RV Regiovisie Jeugd en Wmo_50118.pdf
Tekst van het document
Nr.: 193150118/114731
Raadsvergadering:
28 september 2021
Onderwerp:
Regiovisie jeugd en Wmo
Datum:
6 juli 2021
RAADSVOORSTEL
Korte samenvatting De raad wordt voorgesteld om de regiovisie jeugd en Wmo vast te stellen met als belangrijkste gevolg dat door deze actualisatie we met de regionale samenwerking goed aan kunnen sluiten bij de recente ontwikkelingen en uitdagingen. Voorgesteld besluit De raad wordt voorgesteld om: 1. De regiovisie jeugd en Wmo vast te stellen met als titel ‘Samen scherper aan de wind. Een helder perspectief op de regionale samenwerking jeugd en Wmo in Midden-Holland’ voor de periode 2021 – 2024. Inleiding De voorliggende regiovisie ‘Samen scherper aan de wind’ biedt een kader voor de regionale samenwerking jeugd en Wmo in Midden-Holland. Het huidige kader dateert uit 2013 en om goed aan te kunnen sluiten bij recente ontwikkelingen is een actualisatie nodig. Ook de Norm voor Opdrachtgeverschap (NvO) vereist dat gemeenten regiovisies opstellen. Deze visie beschrijft op welke onderdelen de regionale samenwerking betrekking heeft en wat de inhoudelijke visie en uitgangspunten vormen voor de samenwerking. Daarnaast bevat de visie afspraken over de organisatie van de samenwerking. Uitgangspunten bij het opstellen van de voorliggende regiovisie waren: a) de regiovisie wordt de opvolger van de visie gebundelde krachten; b) de regiovisie wordt opgesteld voor de periode 2021-2024; c).
de regiovisie wordt opgesteld in de huidige regio Midden-Holland; d) de regiovisie focust op het voldoen aan de NvO en de focus in de regionale opgaven, waarbij lokale beleidsruimte behouden blijft; e) bij de bovenregionale afstemming van de regiovisie volgt Midden-Holland de grotere regio’s. Deze regiovisie borduurt voort op de keuzes die de gemeenten in 2013 in ‘gebundelde krachten’ hebben gemaakt en de keuzes die de individuele gemeenten gemaakt hebben via lokale beleidsnota’s. Lokaal en regionaal beleid liggen in elkaars verlengde, waarbij de regiovisie de raad de mogelijkheid biedt om kaders te stellen voor de taken die regionaal uitgevoerd worden. De regiovisie is bedoeld als kader voor zowel jeugd als Wmo. Desalniettemin ligt een relatief grote nadruk op jeugdtaken. Reden hiervoor is dat gemeenten op het gebied van jeugd de verantwoordelijkheid hebben voor specialistische zorg en ondersteuning. Samenwerking heeft met name voordelen voor deze specialistische taken, voor Wmo is een relatief groot deel van de taken onderdeel van het lokale beleid.
Beoogd resultaat De regiovisie biedt de raad de mogelijkheid om kaders te stellen voor de taken, die voor zowel jeugd als Wmo regionaal uitgevoerd worden. De regiovisie beoogd een bijdrage te leveren aan de positie van mensen met een beperking, door op regionaal niveau te zorgen voor de beschikbaarheid van een adequaat productaanbod en de inkoop van een dekkend zorglandschap. Hierbij vormt de eigen regie van de inwoner een belangrijk element, evenals het vergroten van de zelfredzaamheid en een integrale benadering van de ondersteuningsvraag en aansluiting op het concept van positieve gezondheid. Argumenten 1.1 De regiovisie biedt de basis voor de regionale samenwerking Op dit moment vormt het regionale kader ‘Gebundelde krachten’ de basis voor de regionale samenwerking. Dit kader dateert uit 2013. Voorliggende regiovisie is een actualisatie en sluit aan op de uitdagingen waar we op dit moment voor staan. De regiovisie biedt kansen om de kwaliteit van de zorg en ondersteuning te verbeteren, de afbakening van de Jeugdwet en Wmo en het effectiever werken aan kostenbeheersing in het sociaal domein. 1.2 De ingezette koers wordt voortgezet De huidige samenwerking en ingezette koers met het kader ‘Gebundelde krachten’ vormen het vertrekpunt voor de regiovisie.
Op basis van de ervaringen in de praktijk en vraagstukken waar de gemeenten nu voor staan worden aanscherpingen gedaan, maar blijft de basis overeind. Zo blijft het principe van de lokale toegang en afrekening en regionale inkoop behouden. De regiovisie borgt het voortzetten van de regionaal opgezette toekomstgerichte programma’s. Focus en prioritering hierbinnen is wel van belang. Nieuw in dit kader is de focus op het sturen op de kosten, vanwege de gedeelde financiële problematiek in de regio. 1.3 Met de regiovisie wordt vorm gegeven de Norm voor Opdrachtgeverschap In juni 2020 hebben gemeenten de Resolutie Norm voor Opdrachtgeverschap (NvO) aangenomen. Het betreft twee normen: een voor jeugd en een voor beschermd wonen en maatschappelijke opvang. Gemeenten hebben zich hiermee gecommitteerd aan de afspraken van de NvO’s. De NvO jeugd is met name bepalend voor het tijdpad van de regiovisie, deze vraagt om vaststelling in de zomer. Met de NvO geven we een antwoord op de landelijke ontwikkelingen: het Rijk heeft aangegeven dat regiovisies belangrijk zijn voor het oplossen van knelpunten in de jeugdhulp en Maatschappelijke Opvang / Beschermd Wonen. Met deze regiovisie wordt voor Midden-Holland voldaan aan de vereisten uit beide NvO’s. In de regiovisie zijn in bijlage 1 de afspraken uit de NvO opgenomen.
Een belangrijke vereiste uit de NvO is een nietvrijblijvende governance met één aanspreekpunt. Op dit moment heeft de regio Midden Holland een netwerksamenwerking waarin de gemeenten samenwerken, met een beperkt mandaat en een beperkte bedrijfsvoering organisatie (RDS). In de regiovisie is dan ook een formalisatie voorzien in de regionale samenwerking. De formalisatie betreft het opstellen van een samenwerkingsovereenkomst tussen de colleges van de vijf gemeenten. Dit is de minimale vorm voor de regionale samenwerking, waartoe gekozen is om de focus maximaal op de inhoudelijke opgaven te richten in afwachting van een mogelijke wetswijziging.
1.4 De looptijd van de regiovisie is beperkt De keuze is gemaakt om een visie met een beperkte tijdsduur op te stellen. Dat creëert nu rust en geeft ruimte om nieuwe afwegingen te maken op basis van de snel opeenvolgende landelijke ontwikkelingen. Tegelijk markeert dit een helder eindpunt. Met de termijn van drie jaar doen wij ook recht aan de positie van de gemeenteraden. Een nieuwe visie kan in de volgende raadsperiode geagendeerd worden, waardoor de raad de mogelijkheid heeft om sturing te geven. Gezien de grote veranderingen en ontwikkelingen die er aan komen, op het gebied van aanscherping van de wettelijke kaders, nieuwe inzichten, onderzoeken en inkoopprocedures, is er dan ook de mogelijkheid om deze te integreren in de nieuwe visie vanaf 2025. Dit loopt gelijk op met de aflooptermijn van de basis en deelovereenkomsten met zorgaanbieders en vormt zodoende een logisch moment voor eventuele nieuwe keuzes. Vanwege de relatief korte looptijd van de regiovisie zijn geen afspraken opgenomen over tussentijdse uittreding van een of meerdere gemeenten op (onderdelen van) de samenwerking. 1.5 Afbakening is nodig: een lastige keuze Hoe kunnen de schaarse middelen het beste worden ingezet. ‘Wanneer is ‘goed’ ook goed genoeg? Belangrijk is om regionaal te werken aan scherpte op de vraag: wat voor soort gemeenten willen we zijn in het licht van de verdeling van beperkte budgetten.
Duidelijk moet worden welke kwetsbare burgers hulp krijgen en welke hulp en ondersteuning niet meer via de gemeente wordt betaald. In deze regiovisie worden hierover nog geen uitspraken gedaan. Wel is opgenomen dat dit een belangrijke opgave is, die regionaal opgepakt wordt in samenhang met de vraag naar ‘normaliseren’. Afhankelijk van de resultaten van de verkenning zal blijken op welke onderdelen besluitvorming nodig is en welke ruimte daarbinnen is voor lokale nuances. De verwachting is dat ook op landelijk niveau een aanpassing van de Jeugdwet gedaan wordt om deze afbakening mogelijk te maken. Kanttekeningen 1.1 Beleid maken met onzekerheden Bij het maken van beleid hebben we altijd te maken met onzekerheid over landelijke ontwikkelingen. Zo is het Rijk voornemens de Jeugdwet aan te passen (Wet verbetering beschikbaarheid zorg voor jeugdigen). Naast het rapport van AEF, waarin de grote financiële tekorten voor de Jeugdwet nader onderzocht zijn, is een rapport verschenen van de stuurgroep met ‘maatregelen financiële beheersbaarheid Jeugdwet’ en is inmiddels een uitspraak gedaan door een arbitragecommissie. De arbitragecommissie stelt dat het Rijk gemeenten moeten compenseren voor de tekorten op de jeugdzorg, waarop het Rijk voor 2022 extra middelen toegezegd heeft. Op dit moment is er nog geen duidelijkheid over financiën voor de daaropvolgende jaren.
De vraag is of deze ontwikkelingen de regiovisie in een ander daglicht zetten. Op dit moment is de inschatting dat dit niet aan de orde is. De arbitragecommissie stelt immers ook dat er een belangrijke ontwikkelopdracht ligt voor Rijk en gemeenten om de komende jaren te werken aan verbeteringen in het stelsel om de kosten op langere termijn naar beneden te brengen. De opgave rond de zorg en ondersteuning beschikbaar en betaalbaar houden blijft dan ook relevant. Wellicht dat de opgave rond de afbakening van de jeugdzorg en Wmo tot andere resultaten gaat leiden in het licht van de landelijke ontwikkelingen. Deze opgave kan prima in samenhang met de landelijke ontwikkelingen opgepakt worden. Naast deze ontwikkelingen spelen ook vragen omtrent de overige ambities van een nieuw kabinet (blijft het abonnementstarief Wmo in de huidige vorm) en wat zijn de gevolgen van de coronacrisis, zowel qua problematiek bij de doelgroep als financiële gevolgen voor gemeenten. Gegeven de onzekerheden die dit domein met zich meebrengt door onder andere de open-einde regelingen, maatschappelijke ontwikkelingen en soms verstrekkende besluiten van het Rijk op zowel inhoud als financiën, is sturing een continu proces. In principe wordt dit gedaan binnen de kaders en uitgangspunten van de regiovisie.
1.2 Mogelijke verplichting tot een gemeenschappelijke regeling Het Rijk is voornemens een verplichting tot een gemeenschappelijke regeling (GR) op te nemen in de Jeugdwet, met als planning om in het eerste kwartaal 2022 het besluitvormingstraject in de Eerste Kamer af te ronden. Het wetsvoorstel ‘Verbetering beschikbaarheid zorg voor jeugdigen’ is nog niet openbaar, de precieze inhoud van de GR-verplichting is niet bekend. De verwachting dat deze GR-verplichting er daadwerkelijk komt lijkt heel reëel. De vermoedelijke ingangsdatum is januari 2023, met een jaar overgangstermijn om de GR in te richten. De tekst in de regiovisie is hierop aangescherpt. Waarbij het voorstel is om voor de komende jaren in lijn, met de eerdere versie, te kiezen voor een samenwerkingsovereenkomst, maar daarbij stappen te zetten die in lijn liggen met de mogelijke wettelijke verplichting. Financiën Als financieel kader van deze regiovisie is de programmabegroting leidend. Indien de ambities leiden tot aanpassing zal dit in het kader van de reguliere P&C cyclus aan de raden ter besluitvorming worden voorgelegd. Juridische zaken De juridische gevolgen liggen vooral op het punt van de inrichting van de regionale samenwerking. De huidige samenwerking voldoet niet aan de Norm voor Opdrachtgeverschap. Om hieraan te voldoen gaan de colleges werken met een samenwerkingsovereenkomst.
Participatie en extern overleg Verwerking opbrengst participatietraject De consultatieversie van de regiovisie is ter advisering naar de vijf adviesraden van de gemeenten gestuurd. Dit heeft geresulteerd in vijf adviezen. Daarnaast is de consultatieversie besproken met aanbieders en toegezonden aan ketenpartners. Daar waar behoefte was is gericht in gesprek gegaan. De regiovisie is echter van een hoog abstractieniveau dus niet voor alle partijen even relevant. Sommige partijen hebben vooral behoefte aan concrete afspraken op uitvoeringsniveau of zijn benieuwd hoe de regiovisie doorwerkt in de praktijk. Daarnaast zijn er twee regionale bijeenkomsten met raadsleden geweest, bespreking in een aantal individuele raden en zijn er schriftelijke reacties gekomen vanuit raadsleden. Al deze gesprekken, reacties en adviezen hebben geleidt tot aanscherping en verduidelijking van de regiovisie, zoals opgenomen in bijlage 4. De schriftelijke reacties van raadsleden zijn bijgevoegd en voorzien van een reactie (bijlagen 6, 7 en 8). Verwerking en reactie adviezen vijf adviesraden Het college heeft een advies van de Adviesraad Sociaal Domein ontvangen. Ook de andere vier gemeenten hebben een reactie of advies van de adviesraad ontvangen. In de adviezen is draagvlak voor de hoofdlijnen van de regiovisie. Op diverse punten zijn ook aanscherpingen geadviseerd.
Met name op de volgende onderwerpen: Samenspel/ wisselwerking lokaal- regionaal beleid. Evaluatie werd gemist. Cliëntbetrokkenheid. Wachttijden/ wachtlijsten. Daarnaast zijn adviezen gedaan die betrekking hebben op de lokale situatie of de uitvoering van de regiovisie. In de reactie aan de Adviesraad Sociaal Domein (bijlage 5) is per adviespunt een reactie opgenomen.
Vervolgtraject en uitvoering Planning Om de regionale taken en de bovenregionale afstemming de komende jaren goed te kunnen uitvoeren werken de colleges gezamenlijk aan nieuwe samenwerkingsafspraken, waarmee ook wordt voldaan aan de Norm voor Opdrachtgeverschap. Op basis van de inhoudelijke visie bezien de colleges de komende periode wat nodig is aan afspraken en samenwerking om de inhoud goed vorm te geven. Deze zal in eerste instantie betrokken worden bij de inrichting van de samenwerkingsovereenkomst tussen colleges, nadat de raden hiermee hebben ingestemd. Op de langere termijn zal deze basis ook worden betrokken bij de voorziene wetgeving op het gebied van een verplichte gemeenschappelijke regeling (GR) voor jeugd. Doorlooptijd Voor de raadsvergadering van 28 september 2021 staat de regiovisie geagendeerd.
Bijlagen Bijlage 1: Bijlage 2: Bijlage 3: Bijlage 4: Bijlage 5: Bijlage 6: Bijlage 7: Bijlage 8:
Regiovisie ‘Samen scherper aan de wind’ Concept raadsbesluit Regiovisie - met wijzigingen (niet opgemaakt) Advies van de Adviesraad Sociaal Domein Reactie op advies Adviesraad Sociaal Domein Reactie VVD Gouda Reactie GroenLinks Gouda Reactie CU/SGP Zuidplas
Hoogachtend, Burgemeester en wethouders van gemeente Krimpenerwaard,
de secretaris,
de burgemeester,
J. Hennip
mr. R.S. Cazemier