10 20240410 Bestemmingsplan De Biezen 6a Regels
Tekst van het document
Bovengenoemde afstanden zijn indicaties (afgerond op 50 meter) op basis van een bedrijf van 2500 respectievelijk
-
verschillende categorieën (indeling in categorieën conform de nieuwe stankwetgeving):
wet- en regelgeving (zowel huidig als toekomstig) worden gedacht aan de volgende te hanteren afstanden tot de
verschillende categorieën stankgevoelige objecten. Zonder rekening te houden met cumulatie moet op basis van de
De wet- en regelgeving geeft aan welk aantal dieren maximaal gehouden mag worden afhankelijk van de afstand tot
in de vergunningverlening voor die bedrijven die zijn gelegen in landbouwontwikkelings- of verwevingsgebied.
cumulatie (totale effect van meerdere bedrijven op het stankgevoelige object) van geurhinder niet wordt meegenomen
landbouwontwikkelings- en verwevingsgebieden” van kracht worden. Verschil met de huidige regelgeving is, dat
daarin aangewezen verwevings- en landbouwontwikkelingsgebieden de “Wet stankemissie veehouderijen in
gebieden die vallen onder het regime van de Reconstructiewet het Reconstructieplan is vastgesteld, zal voor de
Uitwerking
Randvoorwaarde
voor verzuring
Thema
25
Wet Ammoniak en Veehouderij (Wav) Binnen 250 meter van de kwetsbare bos- en natuurgebieden hebben intensieve veehouderijbedrijven ontwikkelingsmogelijkheden binnen hun bedrijfsemissieplafond, welke voortkomt uit de Wav. Inmiddels is door het kabinet (Balkenende II) een wijziging van de Wav aangekondigd en zal het Rijk een voorstel doen voor de invulling van de vereisten die voortvloeien uit de Vogel-, Habitat- en IPPC-richtlijn. Na vaststelling van een nieuwe Wav en de duidelijkheid over de Europese richtlijnen zullen de reconstructie- en gebiedsplannen aangepast worden aan deze nieuwe wet en zal ook de beoordeling van duurzame locaties voor de intensieve veehouderij vanuit het beoordelingsaspect “verzuring” nog kunnen veranderen.
De ontwikkeling moet passen
binnen de wet- en regelgeving
voor ammoniak (Wet
ammoniak en veehouderij,
MER, IPPC, Natuur-
beschermingswetgebieden,
Habitatrichtlijngebieden,
Vogelrichtlijngebieden)
gebruikt gemaakt van de systematiek uit de inmiddels vervallen Uitvoeringsregeling Ammoniak en Veehouderij.
sprake is van schadelijke handelingen (in de zin van de Natuurbeschermingswet) wordt door de provincie momenteel
Natuurbeschermingswetvergunning moeten afgeven. De provincie brengt hierover advies uit. Voor de beoordeling of
Voor Natuurbeschermingswetgebieden zal het ministerie van LNV in gevallen waar dat speelt een
Natuurbeschermingswet- en Habitatrichtlijn te worden opgenomen.
dus niet mogelijk. Indien het bedrijf MER-plichtig is, dient in het MER een eventuele toets ten aanzien van de
passende maatregelen zijn weg te nemen, moet de milieuvergunning worden geweigerd en zijn duurzame locaties
Indien omschakeling of uitbreiding significante gevolgen voor het gebied heeft, en deze gevolgen niet middels
item. Dat betekent dat een aanvullende toetsing, naast de toetsing in het kader van de Wav, noodzakelijk kan zijn.
Depositie van ammoniak op Natuurbeschermingswetgebieden en Habitatrichtlijngebieden is hierbij het belangrijkste
gevolgen optreden voor de te beschermen Natuurbeschermingswet- en Vogelrichtlijn- en Habitatrichtlijngebieden.
Er dient te worden getoetst of door omschakeling of uitbreiding van een intensieve veehouderij geen significante
Natuurbeschermingswet- en Vogelrichtlijn- en Habitatrichtlijngebieden
Uitwerking
Randvoorwaarde
Provincie Noord-Brabant, 2 december 2003
Thema
26
toekomstig te realiseren ecologische verbindingszone niet aantast; het functioneren van de ecologische verbinding dient voorop te staan. De uitbreiding van het bouwblok dient in principe gepaard te gaan met de inrichting van een aangrenzende ecologische verbindingszone.
de ecologische
vebindingszone dient
gehandhaafd te worden.
verbindings-
zone’s
Provincie Noord-Brabant, 2 december 2003
Duurzame locaties zijn mogelijk, mits de uitbreiding van het bouwblok de breedte en inrichting van een bestaande of
De breedte en inrichting van
Ecologische
van toepassing is.
In bijlage1 is aangegeven vanaf welke omvang van bedrijven een dergelijke omgevingstoets vanuit de MER of IPPC
meer betrekking op de aspecten verzuring (ammoniak) en stankhinder.
milieuvergunning worden geweigerd en zijn duurzame locaties dus niet mogelijk. Deze omgevingstoets heeft onder
gevolgen voor het milieu leidt en deze gevolgen niet middels passende maatregelen zijn weg te nemen, moet de
MER-richtlijn voldoet. Als uit de omgevingstoets blijkt dat omschakeling of uitbreiding tot ontoelaatbare nadelige
omgevingstoets vanuit de MER of IPPC. Gemeenten moeten zeker stellen dat de vergunningaanvraag aan de IPPC- en
Bij grote uitbreidingen of oprichtingen (in geval van omschakeling) dient rekening te worden gehouden met een
MER / IPPC
door het Rijk worden aangegeven op welke wijze deze beoordeling (procedureel) zal moeten plaatsvinden.
In de nieuwe Natuurbeschermingswet, welke mogelijk in 2003 door de Tweede Kamer zal worden behandeld, zal
gevolgen kunnen optreden.
aanwezige vogelsoorten. Er dient evenwel in concrete gevallen wel te worden beoordeeld of mogelijke andere
algemeen leidt depositie van ammoniak in deze gebieden niet tot significante gevolgen voor het gebied en de daarin
In bijzondere gevallen kan een aanvullende toetsing ook noodzakelijk zijn voor Vogelrichtlijngebieden. Over het
handleiding heeft echter geen juridische status.
in een handleiding uiteen gezet wat wordt verstaan onder een passende beoordeling en significante gevolgen. Deze
Daarbij dient rekening te worden gehouden met de cumulatieve gevolgen van het voorgenomen initiatief. De EU heeft
bevoegd gezag (de gemeente) in het kader van de milieuvergunning een passende beoordeling zal moeten maken,
Voor Habitatrichtlijngebieden gaat het om een rechtstreekse toepassing van deze richtlijn. Dat betekent dat het
Uitwerking
Randvoorwaarde
Thema
27
voldoen verschilt per type gebied. Zo zal bijvoorbeeld in jonge heide-ontginningen eerder aan deze randvoorwaarde kunnen worden voldaan dan in bijvoorbeeld oude cultuurlandschappen.
zoals weergegeven op de
Cultuurhistorische
Waardenkaart zijn alleen
(Streekplan).
er wordt zo veel mogelijk aangesloten bij bestaande bebouwing(sconcentraties).
de openheid op provinciale schaal blijft herkenbaar;
uitbreiding van het bouwblok leidt niet tot verstoring van belangrijke zichtrelaties;
-
in de zee- en
rivierkleigebieden
Duurzame locaties zijn mogelijk, mits rekening wordt gehouden met de volgende randvoorwaarden:
de cultuurhistorische waarden (hieronder worden ook historische groenstructuren en de historische bouwkunst
Instandhouding van openheid
(Streekplan).
(landschaps)waarden
cultuurhistorische
versterking van de
die leiden tot behoud of
van de historische functie en
de voortzetting of het herstel
toelaatbaar die gericht zijn op
Provincie Noord-Brabant, 2 december 2003
Openheid
waarden worden behouden en waar mogelijk versterkt. De mogelijkheid om aan de genoemde randvoorwaarde te
hoge en zeer hoge waarden,
gebieden
ruimtelijke ingrepen
verstaan) niet aantasten . Een beeldkwaliteitsplan moet in deze situaties duidelijk maken hoe de cultuurhistorische
landschappelijke vlakken met
waardevolle
Duurzame locaties zijn in principe niet mogelijk, tenzij wordt aangetoond dat uitbreidingen van bestaande bedrijven
In de historisch
Cultuur-historisch
Uitwerking
Randvoorwaarde
Thema
28
waarden ter plekke behouden zullen blijven (behoud in situ). Dit betekent dat uitbreiding van bestaande vestigingen alleen kan geschieden wanneer rekening wordt gehouden met de archeologische waarden. Bij uitbreiding van het bouwblok geldt voor archeologische waarden dat deze geconsolideerd dienen te worden. Het archeologisch waardevol terrein wordt ingericht, ingepast of ingesloten als groenstructuur binnen het plangebied of archeologievriendelijk overbouwd.
verwachtingswaarde, zoals
deze is weergegeven op de
Cultuurhistorische
Waardenkaart (CHW) dienen
door middel van
Provincie Noord-Brabant, 2 december 2003
(streekplan)
beeld te worden gebracht
archeologische waarden in
vooronderzoek de
daadwerkelijk archeologische waarden aanwezig en er voldoende garanties zijn dat eventuele archeologische
middelhoge archeologische
waarden
Duurzame locaties zijn mogelijk, mits door middel van archeologisch vooronderzoek in beeld wordt gebracht of
In gebieden met een hoge of
Archeologische
Uitwerking
Randvoorwaarde
Thema
29
geen verstoring van landschappelijke samenhangen (bijv. overgangen van hoog naar laag of overgangen tussen en binnen landschapstypen) veroorzaakt. Hierbij zal altijd een goede hoogwaardige inpassing vereist zijn.
kreekgebieden, stuifzand- en
landduinen dienen behouden
te blijven (Streekplan,
gebieden
is met name het geval in het grote en gevarieerde gebied van de Maasterrassen in Noordoost-Brabant.
kreekherstel” in het Integraal
milieuverordening) worden getroffen om te voorkomen dat de risico’s voor de kwaliteit van het grondwater toenemen. Een en ander moet blijken uit een watertoets, waarbij het waterwinbedrijf wordt betrokken. Duurzame locaties zijn
Provinciale Milieu-
Verordening)
Provincie Noord-Brabant, 2 december 2003
bedrijfsgebouwen en voorzieningen er aanvullende beschermende maatregelen (conform de provinciale
niet toenemen (Streekplan,
gebieden
drinkwatervoorziening, zoals in het streekplan aangegeven, ook aan industriële winningen aandacht te besteden.
Het verdient verder aanbeveling om naast de grondwaterwinningen ten behoeve van de openbare
akkerbouwbedrijf naar een intensieve veehouderij wordt als oprichten in de zin van de PMV beschouwd!
“oprichten” van vormen van intensieve veehouderij als omschreven in de PMV. Omschakeling van bijvoorbeeld een
alleen mogelijk in de 25-jaarszone rond zeer kwetsbare grondwaterwinningen voor zover er geen sprake is van
100-jaars-zonegrens van de zeer kwetsbare grondwaterwinningen, mits bij de uitbreiding van agrarische
van het grondwater mogen
beschermings-
Duurzame locaties zijn mogelijk in de 25-jaars(beschermings)zone van kwetsbare en in het gebied tussen de 25- en
De risico’s voor de kwaliteit
Grondwater-
aanwezige aardkundige waarden.
met de effecten van duurzame locaties op de zichtbaarheid van en de landschappelijke samenhang met de
Ook in de gebieden aangrenzend aan de aardkundig waardevolle gebieden dient rekening te worden gehouden
worden geaccentueerd.
fysieke en visuele aspecten van deze gebieden en hun samenhang met het omliggende landschap, maar deze juist
Onder een hoogwaardige inpassing verstaan we een inpassing waarbij geen schade wordt veroorzaakt aan de
gezorgd voor een goede hoogwaardige inpassing en de zichtbaarheid van het aanwezige reliëf niet vermindert. Dit
thema ”ruimte voor beek-en
Hydrologisch Streefbeeld)
In aardkundig waardevolle gebieden gelegen in de AHS-landbouw zijn duurzame locaties mogelijk, mits wordt
niet mogelijk, tenzij wordt aangetoond dat dit geen fysieke aantasting (van reliëf en bodemopbouw) en visuele
Noord-Brabant; zie ook het
Aardkundige Waardenkaart
aantasting (zichtbaarheid en herkenbaarheid van deze gebieden in het landschap) met zich meebrengt, alsmede
gebieden zoals beekdalen,
waardevolle
In aardkundig waardevolle gebieden gelegen in de GHS of in de AHS-landschap zijn duurzame locaties in principe
Aardkundig waardevolle
Aardkundig
Uitwerking
Randvoorwaarde
Thema
30
inrichting van een waterbergingsgebied hierdoor niet of nauwelijks wordt beperkt De zoekgebieden regionale waterberging houden geen beperking in voor de in het buitengebied gebruikelijke bebouwing. De definitieve aanwijzing van de regionale waterbergingsgebieden vindt plaats in één of meer uitwerkingsplannen “regionale waterberging”. De aangewezen waterbergingsgebieden worden voorzien van een op de waterberging afgestemd
voor regionale waterberging
dient niet verloren te gaan
(Streekplan, Integraal
Hydrologisch streefbeeld)
waterberging
kapitaalintensieve ontwikkelingen tegen te gaan; nieuwe intensieve veehouderijen zijn dan ook in beginsel niet
Streefbeeld)
Provincie Noord-Brabant, 2 december 2003
intensieve veehouderij is niet wenselijk vanuit de gedachte om in deze zoekgebieden (grootschalige)
Integraal Hydrologisch
voor de hierbinnen gelegen bedrijven genomen moeten worden.
een gebied feitelijk geschikt gemaakt wordt voor inzet ten behoeve van rivierverruiming zullen passende maatregelen
duidelijkheid bestaan. Dan zullen ook ruimtelijke ontwikkelingsmogelijkheden nader worden vastgelegd. Wanneer
impact hiervan kan behoorlijk groot zijn. Bij definitieve aanwijzing/begrenzing van deze gebieden zal hierover meer
De overstromingsfrequentie van de uiteindelijk aan te wijzen gebieden is naar verwachting relatief gering, maar de
toegestaan.
intensieve veehouderijen zal over het algemeen medewerking kunnen worden verleend. Omschakeling naar een
verloren te gaan (Streekplan,
voor rivierverruiming dient niet het buitengebied aanwezige bebouwing. Bestaande rechten worden gerespecteerd. Aan uitbreiding van bestaande
rivier
Duurzame locaties zijn in principe mogelijk, De zoekgebieden rivierverruiming houden geen beperking in voor de in
Geschiktheid van zoekgebied
Ruimte voor de
hierdoor niet of nauwelijks wordt beperkt.
capaciteit van waterberging of –afvoer of een efficiënte en duurzame inrichting van een waterbergingsgebied
planologisch regime. Totdat deze uitwerkingsplannen zijn vastgesteld zijn duurzame locaties mogelijk, mits de
Duurzame locaties zijn mogelijk , mits de capaciteit van waterberging of -afvoer of een efficiënte en duurzame
Geschiktheid van zoekgebied
Regionale
Uitwerking
Randvoorwaarde
Thema
31
gelden restricties. Binnen het Integraal Hydrologisch Streefbeeld (IHS) geldt dit regime met name voor de legendaeenheden “landbouwgebied beperkt door op de EHS afgestemde waterhuishouding”, “extra maatregelen nodig voor het herstellen van de gewenste kwel”, “aanpassen waterhuishouding hydrologische isolatie” en “herstel brongebied”,
van nature niet of minder
geschikt voor bebouwing
(Streekplan)
gebieden
glastuinbouw (tuinbouwglas vervuilt extra) of directe ammoniakschade op boomkwekerijen. Het is wenselijk om bij de
gehouden met andere
(agrarische) functies
directe hinder
Provincie Noord-Brabant, 2 december 2003
Naast de hierboven genoemde thema’s dient tevens te worden bezien hoe het voorgenomen initiatief past binnen de (komende) reconstructiezonering en andere (toekomstige) ruimtelijke ontwikkelingen.
passende maatregelen kunnen worden genomen.
beoordeling van duurzame locaties met dit hinderaspect rekening te houden en te bezien of in dergelijke gevallen
op andere (agrarische) functies. Te denken valt hierbij aan stofhinder vanuit met name pluimveebedrijven voor de
Er dient rekening te worden
Beperken van
Vanuit de praktijk zijn gevallen bekend waarbij sprake is van directe hinder vanuit intensieve veehouderijbedrijven
varkensvrij te worden gemaakt anders dan varkens, zijn wel mogelijk.
zones
(Reconstructiewet)
Varkensvrije zones dienen
Varkensvrije
Duurzame locaties voor de varkenshouderij zijn niet mogelijk. Duurzame locaties voor intensieve veehouderijtakken,
daarvoor benodigde maatregelen.
Bij de inrichting van een duurzame locatie dient rekening te worden gehouden met deze specifieke waterdoelen en
gewenst zijn.
zoals het dichten en verondiepen van waterlopen, waterconservering en het verhogen van het (grond)waterpeil,
binnen welke gebieden maatregelen gericht op het behoud en de versterking van de hydrologische “bufferwerking”,
Duurzame locaties zijn in principe mogelijk. Alleen ten aanzien van nieuwe grootschalige kapitaalintensieve functies
Potentieel natte gebieden zijn
Potentieel natte
Uitwerking
Randvoorwaarde
Thema
32
ontwikkeling van andere
functies.
ontwikkelingen
Provincie Noord-Brabant, 2 december 2003
Rekening houden met de
ruimtelijke
reconstructiezonering; uitgangspunt is dat duurzame locaties gelegen zijn binnen de zones “verwevingsgebied” en
reconstructiezonering
(Toekomstige)
buitengebied. Er dient dan ook altijd te worden getoetst of de locatie past binnen de (komende)
binnen doelstellingen
zonering
van een duurzame locatie.
stadsuitbreiding en infrastructuur. Ontwikkeling van dergelijke functies kan betekenen dat geen sprake meer kan zijn
vastgestelde ontwikkeling van andere functies. Denk hierbij aan andere vormen van (intensieve) landbouw, recreatie,
Bij de beoordeling van duurzame locaties dient rekening te worden gehouden met de toekomstige geplande en
ook een streekplanafwijkingsprocedure.
Reconstructieplan. Tot die tijd is het Streekplan leidend; eventuele afwijkingen van het streekplanbeleid vereisen dan
Bij eventuele strijdigheden tussen de reconstructiezonering en het Streekplan prevaleert het uiteindelijk vastgestelde
“landbouwontwikkelingsgebied” (zie verder par. 4.3. van deze handleiding).
Duurzame locatie moet passen Binnen de reconstructie vindt op gebiedsniveau een integrale afweging plaats tussen de diverse belangen in het
Reconstructie-
Uitwerking
Randvoorwaarde
Thema
33
Provincie Noord-Brabant, 2 december 2003
34
niet zijnde RNLE
Landschap
Provincie Noord-Brabant, 2 december 2003
Leefgebied Dassen,
Streekplansubzone
uitstraling een behoorlijk effect hebben op de leefomstandigheden voor de das. Bij eventuele realisatie dient nadrukkelijk aandacht te zijn voor behoud van de genoemde randvoorwaarden en de hier volgende uitwerking:
-
burchten met rust worden
gelaten, de dassen kunnen
fourageren en er voldoende
landschappelijke structuren
het bouwblok plaats te vinden.
Bij nieuwvestiging en uitbreiding dient een ruime, verplichte, functioneel groene inpassing van
gaan.
nieuw groen, vrij groen is (er komen dus geen verdere beleidsbeperkingen uit voort).
en eventuele aanvullende regelingen). Uitgangspunt bij de versterking van groenstructuren is dat
De aanleg en het beheer van groenstructuren wordt gestimuleerd (via de stimuleringsregeling SNBL
-
en landschapselementen dient deze aantasting gecompenseerd te worden . Bij compensatie dient het om behoud en versterking van de aanwezige groen- en landschapsstructuren te
desbetreffende leefgebied dient gelijk te blijven, Bij aantasting van bestaande groenstructuren
aanwezig zijn (Streekplan).
Het totaal aan groenstructuren en waardevolle landschapselementen binnen het
boomgaard of vochtig grasland) nadelig beïnvloeden.
graslanden en dergelijke
slootkanten, vochtige
-
Gebied”. Realisatie van een projectvestiging in een dassenleefgebied kan gezien de omvang en
te zijn. Dit betekent dat
De locatie mag geen burcht en geen specifieke fourageergebieden (bijvoorbeeld een
van te verplaatsen intensieve veehouderijen in het kader van het project “Revitalisering Landelijk
als houtwallen, begroeide
gedaan aan de genoemde randvoorwaarden en mits de locatie noodzakelijk is voor de opvang
de das dient gewaarborgd
Duurzame projectlocaties zijn in principe mogelijk, mits wordt aangetoond dat geen afbreuk wordt
Uitwerking
bestaansvoorwaarden van
De handhaving van
Randvoorwaarde
Randvoorwaarden vanuit de streekplanzonering (AHS)
AHS-
7.1
In de onderstaande tabel staan alle randvoorwaarden waarmee bij de beoordeling van duurzame projectlocaties minimaal rekening dient te worden gehouden.
7 Beoordelingstabel duurzame projectlocaties
35
aanwijzing duurzame
gebieden
Provincie Noord-Brabant, 2 december 2003
Glasboomteelt-gebied
hier liggende glastuinbouwbedrijven en hun ontwikkelingsmogelijkheden.
huidige en toekomstige ontwikkelingsmogelijkheden van de glasboomteelt niet belemmert. Dat betekent dat rekening dient te worden gehouden met de hier liggende (glas)boomteeltbedrijven en
ontwikkeling van dit gebied
frustreren
voor de glasboomteelt niet te hun ontwikkelingsmogelijkheden.
Duurzame projectlocaties zijn mogelijk, mits de aanwijzing van een duurzame projectlocatie de
Ontwikkeling intensieve
veehouderij dient
frustreren
glastuinbouw niet te
glastuinbouwbedrijven niet belemmert. Dat betekent dat rekening dient te worden gehouden met de
gebieden voor de
huidige en toekomstige ontwikkelingsmogelijkheden van de in het gebied aanwezige
ontwikkeling van deze
(Streekplan)
glastuinbouw
projectlocaties zijn.
frustreren
Duurzame projectlocaties zijn mogelijk, mits de aanwijzing van een duurzame projectlocatie de
beeld zijn, kan worden bezien in hoeverre en waar er nog mogelijkheden voor duurzame
glastuinbouw niet te
veehouderij dient
duidelijk de benodigde ruimte en locaties voor de glastuinbouw binnen het vestigingsgebied in
gebieden voor de
Ontwikkeling intensieve
en hun uitbreidingsmogelijkheden, maar ook met toekomstige nieuwvestigingen. Pas als voldoende
ontwikkeling van deze
doorgroeigebied
betekent dat niet alleen rekening dient te worden gehouden met bestaande glastuinbouwbedrijven
veehouderij dient
Mogelijk
huidige en toekomstige ontwikkelingsmogelijkheden van de glastuinbouw niet belemmert. Dat
Ontwikkeling intensieve
glastuinbouw
Duurzame projectlocaties zijn mogelijk, mits de aanwijzing van een duurzame projectlocatie de
Uitwerking
Vestigingsgebied
projectlocaties
randvoorwaarden voor
veeverdichtings-
Geen specifieke
Zoekgebied
Landbouw
Randvoorwaarde
AHS-
Streekplansubzone
36
Provincie Noord-Brabant, 2 december 2003
Geen specifieke
AHS-overig
projectlocaties
aanwijzing duurzame
randvoorwaarden voor
Randvoorwaarde
Streekplansubzone
Uitwerking
37
Overige randvoorwaarden
bebouwde kom, met daarin relatief veel bebouwing op korte afstand van elkaar. In de praktijk wordt in de provinciale plantoetsing vooralsnog een zone van 250 meter rondom de kern als kernrandzone beschouwd.
projectlocaties niet mogelijk
(Streekplan)
noodzakelijke afstanden. Momenteel is de regelgeving op basis van de brochure “Veehouderij en Hinderwet 1985” en de Richtlijn “Veehouderij en stankhinder 1996” met inbegrip van de daarover gevormde
voor stank
(stankwet en –regelgeving)
Provincie Noord-Brabant, 2 december 2003
aangehouden. De wet- en regelgeving ten aanzien van stank is hierbij het kader voor de minimaal
binnen de wet- en regelgeving
(paragraaf 6.2).
bedrijven (3-5) kan worden uitgegaan van de indicatie-afstanden zoals vermeld onder duurzame locaties
effect van meerdere bedrijven op het stankgevoelige object) van stank van de op de projectlocatie aanwezige
afstand tot verschillende categorieën stankgevoelige objecten. Zonder rekening te houden met cumulatie (totale
De wet- en regelgeving geeft aan welk aantal dieren maximaal gehouden mag worden afhankelijk van de
vergunningverlening voor die bedrijven die zijn gelegen in landbouwontwikkelings- of verwevingsgebied.
meerdere bedrijven op het stankgevoelige object) van geurhinder niet wordt meegenomen in de
verwevingsgebieden” van kracht worden. Verschil met de huidige regelgeving is, dat cumulatie (totale effect van
landbouwontwikkelingsgebieden de “Wet stankemissie veehouderijen in landbouwontwikkelings- en
Reconstructieplan is vastgesteld, zal voor de daarin aangewezen verwevings- en
jurisprudentie bepalend. Zodra voor de gebieden die vallen onder het regime van de Reconstructiewet het
Duurzame projectlocaties zijn mogelijk, mits er voldoende afstand tot stankgevoelige objecten wordt
De ontwikkeling moet passen
projectlocaties mogelijk zijn (duurzame projectlocaties zijn alleen mogelijk in landbouwontwikkelingsgebieden).
bebouwde kommem vanuit stankoogpunt extensiveringsgebieden zijn gelegen, alwaar geen duurzame
Afgesproken is dat in de reconstructie- en gebiedsplannen uiteindelijk wordt aangegeven waar rond de
Het streekplan definieert een kernrandzone als volgt: Een gedeelte van het buitengebied dat grenst aan de
In kernrandzones zijn duurzame
Stank
Uitwerking
Randvoorwaarde
Thema
Naast de specifieke randvoorwaarden per gebiedscategorie uit het streekplan kunnen er randvoorwaarden van natuurlijke, landschappelijke, cultuurhistorische water- en bodemhuishoudkundige of milieuhygiënische aard aanwezig zijn. Hieronder staan de thema’s genoemd waarmee en op welke wijze rekening dient te worden gehouden bij de beoordeling of een projectlocatie al dan niet duurzaam is.
7.2
38
kritische depositiewaarde kleiner dan 1400 mol stikstof per hectare per jaar. In een zone van 250 meter rondom deze zeer kwetsbare gebieden zijn duurzame projectlocaties niet mogelijk.
projectlocaties niet mogelijk.
(streekplan).
daarmee duurzame projectlocaties zijn niet mogelijk. Inmiddels is door het kabinet (Balkenende II) een wijziging van de Wav aangekondigd en zal het Rijk een voorstel doen voor de invulling van de vereisten die voortvloeien uit de Vogel-, Habitat- en IPPC-richtlijn. Na vaststelling van een nieuwe Wav en de duidelijkheid over de Europese richtlijnen zullen de reconstructie- en gebiedsplannen aangepast worden en zal ook de beoordeling van duurzame projectlocaties voor de intensieve veehouderij vanuit het beoordelingsaspect “verzuring” nog kunnen veranderen.
voor ammoniak (Wet ammoniak
en veehouderij, MER, IPPC,
Natuur-
beschermingswetgebieden,
Habitatrichtlijngebieden,
Vogelrichtlijngebieden)
Provincie Noord-Brabant, 2 december 2003
ontwikkelingsmogelijkheden binnen hun bedrijfsemissieplafond, welke voortkomt uit de Wav. Nieuwvestiging en
binnen de wet- en regelgeving
Natuurbeschermingswetvergunning moeten afgeven.
Voor Natuurbeschermingswetgebieden zal het ministerie van LNV in gevallen waar dat speelt een
Natuurbeschermingswet en Habitatrichtlijn te worden opgenomen.
Indien het bedrijf MER-plichtig is, dient in het MER een eventuele toets ten aanzien van de
nemen, moet de milieuvergunning worden geweigerd en is een duurzame projectlocatie dus niet mogelijk.
significante gevolgen voor het gebied heeft en deze gevolgen niet middels passende maatregelen zijn weg te
toetsing in het kader van de Wav, noodzakelijk kan zijn. Indien nieuwvestiging (omschakeling of uitbreiding)
Habitatrichtlijngebieden is hierbij het belangrijkste item. Dat betekent dat een aanvullende toetsing, naast de
Habitatrichtlijngebieden. Depositie van ammoniak op Natuurbeschermingswetgebieden en
geen significante gevolgen optreden voor de te beschermen Natuurbeschermingswet- en Vogelrichtlijn- en
Er dient te worden getoetst of door nieuwvestiging (omschakeling of uitbreiding) van een intensieve veehouderij
Natuurbeschermingswet- en Vogelrichtlijn- en Habitatrichtlijngebieden
Binnen 250 meter van de kwetsbare natuurgebieden hebben intensieve veehouderijbedrijven
De ontwikkeling moet passen
Wet ammoniak en veehouderij (Wav)
zijn de voor verzuring gevoelige natuurgebieden, waarvoor GS een natuurdoeltype hebben vastgesteld met een
natuurgebieden zijn duurzame
(ammoniak)
De voor verzuring gevoelige gebieden worden bepaald door de Wet ammoniak en veehouderij (Wav). Hierbinnen maken GS onderscheid in kwetsbare (B-) en zeer kwetsbare (A-)gebieden. Zeer kwetsbare gebieden
In een zone van 250 meter
Voor verzuring
Uitwerking
gevoelige gebieden rondom de zeer kwetsbare
Randvoorwaarde
Thema
39
Randvoorwaarde
Provincie Noord-Brabant, 2 december 2003
Thema
IPPC van toepassing is.
In bijlage1 is aangegeven vanaf welke omvang van bedrijven een dergelijke omgevingstoets vanuit MER of
Deze omgevingstoets heeft onder meer betrekking op de aspecten verzuring (ammoniak) en stankhinder.
weg te nemen, moet de milieuvergunning worden geweigerd en zijn duurzame projectlocaties dus niet mogelijk.
ontoelaatbare nadelige gevolgen voor het milieu leidt en deze gevolgen niet middels passende maatregelen zijn
richtlijn voldoet. Als uit de omgevingstoets blijkt dat nieuwvestiging, omschakeling of uitbreiding tot
van zo’n omgevingstoets. Gemeenten moeten zeker stellen dat de vergunningaanvraag aan de IPPC- en MER-
gehouden met een omgevingstoets vanuit de MER of IPPC. Bij duurzame projectlocaties zal altijd sprake zijn
Bij grote uitbreidingen of oprichtingen (in geval van nieuwvestiging of omschakeling) dient rekening te worden
MER / IPPC
zal door het Rijk worden aangegeven op welke wijze deze beoordeling (procedureel) zal moeten plaatsvinden.
In de nieuwe Natuurbeschermingswet, welke mogelijk in 2003 door de Tweede Kamer zal worden behandeld,
andere gevolgen kunnen optreden.
daarin aanwezige vogelwaarden. Er dient evenwel in concrete gevallen wel te worden beoordeeld of mogelijk
algemeen leidt depositie van ammoniak in deze gebieden niet tot significante gevolgen voor het gebied en de
In bijzondere gevallen kan een aanvullende toetsing ook noodzakelijk zijn voor vogelrichtlijngebieden. Over het
significante gevolgen. Deze handleiding heeft echter geen juridische status.
initiatief. De EU heeft in een handleiding uiteen gezet wat wordt verstaan onder een passende beoordeling en
maken. Daarbij dient rekening te worden gehouden met de cumulatieve gevolgen van het voorgenomen
bevoegd gezag (de gemeente) in het kader van de milieuvergunning een passende beoordeling zal moeten
Voor Habitatrichtlijngebieden gaat het om een rechtstreekse toepassing van de richtlijn. Dat betekent dat het
uit de inmiddels vervallen Uitvoeringsregeling Ammoniak en Veehouderij.
zin van de Natuurbeschermingswet) wordt door de provincie momenteel gebruikt gemaakt van de systematiek
De provincie brengt hierover advies uit. Voor de beoordeling of sprake is van schadelijke handelingen (in de
Uitwerking
40
informatie- en belevingswaarde van het landschap. Over het algemeen dient een goede architectonische en landschappelijke inpassing van bedrijven gegarandeerd te zijn; een beeldkwaliteitsplan vormt hierbij een
landschapsstrategie te worden
toegepast.
cultuurhistorische waarden (hieronder worden ook historische groenstructuren en de historische bouwkunst verstaan) niet aantast. Een beeldkwaliteitsplan moet in deze situaties duidelijk maken hoe de cultuurhistorische waarden worden behouden en waar mogelijk versterkt. Cultuurhistorische waarden behoeven niet altijd een belemmering te zijn, maar kunnen ook als inspiratiebron dienen bij het lokaliseren en inrichten van duurzame projectlocaties. In een aantal typen gebieden zal gezien de aard van deze gebieden nieuwvestiging uitgesloten zijn. Nieuwvestiging in gebieden met een historisch-landschappelijk hoge of zeer hoge waarde, die getypeerd zijn
vlakken met hoge en zeer hoge
waarden, zoals weergegeven op
de Cultuurhistorische
Waardenkaart, zijn alleen
ruimtelijke ingrepen toelaatbaar
die gericht zijn op de voortzetting
of het herstel van de historische
geclassificeerd zijn als jonge heide-ontginningen is in principe niet mogelijk, tenzij wordt aangetoond dat aan de eerder genoemde randvoorwaarden is voldaan. In gebieden die een andere classificatie hebben, zal per gebied moeten worden beoordeeld of nieuwvestiging op voorhand is uitgesloten of dat dit in principe niet mogelijk is, tenzij wordt aangetoond dat aan de eerder genoemde randvoorwaarden is voldaan.
versterking van de
cultuurhistorische
(landschaps)waarden
(Streekplan).
functie en die leiden tot behoud of als oude ontginningen is uitgesloten. Nieuwvestiging in gebieden met een hoge tot zeer hoge waarde, die
Duurzame projectlocaties zijn in principe niet mogelijk, tenzij realisatie van een projectlocatie de
In de historisch-landschappelijke
aardkundige waarden moet worden omgegaan.
thema’s wordt aangegeven hoe met de specifieke aspecten cultuurhistorie, openheid en archeologische en
voor de ontwikkeling en het behoud van de kwaliteit en diversiteit van het landschap. In de onderstaande
uitstekend hulpmiddel. In paragraaf 8.7.2 van het Koepelplan wordt nader aandacht besteed aan het beleid
sociaal-economische structuur. De ruimtelijke kwaliteit is af te lezen aan een herkenbare identiteit en een hoge
ontwikkelingsgerichte
Provincie Noord-Brabant, 2 december 2003
Cultuurhistorie
Een belangrijk uitgangspunt bij het ontwikkelen van een duurzame projectlocatie is dat daarbij gestreefd wordt
gaan met de inrichting van deze (aangrenzende) ecologische verbindingszone.
onmiddellijke nabijheid ligt van een ecologische verbindingszone dient de inrichting van de locatie gepaard te
duurzame projectlocatie dient een naar een verbetering van de ruimtelijke kwaliteit van het landschap, in combinatie met een goed functionerende
Bij de inrichting van een
functioneren van de ecologische verbindingszone dient voorop te staan. Als een duurzame projectlocatie in de
dient gehandhaafd te worden.
Landschap
inrichting van een bestaande of toekomstig te realiseren ecologische verbindingszone niet aantast; het
ecologische verbindingszone
verbindingszone's
Duurzame projectlocaties zijn mogelijk, mits de nieuwvestiging cq uitbreiding van het bouwblok de breedte en
De breedte en inrichting van de
Ecologische
Uitwerking
Randvoorwaarde
Thema
41
archeologische waarden ter plekke behouden zullen blijven (behoud in situ). Dit betekent dat uitbreiding van bestaande vestigingen en nieuwvestiging alleen kan geschieden wanneer rekening wordt gehouden met de archeologische waarden. Bij nieuwvestiging of uitbreiding van het bouwblok geldt voor archeologische
middelhoge archeologische
verwachtingswaarde (zie
Cultuurhistorische Waardenkaart)
dienen door middel van
voorkomen. In het geval van een dergelijke onontkoombaarheid moet verzekerd zijn dat de aantasting van de aardkundige waarden en de daarmee samenhangende natuur- en landschapswaarden tot het minimum wordt beperkt en wordt gecompenseerd. Duurzame projectlocaties vallen namelijk onder het nee-tenzij principe uit het Streekplan. In het Streekplan is aangegeven wat moet worden verstaan onder zwaarwegende maatschappelijke belangen, alternatieve locaties of andere oplossingen en compensatie.
kreekgebieden, stuifzand- en
landduinen dienen behouden te
blijven (Streekplan, Aardkundige
Waardenkaart Noord-Brabant;
zie ook het thema “ruimte voor
beek- en kreekherstel” in het
Integraal Hydrologisch
gebieden
beschermingszones van kwetsbare (25-jaars zones) en zeer kwetsbare (100- en 25-jaars zones) grondwaterwinningen.
toenemen (Streekplan, Provinciale
Milieu-Verordening)
gebieden
Provincie Noord-Brabant, 2 december 2003
Nieuwvestiging van agrarische bedrijven is conform het streekplan namelijk uitgesloten in alle
het grondwater mogen niet
beschermings-
drinkwatervoorziening, zoals in het streekplan aangegeven, ook aan industriële winningen aandacht te
Het verdient aanbeveling om naast de grondwaterwinningen ten behoeve van de openbare
Duurzame projectlocaties zijn niet mogelijk binnen de beschermimgszones van grondwaterwinningen.
De risico’s voor de kwaliteit van
Grondwater-
Streefbeeld )
locaties voorhanden zijn, of andere oplossingen waardoor aantasting van de hier aanwezige waarden wordt
gebieden zoals beekdalen,
waardevolle
van een zwaarwegend maatschappelijk belang en nadat onderzoek heeft aangetoond dat er geen alternatieve
Aardkundig waardevolle
Duurzame projectlocaties zijn in principe niet mogelijk in aardkundig waardevolle gebieden, tenzij sprake is
ingepast of ingesloten als groenstructuur binnen het plangebied of archeologie-vriendelijk overbouwd.
Aardkundig
gebracht (Streekplan)
waarden in beeld te worden
vooronderzoek de archeologische waarden dat deze geconsolideerd dienen te worden. Het archeologisch waardevol terrein wordt ingericht,
gebracht of daadwerkelijk archeologische waarden aanwezig en er voldoende garanties zijn dat eventuele
In gebieden met een hoge of
waarden
Duurzame projectlocaties zijn mogelijk, mits door middel van archeologisch vooronderzoek in beeld wordt
er wordt zo veel mogelijk aangesloten bij bestaande bebouwing(sconcentraties)
de openheid op provinciale schaal blijft herkenbaar
Archeologische
(Streekplan).
realisatie van de projectlocatie leidt niet tot verstoring van belangrijke zichtrelaties
Duurzame projectlocaties zijn mogelijk, mits rekening wordt gehouden met de volgende randvoorwaarden:
Instandhouding van openheid in
de zee- en rivierkleigebieden
Openheid
Uitwerking
Randvoorwaarde
Thema
42
Geschiktheid van zoekgebied
voor regionale waterberging dient het zoekgebied voor regionale waterberging niet verloren gaat. De impact van een projectlocatie op bergings-
Regionale
Waterberging
grootschalige, kapitaalintensieve functies waarvoor een watertoets verplicht is.
verloren te gaan (Streekplan,
Integraal Hydrologisch
regio’s, zoals aangeduid in het Streekplan. Een uitzondering is mogelijk als alternatieven voor de ontwikkeling van dit soort functies elders in de betreffende landelijke regio ontbreken of de ontwikkeling hiervan duidelijke ruimtelijke voordelen oplevert. Ruimtelijke voordelen zijn bijvoorbeeld het sparen van belangrijke natuurlijke, landschappelijke of cultuurhistorische (landschaps)waarden. Wel moet in dat geval op basis van een watertoets worden aangetoond, dat afdoende rekening wordt gehouden me de redelijkerwijs te verwachten opgaven vanuit het waterbeheer. De schaderisico’s en het gebruik van ophoogzand moeten hierbij binnen aanvaardbare grenzen blijven.
nature niet of minder geschikt
voor bebouwing
(Streekplan) . Binnen het Integraal
Hydrologisch Streefbeeld (IHS)
geldt dit regime met name voor
de legenda-eenheden
“landbouwgebied beperkt door
op de EHS afgestemde
waterhuishouding”, “extra
gebieden
Provincie Noord-Brabant, 2 december 2003
brongebied”.
hydrologische isolatie” en “herstel
“aanpassen waterhuishouding
herstellen van de gewenste kwel”,
maatregelen nodig voor het
ontwikkeling van grootschalige, kapitaalintensieve functies in potentieel natte gebieden, gelegen in de landelijke
Potentieel natte gebieden zijn van
Potentieel natte
Duurzame projectlocaties zijn in principe niet mogelijk. Dit conform het streekplanbeleid ten aanzien van de
schaderisico’s verantwoord is. Duurzame projectlocaties worden volgens het streekplan gezien als
voor rivierverruiming dient niet
rivier
Streefbeeld)
het zoekgebied voor rivierverruiming niet verloren gaat en de investering vanuit het oogpunt van veiligheid en
Geschiktheid van zoekgebied
Ruimte voor de
Duurzame projectlocaties zijn in principe niet toegestaan, tenzij uit de watertoets blijkt dat de geschiktheid van
grootschalige, kapitaalintensieve functies waarvoor een watertoets verplicht is.
Integraal Hydrologisch
Streefbeeld)
en afvoercapaciteit kan behoorlijk zijn. Duurzame projectlocaties worden volgens het streekplan gezien als
niet verloren te gaan (Streekplan,
Duurzame projectlocaties zijn in principe niet toegestaan, tenzij uit de watertoets blijkt dat de geschiktheid van
besteden.
Uitwerking
Randvoorwaarde
Thema
43
houden met natte gebieden, waterberging, kwaliteit van grond- en oppervlaktewater, tegengaan van
(Streekplan).
gronden moet worden
meegewogen bij aanduiding als
duurzame projectlocatie
grondgebonden
landbouw
Provincie Noord-Brabant, 2 december 2003
pluimveebedrijven voor de glastuinbouw (tuinbouwglas vervuilt extra) of directe ammoniakschade op
(agrarische) functies
rekening te houden en te bezien of in dergelijke gevallen passende maatregelen kunnen worden genomen.
boomkwekerijen. Het is wenselijk om bij de beoordeling van duurzame projectlocaties met dit hinderaspect
veehouderijbedrijven op andere (agrarische) functies. Te denkenvalt hierbij aan stofhinder vanuit met name
gehouden met andere
directe hinder
Vanuit de praktijk zijn gevallen bekend waarbij sprake is van directe hinder vanuit intensieve
Er dient rekening te worden
Beperken van
(Streekplan)
Agrarisch belang van deze
gronden voor de
GS geven hiervoor geen nadere uitwerking
veehouderijtakken, anders dan varkens, zijn in principe wel mogelijk.
varkensvrij te worden gemaakt
(Reconstructiewet).
Duurzame projectlocaties voor de varkenshouderij zijn niet mogelijk. Duurzame projectlocaties voor intensieve
advies van de waterbeheerder weegt zwaar mee in de beoordeling van het plan.
welke waterhuishoudkundig relevante aspecten aan de orde zijn en hoe daarmee moet worden omgegaan. Het
mogelijk stadium bij de planvorming te betrekken, om in gezamenlijk overleg met de initiatiefnemer te bepalen
Varkensvrije zones dienen
Meest geschikte
Varkensvrije zones
projectlocaties voor de intensieve veehouderij, dienen relevante waterhuishoudkundige aspecten (rekening
de watertoets verplicht verdroging) te worden meegenomen. Het is van belang om de desbetreffende waterbeheerders in een zo vroeg
Bij de locatiekeuze, de (her)inrichting en het beheer van nieuwe ruimtelijke functies, waaronder duurzame
Voor duurzame projectlocaties is
Watertoets
Uitwerking
Randvoorwaarde
Thema
44
geen negatieve gevolgen hebben voor de leefbaarheid, bereikbaarheid en verkeersveiligheid. Bij de locatiekeuze dient hiermee rekening te worden gehouden en zonodig dient de infrastructuur daarop te worden afgestemd.
binnen algemene
randvoorwaarden gebied
ontwikkeling van andere functies.
ruimtelijke
Provincie Noord-Brabant, 2 december 2003
ontwikkelingen
Rekening houden met de
reconstructiezonering; uitgangspunt is dat projectlocaties deel uitmaken van de zone
reconstructiezonering
(Toekomstige)
buitengebied. Er dient dan ook altijd te worden getoetst of de projectlocatie past binnen de (komende)
passen binnen doelstellingen
zonering
geen sprake meer kan zijn van een duurzame projectlocatie.
landbouw, recreatie, stadsuitbreiding en infrastructuur. Ontwikkeling van dergelijke functies kan betekenen dat
(geplande en vastgestelde) ontwikkeling van andere functies. Denk hierbij aan andere vormen van (intensieve)
Bij de beoordeling van duurzame projectlocaties dient rekening te worden gehouden met de toekomstige
afwijkingen van het Streekplan vereisen een streekplanafwijkingsprocedure.
prevaleert het uiteindelijk vastgestelde Reconstructieplan. Tot die tijd is het Streekplan leidend; eventuele
”landbouwontwikkelingsgebied”. Bij eventuele strijdigheden tussen de reconstructiezonering en het Streekplan
Binnen de reconstructie vindt op gebiedsniveau een integrale afweging plaats tussen de diverse belangen in het
Duurzame projectlocatie moet
Reconstructie-
Uitwerking
Randvoorwaarde
Thema
Naast de hierboven genoemde thema’s dient tevens te worden bezien hoe het voorgenomen initiatief past binnen de (komende) reconstructiezonering en andere (toekomstige) ruimtelijke ontwikkelingen.
Mobiliteitseffecten veroorzaakt door een duurzame projectlocatie (toename van relatief zwaar transport) mogen
Eventuele toename van
verkeersbewegingen moet passen
Verkeer en vervoer
Uitwerking
Randvoorwaarde
Thema
45
Provincie Noord-Brabant, 2 december 2003
46
Bijlage 1 Omvang bedrijven in verband met MER en IPPC Milieu Effect Rapportage (MER)
Voor een aantal diersoorten geldt vanaf een bepaalde omvang van de veestapel een MER-plicht of een MER-beoordelingsplicht bij de aanvraag om een milieuvergunning. Bij een beoordelingsplicht moet de gemeente beoordelen of deze bedrijven een MER moeten laten opstellen. Of dit het geval is hangt af van de omgeving van het bedrijf. Indien hier kwetsbare waarden op het gebied van natuur, landschap, milieu, e.d. voorkomen kan een gemeente besluiten om een MER verplicht te stellen. Tabel 1 geeft de ondergrens voor de beoordelings- en MER-plicht voor verschillende diersoorten (Besluit milieu-effectrapportage 1994). Tabel 1: ondergrens voor MER-plicht en MER-beoordelingsplicht Diersoort
Mesthoenders Hennen Mestvarkens Zeugen
MER verplicht vanaf oprichting of uitbreiding met meer dieren dan: 85.000 60.000 3.000 900
MER-beoordelingsplicht bij oprichting of uitbreiding met meer dieren dan: 60.000 45.000 2.200 350
International Pollution Prevention Control (IPPC)
De IPPC-richtlijn is een Europese richtlijn die verplicht dat bedrijven die uitbreiden boven een bepaalde omvang, de beste beschikbare emissie-beperkende technieken moeten toepassen. Daarnaast geldt voor deze bedrijven een verplichte omgevingstoets. De richtlijn is van toepassing op pluimveebedrijven vanaf 40.000 dierplaatsen, vleesvarkensbedrijven vanaf 2000 dieren en fokzeugenbedrijven vanaf 750 zeugen.
Provincie Noord-Brabant, 2 december 2003
47
Provincie Noord-Brabant, 2 december 2003
48
Bijlage 3 Lijst cultuurhistorisch waardevolle panden