Warmtevisie Gemeente Krimpenerwaard 2021
Tekst van het document
Warmtevisie Krimpenerwaard
Inhoudsopgave Samenvatting 1. Onze visie op warmte 2. Waarom willen we van het aardgas af? 3. Wat vinden inwoners? 4. Warmtevraag woningen en gebouwen in Krimpenerwaard 5. Energiebesparing 6. Infrastructuren voor energie 7. Alternatieven voor aardgas 8. Vergelijken alternatieven aardgas 9. Sociale en economische aspecten van de warmtetransitie 10. Ruimtelijke aspecten van de warmtetransitie 11. Doelstellingen voor 2030 12. Hoe pakken we het aan? Bijlagen
3 5 8 12 17 25 30 33 42 47 50 53 58 62
2/62 Inhoudsopgave
Samenvatting In 2015 is het Akkoord van Parijs ondertekend door een groot aantal landen, waaronder Nederland. Hierin is de doelstelling vastgelegd om de mondiale verhoging van de temperatuur te beperken tot maximaal 2 graden Celsius door het gebruik van fossiele brandstoffen en de uitstoot van CO₂ te verminderen. In Nederland is het Akkoord van Parijs uitgewerkt in het Klimaatakkoord en in de Klimaatwet. Hierin is afgesproken dat we in Nederland het gebruik van fossiele brandstoffen, waaronder aardgas, af gaan bouwen en voor 2050 beëindigen. Maar wat betekenen deze akkoorden voor de gemeente Krimpenerwaard en wat betekent dit voor de manier waarop wij onze woningen in de toekomst verwarmen. Daarover gaat deze warmtevisie. In deze warmtevisie leggen we vast wat de meest haalbare en betaalbare alternatieven voor aardgas in onze gemeente zijn. Ook leggen we hierin vast welke doelen we in de gemeente in 2030 willen bereiken op het gebied van het verminderen van het gebruik van aardgas voor het verwarmen van woningen en gebouwen. Het vervangen van aardgas voor het verwarmen van woningen en gebouwen, voor het maken van warm kraanwater en voor het koken door fossielvrije energiebronnen en methoden wordt de warmtetransitie genoemd. Dit is een van de onderdelen van de energietransitie
Alternatieven Om te bepalen wat de meest haalbare en betaalbare alternatieven zijn, gebruiken we de Startanalyse van het Planbureau voor de
Leefomgeving. De volgende alternatieven zijn onderzocht: 1. Elektrisch verwarmen; 2. Verwarmen met een warmtenet met duurzame warmtebron; 3. Verwarmen met groen gas of waterstof; Ook hebben we een onderzoek uit laten voeren naar de haalbaarheid van een warmtenet in Gouderak, gebaseerd op warmte uit oppervlaktewater bij gemaal Verdoold. Het onderzoek van het Planbureau voor de Leefomgeving en het onderzoek in Gouderak laten zien dat warmtenetten in Krimpenerwaard voorlopig nog niet haalbaar zijn. Dit is vooral een gevolg van het hoge aandeel laagbouwwoningen in de gemeente. Hierdoor zijn de kosten voor de aanleg van een warmtenet omgerekend per woning relatief hoog. Ook het ontbreken van omvangrijke (rest)warmtebronnen in de gemeente speelt een belangrijke rol. Groen gas is gas dat kan worden geproduceerd uit organische reststoffen zoals groente- fruit- en tuinafval (GFT) of mest. Groen gas kan een duurzaam alternatief zijn voor aardgas. De productie van groen gas is alleen nu nog klein. Hetzelfde geldt voor waterstof. De toekomstige beschikbaarheid en prijs van groen gas en waterstof zijn nog te onzeker om een rol te kunnen spelen in de doelen voor 2030. Om die reden zijn groen gas en waterstof mogelijk alternatieven voor de langere termijn, na 2030. Het meest haalbare alternatief voor verwarmen met aardgas tot 2030 is daarom elektrisch verwarmen met een warmtepomp.
3/62 Samenvatting
Isolatie en besparing Het verbeteren van de isolatie van woningen en gebouwen is een onmisbare en logische eerste stap in het verminderen van het aardgasgebruik en in de overschakeling op alternatieven voor aardgas. Isoleren leidt tot een lager energieverbruik en lagere energielasten en is onafhankelijk van de manier waarop de woning in de toekomst wordt verwarmd, met elektriciteit, groen gas of een warmtenet. Om een woning elektrisch te kunnen verwarmen moet deze voldoende zijn geïsoleerd, tot energielabel B of beter. Niet alle woningen kunnen tegen aanvaardbare kosten worden geïsoleerd tot label B of beter. Dit geldt vooral voor oudere woningen. Voor deze woningen is isolatie in combinatie met de overstap op een hybride warmtepomp, die zowel gebruik maakt van elektriciteit als van aardgas, de meest haalbare en betaalbare manier om het aardgasgebruik te verminderen.
De aanpak om dit doel in 2030 te bereiken wordt uitgewerkt in een uitvoeringsplan. Methoden om het aardgasgebruik te verminderen zijn bijvoorbeeld het aanbieden van duurzaamheidsleningen en het organiseren van inkoopacties voor isolatiemaatregelen, warmtepompen en zonnepanelen. Jaarlijks wordt bekeken hoeveel het aardgasgebruik in de gemeente is gedaald en of bijsturing van de aanpak noodzakelijk is om de doelen voor 2030 te halen. Indien nodig stellen we de aanpak tussentijds bij. Om aan te blijven sluiten op de technische en economische ontwikkelingen herzien we de warmtevisie minimaal elke vijf jaar. Dan beoordelen we ook opnieuw of warmtenetten, groen gas en waterstof in Krimpenerwaard haalbaar zijn.
Isolatie en energiebesparing zijn noodzakelijke en logische eerste stappen in het afbouwen van het aardgasgebruik. Uit onderzoek blijkt dat waternetten voorlopig nog niet haalbaar zijn in de Gemeente Krimpenerwaard. Groen gas en waterstof als alternatief voor aardgas zijn nog zeer beperkt beschikbaar. Om deze redenen zet de Gemeente Krimpenerwaard tot 2030 in op het isoleren van woningen en gebouwen en op de overstap van verwarmen met een CV-ketel naar elektrisch verwarmen met een warmtepomp of met een hybride warmtepomp. Ons doel is om het aardgasgebruik in Krimpenerwaard in 2030 op deze manier met 30% te verminderen ten opzichte van 2021.
4/62 Samenvatting
1. Onze visie op warmte
5/62 Onze visie op warmte
1. Onze visie op warmte De Gemeente Krimpenerwaard onderschrijft de ambities van het Akkoord van Parijs en het nationale Klimaatakkoord om de klimaatverandering tegen te gaan en in 2050 klimaatneutraal en aardgasvrij te zijn.
van woningen en gebouwen te verbeteren, door lage temperatuur verwarmingssystemen zoals vloerverwarming of lage temperatuur radiatoren toe te passen en door ventilatie met warmteterugwinning toe te passen.
We leveren onze bijdrage hieraan door: onze woningen en gebouwen beter te isoleren; hernieuwbare energie op te gaan wekken; aardgas als energiebron voor het verwarmen van woningen en gebouwen te vervangen door elektriciteit, door duurzame warmtebronnen zoals aardwarmte of warmte uit oppervlakte water of door groen gas.
Draagvlak en oplossingen die passen bij een woonkern, wijk of buurt zijn essentieel voor het slagen van de warmtetransitie. Daarom stimuleren we inwoners, bedrijven en instellingen die gezamenlijk initiatieven starten om het aardgasgebruik te verminderen of te beëindigen.
We vinden het belangrijk dat het energiezuiniger maken van woningen en gebouwen en alternatieven voor aardgas betaalbaar, duurzaam en veilig zijn en dat de energievoorziening betrouwbaar is. We streven ernaar om het afbouwen en beëindigen van het aardgasgebruik woonlastenneutraal te realiseren. Dit doen we door in te zetten op energiebesparing, op het uitvoeren van verduurzamingsmaatregelen op natuurlijke momenten zoals verhuizingen of verbouwingen, door collectieve inkoopacties aan te bieden, door duurzaamheidsleningen aan te bieden en door inwoners te informeren over beschikbare subsidies. We leggen in eerste instantie de focus op het verminderen van het aardgasgebruik voor verwarming door onder andere de isolatie
Indien warmtebronnen waarbij geen CO₂ vrijkomt, zoals aardwarmte of warmte uit oppervlaktewater, beschikbaar en betaalbaar zijn, dan hebben die de voorkeur boven het elektrisch verwarmen van woningen en gebouwen. Dit om de vraag naar hernieuwbare elektriciteit zo min mogelijk te lagen stijgen. Wanneer er in de gemeente voldoende kansen zijn voor de ontwikkeling van warmtenetten en duurzame warmtebronnen, dan zal de gemeente hier een regisserende rol in nemen. We beschouwen het gebruik van hybride warmtepompen, die zowel op aardgas als elektriciteit werken, tot 2030 als een effectieve en betaalbare methode om de uitstoot van CO₂ te verminderen. Indien er in de toekomst voldoende groen gas beschikbaar komt dan kunnen hybride warmtepompen ook een definitieve oplossing zijn voor het aardgasvrij verwarmen van woningen en gebouwen.
6/62 Onze visie op warmte
We stimuleren de lokale productie van groen gas door het vergisten van organische reststoffen zoals mest. Het toekomstige aanbod van groen gas zetten we vooral in voor het verwarmen van woningen waarbij de warmtevraag, ook na isolatie, nog te groot is om alleen te kunnen verwarmen met elektriciteit en waar geen warmtenetten worden aangelegd. Dit zijn bijvoorbeeld oudere woningen in het buitengebied.
met elektriciteit verwarmd kunnen worden. Wanneer nog maar een klein deel van de woningen in een wijk gebruik maakt van aardgas dan zal een datum worden bepaald waarop de levering van aardgas wordt beëindigd. Indien de kans klein is dat het gasnet in de toekomst gebruikt kan gaan worden voor het transport van groen gas of waterstof dan wordt het gasnet verwijderd.
We zijn geen voorstander van het gebruik van hoogwaardige biomassa zoals hout en pellets als alternatief voor aardgas voor het verwarmen van woningen of gebouwen. Dit vanwege de negatieve effecten die het heeft op de luchtkwaliteit, bijvoorbeeld door de fijnstof, de stikstof en CO₂ die erbij vrijkomt. De gemeente ziet voor zichzelf een belangrijke rol in het informeren van inwoners en bedrijven over de mogelijkheden om het aardgasgebruik te verminderen en in het faciliteren van inwoners bij het verminderen van het aardgasgebruik door bijvoorbeeld het organiseren van collectieve inkoopacties voor isolatiemaatregelen, het aanbieden van warmtescans, het aanbieden van duurzaamheidsleningen of het aanbieden van energieadviezen. De overstap van verwarmen met aardgas naar elektrisch verwarmen stelt extra eisen aan het elektriciteitsnet. In samenwerking met Stedin wordt bepaald waar en wanneer het elektriciteitsnet moet worden verzwaard om in de toenemende vraag naar elektriciteit te kunnen voorzien. Voorlopig streven we ernaar om het gasnet in stand te houden zodat dit in de toekomst kan worden gebruikt voor het transporteren van groen gas of waterstof. Dit is vooral van belang in wijken en gebieden met oudere woningen die niet alleen
7/62 Onze visie op warmte
2. Waarom willen we van het aardgas af?
8/62 Waarom willen we van het aardgas af?
2. Waarom willen we van het aardgas af? Het klimaat verandert. Dit is voor een belangrijk deel het gevolg van het gebruik van fossiele brandstoffen en de CO₂ die hierbij vrijkomt. Op allerlei niveaus worden daarom afspraken gemaakt, plannen uitgewerkt en technieken en wetgeving ontwikkeld om de uitstoot van CO₂ te verminderen. Om de effecten van klimaatverandering te beperken heeft een groot aantal landen, waaronder Nederland, in 2015 het Akkoord van Parijs ondertekend. Hierin is afgesproken om de mondiale stijging van de temperatuur te beperken tot maximaal 2 graden en te streven naar een maximale verhoging van 1,5 graad. De in Parijs gemaakte afspraken zijn in Nederland vertaald naar het Klimaatakkoord en de Klimaatwet. Hierin is vastgelegd dat Nederland in 2030 49% minder CO₂-uitstoot ten opzichte van 1990 en in 2050 95% minder, door het gebruik van fossiele brandstoffen af te bouwen. Daarom is in het Klimaatakkoord afgesproken om het gebruik van aardgas af te bouwen en voor 2050 te beëindigen. Naast het tegengaan van klimaatverandering zijn in Nederland de aardbevingen als gevolg van de aardgaswinning in Groningen een belangrijke reden geweest voor het besluit om de aardgaswinning te beëindigen en het gebruik van aardgas af te gaan bouwen. Aardgas wordt gebruikt voor het verwarmen van woningen en gebouwen, voor het produceren van producten en in de land- en tuinbouw.
De industrie en de landbouw hebben vanuit het Klimaatakkoord eigen doelstellingen en zijn als sector verantwoordelijk voor de realisatie daarvan.
Deze warmtevisie gaat over het verminderen en uiteindelijke beëindigen van het aardgasgebruik voor het verwarmen van woningen en gebouwen.
Verduurzaming van woningen en gebouwen In het Klimaatakkoord zijn per sector afspraken gemaakt en doelen vastgelegd voor het verminderen van de CO₂ uitstoot. Dit is gedaan voor de sectoren: industrie, mobiliteit, landbouw, elektriciteit en gebouwde omgeving. De gebouwde omgeving betreft alle circa 7 miljoen woningen en circa 1 miljoen utiliteitsgebouwen in Nederland. Voor de gebouwde omgeving is afgesproken dat alle woningen en gebouwen voor 2050 aardgasvrij zijn. Voor 2030 is de doelstelling een vermindering van de CO₂-uitstoot met 3,4 miljoen ton. Dit komt overeen met het verduurzamen van ongeveer 1,5 miljoen bestaande woningen. Het afbouwen van het aardgasgebruik en het vervangen van aardgas door duurzame energiebronnen voor het verwarmen van woningen en gebouwen wordt de warmtetransitie genoemd. Wanneer wordt gekeken naar het energiegebruik in de gemeente Krimpenerwaard dan is ruim 40% in de vorm van aardgas. In onderstaand figuur is het energiegebruik in de gemeente Krimpenerwaard weergegeven verdeeld naar soort.
9/62 Waarom willen we van het aardgas af?
€ 1.650 per woning. (Bron Milieucentraal) Deze energielasten bepalen mede welke besparingen er in een woning mogelijk zijn. Bij het bepalen van doelstellingen op het gebied van de energietransitie worden vaak verschillende eenheden gebruik zoals het aantal kubieke meters aardgasgebruik, het aantal kilowattuur (kWh) elektriciteitsgebruik en de CO₂ die hierbij vrijkomt uitgedrukt in kilogram. Woningen en gebouwen gebruiken vaak zowel elektriciteit als aardgas. Woningen die in Krimpenerwaard aardgasvrij worden gemaakt of aardgasvrij worden gebouwd gebruiken vaak alleen elektriciteit.
Huidig energieverbruik verdeeld naar soort in Krimpenerwaard, bron Klimaatmonitor. Daarmee is de verduurzaming van de warmtevraag een belangrijke pijler onder de doelstellingen van het klimaatakkoord.
Aardgas, elektriciteit en CO₂ Een gemiddeld Nederlands huishouden verbruikt jaarlijks circa 1.270 kubieke meter aardgas en circa 2.760 kilowattuur (kWh) elektriciteit. De jaarlijkse kosten hiervoor bedragen gemiddeld
Er wordt in de media en beleidsdocumenten vaak gesproken over het aardgasvrij maken van woningen en wijken. Het verminderen van het aardgasgebruik door isolatie of efficiëntere verwarmingsen warmteafgiftesystemen leidt direct tot een daling van de CO₂ uitstoot. Elke kubieke meter aardgas die op deze manier wordt bespaard voorkomt 1,8 kilogram CO2 uitstoot. Wanneer we overstappen van verwarmen met aardgas naar elektrisch verwarmen ligt dit ingewikkelder. Dit komt omdat elektriciteit nu nog voor een groot deel wordt opgewekt met fossiele brandstoffen. De uitstoot van CO₂ vindt dan niet meer in de woning plaats maar is deels verplaatst naar de elektriciteitscentrale. Bij het verminderen van de CO₂-uitstoot is het dus van belang om naar de hele keten te kijken, naar de CO₂ die vrijkomt bij de opwek, het transport, de opslag en het gebruik van de energie. Jaarlijks stijgt het aandeel hernieuwbare elektriciteit uit wind en zon in Nederland. Naarmate het aandeel hernieuwbare elektriciteit toeneemt, daalt de CO₂-uitstoot van het elektrisch verwarmen van de woning.
10/62 Waarom willen we van het aardgas af?
Relatie Warmtevisie en de Regionale Energie Strategie (RES) Naast afspraken over het verminderen van het aardgasgebruik zijn er in het Klimaatakkoord ook afspraken gemaakt over het opwekken van elektriciteit uit hernieuwbare bronnen zoals wind- en zonneenergie. In het Klimaatakkoord is vastgelegd dat elke regio een plan opstelt waarin de doelen voor het opwekken van wind- en of zonne-energie worden vastgelegd. Dit plan heet de Regionale Energie Strategie (RES). De gemeente Krimpenerwaard maakt onderdeel uit van de regio Midden-Holland. De concept-RES van de regio Midden-Holland is in oktober 2020 vastgesteld. Hierin staat de doelstelling om voor 2030 0,435 terawattuur (TWh) hernieuwbare elektriciteit op te wekken. Dit staat gelijk aan zonnevelden met een omvang van ongeveer 1088 voetbalvelden. De doelen die we in deze Warmtevisie vastleggen hebben geen invloed op de hoogte van de doelstelling voor 2030 die wordt vastgelegd in de RES 1.0. De RES houdt gedeeltelijk rekening met een stijging van het elektriciteitsgebruik als gevolg van elektrisch verwarmen en de toename van elektrisch rijden. Elektrisch verwarmen is één van de alternatieven voor verwarmen met aardgas. Hierdoor stijgt het elektriciteitsgebruik in de gemeente Krimpenerwaard, ook na 2030.
Als we meer elektrisch gaan verwarmen betekent dit mogelijk dat we de doelstelling voor het opwekken van hernieuwbare elektriciteit in de regio na 2030 moet worden verhoogd.
11/62 Waarom willen we van het aardgas af?
3. Wat vinden inwoners?
12/62 Wat vinden inwoners?
3. Wat vinden inwoners? Het slagen van de warmtetransitie staat of valt met de betrokkenheid van inwoners, woningcorporaties, huurders, bedrijven en alle andere belanghebbenden. Daarom hebben we deze groepen gevraagd welke ambities we in de gemeente moeten nastreven op het gebied van het verduurzamen van het verwarmen van onze woningen en gebouwen. Vanwege de Coronabeperkingen hebben deze bijeenkomsten en overleggen vooral online plaatsgevonden. Er zijn informatiebijeenkomsten en webinars, georganiseerd, er hebben online gesprekken plaatsgevonden en het burgerpanel van de gemeente heeft een enquête ingevuld over de warmtetransitie.
Informatiebijeenkomsten In september 2020 zijn er in de gemeente informatiebijeenkomsten gehouden in Ouderkerk aan de IJssel en Bergambacht over de warmtetransitie en de Regionale Energie Strategie (RES). Tijdens deze bijeenkomsten zijn informatie, kennis en standpunten uitgewisseld tussen inwoners, raadsleden en vertegenwoordigers van verenigingen en belangengroepen over het afbouwen van het aardgasgebruik en over het opwekken van hernieuwbare elektriciteit. Naast inwoners en raadsleden waren tijdens deze bijeenkomsten ook energie-coöperatie Waardstroom, bedrijvenplatform Waardzaam, de Natuur- en Vogelwerkgroep Krimpenerwaard en Duurzaam Bouwloket aanwezig. Inwoners Naar aanleiding van oproepen in het Kontakt en in sociale mediaberichten heeft een groep inwoners zich aangemeld om mee te denken over de Warmtevisie. In november 2020 en februari 2021 hebben een aantal onlinegesprekken plaatsgevonden waarbij informatie en standpunten zijn uitgewisseld over de warmtetransitie en over het verduurzamen van woningen. Deze groep inwoners is ook gevraagd welk doel we als gemeente voor 2030 zouden vast moeten leggen in de warmtevisie. Hierbij zijn twee keuzes voorgelegd: een gemeentebrede aanpak gericht op isolatie en energiebesparing of het aardasvrij maken van een aantal geselecteerde wijken. Alle inwoners die deelnamen aan de overleggen gaven aan een voorkeur te hebben
13/62 Wat vinden inwoners?
voor een gemeentebrede aanpak gericht op isolatie en energiebesparing voor 2030. Naast inwoners en woningeigenaren zijn de uitgangspunten voor de Warmtevisie ook besproken met de woningcorporaties, met bedrijvenplatform Waardzaam, met energiecoöperatie Waardstroom en met netbeheerder Stedin. Enquête Burgerpanel In januari 2021 is het burgerpanel van de gemeente gevraagd door middel van een enquête hun mening te geven over de warmtetransitie. Deze enquête is ingevuld door 628 van de 979 inwoners die deelnemen aan het burgerpanel. De respons is daarmee 64%. De belangrijkste uitkomsten zijn dat ruim een derde het eens is met de stelling dat Nederland en Krimpenerwaard aardgasvrij moeten worden, dat ruim een derde het niet eens is met deze stelling en dat ongeveer een derde neutraal is. Als belangrijkste randvoorwaarden voor alternatieven voor aardgas worden genoemd dat deze betaalbaar zijn, dat deze duurzaam zijn en dat er keuzevrijheid is. Ook is het burgerpanel gevraagd welk doel we in de gemeente voor 2030 na moeten streven: het aardgasvrij maken van een aantal geselecteerde wijken of een gemeentebrede aanpak gericht op isolatie en energiebesparing. 58% had een voorkeur voor een gemeentebrede aanpak gericht op isolatie en energiebesparing en 22% had een voorkeur voor het aardgasvrij maken van geselecteerde wijken.
Het rapport met de volledige resultaten van de enquête is weergegeven in bijlage 1. Bedrijven Begin 2021 heeft een online bijeenkomst plaatsgevonden georganiseerd door Waardzaam en andere duurzame bedrijvenplatforms in de regio Midden-Holland. Tijdens deze bijeenkomst
zijn informatie en standpunten uitgewisseld over manieren om het aardgasgebruik bij bedrijven te verminderen. Daarnaast heeft overleg plaatsgevonden met Waardzaam over de ambities en doelen die bedrijven kunnen stellen op het gebied van de warmtetransitie. Bedrijven hebben de doelstelling om energiebesparende maatregelen uit te voeren die onderdeel zijn van het Activiteitenbesluit milieubeheer en het voor 2023 verduurzamen van kantoren naar label C.
Communicatie Communicatie speelt een belangrijke rol in de warmtetransitie. Veel woningeigenaren en huurders weten (nog) niet hoe ze het aardgasgebruik kunnen verminderen, wat de terugverdientijden van maatregelen zijn en welke effecten de maatregelen hebben op het wooncomfort. De gemeente zet daarom de komende jaren extra in om meer inwoners te bereiken en te informeren over het thema warmtetransitie zoals bijvoorbeeld over de mogelijkheden van het verminderen van het aardgasgebruik, over beschikbare subsidies en over terugverdientijden van maatregelen. De communicatie en informatievoorziening richten we ook op doelgroepen zoals inwoners die net een woning hebben gekocht, eigenaren van monumenten of huurders van sociale of particuliere huurwoningen. Waar mogelijk faciliteert de gemeente woningcorporaties bij het informeren van huurders over maatregelen om het energieverbruik te verlagen.
14/62 Wat vinden inwoners?
Wie wonen er in Krimpenerwaard? In 2019 is onderzoek gedaan naar de leefstijlen van de inwoners in de gemeente Krimpenerwaard. Hierbij is onder andere gekeken naar wat inwoners belangrijke waarden vinden, hoe we geïnformeerd willen worden en hoe we staan tegenover het thema duurzaamheid. Uit het onderzoek blijkt dat 41% van de inwoners traditie belangrijk vinden. Het onderzoek geeft ook een beeld hoe eenvoudig of lastig inwoners van de gemeente te enthousiasmeren zijn voor duurzaamheid en de energietransitie. Op basis van het onderzoek wordt verwacht dat dit bij 27% makkelijk, bij 44% gemiddeld en bij 29% moeilijk is.
15/62 Wat vinden inwoners?
Inwoners van de gemeente Krimpenerwaard die hebben meegedaan aan een campagne over het verduurzamen van de eigen woning.
16/62 Wat vinden inwoners?
4. Warmtevraag woningen en gebouwen in Krimpenerwaard
17/62 Warmtevraag woningen en gebouwen in Krimpenerwaard
4. Warmtevraag woningen en gebouwen in Krimpenerwaard De gemeente Krimpenerwaard wordt gekenmerkt door uitgestrekte polders, relatief kleine woonkernen, weinig gestapelde bouw en de aanwezigheid van lintbebouwing. Deze eigenschappen bepalen mede hoe het afbouwen van het aardgasgebruik in de gemeente kan worden georganiseerd, welke alternatieven er voor aardgas zijn en welke het meest haalbaar en betaalbaar zijn. De warmtetransitie betekent dat alle bestaande woningen op een andere manier verwarmd moeten worden en op een andere manier moeten worden voorzien van energie om te koken en om bijvoorbeeld te douchen. Ook betekent dit dat bedrijven hun aardgasgebruik moeten verminderen en uiteindelijk moeten overstappen op een hernieuwbare energiebron voor verwarmen van de gebouwen en het produceren van producten.
de aardgaslevering in een wijk vraagt om een geïntegreerde aanpak waarbij zowel de woningen als bedrijven worden betrokken. De gemeente Krimpenerwaard telt 12 kernen en circa 23.569 woningen (Bron Kadaster), waarvan 66% koopwoning, 29% sociale huurwoning en 7 % particuliere huurwoning. Van de woningen is circa 80% eengezinswoningen en 20% appartementen. Het overgrote deel van de woningen staat in de dorpen (circa 88%). En het overgrote deel van de woningen betreft laagbouw. Ongeveer 8% (circa 2.121) van alle gebouwen in Krimpenerwaard zijn utiliteitsgebouwen.
Het verminderen en uiteindelijk beëindigen van het aardgasgebruik door bedrijven voor het verwarmen van de gebouwen maakt onderdeel uit van de Warmtevisie. Het aardgasgebruik voor het produceren van producten maakt formeel geen onderdeel uit van deze Warmtevisie omdat dit valt onder de afspraken die in het Klimaatakkoord zijn gemaakt voor de sector industrie in plaats van de sector gebouwde omgeving. Toch kunnen deze twee doelstellingen niet los van elkaar worden gezien. Bijvoorbeeld wanneer in de toekomst voor een wijk, waar naast woningen ook bedrijven staan, wordt besloten om de levering van aardgas te beëindigen. Het verminderen van het aardgasgebruik en het uiteindelijk beëindigen van
18/62 Warmtevraag woningen en gebouwen in Krimpenerwaard
In onderstaand figuur is de verdeling van bouwjaren van woningen in de gemeente weergegeven. Hieruit blijkt dat in de periode 1966 – 1990 de meeste woningen zijn gebouwd. Over het algemeen geldt dat hoe ouder een woning is hoe hoger de energievraag is voor verwarming.
In onderstaande figuur is de verdeling van de gebouwen over de kernen (inclusief buitengebied) van de gemeente weergegeven. Hieruit blijkt dat het aandeel utiliteitsgebouwen relatief laag is.
Verdeling aantallen koop- en huurwoningen en utiliteitsgebouwen
Aantallen woningen per bouwjaarklasse in de gemeente Krimpenerwaard Verdeling percentage koop- en huurwoningen Krimpenerwaard
19/62 Warmtevraag woningen en gebouwen in Krimpenerwaard
Huurwoningen en woningcorporaties Krimpenerwaard telt zeven woningcorporaties die in totaal circa 6.420 woningen in eigendom hebben. In het Convenant Energiebesparing Huursector is door koepelorganisatie Aedes als doel afgesproken dat sociale huurwoningen in Nederland in 2021 gemiddeld energielabel B hebben. De focus van de woningcorporaties in de gemeente ligt daarom op het verbeteren van de energieprestatie van de woningen door de isolatie van de woningen te verbeteren. Een aantal woningcorporaties is daarnaast ook bezig met het plaatsen van zonnepanelen op huurwoningen om de energieprestatie van de woningen te verbeteren. Ook heeft een aantal woningcorporaties in de gemeente Krimpenerwaard proeven gedaan met het volledig aardgasvrij maken van huurwoningen. Een voorwaarde voor woningcorporaties om verduurzamings- en renovatieplannen te kunnen uitvoeren is dat minimaal 70 % van de huurders instemt met de plannen. Hierbij is het uitgangspunt bij het uitvoeren van verduurzamingsmaatregelen dat de woonlasten van de huurders niet stijgen en in veel gevallen dalen door lagere energielasten. De woningcorporaties geven aan dat de verhuurderheffing die ze afdragen de mogelijkheden om te investeren in het verduurzamen van hun woningen beperkt. Per woningcorporatie zijn doelen gesteld over onder andere de bouw en de verduurzaming van huurwoningen.
Deze doelen zijn vastgelegd in prestatieafspraken. De woningcorporaties in Krimpenerwaard hebben gezamenlijk een uitgangspuntennotitie opgesteld over de warmtetransitie in de gemeente. Hierin staat onder andere dat betaalbaarheid en duurzaamheid belangrijke criteria zijn voor besparingsmaatregelen en alternatieven voor aardgas en dat investeringen in verduurzaming bij voorkeur worden gedaan
op natuurlijke momenten. De notitie van de woningcorporaties is weergegeven in bijlage 5. De inhoud en doelstellingen van deze warmtevisie zijn mede tot stand gekomen op basis van overleggen met de woningcorporaties.
Energievraag woningen Krimpenerwaard Woningen in Krimpenerwaard verbruiken ongeveer 32 miljoen kubieke meter aardgas per jaar. (bron: Klimaatmonitor). Vijftien jaar geleden was het verbruik van aardgas 39 miljoen m³ aardgas. De gemiddelde bestaande woning gebruikt circa vier keer meer energie voor verwarming in de vorm van aardgas dan voor verlichting en apparaten in de vorm van elektriciteit. Bij het verminderen van de energievraag van woningen is het dus van belang om vooral te kijken naar de warmtevraag en hoe deze verminderd kan worden. De warmtevraag van een woning is, zonder aanvullende isolatiemaatregelen, gerelateerd aan de leeftijd van de woning. Over het algemeen geldt, hoe ouder een woning hoe hoger het gemiddelde energieverbruik voor verwarming. Dit komt omdat de eisen op het gebied van gebouwisolatie in de loop van de tijd stap voor stap strenger zijn geworden.
20/62 Warmtevraag woningen en gebouwen in Krimpenerwaard
In onderstaande figuur is het aantal woningen met een voorlopig energielabel in Krimpenerwaard per energielabelklasse weergegeven. Hier is zichtbaar dat woningen met een voorlopig energielabel C het meeste voorkomen in de gemeente.
is afhankelijk van de benodigde hoeveelheid warmte om de woning in de winter warm te houden (de isolatiegraad) en de warmteafgiftesystemen. Een goed geïsoleerde woning, voorzien van een lage-temperatuur-verwarming zoals vloerverwarming, kan worden verwarmd met een lage temperatuur terwijl voor een oude, nog niet geïsoleerde, woning een hoge temperatuur nodig is. CV-ketels leveren een hoge temperatuur warmte. Warmteprofiel Krimpenerwaard HT: >70 graden MT: tussen 55 en 70 graden LT: <55 graden
Verdeling aantallen woningen met een voorlopig energielabel per energielabelklasse in Krimpenerwaard De kaart hiernaast geeft een overzicht van de warmtevraag van woningen in de gemeente nadat verduurzamingsmaatregelen, waaronder het verbeteren van de isolatie, zijn uitgevoerd. Woningen zijn verdeeld in drie profielen: hoge temperatuur (HT, hoger dan 70 graden), middentemperatuur (MT, tussen 55 en 70 graden) en lage temperatuur (LT, 55 graden en lager). Het temperatuurniveau
Warmteprofielen gemeente Krimpenerwaard. Bron: Warmteprofielentool, Warmtetransitiemakers, in opdracht van Prov. Zuid Holland Deze kaart geeft weer met welke temperatuur een woning moet worden verwarmd nadat isolatiemaatregelen zijn uitgevoerd.
21/62 Warmtevraag woningen en gebouwen in Krimpenerwaard
Hieruit blijkt dat woningen in de oude kernen ook na het nemen van isolatiemaatregelen een warmtebron met hoge temperatuur nodig hebben om de woning voldoende warm te krijgen. De relatief nieuwe wijken kunnen na het nemen van isolatiemaatregelen toe met een lage temperatuurverwarming zoals elektrisch verwarmen.
Nieuwbouw Het aantal inwoners van de gemeente Krimpenerwaard groeit. Hierdoor er is behoefte aan extra woningen. Om aan deze behoefte te voldoen worden er tot 2030 naar verwachting ongeveer 2.400 nieuwbouwwoningen gebouwd in de gemeente. Deze nieuwbouwwoningen worden gebouwd volgens de huidige BENG-eisen (Bijna Energie Neutraal Gebouw), of opvolgers hiervan. Sinds 2018 worden nieuwe woningen niet meer aangesloten op het gasnet. Nog te bouwen nieuwbouwwoningen kennen een aanzienlijk lagere energievraag voor verwarming dan de meeste bestaande woningen. Mede vanwege deze lage energievraag voor verwarming worden de meeste nieuwbouwwoningen elektrisch verwarmd met een lucht- of bodemwarmtepomp. De warmtevraag van de nieuwbouwwoningen die tot 2030 worden gebouwd bedraagt in totaal ongeveer 30 terajoule per jaar.
Monumenten De gemeente Krimpenerwaard telt relatief veel monumenten. Het zijn mede deze monumenten die de gemeente haar karakter geven en daarmee van groot belang om in stand te houden. Er zijn
in de gemeente 333 rijksmonumenten en 148 gemeentelijke monumenten. Naast monumenten kent de gemeente vijf beschermde dorpsen stadsgezichten. Een overzichtskaart met de rijks- en gemeentemonumenten en beschermde dorpsgezichten in Krimpenerwaard is weergegeven in bijlage 11. Monumenten vormen een bijzondere categorie in de warmtetransitie. De buitenkant en het interieur van monumenten zijn vaak beschermd. En vaak is er een omgevingsvergunning nodig om aanpassingen aan het pand uit te kunnen voeren. Hierdoor zijn de mogelijkheden om het monument te isoleren en energiezuiniger te maken vaak beperkt. Nog meer dan bij niet-monumentale gebouwen is verduurzaming van monumenten vaak maatwerk. Monumenten hebben in veel gevallen, ook na isolatie, nog een relatief hoge energievraag voor verwarming. Hierdoor valt voor veel monumenten volledig elektrisch verwarmen vaak af als alternatief voor aardgas. Alternatieven die wel voldoende warmte kunnen leveren zijn hybride warmtepompen of midden- of hogetemperatuur warmtenetten.
Diversiteit van wijken Wijken of woonkernen kunnen uit woningen bestaan die veelal in dezelfde periode zijn gebouwd en veelal van hetzelfde type zijn, bijvoorbeeld veel rijwoningen uit de jaren ‘70. Het is ook mogelijk dat een wijk of woonkern uit woningen met verschillende typen en bouwjaren bestaat. In dit laatste geval is het mogelijk dat er voor verschillende woningen verschillende voorkeursalternatieven zijn
22/62 Warmtevraag woningen en gebouwen in Krimpenerwaard
voor hun energievoorziening. Bijvoorbeeld elektriciteit voor jongere woningen en gas of een combinatie van elektriciteit en gas voor oudere woningen. In wijken met een hoge diversiteit is het minder eenvoudig om een collectieve aanpak uit te voeren. In bijlage 8 zijn per woonkern overzichten weergegeven met de belangrijkste gegevens per woonkern die een rol spelen in de warmtetransitie, zoals de bouwjaren en het energieverbruik van de woningen en gebouwen.
Energievraag bedrijven Krimpenerwaard Krimpenerwaard telt ongeveer 5.490 vestigingen van bedrijven en instellingen. Deze verbruiken ongeveer 13 miljoen kubieke meter aardgas per jaar. Het verbruik is daarmee ruim een derde van het verbruik van woningen, die 32 miljoen kubieke meter is. Kenmerkend voor bedrijven is dat het aardgasgebruik een veel grotere variatie vertoont in vergelijking met woningen. Het energiegebruik bij bedrijven is sterk afhankelijk van het type bedrijf en type product dat wordt geproduceerd. Een eenmanszaak in de dienstverlenende sector of een bedrijf dat onverwarmd goederen opslaat kent een veel lager aardgasgebruik dan een bedrijf dat hoge temperaturen nodig heeft om zijn producten te maken. De 20 bedrijven die het meeste aardgas gebruiken in de gemeente, gebruiken 57% van het totale aardgasgebruik door bedrijven. (bron: energiemeldingen ODMH) De omvang van het energieverbruik en het type product en productieproces bepalen mede de besparing die op het aardgas-
verbruik kan worden bereikt. Mogelijke maatregelen die bedrijven kunnen nemen om het aardgasgebruik te verminderen zijn o.a. het verbeteren van de isolatie van de bedrijfsgebouwen, het plaatsen van zonnepanelen of zonnecollectoren voor het opwekken van energie, het elektrificeren van processen waar nu nog aardgas voor wordt gebruikt, het hergebruiken van restwarmte of het vervangen van aardgas door groen gas. Met betrekking tot energiebesparing bij bedrijven is er een aantal wetten en besluiten van toepassing. Voor bedrijven en instellingen die meer dan 50.000 kWh elektriciteit of meer dan 25.000 m³ aardgas gebruiken geldt een verplichting om, op grond van het Activiteitenbesluit Milieubeheer, energiebesparende maatregelen te nemen die een terugverdientijd hebben van 5 jaar of minder. Per branche zijn hiervoor energiebesparende maatregelen bepaald waarvan de terugverdientijd 5 jaar of minder is. Voor kantoren groter dan 100 vierkante meter waarin meer dan de helft van de oppervlakte voor kantoordoeleinden wordt gebruikt én de oppervlakte aan kantoorfuncties groter is dan 100 vierkante meter geldt dat deze in 2023 minimaal een geregistreerd energielabel C moeten hebben. Over het algemeen geldt dat een pand uit 2003 of jonger, voldoet aan label C.
Vanwege de hoge diversiteit in typen bedrijven en hun productieprocessen en de daarmee samenhangende vraag naar energie, is het afbouwen van het aardgasgebruik en het overstappen op alternatieven voor aardgas meer maatwerk dan bij woningen. In provinciaal verband wordt gewerkt aan een energieloket voor bedrijven om bedrijven te informeren over het verduurzamen van hun bedrijfsvoering en het afbouwen van het aardgasgebruik.
23/62 Warmtevraag woningen en gebouwen in Krimpenerwaard
Gemeentelijk en maatschappelijk vastgoed De gemeente bezit in totaal 124 gebouwen en objecten om haar taken uit te voeren. Dit zijn bijvoorbeeld kantoren, gemeentewerven en sportlocaties. In 2020 verbruikten deze gebouwen in totaal 275.000 m3 aardgas. Het elektriciteitsgebruik van de gemeente bedroeg in 2020 880.000 kWh. Dit betrof het gebruik voor o.a. de gebouwen, rioolgemalen en de openbare verlichting. De gemeente heeft haar ambities op het gebied van het verduurzamen van de gebouwen en de organisatie vastgelegd in het collegeprogramma 2019-2022. Doelstellingen die hierin zijn vastgelegd zijn: 20% lagere CO₂-uitstoot voor gemeentekantoren, gemeentewerven en sporthallen in 2022 ten opzichte van 2018; 50% lagere CO₂-uitstoot in 2030 voor de hele gemeentelijke organisatie. Daarnaast voert de gemeente de erkende energiebesparende maatregelen uit die voortkomen uit het Activiteitenbesluit Milieubeheer. De gemeente onderzoekt de mogelijkheden van de bouw van een centrale huisvesting van haar organisatie. Indien deze er komt dan wordt deze gebouwd volgens de laatste eisen voor wat betreft energiegebruik en duurzaamheid.
Voor gebouwen met een maatschappelijke functie zoals scholen en culturele centra geldt ook dat deze moeten voldoen aan het Activiteitenbesluit Milieubeheer door de erkende energiebesparende maatregelen met een terugverdientijd van minder dan vijf jaar uit te voeren.
24/62 Warmtevraag woningen en gebouwen in Krimpenerwaard
5. Energiebesparing
25/62 Energiebesparing
5. Energiebesparing In de energietransitie geldt, wat je bespaart hoef je niet te kopen bij een energieleverancier of zelf op te wekken. Energie besparen door de isolatie van een woning of gebouw te verbeteren is daarom een logische en noodzakelijke stap in verminderen en uiteindelijk beëindigen van het aardgasgebruik. Bij het verminderen van het gebruik van fossiele brandstoffen wordt vaak de zogeheten Trias Energetica gevolgd. Voor woningen en gebouwen kan deze als volgt worden toegepast:
te besparen zijn afhankelijk van onder ander het type woning (bijvoorbeeld vrijstaand, rijwoning of een appartement) en de bouwkundige eigenschappen van de woning. Deze zijn onder andere afhankelijk van het bouwbesluit dat van toepassing was op het moment dat de bouwvergunning is verleend. Factoren die het isolatiepotentieel bepalen zijn de aanwezigheid van een spouw (ruimte tussen binnen en buitenmuur), of er al isolatie in de spouw aanwezig is en wat de kwaliteit van de aanwezige isolatie is.
Stap 1: Beperken energievraag door de isolatie te verbeteren; Stap 2: Eigen opwek en/of inkoop van hernieuwbare energie; Stap 3: Zo efficiënt mogelijk gebruik maken van fossiele brandstoffen of hernieuwbare energie door het toepassen van efficiënte warmteafgiftesysteem en warmte-installaties.
Bij het verbeteren van de isolatie en het dichten van kieren kan de natuurlijke ventilatie van de woning afnemen. Hierdoor kunnen problemen ontstaan met de luchtkwaliteit. Deze kunnen worden voorkomen door ook het ventilatiesysteem aan te passen.
De eigenschap van isoleren is dat met een eenmalige investering een structurele verlaging van de energielasten en van het aardgasgebruik kan worden gerealiseerd. Ook leidt isolatie in veel gevallen tot een hoger wooncomfort en daarmee tot een waardestijging van de woning. Een andere eigenschap is dat energiebesparing door isolatie onafhankelijk is van de manier waarop de woning in de toekomst verwarmd wordt, of dat nu elektrisch, met een warmtenet of met groen gas is. Isolatie kan daarom worden gezien als een zogenaamde no-regret maatregel, een maatregel die ongeacht de toekomstige energievoorziening, zinvol is. De mogelijkheden om met het isoleren van de woning energie
Bij ventileren gaat, met de lucht die naar buiten wordt afgevoerd, ook warmte verloren. Dit kan worden voorkomen door een ventilatiesysteem met warmteterugwinning toe te passen. Een ventilatiesysteem met warmteterugwinning zorgt, net als isolatie, voor een vermindering van het energieverbruik.
26/62 Energiebesparing
Wat geven energielabels weer? Energielabels geven aan hoe energiezuinig of onzuinig een woning of gebouw is. Er wordt onderscheid gemaakt tussen labels A tot en met G waarbij A het meest energiezuinig is en G het meest energieonzuinig. Het energielabel van een woning is gebaseerd op de hoeveelheid energie die nodig is om de woning te verwarmen per vierkante meter woonoppervlak. Deze wordt bepaald door onder andere de isolatie van de muren, daken en vloeren, het type glas dat in de woningen zit, of er energie wordt opgewekt met bijvoorbeeld zonnepanelen en of de woning wordt verwarmd met een CV-ketel of een (hybride) warmtepomp. Tegenwoordig zijn er ook energielabels voor woningen die nog minder energie verbruiken dan een label A woning. Deze hebben labels A+, A++, etc. In principe kan elke woning energieneutraal worden gemaakt, ook een monumentale woning met label G. Dit gaat echter vaak gepaard met hoge kosten. Op basis van de energieprijzen en de kosten van maatregelen om een woning energiezuiniger te maken, zoals het aanbrengen van isolatie, is berekend wat de economische potentie is om de energievraag voor het verwarmen van een woning te verlagen. Hierbij worden de kosten voor het isoleren en energiezuiniger maken van de woning terugverdiend met de lagere kosten voor aardgas en elektriciteit.
In onderstaande tabel is het economisch rendabele besparingspotentieel per energielabelklasse weergegeven.
Economisch besparingspotentieel per energielabelklasse. Bron: Handleiding warmteprofielen, Warmtetransitiemakers in opdracht van Prov. Zuid-Holland In deze tabel is te zien dat label G woningen gemiddeld kunnen worden verduurzaamd naar label C of D, label F woningen naar label C of B, label E woningen naar label A of B, enz. Ook laat de tabel zien dat het economische besparingspotentieel sterk verschilt per energielabelklasse. Woningen zijn gebouwd volgens de in het betreffende bouwjaar geldende regels die zijn vastgelegd in het Bouwbesluit. Deze zijn in de loop van de tijd stap voor stap strenger geworden. Zoals in de tabel is te zien is er een sterke relatie tussen het bouwjaar en de het energielabel van een woning waar geen extra isolatiemaatregelen zijn genomen.
27/62 Energiebesparing
Naast isolatie kan het energieverbruik worden verminderd en het energielabel worden verbeterd door het zelf opwekken van energie met bijvoorbeeld zonnepanelen of zonnecollectoren, door het aanbrengen van efficiënte warmteafgiftesystemen zoals vloerverwarming of door het installeren van een ventilatiesystem met warmteterugwinning. Sinds 1975 word er standaard isolatie aangebracht in de spouwmuur. Deze is vaak minder goed dan de huidige isolatiematerialen. Om de isolatie van de spouwmuur te verbeteren moet de oude isolatie eerst worden verwijderd. Dit is niet altijd mogelijk. Voor woningen die na 2005 zijn gebouwd geldt dat deze goed zijn geïsoleerd waardoor het vaak niet rendabel is om de vloer-, muur-, dak- of raamisolatie verder te verbeteren. Wanneer dit besparingspotentieel per energielabel wordt gecombineerd met de aantallen woningen die zich in de gemeente Krimpenerwaard per energielabel bevinden, dan resulteert dit in een gemiddeld besparingspotentieel voor alle woningen in de gemeente van 20,8%. Naast isolatie kan het energiegebruik worden verlaagd en het energielabel worden verbeterd door het zelf opwekken van energie met bijvoorbeeld zonnepanelen of zonnecollectoren en door het aanbrengen van efficiënte warmteafgiftesystemen zoals vloerverwarming.
te vervangen door een hybride warmtepomp of warmtepomp. Hybride warmtepompen zorgen gemiddeld voor een vermindering van het aardgasgebruik voor verwarming van 50%. Warmtepompen zorgen voor een vermindering van het aardgasgebruik voor verwarming van 100%. In maart 2021 heeft de rijksoverheid isolatiestreefwaarden gepubliceerd voor woningen. Hierbij is onderscheid gemaakt tussen woningen voor 1945, die veelal geen spouwmuur hebben en woningen na 1945 die wel een spouwmuur hebben. De streefwaarden staan weergegeven in onderstaande tabel en zijn uitgedrukt in de hoeveelheid warmtevraag in kilowattuur (kWh) per vierkante meter gebruiksoppervlak. Hierbij staat 1 kubieke meter aardgas gelijk aan ongeveer 10 kWh. eengezinswoningen gebouwd tot en met 1945
60 kWh/m2
meergezinswoningen gebouwd tot en met 1945
95 kWh/m2
eengezinswoningen gebouwd na 1945
43 kWh/m2
meergezinswoningen gebouwd na 1945.
45 kWh/m2
Standaard isolatienormen voor woningen. Bron: HIER Klimaatbureau.
Ook kan het aardgasgebruik worden verminderd door een warmtepomp aan de bestaande CV-ketel te koppelen, of door de CV-ketel
28/62 Energiebesparing
In onderstaand figuur van Milieucentraal wordt weergegeven welke stappen kunnen worden genomen om van label G naar label A te gaan.
Kleine maatregelen Met kleine maatregelen kunnen het aardgasgebruik en de energielasten al met relatief lage investeringen worden verminderd. Voorbeelden van kleine maatregelen zijn het toepassen van tochtstrips bij deuren en ramen, het toepassen van radiatorfolie achter radiatoren, het verlagen van de temperatuur van de CV-ketel naar bijv. 60 graden, het isoleren van nog ongeïsoleerde leidingen voor warm water of het gebruiken van een waterbesparende douchekop.
Stappen energielabels. Bron: Milieucentraal
29/62 Energiebesparing
6. Infrastructuren voor energie
30/62 Infrastructuren voor energie
6. Infrastructuren voor energie De rol van de netbeheerder
Capaciteit elektriciteitsnet
Het gasnet en elektranet worden in de gemeente Krimpenerwaard beheerd en onderhouden door netbeheerder Stedin. Stedin heeft de wettelijke taak om de infrastructuren voor het transport van elektriciteit en gas te beheren en waar nodig uit te breiden zodat aan de toekomstige vraag en aanbod van elektriciteit en gas kan worden voldaan. Het ontwikkelen en beheren van warmtenetten behoort niet tot de taken van de netbeheerder.
De capaciteit van de elektriciteitsnetten is veelal gebaseerd op de bestaande vraag naar elektriciteit. De netten worden verzwaard op basis van aanvragen en op basis van de verwachte toename van de vraag en/of het aanbod van elektriciteit in een gebied. In veel gevallen zal het elektranet verzwaard moeten worden als een groot deel van de woningen in een wijk of gebied overstappen van aardgas op elektrisch verwarmen. Informatie over de capaciteit van het elektriciteitsnet in de gemeente Krimpenerwaard is weergegeven in Bijlage 10.
Levensduur gasnet De gasnetten in de gemeente Krimpenerwaard kunnen over het algemeen nog lang mee. Tot 2028 staat alleen vervanging van de gasleidingen in het centrum van Schoonhoven gepland. In bijlage 9 is een kaart weergegeven met de leeftijden van de aardgasnetten in de gemeente Krimpenerwaard. Wanneer de gasleidingen aan het einde van hun levensduur zijn moet worden besloten of ze worden vervangen om in de toekomst groen gas te kunnen transporteren of dat ze kunnen worden verwijderd omdat er te weinig vraag naar aardgas of groen gas in de wijk of in het gebied is.
Electrische verwarmen leidt tot een piek in de elektriciteitsvraag in de winter, wanneer de vraag naar verwarming het hoogst is. Omdat langdurige opslag van elektriciteit kostbaar is moeten er in de winter elektriciteitscentrales beschikbaar zijn om aan de vraag naar elektriciteit in de winter te kunnen voldoen. Naar verwachting zullen zogenaamde smart grids ontstaan. Dit zijn elektriciteitsnetten waarbij lokale opslag van elektriciteit in batterijen, waaronder bijvoorbeeld batterijen in voertuigen, een rol gaat spelen bij het in stand houden van de balans tussen vraag en aanbod op het elektriciteitsnet. Hiermee kan de noodzaak voor verzwaring van het elektriciteitsnet worden verminderd of voorkomen. Ook zal de vraag naar elektriciteit in de toekomst naar verwachting meer worden afgestemd op het aanbod en de prijs.
31/62 Infrastructuren voor energie
Verbinding elektra-, gas- en warmtenetten De verwachting is dat de drie infrastructuren voor energie: het elektranet, het gasnet en warmtenetten in de toekomst meer op elkaar zullen worden aangesloten en elkaar zullen aanvullen. Bijvoorbeeld door met elektriciteit warm water of waterstof te produceren op momenten dat er veel aanbod is van zon- en/ of windenergie. Dit biedt mogelijkheden om deze energie voor langere tijd op te slaan zodat (seizoens) verschillen in energieproductie en energievraag kunnen worden overbrugd.
opgewarmd. Dit opgewarmde water wordt vervolgens op een andere plek in de bodem opgeslagen. Dit opgewarmde water wordt vervolgens in de winter gebruikt om het gebouw te verwarmen. WKO’s worden vooralsnog vooral toegepast bij kantoorgebouwen of appartementencomplexen.
Propaantanks Een deel van de woningen en gebouwen in het buitengebied in Krimpenerwaard is niet aangesloten op het gasnet. Deze worden in plaats van aardgas voorzien van propaangas dat wordt aangevoerd over de weg en wordt opgeslagen in tanks bij de woning of het bedrijf. Propaan is net als aardgas een fossiele brandstof. Er zijn fossielvrije varianten van propaan leverbaar die worden gemaakt uit organische reststoffen. Dit wordt biopropaan genoemd. De verspreiding van propaantanks in de gemeente Krimpenerwaard is weergegeven in bijlage 12.
Warmte-Koude-Opslag (WKO) Een WKO is een systeem waarbij warmte en koude wordt opgeslagen in watervoerende lagen in de bodem. In de zomer wordt het gebouw gekoeld met koel water uit de bodem. Bij dit proces wordt het water
32/62 Infrastructuren voor energie
7. Alternatieven voor aardgas
33/62 Alternatieven voor aardgas
7. Alternatieven voor aardgas De meeste woningen en gebouwen in Krimpenerwaard hebben twee aansluitingen voor energie: een aansluiting op het gasnet en een aansluiting op het elektranet. In de gemeente Krimpenerwaard bevinden zich geen warmtenetten. Een deel van de woningen in de gemeente heeft geen aansluiting op het gasnet. Deze worden in veel gevallen voorzien van propaangas dat over de weg wordt aangevoerd en wordt opgeslagen in tanks. De drie belangrijkste alternatieven voor aardgas om een woning of gebouw te verwarmen en om warm tapwater te maken zijn: 1. Elektrisch verwarmen 2. Een warmtenet met duurzame warmtebron zoals bijvoorbeeld aardwarmte; 3. Een CV-ketel met groen gas of waterstof. Ook zijn er combinaties mogelijk van deze drie alternatieven voor aardgas. Bijvoorbeeld verwarmen met een hybride warmtepomp die zowel verwarmt met elektriciteit als met (groen) gas. Ook is een combinatie mogelijk van een warmtenet en elektrisch verwarmen. De basiswarmte van bijvoorbeeld 40 graden wordt dan geleverd door het warmtenet. In de woning wordt de temperatuur dan op de gewenste hoogte gebracht met een warmtepomp.
Elektrisch verwarmen Er kan op verschillende manieren warmte worden geproduceerd met elektriciteit, bijvoorbeeld door middel van een warmtepomp of met infraroodpanelen. Warmtepompen zijn de meest voorkomende installaties voor het elektrisch verwarmen van woningen. Bij warmtepompen kan onderscheid worden gemaakt tussen warmtepompen die hun warmte uit de lucht halen, uit de bodem halen of uit water halen. Over het algemeen geldt, hoe hoger de temperatuur van de omgeving waar de warmte uit wordt onttrokken, hoe hoger de efficiëntie van de warmtepomp. Met andere woorden, hoe meer warm water kan worden geproduceerd met dezelfde hoeveelheid elektriciteit. Om die reden is een bodemwarmtepomp die zijn warmte uit de bodem haalt die een temperatuur heeft van circa 10 graden efficiënter dan een luchtwarmtepomp die zijn warmte in de winter uit de buitenlucht haalt wanneer die bijvoorbeeld nul graden is. De efficiëntie van een warmtepomp wordt weergegeven in COP (Coëfficiënt Of Performance). Bij een COP van bijvoorbeeld 3 wordt met 1 kWh elektriciteit 3 kWh warm water geproduceerd. Om legionella te voorkomen moet tapwater worden verwarmd tot minimaal 55 graden. Wanneer een woning goed geïsoleerd is en kan worden verwarmd met 40 graden dan is er een aanvullende installatie nodig voor het produceren van tapwater.
34/62 Alternatieven voor aardgas
Het rendement van een warmtepomp daalt wanneer deze hogere temperaturen moeten produceren. Om een woning te kunnen verwarmen met een warmtepomp en om het energiegebruik te beperken moet de woning daarom goed geïsoleerd zijn, over het algemeen label B of beter. Om de woning goed te kunnen verwarmen met deze lagere temperaturen moet deze ook zijn voorzien van laagtemperatuur warmteafgiftesysteem zoals vloerverwarming of laagtemperatuur radiatoren. Het vermogen van de warmtepomp kan worden afgestemd op de warmtevraag van de woning. Een grotere en minder goed geïsoleerde woning heeft een grotere warmtepomp nodig. Aandachtspunten bij het gebruik van luchtwarmtepompen zijn de geluidsproductie en de plaatsing van de buitenunit. Verwarmen met infrarood is ook een methode om ruimten elektrisch te verwarmen. Enkele eigenschappen van verwarmen met infrarood is dat infraroodstraling objecten verwarmd in plaats van de lucht in de ruimte, dat het een korte opwarmtijd heeft en een hoger energieverbruik heeft dan een warmtepomp. Verwarmen met infrarood wordt daarom vooral toegepast bij ruimten die een gedeelte van de tijd in gebruik zijn. De overstap van verwarmen met aardgas naar elektrisch verwarmen betekent niet dat hierbij helemaal geen CO₂ meer vrijkomt. Dit komt omdat de elektriciteit in Nederland nu nog voor een deel wordt geproduceerd met fossiele brandstoffen.
Naarmate het aandeel groene elektriciteit in Nederland stijgt daalt de CO₂-uitstoot van elektrisch verwarmen. Door groene stroom te kopen kan de CO₂-uitstoot van elektrisch verwarmen worden verminderd.
Verwarmen met een warmtenet met warmtebron Een warmtenet is een stelsel van geïsoleerde buizen die warmte vanaf een warmtecentrale naar de woningen transporteert. In de woning bevindt zich een warmtewisselaar die de warmte afgeeft aan het verwarmingssysteem in de woning. Er wordt onderscheid gemaakt tussen lage-, midden- en hoge temperatuur warmtenetten. Lage temperatuur warmtenetten hebben een temperatuur van 55 graden of lager. Midden temperatuur warmtenetten hebben een temperatuur van 55 tot 70 graden. En hoge temperatuur warmtenetten hebben een temperatuur van 70 graden of meer. Mede als gevolg van de warmteverliezen die optreden bij transport laat warmte zich, in tegenstelling tot gas en elektriciteit, niet gemakkelijk transporteren over grote afstanden. De meeste bestaande warmtenetten in Nederland zijn daarom lokaal van opzet. In Krimpenerwaard bevinden zich geen warmtenetten. De aanleg van een warmtenet betekent dat er een nieuwe energie infrastructuur wordt aangelegd, naast de bestaande elektra- en gasnetten. De kosten van de aanleg van een warmtenet hangen onder andere af van het type wijk, dichtbebouwd of ruim opgezet, en van het aantal meters warmteleiding dat gemiddeld per woning moet worden aangelegd. Bij wijken met een hoge bebouwingsdichtheid (aantal woningen per hectare) zijn de kosten per woning vaak lager dan in wijken met een lage bebouwingsdichtheid.
De woonkernen in Krimpenerwaard kennen over het algemeen een relatief lage bebouwingsdichtheid.
35/62 Alternatieven voor aardgas
Een andere belangrijke factor is de aanwezigheid van een warmtebron, zoals restwarmte van bedrijven, een afvalwaterzuivering of warmte uit de diepe bodem (geothermie). In de gemeente Krimpenerwaard bevinden zich weinig warmtebronnen. De aanwezige warmtebronnen, zoals warmte uit oppervlaktewater of uit afvalwater, zijn lage temperatuur warmtebronnen. Bij lage temperatuur warmtebronnen moet de temperatuur in de woning met een warmtepomp op de gewenste temperatuur worden gebracht. De basiswarmtevraag van woningen die zijn aangesloten op een warmtenet is de vraag in de zomer wanneer er niet hoeft te worden verwarmd. De piekwarmtevraag van woningen die zijn aangesloten op een warmtenet is de warmtevraag tijdens een koude nacht in de winter. De piekvraag is vaak een stuk hoger dan de basisvraag. Hernieuwbare warmtebronnen zoals geothermie of restwarmte van bedrijven hebben vaak een constante warmteproductie. Daarom is het vaak nodig om in de winter extra productiecapaciteit te creëren, bijvoorbeeld door de bouw van een warmtecentrale. Of door grootschalige warmteopslag te creëren die warmte die wordt geproduceerd in de zomer opslaat voor gebruik in de winter. Bij bestaande warmtenetten met een hernieuwbare warmtebron wordt de pieklast vaak ingevuld door biomassa, biogas of aardgas.
Mogelijke warmtebronnen voor een warmtenet zijn: • Warmte uit de diepe bodem, ook wel geothermie of aardwarmte genoemd; • Warmte uit oppervlaktewater of rioolwater, ook wel aquathermie genoemd; • Restwarmte van bedrijven; • Een warmtecentrale waarin bijvoorbeeld (groen) gas of biomassa wordt verbrand; • Zonthermie door middel van zonnecollectoren. De provincie Zuid-Holland heeft onderzoek uit laten voeren naar de potentie van geothermie in de provincie. Deze potentie is onder andere afhankelijk van de diepte en doorlatendheid van aardlagen. In onderstaande kaart is de potentie weergegeven voor de gemeente Krimpenerwaard. Daarin is te zien dat de potentie vanaf het westen naar het oosten afneemt.
De aanleg van een warmtenet is vaak alleen haalbaar wanneer de meerderheid van de woningen in de wijk meedoet. Dit vraagt om een collectieve en gecoördineerde aanpak en om een goed aanbod aan de woningeigenaren voor wat betreft de energietarieven, de betrouwbaarheid en de duurzaamheid.
36/62 Alternatieven voor aardgas
Ook zullen warmtenetten in de toekomst vaker worden gekoppeld aan grootschalige warmteopslag om aan de piekvraag in de winter te kunnen voldoen.
Haalbaarheidsonderzoek warmtenet Gouderak In samenwerking met een aantal bedrijven is gekeken of het mogelijk is om in de gemeente Krimpenerwaard een wijk aardgasvrij te maken door middel van een warmtenet. Als eerste stap is gekeken welke wijk in de gemeente de meest gunstige omstandigheden kent voor de aanleg van een warmtenet. Hierbij is o.a. gekeken naar het bouwjaar van een woningen, de bebouwingsdichtheid en de aanwezigheid van een warmtebron. Mede vanwege de aanwezigheid van Gemaal Verdoold als mogelijke warmtebron is Gouderak geselecteerd als onderzoeklocatie. Potentie geothermie(aardwarmte) in Krimpenerwaard In bijlage 4 staan de warmtebronnen, waaronder geothermie, beschreven. Het onderzoek naar de potentie van geothermie in de regio Midden-Holland is te vinden in bijlage 6. De provincie Zuid-Holland heeft ook onderzoek uit laten voeren naar de kansen van warmte uit zonnecollectoren (zonthermie). De resultaten van dit onderzoek zijn weergegeven in bijlage 7. In de toekomst zullen warmtenetten mogelijk bestaan uit meerdere warmteleveranciers en -afnemers. Hierbij kunnen bedrijven, kantoren en woningen zowel warmte afnemen als terugleveren aan het net.
37/62 Alternatieven voor aardgas
zoeksrapport naar de haalbaarheid van een warmtenet in Gouderak is weergegeven in bijlage 2. Op basis van de uitkomsten van het onderzoek in Gouderak wordt geconcludeerd dat de ontwikkeling van warmtenetten in de gemeente Krimpenerwaard voorlopig nog niet haalbaar is. Dit is vooral een gevolg van het feit dat alle woonkernen in de gemeente voor een groot deel uit laagbouw bestaan waardoor de investeringen in de aanleg van een warmtenet, omgerekend per woning, relatief hoog zijn. Twee andere factoren zijn dat er in de gemeente relatief weinig (rest)warmtebronnen aanwezig zijn en dat er in het zuidelijk deel van de gemeente, als gevolg van de grondwaterbeschermingszones, geen mogelijkheden zijn voor ondergrondse opslag van warmte of het winnen van warmte uit de bodem. De ligging van de grondwaterbeschermingszones is weergegeven in bijlage 13.
Gemaal Verdoold in Gouderak In het onderzoek wordt geconcludeerd dat, ondanks de aanwezigheid van een warmtebron, de kosten voor dit collectieve systeem relatief hoog zijn ten opzichte van het individueel verwarmen van de woningen met een warmtepomp. Ook wanneer rekening wordt gehouden met de kosten van een noodzakelijke verzwaring van het elektriciteitsnet om deze warmtepompen te voorzien van voldoende elektriciteit. Dit is vooral een gevolg van de investeringen die moeten worden gedaan in de aanleg van het warmtenet en de ondergrondse opslag van de warmte en de relatief lage bebouwingsdichtheid. Het onder-