Vragen Pro Krimpenerwaard - Woningbouwplan Molenpark in Bergambacht.docx
Tekst van het document
Mondelinge vraag voor het vragenhalfuurtje Raadscommissie R&F Datum: 14 september 2021 Indiener: Ad Struijs, Pro Krimpenerwaard Onderwerp: Woningbouwplan Molenpark in Bergambacht
Het woningbouwplan Molenpark in Bergambacht is op dinsdag 30 november 2021 als onderwerp geagendeerd op de vergadering van de raadscommissie R&F. In aanloop daartoe onderstaand een tweetal vragen voor wethouder De Wit. Het woningbouwplan Molenpark was eerder onderwerp van discussie in de oordeelvormende vergadering van de raadscommissie R&F op 3 november 2020 en de voltallige raadsvergadering op 17-11-2020. 1) Inleiding vraag Adriaan van Erk Ontwikkeling B.V. (verder te noemen Van Erk), dan wel een van haar zusterbedrijven, heeft de gronden in bezit waarop woonwijk Molenpark tot stand moet komen. Het e.e.a. in overleg met de gemeente Krimpenerwaard. Om de realisatie van dit project in alle opzichten zo gunstig mogelijk voor zich te laten verlopen heeft Van Erk exclusief een privaatrechtelijke overeenkomst met een deel van de aan de toekomstige woonwijk grenzende belanghebbende bewoners gesloten, namelijk een selectie van bewoners van panden aan de westzijde van de Kadijkselaan. Dit is een meerderheid van belanghebbende bewoners. Een strook grond grenzend aan hun percelen, die als groene buffer en afscheiding van de nieuwe woonwijk moet gaan dienen, is door Van Erk aan hen ‘geschonken’ in zogenaamde mandeligheid. In ruil daarvoor hebben de deelnemers in de mandelige eigendom schriftelijk moeten verklaren niets tegen de woningbouwplannen van Van Erk te zullen ondernemen.
Doen zij dat toch, dan riskeren ze bij iedere overtreding een direct opeisbare boete van 12.500 euro jegens Van Erk.
Vraag Hoe staat de wethouder tegenover deze privaatrechtelijke constructie die burgerparticipatie als onderdeel van het democratische besluitvormingsproces voor de belanghebbende burgers nagenoeg onmogelijk maakt?
2) Inleiding vraag De toekomstige woonwijk Molenpark komt op een sinds mensenheugenis bestaand karakteristiek stuk veenweidegebied, zo kenmerkend voor het slagenlandschap in de Krimpenerwaard. Helaas blijken nog niet zo lang geleden door Van Erk afgegeven waarborgen voor behoud ervan, loze beloften. Illustratief in dezen is het volgende voorbeeld uit het bestemmingsplan Kadijk 4a-6, Bergambacht Gemeente Krimpenerwaard, opgesteld door Buro SRO in opdracht van Van Erk. Blz. 14: ‘Met de zichtlijn ten zuiden van de beoogde uitbreiding wordt rekening gehouden met het behoud van de nog aanwezige kenmerkende landschapselementen. De nieuwe groenstrook en watergang rondom de beoogde uitbreiding zullen de nieuwe rand aan de zijde van het landschap vormen. Deze nieuwe rand vormt een zachte, waterrijke en groene overgang naar het landschap. Geconcludeerd wordt dat het veen(weide)landschap niet wordt aangetast met de beoogde ontwikkeling.’ Mooie woorden van nog geen jaar geleden, maar zonder betekenis. (zie verder bescheiden rond bestemmingsplan Kadijk 4a-6, Bergambacht, nr.: ZK20004671 / 20-0021793). Ook natuurwaarden staan weer eens onder druk. Flora en fauna zal moeten wijken. Het plan is om in elk geval aan de oostzijde, zoals onder het vorige punt beschreven, een groenstrook te realiseren.
Dat lijkt een blijvend stukje compensatie voor verdwenen natuur, maar de juridische basis eronder is wankel. De privaatrechtelijke mandeligheidsovereenkomst biedt daarvoor ruimte. De
mandeligheid kan immers worden opgeheven wanneer de meerderheid van de deelnemers daartoe besluit. Beter zou het zijn wanneer de gemeente Krimpenerwaard de groenstrook als een soort heemtuin voor publiek toegankelijk onder haar hoede zou nemen, bij voorkeur uitgebreid ook aan de noordzijde van de Molenlaan.
Vraag Hoe staat de wethouder tegenover een heemtuinachtige groenstrook onder gemeentelijke vlag ter blijvende waarborging van een stukje natuurbehoud aan de oost-en zuidzijde van woonwijk Molenpark, met daaraan gekoppeld de vraag of de wethouder zich hiervoor sterk wil maken richting Van Erk? De vermaledijde mandeligheidsovereenkomst moet dan immers van tafel.