CConstaterende datKrimpenerwaard
Koppel je AI →
Document · PDF

RV - wijzigingen verordening maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp Krimpenerwaard -668970

Raadsvergadering 16 november 2021, gemeente KrimpenerwaardBij agendapunt: (H) Wijzigingen Verordening maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp gemeente Krimpenerwaard 20192.182 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Nr.: 193193078/668970

RAADSVOORSTEL

Raadsvergadering:

16 november 2021

Onderwerp:

Wijziging Verordening maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp Gemeente Krimpenerwaard 2019

Datum:

21 september 2021

Korte samenvatting De raad wordt voorgesteld om de Verordening maatschappelijk ondersteuning en jeugdhulp Krimpenerwaard 2019 te wijzigen op onderdelen ten aanzien van aanvullende criteria voor hulp bij het huishouden, collectief vraagafhankelijk vervoer, onderscheid formele en informele zorg en mantelzorgwaardering. Voorgesteld besluit De raad wordt voorgesteld om: 1. De eigen financiële mogelijkheden te beoordelen bij de maatwerkvoorziening hulp bij het huishouden. Aan artikel 10.1.1 (HOOFDSTUK 3. Maatwerkvoorziening: Aanvullende criteria hulp bij het huishouden) wordt lid 6 ‘financiële zelfredzaamheid maatwerk hulp bij huishouden’ toegevoegd. 2. Wijzigen artikel 1 begripsbepaling eigen bijdrage (Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen). Daarnaast aan artikel 13 toevoegen lid 8 bijdrage in kosten collectief vraagafhankelijk vervoer. 3. Aan artikel 11 (HOOFDSTUK 3. Maatwerkvoorziening) wordt toegevoegd lid 16 (onderscheid tussen formele en informele hulp). 4. Wijzigen artikel 17 mantelzorgwaardering (HOOFDSTUK 6. Waardering mantelzorgers en vrijwilligers) wordt toegevoegd lid 3 (recht op één mantelzorgwaardering per jaar; per zorgvrager kunnen 2 mantelzorgers een waardering aanvragen). Inleiding Wet- en regelgeving wijzigt, maar ook wijzigen soms inzichten daar waar gemeente beleidsvrijheid hebben.

Dit maakt dat de Verordening maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp gemeente Krimpenerwaard 2019 opnieuw wordt aangepast. De eerste wijziging op deze verordening vond plaats in september 2020. Nu ligt de tweede wijziging op de verordening voor. De voorgestelde wijzigingen hebben betrekking op aanvullende criteria voor hulp bij het huishouden, collectief vraagafhankelijk vervoer, onderscheid formele en informele zorg en mantelzorgwaardering Beoogd resultaat Het gaat om een wijziging van de verordening om grondslagen te bieden voor een gevraagde beoordeling van financiële zelfredzaamheid voor de maatwerkvoorziening hulp bij het huishouden. Daarnaast een aantal wijzigingen van de verordening in verband met aanpassingen in wet- en regelgeving. Argumenten 1.1 De Raad heeft gevraagd om financiële zelfredzaamheid mee te nemen bij de beoordeling van een maatwerkvoorziening hulp bij het huishouden. De invoering van het abonnementstarief heeft binnen de Wmo geleid tot een toename van de uitgaven. Wanneer de uitgaven van 2020 (hulp bij het huishouden) worden vergeleken met die van 2018 dan is er sprake van een toename van ongeveer €750.000,-. Een toename van 30% in twee jaar. Bij de bespreking van de kadernota, raadsvergadering 13 juli 2021, heeft de raad een motie is ingediend om de financiële zelfredzaamheid mee te nemen bij de beoordeling van de maatwerkvoorziening hulp bij het

huishouden. De motie is niet in stemming is gebracht omdat wethouder Sleeuwenhoek een toezegging deed voor aanpassen van de verordening. Het is inmiddels duidelijk dat het Rijk niet van plan is om gemeenten volledig financieel te compenseren voor de invoering van het abonnementstarief. Daarom wordt voorgesteld om voor de maatwerkvoorziening hulp bij het huishouden een aanvullende beheersmaatregel in te voeren, namelijk de eigen financiële mogelijkheden (zelfredzaamheid) te betrekken bij het onderzoek naar de noodzaak van de voorziening. In dat geval wordt een verdere invulling gegeven aan de begrippen eigen kracht, zelfredzaamheid en eigen mogelijkheden als bedoeld in de Wmo en de gemeentelijke Verordening maatschappelijke ondersteuning. Hiertoe is lid 6 aan artikel 10.1.1. aan de verordening toegevoegd. Lid 6 luidt als volgt: “Bij de maatwerkvoorziening hulp bij het huishouden wordt bij de beoordeling van de eigen kracht en eigen mogelijkheden tevens de eigen financiële mogelijkheden (zelfredzaamheid) meegewogen.” Verder is de artikelsgewijze toelichting voor artikel 10.1.1. aangepast.

1.2 Het meenemen van de financiële draagkracht is in lijn met advies van de Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG) De VNG adviseert gemeenten om beheersmaatregelen te nemen in verband met abonnementstarief (zie ledenbrief 23 november 2020 https://vng.nl/sites/default/files/2020-11/20201123_ledenbrief_maatregelenbeheersing-kosten-abonnementstarief.pdf).Dit doen we door de financiële draagkracht mee te laten wegen bij de maatwerkvoorziening hulp bij het huishouden en te vragen om, in redelijkheid, eigen verantwoordelijkheid te nemen. Daarmee zullen uiteindelijk minder aanvragen voor hulp bij het huishouden worden toegekend waardoor deze ondersteuning beschikbaar blijft voor mensen die dit zo hard nodig hebben. 1.3 Het meewegen van financiële zelfredzaamheid sluit aan bij de inkomensafhankelijke eigen bijdrage die er was voor invoering van het abonnementstarief Voor het abonnementstarief betaalden inwoners die en maatwerkvoorziening hadden een eigen bijdrage die afhankelijk was van inkomen en vermogen. Daar wordt nu weer aansluiting op gezocht. De Centrale raad van Beroep (CrvB) heeft in verleden aangegeven dat bij de Wmo geen inkomensgrens gehanteerd kan worden omdat het CAK al rekening houdt met het inkomen (19 december 2011 (ECLI:NL:CRVB:2011:BU7263), 25 november 2013 (ECLI:NL:CRVB:2013:2394), 29 juli 2015 (ECLI:NL:CRVB:2015:2700) en 20 februari 2019, ECLI:NL:CRVB:2019:772).

Sinds de ingang van het abonnementstarief (2019) is de eigen bijdrage onafhankelijk van inkomen, vermogen en hoeveelheid ondersteuning. De CrvB heeft na de invoering van het abonnementstarief nog geen uitspraak gedaan over de financiële zelfredzaamheid in de Wmo. 2.1 Dit maakt een eigen bijdrage per rit van het collectief vraagafhankelijk vervoer (CVV) mogelijk Bij het vraagafhankelijk vervoer wordt per rit een eigen bijdrage gevraagd. Dit moet zowel in de nadere regels als in de verordening geborgd zijn. Hiervoor is aanpassing noodzakelijk. De hoogte van de eigen bijdrage CVV per rit wordt in de Verordening maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp Krimpenerwaard opgenomen. Hiervoor wordt de tekst van de begripsbepaling eigen bijdrage in de verordening aangepast en aan artikel 13 wordt lid 8 toegevoegd. 3.1 Bloedverwantschap is doorslaggevend bij bepaling tarief voor persoonsgebonden budget (pgb) Een bloed- of aanverwant in 1ste of 2de graad krijgt voor hulp aan een familielid het sociale netwerktarief in plaats van professionele ZIN tarief betaald. 4.1 Mantelzorgers hebben recht op één mantelzorgwaardering per jaar Wanneer een mantelzorger aan meer dan één zorgvrager zorg verleent, heeft de mantelzorger recht op één mantelzorgwaardering per kalenderjaar. Per zorgvrager kunnen twee mantelzorgers een mantelzorgwaardering aan vragen.

Kanttekeningen 1.1 Wanneer de invoering van een inkomenstoets bij hulp bij huishouden teruggedraaid moet worden zorgt dit voor extra inspanningen en kosten Gemeenten die de inkomenstoets hebben ingevoerd zijn door de Minister gevraagd dit terug te draaien briefcollege-benw-krimpen-aan-den-ijssel-inzake-interbestuurlijk-toezicht (1).pdf . De invoering van de inkomenstoets zal wellicht zorgen voor verminderde instroom van het aantal aanvragen en dus een kostenbesparing. Anderzijds is het waarschijnlijk dat door de Minister zal worden ingegrepen in het kader van het interbestuurlijk toezicht en bezwaar- en beroepsprocedures zullen worden gevoerd door personen wiens aanvraag zal worden afgewezen op basis van de inkomenstoets. Meer intensief interbestuurlijk toezicht en bezwaar- en beroepsprocedures zullen kosten met zich meebrengen (o.a. proceskostenvergoedingen) en een aanzienlijk beslag leggen op de ambtelijke organisatie. Financiën Kosten hulp bij huishouden Het doel van het voorstel is de stijgende trend van aantal en euro’s, in de regelingen, af te buigen. Het resultaat van deze maatregel kan op dit moment niet financieel gekwantificeerd worden. Het effect en het resultaat van deze maatregel wordt daarmee onderdeel van de vakinhoudelijke toelichtingen en mutaties in de komende P&C documenten. Overige aanpassingen: geen kosten want dit is reeds opgenomen in de begroting 2022.

Juridische zaken Er bestaat twijfel of invoeren van een inkomenstoets in lijn is met de Wmo De wet biedt gemeente ruimte om te onderzoeken in hoeverre burgers die steun vragen zelfredzaam zijn en wat zij op eigen kracht kunnen oplossen. Het onderzoeken van de zelfredzaamheid gaat volgens de Minister niet zover dat de financiële zelfredzaamheid in het onderzoek betrokken mag worden. Dit wordt aangegeven in de brief van VWS van 22 juli aan de gemeente Krimpen brief-college-benw-krimpen-aan-den-ijssel-inzakeinterbestuurlijk-toezicht (1).pdf en in de beantwoording van de kamervragen van de Minister van VWS op 17 augustus 2021 (zie bijlage 1). Participatie en extern overleg Zie advies Adviesraad sociaal domein (bijlage 3). Vervolgtraject en uitvoering Publicatie verordening: December 2020 Bijlagen 1. Antwoorden op kamervragen over het artikel Krimpen voert inkomenstoets Wmo in. 2. Aangepaste Verordening maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp Krimpenerwaard 3. Advies van de Adviesraad sociaal domein

Hoogachtend, Burgemeester en wethouders van gemeente Krimpenerwaard, de secretaris,

de burgemeester,

J. Hennip

mr. R.S. Cazemier

Besluit:

RAADSBESLUIT

De raad van de gemeente Krimpenerwaard, Gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 21 september 2021 inzake Wijziging Verordening maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp Krimpenerwaard 2019 gelet op

Besluit: TOELICHTING RAADSBESLUIT

HOOFDSTUK 1. Algemene bepalingen Artikel 1 begripsbepaling eigen bijdrage eigen bijdrage: financiële bijdrage van de cliënt als bedoeld in artikel 2.1.4 eerste lid en artikel 2.1.4a eerste lid van de Wmo 2015. Geen eigen bijdrage is verschuldigd voor rolstoelen, verhuiskostenvergoeding en voorzieningen op grond van de Jeugdwet;

HOOFDSTUK 3. Maatwerkvoorziening Artikel 10.1.1. Aanvullende criteria Hulp bij het huishouden lid 6. Beoordeling financiële zelfredzaamheid bij aanvraag maatwerkvoorziening hulp bij het huishouden Bij de maatwerkvoorziening hulp bij het huishouden wordt bij de beoordeling van de eigen kracht en eigen mogelijkheden tevens de eigen financiële mogelijkheden (zelfredzaamheid) meegewogen. Voor niet AOW-gerechtigden wordt een inkomensgrens gehanteerd van 200% van het bruto wettelijk minimumloon en voor AOW-gerechtigden wordt een inkomensgrens van 150% van het bruto wettelijk minimumloon gehanteerd.

HOOFDSTUK 3. Maatwerkvoorziening Artikel 11

Lid 16: Bij het vaststellen van de hoogte van het pgb, wordt onderscheid gemaakt tussen formele en informele hulp. a. van formele hulp is sprake als de hulp verleend wordt door onderstaande personen, met uitzondering van bloed- of aanverwanten in de 1e of 2e graad van de cliënt: personen die werkzaam zijn bij een instelling die ten aanzien van de voor het pgb uit te voeren taken/werkzaamheden ingeschreven staat in het Handelsregister (conform artikel 5 Handelsregisterwet 2007) en die beschikken over de relevante diploma’s die nodig zijn voor uitoefening van de desbetreffende taken, of; personen die aangemerkt zijn als Zelfstandige zonder personeel. Daarnaast moeten ze ten aanzien van de voor het pgb uit te voeren taken/werkzaamheden ingeschreven staan in het Handelsregister (conform artikel 5 Handelsregisterwet 2007) en beschikken over de relevante diploma’s die nodig zijn voor uitoefening van de desbetreffende taken.

b. informele hulp is: Hulp die geboden wordt door personen, al dan niet uit het sociaal netwerk, die niet voldoen aan de criteria als genoemd in lid 2; Hulp die wordt geboden door personen die voldoen aan de criteria als genoemd in lid 2, maar bloed- of aanverwanten in de 1e of 2e graad zijn van cliënt

HOOFDSTUK 4. Bijdrage in kosten Artikel 13. Bijdrage in kosten maatwerkvoorzieningen (alleen Wmo 2015) Lid 8. In afwijking van het eerste lid wordt voor het collectief vraagafhankelijk vervoer per rit een tarief per zone (inclusief opstapzone) gehanteerd. De hoogte van de eigen bijdrage voor de maatwerkvoorziening voor vervoer voor Wmo-pashouders bedraagt € 2.35 voor de eerste zone, € 3. 35 voor de tweede zone, € 4. 35 voor de derde zone, € 5. 45 voor de vierde zone, € 6. 45 voor de vijfde zone en € 7. 50 voor de zesde zone. De genoemde bedragen zijn uitgedrukt in het prijspeil van 2022. Voor het actuele tarief kijkt u op https://groeneharthopper.nl/tarieven/.

HOOFDSTUK 6. Waardering mantelzorgers en vrijwilligers Artikel 17 Jaarlijkse waardering mantelzorgers en vrijwilligers Mantelzorgers komen in aanmerking voor maximaal één gemeentelijke mantelzorgwaardering per kalenderjaar indien: 3. Per zorgbehoevende kunnen maximaal 2 mantelzorgers een mantelzorgwaardering aanvragen. TOELICHTING Artikel 10.1.1. Lid 6: In het geval van de maatwerkvoorziening hulp bij het huishouden zal bij het gesprek met de cliënt de gemeente nagaan of de aanvrager zelf in een oplossing kan voorzien. Daarbij komt onder andere ook de financiële zelfredzaamheid c.q. eigen financiële mogelijkheden aan de orde. Financiële zelfredzaamheid valt onder het oplossend vermogen. Er is een verband tussen de zelfredzaamheid van een persoon en diens financiële omstandigheden. Kortom, financiële redzaamheid is onderdeel van de algemene zelfredzaamheid en de eigen kracht. Hiertoe wordt voor niet AOW-gerechtigden een inkomensgrens gehanteerd van 200% van het bruto wettelijk minimumloon en voor AOW-gerechtigden wordt een inkomensgrens van 150% van het bruto wettelijk minimumloon gehanteerd. De grens van 150% van het bruto wettelijk minimumloon en 200% van het bruto wettelijk minimumloon zijn ruimschoots hoger dan de inkomensgrens waar, voor de invoering van het abonnementstarief, de inkomensafhankelijke bijdrage op van toepassing was.

De reden om twee inkomensgrenzen in te voeren is gelegen in het feit dat een niet AOW-gerechtigde aanzienlijk meer loonheffing op het inkomen dient af te dragen dan een AOW-gerechtigde en dus netto minder overhoudt. Heeft de cliënt een hoger (gezins)inkomen dan 150% van het wettelijk minimumloon (AOW-gerechtigd) dan wel 200% van het wettelijk minimumloon (niet AOW-gerechtigd) dan is hij in principe financieel zelfredzaam, kan hij zelf in een oplossing voorzien en zal de aanvraag voor een maatwerkvoorziening hulp bij het huishouden na afronding van het onderzoek worden afgewezen. Dit kan anders zijn wanneer er bijvoorbeeld sprake is van beslag op het gezinsinkomen of hoge schulden, aangezien de eigen financiële mogelijkheden dan aanzienlijk beperkt kunnen zijn. Kortom, er dient in alle gevallen een volledig onderzoek plaats te vinden naar de individuele omstandigheden van de cliënt. Een afwijzing puur het op inkomen zonder volledig onderzoek is niet toegestaan.

Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van 16 november 2021 ,

de griffier,

de voorzitter,

dr. M-L van Muijen

mr. R.S. Cazemier

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Krimpenerwaard&id=ee2fe285-492f-4e8b-9099-6292765de215