ingebruikname van de voorzieningen te vergroten. Verwijderen tijdelijke voorzieningen: de tijdelijke voorzieningen dienen in stand te worden gehouden totdat de permanente nest-, rust- of voortplantingsplaatsen gerealiseerd en beschikbaar zijn, waarbij rekening dient te worden gehouden met de gewenningsperiodes. Daarnaast mogen de tijdelijke voorzieningen pas verwijderd worden op het moment dat deze aantoonbaar niet in gebruik zijn door beschermde soorten. Het verwijderen van de tijdelijke voorzieningen vindt plaats buiten de meest kwetsbare periodes - dit zijn voor vleermuizen de kraamperiode (half mei tot half juli) en de winterperiode (15 oktober tot 1 april) - en voor broedvogels de broedperiode (1 maart tot half augustus). De kasten mogen enkel verwijderd worden onder begeleiding van een ecoloog.

Verantwoordelijkheid: De ontheffinghouder, zijnde Stichting WoCom te Someren, is verantwoordelijk voor het geschikt houden van de locatie voor dezelfde functies (nestplaatsen en paarverblijfplaats) voor de huismus, gierzwaluw en gewone dwergvleermuis zoals in deze ontheffing beschreven.

ODBN, Kenmerk

Pagina 14 van 18 Z/162704-319698

Dit houdt in het bijzonder in dat genoemde ontheffinghouder verantwoordelijk is voor het op correcte wijze plaatsen van permanente voorzieningen voor de soort in de nieuwbouw volgens de Kennisdocument van de huismus, gierzwaluw en gewone dwergvleermuis van BIJ12. Door het nemen van mitigerende maatregelen en de inrichting van het gebied na afloop van de werkzaamheden komt de gunstige staat van instandhouding van de huismus, gierzwaluw en gewone dwergvleermuis niet in het geding door het uitvoeren van de voorgenomen werkzaamheden.

3. Conclusie Gelet op het voorgaande verlenen wij gevraagde ontheffing. De ontheffing wordt slechts voor de in het besluit genoemde soorten en beschreven activiteiten verleend. Deze ontheffing geldt alleen voor de activiteiten die conform de aanvraag worden uitgevoerd, voor zover in deze ontheffing zelf niet anders is aangegeven. Aan deze ontheffing zijn voorschriften verbonden.

ODBN, Kenmerk

Pagina 15 van 18 Z/162704-319698

BIJLAGE 1. OVERZICHTSTEKENING VAN DE PLANLOCATIE

Figuur 1. Locatie Baverdestraat 4 t/m 36 (even nummers). De activiteiten vinden plaats binnen het omlijnde gebied.

ODBN, Kenmerk

Pagina 16 van 18 Z/162704-319698

BIJLAGE 2. LOCATIE VAN DE COMPENSERENDE MAATREGELEN

Figuur 2. Locatie van de permanente voorzieningen. Rood zijn huismusvoorzieningen, geel zijn gierzwaluw voorzieningen en bruin zijn gewone dwergvleermuisvoorzieningen.

ODBN, Kenmerk

Pagina 17 van 18 Z/162704-319698

BIJLAGE 3. MELDINGSFORMULIER START HANDELINGEN BESCHERMDE SOORTEN Meldingsformulier start handelingen ten aanzien van beschermde soorten Ontheffing Wet natuurbescherming, onderdeel beschermde soorten Gegevens Aanvraagnummer

Z/162704

Naam initiatief

Herontwikkeling Baverdestraat 4 t/m 36 (even nummers)

Ontheffingsperiode

voor de periode van 1 oktober 2022 tot en met 31 december 2026

Ontheffinghouder Naam aanvrager Adres PC-Woonplaats Gegevens werkzaamheden:

Stichting WoCom De heer 5711 CN te Someren

Contactpersoon uitvoering …………………………………………………………………………………………………………… werkzaamheden Telefoonnummer (vast) …………………………………………………………………………………………………………… Telefoonnummer (mobiel)

……………………………………………………………………………………………………………

Ecoloog betrokken bij ………………………………………………………………………………………………………….. uitvoering Locatie(s) werkzaamheden …………………………………………………………………………………………………………… Datum gereedkomen compensatiemaatregelen Datum start werkzaamheden Overzicht planning werkzaamheden

…………………………………………………………………………………………………………… …………………………………………………………………………………………………………… …………………………………………………………………………………………………………… …………………………………………………………………………………………………………… …………………………………………………………………………………………………………… …………………………………………………………………………………………………………… …………………………………………………………………………………………………………… ……………………………………………………………………………………………………………

Dit formulier dient zodra de aanvang van de handelingen met betrekking tot beschermde soorten bekend is, doch uiterlijk 2 weken van tevoren, te worden ingediend bij de Omgevingsdienst Brabant Noord Retouradres Omgevingsdienst Brabant Noord Email: info@odbn.nl

ODBN, Kenmerk

Pagina 18 van 18 Z/162704-319698

KENNISGEVING WET NATUURBESCHERMING, Sloop, nieuwbouw en renovatie Baverdestraat 4 t/m 36 (even), 5737 AC te Lieshout, Z/162704 Beschikking Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant maken bekend dat zij op 16 juni 2022 een ontheffing ingevolge artikel 3.3, eerste lid, en artikel 3.8, eerste lid, van de Wet natuurbescherming hebben verleend (kenmerk: Z/162704-319698) aan Stichting WoCom, Witvrouwenbergweg 2, 5711 CN te Someren, voor de sloop, nieuwbouw en renovatie, voor de locatie Baverdestraat 4 t/m 36 (even), 5737 AC te Lieshout, in de gemeente Laarbeek. De ontheffing is geldig voor de periode van 1 oktober 2022 tot en met 31 december 2026. De aanvraag, het besluit en de bijbehorende stukken liggen vanaf 20 juni 2022 tot en met 1 augustus 2022 6 weken ter inzage bij de Omgevingsdienst Brabant Noord (ODBN), telefoonnummer (088) 743 00 00. Voor inzage in de bijbehorende stukken dient een afspraak gemaakt te worden. Het besluit is digitaal op te vragen via e-mail info@odbn.nl of te vinden op de website https://www.brabant.nl/loket/vergunningen-meldingen-en-ontheffingen.

Bezwaar Bezwaren tegen dit besluit kunnen binnen zes weken na de bekendmaking van dit besluit worden ingediend bij: Het college van Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant Secretariaat van de hoor- en adviescommissie Postbus 90151 5200 MC te ‘S-HERTOGENBOSCH Wij vragen u om op de linkerbovenhoek van de envelop het woord "bezwaarschrift" te vermelden. Het bezwaarschrift moet zijn voorzien van een handtekening, naam en adres van de indiener, de dagtekening en ons kenmerk van het besluit. Ook dient u een omschrijving van het besluit waartegen het bezwaar gericht is en de gronden van het bezwaar hierin op te nemen. Daarnaast vragen wij u vriendelijk om een kopie van dit besluit bij te voegen. Kunt u ons ook uw telefoonnummer geven? De provincie kan dan, mocht dit nodig zijn, u bellen om samen de beste aanpak van behandeling van uw bezwaarschrift te bespreken. Meer informatie over de behandeling van bezwaarschriften vindt u op www.brabant.nl/bezwaar. U kunt het secretariaat van de Hoor- en adviescommissie bereiken via telefoon (073) 680 83 04, faxnummer (073) 680 76 80 en e-mailadres bezwaar@brabant.nl. Voorlopige voorziening Bovenstaand besluit treedt in werking, ook al wordt een bezwaarschrift ingediend.

Het is daarom mogelijk om gelijktijdig met of na het indienen van een bezwaarschrift een zogenaamde “voorlopige voorziening” te vragen bij: de Voorzieningenrechter van de Rechtbank Oost-Brabant, sector Bestuursrecht, Postbus 90125, 5200 MA 's-Hertogenbosch. Een voorlopige voorziening is in feite het nemen van een tijdelijke maatregel, bijvoorbeeld het schorsen van het besluit gedurende de tijd die nodig is om de bezwaren te behandelen en daarop een besluit te nemen. Voorwaarde om een voorlopige voorziening te vragen is dat er sprake is van spoedeisend belang. Voor het vragen van een voorlopige voorziening is griffierecht verschuldigd.

Aan deze procedure is het kenmerk Z/162704 gekoppeld. Wij verzoeken u bij correspondentie dit kenmerk te vermelden.

's-Hertogenbosch, juni 2022

bestemmingsplan Baverdestraat en omgeving

Bijlage 2 Watertoets

bestemmingsplan "Baverdestraat en omgeving" (vastgesteld) 25

RAPPORTAGE watertoets Baverdestraat Lieshout

Rapportage watertoets Baverdestraat, Lieshout Opdrachtgever

woCom Postbus 36 5710 AA Someren

Rapportnummer

9369.006

Versienummer

D3

Status

Eindrapportage

Datum

19 september 2023

Opsteller

De heer ing. R. van den Berg

Kwaliteitscontrole

De heer R. Jacobs

Daarom Econsultancy CERTIFICERING Econsultancy werkt volgens een dynamisch kwaliteits- en milieusysteem, zoals beschreven in het kwaliteits- en milieuhand-boek. Ons kwaliteits- en milieusysteem is gecertificeerd volgens de eisen in de NENEN-ISO 9001 en NEN-EN-ISO 14001. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand, of openbaar gemaakt, in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch, door fotokopieën, opnamen, of enige andere manier, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de rechthebbende.

INHOUDSOPGAVE 1

INLEIDING .................................................................................................................................................. 1

2

LOCATIEGEGEVENS .................................................................................................................................... 2

3

WATERBELEID ............................................................................................................................................ 3 3.1 3.2 3.3

4

OMGEVINGSASPECTEN ............................................................................................................................. 7 4.1 4.2 4.3 4.4 4.5 4.6 4.7 4.8

5

Uitvoering..................................................................................................................................... 14 Lokale bodemopbouw.................................................................................................................. 14 Grondwaterniveau ....................................................................................................................... 14 Methodiek in-situ doorlatendheidsproeven ................................................................................ 15 Resultaten .................................................................................................................................... 15 Beoordeling .................................................................................................................................. 16

TOEKOMSTIGE ONTWIKKELING............................................................................................................... 17 6.1 6.2 6.3

7

Hoogteligging ................................................................................................................................. 7 Bodemopbouw ............................................................................................................................... 8 Hydrogeologie ................................................................................................................................ 8 Grondwater .................................................................................................................................... 9 Oppervlaktewater ........................................................................................................................ 10 Waterveiligheid ............................................................................................................................ 11 Ontwatering ................................................................................................................................. 13 Riolering ....................................................................................................................................... 13

GEOHYDROLOGISCH VELDONDERZOEK .................................................................................................. 14 5.1 5.2 5.3 5.4 5.5 5.6

6

Rijksoverheid .................................................................................................................................. 3 Waterschap Aa en Maas ................................................................................................................ 4 Gemeente Laarbeek ....................................................................................................................... 6

Planvoornemen ............................................................................................................................ 17 Verhard oppervlak ....................................................................................................................... 17 Waterbergingsopgave .................................................................................................................. 18

PLANUITWERKING ................................................................................................................................... 19 7.1 7.2

7.3 7.4 7.5

Randvoorwaarden en uitgangspunten ......................................................................................... 19 Hemelwater.................................................................................................................................. 19 Algemeen ..................................................................................................................................... 19 Compensatie ................................................................................................................................ 19 Calamiteit ..................................................................................................................................... 20 Kwaliteit ....................................................................................................................................... 20 Keur .............................................................................................................................................. 20 Riolering ....................................................................................................................................... 21

9369.006

8

SAMENVATTING ...................................................................................................................................... 22

BIJLAGEN: 1. 2. 3. 4. 5.

- Topografische ligging - Situering boorprofielen verkennend bodemonderzoek - Boorprofielen verkennend bodemonderzoek - Berekende k-waarden - Toekomstige situatietekening

9369.006

1

INLEIDING

Econsultancy heeft van woCom opdracht gekregen voor het opstellen van een watertoets voor een ontwikkeling aan de Baverdestraat te Lieshout. Bij nieuwe ontwikkelingen dient onderzocht te worden hoe in het toekomstige plan op een duurzame wijze kan worden omgegaan met hemelwater. Hierbij speelt vasthouden, bergen en afvoeren van water in eigen gebied een belangrijke rol. Wanneer voor bouwplannen een bestemmingsplanwijziging nodig is, zal als een verplicht onderdeel van een ruimtelijk plan of besluit, een waterparagraaf opgenomen moeten worden. De waterparagraaf beschrijft de invloed van het plan op het watersysteem en geeft aan welke eisen het watersysteem aan het besluit of plan oplegt. Daarnaast worden de waterhuishoudkundige consequenties van het plan of besluit hierin meegenomen en omvat het op basis van de gemaakte afwegingen een wateradvies. Om invulling te kunnen geven aan de waterparagraaf en de waterbelangen te waarborgen dient in deze situatie de watertoets-procedure te worden doorlopen. De watertoets bevat een onderbouwing voor de waterparagraaf die een onderdeel vormt van de ruimtelijke onderbouwing. De watertoets is géén aparte procedure, maar is een traject dat geïntegreerd is in de procedure van het ruimtelijk plan of besluit.

Uitgangspunt hierbij is dat een ruimtelijk besluit of plan geen slechtere waterhuishoudkundige situatie oplevert dan in het bestaande beleid is vastgelegd. In deze rapportage is beschreven op welke wijze rekening is gehouden met de waterhuishoudkundige aspecten en het beleid van de waterbeheerders (waterschap Aa en Maas en de gemeente Laarbeek). De informatie over de planlocatie is onder andere gebaseerd op informatie uit de in 2020 door Econsultancy op locatie uitgevoerde onderzoeken1 en informatie verkregen van de opdrachtgever.

1 Verkennend bodemonderzoek, d.d. 07 februari 2020 (rapportnummer 9369.001)

Doorlatendheidsonderzoek, d.d. 07 februari 2020 (rapportnummer 9369.003)

9369.006 versie D3

1 / 23

2

LOCATIEGEGEVENS

De planlocatie (± 11.530 m²) ligt aan de Baverdestraat te Lieshout. De locatie begint aan de zuidelijke kant van de straat bij huidig nummer 6 en eindigt bij nummer 36. De kadastrale percelen bevinden zich binnen de gemeente Lieshout in sectie I, de perceel nummers zijn weergegeven in tabel 2-1. De coördinaten van een centraal punt zijn X = 169.480, Y = 392.420. Tabel 2-1: Kadastrale percelen Volledig perceel 347 561 562

1098 1099 1736

1737 1784 1849

Gedeeltelijk perceel 1853 1939 1940

2331

1781 1782 1852

1991 2332

De planlocatie betreft twee-onder-een-kapwoningen met siertuinen. De initiatiefnemer is voornemens de bestaande bebouwing te amoveren en nieuwbouw te realiseren op de onderzoekslocatie. In figuur 2.1 is de begrenzing van de planlocatie weergegeven. De topografische ligging is opgenomen in bijlage 1.

Figuur 2.1 Ligging en begrenzing planlocatie

9369.006 versie D3

2 / 23

3

WATERBELEID

3.1 Rijksoverheid Nationaal Water Programma 2022 - 2027 De minister van Infrastructuur en Milieu en de staatssecretaris van Economische Zaken hebben op in 2022 het Nationaal Water programma (NWP) 2022 – 2027 vastgesteld. Het Nationaal Waterprogramma 2022-2027 is de opvolger van het Nationaal Waterplan 2016-2021 en vervangt dit plan én de partiële herzieningen hiervan. Het NWP beschrijft de hoofdlijnen en ambities van het nationale waterbeleid en het beheer van de rijkswateren en rijksvaarwegen. Voor het waterbeleid is het NWP een uitwerking van de Nationale Omgevingsvisie (NOVI). Klimaatverandering, milieuverontreiniging en ruimtedruk vormen de komende jaren grote uitdagingen. Ook moet infrastructuur zoals bruggen en sluizen in stand worden gehouden en waar nodig vervangen of gerenoveerd. De wateropgaven staan niet op zichzelf; een integrale aanpak met andere opgaven in de fysieke leefomgeving zoals de energietransitie, woningbouw en de landbouw is noodzakelijk. Het NWP beschrijft hoe we hiermee omgaan en hoe we zorgen dat water een leidend principe is in de ruimtelijke inrichting van Nederland. Deltaprogramma Ruimtelijke Adaptie De relevante beleidsontwikkelingen op het gebied van water worden bij het Rijk opgenomen in het Deltaprogramma. Hierin is voor verschillende thema’s beschreven wat het beleid is en hoe het Rijk dat in overleg met overige partners wil gaan bereiken.

Het Deltaprogramma bestaat uit verschillende onderwerpen op het gebied van water. Voor ruimtelijke ontwikkelingen is het Deltaprogramma Ruimtelijke adaptie het meest relevant, omdat hierin de consequenties van de klimaatontwikkelingen voor Nederland zijn opgenomen, evenals de maatregelen die we moeten nemen om ‘klimaat adaptief’ te worden. Een deel van deze maatregelen zal ruimtelijke impact hebben. Met klimaat adaptief wordt bedoeld: het klimaat veerkrachtig en robuust inrichten van Nederland, gegeven de klimaatontwikkelingen die op ons afkomen. Op basis van de internationale en nationale klimaatmodellen is de verwachting dat het weer in Nederland extremer gaat worden. Dat betekent: meer hevige regenbuien (veel neerslag in korte tijd) en langere periodes met droogte en hitte. Dit heeft consequenties voor de leefbaarheid in steden en dorpen en voor bijna alle (economische) sectoren in Nederland. Met het nemen van klimaat robuuste maatregelen wordt ingespeeld op deze veranderingen waarmee we steden en dorpen leefbaar houden en (economische) schade door wateroverlast, droogte en hitte beperken.

9369.006 versie D3

3 / 23

3.2 Waterschap Aa en Maas Waterschap Aa en Maas is verantwoordelijk voor het waterbeheer in de gemeente op basis van de volgende wettelijke kerntaken: het zuiveringsbeheer, watersysteembeheer, beheer van dijken en beheer van vaarwegen. Het watersysteembeheer -waaronder grondwater- heeft daarbij twee doelen: zowel de zorg voor gezond water als de zorg voor voldoende water van voldoende kwaliteit. Waterbeheerprogramma 2022-2027 (WBP5) Het beleid en de daarmee samenhangende doelen van het waterschap zijn opgenomen in het waterbeheerprogramma 2022-2027 (WBP5) ‘Water als basis voor een toekomstbestendige leefomgeving’. In het Waterbeheerprogramma staat hoe het waterschap haar taken in die periode uitvoert. Het waterschap bepaalt hiermee de koers voor de komende zes jaar. Met het Waterbeheerprogramma 2022-2027 start Waterschap Aa en Maas met de ‘watertransitie’; op weg naar een toekomstbestendige waterhuishouding. Uiterlijk dient in 2050 de waterhuishouding in het hele beheergebied toekomstbestendig te zijn. Dit betekent een waterhuishouding die in een goede waterkwaliteit voorziet. En een waterhuishouding die robuust, wendbaar en in balans is met de omgeving. Zowel in het bebouwde als het landelijke gebied en van de beekdalen tot en met de hoge zandruggen.

Het grond- en oppervlaktewatersysteem kan de grotere weersextremen opvangen door maximaal gebruik te maken van de dempende sponswerking van de bodem/ondergrond en de natuurlijke hoogteverschillen voor het vasthouden van water. Het waterschap hanteert daarbij drie principes die inhoudelijke sturing geven aan de watertransitie: • • •

Elke druppel vasthouden en infiltreren waar deze valt. Functies passen zich aan het bodem- en watersysteem aan. Wat schoon is moet schoon blijven.

Hydrologisch neutraal ontwikkelen (HNO) Bouw of uitbreiding van woningen, bedrijven of wegen veroorzaken vaak een groei in het verharden van dak en erf. Regenwater dat op stenen of wegen valt, stroomt meestal snel via een riool of een sloot weg. Hoe meer (tuinen van) steen, hoe meer regenwater weg stroomt. Bij hevige buien kan hierdoor wateroverlast ontstaan. Bijvoorbeeld water vanuit het riool op straat, omdat deze het regenwater niet aan kan. Of overstroming van een sloot of beek. Dat geeft dan weer risico’s voor de gezondheid en kan zorgen voor bijvoorbeeld schade in- en rondom huizen. Maar ook in droge perioden zorgt al dat afvoeren voor problemen. Het regenwater krijgt niet meer de tijd om weg te zakken in de bodem en het grondwater aan te vullen. In droge zomers hebben landbouw en natuur dan water te weinig. Het waterschap hanteert bij nieuwe ontwikkelingen het principe van hydrologisch neutraal ontwikkelen (HNO), waarbij gestreefd wordt naar het behoud of herstel van de ‘natuurlijke’ waterhuishoudkundige situatie. Voorkomen moet worden dat regenwater snel verdwijnt in het riool of in de sloot.

9369.006 versie D3

4 / 23

Het waterschap gebruikt daarvoor de voorkeursvolgorde voor (schoon) regenwater: 1. 2. 3. 4. 5.

Opnieuw gebruiken; Vasthouden / in laten trekken in de grond; Water bergen; Afvoeren naar sloten of rivieren; Afvoeren naar een riool.

Keur De keur is een verzameling regels die het waterschap gebruikt om dammen, dijken, sloten, beken, rivieren, gemalen en stuwen te beschermen. Bij werkzaamheden in, met of rondom het water is wet- en regelgeving uit de keur van toepassing. In de keur van het waterschap is opgenomen dat het is in beginsel verboden is om zonder vergunning neerslag door toename van het verhard oppervlak of door afkoppelen van de bestaande oppervlakte, tot afvoer naar een oppervlaktewaterlichaam te laten komen (Artikel 3.6 ‘Verbod afvoer door verhard oppervlak’). De technische eisen en uitgangspunten voor het ontwerp van watersystemen zijn opgenomen in de beleidsregel ‘Afvoer hemelwater door toename en afkoppelen van verhard oppervlak, en de hydrologische uitgangspunten bij de keurregels voor afvoeren van hemelwater, Brabantse waterschappen’. Het verbod uit artikel 3.6 van de keur is van toepassing tenzij: • • • •

Het afkoppelen van het verhard oppervlak maximaal 10.000 m2 is, of; de toename van het verhard oppervlak maximaal 500 m2 is, of; de toename van het verhard oppervlak bestaat uit een groen dak. De toename van het verhard oppervlak tussen 500 m2 en 10.000 m2 is en compenserende maatregelen zijn getroffen om versnelde afvoer van hemelwater tegen te gaan, in de vorm van een voorziening met een minimale retentiecapaciteit conform de rekenregel.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Laarbeek&id=c658aac7-f963-4725-a08b-f08c743931a6