CConstaterende datLaarbeek
Koppel je AI →
Document · PDF

10 20210721 Toelichting bijlage 7 Archeologisch proefsleuvenonderzoek (bijlage 6 bij ruon) 2 rvr Heereindsestraat.pdf

Commissie Ruimtelijke Zaken 21 juli 2021, gemeente LaarbeekBij agendapunt: Voorstel tot vaststelling van het bestemmingsplan 2 ruimte voor ruimtewoningen Heereindsestraat Beek en Donk11.124 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Inhoudelijke kwaliteit De inhoudelijke kwaliteit van de sporen en vondsten is, met zes punten, redelijk. De sporen en vondsten bevestigen namelijk het beeld dat de ontginningsgeschiedenis van de Helmondse akkers terugvoert tot aan ten minste de Volle-Middeleeuwen (circa 1100-1300 n.Chr.). Omtrent deze periode is in de omgeving nog weinig informatie beschikbaar. Hierom zijn de resten die in het plangebied zijn aangetroffen voor de omgeving zeldzaam. De informatiewaarde van de vindplaats is hoog, doordat deze informatie kan opleveren over de vroegste bewonings- en ontginningsgeschiedenis van het buurtschap Heereind. In het plangebied zijn, anderzijds, uitsluitend resten van landgebruik aangetroffen. Er is geen sprake van nederzettingsresten of grafvelden, of van duidelijk afgebakende activiteitenzones. Door het ontbreken van duidelijke sporenconcentraties is de ensemblewaarde laag. Aan de hand van bovenstaande waardering zijn de archeologische sporen en vondsten in het plangebied als behoudenswaardige vindplaats aangemerkt. Tabel 2. Waardestelling. Waarden

Criteria

Beleving

Schoonheid

n.v.t.

Herinneringswaarde

n.v.t.

Gaafheid

2

Conservering

2

Fysieke kwaliteit

Inhoudelijke kwaliteit

Zeldzaamheid Informatiewaarde

Score - hoog

Score - middelhoog

3 2

Ensemblewaarde Representativiteit

Score - laag

1 nee

29

9. Conclusie en advies Conclusie Bij het proefsleuvenonderzoek zijn zes proefsleuven gegraven met een oppervlakte van 4 x 10 m: in totaal 240 m2, ofwel 10% van het plangebied. De bodemopbouw in het plangebied was hierin onder te verdelen in twee varianten. In het noordoosten bevind het plangebied zich op de flank van een dekzandrug, die afloopt naar het beekdal van de Goorloop. Het dekzand heeft zich in het noordoostelijk deel van het plangebied van origine ongeveer tot 20 cm lager bevonden dan in het westen. In de top van het dekzand was hier nog sprake van een relatief intact podzolprofiel (B- en BChorizonten), met daarboven het restant van een esdek. Het westen van het plangebied bevond zich landschappelijk gezien op een dekzandrug. Het podzolprofiel is hier voor een groot deel verstoord geraakt bij ploegwerkzaamheden in het verleden. Hierbij zijn de A-, E- en een deel van de B-horizont in een ploeglaag vermengd geraakt met de onderkant van een esdek. Het esdek heeft zich in het westelijk deel van het plangebied in twee fasen ontwikkeld, namelijk: het oorspronkelijk opgebrachte plaggendek en een bouwvoor die zich in de top hiervan gevormd heeft. Van deze onderverdeling en van duidelijke ploegsporen was in het oosten, en lager gelegen deel van het plangebied, geen sprake. In de top van het dekzand (S3000) zijn in totaal negen archeologische grondsporen waargenomen.

De grondsporen zijn verspreid over alle werkputten aangetroffen en dateren op basis van stratigrafische positie en aardewerkvondsten uit de Volle-Middeleeuwen (circa 1100-1300 n.Chr.). Door de verspreidde ligging zijn binnen de onderzoekgrenzen geen structuren aan te wijzen. Het gebrek aan bebouwing op historische kaarten, alsmede het ontbreken van duidelijke structuren en het voorkomen van voornamelijk greppels duidt erop dat de sporen hoofdzakelijk relateren aan landgebruik. Het sporenniveau is afgedekt met een esdek, dat vermoedelijk dateert vanaf de 16e-17e eeuw. De aangetroffen sporen en vondsten bevestigen het vermoeden dat buurtschap Heereind al vroeg ontgonnen is. Informatie hieromtrent was tot dusver voor de omgeving alleen gebaseerd op informatie, verkregen uit veldkarteringen. Om deze reden is de informatiewaarde van de vindplaats op lokaal niveau hoog en is de vindplaats aangemerkt als behoudenswaardig. Advies De archeologische grondsporen en vondsten die bij het proefsleuvenonderzoek zijn aangetroffen zijn door de hoge informatiewaarde als behoudenswaardig gewaardeerd. Archeologische resten zijn ter plaatse van de nieuwbouwvlakken aangetroffen op een diepte van 13,11-12,94 m +NAP (58-80 cm -Mv). Er bestaan hier alleen mogelijkheden voor behoud in situ, wanneer niet dieper gegraven wordt dan 28 cm -Mv (58 cm -Mv met een buffer van 30 cm).

Dit valt bijvoorbeeld te realiseren door het terrein op te hogen, alvorens er woningen te bouwen. Wanneer het niet mogelijk is om grondwerkzaamheden tot een diepte van 28 cm -Mv te beperken, adviseert Transect b.v. een archeologisch vervolgonderzoek uit te voeren. Dit onderzoek kan het beste plaatsvinden in de vorm van een veiligstellende opgraving in het onderzoeksgebied (circa 2400 m2) of een archeologische begeleiding van de bouwvlakken. Bovenstaande vormt een advies. Op basis van het advies is het aan de bevoegde overheid van de gemeente Laarbeek een selectieadvies uit te brengen over de daadwerkelijke omgang met archeologische resten in het plangebied.

30

10. Geraadpleegde bronnen Archeologische kaarten en databestanden • Archeologische Monumenten Kaart (AMK), Rijksdienst voor Cultureel erfgoed (RCE), Amersfoort, 2007. • Archeologisch Informatie Systeem (Archis3), Rijksdienst voor Cultureel erfgoed (RCE), Amersfoort, 2015. • www.ahn.nl • www.pdok.n • www.ruimtelijkeplannen.nl • www.opentopo.nl • www.topotijdreis.nl • www.bagviewer.kadaster.nl • www.beeldbank.cultureelerfgoed.nl • www.zoeken.cultureelerfgoed.nl • www.arcgis.com • www.kadaster.nl Literatuur SIKB, 2018. Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie, versie 4.1 (KNA 4.1). Bakker, H., de, 1966. De subgroepen van het systeem van bodemclassificatie voor Nederland, in: Boor en Spade. Bartels, M., 2011. Steden in Scherven Catalogus. Cities in sherds catalogue. Vondsten uit beerputten in Deventer, Dordrecht, Nijmegen en Tiel (1250-1900). Finds from cesspits in Deventer, Dordrecht, Nijmegen and Tiel (1250-1900). Zwolle: Stichting Promotie Archeologie (SPA) uitgevers. Berendsen, H.J.A., 2005. Landschappelijk Nederland. Assen. Berendsen, H.J.A. en E. Stouthamer, 2011. Paleogeographic development of the Rhine-Meuse delta, The Netherlands. Assen: Van Gorcum. Bitter, P. S. Ostkamp en N.L. Jaspers, 2013. Classificatiesysteem voor (post-)middeleeuws aardewerk en glas = Het Deventer Systeem (sinds 1989). Amersfoort: ADC-ArcheoProjecten. Bont, C. de, 1993.

Al het merkwaardige in bonte afwisselingen. Een cultuurhistorische studie van ZuidOost Brabant. Waalre. Doesburg, J. van, M. de Boer, J. Deeben, B.J. Groenwoudt en T. de Groot, 2007. Essen in zicht. Essen en plaggendekken in Nederland: onderzoek en beleid. Amersfoort: Rijksdienst voor Archeologie, Cultuurlandschap en Monumenten (NAR 34). Magdelijns, N., 2020. Beek en Donk, Heereindsestraat (ong.). Gemeente Laarbeek (NB). Een inventariserend veldonderzoek d.m.v. proefsleuven, karterende en waarderende fase. Nieuwegein: Transect-PvE 20200110/NM1.0. Mulder, E.F.J. de, M.C. Geluk, I.L. Ritsema, W.E. Westerhof, en T.E. Wong, 2003. De ondergrond van Nederland. Houten. Sande, F.A. van der, 2019. Archeologisch bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek, verkennende fase. Beek en Donk, Heereindsestraat (ong.) (NB). Nieuwegein: Transect-rapport 2411.

31

Schokker, J., 2003. Patterns and processes in a Pleistocene fluvio-aeolian environment (Roer Graben, south-eastern Netherlands). Utrecht: Universiteit Utrecht (Scriptie, Nederlandse Geografische Studies 314). Stouthamer, E., K.M. Cohen en W.Z. Hoek, 2015. De vorming van het Land. Utrecht: Perspectief Uitgevers. Verniers, L., 2009. Beek en Donk, gemeente Laarbeek. Amersfoort: ADC-rapport 1709.

32

Bijlage 1. Periode

Archeologische periode-indeling voor Nederland Deel-/subperiode

Recent

Van

Tot

1945 na Chr.

2050 na Chr.

Nieuwe Tijd

Late-Nieuwe Tijd Midden-Nieuwe Tijd Vroege-Nieuwe Tijd

1850 na Chr. 1650 na Chr. 1500 na Chr.

1945 na Chr. 1850 na Chr. 1650 na Chr.

Middeleeuwen

Late-Middeleeuwen B Late-Middeleeuwen A Vroege-Middeleeuwen D Vroege-Middeleeuwen C Vroege-Middeleeuwen B Vroege-Middeleeuwen A

1250 na Chr. 1050 na Chr. 900 na Chr. 725 na Chr. 525 na Chr. 450 na Chr.

1500 na Chr. 1250 na Chr. 1050 na Chr. 900 na Chr. 725 na Chr. 525 na Chr.

Romeinse Tijd

Laat-Romeinse tijd B Laat-Romeinse tijd A Midden-Romeinse tijd B Midden-Romeinse tijd A Vroeg-Romeinse tijd B Vroeg-Romeinse tijd A

350 na Chr. 270 na Chr. 150 na Chr. 70 na Chr. 25 na Chr. 12 voor Chr.

450 na Chr. 350 na Chr. 270 na Chr. 150 na Chr. 70 na Chr. 25 na Chr.

IJzertijd

Late-IJzertijd Midden-IJzertijd Vroege-IJzertijd

250 voor Chr. 500 voor Chr. 800 voor Chr.

12 voor Chr. 250 voor Chr. 500 voor Chr.

Bronstijd

Late-Bronstijd Midden-Bronstijd B Midden-Bronstijd A Vroege-Bronstijd

1100 voor Chr. 1500 voor Chr. 1800 voor Chr. 2000 voor Chr.

800 voor Chr. 1100 voor Chr. 1500 voor Chr. 1800 voor Chr.

Neolithicum

Laat-Neolithicum B Laat-Neolithicum A Midden-Neolithicum B Midden-Neolithicum A Vroeg-Neolithicum B Vroeg-Neolithicum A

2450 voor Chr. 2850 voor Chr. 3400 voor Chr. 4200 voor Chr. 4900 voor Chr. 5300 voor Chr.

2000 voor Chr. 2450 voor Chr. 2850 voor Chr. 3400 voor Chr. 4200 voor Chr. 4900 voor Chr.

Mesolithicum

Laat-Mesolithicum Midden-Mesolithicum Vroeg-Mesolithicum

6450 voor Chr. 7100 voor Chr. 8800 voor Chr.

4900 voor Chr. 6450 voor Chr. 7100 voor Chr.

Paleolithicum

Laat-Paleolithicum B Laat-Paleolithicum A Midden-Paleolithicum Vroeg-Paleolithicum

18.000 BP 35.000 BP 300.000 BP -

8.800 voor Chr. 18.000 BP 35.000 BP 300.000 BP

33

Bijlage 2.

Luchtfoto

34

Bijlage 3.

Gemeentelijke beleidskaart

35

Bijlage 4.

Boorpuntenkaart (Van der Sande, 2019)

36

Bijlage 5.

Allesporenkaart

37

Bijlage 6.

Vlaktekeningen

38

39

Bijlage 7.

Lagenlijst

Put

Vlak

Laag

Aard

Vulling

Kleur

Textuur

Organische stof

Opmerking

01-06

003

1000

ES

1

DBRGR

Zs1

H1

Esdek

04

103

2

DBR

Zs1

02, 0406 01-06

103

1500

LG

1

DBRGR

Zs2

H1

Ploeglaag

103

2000

LG

1

DBRZW

Zs2

H2

B-horizont

01-06

103

2500

LG

1

DBRGR

Zs1

BC-horizont

01-06

103

3000

LG

1

BRGE

Zs1

C-horizont

Esdek

40

Bijlage 8.

Profielkolommen

Profielkolommen 1.1 (links) en 1.2 (rechts) in respectievelijk het noordwesten en het noordoosten van werkput 1. Opnamerichting: noord5.

5

Per abuis is de noordpijl in de verkeerde richting geplaatst.

41

Profielkolommen 2.1 (links) en 2.2 (rechts) in respectievelijk het noordwesten en het noordoosten van werkput 2. Opnamerichting: noord.

42

Profielkolommen 3.1 (links) en 3.2 (rechts) in respectievelijk het noordwesten en het noordoosten van werkput 3. Opnamerichting: noord.

43

Profielkolommen 4.1 (links) en 4.2 (rechts) in respectievelijk het noordwesten en het zuidoosten van werkput 4. Opnamerichtingen: noord en zuid6.

6

Per abuis is de noordpijl de verkeerde richting op geplaatst.

44

Profielkolommen 5.1 (links) en 5.2 (rechts) in respectievelijk het noordwesten en het zuidoosten van werkput 5. Opnamerichtingen: noord en zuid.

45

Profielkolommen 6.1 (links) en 6.2 (rechts) in respectievelijk het zuidwesten en het noordoosten van werkput 6. Opnamerichtingen: zuid en noord.

46

Bijlage 9.

Sporen- en vullingenlijst

Put

Vlak

Spoor

Spooraard

Spoorcontour

Spoorvorm

Diepte

Vulling

Kleur

Textuur

01

001

0001

PK

SCHERP

RND

10

1

DBRZW

Zs2

Organische stof H1

01

001

0002

KL

SCHERP

1

DBRZW

Zs2

H1

01

001

0003

NAT

SCHERP

ONR

40

1

DBRZW

Zs2

H2

02

001

0004

GR

SCHERP

LIN

20

1

DBRZW

Zs2

H2

04

001

0005

KL

VAGEND

RND

16

1

LGRWI

Zs2

04

001

0006

PK

SCHERP

RND

18

1

DBRZW

Zs2

H1

04

001

0007

GR

SCHERP

LIN

18

1

DBRZW

Zs2

H1

05

001

0008

PAK

SCHERP

RND

12

1

DBRZW

Zs2

H1

06

001

0009

GR

SCHERP

LIN

26

1

DBRZW

Zs2

H1

2

LGRGE

Zs2

H1

1

DBRZW

Zs2

2

DBRGE

Zs2

06

001

0010

PK

SCHERP

RHK

20

Opmerking

Depressie, geboord

47

Bijlage 10.

Vondstenlijst

Veldvondst

Put

Vlak

Spoor

Spooraard

Vulling

Vak

Categorie

Aantal

Verzamelwijze

Opmerking

0001

01

001

1000

ES

1

1

KER

4

AANLEG

0002

02

001

0004

GR

1

KER

3

AANLEG

0003

03

001

1000

ES

1

2

KER

2

AANLEG

0004

03

001

2000

LG

1

2

KER

2

AANLEG

0005

04

001

1500

PLA

1

1

KER

5

AANLEG

0006

04

001

0007

GR

1

KER

2

AANLEG

0007

04

001

1500

PLA

1

KER

5

AANLEG

0008

05

001

1000

ES

1

KER

6

AANLEG

1x roodbakkend geglazuurd aardewerk (circa 15 e-18e eeuw) 2x ongeglazuurde, geelwit-bakkende wandfragmenten (LME) 1x ongeglazuurd grijsbakkend randfragment met afgeronde, rechte rand (LME) 3x wandfragmenten van Pingsdorf aardewerk, waarvan één met ‘gegolfde’, zwarte verfversiering van dikke lijnen (circa 1100-1300 n.Chr.) 1x wandfragment Siegburgs steengoed (16e-18e eeuw) 1x wandfragment van grijsbakkend, ongeglazuurd aardewerk (LME/NT) 1x wandfragment Pingsdorf-aardewerk met rode verf (11001300 n.Chr.) 1x wandfragment Maaslands wit (Andenne) aardewerk met geel uitgeslagen loodglazuur (circa 10e-14e eeuw, met hoogtepunt in de 12e-begin 13e eeuw) 1x dun wandfragment grijsbakkend, ongeglazuurd aardewerk (Lat-Middeleeuwen/Nieuwe tijd) 1x wandfragment van vermoedelijk lokaal vervaardigd geelwit-bakkend aardewerk uit de Vroege- tot LateMiddeleeuwen 2x wandfragment van Pingsdorf aardewerk (1100-1300) 1x wandfragment van Pingsdorf-aardewerk met rode verf (1100-1300 n.Chr.) 2x wandfragment van grijsbakkend, ongeglazuurd, handgevormd, kogelpotaardewerk (circa 11e-13e eeuw) 2 x fragment kogelpotaardewerk, waarvan één schilfer en één randfragment zonder dekselgeul (11e-13e eeuw) 2x Paffrath-kogelpotaardewerk, wandfragmenten (circa 1100-1300 n.Chr.) 1x schilfer van dun geelwit-bakkend aardewerk, wandfragment, Pingsdorf-achtig (circa 1100-1300 n.Chr.) 1x randfragment van proto-steengoed

(13e eeuw) 1x bodemfragment van witbakkend, loodgeglazuurd aardewerk (1350-1900 n.Chr.) 1x roodbakkend geglazuurd wand-oorfragment (circa 15e-19e eeuw) 1x wandfragment Siegburgs steengoed (16e-18e eeuw) 2x wandfragmenten steengoed (17e-19e eeuw)

1

48

0009

06

001

0009

GR

1

KER

1

AANLEG

1x randfragment van kogelpotaardewerk met dekselgeul (circa 1100-1300 n.Chr.)

49

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Laarbeek&id=88481e41-1333-4f15-8dfd-b4b084bc3170