CConstaterende datKrimpenerwaard
Koppel je AI →
Document · PDF

Wijzigingstabel verordening 6 juli 2021.docx

Raadsvergadering 28 september 2021, gemeente KrimpenerwaardBij agendapunt: (H) Verordening Werk, Participatie en Inkomen2.530 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Wijzigingstabel Verordening Werk, Participatie en Inkomen Krimpenerwaard 2022 Nr. 1.

2.

Artikel Omschrijving Hoofdstuk 1, Inleiding

Hoofdstuk 2, Melding en aanvraag 2.4.5

3.

Nieuw Beleid

Oud Beleid

Beschrijving uitgangspunten en kernwaarden in Verordening is nieuw, zijn overgenomen uit Integraal Beleidskader. De Wib2021 treedt per 1 januari 2022 in werking, deze grondslag is toegevoegd.

n.v.t

De uitgangspunten van de Wib2021 zijn, waar wenselijk, toegevoegd. Op grond van artikel 4a, derde lid, van de Wgs moet de gemeente vanaf 1 januari 2021 een termijn vaststellen voor het afgeven van een beschikking. Deze is conform de andere beslistermijnen gesteld op 8 weken.

n.v.t.

Doelgroep Wib2021 is toegevoegd. Samenwerkingspartners zijn toegevoegd. Aanbod statushouders (Wib2021) is toegevoegd. De maximale duur is gesteld op 36 maanden. Hierbij is aangesloten bij de Wet Arbeidsmarkt in Balans (ingegaan op 1 januari 2020). De maximale duur is gesteld op 2 maanden. Hierbij is aangesloten bij

n.v.t.

n.v.t.

Hoofdstuk 3, Werk en Participatie

a.

Vergeleken met: Verordening Re-integratie en Loonkostensubsidie Krimpenerwaard 2018 3.1, vierde lid

b.

3.2 3.5, vierde lid 3.6, tweede lid

3.7, vijfde lid

n.v.t. n.v.t. De maximale duur is gesteld op 24 maanden. (artikel 3 van de beleidsregels, nu in verordening re-integratie.) De maximale duur is gesteld op 3 maanden. (artikel 7 lid 3 van de verordening re-integratie.) 1

3.8

landelijke bepalingen en de regio. Er zijn geen beperkingen voor wat betreft aantal uren per week. Maximale duur is 6 maanden.

3.13, eerste en tweede lid

Een kwetsbare werknemer heeft volgens de definitie een leeftijd tussen 18 en 24 jaar, of is ouder is dan 50 jaar is. De groep tussen 18 en 24 jaar wordt niet langer uitgesloten van het recht op een werkgeverspremie bij een reguliere werkgever.

3.13, derde lid

De gemeente kan een werkgever die een inwoner die geen of een kleine afstand tot de arbeidsmarkt heeft een tijdelijke werkgeverspremie verstrekken als de inwoner geplaatst wordt in een niet direct passende functie. Met ingang van 1 juli 2021 is een landelijke methode ingevoerd voor de loonwaardemeting. Hiermee vervalt de verplichting om aan te geven welke methode de gemeente hanteert.

3.14

3.19

De kaders voor het verstrekken van een vergoeding voor de kosten van kinderopvang worden in dit artikel gegeven.

De werkzaamheden bij de werkervaringsplaats bedragen maximaal 28 uur per week (artikel 6, vijfde lid van de verordening). Maximale duur is 3 maanden, met mogelijkheid tot verlenging van 3 maanden (artikel 6, vierde lid van de verordening reintegratie) Aan de verstrekking van een werkgeverspremie aan een reguliere werkgever, niet zijnde een uitzendbureau, wordt in aanvulling op de voorwaarden aan de doelgroep als genoemd in het eerste lid de voorwaarde gesteld dat de werknemer de minimale leeftijd heeft van 50 jaar. (artikel 15, tweede lid van de verordening re-integratie) n.v.t.

Het college gebruikt de in de bijlage omschreven wijze om de loonwaarde van een persoon vast te stellen. (artikel 17 van de verordening re-integratie). In de bijlage is de Dariuz methode omschreven. Alle kaders zijn in de beleidsregels beschreven (artikel 11 van de verordening re-integratie)

2

4.

3.21

De uitkeringsgerechtigde die minimaal 12 maanden een uitkering heeft ontvangen en van wie de uitkering voor minimaal 6 maanden wordt beëindigd door werkaanvaarding kan eenmalig in aanmerking komen voor een uitstroompremie. Voor het overige zijn de voorwaarde hetzelfde gebleven. Hiermee wordt aangesloten bij bepalingen uit de regio.

Hoofdstuk 4, Tegenprestatie

Geen wijzigingen.

De uitkeringsgerechtigde die uitstroomt naar ongesubsidieerde arbeid, en van wie de uitkering voor minimaal 6 maanden wordt beëindigd door werkaanvaarding komt maximaal eenmaal per kalenderjaar in aanmerking voor een uitstroompremie. (artikel 20 van de verordening re-integratie)

Vergeleken met: Verordening Tegenprestatie 2017 gemeente Krimpenerwaard 5.

6.

Hoofdstuk 5, Inkomen, Armoede en Schulden Paragraaf 5.2.2 vergeleken met: Verordening individuele inkomenstoeslag Participatiewet en de wijziging op de verordening. Paragraaf 5.3 vergeleken met: Verordening Maatschappelijke Participatie 2018 gemeente Krimpenerwaard en de wijziging op de verordening Paragraaf 5.4

Geen wijzigingen.

Geen wijzigingen.

Schulden is toegevoegd. Het artikel geeft de algemene kaders van schulddienstverlening weer.

n.v.t.

Waarschuwing is toegevoegd indien de inwoner niet voldoet aan

eerste categorie: het zich niet tijdig laten registreren

Hoofdstuk 6, Afspraken tussen inwoner en gemeente Vergeleken met: Afstemmingsverordening Participatiewet, IOAW en IOAZ Gemeente Krimpenerwaard 6.2.5, eerste lid

3

de verplichting om ingeschreven te staan bij meerdere uitzendbureaus. Bij herhaling hiervan geldt een maatregel van 10%.

6.2.5, vierde lid

De maatregel van 10% in verband met het niet (tijdig) registeren als werkzoekende bij het UWV is komen te vervallen, omdat deze inschrijving nu automatisch gaat. Een maatregel van 100% wordt toegepast indien: a. het niet naar vermogen proberen werk te verkrijgen in de gemeente van inwoning voor zover dit niet voortvloeit uit een gedraging als bedoeld in artikel 18, vierde lid, van de PW voor zover het geen uitkering op grond van de IOAW/IOAZ betreft omdat dan artikel 6.2.8 van toepassing is. In de wet is alleen deze bepaling geregeld voor het verkrijgen van werk buiten de gemeente van inwoning. b. het onvoldoende gebruik maken van een door de gemeente aangeboden voorziening; c. gedragingen die het behoud van een aangeboden participatievoorziening met zicht op algemeen geaccepteerde arbeid belemmeren.

als werkzoekende bij het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen of het niet tijdig laten verlengen van de registratie (artikel 8 onder a van de Afstemmingsverordening)

Maatregel van 100% voor: 1. Het niet nakomen van verplichtingen zoals bedoeld in de artikelen 9 eerste lid of 55 van de Participatiewet, voor zover het gaat om een belanghebbende jonger dan 27 jaar, gedurende vier weken na een melding als bedoeld in artikel 43, vierde en vijfde lid, van de Participatiewet, voor zover deze verplichtingen niet worden genoemd in artikel 18, vierde lid van de Participatiewet; 2. Het voor de derde en daarop volgende keren niet, dan wel niet tijdig voldoen aan een oproep om op een aangegeven plaats en tijd te verschijnen in verband met het afnemen van de taaltoets zoals bedoeld in artikel 18b, elfde lid van de Participatiewet.(artikel 7d van de Afstemmingsverordening)

4

6.2.6

6.2.7

Een nieuw artikel om te handhaven op de taaltoets. De maatregel bedraagt 20% gedurende een maand. De recidive is in een afzonderlijk artikel (artikel 6.2.12) geregeld, en niet via de verschillende maatregelwaardige categorieën. In de huidige verordening wordt conform IOAW/IOAZ aangegeven dat (tijdelijke) weigering van de uitkering mogelijk is in de beschreven situaties. In dit artikel wordt meer invulling gegeven aan deze bevoegdheid. Een volledige weigering heeft als gevolg dat de inwoner terugvalt op een PWuitkering. Dit is conform de wettelijke bevoegdheden.

Het opleggen van een maatregel is artikel 7 van de verordening opgenomen, de recidive was opgenomen onder de verschillende categorieën.

De weigeringsgronden staan in zijn algemeenheid benoemd (artikel 18 van de Afstemmingsverordening): 1. Het college kan de uitkering tijdelijk weigeren naar de mate waarin de belanghebbende inkomen als bedoeld in of op grond van artikel 8 van de IOAW of de IOAZ zou hebben kunnen verwerven, als: a. aan de beëindiging van zijn dienstbetrekking een dringende reden ten grondslag ligt in de zin van artikel 678 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek en een persoon ter zake een verwijt kan worden gemaakt, of b. de dienstbetrekking is beëindigd door of op verzoek van een persoon zonder dat aan de voortzetting ervan zodanige bezwaren waren verbonden, dat deze voortzetting redelijkerwijs niet van hem zou kunnen worden gevergd. 2. Het college kan de uitkering blijvend weigeren naar de mate waarin de belanghebbende inkomen als bedoeld in of op grond van artikel 8 5

van de IOAW van de IOAZ zou hebben kunnen verwerven, als een persoon: a. nalaat algemeen geaccepteerde arbeid te aanvaarden, of b. door eigen toedoen geen algemeen geaccepteerde arbeid verkrijgt. Wanneer een weigering van IOAW/IOAZ aan de orde is, is een maatregel van 100% niet van toepassing. De bepalingen die deze maatregel regelen in de huidige verordening zijn niet juist en dan ook niet overgenomen in deze verordening. 6.2.8

De regels die gelden bij het opleggen van een maatregel bij onvoldoende besef van verantwoordelijkheid zijn vereenvoudigd: - 100% gedurende een maand - Of bijstand in de vorm van een lening

De IOAW/IOAZ uitkering wordt met 100% verlaagd gedurende een maand bij: 1. Het niet aanvaarden van algemeen geaccepteerde arbeid; 2. Het door eigen toedoen niet behouden van algemeen geaccepteerde arbeid. (artikel 8d van de Afstemmingsverordening) 1. Indien de belanghebbende een tekortschietend besef van verantwoordelijkheid voor de voorziening in het bestaan heeft betoond als bedoeld in artikel 18, tweede lid, van de wet, wordt de bijstand verlaagd, naar gelang de hoogte van het benadelingsbedrag. 2. De verlaging wordt als volgt vastgesteld: a. indien de belanghebbende bijzondere bijstand aanvraagt voor kosten waarvoor hij aanspraak had kunnen maken op een voorliggende voorziening: 100 procent van het benadelingsbedrag; b. indien de belanghebbende algemene bijstand aanvraagt voor kosten waarvoor hij aanspraak had kunnen maken op een 6

voorliggende voorziening: 100 procent van het benadelingsbedrag, tenzij het inkomen van belanghebbende hierdoor langdurig veel lager zou zijn dan de toepasselijke bijstandsnorm minus de verlaging die het College zou toepassen; c. indien de belanghebbende zijn middelen onverantwoord besteedt: 20 procent van de bijstandsnorm gedurende de periode dat belanghebbende bij verantwoorde besteding van de middelen nog geen beroep de bijstand had hoeven doen; d. indien belanghebbende de hem opgelegde verplichting als bedoeld in artikel 55 van de wet niet nakomt: 50 procent van de bijstandsnorm gedurende een maand.

6.2.11

Dit artikel gaat over de afstemming van de uitkering indien er sprake is van samenloop van gedragingen. Het artikel is vereenvoudigd ten opzichte van het huidige artikel over samenloop. 1. Gedrag waardoor de inwoner meerdere verplichtingen uit deze paragraaf niet nakomt, leidt tot één verlaging. De grootste verlaging die van toepassing is voor het gedrag geldt

(artikel 12 van de Afstemmingsverordening) 1. Als sprake is van één gedraging die schending oplevert van meerdere in deze verordening of artikel 18, vierde lid, van de Participatiewet genoemde verplichtingen, wordt één verlaging opgelegd. Voor het bepalen van de hoogte en duur van de verlaging wordt uitgegaan van de gedraging waarop de hoogste verlaging is gesteld. 2. Als sprake is van meerdere gedragingen die schending opleveren van één of meerdere in deze verordening of artikel 18, 7

dan, en ook de duur die bij die verlaging hoort. 2. Als sprake is van meerdere gedragingen die ertoe leiden dat één of meerdere verplichtingen niet worden nagekomen, wordt voor iedere gedraging een afzonderlijke verlaging opgelegd. Deze verlagingen worden gelijktijdig of – als dat niet mogelijk is – na elkaar opgelegd. De samenloop van gedragingen die maatregelwaardig zijn met gedragingen die boetewaardig zijn is geschrapt, omdat dit in de praktijk zelden voorkomt.

vierde lid, van de Participatiewet genoemde verplichtingen, wordt voor iedere gedraging een afzonderlijke verlaging opgelegd. Deze verlagingen worden gelijktijdig opgelegd, tenzij dit gelet op de ernst van de gedraging, de mate van verwijtbaarheid en de omstandigheden van de belanghebbende niet verantwoord is. 3. Als sprake is van één gedraging die schending oplevert van zowel een in deze verordening of artikel 18, vierde lid, van de Participatiewet genoemde verplichting als een in artikel 17, eerste lid, van de Participatiewet genoemde verplichting, wordt geen verlaging opgelegd, voor zover voor die schending een bestuurlijke boete wordt opgelegd. 4. Als sprake is van meerdere gedragingen die schending opleveren van zowel een in deze verordening of artikel 18, vierde lid, van de Participatiewet genoemde verplichting als een in artikel 17, eerste lid, van de Participatiewet genoemde verplichting, waarvoor een bestuurlijke boete kan worden opgelegd, wordt voor iedere gedraging een afzonderlijke verlaging opgelegd, tenzij dit gelet op de ernst van de gedraging, de mate van verwijtbaarheid en de omstandigheden van de belanghebbende niet

8

verantwoord is.

6.2.12

De regels voor recidive zijn vereenvoudigd. De duur van de oorspronkelijke verlaging wordt telkens verdubbeld als de uitkering binnen twaalf maanden na de datum van het besluit waarmee de verlaging is opgelegd opnieuw wordt verlaagd. De duur wordt ook verdubbeld als de gemeente de eerdere verlaging vanwege dringende redenen van de inwoner heeft vastgesteld op € 0,- (nihil). Een herhaalde verlaging op grond van artikel 6.2.4 kan maximaal 3 maanden duren.

(artikel 15 van de Afstemmingsverordening) Artikel 16. Recidive 1. Als een belanghebbende zich binnen twaalf maanden na bekendmaking van een besluit waarmee een verlaging is toegepast vanwege een gedraging als bedoeld in de artikelen 7, sub b en c, 8, sub b en c, art. 13 eerste lid sub b en artikel 13, tweede lid, of artikel 14 opnieuw schuldig maakt aan eenzelfde verwijtbare gedraging, wordt de uitkering bij de eerste herhaling verlaagd gedurende 2 maanden, en bij een volgende herhaling gedurende 3 maanden. 3. Als een belanghebbende zich binnen twaalf maanden na bekendmaking van een besluit waarmee een verlaging is toegepast vanwege een gedraging als bedoeld in de artikelen 7, sub a, of art. 8, sub a, schuldig maakt aan eenzelfde verwijtbare gedraging, wordt telkens de hoogte van de oorspronkelijke verlaging verdubbeld. 3. Als een belanghebbende zich binnen twaalf maanden na bekendmaking van een besluit waarmee een verlaging is toegepast vanwege een gedraging als bedoeld in artikel 18, vierde lid, van de Participatiewet, opnieuw schuldig maakt aan een 9

6.2.13

6.3

Betreft een nieuw artikel in verband met de invoering van de Wib2021. In deze paragraaf worden de kaders voor terugvordering aangegeven. Dit is nieuw ten opzichte van de huidige verordening.

verwijtbare gedraging als bedoeld in artikel 18, vierde lid, van de Participatiewet, wordt de uitkering bij de eerste herhaling met 100% van de bijstandsnorm verlaagd gedurende 2 maanden. 4. Als een belanghebbende zich binnen twaalf maanden na bekendmaking van een besluit waarmee een verlaging is toegepast vanwege een gedraging als bedoeld in artikel 13, eerste lid, sub a of artikel 13, tweede lid, sub a, opnieuw schuldig maakt aan eenzelfde verwijtbare gedraging, wordt de uitkering steeds (met 100%) verlaagd voor 3 maanden. (artikel 16 van de Afstemmingsverordening). n.v.t.

n.v.t.

6.4 Vergeleken met: Handhavingsverordening Participatiewet, Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers en de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen gemeente Krimpenerwaard 2015

10

6.4.1.

De gemeente stelt voor onderzoeksmethoden die vaak worden toegepast protocollen op. Het gaat in ieder geval om een protocol voor de inzet van huisbezoeken . De protocollen moeten ervoor zorgen dat er geen ongeoorloofde inbreuk op het privé-leven van inwoners plaatsvindt. De gemeente maakt de protocollen openbaar bekend.

Het college stelt ter nadere uitvoering van de verordening een beleidsplan vast, waarin invulling wordt gegeven aan de wijze van fraudepreventie, misbruik en oneigenlijk gebruik en handhaving. (artikel 2 van de handhavingsverordening)

De protocollen komen in plaats van het beleidsplan. 7.

Hoofdstuk 7, Van oud naar nieuw.

Betreft een toelichting op het toepassen van de nieuwe verordening. Het benoemen van wijzigingen is niet relevant.

n.v.t.

8.

Hoofdstuk 8, Begrippen

Er zijn nieuwe begrippen opgenomen, dit omdat er sprake is van een nieuwe wet (inburgering). Verder worden meer begrippen toegelicht omdat de verordening in andere woorden is gedefinieerd, maar dit heeft geen consequenties voor de inwoner.

n.v.t.

11

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Krimpenerwaard&id=71d95ed2-5582-4c3b-936f-24e6a5e793be