Vraag-en-antwoorddocument Bolderkade 1 juli 2022.docx
Tekst van het document
Vraag-en-antwoorddocument Bolderkade In vervolg op de bespreking van agendapunt 8: Bestemmingsplan Bolderkade, Ouderkerk aan den IJssel, tijdens de Oordeelsvormende commissie van 29 juni 2022 Documentdatum: 1 juli 2022 Historie bodemsaneringen in Nederland In 1979 veroorzaakte de vondst van chemisch afval onder woningen in een nieuwbouwwijk in Lekkerkerk veel opschudding. Er werd besloten de verontreiniging in de wijk volledig af te graven. De casus Lekkerkerk gaf de impuls aan de inventarisatie van bodemverontreinigingen en de uitvoering van bodemsaneringen in Nederland. Destijds dacht de overheid dat het aantal bodemverontreinigingen dat volledig zou moeten worden afgegraven beperkt was. Begin jaren negentig was het aantal bodemverontreinigingen echter zo groot geworden en de voorziene kosten zo omvangrijk, dat een volledige verwijdering van de verontreinigingen op kosten van de overheid niet meer realistisch was. Dit leidde er onder andere toe dat de saneringsdoelstelling werd gewijzigd van multifunctioneel naar functiegericht. Dit betekent dat de locatie na de sanering niet meer geschikt hoefde te zijn voor elk gebruik, maar geschikt voor het bestaande of toekomstige gebruik1.
Deze beleidsvernieuwing komt voort uit de wens van de minister van VROM en de Tweede Kamer om de in 1995 in werking getreden saneringsregeling van de Wet bodembescherming te evalueren en in mei 1996 is er door het kabinet besloten tot de uitvoering van een interdepartementaal beleidsonderzoek bodemsanering en vervolgens door het ministerie van VROM tezamen met IPO en VNG het proces van beleidsvernieuwing bodemsanering in gang gezet2. Rapport uit 1990 Het rapport ‘Integrale studie Hollandsche IJssel van 19 juli 19903’ is opgesteld in het discours van de jaren 80 waarin het beeld heerste dat alle verontreinigen volledig gesaneerd dienen te worden. Zoals hierboven beschreven, is de saneringsdoelstelling na 1996 gewijzigd van multifunctioneel naar functiegericht. In het rapport wordt reeds geadviseerd om de zellingen doelmatig en sober te saneren, in verband met de hoge kosten die hiermee gemoeid gaan. De keuze voor het saneringssysteem zal beïnvloed worden door het al dan niet beschikbaar zijn van een stortplaats in de regio. De saneringen langs de Hollandse IJssel zijn individueel opgepakt in de jaren die volgden. Veelal werd bij een daadwerkelijk initiatief een nieuw basisonderzoek uitgevoerd. Dit was het gevolg van de snelle kennisontwikkeling die tussen 1990 en 2010 plaatsvond en doordat in 1994 en 2006 (en daarna) de wetgeving is gewijzigd.
Het rapport van 1990 heeft een belangrijke functie gehad voor het opstarten van de schoonmaakactie van de Hollandse IJssel. Door het opstellen van nieuwere en inhoudelijkere rapporten per locatie is het rapport van 1990 als stuur- en toetsmiddel aan relevantie veel verloren. Dit document, wat ten behoeve de Oordeelsvormende Commissie niet was toegevoegd aan de agendastukken, was reeds gedeeld als bijlage bij de Raadsvergadering ten behoeve van het Stedenbouwkundig plan Bolderkade op 1 juni 2021.
1 https://www.rivm.nl/ggd-richtlijn-mmk-bodemsanering/korte-geschiedenis 2 https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-25411-1.html 3 https://puc.overheid.nl/rijkswaterstaat/doc/PUC_29744_31/
1
Recente onderzoeksresultaten in relatie tot het rapport uit 1990 In de Commissie is verschillende keren gerefereerd naar het rapport van 1990. Ook al heeft het rapport veel relevantie verloren en is het geen bindend rapport, wordt onderstaand ter verduidelijking wel ingegaan op enkele passages. Bestudering van het rapport leert wat de aard van het rapport is en dat voor het terrein verschillende mogelijkheden worden benoemd. • • • • • •
Het begeleidend schrijven geeft aan dat het rapport hoort bij de inventarisatiefase (blz. 2 en 203, dit betreft de nummering van de pdf pagina’s). Het rapport toont aan dat voor AVIA bij 4 van de 6 scenario’s wonen het beoogde gebruik na sanering is (blz. 17, 203). Het rapport geeft aan het onderzoek wat is uitgevoerd is minimaal aanvullend onderzoek is. De hoeveelheid informatie die als basis dient voor het rapport is beperkt. (blz. 50, 203) De voorgestelde saneringstechniek is saneringssysteem B; het handhaven van de zelling (niets afgraven) en door middel van een schil de veiligheids- en gezondheidsrisico borgen voor industrieel gebruik. Bij de huidige stand (in 1990) van de techniek is multifunctioneel gebruik niet mogelijk. (blz. 63, 203) De zelling AVIA wordt op meerdere plaatsen benoemd met ‘wonen’ als gewenste eindsituatie (zie onder andere blz. 17, 119, 120, 178 en 179 van het pdf document). Dat past in het beeld dat door nieuwe technieken, nieuwe visies en voortschrijdend inzicht de verwachting in 1990 reeds bestond dat wat toen nog onmogelijk leek later mogelijk zou gaan blijken te zijn.
De verkoop van het AVIA-terrein, de spoedeisendheid van de verontreiniging en de nieuwe bestemming maakte een actualisatie van de verontreinigingssituatie noodzakelijk. Daarnaast is bodeminformatie van ruim 20 jaar oud niet meer actueel. De gewijzigde wetgeving is vervolgens uiteraard de leidraad geweest voor de variantkeuze (uitgewerkt in het saneringsplan). Saneringen en bodemonderzoeken Op 23 december 2021 is het meest recente rapport over bodemsanering op het voormalige Aviaterrein gepubliceerd. De inleiding van dit rapport bevat een terugblik op de voorgaande saneringen en onderzoeken. In de conclusie worden de eindresultaten benoemd en de gebruiksbeperkingen beschreven. Hieronder een samenvatting van de relevante momenten en resultaten: 2003 Saneringsurgentie door Provincie Zuid-Holland gebaseerd op het destijds geldende criterium 2014 en 2015 (gehele terrein) Bodemsanering met als doel de onaanvaardbare risico’s wegnemen. Conform dit plan is er sterke restverontreiniging achtergebleven. Om de stabiliteit van de oever te kunnen waarborgen, is aan de zijde van de Hollandsche IJssel (westzijde) in de oever ook restverontreiniging achtergebleven. 2016 tot en met 2019 Nazorg in de vorm van jaarlijkse grondwatermonitoring gecombineerd met de inspectie van de oever.
Op basis van alle monitoringen mag worden geconcludeerd dat het grondwater tot op heden een stabiele situatie laat zien. Er is echter nog wel steeds uittreding van olie vanuit de oever naar de Hollandsche IJssel waarneembaar. Maart – mei 2020 (oever) Om deze uittreding van olie naar de Hollandse IJssel en daarmee vlekking op het oppervlaktewater te beperken is in de periode maart - mei 2020 het zuidelijk deel van de oever gesaneerd. Met de sanering is ter plaatse van het zuidelijk deel het restant van de olie en het stortmateriaal gesaneerd. Na deze sanering werd nog steeds enige olievlekking op het oppervlaktewater waargenomen. Er is een intensieve inspectie van de oever opgestart. Hieruit bleek dat de olie in het noordelijke deel van de oever optreedt, welke niet aanvullend is gesaneerd. 2
April – mei 2021 (oever) Er heeft een aanvullende bodemsanering plaatsgevonden. Na sanering heeft een monitoring plaatsgevonden op locatie. De monitoring heeft bestaan uit een visuele inspectie van de oever op mogelijke olievlekking bij zowel hoge als lage rivierstanden. Juli – december 2021 Monitoringsperiode na de laatste sanering. Conclusie: er is nauwelijks uitstroom van olie naar de rivier. Op de momenten dat nog wel lichte olie vlekking op het oppervlaktewater wordt waargenomen zijn deze vlekjes beperkt van omvang en zijn deze vlekjes ook snel niet meer zichtbaar. Ter plaatse van de noordelijke oever is zelfs geen olievlekking op het oppervlaktewater waargenomen tijdens de oeverinspecties. Omdat de uittreding van olie vanuit de oever dusdanig beperkt is, kan worden gesteld dat er een stabiele eindsituatie is ontstaan, waarbij gesteld kan worden dat de risico’s met de uitgevoerde sanering daarmee voldoende zijn weggenomen. Het doel van de sanering, om uittreding van olie vanuit de oever naar het oppervlakte tot een minimum te beperken is bereikt. De sanering kende verder geen terugsaneerwaarde in de vorm van een concentratie4. Gebruiksbeperkingen In het rapport van december 2021 wordt benoemd: ‘De locatie kent na de sanering een aantal gebruiksbeperkingen. De aangebrachte leeflaag moet behouden worden. Er mag geen verontreinigd grondwater worden opgepompt.
Graven tot in de verontreinigde ondergrond (zie deze evaluatie en de evaluatie van de sanering uit 2014/2015 voor de ligging van de nog aanwezige restverontreiniging) is niet toegestaan. Een wijziging van de bestemming of het gebruik moeten worden gemeld aan het bevoegd gezag. Op dat moment moet opnieuw bepaald worden of de aanwezigheid van de verontreiniging leidt tot risico’s vanwege dit nieuwe gebruik. De sterke restverontreiniging wordt kadastraal geregistreerd.’ Bovenstaande betekent dat er beperkingen zijn in het gebruik van het terrein. Voorafgaand aan geplande werkzaamheden moet er een melding gemaakt worden bij de ODMH. Er moet een plan overlegd worden voor de manier van uitvoering van de werkzaamheden. ODMH moet akkoord gaan met dit plan. Zellingwijk Gouderak De Zellingwijk is niet vergelijkbaar met de locatie Bolderkade. De Zellingwijk is in de jaren 50 van de vorige eeuw opgehoogd en de woningen zijn gerealiseerd tussen 1962 en 1969. De stortlaag was slecht afgedekt; er was geen leeflaag. Het stortmateriaal kwam tot in de kruipruimte van de woningen. Eind jaren 90 passeren ook isolatiemaatregelen de revue. Deze variant is in Gouderak geen populaire optie. De Zellingwijk is uiteindelijk in 2008 - 2009 volledig ontgraven. Dit was toen al een uitzondering op de regel. Een volledige sanering van deze oude verontreinigingen is op dit moment niet meer aan de orde.
De voorgestelde appartementen ‘Bolderkade’ worden gebouwd op een leeflaag van ongeveer vier meter dik5. Dit is dikker dan de minimale eis van één meter6.
4 Evaluatierapport Bodemsanering IJsseldijk-Noord 56 Ouderkerk aan den IJssel Fase: Aanvullende
oeversanering (noordelijke deel) inclusief monitoring uittreding oever 23 december 2021 5 Dwarsdoorsnedekaart 29 juni 2015 6 Circulaire bodemsanering 2013, bijlage 4, paragraaf 2.3 3
Wat is het risico? Er is sprake van twee aandachtspunten: 1. De sanering van de bodem van het gehele terrein Gericht op het wegnemen van verspreidingsrisico’s (bijvoorbeeld in het grondwater) en het bereiken van een stabiele situatie van de zelling om het geschikt te maken voor wonen. Hiertoe is in 2015 succesvol gesaneerd en de diepere bodemverontreiniging afgedekt met een leeflaag. De leeflaag is 2 tot 4 meter dik. De verontreinigde stortlaag zit hieronder en is ongeveer 2 tot 4 meter dik7. 2. De sanering van de oever Gericht op het beperken van verspreiding van olie naar het oppervlaktewater (de Hollandsche IJssel in). Hiertoe is in 2020 en 2021 de oever succesvol gesaneerd. Het ontstaan van olievlekken op het oppervlaktewater levert geen belemmering op om dit perceel of de omliggende percelen te wonen8. Contact met deze oliedruppels is niet mogelijk. Daarnaast komen de appartementen ten minste 10 meter van de oever af te staan. Wie draagt het risico? Het risico ligt bij de grondeigenaar. Het bevoegd gezag is de Provincie Zuid-Holland en heeft hiertoe de Omgevingsdienst Midden Holland (ODMH) aangesteld. Mocht er aanleiding voor zijn, kan het bevoegd gezag de eigenaar aanspreken. Eventueel kan vervolgens de grondeigenaar de verkoper privaatrechtelijk aanspreken.
De huidige eigenaar en ontwikkelaar van het project heeft toegezegd dat door middel van vooronderzoeken, de inzet van ter zake deskundige specialisten, het gebruik van geëigende methoden en materialen hij zich maximaal zal inspannen om gesaneerde situatie stabiel te houden. Hoe groot is het risico? Het risico is volgens de Omgevingsdienst Midden Holland zeer minimaal. Het ODMH heeft de locatie geschikt bevonden voor toekomstig gebruik wonen met tuin onder voorwaarden9. Het ODMH adviseert om de bestemming op de locatie te wijzigen en de omgevingsvergunning in het kader van de bouw te verlenen10. Wanneer treedt het risico op? Op dit moment ligt het terrein braak. Er is sprake van een stabiele situatie, waarbij er nauwelijks uittreding van olie plaatsvindt. Wanneer er werkzaamheden plaats gaan vinden, wordt er een melding gemaakt worden bij het bevoegd gezag en moet er volgens regelgeving gewerkt worden. Zie ook onderdeel ‘Gebruiksbeperkingen’ in dit document. Er worden de nodige maatregelen getroffen om een eventueel risico tijdens de werkzaamheden te mitigeren. Wanneer de werkzaamheden zijn afgerond, is er opnieuw een stabiele situatie, waarbij de diepe verontreinigde laag nog steeds afgedekt is met folie en een leeflaag. Zoals al in de rapporten is beschreven, is de locatie geschikt voor de toekomstige situatie wonen.
7 Dwarsdoorsnedekaart 29 juni 2015 8 BIJL 2e Bijlage 5 - Nader bodemonderzoek Bolderkade 201224 9 BIJL 2d Bijlage 4 - Beoordeling bodemkwaliteit Bolderkade 10 BIJL 2d Bijlage 4 - Beoordeling bodemkwaliteit Bolderkade
4
Aangenomen amendement A21-025 Het thema bodemverontreiniging en sanering komt terug in de Wet Bodembescherming en (Wbb) hiervoor is de Provincie het bevoegd gezag. Voor het plan Bolderkade moet een bestemmingsplan worden gewijzigd, hiervoor geldt de Wet ruimtelijke ordening (Wro) en is de gemeenteraad het bevoegde gezag. Hoe deze wetgeving zich tot elkaar verhoudt is toegelicht in de Nota zienswijzen waarin de bodemverontreiniging apart is behandeld/beschreven. Omdat het amendement veelal gaat over bodem-gerelateerde zaken is vooral het traject van de Wbb relevant. Per onderdeel van het amendement een reactie: De raad op de hoogte te stellen van de uitkomsten van de monitoring over een representatieve periode en het evaluatieverslag van de ODMH. De raad is in een RIB van 7 december 2021 geïnformeerd dat de monitoring van de oeversanering ook met het oog op de gewenste representatieve periode - nog liep. In een RIB van 22 maart 2022 is de raad opnieuw geïnformeerd over het evaluatieverslag en de het besluit (beschikking) dat de ODMH namens het bevoegd gezag heeft genomen. De sanering is daarmee formeel afgerond en inmiddels ook onherroepelijk. Waarbij geldt dat er een bouwstop geldt voor de duur van de monitoringsperiode en er pas kan gestart kan worden als de resultaten van monitoring aantonen dat de uitstroom van olie en andere schadelijke stoffen is verholpen.
Er kan nog niet worden gebouwd ten behoeve van het plan Bolderkade. Eerst moet daarvoor het bestemmingsplan worden vastgesteld. Eerste gelegenheid die zich aandient om werkzaamheden ten behoeve van dit plan uit te voeren dan wel een vergunningaanvraag in te dienen is nadat het bestemmingsplan Bolderkade in werking treedt. Dat is op zijn vroegst daags na afloop van de beroepstermijn. Uitgaande van vaststelling door de raad op 5 juli 2022 is dat eind augustus 2022. Dat is dus ruim na de inmiddels afgeronde monitoring en besluitvorming van de ODMH in het kader van de Wbb. En er is eveneens een monitoringsperiode wordt ingelast nadat alle heipalen zijn geslagen, zodat met zekerheid kan worden gesteld dat er van uittreding van schadelijke stoffen, zoals genoemd in het ODMH rapport geen sprake meer is. Dit is een uitvoeringsvraagstuk en dus nog niet uitgevoerd. Bovendien lastig zoals hieronder toegelicht: Een bestemmingsplan c.q. de Wro biedt niet de mogelijkheid om een dergelijk voorbehoud te maken. Een bestemmingsplan kan simpelweg geen bepalingen bevatten ten aanzien van het opknippen van vergunningen en/of het tussentijds stilleggen van de bouwwerkzaamheden om te monitoren. In het kader van de Wro is wel ingegaan op de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan in het kader van de uitgevoerde sanering en restverontreiniging.
Gemotiveerd en bevestigd is dat met de juiste heitechniek het plan kan worden uitgevoerd zonder dat dit gevolgen heeft voor de restverontreiniging en leeflaag. Zodra het bestemmingsplan in werking treedt worden/moeten vergunningaanvragen hieraan worden getoetst zoals de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) dat voorschrijft. Die kent wel een coördinatie met de Wbb. Op basis van de Wabo kan aan de vergunning de voorwaarde worden verboden dat niet met de werkzaamheden mag worden begonnen als er sprake is van ernstige bodemverontreiniging. Echter daarvan is hier volgens de Wbb geen sprake meer, nu de sanering succesvol is afgerond en het besluit daaromtrent onherroepelijk is. Relevant zijn nog wel de gebruiksbeperkingen die vanwege verontreiniging/sanering gelden voor de locatie. Voor het verstoren/vergraven van de leeflaag en werkzaamheden in de restverontreiniging gemeld worden. ODMH zal vragen om een garantie/plan waarin wordt aangetoond dat de
5
werkzaamheden geen probleem zijn in relatie tot de bodemverontreiniging. Dit is een verantwoordelijkheid voor de grondeigenaar/ontwikkelaar.
6