CConstaterende datLaarbeek
Koppel je AI →
Document · PDF

11 20210520 Raadsvoorstel zienswijze op conceptbegroting 2022 ODZOB.docx

Raadsvergadering 20 mei 2021, gemeente LaarbeekBij agendapunt: H. Voorstel tot vaststelling van de conceptbegroting 2022 Omgevingsdienst Zuidoost Brabant2.353 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Zaaknummer:

9499-2021

Documentnummer:

9499-2021:046682

Raadsvergadering d.d. 20 mei 2021.

Aan de raad, Onderwerp Conceptbegroting GR Omgevingsdienst Zuid Oost Brabant. Portefeuillehouder A.J.L. Meulensteen Beslispunten 1.

Kennisnemen van de conceptbegroting.

2.

Vaststellen zienswijze en deze doorgeleiden naar het Dagelijks Bestuur van GR Omgevingsdienst Zuid Oost Brabant (ODZOB).

Samenvatting Jaarlijks legt GR de ODZOB haar conceptbegroting voor aan de deelnemende raden. Uit deze conceptbegroting kan worden opgemaakt wat de financiële consequenties zijn door deelname van Laarbeek aan deze GR voor het jaar 2022 Uw raad krijgt vervolgens de mogelijkheid om naar aanleiding van deze conceptbegroting een zienswijze in te dienen. Nadat alle deelnemende raden aan het Dagelijks Bestuur haar zienswijzen hebben kenbaar gemaakt wordt de conceptbegroting door het Algemeen bestuur vastgesteld in een definitieve begroting. Aanleiding De Wet Gemeenschappelijke regelingen bepaalt in artikel 35 dat de ontwerpbegroting acht weken voordat deze aan het algemeen bestuur wordt aangeboden toegezonden wordt aan de raden van de deelnemende gemeenten. De raad kan dan zijn zienswijze over de ontwerpbegroting geven. Beoogd effect en/of resultaat Inzicht in de financiële consequenties voor Laarbeek als gevolg van de deelname aan de gemeenschappelijke regeling ODZOB en komen tot een definitieve begroting. De begroting 2022 en meerjarenraming 2023– 2025 geven inzicht in de financiële verwachtingen voor de komende jaren en zijn opgesteld aan de hand van de door het Algemeen Bestuur (AB) van de ODZOB vastgestelde kadernota 2021. Argumenten De kaders en uitgangspunten voor de ontwerpbegroting 2022 is in nauw overleg met de deelnemers tot stand gekomen, zowel ambtelijk als bestuurlijk.

De kadernota 2022 werd tweemaal in het Algemeen Bestuur aan de orde gesteld; eerst oriënterend en daarna is de kadernota 2022 in november 2020 vastgesteld. De nadere uitwerking van de kaders naar de ontwerpbegroting heeft geleid tot intensieve beraadslaging en afstemming binnen het managementteam. Dit vanwege de opgave om het gemiddeld uurtarief in 2022 niet te laten stijgen ten opzichte van 2021. Er zijn maatregelen getroffen die hiertoe moeten gaan leiden.

Zaaknummer:

9499-2021

Documentnummer:

9499-2021:046682

De contouren hiervan zijn gedeeld met onze deelnemers (concreet: de werkgroep financiën en het OGP). Opgemerkt wordt dat de ODZOB zich in formele zin geconformeerd heeft aan de afspraken die gemaakt zijn met de vier regionale GR-en voor wat betreft de indexering voor loon- en prijsontwikkelingen. In praktische zin blijkt dit echter niet te werken, omdat we menen geslaagd te zijn in het realiseren van de nullijn voor de tariefontwikkeling, waardoor deze indexeringen gedempt worden. Anders gezegd; tegenover de indexeringen (die in beginsel tot hogere kosten leiden) staan maatregelen met een even grote impact die tot lagere kosten leiden. Voor de gemeente Laarbeek is dit een gunstige ontwikkeling omdat hiermee de budgetten niet onder druk komen te staan.

Ontwerpbegroting 2022 De voorliggende ontwerpbegroting is, zoals aangegeven, opgesteld aan de hand van de uitgangspunten uit de vastgestelde kadernota 2022. Dit komt niet alleen tot uiting in de gesignaleerde ontwikkelingen en de daarop afgestemde aandachtsgebieden, maar ook in de begrote baten en lasten. In de cijfers van de voorliggende ontwerpbegroting zijn bepaalde ontwikkelingen niet, of slechts gedeeltelijk, meegenomen. Op termijn kan dit leiden tot begrotingswijzigingen. Daar gaan wij kort op in: 

Samen Sterk in Brabant (SSiB) Eind 2020 werd in het Algemeen Bestuur een besluit genomen over de voortzetting van de bijdrage aan SSiB. De stemmen staakten echter over welke verdeelsleutel voor de gemeentelijke deelnemers het best passend is. In de presentatie van de deelnemersbijdragen gaat de ODZOB derhalve uit van een totale gemeentelijke bijdrage van € 210.000. Daarbij is in de presentatie uitgegaan van € 10.000 per gemeente. In de AB-vergadering van maart 2021 wordt opnieuw een voorstel ingebracht over de verdeling. In de definitief vast te stellen begroting 2022 zullen de cijfers worden opgenomen die voortvloeien uit de besluitvorming van het AB in maart.

Rekenkameronderzoek In het AB van maart 2021 wordt ook een voorstel aan de orde gesteld over het onderzoek dat is uitgevoerd naar aanleiding van het Rekenkameronderzoek van vorig jaar. De eventuele financiële gevolgen die voortvloeien uit dit onderzoek maken, uiteraard, geen onderdeel uit van de ontwerpbegroting 2022.

Impuls Omgevingsveiligheid Vanaf 2021 ontvangen onze deelnemers een bijdrage uit de algemene uitkering van het rijk ten behoeve van de wettelijke taken op het gebied van externe veiligheid. Tot en met 2020 ontving de ODZOB deze middelen via provincie Noord-Brabant. In het AB van maart 2021 zal ook hierover een voorstel aan de orde worden gesteld. De scope van dit voorstel betreft vooralsnog enkel het lopende uitvoeringsjaar (2021). Een voorstel aan het AB over de aanpak en daaruit voortvloeiende effecten voor de langere termijn volgt op een later moment.

Omgevingswet In september 2020 is het AB geïnformeerd over de concept raming voor het Programma Omgevingswet, uitvoering 2021. Daarbij is aangekondigd dat op een later moment aan

Zaaknummer:

9499-2021

Documentnummer:

9499-2021:046682

het AB een voorstel zou worden gedaan over de prognose van de uitvoeringskosten voor 2021, inclusief de bekostiging hiervan. Omdat een deel van deze bekostiging loopt via een onttrekking uit de algemene reserve, kan dit beeld pas worden geschetst na afloop van het uitvoeringsjaar 2020. Op dit moment hebben we inzicht in de benodigde onttrekking uit de algemeen reserve ter dekking van een deel van de uitvoeringskosten over 2020. Vandaar dat ook over dit onderwerp een voorstel aan het AB wordt voorgelegd in het AB van maart 2021. Eventuele gevolgen voor de jaren 2022 en later maken geen onderdeel uit van de voorliggende ontwerpbegroting 2022. 

Nieuw VTH-systeem Analoog aan bovenstaande ontwikkeling werd het AB in september 2020 eveneens geïnformeerd over de invloed die het uitstel van de inwerkingtreding van de Omgevingswet had op de implementatie van het nieuwe VTH-systeem. Ook hier werd aangekondigd dat er op een later moment een nieuw voorstel zou worden voorgelegd, inclusief een geactualiseerde kostenraming met idem dekkingsvoorstel. Omdat ook hier sprake is van een gedeeltelijke bekostiging via de algemene reserve, kan nu pas het actuele beeld worden voorgelegd aan het AB. In het AB van maart 2021 wordt daarom ook een voorstel over het VTH-systeem aan de orde gesteld. Eventuele gevolgen voor de jaren 2022 en later maken geen onderdeel uit van de voorliggende ontwerpbegroting 2022.

Baten De geraamde baten vanuit de werkprogramma’s van deelnemers zijn voor 2022 gebaseerd op de recent ontvangen werkprogramma’s voor 2021, rekening houdend met de ontwikkelingen vanuit het Regionaal Operationeel Kader (ingroei naar structureel volume) en met eventuele niet-structurele onderdelen van deze programma’s. Daarbij is rekening gehouden met het AB-besluit van november 2019 om voor de implementatiekosten van de Omgevingswet in 2022 € 0,4 mln. extra budget op te nemen. Er is, net als in de voorgaande jaren, een inschatting gemaakt van aanvullende opdrachtverlening buiten de werkprogramma’s; zowel vanuit onze deelnemers als door nietdeelnemende organisaties. Anders dan voorgaande jaren het geval was, zien we over de gehele linie dat onze deelnemers een prognose hebben afgegeven die beter aansluit bij de realisatie van het afgelopen jaar. Het totaal aan baten in de begroting 2022 bedraagt € 22,7 mln. en dit bedrag komt nagenoeg overeen met de baten uit de begroting 2021. Het programma Collectieve Taken neemt, als gevolg van recente besluitvorming in het AB over de bijdrage aan Samen Sterk in Brabant (SSiB), in beperkte mate toe in de begroting 2022. In de presentatie van de bijdrage per deelnemer is een onderscheid gemaakt tussen SSiB en de overige collectieve activiteiten.

Lasten De kostenramingen in de begroting 2022 zijn gebaseerd op de meest recente inzichten aan de hand van de realisatie 2020. Als gevolg van de Corona-pandemie zijn sommige realisatiecijfers uit 2020 niet representatief, vandaar dat in voorkomende gevallen ook rekening is gehouden met de ramingen uit de vastgestelde begroting 2021. De formatie is gebaseerd op de in de begroting geraamde workload, op basis van 1.350 declarabele uren per medewerker in het primaire proces. De personele kosten zijn gebaseerd op deze formatie en op te verwachten Cao-ontwikkelingen en dergelijke. De totale lasten bedragen 22,7 mln.

Zaaknummer:

9499-2021

Documentnummer:

9499-2021:046682

Tariefontwikkeling Men is er in geslaagd om het gemiddeld uurtarief in 2022 niet te laten stijgen ten opzichte van het tarief uit de begroting 2021 (€ 100,30). Omdat, uiteraard, wel rekening is gehouden met te verwachten loonkostenontwikkelingen zijn er (bezuinigings-)maatregelen getroffen die de nullijn voor wat betreft de tariefontwikkeling mogelijk maken. Deze opgave komt neer op circa € 400.000 en is als volgt ingevuld: Declarabiliteit van 1.340 naar 1.350 uur/fte primair proces Neerwaartse bijstelling personele kosten (inhuur, werving, outplacement) Schrappen post onvoorzien Neerwaartse bijstelling kapitaallasten Neerwaartse bijstelling overige kosten (belastingen, extern advies) Totaal maatregelen

€ 160.000 € 129.000 € 75.000 € 24.000 € 12.000 € 400.000

Deze maatregelen zijn doorgevoerd naast de efficiency-maatregelen in het kader van ‘Staat van het Mandaat’ (2% in 2022). Door de gemiddelde declarabiliteit te verhogen naar 1.350 uur per fte sluit de ODZOB aan bij de normering die de andere Brabantse omgevingsdiensten hanteren. De praktijk bij de OMWB en de ODBN leert dat deze norm van 1.350 uur per fte haalbaar is.

De geraamde baten vanuit het werkprogramma van Laarbeek en de andere deelnemers is binnen deze begroting voor 2022 gebaseerd op de recent ontvangen werkprogramma’s voor 2021, rekening houdend met de ontwikkelingen vanuit het Regionaal Operationeel Kader (ingroei naar structureel volume) en met eventuele niet-structurele onderdelen van deze programma’s. Daarbij is rekening gehouden met het AB-besluit van november 2019 om voor de implementatiekosten van de Omgevingswet in 2022 € 0,4 mln. extra budget op te nemen.

Voor Laarbeek betekent dit financieel het volgende. Realisatie

Begroting 2021

2020 Laarbeek

gebaseerd op de realisatie werkprogramma 2020

€ 1.068.502, -

€ 1.020.955

Concept Begroting 2022 ODZOB op basis van eindafrekening 2020

Begrote bijdrage

Landelijke

Verzoektaken

Totaal

Collectieve

basistaken

2022

dienstverlening

taken totaal

2022

2022

€ 1.052.384, -

€ 49.586, -

2022

€ 348.799

€ 703.566, -

Laarbeek 2022

€ 1.101.951, -

*Het verschil van € 47.547, - tussen de realisatie 2020 (kolom 1) en het werkprogramma 2021(Kolom 2) is afzonderlijk gefactureerd door de ODZOB. Het betrof hier een kosten voor extra vergunningverlening activiteit bouwen en toezicht bouw. Deze factuur is meegenomen in de jaarrekening Laarbeek

Meerjarenraming In hoofdstuk 4. Onderdeel 6.2 (blz. 49) wordt ingegaan op Meerjarenraming van baten en lasten voor de komende jaren 2023-2025. De meerjarenraming geeft op dit moment geen aanleiding tot een correctie op dit onderdeel.

Zaaknummer:

9499-2021

Documentnummer:

9499-2021:046682

De meerjarenraming is opgesteld in euro’s 2022; er is dus geen indexering toegepast voor de jaren 2023-2025. Hoewel de in hoofdstuk 1 geschetste actuele ontwikkelingen zeker invloed zullen hebben op de taken en de taakuitvoering van de ODZOB, is op dit moment niet exact helder wat de uiteindelijke invloed zal zijn. Op dit moment is het nog te voorbarig om hier consequenties aan te verbinden voor de komende begroting en de meerjarenraming en welke invloed dat zal hebben op de bijdrage van de deelnemers en met name voor de gemeente Laarbeek. Dit zal de komende tijd in afstemming met de deelnemers in kaart gebracht worden. Wel is duidelijk dat de ODZOB gezamenlijk met de deelnemers werkt aan efficiencyverbetering door onder andere te streven naar meer uniformiteit in op te dragen en te leveren diensten als ook in werkwijzen, mandatering en informatie-uitwisseling. Daarom is in dit overzicht (t.o.v. 2020) in 2021 rekening gehouden met 1% efficiencyverbetering en in 2022 met aanvullend 2% efficiencyverbetering op de werkprogramma’s. Vanaf 2023 leidt dit tot een structureel effect van 3%. Financiële toelichting In de begroting 2021 Laarbeek is t.b.v. de ODZOB een budget geraamd van totaal € € 1.020.955,- waarvan € 973.668,- bestemd is voor de uitvoering van het werkplan ODZOB 2021 (basis en verzoektaken) en een bedrag van € 47.286, - als bijdrage aan het budget collectieve taken.

Dit bedrag is gebaseerd op de in 2019 aan de ODZOB verleende opdrachten. Daarnaast is nog een budget beschikbaar van €12.075,- voor aanvullende externe adviezen. Hiermee is de begroting 2021 van Laarbeek totaal beschikbaar voor ODZOB taken € 1.033.011, -. De ODZOB gaat bij het opstellen van de begroting uit van de daadwerkelijke realisatie in het voorgaande jaar van het jaar waarin de begroting wordt opgesteld. In dit geval 2020. De daadwerkelijke realisatie Laarbeek in 2020 bedraagt € 1.068.502, -. Het verschil van tussen de raming van Laarbeek (werkplan 2020) en daadwerkelijke realisatie in 2020 wordt veroorzaakt door een incidentele overschrijding van het budget verzoektaken binnen het werkplan 2020. Voor de duidelijkheid dient opgemerkt te worden dat deze overschrijding is ingezet op de behandeling van extra aanvragen Omgevingsvergunning activiteit bouwen en daar extra legesinkomsten tegenover staan. Dit laatste is in de jaarrekening 2020 verwerkt. Rekening houdend met de toepassing van een indexering van 2,6 % op het bedrag van € 1.068.502, - is een raming in de begroting Laarbeek 2022 groot € 1.096.238, - reel en sluit nagenoeg aan op de verwachte bijdrage van Laarbeek in de voorliggende conceptbegroting.

In deze begroting zijn er enkele incidentele correcties doorgevoerd, zoals de kosten voor de implementatie van de Omgevingswet (0,4 miljoen) en de verdere doorvoering van het ROKtoezicht en ROK-vergunningverlening. Op basis van door de deelnemers ingediende zienswijzen op eerdere begrotingen, is in voorliggende begroting is eveneens rekening gehouden met 1% efficiencyverbetering en 3% efficiencyverbetering op de werkprogramma’s in 2022. De tariefstijging van 2,6% blijft binnen de vastgestelde kaders en die overeenkomt met de index van de MEV. Zowel de begroting en de meerjarenraming geven op dit moment een stabiel beeld. In begroting 2021 en de meerjarenraming wordt geen mutatie in de reserves en het weerstandvermogen verwacht.

Zaaknummer:

9499-2021

Documentnummer:

9499-2021:046682

Er is dan ook geen aanleiding om een negatieve zienswijze ter kennis te brengen aan het dagelijks bestuur van de ODZOB.

Vervolgstappen De positieve zienswijze ter kennis brengen van het Dagelijks Bestuur van de GR ODZOB. Bijlagen (meegezonden stuk(ken), ter inzage gelegde stukken) Aanbiedingsbrief. Begroting 2022 en meerjarenraming 2023-2023 Omgevingsdienst Zuidoost-Brabant.

Het college van burgemeester en wethouders, gemeentesecretaris van Laarbeek,

de burgemeester van Laarbeek,

J.W.M. van de Ven

F.L.J. van der Meijden

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Laarbeek&id=b5c04ffe-4e8a-44e3-b077-36a4c997db17