TV24-008 antw PvdA-GL, Zilvermuseum
Tekst van het document
TECHNISCHE VRAAG - ter voorbereiding op commissie SBBV 5 maart Nr: TV24-008 Datum: 28 februari 2024 Technische vraag Indiener: Sandro Kovačić, PvdA-GroenLinks Onderwerp: Zilvermuseum
Toelichting bij en doel van de vragen: Ter voorbereiding van het oordeelsvormende debat wil onze fractie helderheid over de volgende punten. We verzoeken het college deze vragen vóór de oordeelsvormende SBBV commissie van 5 maart te beantwoorden. Bij voorbaat dank. Vragen: Beslispunt 3 van het raadsvoorstel luidt: “Het genoemde bedrag (335.903 euro) vanuit de algemene middelen beschikbaar te stellen”. 1. Ten koste van welke gemeentelijke uitgavepost(en) of met de verhoging van welke gemeentelijke belasting wordt dit genoemde bedrag gedekt? Het Zilvermuseum ambieert het volgende op pagina 36 van hun beleidsplan: “Als stip op de horizon spreekt het museum de ambitie uit dat uiteindelijk ieder kind in de gemeente Krimpenerwaard tenminste één keer in zijn schoolloopbaan het museum bezoekt. Dit sluit aan bij de intensivering van het aantal (lokale) bezoekers”. Daarnaast stelt het Zilvermuseum op pagina 40 van hun beleidsplan: “Scholen hebben een beperkt budget voor de lessen en daardoor moeten wij de lespakketten onder de kostprijs aanbieden. Bovendien blijkt transport voor veel scholen een onhaalbare financiële horde. Hiervoor is extra steun nodig van fondsen of overheden”. 2.
Wie is (/kan) er verantwoordelijk (zijn) voor de financiering en het regelen van het leerlingenvervoer van scholen naar het Zilvermuseum en terug? Zilver(industrie) is naast een lokaal belang ook een nationaal belang. 3. Welke (nationale) instellingen/financiële bronnen zouden het Zilvermuseum wettelijk mogen subsidiëren? 4. Bij hoeveel van deze instellingen is dit daadwerkelijk het geval? De begroting bij scenario 1 stelt dat de uitgavepost “Lonen, salarissen, (staf 2024) (CPI: 2,5%) incl, Soc. Last” 354.000 euro bedraagt. Het beleidsplan stelt op pagina 38: “Het Zilvermuseum kent een zeer bescheiden kern-formatie van 4.1 FTE”. 5. Bedraagt het loon van de 4.1 FTE aan personeel samen 354.000 euro? 6. Zo nee, hoeveel loon ontvangen de 4.1 FTE samen en wie zijn de ontvangers van het restant? Antwoord college: 1. Het genoemde bedrag gaat niet ten koste van andere gemeentelijke uitgaven of leidt niet tot een verhoging van gemeentelijke lasten. Het benodigde meerjarige bedrag wordt voorgesteld beschikbaar te stellen vanuit de algemene middelen en dit bedrag wordt opgenomen in de Kadernota 2025.
2. Scholen zijn zelf verantwoordelijk voor hun onderwijs en daarbij behorende activiteiten inclusief vervoer. 3. Subsidiëren mag vanuit de Provincie Zuid-Holland of de Rijksoverheid. Daarnaast kan het Zilvermuseum bijdragen ontvangen van fondsen zoals het Prins Bernard Cultuurfonds, Vereniging Rembrandt, het Mondriaanfonds en de Vriendenloterij. Bijdragen van fondsen zijn niet structureel, niet voorspelbaar en zijn altijd gekoppeld aan bijvoorbeeld een expositie of onderzoek. Het Zilvermuseum ontvangt ook erfenissen en schenkingen in de vorm van financiële bijdragen, zilverobjecten of zilvercollecties. Financiële nalatenschappen zijn vrijwel altijd geoormerkt en gericht op een bepaalde besteding. 4. Het Zilvermuseum ontvangt momenteel geen subsidie van de Provincie Zuid-Holland of het Rijk. In 2024 ontvangt zij geld van het Prins Bernard Cultuurfonds. Voor 2025 staat € 60.000,begroot voor inkomsten van fondsen. Of en zo ja wanneer er nieuwe erfenissen en schenkingen binnenkomen is momenteel niet bekend. 5. Nee, dit bedrag wordt besteed aan alle medewerkers. 6. Naast de loonkosten voor het kernteam van 4,1 FTE wordt er loon uitbetaald aan suppoosten, een medewerker publiekservice, baliemedewerkers, invalkrachten, weekend- en vakantiemedewerkers, een junior conservator en een junior communicatiemedewerker.
Ondertekening college: Burgemeester en wethouders van Krimpenerwaard, de secretaris, de burgemeester,
J. Hennip
ir. J. Beenakker