CConstaterende datKrimpenerwaard
Koppel je AI →
Document · PDF

Vragen- en antwoordendocument n.a.v. Expertmeeting Bolderkade 27 sep 2022.pdf

Beeldvorming R&F (RZ) 27 september 2022, gemeente Krimpenerwaard5.674 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Vragen- en antwoordendocument naar aanleiding van Expertmeeting Bolderkade 27 september 2022 Dit document bevat de ingediende vragen van de commissie R&F naar aanleiding van de Expertmeeting over de Bolderkade op 27 september 2022. Omdat vanwege een technische storing de vergadering niet opgenomen kon worden, is er overeengekomen de resterende technische vragen schriftelijk te stellen ter beantwoording voorafgaand aan de Oordeelsvormende commissie R&F op dinsdag 11 oktober 2022. De vragen zijn beantwoord door: - De heer Paardekooper, Omgevingsdienst Midden Holland - De heer Breij, Stichting Bodembeheer Nederland - De heer Buitelaar, Lambrane Ontwikkeling Deze deskundigen hebben, daar waar nodig, advies ingewonnen van: - De heer Brouwer, Arnicon - De heer Van der Ham, Compas Management & Advies

Datum: 7 oktober 2022

1

Inhoud VGBK ........................................................................................................................................................................3 SGP ..........................................................................................................................................................................3 Leefbaar Krimpenerwaard ........................................................................................................................................6 Pro Krimpenerwaard .................................................................................................................................................7 CDA ....................................................................................................................................................................... 12 VVD........................................................................................................................................................................ 12 PvdA-GroenLinks................................................................................................................................................... 12 ChristenUnie ..........................................................................................................................................................

13 D66 ........................................................................................................................................................................ 13 Lokaal op 1 ............................................................................................................................................................ 13

2

VGBK Geen vragen ontvangen. SGP SGP 1 - Betrof dit alleen een visuele controle of zijn er ook monsters genomen van het materiaal? Het stortmateriaal is in het verleden - voorafgaand aan de sanering - uitgebreid onderzocht, en ook geanalyseerd. Zie hiervoor onder andere het nader onderzoek van Grondslag uit 2012 (d.d. 02-03-2012). Daaruit bleek dat het stortmateriaal – met name centraal op de locatie – bestaat uit puin, hout, ijzer, baksteen, glas, slakken en plastic. Het materiaal is bemonsterd en in het laboratorium onderzocht. De monsters bleken sterk verontreinigd met minerale olie, vluchtige aromatische koolwaterstoffen, zware metalen, PAK, PCB en asbest. Geconcludeerd is destijds dat bij het toenmalige gebruik als bedrijfsterrein er geen sprake was van een “onaanvaardbaar risico” voor mens en/of ecosysteem. Wel is vastgesteld (en ook zo beschikt op 13-11-2003, kenmerk DGWM/2003/13473) dat er sprake was van een onaanvaardbaar risico op verspreiding door de aanwezigheid van de pure minerale olie. Het doel van de sanering was in de eerste plaats het verspreidingsrisico weg te nemen door alle grond/stort met puur product te saneren. De sanering is uitgevoerd op basis van een door de Omgevingsdienst Midden-Holland (gemandateerd door de Provincie Zuid-Holland) beschikt saneringsplan. Het saneringsplan is overeenkomstig het bodemsaneringsbeleid.

Tijdens de sanering is de hele stort doorgraven, en is al het aanwezige puur product, inclusief vatennesten, verwijderd. De scheiding van stortmateriaal met en zonder puur product heeft visueel plaatsgevonden. De analyses in de project specifieke rapportage van 2012 over het stortmateriaal zijn representatief voor het achtergebleven materiaal, behalve dan dat alle materiaal met daarin puur product is verwijderd. Zo is dat ook vastgelegd in het evaluatierapport van de sanering. De 5-jarige monitoring van het grondwater heeft bevestigd dat de pure olieverontreiniging is verwijderd. Naar aanleiding van de waarnemingen op het oppervlaktewater (waarneming van olievlekking) is later alsnog, in twee fasen, de hele oever gesaneerd, met als doel de olieverontreiniging ter plaatse van de oever te terug te brengen tot een veilig humaan en ecologisch niveau. SGP 2 - Is de vervuiling in het dijklichaam op een zelfde wijze afgegraven en gecontroleerd? In de dijk zelf, waar de keur op ligt, is om civieltechnische reden niet gegraven. In de dijk is sterke restverontreiniging met minerale olie achtergebleven. Deze verontreiniging is door middel van folie geïsoleerd. (Zie dwarsdoorsnede bij het antwoord van vraag SGP 9).

SGP 3 - Welk bewijs is er dat de vervuilde stortlaag daadwerkelijk is afgegraven en beoordeeld? De sanering van het Avia-terrein (exclusief de aanvullende oeversaneringen) is uitgebreid beschreven in het evaluatieverslag (Evaluatierapport bodemsanering fase 1, van 13 oktober 2015 – definitief, kenmerk "PROJECT 16590"). Deze fase is afgerond met een onherroepelijk instemmingsbesluit van 3 december 2015, kenmerk 2015283409) genomen door de ODMH (gemandateerd door de Provincie Zuid-Holland). In zestal documenten na 2015 is de monitoring van het grondwater (vaststellen stabiele situatie), de situatie van de oever en de oeversanering inclusief monitoring beschreven. Op deze zes rapporten is een onherroepelijk instemmingsbesluit genomen door de ODMH (gemandateerd door de Provincie Zuid-Holland) Al deze zes documenten maken onderdeel uit van het besluit 15 maart 2022, kenmerk 20122006801. SGP 4 - Welke stoffen werden aangetroffen in de stortlaag? Hierin zijn o.a. zware metalen, PAK, minerale olie aangetroffen in sterk verhoogde gehalten. Zie ook het antwoord op vraag SGP 1. SGP 5 - Verenigen deze stoffen zich met de functie wonen met tuin?

3

Nee, daarom heeft een bodemsanering plaatsgevonden en is een leeflaag van 1,5 meter met grond klasse wonen aangebracht. Deze leeflaag verenigt zich met de functie wonen met tuin. Bovendien is er onder de leeflaag een laag industriegrond aanwezig met een dikte van circa 2, 0 m1. SGP 6 - Als er een rapportage is mbt aangetroffen stoffen; mogen wij deze ontvangen? Ja. Aan het deelsaneringsplan ligt de rapportage "Nader bodem- en asbestonderzoek Zelling Avia, IJsseldijkNoord 56 te Ouderkerk aan den IJssel, opgesteld door Grondslag bodemkwaliteitsbureau, in opdracht van Stichting Bodemcentrum, projectnummer 16590, de dato 2 april 2012" ten grondslag. Aan het eerdere besluit ten aanzien van de ernst en risico's van de Zelling en deellocatie Avia (besluit van 13 november 2003, kenmerk DGWM/2003/13473) ligt een ander rapport ten grondslag. Alle rapportages zijn openbaar. Via de Website van de ODMH (Atlas Bodeminformatie) zijn deze te raadplegen. Bij vragen of bijvoorbeeld indien de Website ontoereikend is kan contact worden opgenomen met de ODMH. SGP 7 - Klopt het dat tussen de vervuilde stortlaag en de nieuw aangebrachte grond geen afdekking is aangebracht maar deze lagen 'koud' op elkaar zijn aangebracht? De leeflaag ligt niet direct op het stortmateriaal. Tussen het stortmateriaal en de leeflaag bevindt zich een laag grond van “klasse industrie”, van enkele meters dikte.

Het stortmateriaal bevindt zich hierdoor > 3,7 meter beneden het huidige maaiveld. Zie tekening 4 uit de presentatie d.d. 27 september 2022. Op de laag industriegrond, op de overgang naar de leeflaag, is een signaleringsdoek aangebracht, bestaande uit geotextiel. Dit doek heeft geen isolerende functie. De enige functie is dat het in geval van graafwerkzaamheden aantoont (signalerende functie) waar de onderzijde van de leeflaag zich bevindt. SGP 8 - Hoe voorkomt u dan vermenging van vervuilde stoffen met de nieuw aangebrachte laag? Voor deze locatie zullen gebruiksbeperkingen blijven gelden (verankerd in het instemmingsbesluit en het Kadaster). Je mag niet zo maar in de diepere lagen (beneden de leeflaag) graven. Daar is ook geen aanleiding voor in het bouwplan. SGP 9 - Waarom vindt er via het grondwater geen vermenging plaats? Nee, er vindt geen vermenging plaats omdat de bemonsteringen daar geen beeld van geven. De grondwaterstand bevindt zich bovendien beneden de leeflaag. Zie ook de tekening ‘gesaneerde zelling’ uit de presentatie d.d. 27 september 2022.

Figuur 1 Tekening ‘gesaneerde zelling’ uit de presentatie d.d. 27 september 2022.

4

SGP 10 - Kunnen deze stoffen vrijkomen als de leeflaag en aangebrachte nieuwe stortlaag klasse industrie worden doorboord zoals het geval is bij het aanbrengen van funderingspalen? Bij gebruik van grondverdringende palen is de kans op het vrijkomen van stoffen nihil. Onder de paal wordt een kegel van zand opgebouwd, deze ontstaat al in de leeflaag. Door gebruik van deze palen ontstaan geen lekstromen. Zie figuur 2. SGP 11 - Op welke wijze is de controle hierop vormgegeven?

Figuur 2 Grafische weergave van grondverdringende paal met ' kegel' van zand

Bij elk bouwproject horen veiligheidsmaatregelen. Onderdeel daarvan kan zijn dat metingen worden gedaan om de veiligheid te bevestigen. Daarnaast ontvangt de ODMH voorafgaand aan de werkzaamheden een plan van de werkzaamheden. Deze wordt beoordeeld. De ODMH houdt ook toezicht op het correct naleven van dit plan. SGP 12 - Wat is de functie van de tegen het dijklichaam aangebrachte functie. Ter bescherming van het dijklichaam, of ter bescherming van de afgegraven stortlaag? Wij nemen aan dat de aangebrachte folie wordt bedoeld. Deze is aangebracht ter afscherming van de restverontreiniging in het dijklichaam en de aangebrachte leeflaag. Zie ook het antwoord op vraag SGP 2. SGP 13 - Tijdens de meeting is aangegeven dat er analyses zijn gemaakt van de drijvende oliefilm/vlekken, wat waren de resultaten van deze analyse? We gaan er vanuit dat hiermee wordt bedoeld: de incidentele olievlekking op het oppervlaktewater. Aanwezige drijflaag (pure olie) op het Avia-terrein is tijdens de diverse, eerdere saneringsactiviteiten verwijderd. Ten aanzien van de olievlekking op het oppervlaktewater het volgende: Rijkswaterstaat heeft voor de sanering van het Aviaterrein een waterbodemsanering voor de oever uitgevoerd gericht op vaardiepte en lokaal spots verontreiniging. Rijkswaterstaat heeft bij de uitkeuring van het resultaat ook olie geanalyseerd.

Vanwege de aanwezigheid van steenbestorting en daarmee de kans op schade aan de waterkering/oeverconstructies is er niet volledig gebaggerd, maar bewust een restverontreiniging (> klasse B) achtergelaten. Inschatting is dat bij laag water er tot een afstand van drie tot vijf meter vanaf de kant is gebaggerd (0,5 m diep). De gehalten zijn voor olie gemiddeld de B-klasse. In de praktijk zal dit, aldus de milieukundig begeleider van RWS, neerkomen op een gehalte van circa 2500 mg/ kg d.S. Informatie over oliegehalten dichter bij de kant zijn er niet. Op grond van deze gegevens is RWS akkoord met het eindresultaat van de sanering (stabiele situatie grondwater) van het Avia-terrein. SGP 14 - Is de samenstelling van de vlekken volledig oliegerelateerd of zijn er ook andere schadelijke stoffen aangetroffen? Zie antwoord op vraag SGP 13. SGP 15 - Vormen de aangetroffen stoffen op enige wijze gevaar voor de gezondheid van mensen/dieren? De saneringsmaatregelen zorgen voor een veilige ecologische en humane situatie. SGP 16 - Is er enige onderbouwing voor de stelling dat de olievlekking vanuit de rivierbodem komt en niet uit de zelling? Historisch zijn zowel het Avia-terrein zelf als ook de Hollandse IJssel sterk verontreinigd geweest/geraakt, waaronder met minerale olie.

Op het Avia-terrein zelf is een maximale saneringsinspanning verricht, waarbij de oever over de volle lengte is gesaneerd. Door de vergaande saneringsinspanning is de kans op nalevering vanuit de zelling geminimaliseerd. In het kader van project ‘Schoner Mooier Hollandsche IJssel heeft Rijkswaterstaat (nautische) baggerwerkzaamheden uitgevoerd, waarmee de kwaliteit van de waterbodem in de Hollandse IJssel is verbeterd, maar zeker niet “schoon” is. Er is niet gebaggerd tot aan de oevers, ook niet bij het Avia-terrein. De

5

incidentele vlekking kan dus zowel een relatie hebben met de rivierbodem als de zelling. Ongeacht de exacte oorzaak wordt de nog resterende, incidentele vlekking door het bevoegd gezag beoordeeld als aanvaardbaar, en wordt niet beschouwd als een milieuhygiënisch risico. Zie ook antwoord op vraag SGP 13. SGP 17 - Komt de olievlekking in gelijke mate voor langs de gehele IJssel tussen Gouda en Krimpen aan den IJssel? Ja, olievlekking kan langs heel de rivier voorkomen. Daarvan zijn meerdere waarnemingen, er wordt echter door Rijkswaterstaat niet specifiek op deze waarneming geschouwd. Nogmaals, dit is mogelijk aangezien door Rijkswaterstaat in het kader van het Hollandsche IJsselproject een waterbodemsanering is uitgevoerd in combinatie met nautische baggerwerkzaamheden waarbij slibklasse B als terugsaneerwaarde is aangehouden. Er is ook slibklasse B hergebruikt/toegepast achter de diverse aangelegde strekdammen op andere locaties in de Hollandse IJssel. Daarnaast is langs de gehele Hollandsche IJssel sprake van het achterblijven van een restverontreiniging > slib klasse B i.v.m. de stabiliteit van de dijk /oeverconstructies. Zie ook het antwoord op vraag SGP 10. In de Regeling bodemkwaliteit (zie bijlage b tabellen 1 en 2 van de regeling – opvraagbaar bij ODMH) zijn de normwaarde opgenomen ter beoordeling van de kwaliteit van baggerspecie en de hergebruiksmogelijkheden hiervan.

Binnen dit generieke toetsingskader wordt voor het classificeren van waterbodem verschillende aanduidingen gebruikt. Samenvattend mag voor klasse B slib / waterbodem het maximale gehalten aan minerale oliën (gestandaardiseerd) 5.000 mg/ kg d.S. bedragen. Dergelijke gehalten kunnen ingeval van woeling (o.a. scheepvaart en/of getijde) ook incidentele olie-vlekking veroorzaken. Door Rijkswaterstaat is in het kader van de eindbeoordeling van het bodemsaneringsresultaat de situatie ter plaatse van het Avia-terrein als passend binnen de richtlijn natuurlijke lozing van verontreinigd grondwater op oppervlaktewater beoordeeld. SGP 18 - Is de kleilaag langs het gehele terrein aangebracht? Ja, als onderdeel van het diepere deel van de leeflaag klasse wonen SGP 19 - Is er een kans dat de aangebrachte kleilaag lek is? Nee, deze is aaneengesloten aangebracht en ligt 1,0 m1 tot 1,5 m1 onder maaiveld waardoor fysieke aantasting en kans op een lek nihil is. Leefbaar Krimpenerwaard LK 1 - Is zes maanden monitoren na het heien voldoende om uit te sluiten dat er nog giftige stoffen vrijkomen? Op grond van het bouwplan zal de projectontwikkelaar, zoals afgesproken en aangegeven in het instemmingsbesluit van de sanering, een plan van aanpak indienen voor alle werkzaamheden die een relatie hebben met de saneringsdoelstelling en voorzieningen. Hieronder valt ook de monitoring.

Dit plan van aanpak zal, voorafgaand aan de werkzaamheden, goedgekeurd moeten worden door de ODMH. Toezicht zal ook plaatsvinden door de ODMH. LK 2 - Hoe wordt voorkomen dat bij het heien van lange palen (meer dan 10 meter) de bodem geroerd wordt en gevaarlijke stoffen (olie en andere gevaarlijke stoffen) naar de schone bovenlaag doordringen? Er ligt immers geen folie hebben wij begrepen. Zie het antwoord op vraag SGP 10. LK 3 - Er is geen nulmeting uitgevoerd op andere zellingen langs de Hollandse IJssel om te kunnen vergelijken met de Bolderkade. Worden er op andere locaties ook oliesporen op het water aangetroffen, die vergelijkbaar zijn met de Bolderkade. Dan kunnen we “de link leggen” met de vervuiling Hollandse IJssel en niet met de Bolderkade.

6

Duidelijk is dat voor de oever van het Avia-terrein slib aanwezig is die ook olie bevat. RWS heeft dit bevestigd. Tevens blijkt dit ook uit het onderzoek ‘Afperkend waterbodemonderzoek incl. PFAS IJsseldijk Noord 56 Ouderkerk a/d IJssel “zelling Avia”’ dat in 2019 door Grondslag is verricht. De nog resterende, incidentele vlekking is door het bevoegd gezag beoordeeld als aanvaardbaar en wordt niet beschouwd als een milieuhygiënisch humaan of ecologisch risico. LK 4 - Uit de stukken van september 2020 (verslag informatiemorgen d.d. 5 september – vraag 20) staat bij de vragen dat de huizenprijzen variëren tussen de 2 en 7 ton. Is dit nog steeds actueel, want de projectontwikkelaar meldt dat de prijzen vanaf euro 375.000, - zijn? Dit betreft geen technische vraag in het kader van de bodemverontreiniging maar volledigheidshalve is deze beantwoord. Het college heeft verzocht om twee woningen als middenhuur op de markt te brengen in plaats van als koopwoning. Deze woningen blijven dus beschikbaar voor de markt. Dit is één van de redenen waarom de vanafprijs van circa 200.000 euro naar circa 375.000 euro is gewijzigd. Andere redenen is dat de kostprijs van een woning door de aanzienlijke stijging van de bouwmaterialen-prijzen hoger is geworden. Aanbod en prijsniveau zijn niet gewijzigd.

Alleen aanbiedingsvorm van twee woningen zijn gewijzigd en invloed van een hogere kostprijs door prijsstijgingen in de bouwwereld. LK 5 - De parkeerproblematiek wordt niet opgelost in de planvorming en weggeschoven naar Hoogheemraadschap Schieland en Krimpenerwaard (HHSK) als wegbeheerder en projectvoorbereider project “KIJK”. Hoe krijgen we garanties, dat er parkeervoorzieningen beschikbaar zijn voor de huidige bewoners aan de dijk? Dit betreft geen technische vraag in het kader van de bodemverontreiniging maar volledigheidshalve is deze beantwoord. Vanuit De Bolderkade ligt er geen verplichting om in parkeerbehoeften van andere percelen te voorzien. Zes van de bezoekersparkeerplaatsen liggen op het eigen perceel van De Bolderkade maar liggen niet achter de toegangscontrole. Deze parkeerplaatsen zijn direct vanaf de IJsseldijk-Noord bereikbaar. Deze parkeerplaatsen zijn niet exclusief voor de omgeving. Wanneer deze parkeerplaatsen vrij zijn, zijn ze bruikbaar voor de omgeving. In de gebruiksfase van De Bolderkade heeft de VvE zeggenschap over deze parkeerplaatsen. Dit is gelijk aan wat in 2021 door wethouder Leon de Wit aan de gemeenteraad is gecommuniceerd. Pro Krimpenerwaard PK 1 - Wat is de oorzaak van de storing tijdens de expertmeeting en waarom kon die niet worden hersteld? Deze vraag is reeds door de griffie individueel beantwoord.

PK 2 - Welke actie wordt ondernomen om in voorkomende gevallen te zorgen voor extra verslaglegging? Deze vraag is reeds door de griffie individueel beantwoord. PK 3 - Zijn de aanwezige deskundigen onafhankelijk in het geven van informatie? Is dat getoetst? Ja, het gaat om deskundigen op het gebied van bodemverontreiniging, en in het bijzonder in het kader van de hele aanpak van het project Schoner Mooier Hollandsche IJssel en met betrekking tot de uitgevoerde saneringswerkzaamheden op het Avia-terrein (op verzoek van fracties uit de gemeenteraad). Daarnaast waren de adviseur/deskundige van de initiatiefnemer alsmede een medewerker van de Omgevingsdienst aanwezig. PK 4 - Door wie worden de deskundigen betaald? Of werden deze in het verleden betaald? Dit betreft geen technische vraag in het kader van de bodemverontreiniging maar volledigheidshalve is deze beantwoord. De diensten van Arnicon en Compas Management & Advies worden betaald door Lambrane Ontwikkeling. Dit sluit aan bij de normale gang van zaken rondom een herziening van een bestemmingsplan. De advieskosten voor het opstellen van rapporten en de inbreng van specialisten daarvoor worden gedragen door de initiatiefnemer. De aanwezigheid van stichting Bodembeheer Nederland (SBBNL) heeft op verzoek van de

7

gemeenteraad plaatsgevonden. Bodembeheer Nederland (feitelijk haar voorganger Bodemcentrum) heeft de verantwoordelijkheid voor de sanering van deze verontreiniging van het toen nog gevestigde bedrijf overgenomen. Doordat de sanering formeel is afgerond en definitief is beschikt, heeft Bodembeheer Nederland formeel geen rol meer. Dat neemt niet weg dat zij graag bijdragen aan een juist beeld van de huidige situatie en ook juiste beslissingen worden genomen. De deelname vanuit SBBNL wordt als nazorg verleend. De ODMH treedt op namens de gemeente en dus zijn ook de kosten voor de gemeente. PK 5 - Zijn de eerder toegezonden foto’s over het lekken van olie met de ODMH / Rijkswaterstaat gedeeld? Ja. Door de ODMH ontvangen en beoordeeld. PK 6 - Zo ja, wat was de reactie van de ODMH / Rijkswaterstaat? Zo nee, waarom niet? Hoe heeft het College dan kunnen vaststellen dat deze foto’s geen waarde hadden voor de ODMH / Rijkswaterstaat? De gefotografeerde vlekking wijkt niet af van de al bekende waarnemingen (waaronder waarnemingen door de ODMH zelf). De bekende vlekking is tijdens de instemmingsperiode beoordeeld en ligt daarmee ten grondslag aan het instemmingsbesluit sanering Avia-terrein door het bevoegd gezag. Voorafgaande aan het besluit is dit aspect besproken met RWS.

Het beeld van de vlekking was voor RWS geen aanleiding om geen instemming te geven aan de accordering van de gehele sanering van het Avia-terrein. Evenmin was het geen aanleiding voor RWS om zelf actie te ondernemen. PK 7 - Is er advies gevraagd aan de afdeling medische milieukunde van de GGD over dit bouwproject en bij het opstellen van het bestemmingsplan? Nee, de Omgevingsdienst besluit over consultering van de GGD, zij vond geen aanleiding om de GGD te consulteren. PK 8 - Is de grond onder de 2 schuren en woonhuis gelegen aan de kop van de Zelling ook vervuild? De gehele zelling is door aangebrachte historische ophooglaag verontreinigd. Vanaf de jaren ‘90 zijn onderzoeken uitgevoerd. Op de zelling zijn 2 deelsaneringen uitgevoerd ter plaatse van Nummer 51/52 en 67. Het betroffen leeflaagsaneringen. Op de rest van de zelling zullen bodemsaneringen moeten plaatsvinden indien daar vanuit gebruik/inrichting wijzigingen worden aangebracht. Voor de huidige inrichting zijn er geen risico's. Dit is vastgelegd in het besluit van 15 maart 2022, kenmerk 20122006801. PK 9 - Op welke wijze is dat onderzocht? Zie antwoord op vraag PK 8. PK 10 - Is die grond ook gesaneerd? Zo nee, waarom niet? Ja, functioneel door middel van een leeflaag/verharding.

PK 11 - Klopt het dat de locatie functioneel is gesaneerd, vooral om het vloeibare gif weg te krijgen en dat er bij deze sanering geen terugsaneerwaarden voor de vervuilde grond zijn overeengekomen? Voor de deellocatie Avia is dit juist. PK 12 - Klopt het dat bij de saneringen circa 90 a 95% de drijflaag en vloeibare producten is verwijderd, maar de giflaag niet is gesaneerd voor de functie wonen? Nee, dat klopt niet. Voor de locatie Avia is inderdaad de drijflaag en heel veel extra verontreinigd stortmateriaal, zoals nesten met vaten, verwijderd. De verontreiniging in grond (door u aangegeven als giflaag) en grondwater zijn gesaneerd voor de functie Wonen met tuin. Genoemd: functioneel saneren en daarmee geschikt voor de functie wonen.

8

PK 13 - Hoeveel kubieke meter vervuilde grond is circa verwijderd en hoeveel kubieke meter vervuilde grond is circa nog aanwezig. In het kader van de sanering in 2014/2015 is 1.770 ton puin (circa 886 m3) en 12.666 ton stortmateriaal (circa 7.750 m3) stortmateriaal met puur product afgevoerd. In het kader van de zuidelijke oeversanering is 1.435 ton slib en dempingsmateriaal afgevoerd. In het kader van de noordelijke oeversanering is 913 ton slib en dempingsmateriaal afgevoerd. Er is 3.940 m3 stortmateriaal (zonder puur product) achtergebleven. PK 14 - Is het correct dat de nog aanwezige vervuilde grond van de hoogste categorie vervuilde grond was en is? Indien met “vervuilde grond van de hoogste categorie” verontreiniging boven de interventiewaarde wordt bedoeld, klopt dat. Verontreinigd boven de interventiewaarde betekent dat in een bepaalde situatie sprake kán zijn van actueel risico, voor mens of milieu, of een kans op verspreiding. Het betekent niet automatisch dat er ook gesaneerd hoeft te worden. Dit is pas het geval als er sprake is van een actueel risico. In het geval van het Aviaterrein was er vanwege het puur product geconcludeerd dat er sprake was van een actueel verspreidingsrisico. Dit is ook de aanleiding geweest om te saneren. En als er gesaneerd wordt, hoeft ook niet automatisch alle verontreiniging te worden gesaneerd.

Al sinds begin jaren '90 wordt er in Nederland vooral “functioneel” gesaneerd, dat wil zeggen dat actuele risico's worden weggenomen, en dat de locatie in het geval van herontwikkeling geschikt wordt gemaakt voor het toekomstig gebruik. Zo is ook het Avia-terrein gesaneerd. PK 15 - Hoeveel (grove schatting) zou het ongeveer kosten om deze vervuilde grond nu te saneren en hoeveel zouden deze kosten (tegen het huidige prijspeil) bedragen nadat de woningen zijn gebouwd? De grond is reeds gesaneerd. Wanneer met “saneren” afgraven en afvoeren wordt bedoeld, is daar in de huidige gesaneerde staat van het terrein geen calculatie van gemaakt omdat daar geen reden voor is. PK 16 - Voor de zomer gaf het College aan dat er een dampdichte laag was aangebracht tussen de vervuilde grond en de deklaag van circa 1 meter om uitdamping te voorkomen. Is het correct dat deze dampdichte laag helemaal niet over het gehele terrein is aangebracht (maar slechts langs de dijk)? En hoe verklaart u dit zeer grote verschil in saneringswijze tussen nu en destijds aan de Raad gepresenteerd? Langs de dijk is een folie aangebracht. Daarnaast is op het terrein een kleilaag aangebracht met als doel de infiltratie van regenwater naar het grondwater te remmen en dit water direct te laten afstromen naar de Hollandse IJssel.

De kleilaag heeft vast en zeker een dampremmende werking, maar daarvoor is de kleilaag niet aangelegd. PK 17 - Het lijkt ons voor de toekomst en de woonfunctie nodig om op deze locatie naast het standaard analysepakket voor milieukundig bodemonderzoek (het NEN-pakket) ook onderzoek te doen naar korte keten koolwaterstoffen < C10. Dit vanwege de sterke geur opgemerkt door omwonenden bij de sonderingen en het historisch gebruik als brandstof opslaglocatie. Heeft dit onderzoek plaatsgevonden en zo niet waarom niet. Kan dit alsnog plaatsvinden, dit lijkt ons noodzakelijk. Historisch is er een groot aantal verschillende oliesoorten op het terrein aanwezig geweest, en dus ook in de bodem terechtgekomen. Uit eerdere onderzoeken bleek dat dit zowel lichtere (benzine, dieselolie/petroleum) als zwaardere (motorolie) olie betrof. De bodemsanering is uitgevoerd om – ongeachte het type olie – stortmateriaal en grond met daarin pure olie zo veel mogelijk van de locatie af te voeren, en daarmee het verspreidingsrisico weg te nemen. PK 18 - Aangezien het ook om een verontreiniging door het storten van naoorlogs industrieel afval gaat wordt verzocht om aanvullend onderzoek te doen naar PFAS en andere ZZS. Zodat wij en ook de toekomstige generatie weet wat daar met 1000-en kubieke meters onder de grond zit. Graag een reactie.

De onderzoeken en de sanering hebben plaatsgevonden conform de wet- en regelgeving die destijds gold. De onderzochte stoffen zijn overeenkomstig de in de “Circulaire bodemsanering” opgenomen stoffenlijst. In de

9

Circulaire staat de uitwerking van het saneringscriterium centraal. PFAS en ZZS-stoffen staan niet op de stoffenlijst. Aanleiding destijds om af te wijken van de lijst was er niet. Aanvullend onderzoek naar PFAS levert geen meerwaarde op. De saneringsvariant (isolatie) is ook voor een eventuele aanwezigheid van PFAS een voldoende saneringsmaatregel. Op ZZS meten is niet praktisch. Het is een lijst van een 100 000 stoffen. Enkel bij directe aanleiding of grote verspreidingsrisico’s zou dit logisch kunnen zijn. Daarnaast is het hele ZSS beleid in Nederland afgestemd op bronaanpak, onderzoeken op grond van uitsluitend het feit dat er afval ligt is onvoldoende. Voor PFAS en ZZS-stoffen wordt landelijk bronnenonderzoeken uitgevoerd. Mocht de locatie Avia in de toekomst op enige lijst voorkomen, zal uiteraard gehandeld worden zoals dan wordt afgesproken. Dit geldt niet alleen voor Avia, maar voor alle in Nederland gesaneerde locatie en zelf voor het gehele grondgebied van Nederland. Voorafgaand aan het laatste saneringsdeel is langs de oever een (water-)bodemonderzoek verricht (Grondslag: d.d. 27 mei 2019, PROJECT 16590, AFPERKEND WATERBODEMONDERZOEK INCL. PFAS IJSSELDIJK NOORD 56 OUDERKERK A/D IJSSEL “ZELLING AVIA”. Daarbij zijn in de oever geen gehalten PFAS boven de detectiegrens gemeten.

PK 19 - Klopt het dat de Woningwet een artikel bevat met een verbod om te bouwen op vervuilde grond? Dit betreft geen technische vraag in het kader van de bodemverontreiniging maar volledigheidshalve is deze beantwoord. De aanhoudingsplicht voor beslissingen op aanvragen om een bouwvergunning (artikel 52a Woningwet) is in de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (6.2c Wabo) in de vorm van een uitgestelde inwerkingtredingbepaling opgenomen. In artikel 6.2c van de Wabo is bepaald wanneer een omgevingsvergunning in werking treedt. Een omgevingsvergunning treedt voor gevallen van ernstige bodemverontreiniging, die voor 1 januari 1987 zijn veroorzaakt, niet eerder in werking dan nadat: - met het (deel)saneringsplan is ingestemd, of - Is vastgesteld dat er geen sprake is van ernstige verontreiniging ten aanzien waarvan spoedige sanering noodzakelijk is, of - Een BUS-melding (Besluit Uniforme Saneringen) is gedaan en de vijfwekentermijn is verstreken, dan wel een saneringplan is ingediend en daarop is beschikt . In de onderhavige situatie is sprake van een goedgekeurd saneringsplan, reeds in de fase van de bestemmingsplanprocedure. Artikel 8 van de Woningwet geeft aan dat de bouwverordening voorschriften bevat omtrent het tegengaan van het bouwen van een bouwwerk op verontreinigde bodem.

In de bouwverordening Krimpenerwaard 2020 is opgenomen dat niet mag worden gebouwd op een bodem die zodanig is verontreinigd dat schade of gevaar is te verwachten voor de gezondheid van de gebruikers (artikel 2.4.1). Op grond van artikel 2.4.2 kunnen voorwaarden aan de omgevingsvergunning voor het bouwen worden verbonden, in het geval men van oordeel is dat de bodem op grond van de Regeling omgevingsrecht bedoelde onderzoeksrapporten en/of andere bij hen bekende onderzoeksresultaten dan wel op grond van het overeenkomstig het tweede lid van artikel 39 van de Wet bodembescherming goedgekeurde saneringsplan bedoeld in artikel 39, eerste lid, van die Wet niet geschikt is voor het beoogde doel, maar door het stellen van voorwaarden alsnog geschikt kan worden gemaakt. PK 20 - Zijn er alternatieven voor deze zwaar vervuilde locatie grond, die minder gevaar c.q. risico voor de mensen opleveren. Nee. Op het terrein is een functionele bodemsanering (irt de huidige bedrijfsterrein en toekomstige bestemming wonen met tuin) uitgevoerd met het achterlaten van een stabiele restverontreiniging welke geen ecologische en humane risico 's oplevert. Deze levert geen risico op voor mensen, daarom zijn er ook geen betere alternatieven. PK 21 - Kan worden onderbouwd dat hier sprake is van goede ruimtelijke ordening? D.w.z.

dat bouwen op gifgrond zonder enige twijfel in dit geval de beste ruimtelijke keuze is?

10

Dit betreft geen technische vraag in het kader van de bodemverontreiniging maar volledigheidshalve is deze beantwoord. In de toelichting op het bestemmingsplan en de daarin opgenomen verantwoording en uitgevoerde onderzoeken is gemotiveerd dat sprake van een goede ruimtelijke ordening. De Omgevingsdienst Midden-Holland heeft ingestemd met de verantwoording van de milieuaspecten. De grond is geschikt voor woningbouw (zie beschikking evaluatieverslag d.d. 15 maart 2022). De toelichting op het bestemmingsplan bevat altijd een paragraaf over de bodemkwaliteit. Deze verplichting vloeit voort uit artikel 3.6 Besluit ruimtelijke ordening (Bro). Het bestemmingsplan bevat een motivering over de bodemkwaliteit in relatie tot de beoogde bestemming (functie). De (milieu hygiënische) bodemkwaliteit moet geschikt zijn voor de gewenste bestemming. Uitgangspunt is dat de bodemkwaliteit geen onaanvaardbaar risico oplevert voor gebruikers van de bodem. PK 22 - Zijn er in onze gemeente andere locaties waarop gebouwd kan worden, die niet vervuild zijn? Dit betreft geen technische vraag in het kader van de bodemverontreiniging maar volledigheidshalve is deze beantwoord. Er is geen gemeentebrede inventarisatie voorhanden van verontreinigde en niet verontreinigde locaties, aldus de gemeente.

Als ontwikkelaar, meldt Lambrane Ontwikkeling, zijn zij altijd alert voor ontwikkelkansen omdat zij graag een bijdrage leveren aan de brede maatschappelijke vraag naar woningen in Nederland. De Krimpenerwaard heeft ook altijd hun aandacht. Zij zijn niet bekend met locaties zoals u aangeeft in uw vraag. PK 23 - Heeft het volgens de regels van de ruimtelijke ordening normaal gesproken dan niet de voorkeur om op deze niet vervuilde locaties onze inwoners te laten wonen? Dit betreft geen technische vraag in het kader van de bodemverontreiniging maar volledigheidshalve is deze beantwoord. Er is sprake van een goede ruimtelijke ordening in situaties waarin de bodem geschikt is (verklaard) voor een woonfunctie, in dit geval wonen met tuin. PK 24 - Is erover nagedacht wat de procedure is als er door eventueel aanwezige corrosieve chemicaliën in de restverontreiniging schade ontstaat aan kabels, leidingen, bodemenergiesystemen en funderingen? De kabels en leidingen worden aangebracht in de leeflaag (kwaliteit klasse wonen) en voor de funderingspalen zal hiermee rekening worden gehouden (bestendigere betonkwaliteit). PK 25 - Bent u op de hoogte van de veiligheidsvoorschriften van werkzaamheden in vervuilde grond en de meldingsplicht voor deze activiteiten? In welke activiteiten worden de inwoners beperkt t.o.v.

wonen op schone grond? Als ontwikkelaar (Lambrane Ontwikkeling) en bouwer (Mattone Bouwmeesters) zijn wij op de hoogte van de veiligheidsvoorschriften en meldingsplicht. Ten opzichte van wonen zijn er geen beperkingen. Bewoners mogen (zonder toestemming) niet dieper graven dan 1,5 m1 in het perceel. Er zijn geen logische activiteiten die daar aanleiding toe zouden geven. PK 26 - Worden de toekomstige eigenaren van de grond ervan op de hoogte gesteld dat zij bij de verkoop eigenaar worden van de zwaarste categorie van bodemverontreiniging direct onder hun woning? Er bevindt zich geen bodemverontreiniging direct onder hun woning. De kopers worden in het verkoopproces geïnformeerd door de ontwikkelaar. Formeel worden de kopers ook bij de levering bij notaris op de hoogte gebracht van de geldende kwalitatieve bepaling, de notaris is dat verplicht. Het betreft een kettingbeding, dus ook bij alle opvolgende eigenaarswissels zullen nieuwe eigenaren altijd op de hoogte worden gebracht. PK 27 - Wie is na de oplevering aansprakelijk indien er toch iets misgaat met de grote bulk aan zwaar verontreinigde grond. De aansprakelijkheid ligt bij de eigenaar van het perceel.

11

PK 28 - Kan het eventuele vervolgrisico van onvoldoende sanering bij het saneringsbedrijf worden gelegd en hoeveel bedragen die (verzekerings-) kosten? Het saneringsbedrijf heeft de sanering uitgevoerd binnen een vaste en afgeronde opdracht. De initiatiefnemer van de sanering is Stichting Bodembeheer Nederland, deze heeft de sanering volledig uitgevoerd conform de doelstellingen. Dit is vastgelegd in de instemmingsbesluiten van 3 december 2015, kenmerk 2015283409 en 15 maart 2022, kenmerk 20122006801. Voor zover er sprake is van vervolgrisico is deze niet terug te leggen bij het saneringsbedrijf of Stichting Bodembeheer Nederland. (Verzekerings-)kosten zijn niet bekend bij de eigenaar van het perceel omdat deze niet relevant worden geacht door hen. PK 29 - Er is nog steeds sprake van vervuiling langs de kant van het perceel. Dit is extra gemeten op verzoek van de Raad. De standaard hypothese was dat dit uit de gifgrond zou komen. Nu werd plotseling (zonder reden) deze nulhypothese verworpen en zou de vervuiling door woeling van de aanwezige olie uit het slib komen dat door eb/vloed en boot wordt veroorzaakt. Er is geen nulmeting gedaan (naar bijvoorbeeld de vervuiling van het water bij niet vervuilde locaties).

Is het dan wetenschappelijk mogelijk om vast te stellen dat de huidige vervuiling niet uit de vervuilde locatie komt? Is er feitelijk en of wetenschappelijk bewijs dat deze vervuiling ook niet (deels) uit de locatie komt? Zie antwoord op vraag SGP 16 en 17. PK 30 - Wordt met deze sanering – op basis van gedegen onderzoeksresultaten - aan het aangenomen amendement A21-025 voldaan, namelijk geen uitlekking van gifstoffen naar de IJssel? Dit is ter beoordeling aan de raad, aangezien de verantwoordelijke bevoegde gezagen hebben ingestemd met het eindresultaat van de sanering en het terrein geschikt hebben verklaard voor wonen met tuin. CDA Geen vragen ontvangen. VVD Geen vragen ontvangen. PvdA-GroenLinks PGL 1 - Is er advies gevraagd aan de afdeling medische milieukunde van de GGD over dit bouwproject en bij het opstellen van het bestemmingsplan? Zie antwoord op vraag PK 7. PGL 2 - Klopt het dat de locatie functioneel is gesaneerd en dat er bij deze sanering geen terugsaneerwaarden zijn overeengekomen? Zie antwoord op vraag PK 9. PGL 3 - Klopt het dat bij de saneringen de drijflaag en puur product is verwijderd, maar er niet is gesaneerd voor de functie wonen? Zie antwoord op de vraag PK 10. PGL 4 - Klopt het dat de Woningwet een artikel bevat met een verbod om te bouwen op vervuilde grond? Zie antwoord op de vraag PK 19.

PGL 5 - Worden de toekomstige eigenaren van de grond ervan op de hoogte gesteld dat zij bij de verkoop eigenaar worden van een ernstig geval van bodemverontreiniging?

12

Zie antwoord op de vraag PK 26. PGL 6 - Is er over nagedacht wat de procedure is als er door eventueel aanwezige corrosieve chemicaliën in de restverontreiniging schade ontstaat aan kabels, leidingen, bodemenergiesystemen en funderingen? Zie antwoord op vraag PK 24. PGL 7 - Bent u op de hoogte van de veiligheidsvoorschriften van werkzaamheden in vervuilde grond en de meldingsplicht voor deze activiteiten? Zie antwoord op de vraag PK 25. ChristenUnie Geen vragen ontvangen. D66 Geen vragen ontvangen. Lokaal op 1 Geen vragen ontvangen.

13

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Krimpenerwaard&id=15b82f0b-9fcf-432d-9d8a-9579c52868fb