CConstaterende datLaarbeek
Koppel je AI →
Document · PDF

11 20210624 Waterbeheerplan 2021 Bijlage 6 deel 2.pdf

Raadsvergadering 24 juni 2021, gemeente LaarbeekBij agendapunt: B. Waterbeheerplan19.394 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Gemeentelijke waterelementen Laarbeek Inventarisatie en analyse

Everdingen, 19 april 2018 Opgesteld op uitnodiging van: Gemeente Laarbeek

Status uitgave:

concept ter bespreking

Datum uitgave:

19 april 2018

Titel:

Gemeentelijke waterelementen Laarbeek

Subtitel:

Inventarisatie en analyse

Samenstellers:

ing. Jos van den Hurk Jos van der Sanden (afstudeeropdracht Hogeschool Zeeland) drs. Marcel van Dorst

Project nr.:

079-16-BWZ

Projectleider:

drs. Marcel van Dorst

Naam en adres opdrachtgever:

Gemeente Laarbeek Contactpersoon: Rob Tielemans Koppelstraat 37 5741GA Beek en Donk

Akkoord voor uitgave:

drs. Marcel van Dorst

Paraaf:

Ingeschreven in het handelsregister van de Kamer van Koophandel te Tiel onder nr. 30232690

2

-

Adres: Lekdijk 15 4121 KG Everdingen Tel: 0347 - 745 800 Info@bwz-ingenieurs.nl

-

www.bwz-ingenieurs.nl

waterelementen Laarbeek

3

waterelementen Laarbeek

Inhoud 1

2

3

Inleiding ..................................................................................................................................... 6 1.1

Aanleiding ..................................................................................................................... 6

1.2

Achtergrond .................................................................................................................. 6

1.3

Onderzoeksmethode ................................................................................................... 7

Projectgebied............................................................................................................................ 8 2.1

Waterlichamen per type .............................................................................................. 8

2.2

Functies ......................................................................................................................... 8

2.3

Bodem ........................................................................................................................... 9

2.4

Grondwater .................................................................................................................10

2.5

Hoogtekaart ................................................................................................................ 11

2.6

Kanalen en Waterlopen ............................................................................................. 11

2.7

Plannen en visies .......................................................................................................12

Deelgebieden .........................................................................................................................13 3.1

3.2

3.3

3.4

4

Deelgebied 1: Lieshoutse heide ...............................................................................15 3.1.1

Algemeen ..................................................................................................... 15

3.1.2

Systeembeschrijving ................................................................................... 16

3.1.3

Beheer .......................................................................................................... 18

3.1.4

Kansen en knelpunten ................................................................................ 19

Deelgebied 2 Lieshouts broek ..................................................................................21 3.2.1

Algemeen ..................................................................................................... 21

3.2.2

Systeembeschrijving ................................................................................... 22

3.2.3

Beheer .......................................................................................................... 27

3.2.4

Kansen en knelpunten ................................................................................ 30

Deelgebied 3 Lieshoutse beemden .........................................................................32 3.3.1

Algemeen ..................................................................................................... 32

3.3.2

Systeembeschrijving ................................................................................... 32

3.3.3

Beheer .......................................................................................................... 34

3.3.4

Kansen en knelpunten ................................................................................ 35

Deelgebied 4 Beekdal van de Goorloop .................................................................37

waterelementen Laarbeek

3.5

3.6

3.7

4

3.4.1

Algemeen .....................................................................................................37

3.4.2

Systeembeschrijving ...................................................................................38

3.4.3

Beheer ..........................................................................................................53

3.4.4

Kansen en knelpunten ................................................................................62

Deelgebied 5 Leek en de Biezen ............................................................................ 66 3.5.1

Algemeen .....................................................................................................66

3.5.2

Systeembeschrijving ...................................................................................68

3.5.3

Beheer ..........................................................................................................73

3.5.4

Kansen en knelpunten ................................................................................76

Deelgebied 6 Hoge Akkers....................................................................................... 79 3.6.1

Algemeen .....................................................................................................79

3.6.2

Systeembeschrijving ...................................................................................80

3.6.3

Beheer ..........................................................................................................87

3.6.4

Kansen en knelpunten ................................................................................90

Deelgebied 7 Molenheide ........................................................................................ 93 3.7.1

Algemeen .....................................................................................................93

3.7.2

Systeembeschrijving ...................................................................................94

Conclusies en aanbevelingen algemeen .......................................................................... 95

Bijlagen bijlage 1.

Samenvattende tabel waterelementen

bijlage 2.

Factsheets inventarisatie

bijlage 3.

Gespreksverslag Bosgroep Zuid

bijlage 4.

Inventarisatie aangeleverde bestanden Jan Peters – gemeente Laarbeek

5

waterelementen Laarbeek

1

Inleiding

1.1

Aanleiding

De gemeente Laarbeek wil inzicht in de huidige situatie van de waterelementen poelen, bergingsvijvers, wadi’s, waterpartijen en natuurwater in het hele beheergebied. Het watersysteem is complex en geheel kunstmatig aangelegd door de jaren heen: aanleg kanalen, vergraven beekdalen, aanleg vijverpartijen en inlaten van water uit kanalen richting de vijvers. De gemeente is in bezit van een grote hoeveelheid losse data, zowel in analoge archieven als digitale bestanden. Om een helder inzicht te krijgen in de watersystemen is ons gevraagd om deze data te verzamelen, analyseren en te bundelen tot een rapportage. Eind 2016 hebben wij een inventarisatie uitgevoerd, bestaande uit veldonderzoek en verwerking tot factsheets in GIS. Alle waterelementen zijn in kaart gebracht middels deze “factsheets”. In deze factsheets is de huidige situatie (binnen de insteken) van de waterelementen beschreven. Ook is data als afmetingen, waterdiepte, baggerdikte, beplanting en civiele constructies weergegeven. Deze rapportage bevat de resultaten van de inventarisatie en analyse van alle waterelementen in eigendom van de gemeente. De resultaten vormen de basis voor het hierna te maken beheerplan voor al deze wateren.

1.2

Achtergrond

Gemeente Laarbeek is gelegen in provincie Noord-Brabant nabij Helmond en Eindhoven, en maakt daarbij onderdeel uit van de regio Zuidoost-Brabant. De huidige gemeente heeft zijn ontstaansgeschiedenis in het jaar 1997 en is samengesteld uit de drie gemeentes Aarle-Rixtel, Beek en Donk en Lieshout. De gemeente telt totaal vier dorpskernen, waarvan Mariahout gelegen is in de voormalige gemeente Lieshout. De naam Laarbeek is een samengestelde naam van de drie verschillende gemeentes ‘L-aar-beek’ (L)ieshout, (Aar)le-Rixtel en (Beek) en Donk. Laarbeek heeft per augustus 2017, 21.942 inwoners in de gemeente. Gezien de oppervlakte van Laarbeek, in combinatie met het aantal woningen wordt Laarbeek niet stedelijk bevonden (Centraal Bureau voor de Statistiek, 2017). Het gemiddeld aantal woningen per km² ligt dan ook op 167 en daarom valt Laarbeek in de laagste categorie minder dan 500 adressen per km². Dit draagt bij aan het overwegend landelijke karakter van de gemeente. De gemeente Laarbeek heeft in 2016 deelgenomen aan de Entente Florale, hierbij hebben de gemeente en bewoners uitstekend gescoord in de categorie dorpen en kleine steden in Nederland (Stichting Entente Florale, 2016). De conclusie en

6

waterelementen Laarbeek

aanbeveling bij de jurering worden daarbij ook zichtbaar opgepakt. Dit heeft de gemeente weer gemotiveerd een plan te schrijven ten aanzien van de Europese deelname voor 2017 (Gemeente Laarbeek, 2017). Gemeente Laarbeek heeft met de inschrijving van Beek en Donk dan ook goud gewonnen in deze Europese verkiezingen. Zij kregen de deze prijs ten aanzien van de groenste stad van Europa en maken de bijnaam ‘Garden town’ dan ook meer dan waar. (Entente Florale Europe, 2017)

1.3 Onderzoeksmethode Het onderstaande schema hieronder verbeeldt de verschillende genomen stappen. Hierbij hebben is de huidige toestand in beeld gebracht en vergeleken met de, in de beheerplannen, beschreven streefbeelden. De vigerende beheerplannen zijn opgesteld door de Bosgroep Zuid.

7

waterelementen Laarbeek

2

Projectgebied

Het projectgebied omvat het gehele grondgebied van de gemeente Laarbeek. Het onderzoeksgebied daarentegen is ruimer en heeft ook betrekking buiten deze grenzen, door de invloeden van buiten het projectgebied. De verschillende bekeken projectlocaties bevinden zich direct rondom de wateren, binnen de insteken.

2.1 Waterlichamen per type Om een beter inzicht te krijgen in verdeling en ligging van de verschillende waterelementen is er een overzicht gemaakt van de waterelementen. Zoals te zien is in tabel 1 Gemeentelijke waterlichamen’ liggen er in het projectgebied 94 verschillende waterelementen. Het totaal nat oppervlakte van de elementen bedraagt 13,8 hectaren. Het grootse deel hiervan is terug te vinden bij de typen waterpartijen en bergingsvijvers, dit is samen 74,9% van het totale oppervlakte. Toch bedraagt het maar 45,7% van het totaalaantal waterelementen. De poelen vertegenwoordigen daartegen 6,3% van het oppervlakte, met een 39,4% van het aantal. Tabel 1 Gemeentelijke waterlichamen.

D e v e r

Waterlichamen (Type) Wadi's Poelen Natuurwateren Waterpartijen Bergingsvijvers Totaal

Oppervlakte 2 (m ) 5867 8706 20054 41539 62161 138327

Gem. oppervlakte 2 (m ) 651 235 4010 4153 1883 10936

Aantal (n) 9 37 5 10 33 94

De verschillende waterelementen liggen verspreid over de gemeente Laarbeek. Echter is er wel al een onderscheid te maken in de ligging van de verschillende wateren. Zo liggen de natuurwateren en poelen hoofdzakelijk te vinden in het buitengebied van gemeente. De waterpartijen, bergingsvijvers en wadi’s liggen daartegen voornamelijk in en rond de dorpskernen. Een deel van deze wateren is dan ook aangelegd ten behoeve van de opvang van het hemelwater uit de bebouwd kom. De waterpartijen zijn voornamelijk gelegen op plaatsen ten behoeve van recreatie (parken).

2.2 Functies Alle waterelementen zijn aangelegd vanuit een behoefte aan waterberging, waterverversing, recreatie, beleving en natuurontwikkeling. Door verandering in

8

waterelementen Laarbeek

onze menselijke behoeften en inzichten zijn diverse wateren herbestemd. Bijvoorbeeld van zwemwater naar viswater en van watervoerend naar natuurfunctie. Deze functies zijn benoemd per waterelement op de factsheets in de bijlage.

2.3 Bodem De verschillende bodemtypes worden aan de hand van de bodemkaart van Nederland (schaal 1:50 000, 1988) inzichtelijk gemaakt. Aan de hand van deze kennis en met behulp van andere kaartlagen kan een inschatting gemaakt worden van de invloed op de diverse wateren. Kenmerkend voor het Brabantse zandlandschap zijn de fluviatiele en de eolische invloed op het landschap. De wind heeft het zand achtergelaten op de dekzandruggen. Hier is doormiddel van geologische breuklijnen en beekvorming met fluviatiele processen meer diversiteit in ontstaan. Dit in combinatie met de antropogene invloed van de mens heeft geresulteerd dat er in Laarbeek gronden voorkomen met een fijne zandstructuur, die afhankelijk van de locatie, lemig, zwak lemig of leem arm zijn.

Bodemkaart van gemeente Laarbeek

9

waterelementen Laarbeek

In Laarbeek zijn verschillende bodemtypes te vinden zoals de oudere podzolgronden en door de mens ontwikkelde eerdgronden. Deze oude landbouwgronden zijn voornamelijk rondom de oude dorpskernen te vinden. Een voorbeeld hiervan is bijvoorbeeld te vinden tussen Beek en Donk en de Goorloop. Maar ook de dorpen Aarle-Rixtel en Lieshout hebben een vergelijkbare ontstaansgeschiedenis (Snel, Rijdt, & Rutten-Maas, 2003). Verder komen er ook vaaggronden en enkele eutrofe veen types voor.

2.4 Grondwater Een inzicht in de grondwaterstroming wordt gerealiseerd doormiddel van een kwelkaart met behulp van de isohypsen kaart van het eerste water voerend pakket. (WVP 1a). De grondwater kwaliteitskaart geeft met behulp van voorgaande gegevens meer inzicht in de mogelijke risico’s. De grondwatertrappen worden eveneens aan de hand van de bodemkaart van Nederland (schaal 1:50 000, 1988) inzichtelijk gemaakt. Deze zijn gekoppeld aan de verschillende waterelementen. Zo wordt weergegeven welke directe invloed de waterstand heeft op het betreffende waterelement.

Grondwatertrappen gemeente Laarbeek

10

waterelementen Laarbeek

2.5 Hoogtekaart Als hoogtekaart is gebruikgemaakt van het Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN) versie twee van het maaiveld. Op de kaart worden de licht uitgesleten dalen met de verschillende waterlopen zichtbaar. Hier is ook mooi te zien waar in Laarbeek de hoger gelegen eerdgronden en de reliëf rijkere duinvaaggronden liggen. De agergelegen delen van Laarbeek kennen een hogere dichtheid van watergangen. Dit is goed te verklaren aan de hand van de kwelkaart. In deze gebieden dient veel water afgevoerd te worden ten behoeve van de landbouw.

AHN2

2.6 Kanalen en Waterlopen Binnen de grenzen van Laarbeek is een afsplitsing van de Zuid-Willemsvaart (Maastricht naar ’s-Hertogenbosch): het Wilhelminakanaal van Laarbeek naar Geertruidenberg. Deze kanalen dragen bij aan de bereikbaarheid van Brabant tevens worden deze opgewaardeerd voor de te verwachte groei om zo wegen en sporen te ontlasten in Brabant (Provincie Brabant, 2004). De gemeente wordt tevens doorkruist door verschillende beekdalen en beeklopen zoals, De Aa en de Goorloop, maar ook kleinere stroompjes als de Donkervoortsche Loop, Heieindsche Loop, Reij-broekse Loop, Schevelingse Loop en Snelle Loop. Als gezegd in (Wetten, 2010) vormen als het ware de bloedvaten

11

waterelementen Laarbeek

van het Laarbeeks landschap. Deze waterlopen voeren het water af dat afkomstig is van de verschillende kleinere watersystemen. De waterlopen vallen onder de verantwoording van het waterschap Aa en Maas. Deze verschillende beeksystemen worden voornamelijk gevoed door neerslag. Als gevolg van de ontginningen en ontwatering van de Peel werd er steeds meer water aangevoerd door de beperkte watersystemen. De gevolgen hiervan waren dat grote delen van de Aa genormaliseerd zijn in de periode 1935-1952 (M.F., Rijdt, & Rutten-Maas, 2003). Daarbij zorgt de huidige toename van het verhard oppervlakte in combinatie met het regenwatersysteem en kanalisering van de beeklopen voor piekafvoeren door het systeem.

2.7 Plannen en visies De onderstaande beheerplannen en visies zijn gebruikt bij het opstellen van deze rapportage:       

12

PDF Beheerplan Landschapselementen Laarbeek 2015 PDF Beheerplan natuurterreinen 2016-2021 PDF Beheerplan Torreven 2016-2021 PDF Bijlagen Beheerplan landschapselementen Laarbeek PDF Concept Beheerplan BEMA 4 2017 PDF Het Moorselen 2016-2021 PDF Rap 0308 beheer natter Laarbeek 2016

waterelementen Laarbeek

3

Deelgebieden Achtergrond deelgebieden De gemeente heeft in het laatste landschapsontwikkelingsplan (LOP) uit 2003 Laarbeek opgedeeld in verschillenden deelgebieden. Deze gebieden zijn toegespitst op basis van landschapstype en drie doorsnijdende lijnen (twee kanalen en Provinciale weg N279). Dit is gebaseerd op overeenkomstige waarneembare identiteit van het gebied. In deze LOP is aangegeven dat deze grenzen indicatief bepaald zijn. In opdracht van gemeente Laarbeek heeft de Bosgroep Zuid-Nederland in “Beheerplan Landschapselementen Laarbeek” de deelgebieden verder uitgewerkt en beschreven. Dit zodat het beheer van de individuele elementen verband blijft houden met het omliggende landschap (Delforterie & Brands, 2015). Zo zijn de kernpunten vanuit het landschapsontwikkelingsplan verder uitgeschreven en is de kaart gedetailleerder. De indeling vanuit het landschapsontwikkelingsplan en beheerplan blijft in onze rapportage gehandhaafd, om zo de leesbaarheid te behouden. Hierbij wordt gebruikgemaakt van de beschrijving van de bosgroep voor een uniforme benadering.

Tabel 2 Deelgebieden te Laarbeek (M.F., Rijdt, & Rutten-Maas, 2003) Deelgebieden Afkorting Gebiedsnaam Deelgebied 1 DG 1 Lieshoutse heide Deelgebied 2 DG 2 Lieshouts broek Deelgebied 3 DG 3 Lieshoutse beemden Deelgebied 4 DG 4 Beekdal van de Goorloop Deelgebied 5 DG 5 Leek en de Biezen Deelgebied 6 DG 6 Hoge Akkers Deelgebied 7 DG 7 Molenheide

13

waterelementen Laarbeek

14

waterelementen Laarbeek

3.1 Deelgebied 1: Lieshoutse heide 3.1.1 Algemeen De Lieshoutse heide is gelegen in het noordwesten van de gemeente Laarbeek. Een gebied met zeer weinig bebouwing en een groot contrast in landgebruik. Dit geeft een weids beeld, bestaande uit bossen en egale landbouwgronden. In de bossen zijn rabatten aangelegd om zo de bosbouw te stimuleren. Ondanks deze ingreep is het natuurlijk reliëf nog zichtbaar in het maaiveld. De Bosgroep heeft voor de gemeente Laarbeek richtlijnen opgesteld waarin de landschappelijke waarde voor de Lieshouts heide zijn omschreven. Het landschap bestaat enerzijds uit grootschalig landbouwgebied en anderzijds uit bos. Het scherpe contrast tussen deze twee landschapstypen dient behouden te blijven. Het weidegebied moet open blijven, wegbeplanting is enkel gewenst langs de occupatieassen en dient ter oriëntatie en verhoging van het contrast tussen het open en het besloten landschap. (Delforterie & Brands, 2015)

15

waterelementen Laarbeek

3.1.2

Systeembeschrijving Het gebied de Lieshoutse heide bestaat voornamelijk uit een dekzand rug, deze is later ten behoeve van de mijnbouw beplant. In het dekzandcomplex bevindt zich Bøllingveen, dit is een venige laag tot humusrijkzand dat bedekt is geraakt onder stuifzand. De venige laag varieert in dikte en diepte. De laag is te vinden tussen 1.50 en 2.50 meter onder het huidige maaiveld (Kolen, 2004).De landbouwgronden kenmerken zich door een dunne podzolbodem op zand. Ter plaatse van het deelgebied de Lieshoutse heide bevinden zich vier verschillende waterelementen als opgenomen in tabel 3. Deze wateren liggen rondom en in de bosgebieden bij Mariahout. Het Torreven of ook wel het “Torenven” genoemd is opgenomen als twee losse elementen. De elementen van het Torreven zijn opgenomen in één beheer en grenzen aan elkaar. Verder bevinden zich nog twee solitaire waterelementen in het deelgebied. Deze behoren beide tot de categorie poelen, poel 201 staat waarschijnlijk permanent zonder water. Tabel 3 Waterelementen Lieshoutse heide Nr.

Code

Type water

ID Gis

Locatie

Groep

75

Oppervlakte 2 m 231

1

47

Natuurwater

Torrenven

Solitair

2

47

3

Natuurwater

76

7470

Torrenven

Solitair

4

48

Poel

67

485

Rooijseweg

Solitair

201

Poel

52

93

Mortelven

Solitair

47 Natuurwater Het Torreven is ontstaan als een moerassige laagte in een stuifzand gebied. Het gebied heeft al geruime tijd te maken met sterke mate van verdroging als beschreven in (Verstegen , 1993). De aanleg van rabatten en ontwatering van de aanliggende landbouw in het verleden heeft mede verdroging tot gevolg gehad. Door het uitdiepen en saneren van de waterbodem is het langwerpig water dieper in het landschap komen liggen. Het gehele gebied is wat hoger gelegen en kenmerkt zich door een lage kweldruk. De gemiddelde stijghoogte van het eerste watervoerend pakket laat zien dat het water in noordelijke richting stroomt. Door de ecologisch waarde van het Torreven is waterelement door de provincie Noord-Brabant opgenomen in het Provinciaal Milieu- en Waterplan 2016-2021. Het Torreven is hierbij aangewezen als natte natuurparel en valt daardoor onder de SNL-regeling, waarvoor monitoring vereist wordt. Zoals hieronder is weergegeven in tabel 4, wordt dit ingedeeld op soort opname. Hierbij is vernoemd in welke frequentie dit moet gebeuren en voor welk natuurtype op locatie.

16

waterelementen Laarbeek

Tabel 4 Projectmonitoring Torreven Onderdeel monitoring Vegetatiekartering

Frequentie

Terreindelen

1x / 6 jaar

Heide en ven

Broedvogelkartering

1x / 6 jaar

Heide, ven en bos

Dagvlinders, sprinkhanen & libellen Structuur

1x / 6 jaar

Heide en ven

1x / 12 jaar

Heide, ven en bos

Flora

1x / 6 jaar

Heide en ven

Torreven in 2016 48 Poel De poel aan de Rooijseweg is het element “48 Poel”. De aanliggende gronden zijn in agrarisch gebruik. Het gevolg hiervan is dat de poel mogelijk veel voedingstoffen ontvangt. Het voorkomen van eendenkroos in deze poel is daar mogelijk een teken van. De combinatie van de hoge waterstand tov het maaiveld en de steile oever resulteert in een smalle oeverzone. Deze is deels dicht begroeit met houtachtige gewassen als wilg, helofyten komen er niet tot nauwelijks voor. 201 Poel Aan het Mortelven is het element “201 Poel’ gelegen, dit is in het plangebied van het beheerplan gemeentebossen Laarbeek 2016-2026. Het wordt hier echter niet aangehaald, dit is mogelijk te verklaren door het kleine oppervlakte van het element. Het rechthoekige element is dan ook niet groter dan vier vierkante meter en heeft verticale wanden ipv taluds. De geschiedenis en waarde van dit element dient te worden onderzocht. Zodoende kan dit mogelijke cultuurhistorisch relict op waarde worden geschat.

17

waterelementen Laarbeek

Poel 201 in 2016 – cultuurhistorisch relict? Gezien de vormgeving en ouderdom kan het element een latrine zijn uit de Tweede Wereldoorlog. Op dit moment ligt er een dik pakket plantenresten in het element. Waarschijnlijk zal ook na verwijdering van deze plantenresten geen permanent oppervlaktewater ontstaan. Waarom dit element is aangeduid als poel is onduidelijk.

3.1.3

Beheer Natuurwater 47 Beheerder(s) Beheerplan Code Niets-doen-beheer

Bosgroep Beheerplan Torreven 2016-2021 -

In het beheerplan wordt beschreven dat in 2000 in het kader van de regeling Effect Gerichte Maatregelen (EGM) het Torreven grotendeels hersteld is. Hierbij is het bos op de oevers verwijderd en zijn de oevers geplagd. Sindsdien wordt de opslag rondom het ven verwijderd om zo de heide te behouden. Daarnaast wordt om het jaar circa 20% van de oppervlakte heide gemaaid. Tevens wordt het terrein periodiek begraasd met schapen. Op de lange termijn moet bekeken worden of het noodzakelijk is om een deel van het ven uit te baggeren om open water te behouden en verlanding van het ven te voorkomen. Na inrichting kan

18

waterelementen Laarbeek

voorlopig worden volstaan met “niets-doen-beheer”. Het westelijk deel van het ven zal langzaam gaan verlanden. Dit deel is mogelijk geschikt als hoogveen ven. Het overige deel moet open water blijven. Aldus (Bosgroep Zuid Nederland, 2016) Poel 48 Beheerder(s) Bosgroep Beheerplan Beheerplan Landschapselementen Code 1.12 De poel wordt hier enkel kort aangehaald omtrent het beheer. “Maaien en afvoeren oevers 1 x per 2 jaar, uitbaggeren poel 1 x per 10 jaar”

Poel 201 Beheerder(s) Bosgroep Beheerplan beheerplan gemeentebossen Laarbeek 2016-2026 Code Het element wordt hier echter niet aangehaald, dit is mogelijk te verklaren door de kleine oppervlakte van het element. Het element is dan ook niet groter dan vier vierkante meter met een bijna verticale insteek.

3.1.4 Kansen en knelpunten 47 Natuurwater Voor de SNL regeling dient tevens eens in de zes jaar een bepaling van de abiotische factoren te worden uitgevoerd. Dit zou tevens ook opgenomen kunnen worden in het aankomende beheerplan van het Torreven. Zo doende hoeft hier geen extra opname voor plaats te vinden. Een van de grootste bedreigingen is de intensieve landbouw en de gevolgen hiervan op de nutriëntentoevoer. Een kans is om een zonering toe te passen tussen landbouw en natuurgebied. In deze zone mag dan niet of beperkt bemest worden.

48 Poel De ontwikkelingskansen van deze poel liggen met name bij de nutriënten toevoer en integratie in de omgeving. De poel ligt momenteel in een grasland dat intensief beheerd wordt, een extensief beheer van dit grasland met loofhoutsingels zou een toevoeging zijn voor de natuurwaarde. Verder zou het plaatselijk verflauwen de oevers ruimte maken voor een overgangszone. Door deze overgangszone gaat de poel meer op in omgeving. De opslag aan de rand van de oever dient te worden verwijderd om de bosvorming tegen te gaan en zo schaduwwerking op de oeveren watervegetatie te beperken.

19

waterelementen Laarbeek

201 Poel De geschiedenis en waarde van dit element dient te worden onderzocht. Zodoende kan dit mogelijke cultuurhistorisch relict op waarden worden geschat. Op dit moment ligt er een dik pakket plantenresten in het element. Waarschijnlijk zal ook na verwijdering van deze plantenresten geen permanent oppervlaktewater ontstaan. Gezien de geïsoleerde ligging ondervindt het element weinig schade als gevolg van betreding door mensen. Een bedreiging is de ligging in een productiebos. De kans op schade als gevolg van bosbouwkundige activiteit is groot.

20

waterelementen Laarbeek

3.2

Deelgebied 2 Lieshouts broek

3.2.1

Algemeen Het Lieshouts broek is gelegen ten westen van de gemeente Laarbeek en omsluit de dorpskernen Mariahout en Lieshout. De zuidzijde van het deelgebied wordt afgekaderd door het Wilhelminakanaal. Ten oosten grenst het deelgebied aan de gemeente Nuenen. De Bosgroep heeft voor de gemeente Laarbeek richtlijnen opgesteld waarin de landschappelijke waarde van de Lieshoutse heide zijn omschreven. Het landschap in dit deelgebied is gevarieerd. De oude lintbebouwing en de beken dienen als structuren in het gebied en maken oriëntatie mogelijk. De landbouwpercelen hebben veelal een kleinschalig karakter. De beken functioneren in het deelgebied als EVZ. Wegbeplanting, kavelbeplanting en beek begeleidende beplanting dienen ter oriëntatie in het gebied. Gebiedseigen beplanting is hierbij het uitgangspunt. In het Lieshouts broek betekent dat ook de aanwezigheid van Populieren. (Delforterie & Brands, 2015)

21

waterelementen Laarbeek

3.2.2

Systeembeschrijving Binnen deelgebied 2 liggen 15 waterelementen. Het betreft 5 poelen, 4 waterpartijen, 2 wadi’s en 4 bergingsvijvers. Het Bergingssysteem van Lieshout verbindt 2 bergingsvijvers (215 en 216) aan de rand van Lieshout met de 3 waterpartijen (207, 79 en 206) gelegen aan de rotonde voor het hoofdkantoor van Bavaria. 4 van de 5 poelen liggen in het natuurgebied Het Moorselen en vallen onder eenzelfde beheerplan. De wadi’s langs de weg de Ahorn in Mariahout zijn één gekoppeld element die met een duiker verbonden zijn. De waterpartij 208 is een oude gracht rondom de kerk gelegen aan de Ribbiusstraat in het centrum van Lieshout. Tot slot liggen in Mariahout aan de Wilheminastraat 2 bergingsvijvers.

Nr.

Code

Type water Bergingsvijver

ID Gis 31

Oppervlakte m2 1064

1

215

2

216

Bergingsvijver

29

1011

Provinciale weg

3

207

Waterpartij

93

2139

N615

4

79

Waterpartij

92

1369

Beekseweg

5

206

Waterpartij

91

1352

De stater

6

53

Poel

54

121

Broeksteeg

7

55

Poel

55

199

Broeksteeg

8

56

Poel

53

398

Broeksteeg

9

57

Poel

56

146

Broeksteeg

10

106

Wadi

81

168

Ahorn

11

106

Wadi

82

531

Ahorn

12

211

Bergingsvijver

23

348

Wilheminastraat

13

212

Bergingsvijver

7

943

Wilheminastraat

14

60

Poel

58

527

15

208

Waterpartij

90

1468

22

waterelementen Laarbeek

Locatie

Groep

Crommenacker

knapersven

Berging Lieshout Berging Lieshout Berging Lieshout Berging Lieshout Berging Lieshout S. Het Moorselen S. Het Moorselen S. Het Moorselen S. Het Moorselen D’n Hoge Suute D’n Hoge Suute D’n Hoge Suute D’n Hoge Suute Solitair

Ribbiusstraat

Solitair

Bergingssysteem Lieshout

Het waterbergingssysteem van Lieshout is gelegen aan de Noordoostzijde van de bebouwde kom tot aan de rotonde. Het telt vijf wateren en enkele watergangen van de gemeente als aangegeven in bovenstaande diagram. Tevens monden enkele private wateren uit op het op het systeem. Het watersysteem loopt grotendeels langs de Provinciale Weg. De bodemtypes ter plaatse van de waterelementen worden beschreven als Hoge zwarte enkeerdgronden. Met een leemarm en zwak lemig fijn zand karakter. Echter valt op dat dit bodemtype niet op alle locaties even goed terug te vinden is. Op verschillende plaatsen haalt de A-horizont met de zwarte enkeerdgrond niet de vijftig centimeter. Onder deze donkere laag ligt een fijn zandige bodem met duidelijke plaatselijke leem afzetting. Aan de waterelementen wordt de grondwater trap VI toegekend, dit geeft een GHG van 40 tot 80 centimeter en een GLG Lager dan 120 centimeter onder het maaiveld. Een groot deel van de wateraanvoer naar waterpartijen is afkomstig vanuit het gebied in en rondom het bedrijventerrein van Bavaria. Dit water bestaat doorgaans uit proceswater en kent een piekafvoer van hemelwater afkomstig van de daken van het Bavariacomplex. De bergingsvijvers hebben tevens nog een toevoer van omliggende wijken. Het beheer voor deze wateren wordt uitgevoerd door de gemeenten, dit beheer is opgenomen in het bestek Bermen en sloten voor 2017.

Bij de bergingsvijver 216 is een zandstuw neergelegd voor de duiker. Na de duiker is de sloot in het najaar van 2017 verdiept. Dit heeft als gevolg gehad dat het talud op verschillende plaatsen verzakt. Tevens is dit waterelement in 2017 opgenomen in legger van waterschap Aa en maas.

23

waterelementen Laarbeek

De bergingsvijver 215 heeft weinig doorstroom, dit is zichtbaar aan het waterpeil wat zakt tot onder het stuwniveau. De waterbodem is bedekt met een dikke laag slib als gevolg van bladval van de vele bomen rondom. Aan de oever van de vijver staan walnoten met maaischade te dicht op elkaar, hier dient op kwaliteit en standplaats geselecteerd te worden. Het Moorselen Dit gebied heet ook wel het Moorselaar waarbij het laar verwijst naar een "bosachtig moerassig terrein". Dit natuurgebied is gelegen tussen Lieshout en Mariahout en is ongeveer tien hectaren groot. Het kenmerkt zich door het natte karakter, dit is onder meer te danken aan de relatief lage ligging van het gebied. Het natuurgebied wordt uitgebreid beschreven door de Bosgroep in het Beheerplan het Moorselen 2016-2021. Dit is een voortzetting van het eerder beheerplan daterend uit 2009. “Aan de zuidkant van Het Moorselen stroomt de Donkervoortsche loop, een beek van Waterschap Aa en Maas. Nabij Het Moorselen ligt de Donkervoortsche loop ongeveer 1,5 meter diep tov het maaiveld en wordt vlak vóór Het Moorselen bijna 1 meter opgestuwd. Ook aan de noord- en oostzijde wordt Het Moorselen begrensd door een sloot. Deze sloot heeft een drainerende werking op het gebied. De sloot mondt uit in de Donkervoortsche loop. Van noord naar zuid zijn in Het Moorselen twee sloten aanwezig. Haaks hierop liggen eveneens enkele slootjes.

Het Moorselen is gelegen in een komvormige laagte, waardoor er lokaal kwelwater vanuit de omliggende hogere gronden in het gebied aan de oppervlakte komt. Door de kalkrijke afzettingen in de ondergrond is de kwel in vele gevallen kalkrijk. Lokaal water dat alleen in de bovenste bodemlagen heeft gestroomd, is basenarm. (KortLangevel, 2016). Poelen In dit rapport worden de poelen samen kort aangehaald, echter ligt de nadruk voornamelijk op het te ontwikkelen van de graslanden. Zo worden er mogelijke ontwikkelkansen aangegeven als dotterbloemgraslanden, kleine zeggenmoerassen en zelfs blauwgrasland (Kort-Langevel, 2016). Echter wordt wel door de Bosgroep aangegeven dat, deze poelen zeer belangrijk zijn voor de flora en fauna in het gebied. De kwel die het gebied voedt draagt een belangrijke rol in deze potentie. Volgens de aangeleverde gegevens bevat dit gebied een 4-tal poelen, tijdens ons veldonderzoek blijkt poel nr. 56 niet aanwezig op locatie. In het beheerplan het Moorselen 2016-2021 worden 5 poelen genoemd. Waar dit verschil is ontstaan is niet duidelijk.

24

waterelementen Laarbeek

D’n Hoge Suute Het watersysteem D’n Hoge Suute is gelegen aan de oostzijde van de kern van Mariahout. De wijk heeft een 3-tal waterelementen: wadi 106 midden van de wijk en 2 bergingsvijvers 211 & 212 aan de zuidkant. Het oorspronkelijk plan betrof meerder elementen die samen het regenwater zouden op vangen. Uiteindelijk is de keuze gevallen op een gekoppeld wadi en 2 bergingsvijvers die samen het hemelwater opvangen.

Bergingsvijver 212 in 2016 (nieuwbouw in aanleg) De wadi 106 een gesplitst element wat onderling verbonden is met een duiker. De wadi is een langwerpige ondiepe laagte begroeid met gras. De bergingsvijvers 211 & 212 zijn rechthoekige wateren zijn omheind met een haag van veldesdoorn. Het talud is begroeid met els en wilg en aan bewoonde zijde staat een stalen damwand. Het midden van de twee wateren is volledig dicht gegroeid met Lisdodde. De infiltratiecapaciteit van de bodem is als nihil verondersteld, als gevolg van de hoge GHG van 0,65 meter onder het maaiveld (14,05 m+NAP). Aan het maaiveld bestaat de bodem uit een matig fijn zand pakket met daaronder een klei-leemlaag die overgaat naar een zand-grindpakket. De bodem doorlaatbaarheid is bepaald ter plaatsen van D’n Hoge Suute is vast gesteld op 6,5 m/dag (Eng, 2006) De hemelwater toevoer is afkomstig van de wijk D’n Hoge Suute wordt aangevoerd via het gescheiden rioolstelsel. Het water aan de noordzijde loopt via de bermsloot van de tuindersweg richting het wadi. De wadi zorgt hier voor een tijdelijke buffer waarna het water in de bergingsvijver opgevangen kan worden voor een geleidelijke afvoer. De afvoer van de wijk vindt aan de zuidzijde aansluiting op de legger van waterschap Aa en Maas. (Hofhuis, 2010)

25

waterelementen Laarbeek

Poel 60 Knapersven De poel gelegen aan het Knapersven is gelegen tussen Mariahout en Lieshout schuin onder Het Moorselen. Het waterelement is op geen enkele directe manier gekoppeld aan een water en heeft een oppervlakte van 527 vierkant meter. De poel wordt beschut door een houtopstand aan de noord en westzijde. Het bodemtype ter plaatse van de poel is een Beekeerdgrond met een lemig fijn zand karakter. Horizont-A is een humusrijke dunne en eutrofe laag op dekzand. De voedselrijkdom wordt versterkt door de intensieve landbouw die om de poel plaatsvindt. Een uitspoeling van nutriënten in de poel is dan ook zeer waarschijnlijk. Met het beheer moet hier rekening mee gehouden worden. Met grondwatertrap III heeft de poel een GHG van minder dan 40cm onder het maaiveld. De GLG ligt tussen de 80 en de 120cm onder het maaiveld. De poel heeft de primaire functie als natuurpoel met medegebruik als viswater. De invloed van de visfunctie dient te worden meegenomen in de natuurfunctie. De opslag rondom de poel dient eerder te worden teruggezet om de schaduwwerking te beperken en oever- en watervegetatie meer licht en ruimte te geven.

Waterpartij 208 Ribbiusstraat De oude kasteelgracht uit 1200 ligt in de kern van Lieshout, deze gracht lag voorheen om huize Ribbius. In 1961 heeft het plaats gemaakt voor de kerk, hierbij is de gracht behouden is gebleven. De oude gracht heeft een oppervlakte van 1470 vierkante meter.

Waterpartij 208 in 2016 Het waterelement is gelegen nabij een hoge zwarte enkeerdgrond met een leemarm tot zwak lemig fijn zand karakter. In het bodemonderzoek dat uitgevoerd is in 2002, is de bodem ingedeeld in ‘klasse 0’ met een lichte verhoogde minerale oliën en EOX.

26

waterelementen Laarbeek

De gracht is plaatselijk zeer ondiep en bevat een dikke sliblaag van organisch materiaal. In de gracht ontstaat een opeenhoping van blad door de vele grote bomen rondom. Rondom is de (kunststof) beschoeiing deels verzakt waarbij de kant al deels ondermijnd is. Op en rondom de gracht zijn veel eenden aanwezig welke ook gevoerd worden met brood door omwonenden.

3.2.3

Beheer Bergingssysteem Lieshout Bergingsvijver 215 Beheerder(s) Gemeente Beheerplan Bestektekening sloten 2017 J Code

De zuidzijde, Functionele sloot, 1x/jaar maaien, maaisel ruimen De noordzijde, Wordt de bergingsvijver niet gemaaid en is grotendeel ontoegankelijk. Bergingsvijver 216 Beheerder(s) Gemeente & Waterschap Beheerplan Bestektekening sloten 2017 J&L Code De bergingsvijver 216 langs de Provinciale Weg kent drie verschillende beheertypes. Van de Ribbiusstraat tot de duiker is het een, Functionele sloot, intensief, 2x/jaar maaien, maaisel ruimen Het midden aan de zuidzijde tegenover de duiker blijft de opstand deels behouden. De watergang richting bergingsvijver 215 wordt een maal per jaar gemaaid en afgevoerd. Het waterschap heeft dit deel opgenomen in de legger van 2017

waterpartij 207 Gemeente Bestektekening sloten 2017

Beheerder(s) Beheerplan J&L Code Functionele sloot, 1x/jaar maaien, maaisel ruimen

De zuidwestzijde van waterpartij 207 Functionele sloot, intensief, 2x/jaar maaien, maaisel ruimen

27

waterelementen Laarbeek

waterpartijen 79 & 206 Gemeente Bestektekening sloten 2017

Beheerder(s) Beheerplan L Code Functionele sloot, intensief, 2x/jaar maaien, maaisel ruimen

Het brugdek over de waterpartij 206 voor de rotonde is deels rot. Dit is met name rond de bout-verbindingen van de planken. Het Moorselen Poelen Beheerder(s) Bosgroep Beheerplan Beheerplan Het Moorselen 2016-2021 Code De poelen behoeven een extensief beheer. De oevers worden jaarlijks voor de helft gemaaid. Daarnaast dient een keer per 5 jaar het slib verwijderd te worden. Dit dient gefaseerd te gebeuren Natuurdoeltype Gebufferde poel Maatregel 1 Maaien oevers; zie maaien graslanden Periode Regelmaat Jaarlijks halve oever per poel Voorwaarden -Oppervlakte Maatregel 2 Periode Regelmaat Voorwaarden Oppervlakte

Baggeren poel September-oktober 1x / 5 jaar de helft Slib afvoeren 0,1 ha

Het beheer van de poelen en de beheerplanning is verwerkt in de totaalbegroting Natuurterreinen. De Bosgroep stelt dat de poelen in principe weinig beheer behoeven. Als maatregel wordt gesteld de oevers jaarlijks, half te maaien. Voor het bagger onderhoud wordt voorgesteld eens in de vijf jaar 50% te baggeren in de periode September-oktober. De status van de poelen was het najaar van 2016 zeer dicht begroeid. Dit komt mede door het ondiepe karakter van de poelen. Dit heeft als gevolg dat de poelen intensiever beheerd moeten om tegen verlanding te beschermen. Een tussentijdse beoordeling zou hier mogelijk uitkomst bieden.

D’n Hoge Suute Beheerder(s) Beheerplan Code

28

Wadi 106 Gemeente -

waterelementen Laarbeek

Te zien aan het korte gras wordt het gras mee gemaaid, verder is het beheer buiten beschouwing.

Bergingsvijvers 211 & 212 Beheerder(s) Gemeente Beheerplan Code De bergingsvijvers hebben als eerder beschreven een dicht begroeide lisdodden in de laagte en houtachtige ruigte in het talud. Geen beheer bekend.

Solitair Poel 60 Beheerder(s) Bosgroep Beheerplan Beheerplan Landschapselementen Code 2.09 De poel en de houtsingel moet goed uitgerasterd zijn ter bescherming tegen vee. Maaien en baggeren van de poel wordt gefaseerd uitgevoerd in combinatie met de andere poelen in de gemeente. Streefbeeld: Maatregel 1 Regelmaat

Poel met houtsingel (struweel). Maaien en afvoeren oevers 1 x per 2 jaar

Maatregel 2 Regelmaat

Uitbaggeren poel 1 x per 10 jaar

In dit beheerplan wordt onder meer vermeld dat er gefaseerd onderhoud gepleegd wordt. Het onderhoud bestaat uit het maaien van de oever en baggeren van de waterbodem. Dit dient mogelijk eerder te gebeuren door de eutrofe omstandigheden die van invloed zijn op de toenamen van biomassa.

Waterpartij 208 Beheerder(s) Gemeente Beheerplan Code Te zien aan het korte gras wordt het omliggend gras mee gemaaid, verder is het beheer buiten beschouwing.

29

waterelementen Laarbeek

3.2.4

Kansen en knelpunten Bergingssysteem Lieshout Tijdens de inventarisatie kwamen er verscheidene kansen voor optimalisatie van dit watersysteem naar voren. Te beginnen bij de waterpartijen voor de rotonden bij het hoofdkantoor van Bavaria (Waterpartijen 79, 206 en 207). De verschillende wateren zijn vergelijkbaar aangelegd en zijn voorzien van een smalle rietoever. Als eerder beschreven wordt de rietkraag bijna overal tweemaal jaarlijks teruggezet. Door het verflauwen van de oevers wordt het oppervlakte van de oeverbegroeiing vergroot. Hierdoor ontstaat een dynamischer beeld met kansen voor natuur en verbetering van de waterkwaliteit. Bergingsvijver 216 aan de rand van de kern van Lieshout heeft de potenties voor herinrichting, waarbij het stromende water meer meanderend vorm gegeven kan worden. Dit zou de natuurwaarde en de beleving van het openbaar groen ten goede komen. De Bergingsvijver 215 heeft steile oevers verflauwen heeft een mogelijke positieve invloed op de waterkwaliteit. Samengevat heeft het systeem enkele realistische kansen / potenties:  Stroming in water deels als basis voor omvormen van bergingsvijver 216 tot meer natuurlijke ‘beek’ met meanders en flauwe oevers;  oevers van gehele bergingssysteem verflauwen en omvormen tot natuuroevers;  eventuele herinrichting integraal benaderen samen met meekoppelkansen vanuit o.a.

recreatie, verkeersveiligheid en beleving Het Moorselen De poelen liggen in een vegetatief interessant gebied door de invloed van kalkrijke kwel en keileem in bodem. De kansen voor dit gebied zit in het verbeteren van de vegetatiekartering. De resultaten hieruit kunnen leidend zijn in de beheerkeuzes. De poel 56 is niet gevonden tijdens het veldbezoek. Tijdens het vervolg richting beheerplan is het aan te raden om de ontbrekende poelen en locaties goed te verwerken in het beheerplan en systeem.

D’n Hoge Suute De beide bergingsvijvers 211 en 212 zijn rijk begroeid met lisdodde en riet. Dit heeft een positief effect op de waterkwaliteit en flora. De bergingsvijvers worden ook veelal gebruikt door de plaatselijke jeugd, welke hutten en bruggen bouwen tussen de begroeiingen. Het materiaal hiervoor bestaat uit allerlei bouwmaterialen. Het risico hiervan is de beperking voor beheerwerkzaamheden en verstopping van het rioolsysteem na piekbuien en overstort. De wadi 106 is functioneel ingericht en kan ‘mooier’ worden ingericht als onderdeel van de groenstructuur van de nieuwbouwwijk door bijvoorbeeld de palen met draad te vervangen door een haag rondom.

30

waterelementen Laarbeek

Poel 60 Om de natuurwaarde en waterkwaliteit van de poel te verbeteren moet de opslag rondom worden omgezet naar ruigte en extensief beheerd grasland. Door de ‘droge’ natuurzone rondom te verbreden ontstaat een betere bufferzone tussen poel en agrarisch grasland.

Poel 60 in 2016 – rondom opslag op smal talud en agrarisch grasland Waterpartij 208 Om de waterkwaliteit te verbeteren raden wij aan om het voeren van eenden te stoppen door inlichten van de omwonenden, het omvormen van de beschoeide oevers tot natuuroevers (deels) en het regelmatig baggeren. De bomen zijn van respectabele leeftijd en omvang en vormen een belangrijk deel van de groenstructuur en leefbaarheid. Een andere optie is om helofyten-eilanden aan te brengen (referentie Donjongracht te Geldrop). Dit cultuurhistorische waterelement vormt een belangrijke structuur binnen het centrum van Lieshout. Maatregelen dienen dan ook zorgvuldig te worden gepland en uitgevoerd.

31

waterelementen Laarbeek

3.3

Deelgebied 3 Lieshoutse beemden

3.3.1

Algemeen Het deelgebied 3 Lieshoutse beemden ligt tussen de drie dorpskernen van de gemeente Laarbeek. De beemden verwijst naar, de van oudsher veel voorkomende graspercelen in het beekdal welke in dit gebied voorkwamen. Het gebied kent één geringe lintbebouwing in een hoofdzakelijk agrarische omgeving. Evenals in het Lieshoutse broek wordt de identiteit van het landschap met name in de variatie van het landschapsbeeld gevonden. De landbouwpercelen zijn echter grootschaliger in de Lieshoutse Beemden. Beplanting moet in het deelgebied voor oriëntatie zorgen en het gebiedseigen karakter versterken. Populieren spelen hierin een belangrijke rol. (Delforterie & Brands, 2015)

3.3.2

Systeembeschrijving In de Lieshoutse beemden liggen een drietal waterelementen die binnen het beheer vallen van de gemeente. Deze drie locaties liggen dicht bij elkaar en monden alle uit in de Donkervoortsche Loop.

32

waterelementen Laarbeek

Nr.

Code

Type water

ID Gis

Locatie

Groep

73

Oppervlakte m2 324

1

200

Natuurwater

Elsduijn

Patrijzenveld

2

201

Natuurwater

74

105

Elsduijn

Patrijzenveld

3

62

Natuurwater

77

1192

Elsduijn

Solitair

Het Patrijzenveld Elsduijn heeft twee waterelementen Natuurwater 200 & 201. Het gebied waarin deze liggen bestaat uit twee graslanden met daartussen een graanstrook en zeer jong bos. Het noordelijke grasland grenst met een ruige natuurvriendelijke oever aan de Donkervoortsche Loop. De elementen zijn gelegen op een moerige eerdgronden met een moerige bovengrond op zand en leem. Deze dunne organische laag op de vette leemlaag is ook zeer duidelijk waar te nemen in het veld. Tot voor kort werden de graslanden nog gebruikt voor agrarisch doeleinden. Dit heeft geresulteerd in het eutroof karakter van dit gebied. (KortLangeveld, 2016) Op oude kaarten is te zien dat deze waterelementen oude perceelgrenzen waren tussen de beemden. De bodem ter plaatse van het natuurwater 62 was vergelijkbaar met de twee andere waterelementen. Echter is tussen 1930 en 1985 zand gewonnen uit de huidige “visvijver Herendijk”. Het zand dat hierbij vrij kwam is gebruikt bij de aanleg van onder anderen de omliggende sportvelden. (SRE Milieudienst, 2012) Ter plaatse van natuurwater 62 is een sportvissers vereniging gevestigd. De vereniging ter plaatse beheert samen met de Bosgroep het water. Incidenteel worden er vissen uitgezet ter bevordering van het recreatief vissen. De vereniging jaagt actief op Amerikaanse rivierkreeft doormiddel van fuiken.

Deze rivierkreeft tast de waterkant aan en ondermijnt zo de visstekken. De visvijver heeft daarbij ook blauwalg problemen, de oorzaak ligt waarschijnlijk bij veel bladval van de omliggende bosjes, het gebruik van lokvoer bij het vissen in combinatie met de minimale waterverversing.

Amerikaanse rivierkreeft – een schadelijke exoot

33

waterelementen Laarbeek

3.3.3

Beheer Natuurwater 200 & 201 Beheerder(s) Bosgroep & Gemeente Beheerplan Beheerrichtlijnen nieuwe natuurterreinen Laarbeek Code Bosgroep: Patrijzenveld Elsduin Gemeente: O De natuurvriendelijke oevers en de sloten in het grasland worden 1 keer per jaar met het grasland meegemaaid. Hierbij dient gefaseerd gewerkt te worden door per keer de helft te maaien. De natuurvriendelijke oevers van de Donkervoortsche loop worden in overleg met het Waterschap beheerd door deze 1 keer per jaar met het grasland mee te maaien om dichtgroeien te voorkomen. Hierbij dienen enkele vierkante meters te worden gespaard. Het meemaaien van de oevers gebeurt in september. Uitvoering van de gemeente: Jaarlijkse één keer maaien en maaisel ruimen Natuurdoeltype Sloten en natuurvriendelijke oevers Maatregel 1 Oevers maaien en afvoeren Periode September Regelmaat 1 x jaar de helft Voorwaarden Maaisel afvoeren

Natuurwater 62 Beheerder(s) Bosgroep Beheerplan Beheerplan natuurterreinen 2016 Code Visvijver Herendijk Het beheer van Visvijver Herendijk wordt gericht op de ontwikkeling van de natuurdoeltypen riet, bos en knotbomen. Aangezien er vrijwel geen sprake is van “natuurlijk” grasland, is dit buiten beschouwing gelaten. Riet één keer per jaar wordt de helft van de lage oeverzone (het riet) met de graslanden (recreatiegras) mee gemaaid. Natuurdoeltype Maatregel 1 Periode Regelmaat Voorwaarden Oppervlakte

Riet Maaien en afvoeren September 1 keer per jaar de helft Maaisel afvoeren 0.06 ha.

34

waterelementen Laarbeek

3.3.4

Kansen en knelpunten Natuurwater 200 & 201 Vooral de bodemopbouw is opvallend en biedt kansen voor de ontwikkeling van een mooie oever- en watervegetatie. De kalkrijke leemlaag vormt de basis voor een bijzonder flora. De aanleg van deze waterelementen is zorgvuldige gebeurd, waarbij de bodemopbouw is doorsneden en niet verstoord als gevolg van gronduitwisseling (menging leemlaag met moerige bovengrond).

Natuurwater 200 in 2016 – leemlaag onder moerige bovengrond De waterelementen zijn cultuurhistorisch waardevol door de leeftijd en als restant van de oorspronkelijke structuur van het gebied als beekdal met beemden.

Natuurwater 62 De aanwezigheid van het vele groen rondom en het lokvoer dragen bij aan het ontstaan van blauwalg. Een kans is om te onderzoeken of de waterverversing verbeterd kan worden. Ook is het aan te bevelen om de oevers grotendeels om te vormen tot natuuroevers met helofyten en watervegetatie. Het dichte groen rondom zorgt voor privacy en een windluw viswater. Het is aan te raden om de hoeveelheid groen te verminderen irt de bladval.

Natuurwater 62 – viswater met waterkwaliteitsprobleem

35

waterelementen Laarbeek

Bij eventuele herinrichting dient de visvereniging te worden betrokken om zo integraal af te stemmen over de inrichting, functionaliteit, beheer en voederbeperkingen. De bestrijding van de Amerikaanse rivierkreeft moet worden geëvalueerd en worden ondersteund door gemeente en waterschap. Dit om verdere schade aan flora en fauna en de beschoeiingen te beperken en voorkomen.

36

waterelementen Laarbeek

3.4

Deelgebied 4 Beekdal van de Goorloop

3.4.1

Algemeen Deelgebied vier het ‘Beekdal van de Goorloop’ is centraal gelegen in het gemeente Laarbeek. In het gebied ligt de dorpskern van Beek en Donk, dit is het grootste dorp binnen de gemeente Laarbeek. Tussen de oude dorpskernen van de dorpen “Beek” en “Donk” ligt de Groene long, verder ligt in deelgebied 4 ook het grootste aantal gemeentelijke wateren. Dit is mede door dat na de eeuwwisseling veel in het werk is gesteld om voldoende water te kunnen herbergen vanuit bebouwd gebied. Het beekdal van de Goorloop is sterk verweven met de kern van Beek en Donk. Gezien de status van de Goorloop als Ecologische Verbindingszone (EVZ) is de groenblauwe dooradering van het gebied en versterking van het beekdalkarakter van belang. Recreatief medegebruik dient hierbij zoveel mogelijk gestimuleerd te worden. (Delforterie & Brands, 2015)

37

waterelementen Laarbeek

3.4.2

Systeembeschrijving Het Beekdal van de Goorloop kent een totaal van 46 waterelementen. Waterpartij 206 is meegenomen in de systeembeschrijving van deelgebied 2. Verder kent het Beekdal van de Goorloop zes systeem groepen en enkele solitaire waterelementen. Het watersysteem de Groene Long is het grootste systeem binnen deelgebied 4. In totaal telt dit systeem veertien verschillende waterelementen. De gemeente vijvers doorkruisen de oorspronkelijke kern van Beek en Donk. Deze water elementen maken deel uit van de gemeentelijke groenstructuur.

Waterpartij 202 in 2016 De Voorbeemd ligt aan de bovenzijde van Beek en Donk en fungeert als waterberging met natuurwaarde. Dit systeem bestaat uit acht aaneengekoppelde elementen. Tussen deze elementen liggen nog acht solitaire wateren verspreid. De Hoge Regt & Beek zijn waterelementen die direct uitmonden op de Goorloop. Tussen deze wateren in liggen 2 poelen. Het Poelensysteem is een verzameling van twee poelen en een natuurwater die overloopt naar de Goorloop. De twee bergingsvijvers van D’n Ekker vangen het water van de sport- en scholencomplex op, dat via sloten wordt afgevoerd richting de Goorloop.

38

waterelementen Laarbeek

Verder zijn er nog enkele solitaire waterelementen verspreid door het deelgebied. Nr.

Code

Type water

Oppervlakte 2 m 5967 2624 498 1508 137 434 6011 1060 1047 9077 436 628 102 2726 3611 672 119 1883 639 1542 187 34 201 64 137 198 204 109 6997 2718

Locatie

Groep

Waterpartij Waterpartij Wadi Wadi Wadi Wadi Waterpartij Waterpartij Waterpartij Waterpartij Poel Bergingsvijver Bergingsvijver Bergingsvijver Bergingsvijver Bergingsvijver Bergingsvijver Bergingsvijver Bergingsvijver Bergingsvijver Bergingsvijver Bergingsvijver Bergingsvijver Poel Poel Poel Poel poel Bergingsvijver Bergingsvijver

ID Gis 94 96 84 85 38 78 89 88 87 95 39 1 4 10 9 17 16 20 18 19 8 22 21 50 79 45 45 46 5 13

1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16 17 18 19 20 21 22 23 24 25 26 27 28 29 30

74 75 102 102 103 200 200 201 202 203 209 210 83a 83a 83b 202 203 204 205 206 207 208 209 72 204 206 206 207 213 214

Otterweg Koppelstraat Ijsweg Ijsweg Vincent van Goghlaan Lieshoutseweg Lage Heesweg Ijsweg Waterhoenlaan Ijsbaanlaan Beverstraat Vincent van Goghlaan Lieshoutseweg Lieshoutseweg de Ruyterweg Rietkampen Rietkampen Rietkampen Rietkampen Rietkampen Warandeweg Warandeweg Warandeweg Rietkampen Rietkampen Rietkampen Warandeweg Warandeweg Groes Ouverturelaan

Groene Long Groene Long Groene Long Groene Long Groene Long Groene Long Groene Long Groene Long Groene Long Groene Long Groene Long Groene Long Groene Long Groene Long Groene Long Voorbeemd Voorbeemd Voorbeemd Voorbeemd Voorbeemd Voorbeemd Voorbeemd Voorbeemd S. Voorbeemd S. Voorbeemd S. Voorbeemd S. Voorbeemd S. Voorbeemd De Hoge Regt & Beek De Hoge Regt & Beek

31 32

B163g 210

Bergingsvijver Poel

12 40

2515 134

Ouverturelaan De piano

33

211

Poel

65

74

Ouverturelaan

34 35 36 37 38 39

212 213 217 218 219 78

Poel Poel Natuurwater Bergingsvijver Bergingsvijver Poel

42 41 14 11 30 62

154 299 4302 2607 314 335

Lieshoutseweg Lieshoutseweg Lieshoutseweg Muzenlaan Dokter Timmerslaan Beekseweg

De Hoge Regt & Beek S. De Hoge Regt & Beek S. De Hoge Regt & Beek Poelensysteem Poelensysteem Poelensysteem D'n Ekker D'n Ekker Solitair

40 41 42 43 44 45 46

101 104 202 208 79a 79b 206

Wadi Wadi Poel Poel Bergingsvijver Poel Waterpartij

80 86 37 35 33 48 91

156 604 226 236 1877 210 1352

de Meidoorn Vrijenborg Pater de Leeuwstraat Herendijk Beekseweg de Stater De stater

Solitair Solitair Solitair Solitair Solitair Solitair Deelgebied 2

39

waterelementen Laarbeek

De Groene Long

Het watersysteem de Groene Long is groter dan de daadwerkelijke beleidsmatige Groene Long. Dit is te wijten aan de aanleg van nieuwe waterelementen welke door de jaren heen gekoppeld zijn aan de Groene Long. Door de invloed die de wateren hebben op het gehele watersysteem, worden deze als een watersysteem opgenomen. Zo heeft het vrij recent aangelegde bergingssysteem “De Beekse Akkers” een grote invloed op de waterkwaliteit. Het watersysteem de groene long is van vroeger uit een natte laagte tussen Beek en Donk die gebruikt werd om te boeren. Al voor 1880 lag in het midden van deze laagte een Trekgraaf om water af te voeren richting de Goorloop. De muziektuin is met de hand gegraven en in 1928 geopend (Philipsen, 2017). Een aantal jaar later werd in1935 het natuurwater ‘De Koppelen’ geopend. In de winter was het mogelijk om te schaatsen en in de zomer kon er worden gezwommen. ’ in de jaren ’70 is hier rivierzand zand aangebracht voor de aanleg van zwembassins. (Philipsen, , 2015). ‘De visvijver was de voormalige voorverwarmer voor het zwembad. Het water werd ingelaten vanuit het kanaal en via ondiepe slootjes richting de oude openluchtzwembad geleid. Hierna is de vijver heringericht en deed dienst als roeivijver. De gemetselde kade aan de noordzijde is een overblijfsel van deze functie’ (Bonth & Hurk, 2017).

In de jaren 60 is voor de groene long het eerste ontwerp gemaakt (Waterschap Aa en maas). Tussen 1971 en 1975 heeft de Trekgraaf tussen Beek en Donk plaatsgemaakt voor de aanleg van de gemeente vijvers, deze wateren hebben daarna de benaming de “Groene long” gekregen. In 2011 zijn de bergingsvijvers “De Beekse Akkers” aangesloten op de watergang via de waterpartij 202 naar de Trekgraaf. Later is in 2014 de poel 209 met

40

waterelementen Laarbeek

bergingsfunctie gerealiseerd om de doorstroming naar de achterliggende waterpartijen 74, 201 en 200 te vergroten. Watertoevoer De groene long kent verschillenden bronnen van water, aangevoerd als te zien is in de bovenstaande figuur. Afhankelijk van de weersomstandigheden is de voornaamste invoer via de Zuid-Willemsvaart en de continue kwelstroom afkomstig van De Beekse Akkers. Bij hevige regenval verschuift de hoofdaanvoer van kanaalwater naar hemelwater.

De instroom vanuit de Zuid-Willemsvaart is gelegen aan de visvijver. Het water stroomt, afhankelijk van de waterstand, richting de Muziekvijver of Gemeentevijver. Doorgaans wordt water van de Gemeente vijver aangevoerd vanuit de visvijver dit gebeurt via de overkluisde Trekgraaf. Vanuit de Muziekvijver loopt het water richting Raagten. Bij een waterpeilpeil boven 12.75 +NAP loopt het tevens middels een boerenstuw naar de lager gelegen Gemeentevijver. Vanuit de Raagten loopt het onder de IJsweg naar de vijver bij de Lage Heesweg. Vanuit de laatste vijver loopt het water via een stuw in de Trekgraaf, dit is enkel alleen mogelijk bij zeer hoog debiet. Tabel 5 waterpeilen vijvers Naam Waterpeil (m+NAP) Beekse Akkers 13,60 Visvijver 13,40 Muziekvijver 13,16 Gemeentevijver 12,30* 12,63 Raagten 12,63 IJsweg 12,63 Lage Heesweg

Type

Nummer

Bergingsvijvers Waterpartij

83a & 83b 203 75 202 74 201 200

Waterpartij Waterpartij Waterpartij Waterpartij Waterpartij

* stuw kan stuwen tot ca 12, 50 m+NAP (DHV B.V., 2007)

41

waterelementen Laarbeek

Bodem en waterbodem De bodems nabij de Visvijver, Muziekvijver, Gemeentevijver en de vijver bij de Lage Heesweg zijn in 2007 doormiddel van boorprofielen in kaart gebracht. Kenmerkend voor deze profielen is de zandige bovenlaag op klei. Verder is de klei en zanddikte afwisselend en zeer wisselend op de verschillende locaties. Kenmerkend is de slecht doorlatende laag van zeven tot vijftien meter dik nabij 13 m +NAP, het maaiveld bevind zich op 14 m +NAP tot 15 m +NAP. De Gemeentevijver kent een dunne veen laag van 30cm onder de 12,30 m +NAP. (DHV B.V., 2007). De bodem ter plaatse van De Beekse Akkers wordt gekenmerkt door een zandige boven laag op leem, als te zien is in het verkennend bodemonderzoek (Reurich, 2017). Vanaf het maaiveld is: • 0,0 -0,5 m-mv: Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus • 0,5 -1,5 m-mv: Zand, matig fijn, zwak siltig; • 1,5-2,5 m-mv: Leem, zwak zandig. Verder blijkt uit het onderzoek dat het grondwater plaatselijk een sterk verhoogd gehalte aan zink vertoond. Waarbij tevens licht verhoogde concentraties aan barium, cadmium en nikkel zijn vastgesteld. Dit zijn waarschijnlijk verhoogde achtergrondwaarden ten gevolge van diffuse bodemverontreiniging. Op basis van de inventarisatie van BWZ Ingenieurs kwam naar voren dat verschillende gemeente vijvers een dikke slib laag bevatten.

Deze sliblaag is doormiddel van een peilstok in kaart gebracht om een inschatting te kunnen maken van de situatie. Uit deze gegevens bleek dat de slibdikte sterk varieerde tussen de 10 tot 60 cm dikte in de Groene long. De recenter aangelegde wateren. Bij de Beekse Akkers met bergingsvijver 83a & 83b en bergingsvijver 210 is dit vele male minder. Tevens kan verwacht worden dat de sliblaag in de diepere delen dikker is. Het verontreinigingsrisico van deze sliblaag wordt aangehaald voor waterelementen waar van de gegeven bekend zijn. Deze gegevens zijn opgenomen in de bijlage. De gegevens zijn opgemaakt aan de hand van (Boute, 2002), Dit is een baggerplan op indicatief niveau in de planperiode 2003-2012. De sliblaag die in 2002 is bemonsterd is op de meeste plaatsen nog intact, dit gezien de meeste elementen in de jaren hier tussen niet zijn gebaggerd. Waterkwaliteit De enkele wateren binnen het watersysteem van de Groene Long zijn in 2006 al geclassificeerd als hypertroof (Lurling, Oosterhout, & Beekman, 2010). Dit wil zeggen dat er spraken is van een overmatige voedselrijkdom. Afgelopen jaren heeft dit geleid tot meerder meldingen van blauwalgbloei. Uit het zelfde verkennend onderzoek van blauwalg in stadwateren, blijken stedelijke wateren relatief vatbaarder te zijn hiervoor.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Laarbeek&id=173086e1-acfa-410b-9ff4-a0210938026f