RV en RB zienswijze verbonden partij 2022-2024
Tekst van het document
RAADSVOORSTEL
Nr.: 1111217/1111223
Raadsvergadering:
4 juli 2023
Onderwerp:
Zienswijze op de wijziging van de gemeenschappelijke regeling van Hecht
Datum:
23 mei 2023
Korte samenvatting Het college heeft de raad voorgesteld de zienswijze op de wijziging van de gemeenschappelijke regeling Hecht vast te stellen en deze via de voorgestelde brief in te dienen bij het dagelijks bestuur van Hecht. Voorgesteld besluit De raad wordt voorgesteld om: 1. De zienswijze op de wijziging van de gemeenschappelijke regeling Hecht vast te stellen en deze zienswijze via de voorgestelde brief in te dienen bij het dagelijks bestuur van Hecht. Inleiding Naar aanleiding van de aanpassing van de Wet gemeenschappelijke regelingen (Wgr) is een aantal wijzigingen nodig in de gemeenschappelijke regeling (GR) RDOG HM. Er zijn drie grote wijzigingen gemaakt in de concepttekst voor de GR Hecht: 1. de naam RDOG HM is gewijzigd in Hecht; 2. met de wijzigingen in de Wgr zijn een aantal wettelijke termijnen verruimd van 8 naar 12 weken; 3. voor de legitimering van een aantal taken van het Zorg- en Veiligheidshuis is verwezen naar een aantal wetten die in de huidige gemeenschappelijke regeling nog niet vermeld stonden. De voorliggende concept GR heeft alle benodigde wijzigingen in zich, om te voldoen aan de Wgr. De wijzigingen in de Wgr zijn op 1 juli 2022 ingegaan en binnen twee jaar moet de lokale GR daarop zijn aangepast. Beoogd resultaat Aansluiting van de GR Hecht op de aangepaste Wgr.
Argumenten De tekst van de GR wordt zo algemeen mogelijk gehouden, zodat deze niet bij het minste of geringste hoeft te worden aangepast. Specifiekere bepalingen worden opgenomen in verordeningen, besluiten en andere bij de GR horende documenten. Deze documenten staan op de website van Hecht: https://www.rdoghm.nl/documenten-rdog-hm Een aantal van deze documenten wordt nog aangepast. Hieronder treft u de argumenten met betrekking tot de specifieke wetswijzigingen die van invloed zijn geweest bij het opstellen van de concepttekst van de GR Hecht. 1.1 Invoeren zienswijzeprocedure bij het wijzigen en treffen van een regeling Bij het treffen van een GR (en bij wijzigen en toetreden) krijgen gemeenteraden de mogelijkheid een zienswijze in te dienen over het ontwerp van een GR die colleges of burgemeesters willen treffen. De zienswijzetermijn bedraagt acht weken. Afweging: Deze procedure komt boven op de bestaande werkwijze en de huidige GR, waarbij de gemeenteraad het college van burgemeester en wethouders toestemming geeft om een wijziging van de GR te treffen. Eerst is de zienswijzeprocedure en daarna moet de instemmingsprocedure langs college en gemeenteraad worden gevolgd. Mede gelet op de uiteenlopende vergadercycli en de ervaringen met de toestemmingsprocedure kan het doorlopen van beide verplichte procedures oplopen tot een jaar.
gemeente Krimpenerwaard Postbus 51 2820 AB Stolwijk www.krimpenerwaard.nl
Conclusie: De directe gevolgen voor aanpassingen zijn in de wijziging van de GR opgenomen. 1.2 Invoeren zienswijzeprocedure omtrent besluiten In de GR worden bepalingen opgenomen omtrent de besluiten van Hecht waarover de gemeenteraden een zienswijze geven. Vóór het nemen van het betreffende besluit moet het DB van Hecht schriftelijk en gemotiveerd een oordeel geven over de zienswijzen en de conclusies die Hecht daaraan verbindt (in beginsel het DB tenzij het gaat om een besluit van het AB. Dan dient het AB schriftelijk en gemotiveerd te reageren op de zienswijze). Zie artikel 10 lid 6 Wet GR. Het is mogelijk om geen besluiten van Hecht op te nemen die vatbaar zijn voor het geven van een zienswijze. Uitzondering geldt voor het vaststellen van de begroting en besluiten waarop afdeling 3.4 Algemene wet bestuursrecht van toepassing is. Bijvoorbeeld: het vaststellen van een rampbestrijdingsplan, omdat daar al via een andere weg in een zienswijzeprocedure voorzien is. Voor de belangrijkste en verplichte besluiten rondom de begrotingscyclus was het opvragen van een zienswijze al opgenomen in de GR. Afweging: Het invoeren van een zienswijzeprocedure omtrent besluiten werkt vertragend op het nemen van besluiten.
Gelet op de vergadercycli van DB, AB en de gemeenteraden kan dit ertoe leiden dat besluiten niet meer tijdig worden genomen en dit leidt tot het inplannen van extra vergaderingen. Binnen de agenda’s en de bestuurlijke drukte voor Hecht en de colleges is dat vaak problematisch. Voorgesteld wordt om geen extra besluiten aan te wijzen, waarvoor zienswijzen verplicht zijn, dan die nu al opgenomen zijn in de huidige GR. Het grootste deel van de overige besluiten betreft de bedrijfsvoering en interne organisatie van Hecht, oftewel het ’hoe’. Daarnaast worden de gemeenten bestuurlijk en ook ambtelijk betrokken bij de vaststelling van belangrijke besluiten. Extra zienswijzen boven op de al bestaande zienswijzen voor bepaalde besluiten, leidt tot meer institutionele vertraging en extra drukte voor het college en de raad, terwijl de inhoudelijke meerwaarde beperkt is. Conclusie: In de tekst van de GR is opgenomen op welke besluiten zienswijzen worden ingebracht en dit voldoet aan de Wgr. 1.3 Regionale gemeenschappelijke raadscommissie De vernieuwde Wgr geeft gemeenteraden de mogelijkheid om gezamenlijk een regionale raadscommissie in het leven te roepen. Hierin hebben raadsleden zitting. De raadscommissie assisteert de gemeenten bij de voorbereiding van de besluitvorming en richt zich op het adviseren van het AB.
Indien alle gemeenten daartoe gezamenlijk besluiten, stelt het AB de commissie in. Het is aan de raden van de deelnemende gemeenten om te bepalen of behoefte is aan een dergelijke commissie. De raden stemmen dan unaniem in met het gezamenlijk voorstel aan Hecht. Indien de raden hiertoe besluiten, dan regelt het AB de instelling en de bevoegdheden, taken, samenstelling en werkwijze van de commissie. Afweging. Het is niet noodzakelijk om de instelling van een raadscommissie in de GR op te nemen. Invoering kan ook, als de behoefte bij de gemeenten bestaat, via een instellingsbesluit en vaststelling van een commissiereglement. Dit is nu ook de werkwijze bij de huidige bestaande bestuursadviescommissies (de BAC Publieke Gezondheid, de BAC Zorg- en Veiligheidshuis en de Auditcommissie). Het is belangrijk om bij het instellen van een raadscommissie ook te kijken naar de regeling rondom vergoedingen hierbij uit de Wgr. Conclusie: In de huidige GR is opgenomen dat het AB commissies kan instellen en is een extra verwijzing opgenomen naar de mogelijkheid van een raadscommissie in de Wgr. 1.4 Afspraken over burgerparticipatie In de vernieuwde Wgr is een verplichting opgenomen om in de GR te bepalen of en hoe ingezetenen van de deelnemende gemeenten en belanghebbenden bij de totstandkoming en uitvoering van beleid betrokken worden.
De wijziging van de Wgr introduceert de mogelijkheid om burgers (ingezetenen van de deelnemende gemeenten en andere belanghebbenden) te betrekken bij de voorbereiding, uitvoering en evaluatie van het beleid van de GR (is toegevoegd als zevende lid aan artikel 10 Wgr).
pag. 2/7
Afweging: Het is niet verplicht om de ingezetenen en belanghebbenden rechtstreeks te betrekken bij de totstandkoming en uitvoering van beleid. Gekozen kan worden om de inspraak te laten verlopen via de reeds bestaande adviesorganen. De gemeenteraad kan het advies van de Adviesraad Sociaal Domein en Cliëntenraad meenemen in de zienswijze of meegeven aan de wethouder als AB-lid. Conclusie: In de tekst van de GR is opgenomen dat de burgerparticipatie wordt geregeld via de reeds bestaande inspraakmogelijkheden van lokale adviesorganen. 1.5 Actieve informatieplicht De Wgr bepaalt dat het bestuur de gemeenteraden alle inlichtingen verstrekt die zij nodig hebben voor de uitoefening van hun taken. De GR bevat bepalingen over de wijze waarop de inlichtingen worden verstrekt. Afweging: Op grond van artikel 16 Wgr waren al artikelen in GR opgenomen met betrekking tot verantwoording en verstrekken van inlichtingen. De nieuwe bepalingen in de Wgr breiden de inlichtingenplicht uit naar een actieve informatieplicht naast de bestaande passieve informatieplicht. Conclusie: In de GR zijn de aanvullende bepalingen opgenomen en daarmee in overeenstemming gebracht met de Wgr. 1.6 Recht van enquête In de Wgr wordt voorzien in de introductie van een gemeenschappelijk enquêterecht.
Gemeenten kunnen ten aanzien van collegeregelingen gezamenlijk een gemeenschappelijke onderzoekscommissie instellen om onderzoek te doen naar eventuele misstanden bij de GR als geheel. Een gemeenschappelijke onderzoekscommissie wordt ingesteld als alle gemeenteraden hiermee instemmen. De gemeenten dienen een gemeenschappelijk orgaan in te stellen waarvoor de instemming van iedere gemeente nodig is. Afweging: Omdat Hecht een collegeregeling is, geldt het recht van enquête ook ten opzichte van Hecht. Conclusie: Het recht van enquête kan door gemeenten worden ingeroepen, maar heeft geen directe gevolgen voor de tekst van de GR. 1.7 Verduidelijking onderzoeksbevoegdheid lokale rekenkamers Met de wetswijziging wordt duidelijk gemaakt dat lokale of gezamenlijke rekenkamers van de gemeenten de mogelijkheid hebben om onderzoek te doen naar het gevoerde bestuur van een gemeenschappelijke regeling. Afweging: Het betreft hier slechts een bevestiging dat deze mogelijkheid bestaat en verandert niets aan de huidige situatie. Conclusie: Het heeft derhalve ook geen nieuwe consequenties voor Hecht. Ook geen gevolgen voor de tekst van de GR. 1.8 Afspraken over evaluatie (nieuw artikel 11a Wgr) De Wgr verplicht tot het opnemen van bepalingen in de GR omtrent evaluatie van de regeling.
Niet bepaald is waar de evaluatie specifiek op moet zijn gericht, hoe vaak die moet plaatsvinden en op welke wijze. Gekozen kan worden om niet te evalueren, maar de gemeenteraden moeten daar dan mee instemmen. In de Memorie van Toelichting wordt aangegeven dat: “De meerwaarde van een evaluatie is dat periodiek wordt stilgestaan bij het functioneren van de gemeenschappelijke regeling. Daarnaast kan een evaluatiemoment een ijkpunt in de samenwerking zijn.” Afweging: De wetsbepalingen omtrent een evaluatie biedt alle mogelijkheden om het zelf in te vullen. Er is geen verplichting als gemeenten instemmen niet te evalueren. In de GR wordt dan opgenomen dat niet geëvalueerd
pag. 3/7
wordt. Voorgesteld wordt het voorstel van een vierjaarlijkse evaluatie op te nemen in de GR. Conclusie: In de tekst van de GR is opgenomen dat er eens per vier jaar een evaluatie plaatsvindt halverwege de collegeperiode door het AB. 1.9 Aanscherping afspraken uittreding De Wgr verplicht ertoe om de artikelen in de GR inzake uittreding aan te scherpen (wijziging artikel 9 Wgr). Er wordt niet meer volstaan met de afspraak dat in geval van uittreding het AB de uittreedvoorwaarden vaststelt. Er moet een bepaling worden opgenomen over: - de voorwaarden waaronder wordt uitgetreden en - de gevolgen van de uittreding voor het vermogen van de rechtspersoon, waarbij moet worden gedacht aan afspraken over personeel, contracten, huisvesting en investeringen. Afweging: Omdat het een verplichting van de Wgr is zijn de artikelen in de GR met betrekking tot uittreding verder uitgewerkt en aangescherpt. Conclusie: De uittredingsbepalingen zijn aangepast, zodat deze aan de eisen van de Wgr voldoen. 1.10 Betere aansluiting begrotingscyclus op gemeentelijke cyclus Financiële bijdragen aan een gemeenschappelijke regeling zijn verplichte uitgaven voor een gemeente, die in de eigen begroting van de gemeente worden verwerkt. Het is de bedoeling van de nieuwe Wgr om de gemeenteraden meer tijd te geven en om beter aan te sluiten bij de gemeentelijke begrotingscyclus.
Om de begrotingscycli beter op elkaar aan te laten sluiten worden de uiterste termijnen aangepast - voor indiening van de jaarrekening en kadernota bij gemeenten: was 15 april, wordt 30 april; - het toezenden van de ontwerpbegroting aan gemeenten: was acht weken voor vaststelling, wordt 12 weken; - het toezenden van de begroting aan Gedeputeerde Staten: was 1 augustus, wordt 15 september. Nieuw is dat het DB de gemeenteraden schriftelijk en gemotiveerd in kennis stelt van zijn oordeel over de zienswijze die de gemeenteraden naar voren hebben gebracht alsmede de conclusies die het daaraan verbindt voorafgaande aan de vaststelling van de begroting. Afweging: Doordat de uiterste datum van het indienen van de begroting bij Gedeputeerde Staten wijzigt en de zienswijzeprocedure wijzigt, is de planning van de begrotingscyclus aangepast. Een punt van zorg daarbij is de (on)mogelijkheden om in de periode half juli – half september de bestuurlijke cyclus te plannen. Ook voor de raden kan het zomerreces voor problemen in de planning zorgen. Per jaar wordt gekeken naar een zo goed mogelijke planning binnen de afspraken en wettelijke termijnen. Conclusie: De artikelen in de GR met betrekking tot de begrotingscyclus gelden onverkort en hoeven niet te worden opgenomen in de GR, maar zijn omwille van de leesbaarheid wel in de GR opgenomen.
1.11 Overig: de Kadernota Er is geen zienswijzeprocedure nodig voor de kadernota. De kadernota Hecht is een informatieve (kader)brief waarin de gemeenten op de hoogte worden gesteld over de verwachte ontwikkeling van het financiële kader en de eventuele beleidsmatige ontwikkelingen met een mogelijk financieel effect. De verwachte ontwikkeling van het financiële kader betreft vooral de technische actualisatie op basis van de meest recente circulaires ten aanzien van het gemeentefonds en de rijksbijdrage. Zo blijven de gemeenten tijdig over de benodigde financiële informatie beschikken om te verwerken in hun eigen begroting. Het opnemen van beleidsmatige ontwikkelingen met een mogelijk financieel effect is bedoeld om gemeenteraden zo vroeg mogelijk te informeren over relevante ontwikkelingen. Eventuele financiële effecten worden pas in de ontwerpbegroting verwerkt nadat daar expliciete besluitvorming door het AB over heeft plaatsgevonden. De pag. 4/7
gemeenteraden worden op dat moment via de zienswijzeprocedure op de ontwerpbegroting in de gelegenheid gesteld om daarop een zienswijze te geven. Dit sluit ook aan bij de werkwijze van andere grote gemeenschappelijke regelingen in de regio. Kanttekeningen 1.1 Het oprekken van de wettelijke termijnen geeft uitdaging aan de besluitvormingsprocessen bij gemeenten Het oprekken van de wettelijke termijnen lijkt op het eerste gezicht handig omdat er meer tijd is voor zienswijzen. In realiteit ligt dat echter anders. Het zienswijzeproces voor bijvoorbeeld de conceptbegroting komt uit in het zomerreces. Dat wordt qua planning een uitdaging. Ook de latere oplevering van de jaarrekening heeft gevolgen voor de opname van informatie in de eigen jaarrekening van gemeenten, omdat de Verbonden Partijen daarvan onderdeel uitmaken. Per jaar zal worden gekeken naar een zo goed mogelijke planning binnen de afspraken en de wettelijke termijnen. Alternatieven N.v.t. Financiën De aanpassing van de regeling heeft geen financiële gevolgen. De kosten van de naamswijziging worden door Hecht gedragen en geven geen aanleiding tot grote kostenposten. Juridische zaken De regeling moet wettelijk op 1 juli 2024 zijn gewijzigd. Personele-/ organisatorische gevolgen De gevolgen van de aanpassingen van de Wgr lijken -in de dagelijkse praktijk- voor Hecht beperkt te zijn.
Een groot deel is al praktijk, bijvoorbeeld het vragen van zienswijzen bij de conceptbegroting en bij een aanpassing van de regeling. Ook de informatievoorziening was door de Wet open overheid (Woo) reeds aangepast. Raden worden bijvoorbeeld al actief benaderd sinds de start van het programma Hecht24. Communicatie Op grond van de Bekendmakingswet wordt de gemeenschappelijke regeling voor eenieder ter inzage gelegd en algemeen verkrijgbaar gesteld. De bekendmaking van de zakelijke inhoud van de terinzagelegging vindt plaats in het Goudse Gemeenteblad. Volgens artikel 26 sub 1 van de Wgr is gemeente Leiden verantwoordelijk voor de publicatie van de wijzigingen. Artikel 26 sub 1 luidt: ‘Het gemeentebestuur dat daartoe bij de regeling is aangewezen onderscheidenlijk het bestuur van de gemeente van de plaats van vestiging maakt de regeling in alle deelnemende gemeenten bekend in het door dat gemeentebestuur uitgegeven gemeenteblad.’ Participatie en extern overleg De voorgestelde aangepaste gemeenschappelijke regeling Hecht is voorbereid en samengesteld vanuit een intensieve en brede samenwerking tussen Hecht en de achttien gemeenten. Op 12 april 2023 heeft het Algemeen Bestuur besloten de GR aan te bieden aan gemeenteraden voor zienswijze. Vervolgtraject en uitvoering Naar aanleiding van de zienswijzen van de gemeenten zal de concept GR indien nodig worden aangepast.
Vervolgens zal in september een (eventueel) aangepaste GR worden aangeboden aan de colleges voor toestemming van de raden. Bijlagen: De zienswijze van de raad De aanbiedingsbrief Hecht De geactualiseerde Gemeenschappelijke Regeling Hecht (integrale tekst zoals deze komt te luiden) pag. 5/7
-
De was-wordt lijst Gemeenschappelijke Regeling RDOG HM met de gewijzigde artikelen
Hoogachtend, Burgemeester en wethouders van gemeente Krimpenerwaard, de secretaris,
de burgemeester,
J. Hennip
P.J. Bouvy-Koene
pag. 6/7
RAADSBESLUIT
De raad van de gemeente Krimpenerwaard, Gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders inzake de zienswijze op de wijziging van de gemeenschappelijke regeling Hecht, Besluit: De zienswijze op de wijziging van de gemeenschappelijke regeling Hecht vast te stellen en deze zienswijze via de voorgestelde brief in te dienen bij het dagelijks bestuur van Hecht. Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van 4 juli 2023,
de griffier,
de voorzitter,
dr. M-L van Muijen
P.J. Bouvy-Koene
pag. 7/7