CConstaterende datKrimpenerwaard
Koppel je AI →
Document · PDF

Warmtevisie Gemeente Krimpenerwaard

Raadsvergadering 28 september 2021, gemeente KrimpenerwaardBij agendapunt: (B) Warmtevisie15.753 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Hiermee wordt niet uitgesloten dat het ontwikkelen van kleinschaliger warmtenetten bij bestaande bronnen, zoals bijvoorbeeld een rioolwaterzuivering, mogelijk is. De eigenschap van kleinschalige warmtenetten is dat de benodigde infrastructuur om de warmte te transporteren, en daarmee de investeringen, een stuk kleiner zijn. Dit kan een positief effect hebben op de haalbaarheid. Vooral wanneer een aantal gebouwen en/of bedrijven met een relatief hoge warmtevraag, zoals appartementencomplexen, dicht bij elkaar liggen, dan kan het kansrijk zijn om (gezamenlijk) een warmtebron of WKO (Warmte Koude Opslag) te ontwikkelen. Als inwoners, instellingen, bedrijven of woningcorporaties kansen zien voor het op kleine schaal ontwikkelen van een warmtenet met een lokale warmtebron, dan ondersteunt de gemeente deze initiatieven door zich hiervoor ambtelijk en bestuurlijk in te spannen, de ruimte te zoeken binnen

38/62 Alternatieven voor aardgas

de bestaande wet- en regelgeving waaronder de verlening van vergunningen en de regelgeving waar nodig en mogelijk hiervoor aan te passen. Ook wordt niet uitgesloten dat warmtenetten op langere termijn, langer dan vijf jaar, wel haalbaar zijn in de gemeente. Bijvoorbeeld wanneer economische of technologische ontwikkelingen plaatsvinden die de productie, de opslag en het transport van warmte goedkoper maken.

Groen gas Biogas is gas dat wordt geproduceerd uit organische reststoffen zoals gemaaid bermgras, groente-, fruit- en tuinafval of mest. Voordat biogas kan worden toegevoegd aan het gasnet wordt het eerst opgewaardeerd tot groen gas. Groen gas is methaan en is chemisch gelijk aan aardgas. De bestaande aardgasnetten zijn dus geschikt voor het transport van groen gas. Er wordt in Nederland al op diverse locaties groen gas ingevoed in het gasnet, bijvoorbeeld groen gas dat op melkveebedrijven wordt geproduceerd uit mest of groen gas dat vrijkomt uit het zuiveren van afvalwater. Groen gas wordt nu nog op relatief kleine schaal geproduceerd. De verwachting is dat de productie van groen gas de komende jaren gaat stijgen door innovaties, schaalvergroting en door veranderende wet- en regelgeving. De verwachting is ook dat groen gas tot 2030 geen significante rol gaat spelen in het verwarmen van woningen gebouwen en dat groen gas een relatief klein onderdeel wordt van de toekomstige energiemix in Nederland en in onze regio. Om die reden zal goed moeten worden gekeken waar groen gas in de toekomst wordt ingezet voor het verwarmen van woningen en gebouwen

en voor het produceren van producten en waar niet. Daarbij is het inzetten van groen gas voor oudere wijken en woningen die niet alleen met elektriciteit verwarmd kunnen worden het meest waarschijnlijk. Gasvormige energiedragers zoals aardgas, groen gas of waterstofgas hebben als voordeel dat ze, vergeleken met elektriciteit, tegen relatief lage kosten kunnen worden getransporteerd. Hierbij is het transport van gas per kWh ongeveer zes keer goedkoper dan elektriciteit. (bron: Bouwstenen voor een betaalbare warmtetransitie in de bebouwde omgeving, Stedin, juli 2020). Ook kunnen gassen, in vergelijking met elektriciteit, relatief eenvoudig en goedkoop, zonder verliezen, voor langere tijd worden opgeslagen. Omdat de infrastructuur voor gassen er al ligt en omdat gassen relatief goedkoop zijn te transporteren en op te slaan is de verwachting dat fossielvrije gassen zoals groen gas en mogelijk waterstofgas in de toekomst een rol zullen spelen in de energievoorziening. Bestaande gasnetten zijn geschikt voor groen gas en zijn geschikt te maken voor waterstofgas. Ook is het mogelijk om waterstof bij te mengen in het bestaande gasnet zonder dat aanpassingen nodig zijn.

Warmte uit biomassa Het verbranden van hout in een houtkachel of pellets in en pelletkachel kan een alternatief zijn voor verwarmen met aardgas. Op lange termijn is verbranding van hout CO₂-neutraal. Op korte termijn komt er echter extra CO₂ bij vrij en kan het jaren of decennia duren voordat de CO₂

39/62 Alternatieven voor aardgas

die vrijkomt bij de verbranding weer is opgenomen door herbeplante bomen. Ook komt bij de verbranding van hout of pellets fijnstof en stikstof vrij waardoor het negatieve gevolgen heeft voor de luchtkwaliteit in de direct omgeving. De gemeente Krimpenerwaard heeft het Schone Lucht Akkoord ondertekend. Hierin wordt een vermindering van de uitstoot van schadelijke stoffen als gevolg van houtstook nagestreefd. De gemeente ziet warmte uit de verbranding van hout of pellets daarom niet als een alternatief voor aardgas voor het verwarmen van woningen. Biomassa kan ook een warmtebron zijn voor warmtenetten. Dit staat beschreven in bijlage 4.

Hybride warmtepomp De energie die een woning gebruikt voor verwarming hoeft niet in één keer aardgasvrij te worden gemaakt. Dit kan ook in stappen. Hierin is een tussenstap mogelijk in de vorm van een hybride warmtepomp. Bij een hybride warmtepomp wordt een warmtepomp gekoppeld aan de bestaande CV-ketel. Of er wordt een nieuwe geïntegreerde hybride warmtepomp geïnstalleerd die zowel kan verwarmen met aardgas als met elektriciteit. Bij een hybride warmtepomp wordt de basiswarmtevraag geleverd door de warmtepomp en wordt de piekvraag, bijvoorbeeld in de winter wanneer het koud is of bij een hoge vraag naar tapwater, geleverd door de CV-ketel. Dit zorgt voor een vermindering in de vraag naar aardgas van gemiddeld circa 50%. Tegelijkertijd worden hoge pieken in het elektriciteitsverbruik door het volledig overschakelen op elektrisch verwarmen vermeden. Wanneer de hybride warmtepomp op grotere schaal wordt ingezet kan hiermee worden voorkomen dat het elektriciteitsnet fors moet worden verzwaard en er

elektriciteitscentrales beschikbaar moeten zijn om aan de piekvraag naar elektriciteit in de winter te voldoen. Rekening houdend met het feit dat een CV-ketel of warmtepomp ongeveer 15 jaar meegaat, kan dit een tussenoplossing zijn op de route naar aardgasvrij. Wanneer het einde van de levensduur van de CV-ketel is bereikt kan worden bepaald welke warmtevoorziening dan het meest passend is. Op het moment dat het aardgas in het gasnet volledig is vervangen door groen gas kan de hybride warmtepomp ook een definitieve aardgasvrije oplossing zijn. Een stapsgewijze aanpak gericht op het verminderen van het aardgasgebruik met gebruikmaking van hybride warmtepompen kan de betaalbaarheid en daarmee het draagvlak voor het afbouwen van het aardgasgebruik vergroten.

Koeling De laatste jaren hebben we in Nederland te maken met warme zomers. Mede hierdoor is de vraag naar koeling gestegen. Een andere factor die kan leiden tot een hogere vraag naar koeling is dat wanneer woningen beter zijn geïsoleerd ze vaak meer warmte vasthouden. Dit is gunstig voor het verminderen van het energiegebruik in de winter voor verwarming maar kan leiden tot een hoger elektriciteitsverbruik om de woning in de zomer te koelen. De meest eenvoudige manier om een ruimte te koelen is door het installeren van een airco. Ook kunnen warmtepompen naast verwarmen vaak ook koelen. Het nadeel van deze manieren van koelen is dat het elektriciteitsverbruik, en daarmee ook de uitstoot van CO₂, toeneemt.

40/62 Alternatieven voor aardgas

Wanneer de behoefte aan koeling in de zomer kan worden gekoppeld aan de vraag naar warmte in de winter, dan kan energie worden bespaard. Dit is bijvoorbeeld mogelijk bij Warmte Koude Opslag systemen (WKO’s). De warmte die wordt gewonnen door de woning in de zomer te koelen wordt ondergronds opgeslagen en deze warmte wordt dan in de winter gebruikt om de woning te verwarmen. Als gevolg van de aanwezigheid van grondwaterbeschermingszones in het zuidelijk deel van de gemeente, is het daar niet mogelijk WKO systemen of bodemwarmtesystemen aan te leggen.

Waterstof Waterstof is een energiedrager die kan worden geproduceerd uit water of uit aardgas. Er worden drie soorten waterstof onderscheiden: groene, blauwe en grijze waterstof. Blauwe en grijze waterstof worden gemaakt uit aardgas. Bij dit proces komt CO₂ vrij. Bij blauwe waterstof wordt deze CO₂ afgevangen en opgeslagen of gebruikt in andere productieprocessen. Groene waterstof wordt geproduceerd uit water door middel van elektrolyse met groene elektriciteit. Hierbij komt geen CO₂ vrij. Wel zorgt de omzetting van elektriciteit naar waterstof en de omzetting van waterstof naar elektriciteit voor flinke energieverliezen. Waterstof kan worden gebruik voor het verwarmen van woningen. Er zijn CV-ketels ontwikkeld die zowel op aardgas en groen gas als op waterstof werken. Er worden op meerdere locaties in Nederland proeven gedaan met het verwarmen van woningen met waterstof, zowel in nieuwbouwwoningen als in bestaande woningen en zowel

met waterstof dat wordt aangevoerd als met waterstof dat in de wijk of in de woning wordt geproduceerd. Vooralsnog lijkt waterstof vooral een rol te krijgen als CO₂-vrije energiedrager voor de industrie en voor de zware mobiliteit. Er komen steeds meer vrachtauto’s op de markt die rijden op waterstof. Voor de industrie die hoge temperaturen nodig heeft is waterstof of groen gas vaak een van de weinige alternatieven voor fossiele brandstoffen. Het is onzeker of er op lange termijn voldoende waterstof beschikbaar komt voor het verwarmen van woningen en of er distributienetten worden ontwikkeld of aangepast die waterstof naar de woningen zullen transporteren. Of waterstof in de toekomst op grote schaal beschikbaar komt voor het verwarmen van woningen en gebouwen is ook afhankelijk van de ontwikkeling van de kostprijs van waterstof en de omvang van de productie.

Kernenergie Kernenergie is een methode om zonder CO₂-uitstoot elektriciteit te produceren. Deze elektriciteit kan worden gebruikt voor het verwarmen van woningen en gebouwen. Ook komt er bij de productie van elektriciteit met kernenergie restwarmte vrij. Hiermee kunnen nabijgelegen wijken, indien die er zijn, worden verwarmd. De besluitvorming hoe om te gaan met bestaande kerncentrales en of er nieuwe kerncentrales zullen worden gebouwd in Nederland vindt plaats op nationaal niveau. Vanwege de tijd die nodig is voor de voorbereiding en de bouw van een kerncentrale kan kernenergie geen bijdrage leveren aan de klimaatdoelen voor 2030.

41/62 Alternatieven voor aardgas

8. Vergelijken alternatieven aardgas

42/62 Vergelijken alternatieven aardgas

8. Vergelijken alternatieven aardgas Bij het vergelijken van alternatieven voor verwarmen met aardgas kunnen verschillende aspecten worden bekeken zoals: beschikbaarheid, betaalbaarheid (kosten), duurzaamheid en veiligheid. Bij de kosten voor een alternatief kan onder andere onderscheid worden gemaakt in totale kosten of eindgebruikerskosten. Bij totale kosten worden alle kosten die nodig zijn om de warmte in de woning te kunnen gebruiken meegerekend: productie, transport, opslag en toepassing in de woning. Bij eindgebruikerskosten worden alleen de kosten beschouwd die de woningeigenaar moet maken om de woning te verwarmen. Dit zijn bijvoorbeeld kosten voor het isoleren van de woning, voor het installeren van een (hybride) warmtepomp en de kosten voor het kopen van elektriciteit en/of gas.

Energiemodellen

gedaan om de energie om te kunnen zetten in warmte, bijvoorbeeld de kosten voor isolatie, een warmtepomp en radiatoren. In het model zijn de drie meest waarschijnlijke alternatieven voor aardgas doorgerekend. Dit zijn elektrisch verwarmen, warmtenetten en groen gas. Het model is te vinden op: https://themasites.pbl.nl/leidraad-warmte In de kaart hieronder is een samenvatting van de uitkomsten van het Vesta model weergegeven voor de gemeente Krimpenerwaard. Hierin zijn twee categorieën aardgasvrije oplossingsrichtingen opgenomen. 1. Individuele oplossing bestaande uit: warmtepomp, hybride warmtepomp en groen gas; 2. Individuele of collectieve oplossing bestaande uit: warmtepomp, hybride warmtepomp, groen gas of een warmtenet.

In Nederland zijn een aantal modellen ontwikkeld waarmee kan worden berekend welk alternatief voor aardgas voor een wijk de laagste kosten heeft. Vesta model Het Planbureau voor de Leefomgeving heeft het model Vesta ontwikkeld om per wijk het alternatief voor aardgas met de laagste totale kosten te bepalen. De totale kosten zijn de gecombineerde kosten voor het opwekken van de energie, het transporteren van de energie en de investeringen die in de woning moeten worden

43/62 Vergelijken alternatieven aardgas

Warmteopties Individuele oplossing: (hybride-)warmtepomp Individueel of collectief: (warmtepomp / hybride warmtepomp / groen gas / warmtenet)

Kaart alternatieven voor aardgas op basis van PBL startanalyse voor Krimpenerwaard Uit dit onderzoek wordt geconcludeerd dat voor een groot deel van de wijken, de paarse wijken, individuele oplossingen die gebruik maken van de bestaande elektriciteits- en gasnetten de goedkoopste oplossing is. Dit zijn vooral de kleinere kernen en het buitengebied. Voor de lichtblauwe wijken geldt dat individueel verwarmen met een hybride warmtepomp of warmtepomp het alternatief is met de

laagste kosten maar dat mogelijk warmtenetten in de toekomst het alternatief met de laagste kosten worden. Of dit gebeurt is afhankelijk van technische, economische en juridische ontwikkelingen op het gebied van warmtenetten.

Vergelijking energiemodellen door Stedin Als hulpmiddel bij het bepalen van het voorkeursalternatief voor aardgas heeft Stedin het Openingsbod ontwikkeld. Dit model combineert de drie meest gebruikte modellen voor de energietransitie voor gebouwen in Nederland: Vesta, CEGOIA en ETM. Hierbij zijn de uitgangspunten voor de drie modellen gelijk gemaakt en zijn de modellen vervolgens doorgerekend met drie scenario’s voor de toekomstige beschikbaarheid van warmte en groen gas. Wanneer voor een wijk de drie modellen dezelfde uitkomst hebben dan wordt deze uitkomst robuuster geacht dan wanneer er verschillen zijn tussen de modellen. Op basis van dit onderzoek kan de robuustheid van het voorkeursalternatief worden bepaald. Het scenario met een beperkt aanbod warmte en een beperkt aanbod groen gas is het meest waarschijnlijke scenario voor Krimpenerwaard. Wanneer wordt gekeken naar dit scenario voor de gemeente Krimpenerwaard dan komt elektrisch verwarmen als meest betaalbare alternatief naar voren voor de woonkernen en komt groen gas als meest betaalbare alternatief naar voren voor de buitengebieden. De resultaten van het Openingsbod van Stedin zijn weergegeven in bijlage 3.

44/62 Vergelijken alternatieven aardgas

Kosten, opbrengsten en betaalbaarheid Het energiezuiniger maken van de woning en het stapsgewijs verminderen van het aardgasgebruik vergt investeringen. De hoogte van deze investeringen zijn o.a. afhankelijk van het type woning, het bouwjaar en het energielabel van de woning. Hoewel de investeringen in de verduurzaming van de woning leiden tot lagere energielasten moet de investering wel eerst worden gedaan en worden gefinancierd. Mogelijke manieren om deze maatregelen te financieren zijn spaargeld, de hypotheek, consumptief krediet, een duurzaamheidslening of de Nationale Energiebespaarlening. Bij het verduurzamen en aardgasvrij maken van woningen is woonlastenneutraliteit het uitgangspunt. Op 15 februari 2021 is in de Tweede Kamer een amendement aangenomen waarin de voorwaarde is vastgelegd dat bij lokale plannen met betrekking tot de energietransitie er sprake moet zijn van woonlastenneutraliteit. Woonlastenneutraal houdt in dat de financieringskosten of huurverhoging als gevolg van energiebesparende maatregelen gelijk is aan of lager dan de besparing op de energiekosten. Om woonlastenneutraliteit voor meer woningen dichterbij te brengen zijn er subsidies en leningen beschikbaar voor het energiezuiniger en aardgasvrij maken van de woning.

aantal factoren zoals type woning, bouwjaar, energielabel, het gedrag van bewoners en of er al energiebesparende maatregelen zijn genomen. De terugverdientijden kunnen variëren van enkele jaren tot tientallen jaren. In onderstaand overzicht van Milieucentraal staan de investeringen en besparingen voor een gemiddelde tussenwoning weergegeven. De ontwikkeling de aardgasprijs, de elektriciteitsprijs, de energiebelasting en de prijzen van installaties en isolatiemaatregelen bepalen mede hoe de terugverdientijden zich de komende jaren gaan ontwikkelen. Energielabels en de waarde van een woning Onderzoeken naar de relatie tussen het energielabel van een woning en de verkoopwaarde van een woning laten zien dat energiezuiniger woningen een hogere verkoopwaarde hebben dan woningen met een hoger energieverbruik. Wanneer de waardestijging van de woning als gevolg van investeringen in het energiezuiniger maken van de woning wordt meegerekend, dan neemt de terugverdientijd van deze investeringen af. Daarnaast laat onderzoek zien dat woningen met een lager energieverbruik korter te koop staan.

Terugverdientijden De terugverdientijden voor investeringen in het energiezuiniger maken van de woning is een aspect die veel woningeigenaren meewegen in het besluit om verduurzamingsmaatregelen te nemen. Deze terugverdientijden zijn afhankelijk van een groot

45/62 Vergelijken alternatieven aardgas

Gemiddelde besparing per type maatregelen voor een tussenwoning in Nederland. Bron Milieucentraal.

46/62 Vergelijken alternatieven aardgas

9. Sociale en economische aspecten van de warmtetransitie

47/62 Sociale en economische aspecten van de warmtetransitie

9. Sociale en economische aspecten van de warmtetransitie Draagvlak De energietransitie en als onderdeel daarvan het afbouwen van het aardgasgebruik raakt iedereen in meer of mindere mate. De warmtetransitie raakt een van de meest fundamentele behoeften van mensen, een warm huis. Voor het slagen van de energietransitie is het van groot belang dat er voldoende draagvlak is onder de inwoners van de gemeente. De warmtetransitie is daarom naast een technische en economische transitie ook een sociale transitie. Factoren die van belang zijn bij alternatieven voor aardgas en die het draagvlak vergroten, zijn betaalbaarheid, betrouwbaarheid, duurzaamheid en veiligheid. Uit de enquête gehouden onder het Burgerpanel Krimpenerwaard in januari 2021 blijkt dat betaalbaarheid en duurzaamheid als belangrijkste randvoorwaarden worden gezien bij het verminderen en het beëindigen van het aardgasgebruik. Duurzaamheid betreft onder meer de mate waarin het alternatief ook daadwerkelijk een verlaging van de CO₂-uitstoot tot gevolg heeft. Uit deze enquête blijkt ook dat in de gemeente de vooren tegenstanders van het afbouwen en beëindigen van het aardgasgebruik ongeveer gelijk verdeeld zijn. Landelijk onderzoek laat verder zien dat het draagvlak wordt vergroot wanneer woningeigenaren stappen kunnen zetten in het verminderen van het aardgasgebruik die passen bij natuurlijke

momenten. Natuurlijke momenten zijn bijvoorbeeld een verhuizing, een verbouwing of een CV-ketel die aan het einde van de levensduur is.

Energiearmoede Een deel van de inwoners van de gemeente heeft een relatief laag inkomen en relatief hoge energielasten, bijvoorbeeld omdat ze in een oudere woning wonen. Voor deze groep is het lastig om te investeren in het verduurzamen van de woning omdat ze elke maand al een relatief groot deel van hun inkomen kwijt zijn aan de energierekening. Het meest kwetsbaar zijn de groepen die relatief hoge energielasten hebben in verhouding tot het inkomen en niet de financiële middelen of de toegang tot financiering hebben om te investeren in het verduurzamen van de eigen woning. De Vereniging Nederlandse Gemeenten heeft samen met het CBS onderzoek gedaan naar de betaalbaarheid van energie. Als kwetsbaar hebben ze gedefinieerd een huishouden die in de laagste 25% inkomens valt en tegelijkertijd een aardgasverbruik heeft dat in de hoogste 50% aardgasverbruikers valt. In bijlage 8 is per woonkern aangegeven welk percentage van de inwoners in de groep met de laagste 25% inkomens valt en tegelijkertijd een gasverbruik heeft dat in de hoogste 50% gasverbruikers valt. Dit percentage varieert in Krimpneerwaard tussen de 5 en 10%.

48/62 Sociale en economische aspecten van de warmtetransitie

Economische kansen Naast kosten en kansen voor woning- en gebouweigenaren om de energielasten te verlagen, biedt de warmtetransitie ook kansen voor bedrijven. Bijvoorbeeld voor bedrijven die zich bezighouden met het isoleren van woningen, met het plaatsen van zonnepanelen of het installeren van (hybride) warmtepompen of het vervangen van ramen. In samenwerking met lokale bedrijven doet de gemeente onderzoek naar de haalbaarheid van het omzetten van organische reststoffen, zoals mest, in groen gas dat kan worden ingevoed in het gasnet.

49/62 Sociale en economische aspecten van de warmtetransitie

10. Ruimtelijke aspecten van de warmtetransitie

50/62 Ruimtelijke aspecten van de warmtetransitie

10. Ruimtelijke aspecten van de warmtetransitie De ruimtelijke gevolgen die de warmtetransitie heeft worden bepaald door de productie, het transport en het gebruik van energie voor het verwarmen van woningen en gebouwen. Omdat wordt geconcludeerd dat de ontwikkeling van warmtenetten met duurzame warmtebronnen in Krimpenerwaard de komende vijf jaren nog niet haalbaar is, worden de ruimtelijke gevolgen van de ontwikkeling van warmtenetten en warmtebronnen niet in dit hoofdstuk behandeld. Deze staan beschreven in bijlage 4.

Verwarmen met elektriciteit Productie van elektriciteit Wanneer de woning elektrisch wordt verwarmd in plaats van met aardgas dan leidt dit tot een hogere vraag naar elektriciteit. De meest gangbare methode om hernieuwbare elektriciteit op te wekken is door middel van zonnepanelen, op daken of in een veldopstelling, en met windmolens. De omvang van de toename van het elektriciteitsgebruik als gevolg van de overstap op elektrisch verwarmen is van een groot aantal factoren afhankelijk, waaronder toekomstige de beschikbaarheid van groen gas, de haalbaarheid van warmtenetten en de mate van gerealiseerde energiebesparing door isolatie en efficiëntere verwarmingsinstallaties. Ook is nog onduidelijk of een toename van het elektriciteitsgebruik als gevolg van het elektrisch verwarmen van woningen leidt tot

een hogere opgave om lokaal of regionaal hernieuwbare elektriciteit op te wekken. Transport van elektriciteit Het transport van elektriciteit gebeurt via het bestaande elektriciteitsnet. Als in een wijk of woonkern veel woningen overgaan op elektrisch verwarmen, dan kan het zijn dat de elektriciteitsnetten hiervoor verzwaard moeten worden. Ook kan het nodig zijn dat de tussenstations tussen de lokale, regionale en nationale elektriciteitsnetten uitgebreid moeten worden. De effecten op het elektriciteitsnet kunnen verminderd worden als woningen zelf elektriciteit gaan opwekken en opslaan of deels gebruik maken van groen gas met een hybride warmtepomp. Gebruik van elektriciteit Elektriciteit kan in de woning worden omgezet in warmte door middel van een warmtepomp. Een andere manier is door middel van infraroodpanelen of infraroodsystemen die zijn verwerkt in de vloer of de muren van de woning. De ruimte die een warmtepomp of hybride warmtepomp inneemt in de woning is afhankelijk van het gekozen systeem, het vermogen en noodzaak om warmte op te slaan. De benodigde ruimte is in veel gevallen groter dan die van een CV-ketel. Bij warmtepompen die hun warmte uit de lucht halen gebeurt dit vaak door een zogeheten buitenunit. Een juiste plaatsing van deze buitenunit en het toepasing van geluidsisolatie kan

51/62 Ruimtelijke aspecten van de warmtetransitie

de geluidsproductie en de hinder die hiervan kan worden ervaren, verminderen.

Verwarmen met hernieuwbaar gas Productie groen gas en waterstof De productie van groen gas vindt plaats in vergistingstanks. De productie van groene waterstof vind plaats met electrolysers. Het ruimtebeslag van beide is afhankelijk van de schaal waarop de productie plaatsvindt. Transport van groen gas en waterstof Groen gas wordt getransporteerd via de bestaande gasleidingen. Deze hoeven hiervoor niet te worden aangepast. Het bestaande gasnet kan in veel gevallen met relatief kleine ingrepen geschikt worden gemaakt voor het transport van waterstof. Het is nog onzeker of waterstof in de toekomst door regionale en lokale gasnetten wordt getransporteerd en of groen gas en waterstof in de toekomst door hetzelfde gasnet worden getransporteerd of dat hiervoor aparte gasnetten worden aangelegd.

De omgevingswet In de in ontwikkeling zijnde Omgevingswet worden de regels vastgelegd voor ruimtelijke ontwikkelingen op gebieden zoals wonen, natuur, landbouw en de energietransitie. Het doel van de Omgevingswet is om procedures en regels vast te leggen die ons in staat stellen om een goede balans te vinden tussen het benutten en het beschermen van de leefomgeving. Voorbeelden uit de energietransitie die invloed hebben op de leefomgeving zijn zonnepanelen op velden of daken, warmtepompen met een buitenunit, warmtekoude opslag in de bodem of de verzwaring van elektriciteitsnetten. De doelen die zijn vastgelegd in deze warmtevisie worden uitgewerkt in het omgevingsplan.

Gebruik van groen gas en waterstof Groen gas wordt op dezelfde manier omgezet in warmte als aardgas, door middel van een CV-ketel. Waterstof kan worden gebruikt voor het verwarmen van woningen met speciaal hiervoor ontwikkelde CV-ketels.

52/62 Ruimtelijke aspecten van de warmtetransitie

11. Doelstellingen voor 2030

53/62 Doelstellingen 2030

11. Doelstellingen voor 2030 Beschikbaarheid van alternatieven voor aardgas Op basis van het onderzoek dat is uitgevoerd naar de haalbaarheid van een warmtenet in Gouderak (zie blz. 37) wordt geconcludeerd dat de aanleg van warmtenetten in de gemeente Krimpenerwaard voorlopig niet haalbaar is. Dit komt door het hoge aandeel laagbouwwoningen in de gemeente en de beperkte aanwezigheid van (rest) warmtebronnen. Ook de aanwezigheid van grondwaterbeschermingsgebieden in het zuidelijk deel van de gemeente speelt een rol. In deze gebieden kan geen warmte uit de bodem worden onttrokken of in de bodem worden opgeslagen. Ook is geconstateerd dat de beschikbaarheid van groen gas en waterstof nog klein is en dat die beschikbaarheid tot 2030 naar verwachting te klein zal zijn om een alternatief voor aardgas te kunnen zijn. Het meest haalbare alternatief voor aardgas de komende jaren is daarom de overstap op elektrisch verwarmen door middel van een warmtepomp. Hierbij gelden een aantal aandachtspunten. Als huishoudens op grote schaal overstappen op elektrisch verwarmen dan is het bestaande elektriciteitsnet op veel plekken niet toereikend om de benodigde hoeveelheid elektriciteit te kunnen leveren. Het verzwaren van de elektriciteitsnetten vergt investeringen die tijd kosten om voor te bereiden en uit te voeren.

En om over te kunnen stappen op elektrisch verwarmen moet een woning voldoende zijn geïsoleerd, tot minimaal gemiddeld label B of beter. Voor oudere woningen die niet tot label B kunnen worden geïsoleerd is een hybride warmtepomp, die zowel elektrisch als met aardgas verwarmt, de meest voor de hand liggende manier om het aardgasgebruik te verminderen.

Wijkgericht of gemeentebreed Als doelstelling voor 2030 kan worden gekozen voor een aanpak om een aantal geselecteerde wijken aardgasvrij te maken of voor een aanpak gericht op een gemeentebrede vermindering van aardgasgebruik voor 2030. In elke wijk bevinden zich woningen die moeilijker te isoleren zijn dan andere, zoals oudere woningen met een hoger energielabel. Ook bevinden zich in elke wijk woningeigenaren die niet het spaargeld of de toegang tot financiering hebben om de benodigde investering te doen om de eigen woning aardgasvrij te maken. Ook wonen in elke wijk inwoners die geen of weinig natuurlijke momenten hebben, zoals een verhuizing of een verbouwing, om verduurzamingsmaatregelen aan hun woning uit te voeren. Wanneer ervoor wordt gekozen om een wijk voor 2030 aardgasvrij te maken, dan wordt van alle woningeigenaren verwacht dat ze voor 2030 alle benodigde investeringen doen om hun woning aardgasvrij te maken. Ook de eigenaren van woningen met een hoger energielabel, woningeigenaren met een beperkte hoeveelheid spaargeld of beperkte toegang tot financiering en woningeigenaren met weinig natuurlijke momenten om de woning te verduurzamen. Een alternatief voor de doelstelling om een aantal wijken in de gemeente voor 2030 aardgasvrij te maken is een besparingsdoelstelling voor de gehele gemeente.

Hierbij zet de gemeente in op ondersteuning en stimulering van een groter aantal woningeigenaren om het aardgasgebruik te verminderen of de woning aardgasvrij te maken.

54/62 Doelstellingen 2030

Omdat: Collectieve warmtenetten in Krimpenerwaard op dit moment nog niet haalbaar zijn en hogere kosten kennen dan individuele verwarmingsmethoden; Groen gas en waterstof voorlopig nog slechts op zeer beperkte schaal beschikbaar zijn en de toekomstige ontwikkeling van het aanbod zeer onzeker is; De capaciteit van het elektriciteitsnet in veel gevallen te beperkt is om aan de vraag te kunnen voldoen bij een grootschalige overstap op elektrisch verwarmen; Isolatie en energiebesparing vanuit het principe van de Trias Energetica de eerste logische en vaak ook noodzakelijke stap is in het energiezuiniger en aardgasvrij maken van een woning en een wijk; De meeste woningen in de gemeente Krimpenerwaard nog voldoende potentie hebben om energiezuiniger gemaakt te worden door de isolatie te verbeteren en door efficiënte warmteafgiftesystemen en ventilatiesystemen met warmteterugwinning toe te passen; De kosten van een overstap op alternatieven voor aardgas lager worden nadat de energievraag door isolatie is verlaagd. Het stapsgewijs afbouwen van het aardgasgebruik en overstappen op alternatieven voor betere betaalbaarheid dan het het algemeen leidt tot een betere financierbaarheid en lagere kosten dan het in één keer aardgasvrij maken van een woning.

Zet de gemeente Krimpenerwaard de komende tot 2030 in op energiebesparing en het verminderen van het aardgasgebruik door woningeigenaren en eigenaren van bedrijfsgebouwen te stimuleren

om de isolatie van hun woningen en gebouwen te verbeteren, om efficiënte warmteafgiftesystemen zoals vloerverwarming of lage temperatuur radiatoren te installeren en om over te stappen van verwarmen met een CV-ketel naar verwarmen met een warmtepomp of hybride warmtepomp. Verwacht wordt dat met een gemeentebrede aanpak gericht op isolatie en efficiëntere verwarmingssystemen voor 2030 meer aardgas en CO₂ kan worden bespaard dan wanneer enkele wijken voor 2030 volledig aardgasvrij worden gemaakt. Bij acties gericht op alle woningeigenaren in de gemeente is het bereik en daarmee het potentiële effect groter. Ook kunnen de acties van de gemeente dan aansluiten bij een groter aantal woningeigenaren die op dat moment goede uitgangspunten kennen om maatregelen te nemen om het aardgasgebruik te verminderen of te beëindigen zoals de beschikbaarheid over financiering of spaargeld en de aanwezigheid van natuurlijke momenten zoals verhuizingen en verbouwingen. Wanneer de gemeente een actie in gang zet gericht op de hele gemeente, zoals een communicatiecampagne, een inkoopactie of het aanbieden van warmtescans, dan is het potentiele effect op de vermindering van het aardgasgebruik groter dan wanneer deze acties worden uitgevoerd op wijkniveau.

Met gemeentebrede doelstellingen en acties kan met de beschikbare budgetten en interne capaciteit meer effect worden bereikt dan met een aanpak gericht op een aantal geselecteerde wijken. Hierin speelt mee dat isolatie en efficiëntere verwarmingssystemen en ventilatiesystemen direct een vermindering van de CO₂-uitstoot tot gevolg hebben terwijl de overstap van verwarmen met aardgas naar elektrisch verwarmen een gedeeltelijk reductie van de CO₂-uitstoot

55/62 Doelstellingen 2030

tot gevolg heeft omdat de elektriciteit in Nederland nog voor een deel met fossiele brandstoffen wordt geproduceerd. Wanneer een gemeentebrede besparingsdoelstelling wordt gekozen dan kan de focus worden gelegd op een zo groot mogelijke vermindering van de CO₂-uitstoot in plaats van op het aardgasvrij maken van woningen en wijken. Dit komt overeen met het hoofddoel van het Klimaatakkoord, het verminderen van de CO₂-uitstoot. De keuze tussen het aardgasvrij maken van geselecteerde wijken of een gemeentebrede aanpak gericht op isolatie en besparing als doelstelling voor 2030 is voorgelegd aan inwoners, het burgerpanel, woningcorporaties, Waardzaam en Ondernemerskring Krimpenerwaard. Deze staan achter de doelstelling gericht op een gemeentebrede vermindering van het aardgasgebruik door isolatie en besparing. De ervaring leert dat inwoners ervaringen en adviezen van andere woningeigenaren hoog waarderen als informatiebron om de eigen woning te verduurzamen. Aanvullend op de gemeentebrede aanpak zullen daarom ook op wijkniveau acties worden gestart gericht op het binnen een wijk opzetten van samenwerking tussen woningeigenaren om het aardgasgebruik te verminderen zoals bijvoorbeeld het gezamenlijk inkopen van zonnepanelen, isolatiemaatregelen of warmtepompen.

Ook door samenwerking met platforms waarbij kennisdeling tussen woningeigenaren centraal staat, zoals Duurzame Huizenroute, versterken we de kennisuitwisseling en samenwerking tussen woningeigenaren bij het verduurzamen van de eigen woning.

Besparingsdoel aardgasgebruik Besparing door isolatie Het economische besparingspotentieel van alle woningen in de Krimpenerwaard, zowel huur als koopwoningen, is berekend op gemiddeld 20,8%. Dit doel kan worden bereikt door woningen en gebouwen beter te isoleren en te voorzien van efficiënte warmteafgiftesystemen zoals vloerverwarming. De verwachting is dat dit besparingspotentieel van 20,8% niet volledig kan worden gerealiseerd in 2030. Een aantal factoren kan ervoor zorgen dat een woningeigenaar niet alle benodigde isolatieen besparingsmaatregelen voor 2030 uit kan voeren en een deel na 2030 uit zal voeren. Redenen kunnen zijn het geen of onvoldoende toegang hebben tot financiering of eigen spaargeld of geen of te weinig natuurlijke momenten hebben om te investeren in de verduurzaming van de woning zoals een verhuizing of een verbouwing van de woning. Dit kan ervoor zorgen dat het isoleren en energiezuiniger maken van de woning tot het gewenste niveau pas na 2030 mogelijk is. Als doel wordt gesteld om in 2030 90% van het besparingspotentieel te hebben gerealiseerd. Dit betekent een besparing op het aardgasgebruik van woningen van 18,7% ten opzichte van het huidige aardgasverbruik (peiljaar 2021) voor zowel koop- als sociale huurwoningen. Besparing door overstap van CV-ketel naar (hybride) warmtepomp Een CV-ketel heeft een levensduur van gemiddeld circa 15 jaar.

Tot 2030 zal naar verwachting circa 60% van de CV-ketels vervangen moeten

56/62 Doelstellingen 2030

worden. Een deel van de woning- en gebouweigenaren zal hierbij de overstap maken van verwarmen met een CV-ketel naar verwarmen met een hybride warmtepomp of een warmtepomp. De overstap van CV-ketel naar verwarmen met een warmtepomp leidt tot een vermindering van het aardgasgebruik van 100%. De overstap van verwarmen met een CV-ketel naar verwarmen met een hybride warmtepomp leidt gemiddeld tot een vermindering van het aardgasgebruik van 50%. Indien tot 2030 5% van de woningeigenaren overstapt op verwarmen met een warmtepomp en 10% op verwarmen met een hybride warmtepomp, dan leidt dit tot een vermindering van het aardgasgebruik van 10%. Gecombineerde besparing De gecombineerde besparingspotentie door isolatie en de overstap op warmtepompen en hybride warmtepompen is 18.7% plus 10% is 28,7%. Woningen in Krimpenerwaard gebruiken jaarlijks circa 32 miljoen kubieke meter aardgas. Wanneer hier tot 2030 28,7% van wordt bespaard dan resulteert dit een vermindering van het aardgasgebruik van 9,2 miljoen kubieke meter*. Bij de verbranding van 1 kubieke meter aardgas komt 1,8 kilogram CO₂ vrij. Een vermindering van 9,2 miljoen kubieke meter aardgas komt overeen met een vermindering van de CO₂-uitstoot van 16,5 miljoen kilogram CO₂ per jaar.

De doelstelling om de isolatie te verbeteren en gedeeltelijk over te stappen van verwarmen met aardgas naar elektrisch verwarmen leidt tot een hogere vraag naar elektriciteit. Verwacht wordt dat de overstap tot 2030 van 5% van de woningen van CV-ketel naar warmtepomp en 10% van de woningen van CV-ketel naar hybride

warmtepomp leidt tot een toename van de elektriciteitsvraag van 15,8 miljoen kWh per jaar. Besparing bedrijven Als doelstelling voor bedrijven wordt gesteld dat bedrijven voldoen aan de geldende wetgeving. Dit zijn de verplichting voor kantoorgebouwen groter dan 100 m² waarin meer dan 50% van de oppervlakte voor kantoordoeleinden wordt gebruikt om in 2023 minimaal energielabel C te hebben, en de verplichting voor bedrijven en instellingen die meer dan 50.000 kWh elektriciteit of meer dan 25.000 m³ aardgas gebruiken om, op grond van het Activiteitenbesluit Milieubeheer, energiebesparende maatregelen te nemen die een terugverdientijd hebben van 5 jaar of minder. Het is met de huidige beschikbare gegevens niet mogelijk om te berekenen welke vermindering van het aardgasgebruik deze maatregelen tot gevolg heeft. * Hierbij wordt gerekend met het temperatuur gecorrigeerde aardgasgebruik. Hierbij wordt het aardgasgebruik gecorrigeerd voor de effecten van een koude of juist warme winter. Wanneer wordt gerekend met niet temperatuur gecorrigeerd aardgasgebruik dan kan een vertekend beeld ontstaan wanneer bijvoorbeeld voldoende energiebesparende maatregelen zijn genomen om het aardgasgebruik naar het doelniveau te laten dalen maar als gevolg van een koude winter het aardgasgebruik niet als zodanig is afgenomen.

57/62 Doelstellingen 2030

12. Hoe pakken we het aan?

58/62 Hoe pakken we het aan?

12. Hoe pakken we het aan? De gemeente Krimpenerwaard zet tot 2030 in op isoleren, energiebesparing en de gedeeltelijke overstap op verwarmen met een hybride warmtepomp of warmtepomp. Dit doen we door de eigen gemeentelijke gebouwen verder te verduurzamen en door woningeigenaren en eigenaren van bedrijfsgebouwen te ondersteunen en te stimuleren om de isolatie van hun woning of gebouw te verbeteren, om zelf energie op te gaan wekken en om te investeren in lage temperatuur warmteafgiftesystemen, ventilatiesystemen met warmteterugwinning en (hybride) warmtepompen. Hierbij is een belangrijke rol weggelegd voor communicatie, participatie, het beschikbaar stellen van duurzaamheidsleningen en het delen en toegankelijk maken van kennis en informatie over technieken en methoden, subsidies, leningen en terugverdientijden. In onderstaande lijst staan maatregelen die de gemeente kan nemen om het aardgasgebruik in de gemeente te verminderen. Welke maatregelen worden ingezet en hoe vaak deze maatregelen worden ingezet is afhankelijk van het beschikbare budget. -

-

Het verstrekken van duurzaamheidsleningen aan woningeigenaren die geen of te weinig financiële middelen hebben om te investeren in het energiezuiniger maken van de eigen woning. Het opstellen van een communicatieplan voor de uitvoering van de warmtevisie. Hierin wordt uitwerkt met welke

-

-

-

middelen we inwoners en bedrijven gaan informeren over de uitvoering van de warmtevisie en mogelijkheden om de woning te verduurzamen. Hierbij maken we o.a. gebruik van nieuwsbrieven, sociale mediaberichten, Het Kontakt en huis-aan-huis brieven om inwoners en bedrijven te informeren over doelstellingen en mogelijkheden. Het laten maken van films en portretten van inwoners die vertellen over de maatregelen die ze aan de eigen woning hebben uitgevoerd om het aardgasgebruik te verminderen; Het organiseren van collectieve inkoopacties voor bijvoorbeeld isolatiemaatregelen, zonnepanelen of (hybride) warmtepompen. Hiermee verlagen we de drempel voor inwoners om deze maatregelen toe te passen in de eigen woning. Factoren die hierbij een rol spelen zijn de relatief scherpe prijzen die kunnen worden verkregen bij collectieve inkopen en dat de kwaliteit van de deelnemende bedrijven en gebruikte materialen vooraf wordt getoetst door onafhankelijk deskundigen; Het aanbieden van een warmtescan aan woningeigenaren waarmee het warmteverlies van de woning zichtbaar wordt gemaakt. Dit koppelen we aan een inkoopactie voor isolatiemaatregelen; We doen onderzoek naar het toepassen van concepten waarbij investeringen in energiebesparing door particuliere woningeigenaren wordt gefinancierd uit het verschil tussen de bestaande energielasten en de energielasten na uitvoering

59/62 Hoe pakken we het aan?

-

-

-

-

-

van de verduurzamingsmaatregelen; We richten ons in onze aanpak ook op doelgroepen. Voorbeelden van doelgroepen waarvoor een specifieke aanpak wordt opgesteld zijn monumenteigenaren of inwoners die net een woning hebben gekocht en die mogelijk het isoleren van de woning of het vervangen van de CV-installatie kunnen combineren met andere verbouwingsplannen; We werken samen met platforms waar het delen van kennis en ervaringen tussen woningeigenaren over het energiezuiniger en aardgasvrij maken van de woning centraal staat, zoals bijvoorbeeld de Duurzame Huizenroute; We zetten ons er bestuurlijk en ambtelijk voor in om de productie van groen gas in de gemeente mogelijk te maken; We informeren inwoners en bedrijven over mogelijkheden om het aardgasgebruik te verminderen, om de woning of het gebouw energiezuiniger te maken en over gemeentelijke, provinciale en nationale subsidies en leningen voor het energiezuiniger en of aardgasvrij maken van de woning. Dit doen we onder andere met sociale mediaberichten, nieuwsbrieven, themapagina’s in het Kontakt en huis-aan-huis brieven.

We stimuleren de ontwikkeling van sociale netwerken in wijken en woonkernen waarin kennis en ervaringen over het verminderen van het aardgasgebruik worden gedeeld en waarin gezamenlijk acties worden voorbereid; We zijn (na Corona) aanwezig op markten of andere locaties of bijeenkomsten waar mensen bij elkaar komen om inwoners te informeren over de mogelijkheden om het aardgasgebruik te verminderen, de energielasten te verlagen en het wooncomfort te verhogen;

-

-

-

-

-

-

We werken samen met het energieloket waar inwoners vragen kunnen stellen over de stappen die ze kunnen zetten in het verminderen van het aardgasgebruik of waar ze met een online module een stappenplan voor de verduurzaming van hun woning kunnen maken; Met communicatie-acties zetten we in op het lager zetten van de temperatuur van de CV naar 60 graden, wat leidt tot een directe besparing op het aardgasgebruik zonder investering; We besteden specifieke aandacht aan lage inkomens en groepen die een relatief groot deel van hun inkomen besteden aan energie om energiebesparing te realiseren. Dit doen we onder andere via het team Schuldhulpsanering; We werken samen met netbeheerder Stedin bij het in kaart brengen van mogelijke toekomstige knelpunten in de capaciteit van het elektriciteitsnet met als doel om het ontstaan van deze knelpunten in het elektriciteitsnet in onze gemeente te voorkomen; We gaan ervoor lobbyen om het bestaande gasnet in de gemeente in stand te houden voor het transport van groen gas, vooral in de wijken en gebieden waar woningen naar verwachting niet alleen elektrisch kunnen worden verwarmd zoals oudere wijken en woningen; We onderzoeken mogelijkheden om collectieve inwonersinitiatieven in de gemeente, die zich richten op het verminderen van het aardgasgebruik of het aardgasvrij maken van woningen, inhoudelijk of financieel te ondersteunen.

Periodiek wordt het Burgerpanel van de gemeente worden gevraagd naar hun mening over het afbouwen van het aardgasgebruik. Op die manier kan de ontwikkeling van het draagvlak onder inwoners en de mening van inwoners over het

60/62 Hoe pakken we het aan?

-

verminderen van het aardgasgebruik worden gemonitord; De groep inwoners die heeft meegedacht bij de totstandkoming van deze warmtevisie zal een paar keer per jaar worden uitgenodigd om mee te denken over de uitvoering van de warmtevisie, over de voortgang van het verminderen van het aardgasgebruik en over de middelen en methoden die worden ingezet om het aardgasgebruik te verminderen of te beëindigen.

De inzet van deze middelen werken we uit in een uitvoeringsplan. Elk jaar monitoren we hoeveel het aardgasgebruik in de gemeente is gedaald en of dit in lijn is om de doelstelling voor 2030 te halen. Indien de daling van het aardgasgebruik minder is dan nodig om de doelstelling te halen, dan intensiveren we de aanpak en bekijken we welke aanvullende middelen we in kunnen zetten om het doel te behalen. De mate waarin deze maatregelen kunnen worden uitgevoerd is afhankelijk van het beschikbare budget.

op aardgas en elektriciteit, de productie en distributie van groen gas en technische en economische ontwikkelingen op het gebied van isolatie, warmtenetten, energieopwekking en verwarmingsinstallaties. De snelheid en richting waarmee deze ontwikkelingen zich voltrekken kunnen niet over een lange termijn worden voorspeld. Daarom zal de warmtevisie minimaal elke 5 jaar, of als de ontwikkelingen hiertoe aanleiding geven eerder, worden herzien. Dan zal opnieuw worden beoordeeld of collectieve warmtenetten in de gemeente haalbaar zijn.

Ontwikkelingen energietransitie en herziening Warmtevisie De snelheid en de richting waarin de warmtetransitie zich voltrekt is afhankelijk van een aantal factoren. Op een deel van deze factoren heeft de gemeente invloed zoals bijvoorbeeld door het verbeteren van de financiering door het aanbieding van duurzaamheidsleningen of warmtescans, door het informeren van inwoners en door het organiseren van inkoopacties. Op een aantal factoren hebben woning- en gebouweigenaren en de gemeente geen invloed. Dit zijn bijvoorbeeld de ontwikkeling van de prijzen en de belasting

61/62 Hoe pakken we het aan?

Bijlagen 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7. 8. 9. 10 11. 12. 13.

Resultaten enquête burgerpanel over warmtetransitie, Research2evolve, 2021. Onderzoeksrapport haalbaarheid warmtenet Gouderak, Witteveen en Bos, 2020. Uitkomsten Openingsbod, Stedin, 2021. Warmtebronnen en warmtenetten in Krimpenerwaard. Uitgangspunten woningcorporaties voor de warmtevisie gemeente Krimpenerwaard, 2021. Onderzoeksrapport geothermie regio Midden-Holland, IF Technologie, 2020. Onderzoeksrapport potentie zonthermie Zuid-Holland, CE Delft, 2020. Overzichten kenmerken wijken Krimpenerwaard. Overzichtskaart leeftijd gasnetten Krimpenerwaard, Stedin. Overzichtskaart capaciteit elektriciteitsnet, Stedin Overzichtskaart monumenten en beschermde dorpsgezichten Krimpenerwaard. Overzichtskaart propaantanks Krimpenerwaard. Kaart grondwaterbeschermingsgebieden Krimpenerwaard.

62/62 Bijlagen

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Krimpenerwaard&id=369932f5-3893-46b4-b946-c09d0c92014c