11 20210318 Toelichting ruimtelijke onderbouwing Bakelseweg ong. Bijlage 1.pdf
Tekst van het document
Ruimtelijke onderbouwing BiO-woningen Bakelseweg
Gemeente Laarbeek
Ruimtelijke onderbouwing BiO-woningen Bakelseweg Gemeente Laarbeek
Datum: 10 februari 2011 Projectgegevens: ROB01-LAA00023-01b NAT01-LAA00023-01a RAO02-LAA00023-01a
Postbus 435 – 5240 AK Rosmalen T (073) 523 39 00 – F (073) 523 39 99 E info@croonen.nl – I www.croonenadviseurs.nl
Ruimtelijke onderbouwing BiO-woningen Bakelseweg
Gemeente Laarbeek
Inhoud 1
Inleiding 1.1 Aanleiding 1.2 Plangebied 1.3 Vigerend bestemmingsplan 1.4 Leeswijzer
1 1 1 2 2
2
Beschrijving bestaande situatie
3
3
Planbeschrijving 3.1 Het initiatief 3.2 Conclusie
5 5 9
4
Beleidskader 4.1 Provinciaal en regionaal beleid 4.2 Gemeentelijk beleid 4.3 Conclusie
11 11 16 20
5
Milieuhygiënische en planologische verantwoording 5.1 Bodem 5.2 Water 5.3 Flora en fauna 5.4 Geluid 5.5 Luchtkwaliteit 5.6 Externe veiligheid 5.7 Verkeer en parkeren 5.8 Bedrijven en milieuzonering 5.9 Archeologie
21 21 21 23 25 26 27 27 28 28
6
Conclusie
31
7
Haalbaarheid 7.1 Financieel 7.2 Maatschappelijk
33 33 33
Bijlagen: Bijlage 1: Quickscan flora en fauna Bijlage 2: Rapport akoestisch onderzoek
Croonen Adviseurs
Ruimtelijke onderbouwing BiO-woningen Bakelseweg
Gemeente Laarbeek
1 Inleiding 1.1
Aanleiding Voorliggende ruimtelijke onderbouwing heeft betrekking op een locatie aan de Bakelseweg te Aarle-Rixtel in de gemeente Laarbeek. Het is de bedoeling om op de locatie vier BiO-woningen te realiseren. Deze ontwikkeling, in het kader van de uitwerking van het beleid inzake Buitengebied in Ontwikkeling, is niet mogelijk op basis van het vigerende bestemmingsplan. Wel is de beoogde locatie in de gemeentelijke beleidsnotitie voor bebouwingsconcentraties, aangewezen als (zoek)locaties voor woningbouw. De ontwikkeling is daarmee onder de voorwaarden uit de BiO-regeling toegestaan. Door het toepassen van de instrumenten uit de regeling Buitengebied in Ontwikkeling wordt de kwaliteitsverbetering van het buitengebied bevorderd. Om het initiatief juridisch en planologisch mogelijk te maken wordt als eerste stap voor de locatie een ruimtelijke onderbouwing opgesteld. In deze ruimtelijke onderbouwing wordt de meerwaarde van het planvoornemen benadrukt waarbij wordt uitgegaan van realisatie van vier BiOwoningen.
1.2
Plangebied Het plangebied, met een oppervlakte van circa 19.300 m2, ligt ten oosten van de kern Aarle-Rixtel, in het buitengebied van de gemeente Laarbeek. In de navolgende figuur is de ligging en omvang van het plangebied aangegeven.
Ligging locatie Bakelseweg
Croonen Adviseurs
1
Ruimtelijke onderbouwing BiO-woningen Bakelseweg
1.3
Gemeente Laarbeek
Vigerend bestemmingsplan Het bestemmingsplan buitengebied van de gemeente Laarbeek is vastgesteld door de gemeenteraad op 6 juli 2010. De locatie heeft de vigerende (gebieds)bestemming ‘Agrarisch met waarden - Landschapswaarden’, met de nadere functieaanduiding specifieke vorm van agrarisch met waarden - cultuurhistorisch waardevol gebied. Voor het gehele perceel is de gebiedsaanduiding ‘Extensiveringsgebied’ opgenomen. Daarnaast valt het perceel binnen de bebouwingsconcentratie nr. 15. Er is geen wijzigingsbevoegdheid opgenomen om de voorgenoemde bestemmingen te wijzigen in de bestemming ‘Wonen’.
Uitsnede vigerend bestemmingsplan locatie Bakelseweg
1.4
Leeswijzer In hoofdstuk 2 en 3 worden respectievelijk de huidige en de toekomstige situatie van de locatie aan de Bakelseweg beschreven. Het beleidskader dat van toepassing is op de locatie en het initiatief is opgenomen in hoofdstuk 4. Aan de hand van de omschrijving van de planologische aspecten ter plaatse en in de directe omgeving van het plangebied wordt in hoofdstuk 5 de toelaatbaarheid van het initiatief geschetst. Hoofdstuk 6 bevat de conclusie. De financiële haalbaarheid en de juridische planopzet van het initiatief komt in hoofdstuk 7 aan bod.
Croonen Adviseurs
2
Ruimtelijke onderbouwing BiO-woningen Bakelseweg
Gemeente Laarbeek
2 Beschrijving bestaande situatie Voor het opstellen van een bestemmingsplan is het van belang dat de uitgangssituatie, ofwel de bestaande situatie, goed in beeld wordt gebracht. In dit hoofdstuk volgt een beschrijving van deze situatie. Het plangebied, met een oppervlakte van circa 19.300 m2, ligt ten oosten van de kern Aarle-Rixtel, in het buitengebied van de gemeente Laarbeek. Tussen de kern AarleRixtel en het plangebied ligt de Zuid-Willemsvaart. Het plangebied is momenteel in gebruik voor agrarische doeleinden (weiland en akkerland). Aan de westzijde van het plangebied, langs de Bakelseweg, bevindt zich een sloot. Het plangebied ligt in de bebouwingsconcentratie Bakelseweg/De Wolfsputten. Ten westen van de bebouwingsconcentratie ligt de Zuid-Willemsvaart, ten noorden en oosten liggen bosgebieden. Diverse zichtlijnen vanuit de bebouwingsconcentratie/vanaf de wegen zorgen voor een ‘open’ zicht op het achterliggende landschap en de bosgebieden. In de directe omgeving van het plangebied liggen zowel enkele agrarische bedrijven als niet-agrarische bedrijven en burgerwoningen.
Luchtfoto huidige situatie Bakelseweg
Croonen Adviseurs
3
Ruimtelijke onderbouwing BiO-woningen Bakelseweg
Gemeente Laarbeek
Foto huidige situatie Bakelseweg
Croonen Adviseurs
4
Ruimtelijke onderbouwing BiO-woningen Bakelseweg
Gemeente Laarbeek
3 Planbeschrijving In dit hoofdstuk wordt aandacht geschonken aan de beoogde ontwikkeling binnen het plangebied. Het initiatief wordt beschreven, inclusief de inpassing in de directe omgeving. Tot slot wordt aangegeven hoe de vertaling naar het bestemmingsplan heeft plaatsgevonden.
3.1
Het initiatief Inrichtingsschets In de huidige situatie is het perceel in gebruik als weiland. De functie als weiland zal komen te vervallen. Op het vrijgekomen terrein zullen vier BiO-woningen worden gerealiseerd. De percelen krijgen een omvang van circa 1.000 m2. De overige ruimte van deze locatie, met een oppervlakte van circa 15.300 m2, krijgt een groene invulling. De inrichtingsschets geeft de uitgangspunten voor de inrichting op hoofdlijnen weer. De exacte inrichting van het plangebied zal later in het planproces worden vastgelegd.
Inrichtingsschets BiO-woningen Bakelseweg
Croonen Adviseurs
5
Ruimtelijke onderbouwing BiO-woningen Bakelseweg
Gemeente Laarbeek
De percelen zijn gelegen in de noordwestelijke hoek van bebouwingsconcentratie Bakelseweg/de Wolfsputten. De bebouwingsconcentratie wordt gekenmerkt door de bebouwing langs de Bakelseweg en waardevolle zichtrelaties met het omringende landschap. De nieuwe woningen zijn gegroepeerd om een hof. Het hof wordt ontsloten vanaf de Bakelseweg. De percelen volgen de verkavelingsrichting van het landschap. Deze is noord-zuid, oost-west. Op de inrichtingsschets is een voorstel op hoofdlijnen gedaan voor de locatiekeuze van de bebouwing op het perceel. Aan de straatzijde van de percelen bestaat de erfafscheiding uit een lage haag. Ook tussen de percelen wordt een beplanting toegepast van een haag eventueel met bomen. Deze beplanting mag divers zijn. Zowel in afmeting als in soorten. Aan de westzijde en de oostzijde wordt het erf begrensd door een weide met hoogstamfruitbomen. De noordzijde en zuidzijde van het erf wordt begrensd door een stevige singelbeplanting. Wat betreft architectuur wordt aangesloten bij de omgeving, de woningen bestaan uit één laag met kap. In de kap is ruimte voor een tweede laag. Voor de woningen geldt een maximale inhoud van 1.000 m3 en een maximaal toegestane oppervlakte voor een bijgebouw van 100 m2. Beeldkwaliteit bebouwing Algemeen Architectuur en oriëntatie: — Ingetogen bebouwingskarakteristiek met een heldere vormgeving.
— De woningen aan het erf vormen één ensemble. Er is een duidelijke verwantschap aanwezig in architectuur en uitstraling. — Op perceelsniveau vormen de woning en het bijgebouw één ensemble. — De woningen oriënteren zich op het erf. De twee meest westelijke woningen tevens op de Bakelseweg. — In de architectuur en de oriëntatie van de woningen wordt ingespeeld op de erfgedachte. Bouwmassa en dakvorm: — Archetype van een gebouw, volume met een kap, is uitgangspunt. — De woning bestaat uit één laag met kap. — De kap is een zadeldak of een schilddak. — De maximale goothoogte van de woning op de halfopen kavel bedraagt 4 m, de maximale bouwhoogte 8 m, de maximale goothoogte voor bijgebouwen 3 m en de maximale bouwhoogte 5 m. Kleur en materiaalgebruik: — Het kleurenpalet is ingetogen en bestaat uit zwart, antraciet, grijstinten, bruintinten, rood-bruintinten. Felle en onnatuurlijke kleuren zijn niet toegestaan. — Wittinten en lichte kleuren zijn in de gevelbekleding alleen als accent toegestaan, mits het een toegevoegde waarde vormt voor het ontwerp. — Kozijnen en dakgoten krijgen een afwijkende kleurstelling (bijvoorbeeld wit- of groentinten).
Croonen Adviseurs
6
Ruimtelijke onderbouwing BiO-woningen Bakelseweg
Gemeente Laarbeek
— Er wordt uitsluitend gebruik gemaakt van natuurlijke materialen, zoals baksteen, stucwerk, hout, zink of materialen die een ingetogen/sobere uitstraling hebben. — De dakbedekking bestaat uit keramische dakpannen (ongeglazuurd), leien of riet. — De kleur van de dakbedekking is rood, zwart of antraciet. Bij het gebruik van riet mag hiervan worden afgeweken, in dat geval is de natuurlijke kleur van riet toegestaan.
Sfeerbeelden beeldkwaliteit BiO-woningen
Croonen Adviseurs
7
Ruimtelijke onderbouwing BiO-woningen Bakelseweg
Gemeente Laarbeek
Landschappelijke inpassing Tussen de kavels wordt in oost-westelijke richting een beplanting toegepast van hagen eventueel met bomen. De hagen kunnen bestaan uit Beuk, (Fagus sylvatica), Haagbeuk (Carpinus betulus), Meidoorn (Crataegus monogyna) of Veldesdoorn (Acer campestre). De hagen mogen een ‘los’ beeld geven en kunnen variëren in hoogte. Bovengenoemde soorten kunnen ook aan de voorzijde en achterzijde van het perceel worden toegepast. In de hagen kunnen bomen worden geplaatst. De soortkeuze staat vrij. De singels ten noorden en zuiden van het erf geven een aaneengesloten beeld. Het beeld is divers en bestaat uit zowel grotere als kleinere bomen en een onderbegroeiing. Soorten die kunnen worden toegepast zijn bv: Zomereik (Quercus robur), Beuk (Fagus sylvatica), Ratelpopulier (Populus tremula), Kers (Prunus avium), Veldesdoorn (Acer campestre) of Lijsterbes (Sorbus aucuparia). Als onderbegroeiing kunnen de soorten worden toegepast die genoemd zijn voor de hagen. De soortenkeuze voor de hoogstamfruitbomen staat vrij.
Eik
Beukenhaag
Veldesdoorn
Hoogstamfruit
Meidoorn
Lijsterbes
Sfeerbeelden landschappelijke inpassing BiO-woningen
Croonen Adviseurs
8
Ruimtelijke onderbouwing BiO-woningen Bakelseweg
3.2
Gemeente Laarbeek
Conclusie Op basis van de voorgaande paragrafen is aangetoond dat er op de locatie sprake is van een ruimtelijke kwaliteitsverbetering ten opzichte van de huidige situatie. Deze kwaliteitsverbetering vindt plaats door de realisatie van de woningen en de aanleg van nieuwe groenstructuren. De noodzakelijke ruimtelijke kwaliteitsverbetering zal daarnaast worden gerealiseerd door middel van een bijdrage in het gemeentelijk fonds van waaruit projecten ter verbetering van de ruimtelijke kwaliteit in het buitengebied van de gemeente worden gefinancierd.
Croonen Adviseurs
9
Ruimtelijke onderbouwing BiO-woningen Bakelseweg
Gemeente Laarbeek
Croonen Adviseurs
10
Ruimtelijke onderbouwing BiO-woningen Bakelseweg
Gemeente Laarbeek
4 Beleidskader De voorgenomen ontwikkeling van het plangebied moet passen binnen het vigerend beleid op zowel nationaal, provinciaal, regionaal als gemeentelijk niveau. Voor de ontwikkeling en het plangebied zijn verschillende beleidsstukken relevant. Hierna zijn de belangrijkste bevindingen uit het beleid beschreven en wordt aangegeven hoe de ontwikkeling van het plangebied hierop inspeelt.
4.1
Provinciaal en regionaal beleid
4.1.1
Structuurvisie ruimtelijke ordening Op de structurenkaart van de Structuurvisie maakt het plangebied deel uit van een groter gebied dat is aangeduid als ‘Groenblauwe structuur – Groenblauwe mantel’.
Figuur: uitsnede plangebied en omgeving Structurenkaart Structuurvisie
De groenblauwe mantel bestaat overwegend uit gemengd agrarisch gebied met belangrijke nevenfuncties voor natuur en water. Het zijn meestal gebieden grenzend aan het kerngebied natuur en water, die bijdragen aan de bescherming van de waarden in het kerngebied.
Croonen Adviseurs
11
Ruimtelijke onderbouwing BiO-woningen Bakelseweg
Gemeente Laarbeek
Ook de groene gebieden door én nabij de stedelijke omgeving zijn onderdeel van de groenblauwe mantel. De waarden in de groenblauwe mantel zijn vaak gekoppeld aan landschapselementen (zoals houtwallen en heggen), het watersysteem (zoals de aanwezigheid van kwel) en het voorkomen van bijzondere planten en dieren. Binnen de groenblauwe mantel is de agrarische sector een grote en belangrijke grondgebruiker. Het behoud en vooral de ontwikkeling van natuur, water(beheer) en landschap is een belangrijke opgave. Waar mogelijk zet de provincie in op herstel van de kwelstromen. Nieuwe ontwikkelingen binnen de mantel zijn mogelijk, als ze een positief effect hebben op de bestaande en te ontwikkelen natuur- en landschapswaarden en/of op het bodem- en watersysteem in het gebied. Het beleid is er op gericht dat de belevingswaarde en de recreatieve waarde van het landschap toeneemt. Ontwikkelingen passen qua aard en schaal bij het ontwikkelingsperspectief voor de groenblauwe mantel en houden rekening met omliggende waarden. Dit wordt betrokken bij de afweging van zorgvuldig ruimtegebruik. Nieuwe stedelijke ontwikkelingen en (kapitaal)intensieve vormen van landbouw en recreatie zijn hieraan strijdig. De ontwikkelingsmogelijkheden voor deze intensievere functies zijn dan ook beperkt.
De voorgestane ontwikkeling van het plangebied heeft een positief effect op de bestaande natuur- en landschapswaarden, onder meer door de nieuw aan te leggen erfbeplanting. De realisatie van vier woningen past bij het ontwikkelingsperspectief en houdt rekening met omliggende waarden (zie ook het navolgende hoofdstuk). 4.1.2
Verordening Ruimte Provinciale Staten hebben op 17 december 2010 de Verordening ruimte NoordBrabant 2011 vastgesteld en treedt op 1 maart 2011 in werking. Deze verordening is in twee fasen tot stand gekomen; - de Verordening ruimte fase 1, die op 23 april 2010 werd vastgesteld, betrof het omzetten in regels van het toen geldende provinciaal beleid; - de Verordening ruimte fase 2, waarvan het ontwerp op 1 en 22 juni 2010 werd vastgesteld, betrof het omzetten in regels van nieuw beleid dat is opgenomen in de Structuurvisie ruimtelijke ordening en gedeeltelijk ook een herziening van de verordening ruimte, fase 1. De Verordening Ruimte is een juridische vertaling van bestaand beleid. De onderwerpen die in de verordening staan komen uit de provinciale structuurvisie. Daarin staat welke belangen de provincie wil behartigen en hoe ze dat wil doen. De verordening is daarbij een van de manieren om die provinciale belangen veilig te stellen. Voor het plangebied betreft dit bijvoorbeeld de regelingen voor de onderwerpen Groenblauwe mantel en de Ecologische hoofdstructuur. In de verordening ruimte is geen specifiek beleid opgenomen voor BiO-woningen.
Croonen Adviseurs
12
Ruimtelijke onderbouwing BiO-woningen Bakelseweg
Gemeente Laarbeek
Fase 1 In Fase 1 van de Verordening Ruimte is opgenomen dat nieuwbouw van woningen in principe alleen op locaties mag plaatsvinden die in een vastgesteld bestemmingsplan als zodanig zijn aangemerkt, waarbij de bestemming nog niet is verwezenlijkt. Daarnaast moet verantwoord worden op welke manier de nieuwbouw zich verhoudt tot de afspraken die hierover zijn gemaakt in het regionaal planningsoverleg en de beschikbare harde plancapaciteit voor woningbouw. In uitzondering hierop, kan een bestemmingsplan gelegen binnen een bebouwingsconcentratie of een zoekgebied voor stedelijke ontwikkeling voorzien in Ruimte-voorRuimtekavels indien de toelichting daaromtrent een verantwoording bevat, waaruit blijkt dat: a de cultuurhistorische, landschappelijke en ecologische waarden in de nabijheid van de te bouwen woning worden behouden dan wel versterkt; b de ontwikkeling van agrarische bedrijven in de nabijheid van de te bouwen woning niet wordt beperkt; c een goede landschappelijke en architectonische inpassing van de te bouwen woning is verzekerd door een beeldkwaliteitplan of daarmee vergelijkbaar instrument; d is verzekerd dat is voldaan aan nadere regels, vooralsnog de Beleidsregel Ruimtevoor-Ruimte 2006. Op de kaart met daarop het stedelijk gebied ligt het plangebied in een stedelijke regio.
Op de kaart met daarop de Ecologische hoofdstructuur in de provincie Noord-Brabant zijn voor het plangebied geen specifieke aanduidingen opgenomen. In de omgeving van het plangebied liggen enkele gebieden die zijn aangeduid als ‘Ecologische hoofdstructuur’ Deze aanduidingen hebben echter geen (directe) consequenties voor het initiatief. Op de kaart met de waterbergingsgebieden zijn geen waterbergingsgebieden of reserveringsgebieden waterberging in de omgeving van het plangebied aanwezig. Er zijn wat betreft waterberging geen belemmeringen voor het initiatief. Op de kaart met de integrale zonering van het buitengebied ligt het plangebied in ‘extensiveringsgebied’. Deze zonering heeft geen consequenties voor het initiatief. De realisatie van een woning past binnen het beleid dat de provincie voor ogen heeft met dergelijke gebieden (meer extensieve functies, minder (ruimte voor) landbouw). Op de kaart met de glastuinbouw en glasboomteeltgebieden zijn voor het plangebied en de omgeving van het plangebied geen specifieke aanduidingen opgenomen. Ontwerp Fase 2 Op de kaart ‘water’ is de Zuid-Willemsvaart aangeduid als zoekgebied voor behoud en herstel watersystemen. Deze aanduiding heeft geen directe consequenties voor de voorgestane ontwikkeling van het plangebied.
Op de kaart ‘cultuurhistorie zijn voor het plangebied en de omgeving van het plangebied geen specifieke aanduidingen opgenomen. Op de kaart ‘agrarisch gebied’ ligt het plangebied in een groter gebied dat is aangeduid als ‘groenblauwe mantel’. Het beleid in de groenblauwe structuur is gericht op behoud en ontwikkeling van natuurwaarden in én buiten natuurgebieden.
Croonen Adviseurs
13
Ruimtelijke onderbouwing BiO-woningen Bakelseweg
Gemeente Laarbeek
Daarnaast is de ontwikkeling van een natuurlijk en robuust watersysteem van belang. Hiermee wil de provincie een positieve ontwikkeling bereiken op het gebied van biodiversiteit, de natuurlijke basis en de landschappelijke contrasten versterken. De voorgestane ontwikkeling tast de natuurwaarden binnen het plangebied en in de omgeving ervan niet aan. De gebruikswaarde, belevingswaarde en toekomstwaarde van Brabant wordt groter. De groenblauwe structuur bestaat uit drie: — het kerngebied groenblauw; — de groenblauwe mantel; — de gebieden voor waterberging. De groenblauwe mantel vormt het gebied tussen enerzijds het kerngebied groenblauw en het agrarisch gebied, als ook het stedelijk gebied. De groenblauwe mantel bestaat overwegend uit grondgebonden agrarisch gebied, met belangrijke nevenfuncties voor natuur, water en (niet-bezoekersintensieve) recreatie. Door in de groenblauwe mantel in te zetten op het behoud én ontwikkeling van natuur en water(beheer) wordt bijgedragen aan de bescherming van de waarden in het aanliggende kerngebied groenblauw. De groenblauwe mantel ondersteunt het beleid van de groenblauwe kern, maar heeft óók eigenstandige betekenis voor biodiversiteit, water en landschap.
In fase 2 wordt aangegeven dat een bestemmingsplan dat is gelegen in het buitengebied binnen de groenblauwe mantel of het agrarisch gebied en dat voorziet in de bouw van een of meer woningen, een verantwoording bevat waaruit blijkt dat: a. de beoogde kwaliteit van de woning(en) bijdraagt aan de ruimtelijke kwaliteit (1.2.1); in het kader van de realisering van de woningen worden de daarvoor staande financiële bijdragen gestort in een gemeentelijk fonds, dat ziet op verbetering van de ruimtelijke kwaliteit in het buitengebied van de gemeente Laarbeek. Ook ter plaatse van de BiO-woningen zelf vindt een ruimtelijke kwaliteitsverbetering plaats. De nieuwe woningen worden ingepast in de bestaande bebouwingsconcentratie en de landelijke omgeving. b. toepassing is gegeven aan de vereiste kwaliteitsverbetering (1.2.2); de kwaliteitsverbetering ter plaatse is derhalve zowel ruimtelijk als landschappelijk van aard: de nieuwe woningen zorgen voor een versterking van de bebouwingsconcentratie en worden op een dusdanige wijze ingepast, dat ook het omliggende landschap aan kwaliteit wint. Op de locaties elders vindt uiteraard een kwaliteitsverbetering plaats door landschaps- en natuurontwikkeling en eventueel de sloop van overtollige bebouwing. In de met de landschaps- en natuurontwikkeling en eventuele sloop gepaard gaande kosten wordt voorzien door de opbrengsten van de nieuwe woningen.
c. een goede landschappelijke en architectonische inpassing van de woning is verzekerd door een beeldkwaliteitsplan of daarmee vergelijkbaar instrument; een goede landschappelijke en architectonische inpassing is uitgangspunt van het planvoornemen. Onderdeel van de toelichting is een beschrijving van de toekomstige ruimtelijke structuur en de inpassing daarin van de nieuwe woningen aan de Bakelseweg. Dit is verwoord in paragraaf 3.1.
Croonen Adviseurs
14
Ruimtelijke onderbouwing BiO-woningen Bakelseweg
4.1.3
Gemeente Laarbeek
Beleidsnota Buitengebied in Ontwikkeling De Beleidsnota Buitengebied in Ontwikkeling is op 20 juli 2004 vastgesteld door GS van Noord-Brabant. In deze nota wordt ingegaan op beleid voor bebouwingsconcentraties. Met de inwerkingtreding van de verordening ruimte fase 1 is de nota BiO officieel komen te vervallen. Voor het realiseren van BiO-woningen is echter een overgangsregeling in de verordening ruimte fase 2 opgenomen die loopt tot 1 juli 2011. Daarom is onderstaand nog wel de regeling opgenomen. In bebouwingsconcentraties is hergebruik van voormalige agrarische bedrijfslocaties voor niet-agrarische functies alsmede (beperkte) toevoeging van nieuw bouwvolume mogelijk, indien dit past dan wel (in)direct bijdraagt aan leidende principes van het Streekplan 2002 en de doelstellingen van de revitalisering van het landelijk gebied en/of de leefbaarheid van het platteland. Belangrijke randvoorwaarde voor de verruimde mogelijkheden is een verbetering van de ruimtelijke kwaliteit in brede zin. Voor de toepassing van dit beleid, is het noodzakelijk dat de gemeente vooraf een integrale visie voor het gebied met zijn omgeving opstelt, voorzien van een gedegen ruimtelijke onderbouwing, en waarin wordt aangegeven hoe een verbetering van de kwaliteit van de omgeving zal worden bereikt. Een dergelijke visie is door de gemeente Laarbeek opgesteld (zie ook paragraaf 3.2.2).
Vanuit het provinciale beleid worden geen beperkingen gesteld aan functies en/of maximaal toelaatbare oppervlakten. De provincie verwacht van de gemeente dat zij aangeeft welke functies en tot welke omvang, zij passend vindt binnen de bebouwingsconcentraties. Voorts dienen de effecten van het toelaten van nieuwe functies en bebouwing op de omgeving mede te worden betrokken. Dit is aangegeven in deze toelichting.
4.1.4
Beleidsnota Verbrede inzet van de aanpak Ruimte voor Ruimte De beleidsnota ‘Verbrede inzet van de aanpak Ruimte voor Ruimte’ (vastgesteld door GS op 27 juni 2006) is opgesteld om de mogelijkheden te verruimen, zodat naast de intensieve veehouderij ook glastuinbouwbedrijven en andere bedrijven met ongewenste bebouwing in het buitengebied kunnen deelnemen aan een soortgelijke regeling als Ruimte-voor-Ruimte. Daarnaast geeft deze beleidsnota een verdere invulling vanuit de beleidsnota ‘Buitengebied in Ontwikkeling’. Met betrekking tot voorliggend project is alleen de verdere invulling van de beleidsnota Buitengebied in Ontwikkeling van toepassing. Hierin zijn enkele beleidsregels vermeld waarmee de gemeente een eigen beleid kan opstellen met betrekking tot de mogelijkheid van het toestaan van burgerwoningen in het buitengebied. De drie thema’s die zijn vermeld in de beleidsnota zijn: 1 Beleidsregels verbrede inzet regeling Ruimte voor Ruimte. 2 Beleidsnota Buitengebied in Ontwikkeling en Ruimte voor Ruimte. 3 Provinciale subsidies voor sanering en sloop.
Croonen Adviseurs
15
Ruimtelijke onderbouwing BiO-woningen Bakelseweg
Gemeente Laarbeek
In thema 1 is gesteld dat door sloop van kassen en niet intensieve veehouderijbedrijven kavels kunnen worden toegekend voor de realisatie van woningen in het buitengebied. Thema 2 houdt in dat er woningen in het buitengebied mogen worden toegevoegd als de financiële opbrengsten worden gebruikt voor de kwaliteitsverbetering van het buitengebied. In thema 3 wordt vermeld dat door de provincie een geldbedrag ter beschikking wordt gesteld aan de gemeente. De gemeente kan deze gelden in de vorm van een subsidie aan particulieren verstrekken, als tegemoetkoming in de kosten van sloop van ongewenste bebouwing. De voorgestane ontwikkeling van het plangebied heeft betrekking op thema 2 van deze beleidsnota.
4.2
Gemeentelijk beleid
4.2.1
Structuurvisie ‘Groei in Balans’ De Structuurvisie ‘Groei in Balans’ omvat het ruimtelijk beleid op hoofdlijnen van de gemeente Laarbeek tot 2020. In deze structuurvisie wordt na een beleidsinventarisatie en trendbeschrijving op basis van acht kernkwaliteiten de visie op hoofdlijnen weergegeven. Op basis van de visie worden twaalf speerpunten benoemd voor de ontwikkeling van de gemeente Laarbeek. In 2020 wil de gemeente Laarbeek een krachtige zelfbewuste gemeente zijn die haar landelijke positie op korte afstand van Helmond en Eindhoven benut door de aansluiting op snelle verbindingen met het stedelijk gebied, in combinatie met een aantrekkelijk buitengebied en woon- en leefklimaat. Aantrekkelijk voor zowel de inwoner als de (stedelijke) recreant en de in Laarbeek wonende forens en kenniswerker die rust en ruimte ambieert. Om dit te bereiken focust Laarbeek zich op behoud en versterking van een gevarieerd, goed ontsloten en rustiek buitengebied voor de extensieve, routegebonden recreatie. Ook behoud en versterking van de cultuurhistorie en contrastrijkdom binnen de vier kernen, zijn van wezenlijk belang. Met inachtneming van de provinciale beleidsnota Buitengebied in ontwikkeling (BIO) biedt de gemeente Laarbeek verruimde mogelijkheden voor het bouwen van woningen in bebouwingsconcentraties en de kernrandzone.
Voor de structuurvisie is tevens een Uitvoeringsprogramma structuurvisie Laarbeek opgesteld. De gemeente streeft in eerste instantie naar ‘ontstening’ van het buitengebied. De toevoeging van BiO-woningen gaat feitelijk ten koste van de beeldkwaliteit hiervan. Om deze kwaliteitsverarming te kunnen compenseren wordt van de aanvrager van de BiO-woning een financiële vergoeding gevraagd. De BiO-vergoeding wordt door de gemeente niet uitsluitend ingezet voor het bereiken van ontstening van het buitengebied, maar ook voor landschapsontwikkeling en recreatie en toerisme. Bij de inzet voor recreatie en toerisme komen deze alleen ten goede aan die projecten die betrekking hebben op de kwaliteitsverbetering van het buitengebied.
Croonen Adviseurs
16
Ruimtelijke onderbouwing BiO-woningen Bakelseweg
4.2.2
Gemeente Laarbeek
Landschapsontwikkelingsplan In het Landschapsontwikkelingsplan (LOP) zijn de kernkwaliteiten van het buitengebied in Laarbeek benoemd om nieuwe ontwikkelingen een plaats te kunnen geven. Bij het benoemen van deze kwaliteiten heeft de identiteit van het plangebied een belangrijke rol gespeeld. Als kernkwaliteiten zijn naar voren gekomen: — de grote verscheidenheid aan landschapstypen; — de diversiteit in groenelementen welke voor de natuur waardevol zijn en tevens als ‘mooi en prettig’ worden ervaren; — de cultuurhistorische waarden, die op verschillende plekken duidelijk waarneembaar aanwezig zijn. Daarnaast zijn kansen benoemd die een positieve bijdrage kunnen leveren aan de kwaliteit van het landschap: — in het buitengebied meer oriëntatiemogelijkheden creëren; — het versterken van het gebiedseigen karakter door het toepassen van het juiste beplantingssortiment; — beken zichtbaar maken en voor de natuur en de recreant aantrekkelijk maken; — diversiteit agrarisch landgebruik benutten en stimuleren zodat nog meer variatie ontstaat; — zandpadennetwerk benutten als ecologisch en recreatief netwerk; — aanwezige landgoederen en klooster als accenten meer aandacht geven; — recreatief medegebruik van de oude Zuid-Willemsvaart stimuleren; — oversteekbaarheid van het Wilhelminakanaal verbeteren voor zowel de fauna als de recreant.
Aan de hand van de verschillende landschapstypen zijn acht deelgebieden onderscheiden. Door bewuste keuzes te maken met betrekking tot type en locatie van ontwikkeling wordt voorkomen dat de gewenste diversiteit omslaat in ongewenste ‘verrommeling’. Voor de acht deelgebieden zijn streefbeelden en een actiepuntenlijst opgesteld. Tevens is naar aanleiding van het LOP een landschapsfonds ingesteld. Het plangebied is gelegen in deelgebied 5 Leek en De Biezen. De gewenste ontwikkelingen in deelgebied Leek en De Biezen zijn: — versterken en benutten van het element water als ordenend principe bij ontwikkelingen; — ontwikkelen van natte natuurwaarden; — het beleefbaar, bruikbaar en recreatief aantrekkelijk maken van water. Dit kan onder andere door erfbeplanting en kavelbeplanting. Gebruik van zwarte els kan de herkenbaarheid vergroten. Door de landschappelijke inpassing met bosstroken en houtsingels sluit de ontwikkeling aan op het landschapsontwikkelingsplan.
Croonen Adviseurs
17
Ruimtelijke onderbouwing BiO-woningen Bakelseweg
4.2.3
Gemeente Laarbeek
Gebiedsvisie voor bebouwingsconcentraties De Gebiedsvisie voor bebouwingsconcentraties (vastgesteld op 6 juli 2010 door de gemeenteraad opgenomen als bijlage 3 bij het bestemmingsplan buitengebied) van de gemeente Laarbeek is opgesteld om de ruimtelijke kwaliteit van het buitengebied te behouden en mogelijk te versterken. Deze gebiedsvisie is vooruitlopend op de herziening van het bestemmingsplan buitengebied opgesteld en komt voort uit de eerder beschreven provinciale beleidsnota’s ‘Buitengebied in Ontwikkeling’ en ‘Verbrede inzet van de aanpak Ruimte voor Ruimte’. In de gebiedsvisie zijn verschillende bebouwingsconcentraties vermeld waar verruimende maatregelen worden geboden op het gebied van verbrede landbouw, wonen en kleinschalige, niet aan het buitengebied verbonden bedrijvigheid op voormalige agrarische bedrijfslocaties. Daarnaast zijn er in de gebiedsvisie mogelijkheden vermeld om woningen in het buitengebied op te richten. Voor vrijkomende agrarische bedrijfslocaties binnen een bebouwingsconcentratie zijn er door de provincie in de beleidsnota enkele voorwaarden gesteld om niet aan het buitengebied verbonden bedrijvigheid toe te staan. De gewenste kwaliteitsverbetering door vrijkomende agrarische bedrijfslocaties in een bebouwingsconcentratie anders te benutten– kan op verschillende manieren tot stand komen.
Er zijn verschillende constructies beschikbaar, zoals ‘Rood-voor-Rood’, ‘Rood-voor-Groen’ en Fonds Kwaliteitsverbetering. Rood-voor-Rood kan worden toegepast bij functieverandering van het bedrijf. Hiervoor wordt overtollige bestaande bebouwing gesloopt. Er mag een maximale oppervlakte blijven behouden, om daarin het bedrijf uit te voeren. De te behouden oppervlakte is afhankelijk van het type bebouwingsconcentratie en de nieuwe functie. De Rood-voor-Groen constructie staat toe dat functieverandering van het bedrijf gepaard gaat met verbetering van de natuurlijke en/of landschappelijke kwaliteit van de omgeving. Ook hier dient de overtollige bebouwing te worden gesloopt. Als door de sloop van bebouwing de kwaliteit niet voldoende wordt verbeterd, kan deze optie worden toegepast om alsnog een verbetering van de kwaliteit in het buitengebied te behalen. In het Fonds Kwaliteitsverbetering buitengebied kan de kwaliteitsverbetering worden afgekocht, door een geldbedrag te storten in een kwaliteitsfonds. Vanuit het fonds financiert de gemeente dan projecten met betrekking tot kwaliteitsverbeterende groenprojecten in het buitengebied. Ook hier dient overtollige bebouwing te worden gesloopt. Volgens de gebiedsvisie mogen nieuwe ontwikkelingen hoofdzakelijk plaatsvinden in bebouwingsconcentraties zoals clusters en linten, en slechts in beperkte mate in het overige buitengebied.
Bij ontwikkelingen in bebouwingsconcentraties geldt dat behoud en versterking van de karakteristieke stedenbouwkundige structuur in relatie tot het buitengebied het meest bepalend is voor de ontwikkelingsmogelijkheden. Aspecten als openheid, behoud van groene elementen en zachte overgangen naar het landschap spelen hierbij een belangrijke rol. Ook zijn er een aantal beeldkwaliteitsaspecten waaraan nieuwe ontwikkelingen moeten voldoen.
Croonen Adviseurs
18
Ruimtelijke onderbouwing BiO-woningen Bakelseweg
Gemeente Laarbeek
Deze beeldkwaliteitsaspecten zijn onderverdeeld in twee categorieën: bebouwing en situering en korrelgrootte. Wat betreft de situering en korrelgrootte geldt dat moet worden aangesloten bij hetgeen in de omgeving van de ontwikkeling gebruikelijk is. Wat betreft de bebouwing zijn de volgende aspecten van belang: — Het nieuwe bouwwerk dient een dorps/landelijk karakter te krijgen. — Het bouwwerk heeft een duidelijke hoofdmassa en alle hoofdgebouwen dienen van een kap te worden voorzien. — Het bouwwerk dient georiënteerd te zijn op de straat en kent een eigen tuin. — Het bouwwerk heeft een duidelijke hiërarchie in hoofd- en nevenvolumes. — Het bouwwerk kent een duidelijk concept: architectuur, compositie, materiaalgebruik en detaillering vormen een samenhangend geheel. — Aanbouwen aan de voorzijde dienen ondergeschikt te zijn aan de gevel als geheel. Ze mogen de samenhang niet verstoren en dienen te passen in de architectonische identiteit van de omgeving. Het plangebied ligt in de bebouwingsconcentratie Bakelseweg/De Wolfsputten. Het plangebied is in het kaartbeeld met de ruimtelijke visie aangeduid als zoeklocatie voor toevoeging van extra bebouwing (zie ook de navolgende figuur).
De ruggengraat van bebouwingsconcentratie Bakelseweg/De Wolfsputten wordt gevormd door de Bakelseweg, waarbij op de kruising met de Asdonkseweg zich een driehoekige ruimte met opgaand groen en een kapelletje bevind. Vanaf de Bakelseweg en Asdonkseweg bestaan waardevolle zichtrelaties met het landschap ten noorden van de bebouwingsconcentratie.
Croonen Adviseurs
19
Ruimtelijke onderbouwing BiO-woningen Bakelseweg
Gemeente Laarbeek
Ontwikkelingen zijn met name mogelijk rond de kruising van de Bakelseweg met de Asdonkseweg, zodat deze visueel wordt versterkt. De waardevolle zichten richting het noorden dienen te worden behouden. De voorgestane ontwikkeling van het plangebied sluit aan bij het gemeentelijk beleid, zoals dat geformuleerd is in de Structuurvisie ‘Buitengebied in Ontwikkeling’. De landschappelijke en ecologische waarden worden versterkt, onder meer door de te realiseren erfbeplanting. 4.2.4
Gebiedsvisie D’n Heikant Dit betreft een beknopte schetsmatige integrale visie voor het gebied D’n Heikant met daarin een beschrijving van de beoogde ontwikkeling voor recreatie, landschap, natuur en water. De gemeente Laarbeek heeft de visie in samenwerking met de gemeenten Helmond en Gemert-Bakel opgesteld. Het gebied Heikant ligt ten oosten van AarleRixtel en de Zuid-Willemsvaart met momenteel onder meer de functies landbouw, recreatie en natuur. Door de directe nabijheid van de bosgebieden van de Biezen en de Grotelse Heide biedt het gebied kansen voor recreatie. De afbeelding hieronder geeft de inhoud van de Ontwikkelingsvisie Heikant weer. Voor het plangebied geldt dat het is gelegen in een gebied waar een verbetering van de stedenbouwkundige en landschappelijke kwaliteit wordt voorgestaan door middel van kleinschalige ontwikkelingen. Het initiatief bestaat uit een dergelijke kleinschalige ontwikkeling en past dus binnen de gebiedsvisie D’n Heikant.
4.3
Conclusie Conclusie Met betrekking tot de locatie en de voorgestane ontwikkeling zijn in het provinciaal en gemeentelijk beleid geen directe belemmeringen opgenomen. De voorgestane ontwikkeling van het plangebied sluit aan bij het beleidkader, zoals in voornoemde documenten geformuleerd.
Croonen Adviseurs
20
Ruimtelijke onderbouwing BiO-woningen Bakelseweg
Gemeente Laarbeek
5 Milieuhygiënische en planologische verantwoording Op grond van het bepaalde in het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is het bij het opstellen van een bestemmingsplan verplicht om inzicht te bieden in de relevante planologische en milieuhygiënische aspecten. Op basis van het verzoek van de gemeente was enkel een beoordeling van de geursituatie (milieuhinder van en naar omliggende bedrijven) noodzakelijk. Desondanks zijn in navolgende paragraaf waar mogelijk de verschillende aspecten beoordeeld.
5.1
Bodem De bodemkwaliteit van het plangebied moet geschikt zijn voor de beoogde bestemming en de daarin toegestane gebruiksvormen. Het plangebied is op dit moment niet bebouwd. Gelet op de huidige agrarische functie is onderzoek naar mogelijke verontreinigingen van de bodem echter noodzakelijk. Een dergelijk onderzoek zal in het kader van de bouwvergunningaanvraag worden verricht, mede ten behoeve van de benodigde ‘schone grondverklaring’.
5.2
Water Algemeen In deze paragraaf wordt verwoord hoe er in het plan met de aspecten water en ruimte rekening wordt gehouden, in relatie tot enerzijds het waterbeleid en anderzijds de waterhuishouding. De beide locaties vallen onder het beheer van Waterschap Aa en Maas. Het beleid van Waterschap Aa en Maas (zoals voornamelijk geformuleerd in het Waterbeheerplan 2010-2015) is gericht op het beschermen tegen overstromingen, het zuiveren van afvalwater en het zorgen voor de kwaliteit van oppervlaktewater en voor het waterpeil. Nieuwe ontwikkelingen dienen ‘waterneutraal’ plaats te vinden. Ingrepen mogen in principe geen veranderingen in aan het watersysteem teweeg brengen. Het waterschap stimuleert het afkoppelen van verharde oppervlakken van de riolering ten behoeve van een duurzaam watersysteem en een efficiëntere waterketen. Hiermee kan de toevoer van hemelwater aan de grond zo veel mogelijk doorgang vinden en wordt het hemelwater niet versneld afgevoerd. Ook wordt het schone water op deze wijze niet vermengd met het vervuilde water. In principe wordt er afgekoppeld door infiltratie, tenzij uit de watertoets blijkt dat dit ongewenst of onmogelijk is en er dus afgekoppeld moet worden naar oppervlaktewater.
Het Waterplan Laarbeek (gemeente Laarbeek, Waterschap Aa en Maas, Brabant Water, Rijkswaterstaat Directie NB, provincie Noord-Brabant) (augustus 2004) is in 2005 door de gemeenteraad van Laarbeek vastgesteld. Waterschap Aa en Maas heeft het plan goedgekeurd.
Croonen Adviseurs
21
Ruimtelijke onderbouwing BiO-woningen Bakelseweg
Gemeente Laarbeek
Het betreft een gezamenlijk en integraal beleidsplan voor watersysteem en waterketen in Laarbeek van alle betrokken partijen. De aanleiding voor het opstellen van het waterplan vormt het versnipperde beheer van watersysteem en waterketen over verschillende partijen. De opstellers beogen met een gezamenlijk plan beleid en uitvoering beter op elkaar af te stemmen, met een beter rendement tot gevolg. Waterhuishoudkundige situatie De beide locaties onderdeel uit van het stroomgebied van de Aa. Ten noorden van beide locaties ligt de Zuid-Willemsvaart. De Aa vormt een hoofdwaterloop binnen de gemeente. De Aa is een regionale laaglandrivier die ontspringt in Limburg en bij ’sHertogenbosch uitstroomt in de Dieze en vervolgens in de Maas. Het plangebied ligt hoog in het stroomgebied, oftewel dicht bij het punt waar de Aa ontspringt. Een deel van het regenwater dat dus in het plangebied valt, komt uiteindelijk terecht in de Maas. In natte tijden wordt het watersysteem van de Aa belast met een hoge piekafvoeren vanuit veel waterlopen. Hierdoor kan op verschillende plaatsen in het stroomgebied wateroverlast optreden. Het landschap in de gemeente Laarbeek kenmerkt zich door een grote verscheidenheid aan bodems. De bodem op de locatie bestaat uit zandgrond en wordt getypeerd als laarpodzolgronden; leemarm en zwak lemig fijn zand.
Het betreft een gebied waar de gemiddelde hoogste grondwaterstand (GHG) zich tussen de 40 en 60 cm onder maaiveld bevindt (grondwatertrap VI). Voor deze terreinen geldt naast de extra maatregelen die nodig zijn om hydrologisch neutraal te bouwen, vaak ook dat waterhuishoudkundig onderzoek nodig is om de maatregelen te kunnen vaststellen. Momenteel infiltreert het hemelwater rechtstreeks in de bodem. Het planvoornemen voorziet in de bouw van 4 nieuwe woningen. Het verhard oppervlak zal als gevolg van deze ontwikkeling toenemen. Invloed van de voorgenomen ontwikkeling Aan de hand van de beleidsuitgangspunten van het waterschap wordt hierna beschreven hoe bij de voorgenomen ontwikkeling wordt omgegaan met de waterhuishouding binnen het plangebied. Wateroverlastvrij bestemmen In het plangebied wordt geen wateroverlast vanuit oppervlaktewater verwacht. Hydrologisch neutraal ontwikkelen Als gevolg van de voorgenomen ontwikkeling zal het verharde oppervlak binnen de locatie toenemen in de nieuwe situatie (vier woningen met bijgebouwen en erfverharding) ten opzichte van de huidige situatie (weiland). Door middel van de HNO-tool van Waterschap De Dommel kan worden berekend wat in de nieuwe situatie de benodigde hemelwaterberging is bij extreme neerslagomstandigheden.
Per perceel wordt van een verhard oppervlak van 400 m2 uitgegaan, wat in totaal 1.600 m2 verhardingstoename zal opleveren.
Croonen Adviseurs
22
Ruimtelijke onderbouwing BiO-woningen Bakelseweg
Gemeente Laarbeek
Het waterschap berekent bij T=10 de waterbergingsopgave met een vermenigvuldigingsfactor van 0,0046, wat neerkomt op 1.600 m2 x 0,0046 = 73,6 m3. Het ruimtebeslag voor de waterbergingsvoorziening bedraagt dus 73,6 m3 (18,4 m3 per perceel). Deze oppervlakte zal in totaal aan berging moeten worden gerealiseerd op de beide percelen. Dit zal gebeuren in de vorm van vijvers (met een noodoverloop naar het oppervlaktewater) of een verbreding van de watergang. De exacte ligging en uitvoering van de bergingsvoorziening wordt na overleg met het waterschap en de gemeente bepaald. Voorkomen van vervuiling Om verontreiniging van grondwater te voorkomen worden enkel duurzame (nietuitlogende of gecoate) materialen toegepast. Tevens wordt aangeraden om terughoudend te zijn met bestrijdingsmiddelen en strooizout. Gescheiden houden van schoon en vuil water Door het vuilwater af te voeren naar het gemeentelijk rioolstelsel en het hemelwater vast te houden in het plangebied zullen beide waterstromen gescheiden blijven Doorlopen van de afwegingsstappen: ‘hergebruik – infiltratie – buffering – afvoer’ Hergebruik van hemelwater is in het plangebied geen geschikte oplossing. De bodem is echter geschikt voor infiltratie, zodat gekozen wordt voor een bergingsvoorziening om het hemelwater (tijdelijk) te bergen. Buffering is geen optie, vanwege de afwezigheid van oppervlaktewater.
Afvoer van hemelwater vindt alleen plaats wanneer de bergingsvoorziening de hoeveelheid water tijdelijk niet aan kan. Overleg met de waterbeheerder(s) In het kader van vooroverleg wordt de waterparagraaf beoordeeld door het waterschap. Conclusie De voorgenomen ontwikkeling heeft ten opzichte van de huidige situatie een toename van het verhard oppervlak tot gevolg. Volgens richtlijnen van het waterschap dient binnen het plangebied dan een bergingsvoorziening te worden gerealiseerd. De exacte ligging en uitvoering van de bergingsvoorziening wordt na overleg met het waterschap en de gemeente bepaald. Het afvalwater wordt, gescheiden van het hemelwater, afgevoerd via het bestaande rioleringsstelsel, waarop een nieuwe aansluiting gerealiseerd zal worden.
5.3
Flora en fauna Ruimtelijke plannen dienen te worden beoordeeld op de uitvoerbaarheid in relatie tot actuele natuurwetgeving, met name de Natuurbeschermingswet 1998 en de Flora- en faunawet. Er mogen geen ontwikkelingen plaatsvinden die op onoverkomelijke bezwaren stuiten door effecten op beschermde natuurgebieden en/of flora en fauna. In dit kader is inzicht gewenst in de aanwezige natuurwaarden en de mogelijk daarmee samenhangende consequenties vanuit de actuele natuurwetgeving.
Croonen Adviseurs
23
Ruimtelijke onderbouwing BiO-woningen Bakelseweg
Gemeente Laarbeek
Hiervoor is een quickscan flora en fauna uitgevoerd (februari 2011). Deze is als bijlage bij de ruimtelijke onderbouwing opgenomen. In deze quickscan wordt het volgende geconcludeerd. Beschermde natuurgebieden Er zijn geen natuurgebieden in het kader van de Natuurbeschermingswet 1998 (Natura 2000, Beschermde Natuurmonumenten of wetlands) in de directe omgeving van het plangebied aanwezig. Binnen een straal van 3 km om het plangebied liggen gebieden die deel uitmaken van de Ecologische Hoofdstructuur (EHS). Op circa 700 m ten oosten van de planlocatie liggen de bosgebieden Biezen en Milschot en Grotelse Bos die aangewezen zijn als EHS. Ook ten zuiden liggen EHS-gebieden. Het plangebied zelf maakt geen deel uit van de EHS. Vanwege afstand tot deze natuurgebieden en de kleinschaligheid van de werkzaamheden kunnen negatieve effecten op de aanwezige EHS-gebieden worden uitgesloten. Voor wat betreft de EHS is er alleen bij directe aantasting sprake van een compensatieverplichting. Er bevindt zich geen EHS binnen het plangebied. Er is van directe aantasting van de EHS dan ook geen sprake. Er is geen noodzaak voor een voortoets of een compensatieplan. Beschermde soorten Tabel 1-soorten Op basis van de beschikbare literatuurgegevens en het veldbezoek kan worden vastgesteld dat het terrein een potentiële habitat biedt voor enkele licht beschermde soorten (tabel 1-soorten).
De realisatie van de vier woningen zal naar verwachting leiden tot een beperkt verlies van leefgebied van enkele soorten van tabel 1 van de Flora- en faunawet. Dit heeft geen invloed op de gunstige staat van instandhouding van deze soorten, omdat er voldoende leefgebied aanwezig blijft en het relatief algemene soorten betreft. Voor deze soorten geldt dan ook een vrijstelling. Een ontheffing Flora- en faunawet is derhalve niet noodzakelijk. De zorgplicht blijft wel gelden. Tabel 2 en 3-soorten In onderstaande tabel zijn de strikter beschermde soorten en/of soortgroepen opgenomen die mogelijkerwijs in het plangebied voorkomen. Daarbij zijn tevens de mogelijke effecten van de voorgenomen ingreep aangegeven en de eventuele noodzaak voor een ontheffing in het kader van de Flora- en faunawet.
Croonen Adviseurs
24
Ruimtelijke onderbouwing BiO-woningen Bakelseweg
Gemeente Laarbeek
Tabel 1: Voorkomen van en effecten op beschermde soorten in het plangebied en de noodzaak voor ontheffing.
Soortgroep/soort Vogels Zoogdieren (grondgebonden) Vleermuizen Amfibieën Reptielen Flora
Ingreep verstorend Nee Nee Nee Nee Nee Nee
Nader onderzoek Nee Nee
Ontheffing noodzakelijk? N.v.t. Nee
Nee Nee Nee Nee
N.v.t. Nee Nee Nee
Bijzonderheden/opmerkingen
Samenvattende conclusie Beschermde planten- en diersoorten zijn tijdens het veldbezoek niet aangetroffen en worden ook niet verwacht. Nader onderzoek naar specifieke soorten/soortgroepen is dan ook niet noodzakelijk. De voorgenomen plannen zijn niet in strijd met de Flora- en faunawet of Natuurbeschermingswet 1998 en derhalve uitvoerbaar.
5.4
Geluid Voor het initiatief is een akoestisch onderzoek wegverkeer verricht (Croonen Adviseurs, februari 2011). De te realiseren woningen zijn gelegen in de onderzoekszone van de Bakelseweg (Aarle-Rixtel – Bakel) en de Bakelseweg (ligging zuid-noord). Deze wegen hebben beide een onderzoekszone van 250 meter aan weerszijden van de weg. Het akoestisch onderzoek heeft tot doel de geluidbelasting op de, in de zone van de genoemde wegen te realiseren geluidgevoelige bebouwing te bepalen en te toetsen aan de grenswaarden die in de Wet geluidhinder (artikel 76 en 77 Wgh) zijn gesteld. De overige in de nabijheid van het plangebied gelegen wegen zijn opgenomen in een, niet gezoneerde, 30 km-zone en vallen daarom buiten het regime van de Wet geluidhinder of hebben een zone die niet tot aan de te projecteren geluidgevoelige bebouwing reikt. Het akoestisch onderzoek is als bijlage bij de ruimtelijke onderbouwing opgenomen. In dit onderzoek wordt het volgende geconcludeerd. Vanwege de te projecteren geluidgevoelige bebouwing is er sprake van een nieuwe situatie. Uit de resultaten van de berekeningen blijkt dat, vanwege de Bakelseweg (AarleRixtel – Bakel), de te projecteren geluidgevoelige bebouwing ter plaatse van de waarneempunten 01 t/m 08 voldoet aan de voorkeursgrenswaarde van 48 dB.
De maximale geluidbelasting bedraagt 44 dB (na aftrek en afronding artikel 110g Wgh) ter plaatse van waarneempunt 01. Vanwege de Bakelseweg (ligging zuid-noord) voldoet de te projecteren geluidgevoelige bebouwing ter plaatse van de waarneempunten 01 t/m 08 aan de voorkeursgrenswaarde van 48 dB. De maximale geluidbelasting bedraagt 46 dB (na aftrek en afronding artikel 110g Wgh) ter plaatse van waarneempunt 06.
Croonen Adviseurs
25
Ruimtelijke onderbouwing BiO-woningen Bakelseweg
Gemeente Laarbeek
Uit de resultaten van de berekeningen blijkt dat, vanwege de Bakelseweg (Aarle-Rixtel – Bakel) en de Bakelseweg (ligging zuid-noord), de te projecteren woningen voldoen aan de voorkeursgrenswaarde van 48 dB, waardoor er geen akoestische belemmeringen zijn voor de realisatie van de woningen.
5.5
Luchtkwaliteit In hoofdstuk 5 van de Wet milieubeheer is de regelgeving met betrekking tot luchtkwaliteit vastgelegd. In artikel 5.16 is vastgelegd dat bestuursorganen bevoegdheden, zoals het vaststellen van een bestemmingsplan of het nemen van een projectbesluit, mogen uitoefenen wanneer sprake is van één van de volgende gevallen: a er is geen sprake van een (dreigende) overschrijding van de grenswaarden; b de concentratie van de desbetreffende stoffen in de buitenlucht verbetert of blijft ten minste gelijk; c het plan draagt ‘niet in betekenende mate’ bij aan de concentratie van de desbetreffende stoffen in de buitenlucht; d de ontwikkeling is opgenomen in een vastgesteld programma, zoals het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL). Een nadere uitwerking van de regelgeving met betrekking tot het begrip ‘niet in betekenende mate’ is vastgelegd in het ‘Besluit niet in betekende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen)’ en de ‘Regeling niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen)’. Voor ontwikkelingen die ‘niet in betekenende mate’ bijdragen aan de luchtverontreiniging hoeft niet te worden getoetst aan de grenswaarden. In de Regeling zijn categorieën van gevallen benoemd die in ieder geval als ‘niet in betekenende mate’ worden aangemerkt en waarvoor toetsing aan de grenswaarden dus zonder meer achterwege kan blijven.
Er is blijkens deze regeling geen onderzoek nodig voor ‘woningbouwlocaties, indien een dergelijke locatie, in geval van één ontsluitingsweg, netto niet meer dan 1.500 nieuwe woningen omvat, dan wel, in geval van twee ontsluitingswegen met een gelijkmatige verkeersverdeling, netto niet meer dan 3.000 woningen omvat’. Het voorgestane initiatief heeft betrekking op de toevoeging van vier BiO-woningen. Dit aantal ligt ver beneden de genoemde drempel (van 1.500 woningen op één ontsluitingsweg). Het initiatief behelst de realisatie van vier BiO-woningen. Een specifiek luchtkwaliteitonderzoek hoeft derhalve niet te worden uitgevoerd. Uit het oogpunt van luchtkwaliteit worden geen belemmeringen ondervonden.
Croonen Adviseurs
26
Ruimtelijke onderbouwing BiO-woningen Bakelseweg
5.6
Gemeente Laarbeek
Externe veiligheid Externe veiligheid betreft het risico dat aan bepaalde activiteiten verbonden is voor niet bij de activiteit betrokken personen. Daartoe zijn ‘kwetsbare objecten’ en ‘beperkt kwetsbare objecten’ omschreven. Het gaat enerzijds om de risico’s verbonden aan ‘risicovolle inrichtingen’, waar gevaarlijke stoffen worden geproduceerd, opgeslagen of gebruikt en anderzijds om het ‘vervoer van gevaarlijke stoffen’ via wegen, spoorwegen, waterwegen en buisleidingen. Ter bescherming van kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten (tot de in de wetgeving aangegeven risiconiveaus) moet er een bepaalde afstand aanwezig zijn ten opzichte van risicobronnen. Uit de Risicokaart van de Provincie Noord-Brabant blijkt binnen het plangebied en in de omgeving daarvan geen risicovolle inrichtingen, wegen of leidingen liggen, die een belemmering vormen voor de voorgestane ontwikkeling van de beide locaties.
Uitsnede risicokaart Noord-Brabant
5.7
Verkeer en parkeren Het planvoornemen betreft een geringe uitbreiding van vier woningen op de betreffende locatie. Het is niet te verwachten dat de verkeersveiligheid hierdoor onder druk komt te staan. Er dient rekening gehouden te worden met veilig in te richten erf aansluitingen zodat bij het verlaten van de percelen goed overzicht is op de rijbaan. Er dient voldoende parkeergelegenheid aanwezig te zijn op eigen terrein om parkeerproblemen in het openbaar gebied te voorkomen. Het plan voorziet in voldoende ruimte op de vierpercelen om op eigen terrein auto's op te stellen. Het initiatief voorziet daarmee in voldoende parkeergelegenheid.
Croonen Adviseurs
27
Ruimtelijke onderbouwing BiO-woningen Bakelseweg
5.8
Gemeente Laarbeek
Bedrijven en milieuzonering Wanneer op de percelen opstallen wordt gesloopt en vervolgens BiO-woningen worden (terug)gebouwd gelden de vaste afstanden ten opzichte van omliggende agrarische bedrijven en niet de analyse ‘omgekeerde werking’. In dit geval dient een vaste afstand in acht te worden genomen van minimaal 50 meter tussen de nieuwe woningen en omliggende veehouderijbedrijven. Wanneer hieraan voldaan kan worden hoeft geen nader geuronderzoek te worden uitgevoerd. In het kader van Milieu geldt deze vaste afstand alleen in de hiervoor geschetste situatie. Daar waar door particulieren bouwtitels worden gekocht en niet op eigen perceel wordt gesloopt geldt voor Milieu de nieuwe woning als toevoeging van een burgerwoning waarvoor de analyse ‘omgekeerde werking’ moet worden gemaakt. De betreffende analyse is de SRE uigevoerd. Onderstaande afbeelding geeft het beeld voor de locatie Bakelseweg weer. De nieuw te realiseren woningen mogen niet binnen de opgenomen contouren worden gerealiseerd.
Geurhindercontourenkaart Bakelseweg
5.9
Archeologie Cultuurhistorie De locatie Bakelseweg is gelegen in het cultuurhistorisch waardevol gebied De Peelrand. De Peelrand bestaat uit een ring van middeleeuwse dorpen op enige afstand van het voormalige veengebied van De Peel. Deze oude dorpen worden gekenmerkt door akkercomplexen, schaarse groenlanden en voormalige heidevelden. De heidevelden zijn in de negentiende en twintigste eeuw ontgonnen en grotendeels omgezet in landbouwgrond, waardoor er een waardevol mozaïek is ontstaan van oude en jonge ontginningen.
Croonen Adviseurs
28
Ruimtelijke onderbouwing BiO-woningen Bakelseweg
Gemeente Laarbeek
Het plangebied is aangemerkt als ‘jonge ontginning stroomdal’. Jonge broekontginning, met lanen, landbouwgronden en productiebossen met loofhout. Voor een deel bestaat dit bos uit (doorgeschoten) hakhout. Het gebied kent een grotendeels rationele verkaveling. Veel perceelsscheidingen worden nog gemarkeerd door greppels en (resten van) houtwallen. Gebied met relatief veel zandpaden en met relatief weinig bebouwing. De ontginning is met name tot stand gekomen in de periode 1850-1900, maar is deels, met name aan de randen, ouder. Bij de ruilverkavelingen in de periode 1970-1985, is de verkaveling van het gebied deels gewijzigd en uitgedund. In de toekomstige situatie voor de locatie Bakelseweg wordt deze structuren gehandhaafd en versterkt. Er zal geen aantasting van de betreffende waarden plaatsvinden.
jonge ontginning stroomdal
lage archeologische verwachtingswaarde
Uitsnede cultuurhistorische waardenkaart
Archeologie Archeologische (verwachtings)waarden dienen op grond van de Wet op de archeologische monumentenzorg (Wamz, 1 september 2007) te worden meegewogen in de besluitvorming over ruimtelijke ingrepen. Doel van de Wet op de archeologische monumentenzorg is namelijk 'bescherming van aanwezige en te verwachten archeologische waarden door het reguleren van bodemverstorende activiteiten'. Bij het opstellen en uitvoeren van ruimtelijke plannen wordt rekening gehouden met zowel de bekende archeologische waarden als de te verwachten archeologische waarden. Op de cultuurhistorische waardenkaart van de provincie Noord-Brabant is aangegeven dat voor de locatie een lage verwachtingswaarde is aangegeven. In het bestemmingsplan buitengebied is geen dubbelbestemming voor archeologische verwachtingswaarde opgenomen. Het uitvoeren van een archeologisch onderzoek voor de BiO-woningen aan de Bakelseweg is niet nodig. De gemeente heeft nog geen eigen archeologiebeleid. Dit is in september 2010 in gang gezet en wordt medio 2011 vastgesteld.
Croonen Adviseurs
29
Ruimtelijke onderbouwing BiO-woningen Bakelseweg
Gemeente Laarbeek
Croonen Adviseurs
30
Ruimtelijke onderbouwing BiO-woningen Bakelseweg
Gemeente Laarbeek
6 Conclusie Op basis van hoofdstuk 3 is aangetoond dat er de locatie sprake is van een ruimtelijke kwaliteitsverbetering ten opzichte van de huidige situatie. Deze kwaliteitsverbetering vindt plaats door de aanleg van nieuwe groenstructuren. De overige noodzakelijke ruimtelijke kwaliteitsverbetering zal worden gerealiseerd door middel van een bijdrage in het provinciale fonds van waaruit projecten ter verbetering van de ruimtelijke kwaliteit in het buitengebied van de provincie worden gefinancierd. Op basis van het hoofdstuk beleidskader is aangetoond dat de voorgestane ontwikkeling aansluit aan bij het provinciaal en gemeentelijk beleid onder andere ten aanzien van de nota buitengebied in ontwikkeling en gebiedsvisie voor bebouwingsconcentraties. Ook vanuit het oogpunt van de (gebiedsspecifieke) planologische en milieuaspecten uit hoofdstuk 5 is gebleken dat de wijziging van de bestemming van de woning op onderhavige projectlocatie mogelijk is. De realisatie van de vier BiO-woningen op de locatie Bakelseweg wordt, gelezen het bovenstaande, planologisch aanvaardbaar geacht.
Croonen Adviseurs
31
Ruimtelijke onderbouwing BiO-woningen Bakelseweg
Gemeente Laarbeek
Croonen Adviseurs
32
Ruimtelijke onderbouwing BiO-woningen Bakelseweg
Gemeente Laarbeek
7 Haalbaarheid In dit hoofdstuk wordt de haalbaarheid van dit bestemmingsplan aangetoond. Een bestemmingsplan moet zowel in financieel als in maatschappelijk opzicht haalbaar zijn. Er wordt daarom een korte financiële toelichting gegeven en daarnaast worden de doorlopen procedures weergegeven.
7.1
Financieel Door de gemeente Laarbeek zal zelf zorg dragen voor de realisatie van vier de BiOwoningen in het plangebied. De met de realisering van het planvoornemen gepaard gaande kosten worden gedragen door de gemeente. Tevens zullen de eventuele gevolgen met betrekking tot de grondexploitatiewet en met betrekking tot planschade privaatrechtelijk overeen worden gekomen.
7.2
Maatschappelijk Ten behoeve van realisatie van de vier BiO-woningen op de locatie is een partiële herziening van het geldende bestemmingsplan noodzakelijk. Voor deze herziening zal te zijner tijd een planologische procedure worden doorlopen. Die plannen zullen voor een ieder ter inzage gelegd worden, waarbij de mogelijkheid wordt geboden om zienswijzen in te dienen. Daarnaast wordt overleg gevoerd met onder andere het waterschap en de provincie.
Croonen Adviseurs
33
Quickscan flora en fauna Bakelseweg, Aarle-Rixtel Gemeente Laarbeek
Quickscan flora en fauna Bakelseweg, Aarle-Rixtel Gemeente Laarbeek
Datum: 3 februari 2011 Projectgegevens: NAT02-LAA00023-01a
Postbus 435 – 5240 AK Rosmalen T (073) 523 39 00 – F (073) 523 39 99 E info@croonen.nl – I www.croonenadviseurs.nl
Quickscan flora en fauna Bakelseweg, Aarle-Rixtel
Gemeente Laarbeek
Inhoud 1
Inleiding 1.1 Aanleiding 1.2 Doel 1.3 Opbouw rapport
1 1 2 2
2
Natuurwetgeving en -beleid 2.1 Algemeen 2.2 Flora- en faunawet 2.3 Ecologische Hoofdstructuur en Natuurbeschermingswetgebieden
3 3 3 3
3
Gebiedsbeschrijving 3.1 Huidige situatie 3.2 Ligging ten opzichte van beschermde gebieden 3.3 Toekomstige situatie