CConstaterende datLaarbeek
Koppel je AI →
Document · PDF

10 20250612 Notitie Reikwijdte en Detailniveau N279_DEF

Raadsvergadering 12 juni 2025, gemeente LaarbeekBij agendapunt: B Voorstel tot vaststelling van Zienswijze procedure op de Notitie Reikwijdte en Detailniveau van de N27927.952 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

Dit wordt ondersteund door de omgevingsvisies van gemeenten zoals Laarbeek (2021) en Helmond (2022), die inzetten op een duurzame infrastructuur die rekening houdt met natuur, waterbeheer en ecologische verbindingen. Het ruimtelijk voorstel ‘richting geven aan de kwaliteit van Brabant’ (2023) geeft aan dat de sleutel voor het aanpakken van veel ruimtelijke opgaven ligt in het herstel van het natuurlijk bodem- en watersysteem. Het voorontwerp Brabants Programma Landelijk Gebied (BPLG) (2024) ondersteunt deze aanpak door te streven naar een veerkrachtige natuur en een robuust water- en bodemsysteem. Infrastructurele projecten staan onder druk, mede door de uitstoot van stikstof. De Gedeputeerde Staten van de provincie Noord-Brabant hebben de stikstofaanpak, de Brabantse Ontwikkelaanpak Stikstof (BOS) 2.0. vastgesteld in december 2024. De aanpak heeft als doel om Brabant open te houden, voor maatschappelijke en economische ontwikkelingen. Maatregelen moeten zorgen voor een evenwicht tussen voldoende natuurherstel en voldoende stikstofvermindering. De N279, die grotendeels parallel loopt aan de Zuid-Willemsvaart en de beek de Aa, speelt een belangrijke rol voor het ontwikkelen van gezonde, robuuste en veerkrachtige watersystemen die ruimte bieden aan duurzaam gebruik.

Waterschap Aa en Maas ziet kansen voor extra natuurontwikkeling boven op het bestaande natuurnetwerk Brabant en is de trekker van verschillende integrale gebiedsontwikkelingen in het Aa-dal, een gebied met risico’s op wateroverlast, droogte, hittestress en uitdagingen op het gebied van waterkwaliteit (Waterschap Aa en Maas, 2019). Waterbergingsgebieden zoals 't Ham bij Veghel en de Bakelse Beemden bij Helmond zijn cruciaal voor het hoogwaterbeschermingsbeleid. In hoofdstuk 3.2 wordt verder ingegaan op de waterbergingsgebieden.

2.4

Probleemanalyse

De probleemanalyse van de N279 tussen Veghel en Asten richt zich op de projectdoelen bereikbaarheid, verkeersveiligheid en leefbaarheid. Andere leefomgevingsaspecten worden toegelicht in hoofdstuk 3. Eerst wordt er een globale schets gegeven van de knelpunten wat vervolgens verder is uitgewerkt. In de Notitie Kansrijke Alternatieven (referentienr. 140010/25-001.409) is meer informatie over de probleemanalyse te vinden. Afbeelding 2.2 (pagina 28) toont de belangrijkste knelpunten langs de N279. Daarbij is onderscheid gemaakt tussen knelpunten die zijn ingebracht door stakeholders uit de omgeving (subjectieve knelpunten) en (geïdentificeerde) knelpunten die ook blijken uit de analyses (objectieve knelpunten).

27 | 87

Bereikbaarheid: probleem door slechte afwikkeling van kruispunten en weinig alternatieven voor de auto Het blijkt dat de bereikbaarheid van de regio voornamelijk beperkt wordt door de kruispunten op de N279. De kruispunten hebben onvoldoende capaciteit om het verkeer goed af te wikkelen. Dit zorgt voor vertraging, filevorming en een verhoogde kans op ongevallen. Door de groei van de bevolking en arbeidsplaatsen, groeit ook het verkeer en nemen deze problemen richting 2040 verder toe. Dit is in het bijzonder het geval in Veghel waar de hoeveelheid (vracht)verkeer het hoogst is, er veel kruisingen op korte afstand tot elkaar liggen en ook de aansluiting van de N279 op de A50 een belangrijk knelpunt vormt. De wegvakken op het gehele tracé tussen de kruisingen op de N279 hebben voldoende capaciteit en vormen niet direct een belemmering voor de bereikbaarheid. De reistijd met het OV is aanzienlijk langer dan met de auto voor routes tussen verschillende kernen in het gebied. Het aanbod van deelmobiliteit is zeer beperkt en vormt nog onvoldoende een alternatief voor het autogebruik. Er ontbreekt een directe, comfortabele fietsverbinding in de noord-zuid richting langs de N279. Wandelen is vooral relevant binnen kernen en raakt minder aan de functie van de N279.

De bereikbaarheid van hubs zoals P+R-terreinen, bushaltes en treinstations is cruciaal, waarbij grote loopafstanden naar bedrijventerreinen (als start/ eindbestemming voor veel reizigers) een knelpunt vormen. Verkeersveiligheid: risico’s door het ontbreken van eenduidig wegbeeld en knelpunten bij kruispunten De N279 tussen Veghel en Asten kampt met diverse verkeersveiligheidsproblemen, die voornamelijk worden veroorzaakt door hoge snelheden, een hoog aandeel vrachtverkeer, variërende wegomgeving en een gebrek aan eenduidigheid in de weginrichting. Voor de N279 is het vinden van een balans tussen verkeersafwikkeling en veiligheid cruciaal. De weg voorziet in doorgaand regionaal verkeer, maar ontsluit ook lokaal (landbouw)verkeer, wat een eenduidige en veilige inrichting bemoeilijkt. De oversteekbaarheid van landbouw- en langzaamverkeer (met name fiets) vormt een knelpunt voor zowel de lokale bereikbaarheid als de verkeersveiligheid. Naast kruispunten vormen ook de lange rechtstanden tussen Veghel en Keldonk en tussen Asten en Helmond een verkeersveiligheidsrisico. Leefbaarheid: onder druk door gezondheidsknelpunten, barrièrewerking en sluipverkeer Het verkeer op de N279 zorgt voor geluid en uitstoot van luchtverontreinigende stoffen als stikstofdioxide en fijnstof.

Op enkele locaties langs het tracé zorgen de effecten van de weg in combinatie met andere bronnen van geluid en luchtverontreiniging voor gezondheidsknelpunten. De meeste stapeling van effecten vindt plaats in de wijken Bloemenwijk en Leest in Veghel, de woningen in het buurtschap Kruisschot in Helmond en de woningen aan de Zeelandhof in Rijpelberg, Helmond. De barrièrewerking van de N279 voor mens en natuur en het sluipverkeer in omliggende kernen vormen eveneens problemen.

28 | 87

Afbeelding 2.2 Knelpunten bereikbaarheid, verkeersveiligheid en leefbaarheid N279- Veghel - Asten

29 | 87

2.4.1

Bereikbaarheid

De probleemanalyse richt zich op de bereikbaarheid langs de N279 tussen Veghel en Asten, waarbij diverse vervoersmiddelen zoals auto’s, vrachtverkeer, openbaar vervoer (OV), fietsen en deelmobiliteit worden geanalyseerd. Hierbij worden zowel de huidige knelpunten als de verwachte ontwikkelingen tot 2040 in kaart gebracht. Auto- en vrachtverkeer De totale hoeveelheid personen- en vrachtverkeer op de N279 neemt tussen 2019 en 2040 toe van gemiddeld 19.500 naar gemiddeld 25.300 verkeersbewegingen per etmaal. Dit komt mede door een groei in het aantal inwoners en arbeidsplaatsen in de omliggende gemeenten, vooral in Helmond en Meierijstad. Hoewel de wegvakken van de N279 geen capaciteitsproblemen vertonen, doen deze zich wel voor op de kruispunten. Gehanteerde verkeersmodel Bij de probleemanalyse bereikbaarheid is gebruik gemaakt van het projectspecifiek verkeersmodel N279 Veghel-Asten op basis van het BBMA versie 2022. Er is een gevoeligheidsanalyse uitgevoerd om de verschillen tussen het projectspecifiek verkeersmodel en het geactualiseerde BBMA naar versie 2024 in beeld te brengen. Voor het project N279 Veghel-Asten is de conclusie dat de actualisatie van het BBMA naar versie 2024 niet tot een wezenlijk ander verkeersbeeld op en rond de N279 leidt.

Afbeelding 2.3 toont wat de hoeveelheid verkeer is op de verschillende wegvakken van de N279 in 2019 en voor de referentiesituatie in 2040. Hieruit blijkt dat de grootste absolute aantal groei zich bevindt op het wegvak De Amert - N.C.B.-laan van circa 28.000 naar circa 35.400 verkeersbewegingen. Procentuele grootste toename van verkeer bevindt zich op het wegvak Rochadeweg - Deurneseweg, van circa 13.700 naar circa 19.500 verkeersbewegingen. Daarnaast neemt het (doorgaand) vrachtverkeer op de N279 toe. Dit is te verklaren door de autonome ontwikkeling van de landelijke vrachtwagenheffing die, niet alleen op autosnelwegen, maar ook op de N279 van kracht zal zijn. De vrachtwagenheffing belast het vrachtverkeer op basis van het aantal gereden kilometers. Doordat de N279 tussen de A67 en A50 ligt ingeklemd, vormt de N279 vanuit bepaalde windrichtingen een kortere route dan via de omliggende autosnelwegen. Indirect zorgt de invoering van de landelijke vrachtwagenheffing er in de referentiesituatie voor dat het doorgaand vrachtverkeer op de N279 meer dan verdubbeld ten opzichte van de huidige situatie. In afbeelding 2.3 zijn de verkeersintensiteiten op doorsnede van het wegvak gevisualiseerd. De locatie van het wegvak, betreft het wegvak tussen twee kruisingen in. In beide richtingen zijn de verkeersintensiteiten opgeteld.

De verkeersintensiteiten van de huidige situatie (basisjaar) komen uit 2019, en de referentiesituatie betreft 2040. De verkeersmodelresultaten volgen uit het projectspecifiek verkeersmodel N279 Veghel-Asten op basis van het BBMA versie 2022. Er zijn in de referentiesituatie geen maatregelen getroffen, en betreft dus de autonome groei van het verkeer. Tussen de N270 en de A67 zijn de intensiteiten laag ten opzichte van de rest van het traject. Dit zorgt ervoor dat een relatief kleine toename aan verkeer hier in procentuele zin voor een grote toename zorgt. De toename is in absolute zin hier niet zo groot dat een 2x2 benodigd is. In Veghel is de grootste absolute toename maar doordat de intensiteiten hier al hoog zijn is deze toename in procentuele zin beperkter.

30 | 87

Afbeelding 2.3 Verkeersintensiteiten N279 Veghel - Asten basisjaar (2019) en referentiejaar (2040) (projectspecifiek verkeersmodel N279 Veghel-Asten)

31 | 87

Kruispunten vormen het knelpunt in afwikkeling van het verkeer Het afwikkelen van verkeer op de N279 wordt voornamelijk bepaald door de verkeersafwikkeling op de kruispunten. Uit de verkeerscijfers blijkt dat de wegvakken van de N279 tussen Veghel en Asten zowel in de huidige situatie, als in 2040 niet meer dan 80 % zijn belast en dus voldoende capaciteit hebben voor afwikkeling van verkeer. Dit betekent dat er op de wegvakken zelf geen problemen worden verwacht. Op kruispunten daarentegen, is de verkeersafwikkeling in de meeste gevallen ontoereikend. De volume-capacity ratio (een indicatie voor de verkeersafwikkeling op een kruispunt (V/C-ratio)) vormt hierbij een belangrijk criterium. Kruispunten met een V/C-ratio hoger dan 0,80 raken zwaar belast, wat met name tijdens de ochtend- en avondspits kan leiden tot congestie en filevorming. Het overgrote deel van de kruispunten op de N279 heeft een hogere V/C-ratio dan 0,80. In samenhang met de gemiddelde wachttijd en lokale factoren zoals kruispuntafstanden, is deze V/C-ratio gebruikt om de verkeersafwikkeling op de N279 te beoordelen. Hieruit blijkt dat de reistijd voor auto- en vrachtverkeer via de N279 voor weggebruikers niet betrouwbaar genoeg is, waardoor de wegverbinding niet voldoet aan de gewenste functie als Robuuste Rand van de regio.

Daarnaast zorgt de ontoereikende verkeersafwikkeling op kruispunten ervoor dat de bereikbaarheid van kernen die ontsloten zijn door de N279 onder druk staat. De volgende kruispunten dragen hieraan bij, en zijn daarmee als bereikbaarheidsknelpunten aan te merken: - A50 Aansluiting 11 / N279: · zowel in de ochtend- als avondspits is de capaciteit in de huidige situatie van deze twee verkeersregelinstallatie (VRI)-kruispunten ontoereikend; · congestie op de A50 zorgt in de huidige situatie voor terugslag op de N279 en de aansluitende toeritten. Terugslag op N279 is ook negatief voor de bereikbaarheid van andere kernen aan de N279; · in 2040 is de capaciteit ook onvoldoende en neemt wachttijd voor beide kruispunten verder toe in de spitsperiodes; · dit kan van negatieve invloed zijn op de bereikbaarheid van Veghel, maar mogelijk belemmert het ook de ontsluiting van andere kernen van en naar de A50 via de N279; - kruispunten ter hoogte van Veghel / N279: · de capaciteit van de vijf kruispunten ter hoogte van Veghel is in de huidige situatie ontoereikend in zowel de ochtend- als de avondspits; · hoge kruispuntdichtheid en een relatief hoog aandeel afslaand (vracht)verkeer beïnvloeden de doorgaande verkeersstroom negatief; · dit kan van negatieve invloed zijn op de bereikbaarheid van Veghel, maar mogelijk belemmert het ook de ontsluiting van andere kernen van en naar de A50 via de

N279; - kruispunt Morgenstraat (Keldonk) / N279: · beperkte capaciteit in de huidige situatie, zowel in de ochtend- als avondspits; · de beweegbare Erpsebrug vormt een extra beperkende factor; · dit kan van negatieve invloed zijn op de bereikbaarheid van Keldonk en Erp; - kruispunt Bosscheweg (Boerdonk) / N279: · de enkelstrooksrotonde heeft een ontoereikende capaciteit in de huidige situatie, vooral in de avondspits; · het probleem wordt groter richting 2040 door toenemende verkeersintensiteiten; · dit kan van negatieve invloed zijn op de bereikbaarheid van Boerdonk en bedrijventerrein Bemmer; - kruispunt N615 / N272 / N279: · de dubbelstrooksrotonde heeft een ontoereikende capaciteit in 2040; · dit kan van negatieve invloed zijn op de bereikbaarheid van Beek en Donk en Gemert; - kruispunt Waterleliesingel (Helmond-Noord) / N279: · ontoereikende capaciteit in de huidige situatie in zowel de ochtend- als avondspits; · hoge verkeersintensiteit in beide richtingen en beperkte lengte van opstelstroken verergeren de verkeersafwikkelingsproblemen; · dit kan van negatieve invloed zijn op de bereikbaarheid van Helmond-Noord en Dierdonk; - kruispunt N607 (Weg naar Bakel) / N279: · enkelstrooksrotonde heeft in de huidige situatie een ontoereikende capaciteit in de avondspits; · toenemende intensiteiten van doorgaand verkeer verergeren het probleem richting 2040; · dit kan van negatieve

invloed zijn op de bereikbaarheid van Bakel; - kruispunt Deurneseweg / N279: · ontoereikende capaciteit in de huidige situatie, zowel in de ochtend- als avondspits;

32 | 87

·

-

korte afstand tot aansluiting 36 op de A67 verlaagt de capaciteit door noodzakelijke afstemming van VRI-regelingen; · dit kan van negatieve invloed zijn op de bereikbaarheid van Ommel en Asten, maar mogelijk belemmert het ook de ontsluiting van andere kernen op de A67 via de N279; A67 Aansluiting 36 / N279: · twee VRI-kruispunten met ontoereikende capaciteit in de huidige situatie in zowel de ochtend- als avondspits; · veel uitwisseling van verkeer tussen de N279 en de A67 verergert de problematiek; · dit kan van negatieve invloed zijn op de bereikbaarheid van Ommel en Asten, maar mogelijk belemmert het ook de ontsluiting van andere kernen op de A67 via de N279.

Met name ter hoogte van Veghel en Helmond (Dierdonk) en bij de aansluitingen op de A50 en de A67 is de afstand tussen kruispunten klein. Dit in combinatie met een ontoereikende afwikkelingscapaciteit zorgt dat de kans op filevorming het grootst is op deze delen van het traject. De verkeersafwikkeling op kruispunten waarvan de V/C-ratio’s verder toenemen richting het jaar 2040 is problematisch te noemen. Dit geldt voor drie rotondes op de N279 tussen Veghel en Asten. De ontoereikende afwikkelingscapaciteit van deze rotondes zorgt voor een verslechterde verkeersafwikkeling op de N279 tussen Veghel en Asten, maar ook de ontsluiting van kernen als Boerdonk, Beek en Donk, Gemert en Bakel op de N279 komt hierdoor onder druk te staan. Bijkomend nadeel ten aanzien van de verkeersveiligheid is dat bestuurders nog meer risicovol verkeersgedrag zullen vertonen bij het oprijden van de rotondes, dan in de huidige situatie al het geval is. Dit verhoogt de kans op flankongevallen op de drie rotondes. Herkomst- en bestemmingsanalyse Hoewel de N279 niet dezelfde functie als autosnelwegen A50 en A67 heeft, lijkt deze provinciale weg op basis van de herkomst- en bestemmingsanalyse (deels) wel als zodanig te worden gebruikt. Door middel van de herkomst- en bestemmingsanalyse is gezocht naar een verklaring voor de verkeersintensiteit door de dominante verkeersstromen in beeld te brengen.

Hieruit blijkt dat de N279 tussen Veghel en Asten als schakel in meerdere, diverse routes wordt gebruikt door het verkeer. Relatief veel doorgaand vrachtverkeer op de N279 Zo valt uit de herkomst- en bestemmingsanalyse het volgende op te maken: - op de N279 tussen Veghel en Asten rijdt relatief veel doorgaand vrachtverkeer, waarbij: · circa 45 % van het vrachtverkeer dat bij Asten de N279 oprijdt, doorrijdt op de N279 richting ’s-Hertogenbosch (noordelijke richting); · voor de tegengestelde richting (vanuit Veghel) geldt dat dit aandeel lager is circa 20 %; · in absolute zin rijdt er ook meer doorgaand vrachtverkeer in noordelijke richting (circa 1.200 per etmaal) dan in zuidelijke richting (circa 700 per etmaal). Het relatief hoge aandeel doorgaand vrachtverkeer op de N279 in noordelijke richting valt mogelijk te verklaren door de gunstige ligging van de N279 op de route voor vrachtverkeer vanuit het Ruhrgebied met een bestemming in de richting van Rotterdam/Moerdijk. Dat het aandeel doorgaand vrachtverkeer in zuidelijke richting zowel procentueel als absoluut lager is, is te verklaren door het feit dat verkeer van en naar Veghel sterk georiënteerd is op Uden, ’s-Hertogenbosch en Eindhoven. Van het vrachtverkeer dat bij Veghel op de N279 rijdt, betreft dit daarom vooral bestemmingsverkeer en minder doorgaand verkeer.

Sterke relatie met ‘s-Hertogenbosch Verder blijkt uit de analyse dat met name ter hoogte van Veghel en Helmond het aandeel afslaand verkeer hoog is. Van dit afslaand verkeer komt er relatief veel verkeer uit de richting van ’s-Hertogenbosch, wat een sterke relatie van ’s-Hertogenbosch met Veghel en met Helmond impliceert. Van het verkeer met een bestemming in Veghel rijdt een deel de A50 op bij aansluiting 11 om de snelweg vervolgens bij aansluiting 10 weer te verlaten, waardoor de A50 extra wordt belast (door bestemmingsverkeer). De N279 vormt een schakel in oost-westverbindingen Verder maakt de analyse inzichtelijk dat er nauwelijks verkeer vanaf de N279 (tussen Veghel en Asten) via de A50 in de richting van Eindhoven rijdt. De N279 tussen Veghel en Asten fungeert vooral nabij N270 en N272 als schakel in oost-westverbindingen richting Eindhoven. Hierdoor is met name bij de kruispunten met de N272 en N270 veel uitwisseling van verkeer.

33 | 87

Netwerkanalyse Beperkt aanbod OV Uit de lijnenkaarten blijkt dat het OV-netwerk in Oost-Brabant voornamelijk is gericht op Den Bosch en het OV-netwerk in Zuidoost-Brabant voornamelijk gericht is op Eindhoven, Veghel, Uden en Oss. De N279 wordt in Brabant Oost ter hoogte van Veghel niet gebruikt door bussen. Tussen Asten en Helmond Zuid, ter hoogte Dierdonk en tussen Helmond en Beek en Donk gaat een lijnbus deels via de N279. Uit de netwerkanalyse blijkt dat voor diverse routes de reistijd met het OV aanzienlijk langer is dan met de auto. Dit geldt met name voor verbindingen tussen de kernen zoals Gemert, Erp, Veghel, Helmond, Beek en Donk, Deurne, Bakel, Asten en Helmond-Noord. Voor sommige van deze routes is de reistijd met het OV minstens twee keer zo lang, en in sommige gevallen zelfs vier keer zo lang als met de auto. Beperkt aanbod van deelmobiliteit Het aanbod van deelmobiliteit is zeer beperkt in het gebied, met slechts enkele deelauto’s en OV-fietsen beschikbaar. Dit biedt onvoldoende alternatief voor eigen autogebruik, wat als een knelpunt wordt gezien. Fietsnetwerk langs N279 ontbreekt Er ontbreekt een directe en comfortabele fietsverbinding langs de N279. De huidige fietsverbindingen zijn vaak oncomfortabel en onveilig door gedeelde infrastructuur met landbouw- en bestemmingsverkeer en onvoldoende verlichting.

Het kanaal de Zuid-Willemsvaart vormt een barrière in het regionale fietsnetwerk. Het regionale fietsnetwerk in het gebied rond de N279 is sterk gericht op Eindhoven. De provincie wil graag het fietsnetwerk uitbreiden. De aangelegde en geplande snelfietsroutes zijn gericht op de verbinding met de metropoolregio Eindhoven, zoals de verbindingen Gemert – Eindhoven en Veghel – Eindhoven (via Best) die in voorbereiding zijn. Een toevoeging in het snelfietsroutenetwerk is de F270 tussen Eindhoven en Helmond die nog moet worden gerealiseerd. Daarnaast zijn er plannen om een snelfietsroute tussen Gemert en Helmond aan te leggen. Afbeelding 2.4 geeft een overzicht weer van alle (toekomstige) snelfietsroutes.

Afbeelding 2.4 Overzicht snelfietsroutes in Brabant (Provincie Noord-Brabant, 2024)

Knelpunten voor voetgangers Wandelen is vooral relevant binnen kernen, het heeft niet direct effect voor de N279 vanwege de grote afstanden tussen de kernen langs de N279. De bereikbaarheid van hubs zoals bushaltes en treinstations speelt een cruciale rol, waarbij grote loopafstanden naar bedrijventerreinen op dit moment een knelpunt vormen.

34 | 87

2.4.2

Verkeersveiligheid

Verkeersveiligheid op provinciale wegen zoals de N279 tussen Veghel en Asten is een landelijk probleem. Uit politiegegevens blijkt dat 41 % van de dodelijke verkeersongevallen plaatsvindt op 60- en 80 km/u-wegen, voornamelijk provinciale wegen (Veilig Verkeer Nederland, 2023). Snelheid speelt vaak een rol in zowel het ontstaan als de ernst van ongevallen: hoe hoger de snelheid, hoe groter de impact. Hoewel snelheidsbeperkende maatregelen de verkeersveiligheid kunnen verbeteren, hebben ze vaak een negatief effect op de verkeersafwikkeling. Dit kan ertoe leiden dat weggebruikers hun gedrag aanpassen door risicovolle sluiproutes te nemen of gevaarlijke inhaalmanoeuvres uit te voeren. Dit benadrukt het belang van een zorgvuldige balans tussen verkeersafwikkeling en veiligheid, vooral op wegen zoals de N279. Verkeersfunctie De N279 vervult een belangrijke verbindingsfunctie tussen de snelwegen A50 en A67, wat het een aantrekkelijke route maakt voor regionaal verkeer. Dit brengt echter de uitdaging met zich mee om te zoeken naar een balans tussen bereikbaarheid, verkeersveiligheid en leefbaarheid. De classificatie van de N279 als 'Robuuste Rand' betekent dat de weg regionaal verkeer moet afwikkelen zonder te dienen als doorgaande noord-zuidroute. Daarnaast heeft de N279 een ontsluitingsfunctie voor lokaal verkeer.

Zie afbeelding 2.5 voor de functie van N279 in relatie tot het omliggende wegennet. Robuuste Rand Provincie Noord-Brabant categoriseert de N279 als ‘Robuuste Rand’ tussen de autosnelwegen de A50 en de A67. Dit betekent dat de weg het regionaal verkeer in oost Brabant uit kernen langs de N279 dient af te wikkelen richting onder andere de A2, A50 of A67, maar geen doorgaand verkeer dient te faciliteren. Doorgaand verkeer is verkeer zonder herkomst en/of bestemming langs de N279. De N279 dient sneller te zijn dan de lokale wegen en tegelijkertijd de kernen te ontsluiten. Op basis van de huidige weginrichting is de N279 te categoriseren als gebiedsontsluitingsweg.

Afbeelding 2.5 Functie N279 in relatie tot omliggende wegen

35 | 87

Vormgeving De N279 tussen Veghel en Asten is ingericht als een gebiedsontsluitingsweg buiten de bebouwde kom (bubeko) type II. De weg bestaat uit 1x2-rijstroken met een dubbele asmarkering en zonder middenberm. De maximumsnelheid bedraagt 80 km/u, met uitzondering van de rotonde aan de oostzijde van Beek en Donk (N615/N272) en de rotonde bij Helmond (N607), waar de maximum snelheid 50 km/h is. De weg is gesloten voor (brom)fietsverkeer en er geldt een inhaalverbod. Behalve bij Helmond is de weg ook gesloten voor landbouwverkeer. Langzaam verkeer dient tenslotte overal voorrang te verlenen aan gemotoriseerd verkeer bij gelijkvloerse kruispunten. Het wegbeeld van de N279 verschilt per deeltraject. Zo heeft de N279 ter hoogte van Veghel en Helmond vooral een stedelijk karakter, terwijl de deeltrajecten Keldonk en Ommel - Asten een meer landelijk karakter hebben. Daarnaast variëren de kruispuntvormen per deeltraject, wat ten koste gaat van een uniforme en herkenbare weginrichting. Hetgeen zorgt voor verschillende verwachtingspatronen onder weggebruikers, wat de kans op een ongeval verhoogt. Kruispuntdichtheid Met name ter hoogte van Veghel, Helmond en bij de aansluitingen van de N279 op de A50 en A67 is de afstand tussen kruispunten kort. Dit is niet alleen van negatieve invloed op de verkeersafwikkeling, maar brengt ook verkeersveiligheidsrisico’s met zich mee.

Zo is de kans op een kop-staartbotsing of flankongeval ter hoogte van de kruispunten relatief groot tijdens spitsperiodes. Lange rechtstanden Tussen Veghel en Beek en Donk en tussen Helmond en Asten bestaat de weginrichting van de N279 uit een lange rechte weg (lange rechtstanden). Dit brengt verschillende verkeersveiligheidsrisico’s met zich mee. Ten eerste neemt de kans op ‘polderblindheid’ toe naarmate een rechtstand over lange afstand niet wordt afgewisseld met bochten. Polderblindheid treedt op bij weggebruikers die als gevolg van onvoldoende afwisseling in het wegbeeld afgeleid raken van de verkeerssituatie, waardoor de kans op eenzijdige en frontale ongevallen toeneemt. Doordat een middenberm ontbreekt, heeft een frontaal ongeval meestal desastreuze gevolgen op de N279. Van de 12 dodelijke ongevallen die op de N279 plaatsvonden tussen 2012 en 2022, was de helft het gevolg van een frontaal ongeval. Door het ontbreken van een middenberm kan er ook overal op de N279 ingehaald worden. Zeker bij rechtstanden waar weinig zichtbeperkende elementen langs de weg staan, zullen voertuigen elkaar veel inhalen. Zowel bewust, als onbewust kunnen weggebruikers op de N279 tussen Veghel en Asten dus op de andere weghelft belanden.

Verkeer- en ongevallencijfers Ongevallencijfers bevestigen de verhoogde kans op kop-staart en flankongevallen op de N279 waar de kruispunten dicht op elkaar liggen. Van alle ongevallen die tussen 2012 en 2022 op de N279 tussen Veghel en Asten plaatsvonden, bleek het in 44 % van de gevallen te gaan om een kop-staartbotsing. Met name ter hoogte van Veghel, waar de kruispuntdichtheid het hoogst is, vonden veel kop-staartongevallen plaats. Wat verder bijdraagt aan de verhoogde kans op kop-staartongevallen is het hoge aandeel vrachtverkeer op de N279. Met een gemiddeld aandeel vrachtverkeer van 25 % in de referentiesituatie, is de kans op pelotonvorming van verkeer groot. Bij pelotonvorming houden voertuigen beperkte afstand tot elkaar, waardoor vaak onvoldoende tijd is om te reageren op onverwachte snelheidsverschillen. Een kopstaartbotsing kan dan een gevolg zijn. Tegelijkertijd zijn inhaalacties vrijwel onmogelijk bij pelotonvorming. Daarnaast worden automobilisten over het algemeen gedwongen een lagere snelheid te rijden dan men wenst, wat de neiging om voorliggers in te halen versterkt.

36 | 87

2.4.3

Leefbaarheid

Deze probleemanalyse richt zich op de gezondheidseffecten, barrièrewerking op natuur en op sluipverkeer. Het verkeer op de N279 resulteert in geluidsbelasting en luchtverontreiniging in de omgeving. De N279 kan een barrière vormen voor kernen aan weerzijde van de weg en doorsnijdt natuurgebieden. In kernen langs de N279 wordt overlast ervaren door sluipverkeer. De analyse is gebaseerd op de foto van de leefomgeving, zie hoofdstuk 3. Gezondheid De N279 veroorzaakt geluidsoverlast, trillingen en luchtverontreiniging. Vooral in Veghel zijn de gezondheidsrisico’s in combinatie geluid en luchtverontreiniging uit andere bronnen hoog. Dit komt naar voren uit de Milieugezondheidsrisico-indicator (MGR) die een indicatie geeft van de stapeling van effecten door onder andere industrie, landbouw, wegverkeer en luchtvaart. Deze stapeling leidt in de wijken zoals Bloemenwijk en Leest in Veghel tot hoge milieugezondheidsrisico’s door lucht en geluid van circa 6 %. Andere locaties, zoals Helmond (Kruisschot en Zeelandhof) en enkele verspreide woningen langs de N279, hebben ook hogere milieugezondheidsrisico’s dan gemiddeld langs de N279. Deze locaties vormen daarom knelpunten op gebied van gezondheid. Ook op andere locaties is sprake van enige milieugezondheidsrisico’s.

Deze zijn echter niet opvallend hoog of de luchtverontreiniging en geluid zijn vooral afkomstig van andere bronnen dan het wegverkeer op de N279. Naast milieukundige gezondheidsaspecten speelt de sociaaleconomische status (SES) een rol. Inwoners van de gemeenten langs de N279 hebben over het algemeen een hogere SES dan het landelijk gemiddelde, met uitzondering van Helmond. Hier variëren SES-scores sterk, met enkele wijken zoals Helmond-Noord en Brouwhuis met lagere scores. De ervaren gezondheid varieert in de regio, waarbij Helmond opvalt met slechts 65 % van de inwoners die een goede gezondheid ervaart, lager dan het nationale gemiddelde van 69 %. In Veghel ervaart 63 % van de inwoners in Bloemenwijk een goede gezondheid, wat lager is dan het gemiddelde van 71 % in Meierijstad. Binnen de woongebieden die door de N279 worden doorkruist, zoals Veghel (Leest en Bloemenwijk) en Helmond (Kruisschot en Zeelandhof), is sprake van geluidhinder. De huidige verkeersintensiteit op de N279 varieert hier tussen de circa 15.000 en 25.000 motorvoertuigen per etmaal, wat leidt tot geluidsniveaus tot boven de 70 dB op enkele plaatsen. Dit resulteert in aanzienlijke geluidhinder. Ook buiten de woongebieden zijn er woningen die dicht bij de weg liggen en een hoge geluidbelasting ervaren, soms tot wel 70 dB of meer.

In de bebouwde kom van Veghel, bijvoorbeeld, ondervinden woningen langs de N279 en de aangrenzende grote ontsluitingswegen, zoals de Corridor, geluidsniveaus boven de 65 dB. In Helmond doorkruist de N279 de noordzijde van de stad, met de wijk Dierdonk aan de noordoostzijde. Hoewel de bebouwing zich op enige afstand van de weg bevindt, is er toch sprake van ervaren geluidhinder. In buurtschap Kruisschot en nabij de aansluiting met de N270, waar de N279 dichter bij de bebouwing ligt, is de geluidhinder significant. In de woonkern van Ommel, die op enige afstand van de N279 ligt, is de mate van geluidhinder afkomstig van de N279 relatief beperkt en draagt met name de A67 bij aan een hoge geluidbelasting van de kern. Barrièrewerking De N279 vormt een fysieke barrière voor zowel de mens als natuur. Met name tussen Veghel en Dierdonk vormt de N279 een barrière door de ligging parallel aan de Zuid-Willemsvaart. In Veghel is het aantal verbindingen over de weg en het kanaal beperkt. In Keldonk wordt dit sterk ervaren en is dit terug te voeren op de aanleg van het kanaal (1826) die destijds het dorp heeft doorsneden. De Erpsebrug vormt in het gebied tussen Veghel en Beek en Donk de enige oversteek over het kanaal. Ook door inwoners van Dierdonk wordt de N279 als barrière ervaren.

Er zijn hier echter diverse verbindingen voor auto’s, fietsers en voetgangers over de N279 en het kanaal die Dierdonk snel en veilig verbinden met Helmond. In vergelijking met andere delen van het tracé is het aantal en de kwaliteit van de verbindingen ook goed. Objectief gezien is er daarom geen sprake van sterke barrièrewerking door de N279 ter hoogte van Dierdonk. De barrièrewerking van de N279 in combinatie met de Zuid-Willemsvaart wordt ook ervaren door het landbouwverkeer.

37 | 87

Met betrekking tot natuur doorkruist de weg verschillende natuur- en landschapsgebieden, wat leidt tot versnippering van leefgebieden en wat leidt tot een afname van de biodiversiteit. Ecologische verbindingszones zijn belangrijk om deze barrièrewerking te verminderen en natuurgebieden te versterken. Het huidige tracé van de N279 doorsnijdt op drie plekken de ecologische verbindingszones, zie ook paragraaf 3.3 waarin de natuurgebieden worden weergegeven. Daarnaast ligt de N279 gedeeltelijk naast watergangen en bomenrijen. Sluipverkeer In de kernen van de dorpen en steden langs N279 wordt hinder ervaren door sluipverkeer, dit wordt onder andere veroorzaakt doordat er vertraging plaatsvindt op de N279 en verkeer daardoor een andere route kiest. Dit probleem wordt in Meierijstad ervaren door de bewoners van onder andere. Zijtaart, Erp, Keldonk en delen van Veghel. Er wordt ook gesproken over hinder door sluipverkeer via de Bosscheweg en de Kanaaldijk langs Beek en Donk en Aarle-Rixtel. Daarnaast zijn er zorgen over sluipverkeer door Helmond en door Deurne, waarbij specifiek de Vlierdenseweg / Vlierdensedreef en de Deurneseweg zijn benoemd in reacties.

38 | 87

3 FOTO VAN DE LEEFOMGEVING Dit hoofdstuk beschrijft de N279 en omgeving aan de hand van de belangrijkste milieuaspecten uit het beoordelingskader voor het nog op te stellen MER (zie hoofdstuk 5). Daarmee wordt als het ware een foto van de huidige staat en kwaliteit van de leefomgeving gemaakt. Ook wordt ingegaan op de belangrijkste toekomstige ontwikkelingen die van invloed zijn op de ontwikkeling van de N279 en haar leefomgeving. Afbeelding 3.1 geeft een weergave van de gebiedsinformatie en autonome ontwikkelingen.

3.1

De N279 en omgeving

De provinciale weg N279 is een belangrijke noord-zuidverbinding in de provincies Noord-Brabant en Limburg, die de A2 bij ’s-Hertogenbosch verbindt met de N273 bij Horn. Het totale traject bedraagt circa 70 km waarvan circa 60 km in beheer bij de provincie Noord-Brabant en 10 km bij de provincie Limburg. Het noordelijke deel van Den Bosch tot aan Dierdonk in Helmond loopt direct naast de Zuid-Willemsvaart, met een boog iets van het kanaal af ter hoogte Beek en Donk. Het onderzoeksgebied voor dit project betreft het deeltraject tussen de aansluiting met de A50 bij Veghel en de aansluiting met de A67 bij Asten, een traject van circa 30 km. Het traject is uitgevoerd als een weg met 1x2 rijstroken (1 rijbaan met 1 rijstrook per rijrichting) en voornamelijk gelijkvloerse kruisingen. Het deeltraject tussen Den Bosch en Veghel is in 2017 gereconstrueerd tot een weg met 2x2 rijstroken (2 rijbanen gescheiden door een middenberm met 2 rijstroken per rijrichting) en voornamelijk ongelijkvloerse kruisingen. In 2022 is een reconstructie van de N279 tussen Asten en Meijel (Limburgse grens) afgerond, het wegprofiel is gelijk gebleven aan de oorspronkelijke situatie met 1x2 rijstroken. De kruising bij de Buizerdweg is vervangen voor een rotonde en de verkeersveiligheid ter hoogte van koude oversteken is verbeterd.

De N279 speelt een cruciale rol in de bereikbaarheid en leefbaarheid in de regio Oost-Brabant, en heeft een belangrijke ontsluitingsfunctie voor zowel lokaal als regionaal verkeer. De weg doorkruist de gemeenten Meierijstad, Laarbeek, Helmond, Deurne en Asten. De weg verbindt verschillende dorpen en steden, zoals Veghel, Erp, Keldonk, Aarle-Rixtel, Gemert, Bakel, Deurne, Beek en Donk, Helmond en Asten. De weg faciliteert verkeer tussen de kernen langs de N279 en heeft een aanzienlijke rol in het regionaal (vracht)verkeer en woon-werkverkeer, bijvoorbeeld naar Helmond, Veghel, Eindhoven en Den Bosch. Het landschap langs de N279 varieert van open natuurgebieden en agrarische gronden tot stedelijke omgevingen bij Veghel en Helmond. Vanwege de toename van het autogebruik, de groei van de Brainportregio en de verstedelijking neemt het verkeer toe. Deze toename is ook zichtbaar op de N279, welke als robuuste rand een belangrijke rol vervult in het verkeersnetwerk van de regio. Dit leidt dagelijks tot files en verkeersopstoppingen in de ochtend- en avondspits en tot overlast voor de omgeving. Onder meer door sluipverkeer en geluidsoverlast. Ook zorgt de huidige situatie op, en inrichting van, de weg voor gevaarlijke situaties door bijvoorbeeld kop- en staart of frontale botsingen.

Deze weg doorkruist een gevarieerd landschap dat kenmerkend is voor het zuiden van Nederland, met name de Meierij en de Peelrand. Het gebied is bekend om zijn afwisseling tussen lage beekdalen, natte broekgebieden en hoger gelegen dekzandruggen.

39 | 87

De oudste bewoning in dit gebied vond plaats op de randen van de beekdalen en de dekzandruggen, waar het agrarische landschap oorspronkelijk kleinschaliger was vanwege de verschillen in terreingesteldheid. Deze kenmerken hebben ervoor gezorgd dat het landschap hier nog steeds meer besloten is in vergelijking met de lager gelegen delen. Met de komst van grootschalige heide-, beekdal- en broekontginningen veranderde het landschap significant. Deze ontginningen werden in een stroomversnelling gebracht door de grootschalige veenwinning in de 19e eeuw, mede mogelijk gemaakt door de aanleg van de Zuid-Willemsvaart en later ook de spoorlijn Wesel-Boxtel ter hoogte van Veghel. Hierdoor ontstond een rationelere en grootschaligere verkaveling van het landschap. De N279 is pas begin jaren 2000 tot stand gekomen. Voor die tijd vormde de N266 de belangrijkst noordzuidverbinding hoofdzakelijk langs de Zuid-Willemsvaart.

40 | 87

Afbeelding 3.1 Gebiedsinformatie en ontwikkelingen N279 Veghel - Asten

41 | 87

3.2

Water en bodem

Het principe van water en bodem sturend wordt steeds belangrijker vanwege de groeiende uitdagingen zoals klimaatverandering, grond- en oppervlaktewaterkwaliteit en verstedelijking. Water en bodem sturend betekent dat de kenmerken van het water- en bodemsysteem leidend zijn bij het bepalen hoe gebieden worden ontwikkeld en beheerd. In het projectgebied zijn diverse beken aanwezig, waaronder de Aa, de Bakels Aa, Boerdonkse Aa, Goorloop en de Astense Aa. Daarnaast loopt de N279 op diverse locaties langs de Zuid-Willemsvaart. De beekdalen en beekoverstromingsvlakten zijn in het landschap en gebruik herkenbaar door de variatie rondom de beken en het water dat wordt afgevoerd. Ook zijn in het gebied enkele regionale waterbergingsgebieden en reserveringswatergebieden aanwezig, die bij hoogwater gebruikt kunnen worden. De waterbergingsgebieden zijn noodzakelijk en de capaciteit van het waterbergingsgebied moet blijven behouden of worden vergroot. Zie ook afbeelding 3.2 voor de gebieden. Dit betreffen de gebieden: - de Aa (zuidzijde Veghel en ten oosten en zuiden Boerdonk); - de Bakelse Beemden (ten noordoosten van Dierdonk); - Astense Aa (ten noorden van Ommel). Om inzicht te krijgen in het bodemsysteem is het van belang de fysisch-geografische opbouw van een gebied in beeld te krijgen.

De N279 bevindt zich in het hoger gelegen zandgebied van de fysischgeografische regio, met afwisselend landschapstypen zoals de Meierij en Peelrand. Deze gebieden hebben afwisselend oude bouwlanden, beekdalen en dekzandgebieden. Het gebied tussen Veghel en Asten in Noord-Brabant kenmerkt zich door een variërend landschap van beekdalen, agrarische gronden en stedelijke ontwikkelingen. De bodem bestaat voornamelijk uit zandgronden, die van nature goed doorlatend zijn, maar ook kwetsbaar voor erosie en uitspoeling van nutriënten door intensieve landbouw. In lager gelegen delen, zoals de beekdalen van de Aa en de Kleine Dommel, zijn er kleigronden. Belangrijke aardkundige waarden zijn gerelateerd aan de aanwezigheid van de Peelrandbreuk, die de overgang markeert tussen de hoger gelegen Peelhorst en de lager gelegen Roerdalslenk. De Peelrandbreuk loopt ongeveer parallel aan de N279, op enige afstand ten oosten ervan. De Roerdalslenk, waar de N279 doorheen loopt, is door de dikke watervoerende pakketten een belangrijk gebied voor drinkwaterwinningen. Langs het tracé van de N279 bevinden zich drie drinkwaterwinningen van drinkwaterbedrijf Brabant Water, zie ook afbeelding 3.2: - waterwingebied Veghel; - waterwingebied Helmond; - waterwingebied Vlierden.

Deze locaties kennen specifieke beperkingen en regels om verontreinigingen te voorkomen en de kwaliteit van het grondwater te beschermen. Het oppervlaktewatersysteem in het gebied wordt gedomineerd door het kanaal Zuid-Willemsvaart en diverse beken die onderdeel uitmaken van het stroomgebied van de Aa. Deze beken en de Aa zijn aangewezen als KRW-wateren met specifieke doelen en opgaven. De Aa stroomt bij Veghel dicht langs het tracé en kruist de N279 meerdere keren. De waterhuishouding in het gebied wordt sterk beïnvloed door deze beken, die cruciaal zijn voor de afwatering en ecologie. De grondwaterstanden in het gebied liggen op de goed doorlatende zandgronden dieper onder maaiveld dan in de beekdalen. Door jarenlange waterafvoer en drainage zijn de grondwaterstanden op veel plaatsen verlaagd ten opzichte van de historische situatie. Dit probleem wordt versterkt door klimaatverandering, met langere periodes van droogte en piekbuien. Beleidsmaatregelen vanuit de Kaderrichtlijn Water (KRW) en het Natuur Netwerk Brabant (NNB) richten zich op het herstellen van de natuurlijke waterhuishouding, zoals het hermeanderen van beken en het stimuleren van waterberging in agrarische en natuurgebieden. Er is ook aandacht voor het tegengaan van bodemverontreiniging door meststoffen en gewasbeschermingsmiddelen vanuit de landbouw.

42 | 87

Er zijn verontreinigingscontouren aanwezig in de ondergrond bij de kernen Veghel, Beek en Donk, Helmond en Asten. Dit is van belang bij bemalingen of vergravingen.

Afbeelding 3.2 Drinkwaterwinningen- en waterberging gebieden, het tracé van de N279 doorkruist een aantal van deze wingebieden opgenomen vanuit Omgevingsverordering (Provincie Noord-Brabant, 2023)

43 | 87

3.3

Natuur

In Natura 2000-gebieden worden plant- en diersoorten die in Europa bedreigd zijn en hun natuurlijke leefomgeving beschermd om de biodiversiteit te behouden. De N279 ligt niet direct in of nabij een Natura2000 gebied. In de wijdere omgeving zijn echter wel diverse Natura 2000-gebieden aanwezig. De dichtstbijzijnde Natura 2000-gebieden liggen in het zuidelijk deel van de N279 op circa 6 km afstand. Het gaat daarbij om de Deurnsche Peel & Mariapeel, Strabrechtse Heide Beuven en de Groote Peel (circa 6 km). Deze gebieden bevatten bedreigde plant- en diersoorten en vanuit Europees oogpunt bescherming nodig hebben. Veel van deze Natura 2000-gebieden hebben habitats die stikstofoverbelast zijn. Een deel van het studiegebied N279 maakt deel uit van het Natuurnetwerk Brabant (NNB), zie afbeelding 3.3. Het NNB omvat zowel bestaande als nieuw aan te leggen natuurgebieden in Brabant, waaronder de Natura 2000-gebieden en andere natuurgebieden. De provincie Brabant streeft ernaar om in 2027 een sterk en aaneengesloten natuurnetwerk te hebben. Hiervoor zijn ecologische verbindingszones tussen natuurgebieden noodzakelijk. Activiteiten buiten het NNB kunnen echter ook negatieve effecten hebben op dit netwerk, zoals verstoring van soorten door geluid of licht.

Om dit te voorkomen, werkt de provincie Noord-Brabant aan het versterken en verbinden van natuurgebieden om zo een robuust natuurnetwerk te realiseren. De provincie Noord-Brabant werkt aan het versterken en verbinden van natuurgebieden om een robuust, aaneengesloten natuurnetwerk te realiseren tegen 2027. Enkele belangrijke gebieden zijn het Wijboschbroek ten noordwesten van Veghel, De Eerdse bergen ten zuiden van het Foodpark Veghel, de habitats langs de Aa tussen Veghel en Keldonk. De Biezen, Bakelse Beemden en het beekdal van de Bakelse Aa tussen Helmond en Bakel, het Bakelsbosch ten noorden van Rijpelberg, de Brouwhuissche Heide ten zuidenoosten van Helmond, het beekdal van de Astense Aa en de Ooststappense Heide ten noorden van Ommel en het De Berken ten oosten van Ommel. Binnen deze gebieden zijn tal van natuurtypen met verschil in waarde en ontwikkeltijd. Over het algemeen geldt dat het zuidelijk hoger gelegen delen van het tracé vaak natuurtypen als droge productiebossen kennen. In de lager gelegen beekdalen en broekontginningen gaat het om onder meer kruiden en faunarijk grasland, rivier- en beekgeleidend bos en haagbeuken- en essenbossen. Biodiversiteit omvat alle soorten die in Nederland beschermd zijn, waaronder de soorten die op de Rode Lijst staan.

De IUCN Rode Lijst biedt een overzicht van locaties waar dier- en plantsoorten in aantal afnemen, zeldzaam zijn, of geheel zijn verdwenen. Langs de N279 zijn verschillende diersoorten waargenomen, waaronder de das, bunzing, ree, konijn, et cetera.

44 | 87

Afbeelding 3.3 Natuur Netwerk Brabant en Ecologisch verbindingszones rondom het tracé N279 Omgevingsverordening (Provincie Noord-Brabant, 2023)

45 | 87

3.4

Landschap en cultuurhistorie

De N279 doorkruist een gevarieerd landschap dat kenmerkend is voor het zuiden van Nederland, met name in de Meierij en de Peelrand. Het gebied is bekend om zijn afwisseling tussen lage beekdalen, natte broekgebieden en hoger gelegen dekzandruggen. De oudste bewoning in dit gebied vond plaats op de randen van de beekdalen en de dekzandruggen, waar het agrarische landschap oorspronkelijk kleinschaliger was vanwege de verschillen in terreingesteldheid. Deze kenmerken hebben ervoor gezorgd dat het landschap hier nog steeds meer besloten is in vergelijking met de lager gelegen delen. Met de komst van grootschalige heide-, beekdal- en broekontginningen veranderde het landschap significant. Deze ontginningen werden in een stroomversnelling gebracht door de grootschalige veenwinning in de 19e eeuw, mede mogelijk gemaakt door de aanleg van de Zuid-Willemsvaart en later ook de spoorlijn Wesel-Boxtel. Hierdoor ontstond een rationelere en grootschaligere verkaveling van het landschap. Landschap Ten noordwesten van Veghel bevindt zich het Wijboschbroek, zie afbeelding 3.4, dit gebied heeft een belangrijke natuur- en landschapswaarde, door dat het één van de weinig overgebleven (vochtige) leembossen betreft in Nederland. Het Wijboschbroek betreft een jonge broekontginning met goed herkenbare patronen van greppels, sloten, wallen, wegen en dijken, die samenhangen met de ontginningsfasen.

De jongste ontginningen in dit gebied staan sterk in verband met de Zuid-Willemsvaart. Ten zuiden van Veghel zijn de oude zandontginningen Zijtaart, Doornhoek, Corsica en Zondveld te vinden, met akkerbouw en populierenplantages. Deze akkercomplexen zijn nog redelijk goed herkenbaar door de aanwezige beplanting. Het contrast tussen het open beekdal van de Aa en de dicht bebouwde en beplante zandruggen is karakteristiek voor dit deelgebied. Langs de N279 loopt de Goorloop richting Beek en Donk. Schaalvergroting, intensivering en gebruik van teeltondersteunende voorzieningen in de landbouw hebben invloed op deze karakteristieken en leiden onder meer tot het verlies van (historische) landschapselementen en functionele grootschalige verkaveling. Bij de rotonde ter hoogte van de N279 bij Boerdonk gaat het landschap over van dekzanden naar een redelijk gaaf broekontginningslandschap bij de Aa en de Snelle Loop. Dit gebied bevat landbouwgronden, bossen en lanen met een redelijk goed herkenbare ontginningsstructuur. Hierbij hoort het redelijk ongerepte bos-, houtwallen- en lanencomplex De Biezen. Ten zuidwesten van het industrieterrein Boerdonk doorsnijdt de N279 het dal van de Aa. Tussen Helmond en Asten ligt een aardkundig waardevolle gebied Oostappensche Heide/Astensche Aa.

Dit omvat een complex van hoge en lage stuifduinen in een heidegebied met een vrij natuurlijke, gave en markante overgang naar het beekdal van de Astensche Aa. De N279 loopt door een breuk die onderdeel is van het Peelrandbreukstelsel, een geologische breukzone die grofweg van Roermond tot Oss loopt, hoewel hiervan ter plaatse niets zichtbaar is aan het oppervlak. Provincie Noord-Brabant heeft de zogeheten groenblauwe mantel ontwikkeld, ter bescherming van de ruimtelijke structuur. De groenblauwe mantel verwijst naar een netwerk van natuurlijke en semi-natuurlijke landschappen dat zich uitstrekt over het platteland. De N279 ligt deels binnen en grenst een aantal keren aan de groenblauwe mantel. Op een paar locaties raakt de groenblauwe mantel het tracé niet, namelijk bij Beek en Donk van rotonde N279 - Gemertseweg, en aan de westzijde van Dierdonk. Binnen de groenblauwe mantel is ruimte voor de ontwikkeling van gebruiksfuncties met een extensief karakter, zoals grondgebonden landbouw en recreatie, voor zover die bijdragen aan de kwaliteiten van natuur, water en landschap.

De ontwikkeling van nieuwe (kapitaal)intensieve functies, zoals intensieve stedelijke ontwikkeling of intensieve vormen van recreatie en landbouw (zoals de bouw van kassen, (bezoekers-)intensieve recreatie, of concentratiegebieden voor intensieve landbouwfuncties) passen minder bij het karakter van deze gebieden. Door de gebieden als groenblauwe mantel aan te duiden kan de gemeente de waarden betrekken in hun ruimtelijke afweging (Provincie Noord-Brabant, 2023).

46 | 87

Cultuurhistorie De Zuid-Willemsvaart, aangelegd in 1826, is beeldbepalend en cruciaal voor de cultuurhistorische ontwikkeling van het gebied. De Veghelse binnenhaven, eveneens gerealiseerd in 1826, wordt zeer hoog gewaardeerd. De restanten van de spoorlijn Boxtel-Wesel, met herkenbare ophogingen en oude hakhoutbeplanting, zijn ook van hoge cultuurhistorische waarde. Heidenederzettingen zoals Zijtaart en Doornhoek hebben een gave stedenbouwkundige structuur, zowel in lijnvorming als in bebouwing (kerkelijk-woonhuizen-boerderijen). Vanaf de Zuid-Willemsvaart is er een sterke visuele relatie tussen de oude ontginningsgronden en het dorpssilhouet. Bij Bemmer wordt de Zuid-Willemsvaart/N279 begeleid door historische houtwalbeplanting van hoge waarde. Tussen Beek en Donk en Aarle-Rixtel ligt aan de N279 het Missieklooster Heilig Bloed (1902) met een kloostertuin. Archeologie In het gebied bij Veghel - Keldonk zijn verschillende gradaties in de trefkans op archeologische vondsten, met een hoge tot middelhoge trefkans van de buitenring van Veghel tot Keldonk en vanaf Boerdonk. Het archeologisch landschap van de Helmondse Akkers wordt gekenmerkt door een hoge dichtheid aan vondsten. Bij Boerdonk - Beek en Donk zijn verschillende gradaties in trefkans op archeologische vondsten, met een hoge tot middelhoge trefkans (gefragmenteerd) vanaf Boerdonk tot de buitenring van Helmond.

Het archeologisch landschap van de Helmondse Akkers heeft een hoge dichtheid aan vondsten, veelal gerelateerd aan oude akkercomplexen op de dekzandruggen. Nabij Scheepstal is ook een archeologisch rijksmonument met sporen van bewoning uit de late middeleeuwen en/of nieuwe tijd. Het archeologisch landschap van het Dekzandeiland Asten-Deurne bestaat uit oude bouwlanden en stuifduinen bedekte 'dekzandeilanden', met een relatief lage dichtheid aan archeologische vindplaatsen.

47 | 87

Afbeelding 3.4 Archeologische-, cultuur, en aardkundige waarden en groenblauwe mantel rondom de N279 (Provincie NoordBrabant, 2024) (Provincie Noord-Brabant, 2023)

48 | 87

3.5

Gezondheid

Het verkeer op de N279 heeft invloed op de gezondheid van omwonenden. Zo veroorzaakt het verkeer op de weg geluid en uitstoot van luchtverontreinigende stoffen, wat resulteert in milieugezondheidsrisico’s. Daarnaast is ook de ervaren gezondheid en sociaaleconomische positie van bewoners langs de N279 van belang voor de mate waarop de N279 de gezondheid van omwonenden beïnvloedt. Deze indicatoren komen voort uit benadering van Brede Welvaart. Milieugezondheidsrisico’s door optelsom van luchtverontreiniging en geluid De milieugezondheidrisico-indicator (MGR) geeft een goede inschatting van de optelsom van geluidbelasting en luchtverontreiniging uit verschillende bronnen, waaronder het wegverkeer van de N279. De indicator geeft in procenten aan welk deel van de ziektelast (verloren gezonde levensjaren) veroorzaakt wordt door deze bronnen in de huidige situatie. Afbeelding 3.5 laat zien dat de MGR hoog is langs de N279, andere hoofdwegen en bedrijventerreinen.

Afbeelding 3.5 Milieugezondheidsrisico’s (tot 2020) langs het tracé N279 (Atlas Leefomgeving, 2023)

49 | 87

Met name in de omgeving van Veghel is de MGR-indicator hoog (circa 6 %) voor tientallen woningen in de wijken Bloemenwijk en Leest direct langs de N279. Andere kernen en wijken langs het tracé kennen lagere niveaus met uitzondering van het gebied Kruisschot en een deel van de woningen aan de Zeelandhof in Rijpelberg in Helmond (MGR van ruim 5 %). Verspreid langs de N279 zijn enkele individuele woningen nabij de weg gelegen met een hoge MGR van 5 % of meer. Dit geldt met name tussen Keldonk en Boerdonk. Op andere locaties in het studiegebied zijn de MGR lager of vormt de N279 niet de dominante bron. Het gaat hierbij onder andere om Helmond-Noord en Dierdonk (MGR <5 %), Brouwhuis (hier is een hoge MGRindicator, maar de spoorlijn en de N270 zijn dominant) en Ommel (MGR 4-5 %, maar de A67 is voor de kern dominant). Uit reacties van stakeholders blijkt dat de inwoners van Dierdonk, Brouwhuis en Ommel hinder ervaren en zich zorgen maken over gezondheidseffecten. Uit de analyses blijkt echter niet dat hiervan op basis van de objectieve gegevens sprake is van hoge milieugezondheidsrisico’s afkomstig van de N279. Geluid Onderstaande afbeelding toont dat geluid vanuit verschillende bronnen als wegen, industrie en bedrijventerreinen, maar ook de vliegvelden Volkel en Eindhoven Airport bijdragen aan de milieugezondheidsrisico’s door geluid.

Ook hier is de cumulatieve geluidbelasting het hoogste in Veghel. Afbeelding 3.6 Cumulatie van verschillende geluidbronnen in het studiegebied N279 (Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat, 2022)

50 | 87

Als beheerder van provinciale wegen zoals de N279 probeert provincie Noord-Brabant toename van geluidhinder door deze wegen te beperken en waar mogelijk te verminderen. Uit het ontwerp-actieplan Geluid 2024-2029 (4e tranche) blijkt ook dat verkeer door wegverkeerslawaai op verschillende plekken langs de N279 (ernstige) geluidhinder en slaapverstoring veroorzaakt en zich het meest duidelijk concentreert in Veghel (Provincie Noord-Brabant, 2024). Tabel 3.1 toont de situatie van het aantal woningen, personen en gehinderden boven de 55 dB Lden uit bijlage IV van het actieplan. Vrijwillige of verplichte sanering (maatregelen) zijn overigens pas nodig bij een geluidniveau van 61-66 dB Lden. De provincie Noord-Brabant hanteert de een eigen ambitieuzere drempel van 60 dB. De tabel laat zien de geluidhinder afkomstig van de N279 zich ook onder deze niveaus concentreert in Meierijstad, wat het beeld uit bijvoorbeeld de MGR bevestigt.

Tabel 3.1 Overzicht aantal woningen, personen en gehinderden en slaapgestoorden situatie 2022 N279 Veghel-Asten Weg

Gemeente

Lden ≥ 55 dB Aantal woningen

Aantal personen

Aantal gehinderden

2

4

1

N279

Deurne

N279

Meierijstad

212

454

67

N279

Laarbeek

28

60

8

N279

Helmond

12

26

3

N279

Asten

27

58

9

Luchtkwaliteit Ook de luchtkwaliteit in de omgeving van de N279 heeft effect op gezondheid. Afbeelding 3.7 geeft de concentraties stikstofdioxide (NO2) weer en geeft hiervan een indicatie. Er zijn ook andere stoffen zoals (zeer) fijnstof (PM10 en PM2.5) die van belang zijn voor de luchtkwaliteit. De luchtkwaliteit op deze stoffen valt binnen de wettelijke normen (grenswaarden), maar bevindt zich nog boven de advieswaarden van de Wereldgezondheidsorganisatie. Dit is overigens in een groot deel van Nederland het geval, met uitzondering van de noordoostelijke provincies waar de achtergrondconcentraties lager zijn. Opnieuw valt Veghel op, maar ook op diverse andere delen van het tracé zijn concentraties iets hoger. Bijvoorbeeld rondom Laarbeek, ten zuiden van Dierdonk en Ommel nabij de (aansluiting met de) A67.

51 | 87

Afbeelding 3.7 Concentratie stikstofdioxide (NO2) als indicatie van luchtkwaliteit in het studiegebied N279 (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM), 2024) (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM), 2024)

Sociaaleconomische status Welvaart, opleidingsniveau en arbeidsmarktdeelname (acroniem: WOA) zijn belangrijk factoren in bestaanszekerheid, kansengelijkheid en gezondheid van mensen. Samen vormen ze de sociaaleconomische status (SES) van mensen (Centraal Bureau voor de Statistiek, 2022). Een lage SES hangt vaak samen met een mindere fysieke en mentale gezondheid, meer stress en een lagere levensverwachting (Pharos, 2022). Sociaaleconomisch kwetsbare groepen zijn daarmee ook kwetsbaarder op het gebied van gezondheid.

52 | 87

Inwoners van de gemeenten langs de N279 hebben een hogere SES-WOA-score dan gemiddeld in Nederland, met uitzondering van gemeente Helmond. In gemeente Helmond zijn de verschillen in de SES tussen inwoners echter veel groter dan gemiddeld in de regio. Helmond-Noord en Brouwhuis hebben een lager dan gemiddelde SES, de wijk Rijpelberg een gemiddelde SES en de wijk Dierdonk een bovengemiddelde SES (Centraal Bureau voor de Statistiek, 2022). In Veghel vallen de buurten Bloemenwijk en Leest op door een SES die net onder het Nederlands gemiddelde ligt (Centraal Bureau voor de Statistiek, 2022). Dit zijn de wijken die ook hoge milieugezondheidsrisico’s kennen. Ervaren gezondheid De ervaren gezondheid is in de regio vergelijkbaar met het Nederlands gemiddelde (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu, 2022). Gemeente Helmond valt op door het lage percentage inwoners (65 %) dat aangeeft een goede ervaren gezondheid te hebben. Dit is duidelijk lager dan het Nederlands gemiddelde van 69 %. Binnen Helmond vallen de buurten Bloemvelden en Straakven ten westen van de N279 op met lage ervaren gezondheid rond de 55-60 %. Rijpelberg en Brouwhuis kennen percentages rond de 65 %. De wijk Dierdonk daarentegen kent een bovengemiddeld hoog percentage: 77 % van de inwoners ervaart een goede gezondheid.

Voor gemeente Meierijstad geldt dat gemiddeld 71% van de inwoners aangeeft een goede gezondheid te hebben. Dit is vergelijkbaar tot iets hoger dan het Nederlands gemiddelde. Voor inwoners van de Bloemenwijk in Veghel geldt een percentage van 63 %, wat correleert met de hogere milieugezondheidsbelasting die daar optreedt. Overigens kunnen tal van andere factoren een rol spelen in de ervaren gezondheid van deze inwoners.

Afbeelding 3.8 Percentage inwoners met een goed ervaren gezondheid in buurten binnen Helmond getoond op kaart (linkerzijde) en als variatie tussen gebieden (rechterzijde)

Afbeelding 3.9 Percentage inwoners met een goed ervaren gezondheid in buurten binnen Meierijstad getoond op kaart (linkerzijde) en als variatie tussen gebieden (rechterzijde)

53 | 87

Autonome ontwikkeling van gezondheid Gezondheid langs de N279 ontwikkelt zich naar verwachting tot 2040 als volgt (Rijksinstituut voor Volksgezondheid, Ministerie van Volksgezondheid, 2018). Geluidhinder door verkeer neemt toe door de autonome groei van het verkeer op de N279 met circa 30 %. Bij hogere snelheden is overigens niet het motorgeluid, maar het geluid van banden en luchtverplaatsing dominant. Emissieloos verkeer leidt daarom niet tot afname van geluid en kan door hoger gewicht van (vracht)auto’s door bijvoorbeeld accu’s zelfs tot meer geluid leiden op hoge snelheden. Meer algemeen wordt een trendmatige toename van geluid verwacht door meer activiteiten in de fysieke leefomgeving. Schadelijke emissies door het verkeer nemen af door schoner verkeer, al kan bandenslijtage een grotere rol spelen door het hogere gewicht van voertuigen. Meer algemeen wordt een trendmatige verbetering van de luchtkwaliteit in Nederland verwacht ook door hogere eisen aan andere bronnen van luchtvervuiling en de energietransitie. Per saldo zullen de milieugezondheidsrisico’s langs de N279 in algemene zin afnemen ondanks de groei van het verkeer. Dit is in lijn met het gezondheidsbeleid van provincie Noord-Brabant. Daarbij is de verbetering van de generieke luchtkwaliteit de dominante factor. De autonome ontwikkeling van ervaren gezondheid en sociaaleconomische status is onzeker.

3.6

Toekomstige ontwikkelingen

De regio Oost-Brabant ontwikkelt zich komende jaren volop. De ontwikkeling van arbeidsplaatsen en inwoners leidt tot meer verkeer. Ook vraagt de woningbouw, voorzieningen, bedrijvigheid en infrastructuur die hiervoor nodig is ruimte. Daarnaast zijn er ook andere ruimtelijke ontwikkeling, bijvoorbeeld op het gebied van beekherstel, waterberging of natuurontwikkeling. Daarnaast zijn er wat algemene trends en ontwikkelingen die relevant kunnen zijn voor de leefomgeving zoals klimaatverandering en luchtkwaliteit. In het project N279 wordt met deze ontwikkelingen rekening gehouden. Daarbij wordt onderscheid gemaakt tussen: - generieke autonome ontwikkelingen; - autonome groei van het verkeer; - autonome ruimtelijke ontwikkelingen; - toekomstige ruimtelijke ontwikkelingen. De autonome en toekomstige ruimtelijke ontwikkelingen zijn in afbeelding 3.10 weergegeven. Dit zijn de autonome ontwikkelingen die per juli 2024 zijn geïnventariseerd.

54 | 87

Afbeelding 3.10 Autonome en toekomstige ruimtelijke ontwikkelingen kaart N279 Veghel - Asten

55 | 87

3.6.1

Generieke autonome ontwikkelingen

Er zijn projectoverstijgend enkele belangrijke trends en ontwikkelingen die de fysieke leefomgeving in het studiegebied N279 mede-bepalen. Denk hierbij aan klimaatverandering die zorgt voor grotere weersextremen waaronder extreme neerslag, droogte en hittestress. Hierdoor neemt het belang van het vasthouden en bergen van water naast de weg en in het studiegebied toe. Een ander voorbeeld is de trendmatige verbetering van de luchtkwaliteit die van invloed is op de gezondheid langs de N279. Daarnaast zijn de beleidskader van overheden ook steeds in ontwikkeling. Zo geldt dat per januari 2025 het nieuwe beleid Ontwerp Actieplan Geluid in treedt, voor de periode 2024 - 2029 (Provincie Noord-Brabant, 2024). Voor het programma Hoogwater Aanpak Brabant Oost (HoWaBo) wordt onder ander het stromingsgebied van de Aa onderzocht, om te beschermen tegen hoogwater en te voldoen aan de actuele beschermingsnorm voor wateroverlast. Hiervoor ligt de NRD ter inzage tot maart 2025, waarna vervolgens gestart wordt met de mer. Er zijn daarnaast diverse ontwikkelingen rondom water en bodem sturend en klimaat, waardoor er een addendum is op gesteld voor het Regionaal Water en Bodem Programma. De Gedeputeerde staten heeft het addendum op 1 oktober 2024 vastgesteld, momenteel worden de zienswijzen verwerkt en is de verwachting in februari 2025 opnieuw vastgesteld te kunnen worden.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Laarbeek&id=c83f28da-ab0e-4cdf-94e3-d6f7bc347b76