Vragen CDA en SGP.docx
Tekst van het document
Vragen CDA 1. Wat gebeurt er als de gemeentelijke overheid niets doet? 2. Welke minimale opgave ligt er als we in ogenschouw nemen dat er in onze omgeving enkele Natura 2000 gebieden liggen? 3. Ligt er mogelijk nog een andere (provinciale / landelijke) opgave op de loer en wat is daarvan dan de omvang? 4. Is er een relatie met CO2 reductie? Zeker als we daar onze woningbouwbehoefte bij in aanmerking nemen? 5. Heeft energieopwekking een relatie met stikstofproblematiek en zo ja, hoe werkt dat uit? 6. Is er een win/win-situatie mogelijk stikstof en CO2? 7. Wat doet de 2250 ha NNN ontwikkeling aan de Noordrand in relatie tot de stikstof-opgave? (Is dat een deel van de oplossing / invulling of leidt dit onverhoopt zelfs tot extra opgaven?) 8. Er loopt een UvA onderzoek naar de werkelijke stikstofneerslag t.g.v. veeteelt; wat is daarover te zeggen en wanneer wordt een uitkomst van het onderzoek voorzien? 9. Nu de PAS is onderuitgehaald, zijn diverse agrarische bedrijven niet meer voorzien van een legale vergunning; klopt dit en wanneer wordt dit opgelost en hoe? 10. Hoe kijkt u aan tegen stikstofaanpak die bestaat uit mestscheiding in een stikstof en een fosfaatrijk deel? (Zo kan ook kunstmest worden verminderd). Ziet u dit als een win-win optie? En hoe is dit te verwerkelijken? 11.
Hoe zit het eigenlijk met stikstofaanpak in berekeningen: wordt dat alleen gedaan rondom veeteelt of geldt dit issue ook bij landbouw? En wat betekent dit dan voor beide sectoren? 12. Wat gebeurt er met de stikstofrechten die thans nog horen bij agrarische bedrijven die verdwijnen in het kader van NNN aan de Noordrand? Blijven die voor de agrarische sector binnen de Krimpenerwaard beschikbaar? 13. Wat is een nb vergunning? Welke bedrijven dienen die te hebben? Hoe is die verhouding tussen landbouw en overige bedrijven? Met name in de Krimpenerwaard? 14. Wat dient naar uw mening de prioriteitsvolgorde te zijn: een vitale landbouw, Co2 uitstoot, bodemdaling reductie, leefbaarheid van het gebied, stikstofdepositie, natuur? Vragen SGP 1. De depositie van Krimpenerwaard op de N-gevoelige N2000-gebieden is verwaarloosbaar. Maar omdat er geen drempelwaarde van de berekende toename van de N-depositie meer is in de vergunningverlening, is dus elk dier meer op een boerderij, meteen een probleem. Want: depositievermeerdering is groter dan 0. Klopt het dat de problematiek zo in elkaar zit? Wat betekent dit concreet voor aanvragen van uitbreidingen? 2. De plannenmakers willen het liefst naar volledig natuur inclusief boeren gaan, dus 1 koe per hectare. Dat zou een halvering van de veestapel in Krimpenerwaard betekenen.
De wetenschappelijke onderbouwing dat dit de oplossing voor het probleem is, is nooit gezaghebbend aangetoond. Hoe kijken de deskundigen hiernaar? Gaat het zo’n vaart lopen? 3. Goed nieuws: er loopt al even een onderzoek van de UvA en het Mesdagfonds naar daadwerkelijk meten van depositie i.p.v. uitgaan van aannames d.m.v. modellen. De uitkomsten lijken veelbelovend: ammoniak lijkt toch vooral in de buurt van stallen neer te slaan. Is bekend wanneer dit onderzoek gereed is en gebruikt kan worden? 4. Belangrijkste vraag: hoe voorkomen we dat natuurgebieden in Krimpenerwaard de N-2000 status inrollen? Want dan heeft niemand nog enige grip op de situatie.