RV Omgevingswet - Delegatiebesluit en Advieslijst _684111__.docx
Tekst van het document
Nr.: 1931681653/684111
Raadsvergadering:
21 december 2021
Onderwerp:
Omgevingswet: Delegatiebesluit en Advieslijst
Datum:
16 november 2021
RAADSVOORSTEL
Korte samenvatting De raad wordt voorgesteld om - in het kader van de invoering van de Omgevingswet per 1 juli 2022 - de bevoegdheid tot het vaststellen van delen van het omgevingsplan, in specifieke gevallen te delegeren aan het college van burgemeester en wethouders. Ook doet het college een voorstel aan de raad in welke gevallen de raad bindend advies zou moeten uitbrengen bij een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanacitiviteit. Voorgesteld besluit De raad wordt voorgesteld om: 1. Het algemeen delegatiebesluit vast te stellen zoals opgenomen in de notitie ‘Algemeen delegatiebesluit Omgevingswet’; 2. De invulling van de adviesrol van de raad bij afwijkingen vast te stellen zoals opgenomen in de notitie ‘Opa-advieslijst Omgevingswet’; 3. Het college halfjaarlijks een overzicht aan de raad toe te laten toesturen met die gevallen waarin gebruik gemaakt is van besluit 1 en 2. Inleiding Zoals het er nu naar uitziet zal de Omgevingswet per 1 juli 2022 in werking treden. Op die datum heeft de gemeente Krimpenerwaard van rechtswege één gemeente-dekkend omgevingsplan. Dat plan is tijdelijk, en bevat onder andere alle huidige bestemmingsplannen, beheersverordeningen en voorbereidingsbesluiten.
Onder de Omgevingswet moeten alle huidige bestemmingsplannen in het tijdelijke deel van het omgevingsplan in de periode tot 2030 worden omgezet naar het nieuwe deel van het omgevingsplan. Dat omgevingsplan omvat veel meer dan alleen de huidige bestemmingsplannen en beheersverordeningen. Alles wat betrekking heeft op de ‘fysieke leefomgeving’ moet worden opgenomen in het omgevingsplan. Het begrip ‘goede ruimtelijke ordening’ wordt vervangen door ‘een evenwichtige toedeling van functies aan locaties’. Alle verordeningen die bepalingen bevatten met betrekking tot de fysieke leefomgeving moeten uiteindelijk in het omgevingsplan worden opgenomen. Sommige verordeningen bevatten alleen maar bepalingen over de fysieke leefomgeving, en verdwijnen uiteindelijk helemaal. Denk bijvoorbeeld aan de Boomverordening 2016 en delen van de APV, bijvoorbeeld de regels die gaan over terrassen en het aanbrengen van reclame-uitingen. De VNG heeft een overzicht gepubliceerd 'Minimale acties Omgevingswet'. Dit overzicht geeft aan welke voorbereidingen gemeenten minimaal moeten hebben getroffen vóór de inwerkingtredingsdatum, om te kunnen starten met werken volgens de Omgevingswet. Onderdeel van deze minimale acties is een delegatiebesluit van de gemeenteraad.
Met dit besluit delegeert de raad de bevoegdheid tot het vaststellen van delen van het omgevingsplan, in specifieke gevallen, aan het college van burgemeester en wethouders. Dit noemen we het ‘Algemeen delegatiebesluit’.
Ook onderdeel van de minimale actielijst van de VNG is een door de raad vastgestelde ‘advieslijst’. Op deze advieslijst staat in welke gevallen de raad een bindend advies wenst uit te brengen in de procedure voor een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit. In bijgevoegde notities treft een u een toelichting en het bijbehorende voorstel van het college aan. Beoogd resultaat Onder de Omgevingswet optimaal gebruik te maken van de kaderstellende rol van de gemeenteraad om zo te komen tot een snellere besluitvorming voor partiële wijzigingen van het omgevingsplan en omgevingsvergunningen voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit. Argumenten 1.1 Doelstelling van de Omgevingswet is snellere dienstverlening voor inwoners en bedrijven. Een van de doelen van de Omgevingswet is snellere dienstverlening. Door optimaal gebruik te maken van de kaderstellende rol van de gemeenteraad kan met de vaststelling van een ruim algemeen delegatiebesluit in veel gevallen besluitvorming plaatsvinden door het college wat de besluitvorming over een partiële herziening van het omgevingsplan versnelt. 1.2 De gemeenteraad heeft de ambitie uitgesproken onderscheidend te willen zijn; In januari 2018 heeft de gemeenteraad besloten voor het onderscheidende VNG-verandertype als hoofdkoers voor de invoeringsstrategie.
Bij dit besluit is bepaald: ‘In het hele traject nemen we de uitgangspunten van de Omgevingswet in acht: • minder en daardoor overzichtelijkere regels; • Meer ruimte voor initiatieven; • Lokaal maatwerk; • Vertrouwen. Deze uitgangspunten zijn vertaald in vier verbeterdoelen die we bij elke stap/keuze in gedachte moeten houden: • De inzichtelijkheid, de voorspelbaarheid en het gebruiksgemak van het omgevingsrecht vergroten; • De fysieke leefomgeving samenhangend benaderen; • De bestuurlijke afwegingsruimte voor de fysieke leefomgeving vergroten; • De besluitvorming over projecten in de fysieke leefomgeving versnellen en verbeteren.’
Invulling kan hiervoor zijn om de kaderstellende rol ten volle te benutten en de invulling en uitvoering daarvan aan het college te delegeren, dan wel geen advies uit te willen brengen. 1.3 Delegatiebesluit is geen statische document; Waar nodig kan het delegatiebesluit te allen tijde worden aangevuld of gewijzigd. Het biedt aan de gemeenteraad alle kansen haar kaderstellende taak op zich te nemen door bijvoorbeeld globaal een visie voor een bepaald gebied vast te stellen, waarna het college vervolgens gedetailleerder maatwerk mogelijk kan maken. Bij iedere besluitvorming over kaders (visies e.d.) kan de raad een besluit nemen over het delegeren van de bevoegdheid tot vaststelling van een omgevingsplan of nadere voorwaarden stellen waarbinnen dit kan. 1.4 Er is altijd nog een instrument om vaststelling van een omgevingsplan door het college te voorkomen; In aanvulling op argument 1.3: als ultimum remedium kan de gemeenteraad op basis van artikel 10:18 van de algemene wet bestuursrecht het delegatiebesluit te allen tijde intrekken. 2.1 Er zijn mogelijkheden voor de raad om te sturen met bestaande politieke instrumenten.
Met de bestaande politieke instrumenten van de gemeenteraad kan grip gehouden worden op het beleids- en besluitvormingsproces en desnoods worden gestuurd in de gewenste ontwikkeling door het indienen van moties, het stellen van mondelinge en schriftelijke vragen, interpellatie etc. Hiernaast blijft ook de actieve informatieplicht van het college van burgemeester en wethouders uiteraard bestaan.
2 van 5
2.2 Er wordt hoog ingezet op het voortraject Zoals hierboven al genoemd zijn de beslistermijnen onder de omgevingswet kort. Dit betekent snellere procedures maar deze moeten wel zorgvuldig plaatsvinden, waarbij rekening gehouden wordt met alle belangen. Om dit te bewerkstellingen wordt hoog ingezet op een voortraject. Dit voortraject start voordat een daadwerkelijk aanvraag om omgevingsvergunning wordt ingediend. Doel van dit voortraject is het verkrijgen van een complete aanvraag, waarbij alle belangen zorgvuldig zijn afgewogen. In theorie kan een dergelijke aanvraag direct vergund worden. Onderdeel hiervan zijn ook de intaketafel en de omgevingstafel. Maar ook participatie speelt een belangrijke rol bij de belangenafweging. In welke gevallen, na een dergelijk zorgvuldig voortraject, wil de raad nog advies uitbrengen voordat de omgevingsvergunning verleend kan worden of zelf beslissingsbevoegd zijn. Kanttekeningen 1.1De raad staat altijd in verbinding met de gemeenschap Onder de Omgevingswet is het nieuw dat van inwoners een sterke betrokkenheid en eigen initiatief wordt verwacht bij de fysieke leefomgeving. Niet alleen bij het ontwikkelen van een visie op de fysieke leefomgeving maar ook bij het oppakken van initiatieven en het zoeken naar draagvlak bij belanghebbenden en andere betrokkenen.
Deze houding past bij de algemene maatschappelijke trend naar meer zelfredzaamheid van inwoners en een terugtredende overheid. Van de gemeenteraad wordt verwacht welwillend te staan tegenover initiatieven en daarvoor ruimte te geven maar zeker ook op te komen voor de belangen van betrokkenen en mogelijke tegenstanders. Welke bevoegdheden de gemeenteraad heeft is voor inwoners niet relevant, zij zullen, zoals ook voor de invoering van de Omgevingswet het geval was, gemeenteraadsleden aanspreken over alles wat speelt in de gemeente. Het interne proces van visievorming en kaderstelling staat, ook nu, vaak op gespannen voet met de controle en sturing op hoofdlijnen van de raad. Dit wordt onder de Omgevingswet nog verder versterkt. 2.1 Voor het tijdig uitbrengen van adviezen dienen organisatorische wijzigingen plaats te vinden. Onder de Omgevingswet worden in beginsel alle omgevingsvergunningen met een reguliere procedure verleend. Dit betekent 8 weken met eventueel een verlenging van 4 weken. Ook wanneer bindend advies aan de gemeenteraad gevraagd dient te worden, moet verlening van de vergunning binnen deze gestelde termijn plaatsvinden. Overigens geeft de wet een aantal gevallen aan waarin een omgevingsvergunning met een uitgebreide procedure verleend moet worden.
Als het gaat om een activiteit die aanzienlijke gevolgen heeft of kan hebben voor de fysieke leefomgeving, als het gaat om een activiteit waartegen naar verwachting verschillende belanghebbenden bedenkingen zullen hebben of als het gaat om een activiteit die een relevante maatschappelijke impact heeft of kan hebben. Het college kan zelfstandig een beslissing nemen over de categorieën van gevallen waar zij een uitgebreide procedure op van toepassing verklaart. Voor de adviesrol zal de organisatie in samenwerking met de griffie een procedure met werkafspraken moeten uitwerken om de beslistermijnen te kunnen halen. 3.1 Er is nog veel onzeker Omdat alle gemeente met de nieuwe regels ‘stoeien’ en we redelijk gelijk oplopen met andere gemeenten, zijn er op het gebied van delegatie en adviesrol nog geen bewezen voorbeelden. Daarom wordt onder besluit 3 voorgesteld de besluiten te evalueren, zodat indien nodig bijgestuurd kan worden. Alternatieven Niet van toepassing. Financiën Niet van toepassing
3 van 5
Juridische zaken Niet van toepassing. Participatie en extern overleg Niet van toepassing Vervolgtraject en uitvoering Besluitvorming dient plaats te vinden voor de invoeringsdatum van de Omgevingswet per 1 juli 2022. Bijlagen - notitie ‘Algemeen delegatiebesluit Omgevingswet’ - notitie ‘Opa-advieslijst Omgevingswet’ Hoogachtend, Burgemeester en wethouders van gemeente Krimpenerwaard, de secretaris,
de burgemeester,
J. Hennip
mr. R.S. Cazemier
4 van 5
RAADSBESLUIT
De raad van de gemeente Krimpenerwaard, Gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 16 november 2021 inzake Omgevingswet: Delegatiebesluit en Advieslijst gelet op -
Artikel 2.8 Omgevingswet en de artikelen 16:15a en 16.15b Omgevingswet; Artikelen 10:13 tot en met 10:19 Algemene Wet Bestuursrecht; Artikel 156 Gemeentewet;
Besluit: Besluit: 1. Het algemeen delegatiebesluit vast te stellen zoals opgenomen in de notitie ‘Algemeen delegatiebesluit Omgevingswet’; 2. De invulling van de adviesrol van de raad bij afwijkingen vast te stellen zoals opgenomen in de notitie ‘Opa-advieslijst Omgevingswet’; 3. Het college halfjaarlijks een overzicht aan de raad toe te laten toesturen met die gevallen waarin gebruik gemaakt is van besluit 1 en 2. Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van 21 december 2021,
de griffier,
de voorzitter,
dr. M-L van Muijen
mr. R.S. Cazemier
5 van 5