10 20210224 Toelichting ruimtelijke onderbouwing Bakelseweg ong. bijlage 1.pdf
Tekst van het document
5 5 7 7
4
Methode 4.1 Literatuurstudie 4.2 Veldbezoek
9 9 9
5
Onderzoeksresultaten 5.1 Literatuurstudie 5.2 Veldbezoek
11 11 12
6
Toetsing aan de Flora- en faunawet 6.1 Licht beschermde soorten (tabel 1-soorten) 6.2 Vogels 6.3 Zoogdieren 6.4 Amfibieën 6.5 Reptielen 6.6 Flora 6.7 Zorgplicht
13 13 13 13 14 15 15 16
7
Conclusies en aanbevelingen 7.1 Conclusies 7.2 Aanbevelingen
17 17 18
8
Bronnen 8.1 Boeken en rapporten 8.2 Websites
21 21 21
Bijlagen: Bijlage 1: Bijlage 2: Bijlage 3: Bijlage 4:
Flora- en faunawet Natuurbeschermingswet 1998 Ecologische Hoofdstructuur Ontheffingsaanvraag
Quickscan flora en fauna Bakelseweg, Aarle-Rixtel
Gemeente Laarbeek
1 Inleiding 1.1
Aanleiding Aanleiding voor dit verkennend onderzoek (quickscan) vormt de voorgenomen realisatie van 4 BiO-woningen aan de Bakelseweg te Aarle-Rixtel (gemeente Laarbeek). Deze ontwikkeling, in het kader van de uitwerking van het beleid inzake Buitengebied in Ontwikkeling, is niet mogelijk op basis van het vigerende bestemmingsplan. Wel is de beoogde locatie in de gemeentelijke beleidsnotitie voor bebouwingsconcentraties, aangewezen als (zoek)locaties voor woningbouw. De ontwikkeling is daarmee onder de voorwaarden uit de BiO-regeling toegestaan. Om het initiatief juridisch en planologisch mogelijk te maken wordt als eerste stap voor de locatie een ruimtelijke onderbouwing opgesteld. Ruimtelijke plannen dienen te worden beoordeeld op de uitvoerbaarheid in relatie tot actuele natuurwetgeving, met name de Natuurbeschermingswet 1998 en de Flora- en faunawet. Er mogen geen ontwikkelingen plaatsvinden die op onoverkomelijke bezwaren stuiten door effecten op beschermde natuurgebieden en/of flora en fauna. In dit kader is inzicht gewenst in de aanwezige natuurwaarden en de mogelijk daarmee samenhangende consequenties vanuit de actuele natuurwetgeving. Dit wordt gedaan op basis van een quickscan. In deze rapportage zijn de resultaten van de quickscan beschreven. Op onderstaande figuur is met de blauwe stip de planlocatie weergegeven.
Figuur 1: Locatie plangebied (bron: www.vindjeeigenhuis.nl, 2011)
Croonen Adviseurs
1
Quickscan flora en fauna Bakelseweg, Aarle-Rixtel
1.2
Gemeente Laarbeek
Doel In ruimtelijke plannen, zoals bestemmingsplannen, is in het kader van de uitvoerbaarheid inzicht gewenst in de aanwezigheid van beschermde soorten en gebieden. Er dient te worden aangetoond dat het plan uitvoerbaar is. Het doel van voorliggende quickscan is het opsporen van strijdigheden van de voorgenomen ingreep met de Flora- en faunawet en/of de Natuurbeschermingswet 1998 en het bepalen of de aanvraag van een ontheffing noodzakelijk is.
1.3
Opbouw rapport In de inleiding wordt beschreven waarom deze quickscan is uitgevoerd en met welk doel. Vervolgens wordt in hoofdstuk twee algemene informatie verwoord over de natuurwetgeving, waaronder de Flora- en faunawet en de Natuurbeschermingswet 1998. In hoofdstuk drie wordt de huidige en toekomstige situatie van het plangebied beschreven en de ligging ten opzichte van de Ecologische hoofdstructuur (EHS) en Natuurbeschermingswetgebieden (Natura 2000, Beschermde Natuurmonumenten en wetlands). In hoofdstuk vier wordt de gebruikte methode voor de uitvoering van deze quickscan omschreven. In hoofdstuk vijf staan de resultaten van deze quickscan flora en fauna. Deze zijn onderverdeeld in de resultaten van de literatuurstudie en het veldbezoek. In hoofdstuk zes worden de resultaten uit hoofdstuk vijf getoetst aan de Floraen faunawet. Hieruit komen conclusies en aanbevelingen voort, die worden omschreven in hoofdstuk zeven. Het laatste hoofdstuk geeft de gebruikte bronnen voor dit onderzoek weer. Achter dit hoofdstuk bevinden zich drie bijlagen, die algemene informatie verschaffen met betrekking tot de Flora- en faunawet, de Natuurbeschermingswet 1998 en de Ecologische Hoofdstructuur. In bijlage 4 wordt de procedure omtrent een ontheffingsaanvraag beschreven.
Croonen Adviseurs
2
Quickscan flora en fauna Bakelseweg, Aarle-Rixtel
Gemeente Laarbeek
2 Natuurwetgeving en -beleid 2.1
Algemeen De natuurwet- en regelgeving kent twee sporen, namelijk een soortgericht spoor (Floraen faunawet) en een gebiedsgericht spoor (Natuurbeschermingswet 1998). De Floraen faunawet richt zich op de bescherming van soorten en de Natuurbeschermingswet 1998 op de bescherming van gebieden. Met de Flora- en faunawet en de Natuurbeschermingswet 1998 is de Europese Vogel- en Habitatrichtlijn in nationale wetgeving geïmplementeerd.
2.2
Flora- en faunawet Het doel van de Flora- en faunawet is het in stand houden van de inheemse flora en fauna. Vanuit deze wet is bij ruimtelijke ingrepen de initiatiefnemer verplicht op de hoogte te zijn van de mogelijk voorkomende beschermde natuurwaarden binnen het projectgebied. De Flora- en faunawet gaat uit van het 'Nee, tenzij'-principe. Bepaalde handelingen, waaronder ruimtelijke ingrepen, waarbij beschermde soorten in het geding zijn, zijn slechts bij uitzondering en onder voorwaarden mogelijk. Voor een uitgebreide algemene beschrijving van de Flora- en faunawet wordt verwezen naar bijlage 1.
2.3
Ecologische Hoofdstructuur en Natuurbeschermingswetgebieden De Ecologische Hoofdstructuur (EHS) is de kern van het natuurbeleid. De EHS is in provinciale structuurvisies uitgewerkt. Ruimtelijke plannen van gemeenten moeten hieraan worden getoetst. Natura 2000-gebieden, Beschermde Natuurmonumenten en wetlands zijn beschermd via de Natuurbeschermingswet 1998 en hebben derhalve een wettelijke status. In of in de nabijheid van de EHS en Natuurbeschermingswetgebieden geldt het ‘Nee, tenzij’- principe. In principe zijn er geen ontwikkelingen toegestaan als deze ontwikkelingen de wezenlijke kenmerken of waarden van het gebied aantasten. Voor een uitgebreide algemene beschrijving van de Natuurbeschermingswet en de Ecologische Hoofdstructuur wordt verwezen naar respectievelijk bijlage 2 en 3.
Croonen Adviseurs
3
Quickscan flora en fauna Bakelseweg, Aarle-Rixtel
Gemeente Laarbeek
Croonen Adviseurs
4
Quickscan flora en fauna Bakelseweg, Aarle-Rixtel
Gemeente Laarbeek
3 Gebiedsbeschrijving 3.1
Huidige situatie In onderstaande figuur 2 is door middel van rode lijnen de afbakening van het plangebied weergegeven.
Figuur 2: Begrenzing plangebied (www.bing.com/maps, 2011)
Het plangebied, met een oppervlakte van circa 19.300 m2, ligt ten oosten van de kern Aarle-Rixtel, in het buitengebied van de gemeente Laarbeek. Tussen de kern AarleRixtel en het plangebied ligt de Zuid-Willemsvaart. Het plangebied ligt in de bebouwingsconcentratie Bakelseweg/De Wolfsputten. Ten westen van de bebouwingsconcentratie ligt de Zuid-Willemsvaart, ten noorden en oosten liggen bosgebieden. Het plangebied is momenteel in gebruik voor agrarische doeleinden (weiland). Aan de westzijde van het plangebied, langs de Bakelseweg, bevindt zich een sloot. In de directe omgeving van het plangebied liggen zowel enkele agrarische bedrijven als niet-agrarische bedrijven en burgerwoningen (zie figuur 3 voor een impressie van het plangebied).
Croonen Adviseurs
5
Quickscan flora en fauna Bakelseweg, Aarle-Rixtel
Gemeente Laarbeek
1
2
3
4
5
6
Figuur 3: Impressie plangebied. 1 t/m 4: overzicht plangebied, 5: hoek met de 4 bomen binnen grenzen plangebied, 6: overzicht plangebied (Croonen Adviseurs, 2011)
Croonen Adviseurs
6
Quickscan flora en fauna Bakelseweg, Aarle-Rixtel
3.2
Gemeente Laarbeek
Ligging ten opzichte van beschermde gebieden Natuurbeschermingswet Er zijn geen beschermde gebieden in het kader van de Natuurbeschermingswet (zijnde Natura 2000, Beschermde Natuurmonumenten en wetlands) aanwezig binnen een straal van 3 km om het plangebied. Ecologische Hoofdstructuur Binnen een straal van 3 km om het plangebied liggen gebieden die deel uitmaken van de Ecologische Hoofdstructuur (EHS). Op circa 700 m ten oosten van de planlocatie liggen de bosgebieden Biezen en Milschot en Grotelse Bos die aangewezen zijn als EHS. Ook ten zuiden liggen EHS-gebieden. Aan de zuidzijde van de Bakelseweg ligt een attentiegebied EHS. Het plangebied zelf maakt geen deel uit van de EHS.
3.3
Toekomstige situatie In de huidige situatie is het perceel in gebruik als weiland. De functie als weiland zal komen te vervallen. Op het vrijgekomen terrein zullen een viertal BiO-woningen worden gerealiseerd. De percelen krijgen een omvang van circa 1.000 m2. De overige ruimte van deze locatie, met een oppervlakte van circa 15.300 m2, krijgt een groene invulling. De sloten om het terrein zullen behouden blijven, evenals de bomen die binnen het plangebied aanwezig zijn.
Croonen Adviseurs
7
Quickscan flora en fauna Bakelseweg, Aarle-Rixtel
Gemeente Laarbeek
Croonen Adviseurs
8
Quickscan flora en fauna Bakelseweg, Aarle-Rixtel
Gemeente Laarbeek
4 Methode 4.1
Literatuurstudie Allereerst heeft er een literatuurstudie plaatsgevonden om na te gaan welke biotopen en daaraan verbonden (strikt beschermde) soorten in het plangebied worden verwacht. Daarvoor is gebruikt gemaakt van diverse bronnen. De website www.waarneming.nl is geraadpleegd. Een groot aantal amateurs kan op deze website natuurwaarnemingen kwijt. De site wordt redelijk goed gecontroleerd door middel van collegiale toetsing. Soortwaarnemingen via deze bron zijn derhalve redelijk betrouwbaar, maar kunnen moeilijk geverifieerd worden. Wel kunnen deze waarnemingen een beeld geven van mogelijke soorten in de regio. Waarnemingen zijn, in tegenstelling tot atlassen, tot op de exacte locatie te herleiden. De website florafaunacheck.nl is eveneens geraadpleegd om te kijken welke plantensoorten in potentie voor zouden kunnen komen op de planlocatie. De potentiële plantensoorten zijn vervolgens gecheckt op soortenbank.nl voor hun aanwezigheid in of nabij de planlocatie. Daarnaast is de cd ‘Rekening houden met Habitatrichtlijnsoorten in Noord-Brabant’ geraadpleegd. Tevens is op de website van provincie Brabant de roekenkaart bekeken om te controleren of er roekenkolonies in of nabij het plangebied zijn waargenomen. Met behulp van landelijke verspreidingsatlassen is nagegaan of in het verleden strikt beschermde soorten zijn aangetroffen in of nabij het plangebied.
Deze atlassen maken veelal gebruik van atlasblokken (5 x 5 kilometer). De soortgegevens hebben daarom betrekking op de regio en niet specifiek op het onderzoeksgebied. Exacte locaties of datering van de waarnemingen zijn niet bekend.
4.2
Veldbezoek Op basis van een eenmalig veldbezoek is de geschiktheid van het onderzoeksgebied voor de verwachte soorten/soortgroepen beoordeeld. Het veldbezoek is afgelegd door een ecoloog van Croonen Adviseurs op 25 januari 2011. Het gaat hier om een deskundigenoordeel op basis van de fysieke gesteldheid van het terrein (biotopenonderzoek). Daarnaast zijn de aangetroffen belangwekkende soorten opgetekend.
Croonen Adviseurs
9
Quickscan flora en fauna Bakelseweg, Aarle-Rixtel
Gemeente Laarbeek
Croonen Adviseurs
10
Quickscan flora en fauna Bakelseweg, Aarle-Rixtel
Gemeente Laarbeek
5 Onderzoeksresultaten 5.1
Literatuurstudie Op de site waarneming.nl (2010-2011) worden de volgende waarnemingen vermeld voor het plangebied of de directe omgeving (Flora- en faunawetsoorten): roek, groene specht, mol, huismus, koolmees, pimpelmees, bosuil, boomklever, ekster, steenuil, zwarte kraai, eekhoorn, grote bonte specht, gekraagde roodstaart en buizerd. Via de websites florafaunacheck.nl en soortenbank.nl kwamen de volgende plantensoorten naar voren: kleine zonnedauw, klokjesgentiaan, rietorchis en ronde zonnedauw. De cd ‘Rekening houden met Habitatrichtlijnsoorten in Noord-Brabant’ geeft voor het grondgebied van de gemeente Laarbeek de volgende soorten: kamsalamander, heikikker, poelkikker, rugstreeppad, vleermuizen en drijvende waterweegbree. Volgens de roekenkaart op de website van de provincie Brabant zijn er geen roekenkolonies aanwezig in de nabijheid van de planlocatie. Uit de landelijke en provinciale verspreidingsinformatie uit atlassen (5 x 5 kilometerhok) blijkt dat in of nabij het plangebied in het verleden diverse beschermde soorten zijn aangetroffen. Dit betreft onderstaande algemene (tabel 1 Flora- en faunawet) en/of zwaarder beschermde (tabel 2 en 3 Flora- en faunawet)soorten. Vogels zijn onderverdeeld in jaarrond beschermde soorten (categorie 1-4) en niet jaarrond beschermde soorten (categorie 5).
— Vogels Categorie 1-4 (jaarrond beschermd): havik, sperwer, buizerd, boomvalk, kerkuil, steenuil, ransuil, gierzwaluw, grote gele kwikstaart, roek en huismus. Categorie 5: torenvalk,bosuil, groene specht, zwarte specht, grote bonte specht, kleine bonte specht, oeverzwaluw, boerenzwaluw, huiszwaluw, zwarte roodstaart, gekraagde roodstaart, grauwe vliegenvanger, bonte vliegenvanger, zwarte mees, pimpelmees, koolmees, boomklever, boomkruiper, ekster, zwarte kraai en spreeuw. — Zoogdieren Algemeen: bosmuis, egel, ree, bunzing, wezel, hermelijn, vos, mol, konijn en haas. Zwaarder beschermd: eekhoorn, gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis, rosse vleermuis, bosvleermuis, laatvlieger, gewone grootoorvleermuis, grijze grootoorvleermuis, watervleermuis, franjestaart, baardvleermuis en Brandt’s vleermuis.
Croonen Adviseurs
11
Quickscan flora en fauna Bakelseweg, Aarle-Rixtel
Gemeente Laarbeek
— Amfibieën Algemeen: kleine watersalamander, gewone pad, bruine kikker en bastaardkikker. Zwaarder beschermd: Alpenwatersalamander, vinpootsalamander, heikikker, poelkikker. — Reptielen Zwaarder beschermd: levendbarende hagedis. — Vlinders Geen. — Libellen Geen. — Vissen N.v.t., want er zijn geen waterlopen binnen het plangebied aanwezig. — Flora Zwaarder beschermd: drijvende waterweegbree. Op basis van de beschikbare literatuurgegevens kan dus worden vastgesteld dat het terrein een potentiële habitat biedt voor enkele licht beschermde soorten (tabel 1soorten) en voor strikter beschermde broedvogels, zoogdieren, amfibieën, reptielen en flora.
5.2
Veldbezoek Op 25 januari 2011 bij 6ºC en bewolkt weer is een eenmalig veldbezoek aan het plangebied afgelegd door een ecoloog van Croonen Adviseurs. Naast directe waarnemingen kan aan de hand van de aangetroffen biotopen een beeld worden geschetst van de aanwezige beschermde soorten. Dit is noodzakelijk omdat enkele seizoensgebonden soorten flora en fauna mogelijk niet kunnen worden waargenomen. Aan de hand van het aangetroffen biotoop en habitatvoorkeur(en) kunnen echter wel indicaties worden gegeven van het mogelijk voorkomen van deze soorten in het ontwikkelingsgebied. Het plangebied is in gebruik als weiland. Twee vlakken zijn afgerasterd als paardenwei. Ten noorden en westen van het plangebied loopt een sloot. Aan de noordrand van het plangebied groeit wat braam, riet en brandnetels. In de braamstruiken zijn geen (oude) nesten aangetroffen. In de noordwesthoek staat een 4-tal eikenbomen. Deze vallen binnen het plangebied. Er zijn geen nesten aangetroffen in deze bomen.
Croonen Adviseurs
12
Quickscan flora en fauna Bakelseweg, Aarle-Rixtel
Gemeente Laarbeek
6 Toetsing aan de Flora- en faunawet 6.1
Licht beschermde soorten (tabel 1-soorten) De ingreep zal naar verwachting leiden tot een beperkt verlies van leefgebied van enkele soorten van tabel 1 van de Flora- en faunawet. Dit heeft geen invloed op de gunstige staat van instandhouding van deze soorten, omdat er voldoende leefgebied in de omgeving aanwezig blijft en het algemene soorten betreft. Voor deze soorten geldt dan ook een vrijstelling. Een ontheffing Flora- en faunawet is derhalve niet noodzakelijk. Voor deze soorten blijft wel de zorgplicht gelden (zie paragraaf 6.7).
6.2
Vogels Er is een aantal vogelsoorten waarvan de broedplaatsen jaarrond beschermd zijn en bij verwijdering van de broedplaats altijd ontheffing moet worden aangevraagd. Dit betreft alle in bomen broedende roofvogelsoorten en de kerkuil, ransuil, steenuil, oehoe, roek, grote gele kwikstaart, ooievaar, gierzwaluw en de huismus. Dit zijn de zogenoemde categorie 1-4-vogelsoorten. Geen van deze vogelsoorten of hun (oude) nesten zijn in het plangebied waargenomen. Dan zijn er nog de categorie 5-vogelsoorten, waarvan de nesten alleen jaarrond zijn beschermd als zwaarwegende feiten of ecologische omstandigheden dat rechtvaardigen. Er zijn geen nesten aangetroffen in de vier bomen die binnen het plangebied vallen. Het valt echter niet uit te sluiten dat tijdens het broedseizoen een categorie 5-soort gaat nestelen in een van de bomen of in de braamstruiken. Eventueel aanwezige nesten van categorie 5-vogelsoorten zijn in dit geval echter niet jaarrond beschermd, aangezien er voldoende alternatieve nestmogelijkheden aanwezig zijn in de nabije omgeving. Derhalve zijn er geen zwaarwegende feiten of ecologische omstandigheden die jaarronde bescherming rechtvaardigen. Let wel, alle vogelnesten (ook die van categorie 5-vogelsoorten die geen jaarronde bescherming genieten) zijn beschermd tijdens het broedseizoen dat loopt van half maart tot half augustus.
Er hoeft geen nader vogelonderzoek plaats te vinden. Er zijn geen overtredingen te verwachten ten aanzien van de Flora- en faunawet.
6.3
Zoogdieren
6.3.1
Vleermuizen Alle vleermuissoorten zijn strikt beschermd onder de Flora- en faunawet. Bij het slopen van bebouwing en het kappen van vooral oudere bomen dient te allen tijde rekening te worden gehouden met de mogelijke aanwezigheid van vleermuizen.
Croonen Adviseurs
13
Quickscan flora en fauna Bakelseweg, Aarle-Rixtel
Gemeente Laarbeek
Gebouwbewonende vleermuizen verblijven met name in spouwmuren, onder dakbetimmering of op zolders. Boombewonende vleermuizen verblijven in gaten, holen of scheuren van voornamelijk grote bomen. Binnen het plangebied zijn geen gebouwen aanwezig die gesloopt worden of grote bomen met scheuren en gaten die gekapt worden. Het plangebied is maar matig geschikt als foerageergebied (jachtgebied) voor vleermuizen. Mogelijk wordt er wat gefoerageerd langs de bomenrijen. Foerageergebied is alleen beschermd als het van essentieel belang is voor een verblijfplaats. Dit is het geval als bij het verdwijnen van het foerageergebied de verblijfplaats ook zou verdwijnen. Daarvan zal hier geen sprake zijn. Er zijn in de buurt gebieden aanwezig die beter geschikter zijn als foerageergebied. Er bestaat wat betreft vleermuizen geen noodzaak voor nader onderzoek. Er zijn geen belemmeringen te verwachten ten aanzien van de Flora- en faunawet. 6.3.2
Eekhoorn Volgens de verspreidingsgegevens zouden eekhoorns in de omgeving van het plangebied voor kunnen komen. Het plangebied zelf is, vanwege de afwezigheid van bomen, ongeschikt als leefgebied voor eekhoorns. Er bestaan voor wat betreft eekhoorns geen belemmeringen met betrekking tot de Flora- en faunawet.
6.4
Amfibieën Volgens de cd ‘Rekening houden met Habitatrichtlijnsoorten in Noord-Brabant’ kunnen binnen de gemeente Laarbeek de kamsalamander, heikikker, poelkikker en rugstreeppad voorkomen. De verspreidingsgegevens geven aan dat ook de Alpenwatersalamander en vinpootsalamander in de omgeving van het plangebied voor kunnen komen. Binnen het plangebied is echter geen water aanwezig in de vorm van poelen, vijvers of plassen. Wel zijn sloten aanwezig rondom het plangebied. Gezien de agrarische omgeving, zal dit een sloot zijn waarin het water voedselrijk is. Dit water is ongeschikt als voortplantingswater voor de kamsalamander, heikikker en poelkikker. De Alpenwatersalamander heeft als landhabitat een duidelijke voorkeur voor (loof)bossen. Daarnaast zijn ook ongebruikte graslanden en kleine landschapselementen van groot belang, waarbij heggen en houtwallen als geleidend element dienst doen. Akkers en intensief benut grasland worden gemeden. Het plangebied is in gebruik als paardenwei en lijkt dus ongeschikt als landhabitat van de Alpenwatersalamander. De vinpootsalamander komt vooral voor in voedselarme wateren. Als landhabitat gaat de voorkeur uit naar bos. Ook voor de vinpootsalamander is het plangebied dus ongeschikt.
Croonen Adviseurs
14
Quickscan flora en fauna Bakelseweg, Aarle-Rixtel
Gemeente Laarbeek
De rugstreeppad is minder dan de andere genoemde soorten gebonden aan water. De rugstreeppad is een typische pioniersoort, die voorkomt in zandige terreinen met een hoge natuurlijke of door mensen ingebrachte dynamiek. Daarvan is binnen het plangebied geen sprake. Volgens de websites waarneming.nl en telmee.nl zijn er over de periode 2000-2011 ook geen waarnemingen gedaan van rugstreeppadden binnen of in de omgeving van het plangebied. De aanwezigheid van de rugstreeppad kan dus worden uitgesloten. Er bestaan voor wat betreft amfibieën geen belemmeringen met betrekking tot de Flora- en faunawet.
6.5
Reptielen Volgens de verspreidingsgegevens zou de levendbarende hagedis in de omgeving van het plangebied voor kunnen komen. In Nederland komen heide en hoogveen naar voren als voorkeurshabitat van de levendbarende hagedis. De soort komt ook voor langs infrastructuur (spoorlijnen en wegbermen), bij struweel en bosranden en in een beperkt deel van de duinen. De levendbarende hagedis is een vochtminnende soort die in de voornoemde landschapstypen veel wordt aangetroffen op venoevers en ook wel langs lijnvormige wateren (Geraeds 2006). Gezien voorgaande beschrijving lijkt het plangebied niet geschikt als leefgebied voor de levendbarende hagedis. Diens aanwezigheid binnen het plangebied kan dan ook worden uitgesloten. Er bestaan voor wat betreft reptielen geen belemmeringen met betrekking tot de Floraen faunawet.
6.6
Flora Volgens de literatuurgegevens zouden de kleine zonnedauw, klokjesgentiaan, rietorchis, ronde zonnedauw en de drijvende waterweegbree in de omgeving van het plangebied voor kunnen komen. De drijvende waterweegbree is een waterplant, die in de sloten om het plangebied niet voorkomt. Voor de overig genoemde soorten komen de standplaatseisen niet overeen met het aanwezige biotoop op de planlocatie. Er bestaan voor wat betreft flora geen belemmeringen met betrekking tot de Flora- en faunawet.
Croonen Adviseurs
15
Quickscan flora en fauna Bakelseweg, Aarle-Rixtel
6.7
Gemeente Laarbeek
Zorgplicht In de Flora- en faunawet is een zorgplicht opgenomen. Deze zorgplicht houdt in dat planten en dieren niet onnodig vernield/gedood of verstoord mogen worden. Dit betekent dat handelingen (of het nalaten hiervan) waarvan men weet, of redelijkerwijs kan vermoeden, dat ze nadelig zijn voor planten en/of dieren niet mogen worden uitgevoerd. Wanneer dergelijke handelingen toch uitgevoerd moeten worden, moeten maatregelen, voor zover dit in redelijkheid kan, worden genomen om de nadelige gevolgen te voorkomen of zoveel mogelijk te beperken. Er dient bijvoorbeeld zo gewerkt te worden dat dieren kunnen ontsnappen en het kan nodig zijn om soorten te verplaatsen (bijvoorbeeld planten en amfibieën). Deze algemene zorgplicht geldt voor elke soort en elk individu, beschermd of niet.
Croonen Adviseurs
16
Quickscan flora en fauna Bakelseweg, Aarle-Rixtel
Gemeente Laarbeek
7 Conclusies en aanbevelingen 7.1
Conclusies
7.1.1
Beschermde natuurgebieden Er zijn geen natuurgebieden in het kader van de Natuurbeschermingswet 1998 (Natura 2000, Beschermde Natuurmonumenten of wetlands) in de directe omgeving van het plangebied aanwezig. Binnen een straal van 3 km om het plangebied liggen gebieden die deel uitmaken van de Ecologische Hoofdstructuur (EHS). Op circa 700 m ten oosten van de planlocatie liggen de bosgebieden Biezen en Milschot en Grotelse Bos die aangewezen zijn als EHS. Ook ten zuiden liggen EHS-gebieden. Het plangebied zelf maakt geen deel uit van de EHS. Vanwege afstand tot deze natuurgebieden en de kleinschaligheid van de werkzaamheden kunnen negatieve effecten op de aanwezige EHS-gebieden worden uitgesloten. Voor wat betreft de EHS is er alleen bij directe aantasting sprake van een compensatieverplichting. Er bevindt zich geen EHS binnen het plangebied. Er is van directe aantasting van de EHS dan ook geen sprake. Er is geen noodzaak voor een voortoets of een compensatieplan.
7.1.2
Beschermde soorten Tabel 1-soorten Op basis van de beschikbare literatuurgegevens en het veldbezoek kan worden vastgesteld dat het terrein een potentiële habitat biedt voor enkele licht beschermde soorten (tabel 1-soorten). De realisatie van de vier woningen zal naar verwachting leiden tot een beperkt verlies van leefgebied van enkele soorten van tabel 1 van de Flora- en faunawet. Dit heeft geen invloed op de gunstige staat van instandhouding van deze soorten, omdat er voldoende leefgebied aanwezig blijft en het relatief algemene soorten betreft. Voor deze soorten geldt dan ook een vrijstelling. Een ontheffing Flora- en faunawet is derhalve niet noodzakelijk. De zorgplicht blijft wel gelden. Tabel 2 en 3-soorten In onderstaande tabel zijn de strikter beschermde soorten en/of soortgroepen opgenomen die mogelijkerwijs in het plangebied voorkomen. Daarbij zijn tevens de mogelijke effecten van de voorgenomen ingreep aangegeven en de eventuele noodzaak voor een ontheffing in het kader van de Flora- en faunawet.
Croonen Adviseurs
17
Quickscan flora en fauna Bakelseweg, Aarle-Rixtel
Gemeente Laarbeek
Tabel 1: Voorkomen van en effecten op beschermde soorten in het plangebied en de noodzaak voor ontheffing.
Soortgroep/soort Vogels Zoogdieren (grondgebonden) Vleermuizen Amfibieën Reptielen Flora
Ingreep verstorend Nee Nee
Nader onderzoek Nee Nee
Ontheffing noodzakelijk? N.v.t. Nee
Nee Nee Nee Nee
Nee Nee Nee Nee
N.v.t. Nee Nee Nee
Bijzonderheden/opmerkingen
Samenvattende conclusie Beschermde planten- en diersoorten zijn tijdens het veldbezoek niet aangetroffen en worden ook niet verwacht. Nader onderzoek naar specifieke soorten/soortgroepen is dan ook niet noodzakelijk. De voorgenomen plannen zijn niet in strijd met de Flora- en faunawet of Natuurbeschermingswet 1998 en derhalve uitvoerbaar.
7.2
Aanbevelingen Hieronder worden enkele aanbevelingen gedaan waarbij het aan de initiatiefnemer is om deze al dan niet op te volgen. De aanbeveling voor vogels hangt direct samen met de verbodsbepalingen uit de Flora- en faunawet. Indien de aanbeveling niet in acht wordt genomen, dan bestaat het risico dat de Flora- en faunawet wordt overtreden. De aanbevelingen voor vleermuizen zijn geheel op vrijwillige basis en hebben geen gevolgen indien ze niet worden opgevolgd.
7.2.1
Vogels Met broedvogels kan in het algemeen relatief eenvoudig rekening worden gehouden door eventuele kapwerkzaamheden niet uit te voeren in de broedtijd (halverwege maart tot en met halverwege augustus) indien concreet broedgevallen aanwezig zijn. Op deze wijze zijn geen belemmeringen vanuit de Flora- en faunawet aan de orde.
7.2.2
Vleermuizen Vleermuizen maken waarschijnlijk gebruik van de omgeving in en nabij het plangebied. Om te voorkomen dat vleermuizen tijdens de werkzaamheden worden verstoord, wordt aangeraden om het aanbrengen van verlichting zoveel mogelijk te beperken (ook tijdens de bouw). Nagenoeg alle vleermuissoorten zijn namelijk gevoelig voor lichtverstoring.
Croonen Adviseurs
18
Quickscan flora en fauna Bakelseweg, Aarle-Rixtel
Gemeente Laarbeek
Indien gewenst zou tevens in het toekomstige ontwerp rekening gehouden kunnen worden met vleermuizen door verlichting te gebruiken die minder verstorend is voor vleermuizen. Lage armaturen met wit licht die naar beneden uitstralen vormen geen belemmering voor vleermuizen en zouden gebruikt kunnen worden. Daarnaast willen wij erop attenderen dat er speciaal voor renovatie of nieuwbouw onderhoudsvrije vleermuizenkokers in de handel zijn die ingemetseld kunnen worden en zogenaamde vleermuiskwartieren die eenvoudig te bevestigen zijn aan muren. Deze positieve maatregelen zijn veelal eenvoudig en met geringe meerkosten in nieuwbouw in te passen.
Croonen Adviseurs
19
Quickscan flora en fauna Bakelseweg, Aarle-Rixtel
Gemeente Laarbeek
Croonen Adviseurs
20
Quickscan flora en fauna Bakelseweg, Aarle-Rixtel
Gemeente Laarbeek
8 Bronnen 8.1
Boeken en rapporten Broekhuizen, S. et al. (1992). Atlas van de Nederlandse Zoogdieren, KNNV. Creemers, R.C.M. en Delft, J.J.C.W. van (RAVON) (redactie) (2009). De Amfibieën en Rep-tielen van Nederland. Nederlandse Fauna 9. Nationaal Natuurhistorisch Museum Natu-ralis, European Invertebrate Survey – Nederland, Leiden. EIS-Nederland/De Vlinderstichting/Nederlandse Vereniging voor Libellenstudie (2007). Waarnemingenverslag Dagvlinders, nachtvlinders en libellen. Geraeds, R.P.G. (2006). De Levendbarende hagedis langs de Vloedgraaf. Overleven in voedselrijke en structuurarme vegetaties. Natuurhistorisch Maandblad 95 (7): 166172. Limpens, H., Regelink, J., en Koelman, R. (2010) Vleermuizen en planologie. Zoogdiervereniging Odé, B., Beringen, R., en Slikke, W. van der (2009) rapportage bedreigde soorten project 2009. Floron, Leiden. Provincie Noord-Brabant, (2002). Rekening houden met Habitatrichtlijnsoorten in Noord-Brabant. cd-ROM. SOVON, 2002. Atlas van de Nederlandse broedvogels. SOVON Vogelonderzoek Nederland, KNNV Uitgeverij/Naturalis/EIS – Nederland.
8.2
Websites — — — — — — — —
www.bing.com/maps maps.google.nl www.ravon.nl www.waarneming.nl www.florafaunacheck.nl www.soortenbank.nl www.vindjeeigenhuis.nl www.telmee.nl
Croonen Adviseurs
21
Bijlage 1 Flora- en faunawet
Quickscan flora en fauna Bakelseweg, Aarle-Rixtel
Gemeente Laarbeek
Flora- en faunawet Hierna volgt een algemene beschrijving van de Flora- en faunawet. Algemeen Flora- en faunawet De Flora- en faunawet is op 1 april 2002 in werking getreden. Deze wet regelt de bescherming van planten- en diersoorten. In de Flora- en faunawet zijn EU-richtlijnen voor de bescherming van soorten opgenomen (Habitatrichtlijn, Vogelrichtlijn) en het internationale CITES-verdrag voor de handel in bedreigde diersoorten. Beschermde soorten Onder de Flora- en faunawet zijn als beschermde soort aangewezen: — een aantal inheemse plantensoorten; — alle van nature in Nederland voorkomende zoogdierensoorten (behalve de zwarte rat, de bruine rat en de huismuis); — alle van nature op het grondgebied van de Europese Unie voorkomende vogelsoorten; — alle van nature in Nederland voorkomende amfibieën- en reptielensoorten; — alle van nature in Nederland voorkomende vissoorten (met uitzondering van soorten in Visserijwet 1963); — een aantal overige inheemse diersoorten; — een aantal uitheemse dier- en plantensoorten. De wet regelt onder meer beheer, schadebestrijding, jacht, handel, bezit en andere menselijke activiteiten die een schadelijk effect kunnen hebben op beschermde soorten. Doelstelling wet De doelstelling van de wet is de bescherming en het behoud van in het wild levende planten- en diersoorten. Het uitgangspunt van de wet is 'Nee, tenzij'.
Dit betekent dat activiteiten met een schadelijk effect op beschermde soorten in principe verboden zijn. Van het verbod op schadelijke handelingen ('nee') kan onder voorwaarden ('tenzij') worden afgeweken. Daarnaast stelt de wet dat ook dieren die geen direct nut opleveren voor de mens van onvervangbare waarde zijn (erkenning van de intrinsieke waarde). Zorgplicht In de Flora- en faunawet is een zorgplicht opgenomen. Deze zorgplicht houdt in dat menselijk handelen geen nadelige gevolgen voor flora en fauna mag hebben. De zorgplicht geldt voor alle planten en dieren, beschermd of niet. In het geval van beschermde planten of dieren geldt de zorgplicht ook als er een ontheffing of vrijstelling is verleend. De zorgplicht voor dieren betekent niet dat er geen dieren mogen worden gedood, maar wel dat dit, indien noodzakelijk, met zo min mogelijk lijden gepaard gaat.
Croonen Adviseurs
1
Quickscan flora en fauna Bakelseweg, Aarle-Rixtel
Gemeente Laarbeek
Verbodsbepalingen De Flora- en faunawet bevat een aantal verbodsbepalingen om ervoor te zorgen dat in het wild levende soorten zoveel mogelijk met rust worden gelaten. Deze verbodsbepalingen houden onder andere in dat (beschermde) planten niet geplukt mogen worden. Dieren (beschermd of niet) mogen niet gedood, verwond of gevangen worden. Ook de plaatsen waar dieren verblijven, zijn beschermd. Het uitzetten van dieren of planten in de vrije natuur is niet toegestaan, net zomin als het kopen of verkopen van (beschermde) planten of dieren, of producten die van (beschermde) planten of dieren zijn gemaakt. Beschermde leefomgeving De Flora- en faunawet maakt het voor provincies mogelijk een bepaalde plek in het landschap aan te wijzen als beschermde leefomgeving. Zo kunnen plaatsen die van groot belang zijn voor het voortbestaan van een planten- of diersoort worden beschermd. Een beschermde leefomgeving kan bijvoorbeeld zijn: een fort of bunker waar vleermuizen overwinteren, een dassenburcht, een plek waar orchideeën groeien of een muur waarop beschermde planten groeien. Ontheffingen De Flora- en faunawet beschermt planten- en diersoorten door middel van een groot aantal verbodsbepalingen: — Verboden handelingen bij beschermde planten en dieren. Bijvoorbeeld het verbod op het doden van eekhoorns. — Verboden en bepalingen voor jacht- en vangmiddelen.
Bijvoorbeeld het verbod op het bezit van strikken en vallen. In bepaalde gevallen zijn uitzonderingen mogelijk op deze verboden. Provincies kunnen ontheffing verlenen voor de bestrijding van dieren die schade toebrengen of voor het beheer van de wildstand. In alle overige gevallen kan het ministerie van Economische Zaken, Landbouw &Innovatie (EL&I) een ontheffing verlenen. De Dienst Regelingen verleent in de praktijk de meeste ontheffingen. Dit gebeurt op grond van artikel 75 van de Flora- en faunawet. Deze ontheffingen zijn onder te verdelen in drie categorieën: — Ruimtelijke ingrepen: ontheffingen die nodig zijn vanwege de ruimtelijke inrichting of ontwikkeling van een gebied, bijvoorbeeld de aanleg van woonwijken, wegen of (natuur)terreinen. Deze ontheffingen kunnen ook worden gegeven voor (onderhouds)werkzaamheden. — Onderwijs en onderzoek, repopulatie en herintroductie: in het geval van onderwijs en onderzoek kan bijvoorbeeld ontheffing worden verleend voor het vangen van dieren om DNA af te nemen voor wetenschappelijk onderzoek. Een voorbeeld van repopulatie en herintroductie is het uitzetten van otters in natuurgebieden. — Overigen: deze categorie is zeer ruim. Het kan gaan om ontheffingen van het bezitsverbod of ontheffingen van het gebruik van verboden vangmiddelen. Ook ontheffingen voor het gebruik van biologische bestrijders in tuinbouwkassen zijn mogelijk.
Croonen Adviseurs
2
Quickscan flora en fauna Bakelseweg, Aarle-Rixtel
Gemeente Laarbeek
Als een provincie geen ontheffing kan verlenen voor schade- en overlastbestrijding, verleent de Dienst Regelingen deze soms. Onder bepaalde voorwaarden is een algemene vrijstelling geregeld van de ontheffingsplicht van de Flora- en faunawet. Welke voorwaarden verbonden zijn aan de vrijstelling, hangt af van de dier- of plantensoorten die voorkomen in het onderzoeksgebied. Hiertoe worden verschillende beschermingsregimes onderscheiden: — soorten van tabel 1 – algemene soorten – lichtste beschermingsregime; — soorten van tabel 2 – overige soorten – middelste beschermingsregime; — soorten van tabel 3 – genoemd in bijlage IV van de Habitatrichtlijn en in bijlage 1 van de AMvB – zwaarste beschermingsregime. Voor tabel 1-soorten geldt voor ruimtelijke ontwikkelingen een vrijstelling van de ontheffingsplicht en is derhalve geen ontheffing nodig. Sinds augustus 2009 is door een uitspraak van de Raad van State bepaald dat er volgens de Europese Habitatrichtlijn geen ontheffing meer verleend mag worden voor het vernietigen van vaste verblijfplaatsen van bijlage IV-soorten met als reden ‘de uitvoering van werkzaamheden in het kader van ruimtelijke inrichting of ontwikkeling’.
Om geplande ontwikkelingen toch uit te kunnen voeren, moeten mitigerende (verzachtende) maatregelen worden genomen, zodat de staat van instandhouding van de soort door de ruimtelijke ontwikkelingen niet in gevaar komt. Wanneer er zekerheid gewenst is over of de mitigerende maatregelen voldoende zijn, kan een ontheffingsaanvraag, vergezeld van een overzicht van de mitigerende maatregelen (activiteitenplan), ingediend worden bij Dienst Regelingen. Wanneer de maatregelen door Dienst Regelingen voldoende worden geacht, komt de ontheffing terug in de vorm van een ‘verklaring van geen bezwaar’ (vvgb) van de ontheffingsaanvraag (aangezien een ontheffing niet verleend kan worden). Dit betekent dat de werkzaamheden mogen worden uitgevoerd, mits men zich houdt aan de maatregelen genoemd in het mitigatieplan. Op deze manier worden overtredingen van de Flora- en faunawet voorkomen. Ontheffingen voor bijlage IV-soorten kunnen alleen aangevraagd worden als aangetoond kan worden dat er geen alternatieve locatie is waar de plannen kunnen worden uitgevoerd en om — dwingende redenen van groot openbaar belang, met inbegrip van redenen van sociale of economische aard en voor het milieu wezenlijk gunstige effecten; — volksgezondheid of openbare veiligheid; — bescherming van flora en fauna. Vogels zijn niet opgenomen in tabel 1 t/m 3. Alle vogels zijn in het broedseizoen gelijk beschermd.
De bescherming van vogels is hoofdzakelijk gericht op de bescherming van de nesten.
Croonen Adviseurs
3
Quickscan flora en fauna Bakelseweg, Aarle-Rixtel
Gemeente Laarbeek
Daarbij wordt wel een onderscheid gemaakt in nesten die jaarrond zijn beschermd (Categorie 1 tot en met 4-vogelsoorten), nesten die niet jaarrond zijn beschermd (overige vogelsoorten) en nesten die alleen jaarrond zijn beschermd als zwaarwegende feiten of ecologische omstandigheden dat rechtvaardigen (Categorie 5-vogelsoorten). Sinds augustus 2009 is door een uitspraak van de Raad van State bepaald dat er volgens de Europese Vogelrichtlijn geen ontheffing meer verleend mag worden voor het vernietigen van vaste verblijfplaatsen van vogels met als reden ‘de uitvoering van werkzaamheden in het kader van ruimtelijke inrichting of ontwikkeling’, noch op basis van ‘dwingende redenen van groot openbaar belang, met inbegrip van redenen van sociale of economische aard en voor het milieu wezenlijk gunstige effecten’. Om geplande ontwikkelingen toch uit te kunnen voeren, moeten mitigerende (verzachtende) maatregelen worden genomen volgens de procedure zoals boven beschreven voor bijlage IV-soorten. Voor vogels kan alleen ontheffing verkregen worden in het kader van: — bescherming van flora en fauna; — veiligheid van het luchtverkeer; — volksgezondheid of openbare veiligheid. Wabo Vanaf 1 oktober 2010 is voor ruimtelijke ontwikkelingen de Wabo (Wet algemene bepalingen omgevingsrecht) in werking getreden.
Dit houdt in dat de benodigde vergunningen en ontheffingen, dus ook die ten aanzien van de Flora- en faunawet en Natuurbeschermingswet, in de meeste gevallen via een omgevingsvergunning gaan lopen. De aanvraag voor de omgevingsvergunning wordt ingediend bij de betreffende gemeente en vervolgens door de gemeente ter beoordeling voorgelegd aan het Ministerie van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie (voormalig Ministerie van LNV). Het Ministerie van EL&I geeft bij goedkeuring een vvgb (verklaring van geen bedenkingen) af. Deze vvgb vervangt de huidige ontheffing Flora- en faunawet. De grootste veranderingen in het nieuwe systeem zijn dat: 1 het Ministerie van EL&I geen direct contact meer met de aanvrager heeft; 2 de gemeente verantwoordelijk is voor toezicht en handhaving van de vvgb in de omgevingsvergunning. Het doel van deze herstructurering is het versnellen en vergemakkelijken van de procedure.
Croonen Adviseurs
4
Bijlage 2 Natuurbeschermingswet 1998
Quickscan flora en fauna Bakelseweg, Aarle-Rixtel
Gemeente Laarbeek
Natuurbeschermingswet 1998 Hierna volgt een algemene beschrijving van de Natuurbeschermingswet. Algemeen Natuurbeschermingswet Nederland kreeg in 1967 voor het eerst een Natuurbeschermingswet. Deze wet maakte het mogelijk om natuurgebieden en soorten te beschermen. Op den duur voldeed de wet niet meer aan de eisen die internationale verdragen en Europese verordeningen stellen aan natuurbescherming. Daarom is in 1998 een nieuwe Natuurbeschermingswet gemaakt die alleen gericht is op gebiedsbescherming. De bescherming van soorten is geregeld in de Flora- en faunawet. De Natuurbeschermingswet 1998 is op 1 oktober 2005 gewijzigd. Sindsdien zijn de bepalingen vanuit de Europese Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijn in de Natuurbeschermingswet verwerkt. Beschermde gebieden De volgende gebieden worden aangewezen en beschermd op grond van de Natuurbeschermingswet: — Natura 2000-gebieden (Vogelrichtlijn- en Habitatrichtlijngebieden); — beschermde natuurmonumenten; — wetlands. Voor activiteiten of projecten die schadelijk zijn voor de beschermde natuur, geldt een vergunningplicht. Hierdoor is in Nederland een zorgvuldige afweging gegarandeerd bij projecten die gevolgen kunnen hebben voor natuurgebieden. Meestal verlenen de provincies de vergunningen, maar soms doet het ministerie van Economische Zaken, Landbouw & Innovatie (EL&I) dit.
Bestaand gebruik Op 1 februari 2009 is de wet opnieuw gewijzigd. De wijziging heeft betrekking op het zogenoemde 'bestaand gebruik'. Hieronder vallen activiteiten in en om beschermde Natura 2000-gebieden die al plaatshadden voordat een gebied als beschermd gebied is aangewezen. De wijziging is met name van belang voor provincies (als bevoegd gezag) en voor burgers en bedrijven met bestaand gebruik. De wijzigingen zijn gericht op: — verbetering van de werking van de wet in de praktijk; — verbetering van de aansluiting van de wet bij de Habitatrichtlijn.
Croonen Adviseurs
1
Quickscan flora en fauna Bakelseweg, Aarle-Rixtel
Gemeente Laarbeek
Beschermde Natuurmonumenten Met de gewijzigde Natuurbeschermingswet 1998 is in 2005 het verschil tussen Beschermde Monumenten en Staatsnatuurmonumenten vervallen: beide zijn nu Beschermde Natuurmonumenten. Beschermde Natuurmonumenten die overlappen met Natura 2000-gebieden worden opgeheven en niet langer beschermd als beschermd natuurmonument. De natuurwaarden, waarvoor het natuurmonument was aangewezen, worden wel in de Natura 2000-aanwijzing opgenomen.
Croonen Adviseurs
2
Bijlage 3 Ecologische Hoofdstructuur
Quickscan flora en fauna Bakelseweg, Aarle-Rixtel
Gemeente Laarbeek
Ecologische Hoofdstructuur Hierna volgt een algemene beschrijving van de Ecologische Hoofdstructuur. Algemeen Ecologische hoofdstructuur De Nederlandse natuur staat steeds meer onder druk, bijvoorbeeld door huizenbouw, aanleg van wegen en industrie. Toch leeft bij veel Nederlanders de wens om natuurgebieden in de buurt te hebben. Natuur geeft rust en biedt ruimte voor recreatie. De overheid heeft daarom extra geld uitgetrokken om de Nederlandse natuur te beschermen en verder te ontwikkelen. Door nieuwe natuur te ontwikkelen, kunnen natuurgebieden met elkaar worden verbonden. Zo kunnen planten zich over verschillende natuurgebieden verspreiden en dieren van het ene naar het andere gebied gaan. Het totaal van al deze gebieden en de verbindingen ertussen vormt de Ecologische Hoofdstructuur (EHS) van Nederland. In de EHS liggen de twintig Nationale Parken die Nederland kent. Ze hebben gezamenlijk een oppervlakte van 123.000 ha. Ongeveer 45%van alle hectares EHS op het land is ook Natura 2000-gebied. De term EHS werd in 1990 geïntroduceerd in het Natuurbeleidsplan (NBP) van het toenmalige ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV). Netwerk van gebieden De EHS is een netwerk van gebieden in Nederland waar de natuur voorrang heeft. Het netwerk helpt voorkomen dat planten en dieren in geïsoleerde gebieden uitsterven en dat natuurgebieden hun waarde verliezen.
De EHS kan worden gezien als de ruggengraat van de Nederlandse natuur. De EHS bestaat uit: — bestaande natuurgebieden, reservaten, natuurontwikkelingsgebieden en zogenaamde robuuste verbindingen; — landbouwgebieden met mogelijkheden voor agrarisch natuurbeheer (beheergebieden); — grote wateren (zoals de kustzone van de Noordzee, het IJsselmeer en de Waddenzee). De EHS is een plan in uitvoering en moet in 2018 klaar zijn.
Croonen Adviseurs
1
Bijlage 4 Ontheffingsaanvraag
Quickscan flora en fauna Bakelseweg, Aarle-Rixtel
Gemeente Laarbeek
Ontheffingsaanvraag Voor soorten van tabel 1 geldt een vrijstelling. U hoeft geen ontheffing van de Flora- en faunawet aan te vragen, maar u moet wel de zorgplicht nakomen. Voor soorten van tabel 2 geldt dat als u kunt werken volgens een goedgekeurde gedragscode er een vrijstelling geldt. U hoeft geen ontheffing van de Flora- en faunawet aan te vragen, maar u moet uw activiteiten aantoonbaar uitvoeren zoals in de gedragscode staat. Tevens blijft de zorgplicht gelden. Indien u niet kunt werken volgens een gedragscode, maar u kunt maatregelen nemen om de functionaliteit van de voortplantings- en/of vaste rust- en verblijfplaats te garanderen (zogenoemde mitigerende maatregelen), dan hoeft u ook geen ontheffing van de Flora- en faunawet aan te vragen. Wilt u zeker weten of uw mitigerende maatregelen voldoende zijn, en er inderdaad geen ontheffing nodig is? Vraag dan een ontheffing aan om uw maatregelen goed te keuren. Indien beschermde soorten van tabel 3 zijn aangetroffen in het plangebied, dan is mogelijk een ontheffingsaanvraag noodzakelijk. Net als voor tabel 2-soorten geldt dat als u maatregelen kunt nemen om de functionaliteit van de voortplantings- en/of vaste rust- en verblijfplaats te garanderen (zogenoemde mitigerende maatregelen), u geen ontheffing van de Flora- en faunawet hoeft aan te vragen. U kunt uw mitigatieplan voorleggen bij Dienst Regelingen voor goedkeuring.
Voor soorten van bijlage IV van de Habitatrichtlijn (die ook onder de tabel 3-soorten van de Flora- en faunawet vallen) is het niet langer mogelijk ontheffing aan te vragen op grond van ruimtelijke ontwikkelingen. Dat zelfde geldt voor vogelsoorten. Zie bijlage 1 Flora- en faunawet voor een beschrijving van de te volgen procedure voor deze soorten. Indien u geen mitigerende maatregelen kunt nemen, dan dient een ontheffing te worden aangevraagd bij Dienst Regelingen van het ministerie van Economische Zaken, Landbouw & Innovatie. Voor de ontheffingsaanvraag is het noodzakelijk te weten welke soorten aanwezig zijn, zodat gerichte mitigerende maatregelen kunnen worden getroffen. Dienst Regelingen zal, indien het akkoord is met het aangeleverde stappenplan waarin de aanpak voor mitigatie beschreven wordt, een zogenoemde ‘verklaring van geen bedenkingen’ (vvgb) afgeven. Daarmee zegt zij in feite dat een ontheffing niet noodzakelijk is wanneer men zich bij de uitvoering houdt aan het opgestelde stappenplan. Wanneer gesloopt of gekapt wordt zonder vervolgonderzoek te laten plaatsvinden, en er blijken beschermde soorten aanwezig te zijn, dan wordt de Flora- en faunawet overtreden. Dit is een economisch delict waar boetes aan verbonden zijn.
Croonen Adviseurs
1
Quickscan flora en fauna Bakelseweg, Aarle-Rixtel
Gemeente Laarbeek
Onderzoek naar vleermuizen duurt ongeveer 6 maanden. Indien het onderzoek over de winterperiode heen getrokken moet worden, kan het langer duren. Onderzoek naar andere soortgroepen kan vaak sneller (met 1 of 2 bezoeken) afgerond worden. De doorlooptijd van een ontheffingsaanvraag bij Dienst Regelingen bedraagt doorgaans 6 weken tot 4 maanden. Een vleermuisonderzoek is circa drie jaar geldig. Indien de werkzaamheden niet binnen drie jaar hebben plaatsgevonden, dan moet opnieuw onderzoek worden uitgevoerd.
Croonen Adviseurs
2
Rapport akoestisch onderzoek BiO-woningen Bakelseweg Gemeente Laarbeek
Rapport akoestisch onderzoek behorende bij de ruimtelijke onderbouwing
BiO-woningen Bakelseweg Gemeente Laarbeek
Bijlagen — Computeroutput/kaarten SRM II wegverkeer Datum 7 februari 2011 Projectgegevens RAO01-LAA00023-01A
Postbus 435 – 5240 AK Rosmalen T (073) 523 39 00 – F (073) 523 39 99 E info@croonen.nl – I www.croonenadviseurs.nl
Rapport akoestisch onderzoek BiO-woningen Bakelseweg
Gemeente Laarbeek
Inhoud 1
Organisatorische en algemene gegevens
1
2
Algemeen 2.1 De Wet geluidhinder 2.2 Algemene normen
3 3 3
3
Reken- en meetvoorschriften 3.1 Correctie volgens artikel 110g Wet geluidhinder 3.2 Buitenstedelijk en stedelijk gebied 3.3 Zones langs wegen
5 5 5 6
4
Uitgangspunten voor het akoestisch onderzoek 4.1 Onderzoeksgebied 4.2 Verkeersgegevens 4.3 Overige gegevens
7 7 7 8
5
Resultaten van de berekeningen
11
6
Conclusie
13
Croonen Adviseurs
Rapport akoestisch onderzoek BiO-woningen Bakelseweg
Gemeente Laarbeek
1 Organisatorische en algemene gegevens In opdracht van de gemeente Laarbeek is door Croonen Adviseurs te Rosmalen het akoestisch onderzoek wegverkeer verricht behorende bij de ruimtelijke onderbouwing BiO-woningen Bakelseweg te Aarle-Rixtel, gemeente Laarbeek. Aanleiding voor het akoestisch onderzoek is de voorgenomen realisatie van een viertaltal BiO-woningen (geluidgevoelige bebouwing) op de locatie gelegen aan de Bakelseweg te Aarle-Rixtel. De te projecteren woningen zijn gelegen in de onderzoekszone van de Bakelseweg (Aarle-Rixtel – Bakel) en de Bakelseweg (ligging zuid-noord). Deze wegen hebben beide een onderzoekszone van 250 meter aan weerszijden van de weg. Het akoestisch onderzoek heeft tot doel de geluidbelasting op de, in de zone van de genoemde wegen te realiseren geluidgevoelige bebouwing te bepalen en te toetsen aan de grenswaarden die in de Wet geluidhinder (artikel 76 en 77 Wgh) zijn gesteld. De overige in de nabijheid van het plangebied gelegen wegen zijn opgenomen in een, niet gezoneerde, 30 km-zone en vallen daarom buiten het regime van de Wet geluidhinder of hebben een zone die niet tot aan de te projecteren geluidgevoelige bebouwing reikt.
Croonen Adviseurs
1
Rapport akoestisch onderzoek BiO-woningen Bakelseweg
Gemeente Laarbeek
Croonen Adviseurs
2
Rapport akoestisch onderzoek BiO-woningen Bakelseweg
Gemeente Laarbeek
2 Algemeen 2.1
De Wet geluidhinder De Wet geluidhinder heeft tot doel om door het stellen van regels en voorschriften de geluidhinder te beperken door: — het voorkomen dat de geluidhinder ontstaat (hoofdstuk VI afdeling 2 van de Wgh, betreffende nieuwe situaties); — het bestrijden van de reeds bestaande geluidoverlast (hoofdstuk VI afdeling 3, betreffende maatregelen in bestaande situaties). Bij bestaande woningen of reeds in vastgestelde bestemmingsplannen geprojecteerde woningen spreekt men van een bestaande situatie. Daarnaast kan er sprake zijn van een reconstructie van een bestaande weg. Van een nieuwe situatie wordt gesproken als het gaat om nieuw te projecteren wegen of woningen of andere geluidgevoelige objecten in een nieuw bestemmingsplan of de aanleg van een weg buiten toepassing van een bestemmingsplanprocedure. Volgens artikel 77 zijn burgemeester en wethouders verplicht bij het vaststellen of herzien van een bestemmingsplan een akoestisch onderzoek in te stellen naar: — de geluidbelasting op de gevels van woningen en andere geluidgevoelige objecten (binnen de geluidzone van een weg of spoorlijn); — de doeltreffendheid van maatregelen ter beperking van de geluidbelasting. Bij het bestrijden van de geluidhinder kunnen drie categorieën van geluidbeperkende maatregelen worden onderscheiden.
— Bronbestrijding (stillere motorvoertuigen, lagere snelheden, toepassing van geluidarme wegdekken, optimalisatie van de verkeersstructuur, beperking vrachtverkeer etc.). — Beperking van de geluidoverdracht (geluidwallen en schermen, afstand houden tot de weg). — Beschermen van de ontvanger (bijvoorbeeld goede akoestische indeling van een woning of andere geluidgevoelige objecten, gevelisolatie).
2.2
Algemene normen De normen, welke dienen te worden gehanteerd, zijn afhankelijk van de situatie. In de Wet geluidhinder worden, zoals eerder genoemd, nieuwe en bestaande situaties onderscheiden. Bestaande situaties Van bestaande situaties (zoals reconstructie van wegen) is in dit plan geen sprake.
Croonen Adviseurs
3
Rapport akoestisch onderzoek BiO-woningen Bakelseweg
Gemeente Laarbeek
Nieuwe situaties Onder nieuwe situaties vallen: a nieuw te projecteren woningen (en andere geluidgevoelige bebouwing); b nieuwe wegaanleg. In voorliggend onderzoek is sprake van nieuw te projecteren geluidgevoelige bebouwing. Volgens de Wet geluidhinder geldt voor alle nieuw te bouwen geluidgevoelige bestemmingen een voorkeursgrenswaarde van 48 dB. Wanneer deze waarde wordt overschreden en geluidbeperkende maatregelen niet mogelijk en/of doelmatig zijn, kan het college van burgemeester en wethouders een hogere maximaal toelaatbare geluidbelasting vaststellen. De waarden zijn aan in de Wet geluidhinder opgenomen maxima gebonden. Belangrijke eisen/inspanningsverplichtingen bij de afweging zijn: — Het situeren van de geluidgevoelige ruimten voor zover als mogelijk aan de geluidluwe buitengevel. — Het situeren van een geluidgevoelige gevel c.q. buitenruimte.
Croonen Adviseurs
4
Rapport akoestisch onderzoek BiO-woningen Bakelseweg
Gemeente Laarbeek
3 Reken- en meetvoorschriften Voor het bepalen van de geluidbelasting is het Reken- en meetvoorschrift verkeerslawaai 2006 gehanteerd. De Standaard Rekenmethode I (SRM I) is bedoeld voor de meer eenvoudige berekeningen zoals voor woningen langs een (bijna) rechte weg. De berekeningsposities (waarneempunten) hebben rechtstreeks zicht op de as van de weg respectievelijk op de rijstroken. Deze rekenmethode kan ook worden gehanteerd indien de toekomstige geluidgevoelige bebouwing op zeer grote afstand van de weg gelegen is of wanneer de intensiteiten op de weg zeer laag zijn in verhouding tot de afstand. De Standaard Rekenmethode II (SRM II) wordt toegepast voor situaties waarbij reflecties, afschermingen van verschillende hoogtes, hellingen, bochten, verschillen in wegdek en verkeersintensiteiten, overschrijding van het aandachtsgebied, etc. een belangrijke invloed hebben op de geluidbelasting In voorliggend onderzoek is, in verband met afschermende en reflecterende bebouwing alsmede hoogteverschillen in maaiveld en verschillen in verkeersintensiteiten, gebruik gemaakt van standaardrekenmethode II. De berekeningen zijn uitgevoerd met het programma ‘GEONOISE’, versie 5.43.
3.1
Correctie volgens artikel 110g Wet geluidhinder Vanwege de verwachting dat het wegverkeer op middellange termijn stiller wordt, kan op grond van artikel 110g van de Wet geluidhinder een aftrek worden toegepast. Deze aftrek is 5 dB voor wegen waarop met een snelheid van minder dan 70 km/uur wordt gereden (binnenstedelijk gebied). Voor wegen waarop 70 km/uur of meer wordt gereden (buitenstedelijk gebied) is deze aftrek 2 dB.
3.2
Buitenstedelijk en stedelijk gebied Als buitenstedelijk gebied wordt beschouwd het gebied buiten de bebouwde kom, alsmede het gebied binnen de bebouwde kom voor zover liggend binnen de zone langs een autoweg of autosnelweg als bedoeld in het Reglement verkeersregels en verkeerstekens (voor het begrip zone zie hierna). Als stedelijk gebied wordt beschouwd het gebied binnen de bebouwde kom, met uitzondering van het gebied binnen de bebouwde kom voor zover liggend binnen de zone langs een autoweg of autosnelweg als bedoeld in het Reglement verkeersregels en verkeerstekens.
Croonen Adviseurs
5
Rapport akoestisch onderzoek BiO-woningen Bakelseweg
3.3
Gemeente Laarbeek
Zones langs wegen In de Wet geluidhinder is bepaald dat elke weg een zone heeft. Bij de vaststelling of herziening van een bestemmingsplan dat gelegen is binnen deze zone is een akoestisch onderzoek vereist. Uitzonderingen daarop zijn: — wegen die gelegen zijn binnen een als woonerf aangeduid gebied; — wegen waarvoor een maximumsnelheid van 30 km/uur geldt. De zone is aan weerszijde van de weg gelegen en heeft, afhankelijk van het aantal rijbanen, een vastgestelde breedte vanuit de kantstreep van de weg. De lengte van de onderzoekszone, bijvoorbeeld bij de overgang van buitenstedelijk naar stedelijk, wordt verlengd met 1/3 deel van de breedte van de zone. Breedte van de geluidzones:
Aantal rijstroken
Stedelijk gebied
Buitenstedelijk gebied
Maximaal 2
200 meter
250 meter
3 of 4
350 meter
400 meter
Meer dan 4
350 meter
600 meter
Croonen Adviseurs
6
Rapport akoestisch onderzoek BiO-woningen Bakelseweg
Gemeente Laarbeek
4 Uitgangspunten voor het akoestisch onderzoek In dit hoofdstuk zijn de uitgangspunten opgenomen welke ten grondslag liggen aan het akoestisch onderzoek. Het beleid van de gemeente is erop gericht dat op de gevels van de in de omgeving van de weg geprojecteerde geluidgevoelige bebouwing de (voorkeurs)grenswaarde niet wordt overschreden. Indien dit niet in alle gevallen mogelijk is dient het aantal geluidgevoelige bebouwingen dat daaraan niet kan voldoen zo klein mogelijk gehouden te worden. Indien niet voldaan wordt aan de grenswaarde is het in bepaalde gevallen mogelijk om bij het college van burgemeester en wethouders een verzoek hogere waarde te doen, waarbij voldaan dient te worden aan de criteria welke verbonden zijn aan een verzoek hogere waarde.
4.1
Onderzoeksgebied Wegverkeer Het akoestisch onderzoek vindt plaats vanwege de realisatie van een viertaltal BiOwoningen op de locatie gelegen aan de Bakelseweg te Aarle-Rixtel. De te projecteren geluidgevoelige bebouwing wordt geprojecteerd in de onderzoekszone van de Bakelseweg (Aarle-Rixtel – Bakel) en de Bakelseweg (ligging zuid-noord). De onderzoekszone van deze wegen bedraagt 250 meter aan weerszijden van de weg. De overige in de omgeving van het plangebied gelegen wegen zijn opgenomen in 30 km-zones of zullen binnen afzienbare tijd worden opgenomen in een 30 km-zone. Deze wegen hebben geen onderzoekszone en vallen daardoor buiten het regime van de Wet geluidhinder.
4.2
Verkeersgegevens Wegverkeer De verkeersintensiteiten van de Bakelseweg (Aarle-Rixtel – Bakel) zijn aangeleverd door de gemeente Laarbeek. De verkeersgegevens voor de Bakelseweg (Aarle-Rixtel – Bakel) bestaan uit een prognose voor het jaar 2018 onderverdeeld in dag-, avond- en nachtuurintensiteiten en naar de verschillende motorvoertuigcategorieën. De etmaalintensiteiten zijn geprognosticeerd naar het jaar 2021 met een gemiddelde jaarlijkse groei van 2,0%. Voor de Bakelseweg (ligging zuid-noord) zijn bij de gemeente Laarbeek geen verkeersintensiteiten voorhanden. Voor deze weg is voor het horizonjaar 2021 in de berekeningen uitgegaan van 1.000 motorvoertuigen per etmaal.
Croonen Adviseurs
7
Rapport akoestisch onderzoek BiO-woningen Bakelseweg
Gemeente Laarbeek
In verband met het niet voorhanden zijn van een verdeling naar dag- avond- en nachtuurintensiteiten en naar de verschillende motorvoertuigencategorieën, zijn voor deze weg landelijk gemiddelde percentage voor dit soort gelijke wegen aangehouden. De in de berekening opgenomen verkeersintensiteiten voor de Bakelseweg (Aarle-Rixtel – Bakel) en de Bakelseweg (ligging zuid-noord) zijn in de onderstaande tabellen 1a en 1b weergegeven. Tabel 1a: Verkeersintensiteiten Bakelseweg (Aarle-Rixtel – Bakel) Periode
Etmaal
Voertuig cat.
2021
Percentage aantal
6.842,30
Daguur (6,64%)
Avonduur (3,48%)
Nachtuur (0,80%)
LV
MV
ZV
LV
MV
ZV
LV
MV
ZV
93,71
4,29
2,00
97,10
2,02
0,88
94,20
4,08
1,72
425,75
19,49
9,09
231,21
4,81
2,10
51,56
2,23
0,94
Tabel 1b: Verkeersintensiteiten Bakelseweg (ligging zuid-noord) Weg
etmaal
Voertuig cat.
2021
LV 94,00
1.000,00
61,10
Percentage Aantal
4.3
Daguur (6,50%) MV
Avonduur (3,50%) ZV
LV
4,00
2,00
94,00
2,60
1,30
32,90
MV
Nachtuur (0,70%) ZV
LV
MV
ZV
4,00
2,00
1,40
0,70
94,00
4,00
2,00
9,40
0,40
0,20
Overige gegevens Snelheden/wegverharding De wegverharding en de wettelijk toegestane maximumsnelheden zijn voor de toekomstige situatie, per weg(vak), in tabel 2 weergegeven. Tabel 2:
Wegverharding en wettelijk toegestane maximum snelheid per weg(vak) Toekomstige situatie (2021)
Weg(vak)
Verharding
Maximum snelheid
Bakelseweg (Aarle-Rixtel – Bakel)
Asfaltverharding/ Elementenverharding
60 km/uur
Bakelseweg (ligging zuid-noord)
Asfaltverharding
60 km/uur
Verkeerslichten Er is binnen het aandachtsgebied geen sprake van een door verkeerslichten geregelde kruising. Rotonde Er is binnen het aandachtsgebied geen sprake van een rotonde. Obstakels Er is binnen het aandachtsgebied sprake van drempels, een correctie is vanwege deze drempels is in de berekening opgenomen.
Croonen Adviseurs
8
Rapport akoestisch onderzoek BiO-woningen Bakelseweg
Gemeente Laarbeek
Lden Voor de bepaling van de waarden, genoemd in de Wet geluidhinder, wordt uitgegaan van de gemiddelde geluidbelasting over drie periodes van een etmaal, te weten: dagperiode: (07.00-19.00 uur); avondperiode: (19.00-23.00 uur); nachtperiode: (23.00-07.00 uur). Artikel 110 Wgh Conform artikel 110g Wet geluidhinder is voor de geluidbelastingen vanwege de Bakelseweg een aftrek van 5 dB toegestaan. Waarneemhoogte Voor de waarneemhoogten is in het rekenmodel een aanname gedaan conform het aantal bouwlagen zoals deze in het te projecteren plan worden opgenomen, te weten: aantal bouwlagen 1 2