CConstaterende datKrimpenerwaard
Koppel je AI →
Document · PDF

TV24-001 antw VVD, Omgevingsprogramma Zon op veld

Raadsvergadering 6 februari 2024, gemeente KrimpenerwaardBij agendapunt: (B) Omgevingsprogramma Zon op veld en beleidskader lokaal eigendom (RES)1.553 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

RAADSVRAAG Nr: TV24-001 Datum: 19 januari 2024 Technische vraag n.a.v. Beeldvorming 17 januari 2024 Indiener: Ruud van der Wilt, VVD Onderwerp: Omgevingsprogramma Zon op veld

Toelichting bij en doel van de vragen:

1. Omgevingsprogramma Zon op veld -vragen voor schriftelijke afdoening door de wethouder Bij het plaatsen van zon op veld hebben we wat zorgen en opmerkingen. 1. Leg velden niet naast woningen. Weerkaatsing van zonlicht en het geluid van de transformatoren en koeling zijn zeer hinderlijk; 2. Zorg voor een goede landschappelijke inpassing. Niet wat rijen met knotwilgen, zoals we vaak zien bij plannen. Maar maak robuuste groenstructuren, waarmee daadwerkelijk een kwaliteitsverbetering van de randen wordt gemaakt; 3. Zorg voor een prioritering in de locaties, van kansrijk naar minst kansrijk en hang daar objectieve kwaliteitscriteria aan vast. Zo past een zonneveld beter bij grote infrastructuur en/of bedrijventerrein, dan midden in een eeuwenoud agrarisch slagenlandschap; 4. Voordeel van locaties bij infrastructuur is dat daar al de nodige kabels en leidingen liggen; 5. En is de kwaliteitsverbetering naar de omgeving meest kansrijk; 6. Klopt onze veronderstelling dat als we het programma Zon op veld vaststellen en er vervolgens een initiatief wordt ingediend deze aan de raad wordt voorgelegd en we dan alsnog ‘nee’ kunnen zeggen? Of is dit aan het college om te besluiten? 7.

Zijn er op dit moment ideeën om in onze gemeente zonnepanelen op daken en infrastructuur te realiseren? Zeg maar het programma Zon op dak  En hoeveel initiatieven zijn al bekend bij de gemeente voor zonnevelden? 8. Zijn grondeigenaren vooraf meegenomen of geïnformeerd over het proces om tot het programma Zon op veld te komen? Zo ja, wat is daarover de terugkoppeling? Wat is de reactie? 9. Op pagina 7 wordt gesproken over ‘kwalitatief goede projecten’. Wat moeten we ons daarbij voorstellen? Wat is de definitie hiervan? 10. Op pagina 8 staat dat de kansrijke zoekgebieden zijn verdeeld in 2 segmenten 1). Langs infrastructuur 2). Op agrarische gronden. Het tweede segment wordt alleen vrijgegeven als daar aanleiding voor is. Wie bepaalt dit/deze aanleiding en wanneer dat is? 11. Hoe zit het met de netcongestie? Dan zijn er straks zonnevelden gerealiseerd en kan de elektriciteit niet worden afgezet? Dus geen initiatieven als dat niet is opgelost. 12. Komt er een verschil in beleid(skader) tussen kleinschalige opstellingen voor eigen gebruik en grootschalige opstellingen in de vorm van zonneparken? 13. Welke kosten moet de gemeente maken voor de realisatie van Zon op veld? 14. Is de onafhankelijke partij externe partij werkzaam voor alle 5 gemeenten in de regio MiddenHolland? 15. De locatie polder in Krimpen aan de lek is agrarisch grondgebied en volledig ingekleurd.

Wat is de daadwerkelijke omvang? Op deze wijze kunnen beide boeren stoppen. 16. Bij de risicotabel staat niets over onvoldoende draagvlak van omwonenden. Hoe gaan we daarmee om? 17. Hoeveel geluid (decibel) maken transformatiehuisjes?

18. Er kleven aan de optie zon op veld ook allerlei juridische aspecten, deze zijn daarom ook al aangepast om verdere problemen re voorkomen, denk daarbij aan Toetsing omgevingsprogramma, omgevingsvergunning en participatie. 19. De vraag is hierbij is, komen we nog meer vertragende factoren tegen?

2. Lokaal Eigendom energietransitie - vragen voor schriftelijke afdoening door de wethouder 20. Op pagina 2 staan de definities Lokaal Eigendom en Lokaal Eigenaarschap. Dit is niet hetzelfde! Belangrijk om de definities helder te hebben. 21. Op pagina 4 staat over het participatieplan dat de gemeente Krimpenerwaard ‘bij voorkeur’ een aantal punten terugziet. Wij zouden daar liever van maken ‘in ieder geval’. Dus iets stelliger maken. 22. Hoe is het onderdeel van het participatieplan geborgd in het stappenplan van het programma ‘Zon op veld’? In welke stap zien we dit onderdeel terug? En wat als er géén draagvlak is voor een initiatief? 23. Op pagina 5 wordt gezegd dat de procesontwikkeling geld kost. Over welke bedragen hebben we het hier? 24. Voor welke projecten is het beleidskader Lokaal Eigendom precies bedoeld? 25. Wat als we het streven van 50% lokaal eigendom niet halen? Is er dan een andere risicoverdeling? Wordt dit ook uitgewerkt? Antwoord college:

Omgevingsprogramma zon op veld 1. Bij de inpassing van het zonneveld wordt o.a. rekening gehouden met landschappelijke inpassing. Hierbij wordt ook rekening gehouden met de ligging t.o.v. woningen. 2. Landschappelijke inpassing is één van de onderdelen van het afwegingskader. Hier wordt dus rekening mee gehouden. 3. Met de kansenkaart is deze afweging gemaakt. 4. Zonnevelden langs infrastructuur staat hoger op de zonneladder dan zon op landbouwgrond. In de kansenkaart is hier ook rekening mee gehouden. Bij het ontwikkelen van zon langs infrastructuur moeten we met veel meer zaken rekening houden, zoals andere functies die al langs infrastructuur bestaan en landschappelijke inpassing. Het zoekgebied langs de N210 is daarom afgevallen. In de regio wordt wel hard gewerkt aan het OER-programma voor de realisatie van zonnevelden langs rijkswegen. 5. Er is rekening gehouden met de landschappelijke kwaliteit. 6. Zie de beantwoording in de bijlage m.b.t. het delegatiebesluit 7. Er gebeurt al veel om zon op grote daken te stimuleren, o.a. doordat dit -onder een aantal voorwaarden- een wettelijke verplichting voor bedrijven is. Daarnaast hebben we met de vijf gemeenten in de regio i.s.m. de provincie en de duurzaamheidsplatforms van ondernemers het Servicepunt Energietransitie Bedrijven opgericht. Zij richten zich vooral op zon-PV op grote daken.

Ondertussen werken we aan een versnellingsagenda zon op dak. Er is op dit moment één initiatief bekend waarin al veel voorwerk heeft gedaan. 8. Grondeigenaren konden mee doen in het participatietraject. Onze grondeigenaren bij Krimpenerhout zijn bovendien door een initiatiefnemer benaderd. Daarnaast zijn ze door het college per brief geïnformeerd en volgt medio februari een webinar voor grondeigenaren. 9. Met ‘kwalitatief goede projecten’ wordt gedoeld op projecten die passen binnen het afwegingskader (dat u vaststelt). 10. Dit gebeurt na een tussentijdse toets. Zie stap 2b op pagina 20 en verder. Dat zal ergens in Q2 van 2024 gebeuren. 11. Er is rekening gehouden met netcongestie bij het bepalen van ‘kansrijke zoekgebieden’. Dat is één van de (belangrijke) redenen waarom het zoekgebied bij Krimpenerhout kansrijk is: er is een mogelijkheid om dit zonneveld zonder problemen m.b.t. netcongestie aan te sluiten.

12. Dit omgevingsprogramma gaat ‘alleen’ over grootschalige projecten. Zonnevelden zijn al vrij snel ‘grootschalig’. Installaties met een vermogen van minder dan 15 kW tellen niet mee (15 kW komt overeen met circa 50 panelen van 300 Wp). 13. De gemeente maakt kosten voor de regionale organisatie van de RES. Deze worden gedekt uit een Specifieke Uitkering (SPUK) voor uitvoeringskosten van klimaatbeleid. Daarnaast kost een vergunningaanvraag de gemeente middelen. Deze kunnen worden gedekt met een aanvullende SPUK voor plankosten die we dan aan kunnen vragen. 14. Ja, die gaat voor alle vijf de gemeenten werken omdat het een regionale opgave is en er regionaal een afweging wordt gemaakt. 15. Het zoekgebied is 119 ha. Er zijn meerdere grondeigenaren waarvan er één geen medewerking zal verlenen. Door de karakteristieken van dit gebied en de eisen die wij in het omgevingsprogramma stellen, blijft er uiteindelijk 38,6 ha over die vervolgens – zoals nu in het programma is opgenomen - maar voor 50% mag worden gebruikt. 16. In dat geval wordt onvoldoende voldaan aan het criterium ‘projectparticipatie’ en kan er geen vergunning worden verleend. In het beleidskader lokaal eigendom staat beschreven hoe de gemeente de projectparticipatie voor zich ziet. Het initiatief kan in dit geval niet doorgaan.

In de risicotabel staat dat wanneer projecten afvallen bij toetsing van het afwegingskader, de gemeente o.a. met de initiatiefnemer bekijkt hoe het project verbeterd kan worden. 17. Stedin gaat over het eventueel bijplaatsen van transformatorhuisjes. Voor zover op dit moment bekend, is dat niet nodig voor deze zoeklocatie. 18. ‘Juridische aspecten’ zijn er met een reden. Het college ziet dit niet als vertragende factoren maar als een zorgvuldige omgang met alle belanghebbenden. In het omgevingsprogramma is rekening gehouden met de voor ons bekende juridische aspecten. 19. Zie antwoord op vraag 18

Lokaal eigendom 20. Het klopt dat eigendom en eigenaarschap niet hetzelfde is. Om ook ruimte te geven voor eigenaarschap (naast eigendom), wordt in dit beleidskader een omgevingsfonds voorgesteld. 21. Het ontwikkelen van een dergelijk project is een samenwerking tussen de initiatienemer, de gemeente, de omgeving en andere organisaties als Stedin, Waardstroom, NVWK etc. Met de formulering ‘bij voorkeur’ laten we wat ruimte aan andere actoren om hier zo goed mogelijk invulling aan te geven. 22. Het participatieplan is onderdeel van het afwegingskader. Als er geen draagvlak is, dan kan het participatieplan onvoldoende worden uitgevoerd. Dit kan dan aanleiding zijn voor de gemeenteraad om geen vergunning te verlenen. 23. Voor de uitvoering van het omgevingsprogramma worden de meeste kosten gemaakt in de regionale programmaorganisatie. Voor de uitvoering is hier €90.000 begroot. Wanneer een initiatief leidt tot een vergunningaanvraag, zal ook de gemeente zelf kosten maken. Hiervoor kunnen we een Specifieke Uitkering aanvragen. We hebben nog niet berekend hoe veel dat dan zal kosten. 24. Het beleidskader lokaal eigendom is bedoeld voor grootschalige (> 15kwp) zon- en windprojecten. 25. Dit wordt dan ook uitgewerkt en meegewogen bij de beoordeling van de vergunningaanvraag.

Het is onverstandig dit als harde eis mee te geven omdat we met de initiatiefnemer en de energiecoöperatie tot een haalbare business case moeten zien te komen.

Ondertekening college: Burgemeester en wethouders van Krimpenerwaard, de secretaris, de burgemeester,

J. Hennip

ir. J. Beenakker

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Krimpenerwaard&id=dc1a07d9-17be-42db-9c94-e3dcd5dadb6e