10 20210721 Toelichting bijlage 1 Ruimtelijke onderbouwing (ruon) 2 rvr Heereindsestraat.pdf
Tekst van het document
De groenstructuur die aanwezig is zal niet worden aangetast, dat houdt in dat deze als oriëntatie voor bijvoorbeeld vleermuizen intact blijft. Bij de ontsluiting van het perceel door middel van een oprijlaan wordt eveneens rekening gehouden met bestaande bomen aan de Heereindsestraat. De omgeving bestaat voornamelijk uit ruime percelen, agrarische gronden en grasland met daarin verspreid gelegen bebouwing. Het grasland is mogelijk in gebruik als leefgebied door algemeen voorkomende soorten amfibieën en grondgebonden zoogdieren zoals mollen, egels en algemene muizensoorten. Voor deze soorten geldt een algehele vrijstelling van de verbodsbepalingen in de Wet Natuurbescherming. Er hoeven voor deze soorten geen mitigerende maatregelen te worden getroffen. Conclusie Door de realisatie van twee woningen op het perceel, wordt het karakter op een positieve manier beïnvloed. Door het verdwijnen van akkerbouw en de groenontwikkeling die daarvoor in de plaats komt, wordt een positief effect bewerkstelligd op nest- en foerageermogelijkheden van verschillende fauna. Op grond van de inventarisatie gelden er geen belemmeringen voor de plannen op grond van natuurwaarden, mits de algemene zorgplicht in acht wordt genomen. De algemene zorgplicht houdt in dat eenieder voldoende zorg in acht neemt voor de in het wild levende dieren en planten en diens leefomgeving.
Wanneer men redelijkerwijs kan vermoeden dat bepaalde handeling nadelige gevolgen kunnen veroorzaken voor flora en fauna, is het verplicht dit handelen achterwege te laten. Dit zorgt ervoor dat nadelige gevolgen voorkomen worden, of ten minste zo veel mogelijk worden beperkt of zelfs ongedaan gemaakt kunnen worden.
Ruimtelijke onderbouwing Heereindsestraat ong. te Beek en Donk
Blad 30 van 39
Gemeente Laarbeek
december 2020
De zorgplicht geldt voor alle planten en dieren, ongeacht of deze beschermd zijn of niet en ongeacht of er ontheffing of vrijstelling is verleend. Er dienen passende maatregelen te worden getroffen om de overlast op flora en fauna tot een minimum te beperken.
4.7
Externe veiligheid
Het externe veiligheidsbeleid richt zich op het voorkomen en beheersen van risicovolle bedrijfsactiviteiten en van risicovol transport. Het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) geeft aan hoe met de risico’s van de stationaire inrichtingen moet worden omgegaan. Het Besluit externe veiligheid transportroutes en de Regeling Basisnet beschrijven de aanpak van de ruimtelijke besluitvorming waarbij transportrisico’s aan de orde zijn. Stationaire inrichtingen In artikel 2, lid 1 van het Bevi staan de inrichtingen genoemd waarop het besluit van toepassing is. Deze inrichtingen brengen risico’s met zich mee voor de in de omgeving aanwezige risicogevoelige objecten, zoals woningen. Het aspect externe veiligheid is voor deze ontwikkeling beoordeeld aan de hand van de provinciale risicokaart. In de omgeving van het plangebied zijn geen bedrijven met een risicocontour gelegen. Verder is het plangebied niet aangewezen als gelegen in een risicogebied. Transport gevaarlijke stoffen Op 1 april 2015 zijn het Besluit externe veiligheid transportroutes en de Regeling basisnet in werking getreden. Eveneens is het Basisnet opgesteld, met routes die worden aangewezen voor het vervoer van gevaarlijke stoffen. Het beleid achter het landelijke Basisnet is dat een plafond vastgesteld wordt voor dit vervoer van gevaarlijke stoffen. Ook worden randvoorwaarden aan de ruimtelijke ordening gesteld.
Wegen Het transport van gevaarlijke stoffen moet primair via het hoofdwegennet plaatsvinden. Woonkernen moeten hierbij vermeden worden. De dichtstbijzijnde route betreft de A50, gelegen op een afstand van 9 kilometer van het plangebied. Gezien de afstand tot deze risicobron, ligt het plangebied buiten een eventuele plaatsgebonden risicocontour. Er kan langs het plangebied wel transport van gevaarlijke stoffen plaatsvinden van de niet-routeplichtige stoffen (zoals gas), maar de frequentie daarvan is (door het lokale karakter van het transport) dermate laag dat daardoor geen risico’s ontstaan die ruimtelijk relevant zijn. Vervoer via het spoor Voor het transport van gevaarlijke stoffen over het spoor is het dichtstbijzijnd het tracé in Helmond gelegen, op een afstand van 7,5 kilometer. Gezien de afstand plaatsgebonden risico vormt derhalve geen belemmering voor onderhavige ontwikkeling.
Ruimtelijke onderbouwing Heereindsestraat ong. te Beek en Donk
Blad 31 van 39
Gemeente Laarbeek
december 2020
Vervoer over het water In de nabijheid van het plangebied is geen water gelegen waarover vervoer van gevaarlijke stoffen plaatsvindt. Hoogspanningslijnen en ondergrondse (gas)leidingen Zonering rond het bovengrondse hoogspanningsnet in Nederland is vastgelegd in de Netkaart van het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM). De Netkaart bevat onder andere gegevens over de netbeheerder en de breedte van de indicatieve zones. In afbeelding 4.3 is een uitsnede opgenomen uit de netkaart.
Afbeelding 4.3: Uitsnede netkaart met 150 kv (blauwe lijnen) De blauwe lijnen zijn hoogspanningslijnen met een kV van 150. Het plangebied is gelegen op circa 3 kilometer tot de buitenzijde van de hoogspanningslijnen. Gelet op deze afstand is er geen belemmering ten aanzien van de geplande ontwikkeling. De algehele conclusie is dat er geen sprake is van een belemmering ten aanzien van het aspect ‘externe veiligheid’.
Ruimtelijke onderbouwing Heereindsestraat ong. te Beek en Donk
Blad 32 van 39
Gemeente Laarbeek
december 2020
4.8
Luchtkwaliteit
Met wet- en regelgeving wil de overheid zorgen voor een goede luchtkwaliteit en burgers beschermen tegen de schadelijke gevolgen van luchtverontreiniging. De belangrijkste is de Wet milieubeheer, titel 5.2: luchtkwaliteitseisen. Verontreiniging is afkomstig van verschillende bronnen zoals verkeer, industrie, landbouw en concentraties van verontreinigende stoffen. Fijn stof (PM10) en stikstofdioxide (NO2) zijn de belangrijkste stoffen in de luchtkwaliteitsregelgeving. Het nastreven van een ‘goede ruimtelijke ordening’ is een reden om de blootstelling aan deze stoffen zoveel mogelijk te beperken. Dit speelt onder andere bij het vaststellen van een bestemmingsplan. Daarom is tussen de luchtkwaliteitseisen uit de Wet milieubeheer en de Wet ruimtelijke ordening een koppeling gelegd. Zo dienen ruimtelijke plannen te worden getoetst aan de in de Wet milieubeheer opgenomen richtwaarden en grenswaarden voor luchtvervuilende stoffen. Besluit niet in betekenende mate In het Besluit niet in betekenende mate en de Regeling niet in betekenende mate is vastgelegd dat wanneer de ontwikkeling niet meer dan 3% bijdraagt aan de grenswaarde, deze niet hoeft te worden getoetst aan de wettelijke grenswaarden. Dit houdt in dat meer dan 1,2 per m3 wordt aangemerkt als zijnde in betekenende mate. In de regeling niet in betekenende mate is dit gelijkgesteld aan de bouw van 1.500 woningen.
De toevoeging van twee woningen heeft een dermate kleine verkeersaantrekkende werking dat er geen sprake is van verslechtering van de luchtkwaliteit. Goede ruimtelijke ordening Hoewel er geen verslechtering van de luchtkwaliteit is, dienen ruimtelijke plannen die procedures doorlopen conform de Wet ruimtelijke ordening te voldoen aan een ‘goede ruimtelijke ordening’. De formele definitie daarvan luidt: “het coördineren van de verschillende belangen tot een harmonisch geheel dat een grotere waarde vertegenwoordigt dan het dienen van de belangen afzonderlijk”. Een goede luchtkwaliteit is een van die belangen, ofwel: de luchtkwaliteit dient geschikt te zijn voor de beoogde functie. In het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL) werken het Rijk, provincies en gemeenten samen om gezondheidsschade voor burgers als gevolg van luchtverontreiniging te verminderen. Aan de hand van de monitoringstool van het NSL is bekeken hoe de situatie van de luchtkwaliteit ter plaatse van het projectgebied is. Vervolgens zijn deze vergeleken met de in tabel 4.1 weergegeven grenswaarden, die bepaald zijn in hoofdstuk 5 van de Wet milieubeheer.
Ruimtelijke onderbouwing Heereindsestraat ong. te Beek en Donk
Blad 33 van 39
Gemeente Laarbeek
december 2020
Tabel 4.1: Grenswaarden luchtkwaliteitseisen, Wet milieubeheer
Afbeelding 4.4: NSL-monitor Meester van Busselstraat In afbeelding 4.4 is de dichtstbijzijnde meetlocatie te zien op de kaart. Deze is gelegen aan de doorgaande weg bij het Piet van Thielplein. Daar wordt aan de grenswaarden voldaan. Een minder intensieve weg loopt dichter langs de projectlocatie, namelijk de Heereindsestraat, de meetresultaten zullen daar vergelijkbaar zijn of zelfs van betere kwaliteit. Omdat direct langs een dergelijke weg wordt voldaan aan de grenswaarden zal dit ook ter plaatse van het projectgebied het geval zijn. Concentraties luchtverontreinigende stoffen nemen immers af naarmate een locatie verder van de weg af ligt. Voor zowel fijnstof (PM10) als stikstof (NO2) blijft de jaargemiddelde concentratie onder de 35µg/m3.
Ruimtelijke onderbouwing Heereindsestraat ong. te Beek en Donk
Blad 34 van 39
Gemeente Laarbeek
december 2020
4.9
Bedrijven- en milieuzonering
Bij de opstelling van een ruimtelijke onderbouwing dienen de gevolgen voor het woon- en leefklimaat te worden meegenomen. Er moet worden beoordeeld of er geen onoverkomelijke problemen zijn te verwachten. Daarnaast is het van belang om te beoordelen of de nieuwe ontwikkeling geen belemmering met zich meebrengt voor gevestigde bedrijven in de omgeving. In de uitgave ‘Bedrijven en Milieuzonering’ van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) zijn aanbevolen afstanden aangegeven ten aanzien van diverse milieuaspecten in nieuwe situaties. De afstanden worden gemeten vanaf de perceelgrens van het bedrijf tot de gevel van een woning of een andere gevoelige functies zoals woningen. De richtafstanden zijn afgestemd op twee omgevingstypen: ‘rustige woonwijk’ en ‘gemengd gebied’. Het plangebied kan getypeerd worden als ‘gemengd gebied’. Het kan in dergelijke gebieden gaan om bestaande gebieden met functiemenging en om gebieden waar bewust functiemenging wordt nagestreefd, bijvoorbeeld om een grotere levendigheid tot stand te brengen. Ook lintbebouwing in het buitengebied met overwegend agrarische en andere bedrijvigheid wordt hieronder verstaan. De richtafstanden in de VNGpublicatie kunnen in ‘gemengd gebied’, zonder dat dit ten koste gaat van het woon- en leefklimaat, met één afstandsstap verlaagd worden.
Andersom dient ten opzichte van de thans aanwezige woonbestemmingen rekening te worden gehouden met de richtafstanden vanaf het plangebied. Ter plaatse van de uitbreidingslocatie binnen het plangebied zal sprake zijn van parkeerplaatsen, en een verblijfsruimte. Bestaande bedrijven In de directe omgeving van het plangebied zijn een aantal bedrijfslocaties en andere functies gelegen. Het betreft een aantal clubhuizen behorend bij de sportaccommodaties en een opslag van een dakdekkersbedrijf. Op de volgende pagina zijn deze in de tabel weergegeven.
Ruimtelijke onderbouwing Heereindsestraat ong. te Beek en Donk
Blad 35 van 39
Gemeente Laarbeek
december 2020
Bedrijf en adres
SBI omschrijving
Eurodek U.A. Heereindsestraat 10c
Opslaggebouw 2 en (verhuur opslagruimte)
Dakdekkersbedrijf Strijd in Vrede Heereindsestraat 8a Handboogvereniging
r.k.s.v. Sparta ‘25 Heereindsestraat 10 Voetbalvereniging Clubhuis ‘De Zwink’ Heereindsestraat 8 Katholieke plattelandsjongeren ’t Wipke Zwinkelweg Schietaccommodatie
Vereniging De Roedel Heereindsestraat 7d
Cat
SBIcode 2008 52109
Grootste richtafstand
Richtafstand bij gemengd gebied 10
Feitelijke afstand (vanaf bestemming wonen) Ca. 125
Schietinrichtin 2 gen: buitenbanen met voorzieningen: boogbanen Cultuur, sport 3.1 en recreatie. Veldsportcom plex (met verlichting) Cultuur, sport 3.1 en recreatie. Veldsportcom plex (met verlichting)
931
30 (geluid/ gevaar)
10
Ca. 40
931
50 (geluid)
30
Ca. 90
931
50 (geluid)
30
Ca. 105
Schietinrichtin 5.1 gen: buitenbanen met voorzieningen: schietbomen Buurten 2 clubhuizen
931
500 (gevaar)
300
Ca. 300
94991
30 (geluid)
10
Ca. 75
30 (geluid)
Hondenvereniging Tabel 4.2: Bedrijven in de omgeving In bovenstaande tabel is te zien dat de feitelijke afstanden, gemeten vanaf de bestemming wonen waar de ruimte-voor-ruimte woningen zijn gesitueerd, voldoen aan de richtafstanden die gelden voor omliggende bedrijven. Gezien er sprake is van gemengd gebied kunnen de richtafstanden met één afstandsstap verlaagd worden, zonder dat dit ten koste gaat van het woon- en leefklimaat.
Ruimtelijke onderbouwing Heereindsestraat ong. te Beek en Donk
Blad 36 van 39
Gemeente Laarbeek
december 2020
Het parkeerterrein, direct naast het plangebied gelegen, vormt geen belemmering betreffende het aspect geluid op ten aanzien van onderhavig plan. Het parkeerterrein wordt incidenteel gebruikt voor de verenigingen die in de nabijheid van het plangebied zijn gelegen, zoals voetbalvereniging r.k.s.v. Sparta ‘25. Omdat de activiteiten van de verenigingen hoofdzakelijk in de avonduren en weekenden worden uitgeoefend zal van onevenredige hinder geen sprake zijn. Conclusie De conclusie is dat er sprake is van een aanvaardbaar leefklimaat ter plaatse van de nieuwe functie en dat bedrijvigheid van omliggende bedrijven niet in gevaar komt.
4.10
Verkeer en Parkeren
Een goede verkeersafwikkeling is van belang in het kader van een ‘goede ruimtelijke ordening’. Ontsluitingsstructuur De ontsluiting van de planlocatie vindt plaats via de Heereindsestraat. De Heereindsestraat is gelegen binnen de bebouwde kom en in het buitengebied. De woningen zullen door middel van twee inritten worden ontsloten aan de Heereindsestraat. De ontwikkeling draagt in niet betekenende mate bij aan de verkeersintensiteit aan de weg, dit zal geen belemmering vormen. Langzaamverkeersstructuur De langzaamverkeersstructuur in het plangebied volgt grotendeels de hoofdwegenstructuur, zoals bijvoorbeeld de fietspaden langs de Heereindsestraat, maar kent ook een afzonderlijke vrijliggende fiets c.q. wandel structuur, zoals verbindingen langs de Goorloop. De locatie is goed ontsloten via de Heereindsestraat. Deze weg is zodanig ingericht dat ze de geringe hoeveelheid extra verkeersbewegingen per etmaal als gevolg van de voorgestane ontwikkeling eenvoudig kunnen verwerken. Parkeren Ten behoeve van deze ontwikkeling zal moeten worden voldaan aan de parkeernormen die gesteld worden in het Parkeerbeleidsplan van de gemeente Laarbeek. Er is voldoende ruimte beschikbaar op eigen terrein. Gezien de grootte van het perceel kan hier ruimschoots aan worden voldaan. Conclusie Het plan voldoet op de aspecten ‘parkeren’ en ‘verkeer’.
Ruimtelijke onderbouwing Heereindsestraat ong. te Beek en Donk
Blad 37 van 39
Gemeente Laarbeek
december 2020
5
Uitvoerbaarheid
5.1
Economische uitvoerbaarheid
Voor onderliggende planologische maatregel is met de initiatiefnemer een planschadeovereenkomst en een anterieure overeenkomst afgesloten. Hiermee is conform artikel 6.12, tweede lid Wro, het kostenverhaal over de in het ruimtelijk plan begrepen gronden verzekerd. Omdat naast de overeenkomst het stellen van nadere eisen en regels omtrent tijdvak, fasering, locatie en uitvoering niet noodzakelijk is, is er geen exploitatieplan benodigd zoals is omschreven in artikel 6.12, eerste lid Wro. De realisatie van het project wordt volledig gerealiseerd voor rekening en risico van initiatiefnemer. Op basis van het programma is er een sluitende begroting op basis waarvan het plan uitvoerbaar is. De gemeentelijke kosten zijn gedekt uit de te heffen leges. De economische uitvoerbaarheid is, gelet op bovenstaande, verzekerd.
5.2
Nut en noodzaak
Beleidsmatig past de voorgestane ontwikkeling binnen het vigerende beleid. Planologisch gezien zijn er geen belemmeringen voor de voorgestane toevoeging. Samenvattend kan geconcludeerd worden dat het initiatief inpasbaar is op de locatie, binnen het bestaande beleid en de relevante planologische randvoorwaarden. De voorgestane ontwikkeling voorziet in een deugdelijke oplossing voor een actuele wens om twee vrijstaande woningen te realiseren waarmee zowel aan de belangen van betrokkenen tegemoet wordt gekomen en de belangen van de omgeving niet worden geschaad.
5.3
Maatschappelijke uitvoerbaarheid
5.3.1
Wettelijk overleg
Algemeen Op grond van artikel 3.1.1. van het Besluit ruimtelijke ordening voert het college van burgemeester en wethouders, dat belast is met de voorbereiding van een bestemmingsplan, overleg met andere bestuursorganen van bijvoorbeeld buurgemeenten, het waterschap en de provincie. Procedure Onderhavige ontwikkeling wordt door middel van een bestemmingsplanprocedure mogelijk gemaakt. Deze ruimtelijke onderbouwing geldt als onderlegger voor het bestemmingsplan.
Ruimtelijke onderbouwing Heereindsestraat ong. te Beek en Donk
Blad 38 van 39
Gemeente Laarbeek
december 2020
Colofon
Projectgegevens Project Projectnummer Revisie
Ruimtelijke onderbouwing, Heereindsestraat ong. te Beek en Donk 19BEEKDNK-HE 03
Datum
11 december 2020
Opdrachtgever A. van der Heijden Arom B.V. Laan door de Veste 1 5708 ZZ Helmond
Ruimtelijke onderbouwing Heereindsestraat ong. te Beek en Donk
Blad 39 van 39
Gemeente Laarbeek
december 2020
INVENTARISATIELIJST BIJLAGEN 1.
Resultaten watertoetsoverleg
2.
Verkennend bodemonderzoek conform NEN 5740, Heereindsestraat te Beek en Donk, M&A bodem en asbest B.V., rapportnummer 219-BHe-vo-v1, 2 oktober 2019.
3.
Archeologisch Bureauonderzoek (BO) en Inventariserend Veldonderzoek (IVO), verkennende fase, Heereindsestraat ong. Gemeente Laarbeek (NB), Transect B.V., Transect-rapport 2411, projectnummer 19080037, 6 november 2019.
4.
Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai, Heereindsestraat te Beek en Donk, M&A omgeving B.V., rapportnummer 219-BDHw-w1v1, 29 augustus 2019.
5.
Quick scan flora en fauna, Heereindsestraat te Beek en Donk, M&A omgeving B.V., rapportnummer 219-BHe-nw-v1, 2 oktober 2019.
6.
Archeologisch Inventariserend Veldonderzoek door middel van Proefsleuven (IVO-P), karterende en waarderende fase, Heereindsestraat ong. Gemeente Laarbeek (NB), Transect B.V., Transect-rapport 2955, projectnummer 19120037, d.d. 16 november 2020