11 20220914 Verslag discussieavond Omgevingsfonds 7 juni 2022.docx
Tekst van het document
VERSLAG DISCUSSIEAVOND OMGEVINGSFONDS 7 JUNI 2022 Over de spelregels van het in te stellen Omgevingsfonds Duurzaamheid is een discussieavond geweest. Op 7 juni 2022 werd deze avond georganiseerd door de gemeente. Hierbij waren 13 externe personen aanwezig: vertegenwoordigers van IVN, Laarbeeks Landschap, Duurzaam Wonen Laarbeek, Laarbeek Energie, Platform Duurzaam Laarbeek, Zorg om het Dorp Mariahout, en enkele omwonenden van de beoogde zonneparken. Aan de hand van een aantal stellingen is gediscussieerd over het vormgeven van het fonds. De stellingen waren geformuleerd door de gemeente als eerste opzet van het fonds, maar op enkele punten is de groep tot een andere conclusie gekomen. De discussie is hieronder samengevat. Het uiteindelijke plan voor het fonds volgt de uitkomsten van de discussieavond. 1. Wat gaan we doen met het geld? Stelling 1: we geven subsidies die nieuwe, concrete projecten (co-)financieren. Discussie: •
Cofinanciering wordt niet verplicht, maar wel een pluspunt bij het beoordelen van een aanvraag
•
Krijg je ook geld voor een vooronderzoek / haalbaarheidsstudie / het uitwerken van een idee? Hierover waren de meningen verdeeld. Er wordt geconstateerd dat we in ieder geval hulp kunnen bieden bij het verder uitwerken van een aanvraag en kunnen wijzen op andere manieren van financiering.
•
Moet het een nieuw project zijn of mogen lopende projecten / vervolgprojecten ook? Geconstateerd wordt dat het in ieder geval een toevoeging moet zijn op de bestaande situatie of huidige ontwikkelingen van een project.
•
We zijn niet voor ondersteuning van organisaties of personen voor reguliere activiteiten.
2. Wat voor projecten komen in aanmerking? Stelling 2: projecten moeten bijdragen aan de duurzaamheid van de lokale omgeving en van openbaar belang zijn. Discussie: •
De
groep
is
het
eens
duurzaamheidsthema’s
met
de
duurzaam
stelling wonen;
dat
het
moet
duurzame
bijdragen
aan
leefomgeving;
de
lokale
duurzaam
grondstoffengebruik en duurzame energie. •
De groep is het ermee eens dat een project van openbaar belang moet zijn. Daaronder valt ook het belang van non-profit verenigingen en organisaties.
•
Wat is de lokale omgeving: heel de gemeente Laarbeek, plus een straal van 500 meter rondom de zonneparken, als deze straal reikt tot buiten de gemeente. Voor die straal wordt gekozen omdat de voornaamste hinder van een zonnepark zichthinder is. Van een grotere afstand dan 500 meter is er geen sprake meer van noemenswaardige zichthinder.
•
Het fonds moet gelden voor de afdracht van de zonneparken, eventueel aangevuld met geld dat de gemeente bijlegt. Maar het moet niet zo zijn dat het ook geldt als er een windpark zou komen. Dan is de hinder heel anders: niet alleen zicht maar ook geluid etc. Dus dan moeten er andere afspraken komen over hoe je omgaat met omwonenden.
3. Wie mogen aanvragen indienen? Stelling 3: alleen (groepen) natuurlijke personen en non-profit organisaties mogen aanvragen. Zij moeten uit de directe omgeving van één van de zonneparken komen of uit de gemeente Laarbeek, of daar normaal gesproken actief zijn. Discussie: •
Er is veel gesproken over de positie van bedrijven. Als cofinanciering een pluspunt is, is het logisch om ook aanvragen te zien van een consortium van inwoners, organisaties en bedrijven. Bedrijven hebben wel hun eigen manier om aan geld te komen en het is niet de bedoeling om een bedrijf te sponsoren, ofwel door loon te betalen ofwel door het imago van een bedrijf op te poetsen.
•
Conclusie: een project moet niet een duidelijk commercieel belang hebben, maar moet in het algemeen belang zijn. Het beoordelen daarvan is maatwerk.
•
Iedereen is het wel eens met het criterium dat de aanvrager(s) uit Laarbeek moeten komen of daar normaal gesproken actief moeten zijn.
4. Wie beoordeelt de aanvragen? Stelling 4: de gemeente beoordeelt de aanvragen. Discussie: •
De groep discussieert over de onafhankelijkheid van de toetsing: als er ambtelijk wordt getoetst, is een besluit dan echt onafhankelijk? Of is het beter om een externe toetsingscommissie in te richten? En moeten die dan uit Laarbeek zelf komen / wie moeten dat dan zijn?
•
Platform Duurzaam Laarbeek biedt aan om mee te beoordelen. Zij hebben veel expertise en zijn niet geïnteresseerd in het zelf aanvragen van subsidie. De meeste aanwezigen zijn het hier mee eens.
•
Het optuigen van een externe beoordelingscommissie vindt weinig steun in de groep, enkele mensen zijn hier wel voorstander van maar de consensus is dat de gemeente moet beoordelen, aangevuld met advies van Platform Duurzaam Laarbeek.
•
Er moet een onafhankelijke commissie van bezwaar zijn. Dit is ook het geval als de toekenning / afwijzing een formeel collegebesluit is, daar staat bezwaar en beroep tegen open.
•
Er wordt gediscussieerd over de vraag of er ook voor de formele bezwaarprocedure al een second opinion mogelijk moet zijn. We spreken af dat een aanvraag die op een of meer punten (nog) onvoldoende is, door het team van beoordelaars verder op weg wordt geholpen. Er moet daarvoor een procedure komen met een quickscan aan het begin om te zien of een aanvraag überhaupt kans maakt, en een mogelijkheid om aanvragen te verbeteren als ze nog niet aan alle criteria voldoen maar wel kansrijk zijn.
5. Wanneer en hoeveel kan je aanvragen? Stelling 5: elke twee jaar is er een ronde waarin aanvragen gedaan kunnen worden. Je kunt dan maximaal €10.000 per project aanvragen en maximaal één aanvraag doen. Discussie: •
Elke twee jaar duurt te lang, als je een goed idee hebt moet je te lang wachten voordat je ermee aan de slag kan. De groep bespreekt de optie om continu aanvragen te kunnen doen, maar ook dat heeft nadelen, bijv. ‘wie het eerste komt…’. Daarom moeten aanvragen ook ‘in de wacht’ kunnen als voor dat jaar het geld op is, totdat er nieuw geld beschikbaar komt.
•
Er moet onderscheid komen tussen kleine en grote projecten. Kleine projecten van maximaal €1000 (?) moet je elk kwartaal of nog vaker kunnen indienen. Grote projecten van maximaal €10.000 moet je jaarlijks kunnen indienen. Ten minste ¼ van het budget wordt gereserveerd voor kleine projecten.
•
Projecten die meer dan €10.000 nodig hebben worden in principe niet gehonoreerd, wel kan de gemeente meekijken naar mogelijkheden om externe financiering te zoeken voor het surplus.
•
Projecten hoeven niet per se afgerond te worden binnen twee jaar, wel moet er duidelijk voortgang zichtbaar zijn.
•
Er moet geen minimum zijn voor het bedrag dat wordt aangevraagd.
•
Kleinere projecten moeten sneller worden beoordeeld dan grotere projecten
•
Er moet duidelijk gecommuniceerd worden hoeveel budget er nog is / wanneer nieuw budget beschikbaar komt
•
De drempel voor aanvragen moet zo laag mogelijk zijn. Wat helpt is als je aanvragen bijv. vanuit de gemeente helpt om de aanvraag te verbeteren zodat ze meer kans maken.
6. Zijn er aanvragers die voorrang hebben? Stelling 6: er is een voorrangsregel voor projecten in de directe omgeving van de zonneparken, bij meer geschikte aanvragen dan budget krijgt er per zonnepark-locatie tenminste één project in de directe omgeving voorrang. Discussie: •
Het moet op voorhand al geregeld zijn door de gemeente of er voorrang wordt gegeven en welke regels dan gelden.
•
Een cirkel van 500 meter is erg klein, daar wonen maar weinig mensen. Misschien moet je het naburige dorp meenemen? Reactie: de cirkel is gekozen om dat binnen 500m de mensen wonen die ook een direct nadeel kunnen ervaren van een zonnepark (lelijk, veranderd landschap).
•
De impact op duurzaamheid is belangrijker dan de locatie, zolang het wel binnen de gemeente is of binnen de cirkel van 500m als dat buiten de gemeente valt. Dan moet je eigenlijk beoordelen op hoe goed een project is, en niet op waar het precies is. Anders krijg je projecten op gekke plaatsen die niet optimaal zijn, omdat mensen daar een grotere kans maken met hun aanvraag.
•
Pas ook op dat er geen goede projecten worden afgewezen omdat een slecht idee uit een andere locatie is ingediend en voorrang krijgt, terwijl je dat eigenlijk niet wilt.
•
Het fonds zou voor Laarbeek moeten zijn, plus de projectomgeving als die buiten Laarbeek is, maar locatie moet niet uitmaken.
•
De consensus in de groep is dat een locatie in de directe omgeving wel een pluspunt is, zo zijn er meerdere pluspunten genoemd maar deze weegt wellicht zwaarder dan de andere. Maar het moet geen formeel criterium zijn of ‘per park een project’. Het gaat om de kwaliteit en meerwaarde van een project.
7. Overige regels Onderstaande regels werden kort besproken: 1.
Er moet een plan van aanpak en een duidelijke financiële begroting bij de aanvraag. Geld mag gebruikt worden voor materiaal, inhuur van externe bedrijven etc. maar niet voor een vrijwilligersvergoeding of de uren van de deelnemers aan het project.
2.
Stapelen met andere subsidies, eigen bijdrage of andere inkomsten is toegestaan
3.
Indieners moeten bereid zijn tussendoor en achteraf verantwoording af te leggen over de resultaten en de financiën
4.
Indieners moeten akkoord zijn met communicatie over het project vanuit de gemeente en daaraan meewerken (inter-viewtje, stukje in de krant etc.)
5.
Een aanvraag moet realistisch / haalbaar zijn
6.
Een aanvraag moet voldoen aan de vereisten uit de stellingen
7.
Hoe meer mensen profiteren / hoe meer openbaar het project is, hoe beter
8.
Als het project te herhalen of kopiëren is door andere partijen of op andere locaties, is dat een pluspunt
9.
Bij meer geschikte aanvragen dan budget kan worden gekeken naar geografische spreiding over de gemeente, en/of spreiding tussen de verschillende duurzaamheidsthema’s
10. Bij meer geschikte aanvragen dan budget krijgt een nieuwe aanvrager voorrang als hij nog niet eerder een aanvraag heeft gedaan. Discussie: •
Er was te weinig tijd om alle regels te bespreken, maar over enkele regels zijn opmerkingen gemaakt.
•
Regel 1: de meeste deelnemers aan de discussie zijn tegen een urenvergoeding voor vrijwilligers, maar bedankjes of iets organiseren als waardering voor vrijwilligers moet wel toegestaan worden en in de begroting opgenomen mogen worden. Anders maak je de drempel voor een project misschien te hoog.
•
Regel 2: cofinanciering zou een pluspunt moeten worden (bij grote projecten)
•
Regel 5: er is discussie of er niet ook ruimte moet zijn voor innovatie, bijv. het voorfinancieren van een onderzoek voor de haalbaarheid van een innovatief project. Niet iedereen is het hierover eens, veel mensen zien meer in projecten die wat eenvoudiger zijn. Afgesproken wordt dat erg innovatieve projecten zich in ieder geval bij de gemeente kunnen melden om samen te kijken of er ruimte is voor financiering vanuit andere budgetten of bij een externe partij.
•
Nadat de eerste subsidies zijn uitgekeerd, moet er ook een evaluatie plaatsvinden van hoe het fonds werkt en of de spelregels zo goed zijn.