RV Belastingverordeningen 2026
Tekst van het document
RAADSVOORSTEL
Nr.: 1666486/1666784
Raadsvergadering:
11 november 2025
Onderwerp:
Belastingverordeningen 2026
Portefeuillehouder:
P.J.S. van der Hek
Datum:
23 september 2025
Korte samenvatting De raad wordt voorgesteld om de belastingverordeningen 2026 vast te stellen. Voorgesteld besluit De raad wordt voorgesteld om vast te stellen: 1. de Verordening kwijtschelding Krimpenerwaard 2026; 2. de Verordening toeristenbelasting Krimpenerwaard 2026; 3. de Verordening havengelden Krimpenerwaard 2026; 4. de Verordening markt- en standplaatsgelden Krimpenerwaard 2026; 5. de Verordening lijkbezorgingsrechten Krimpenerwaard 2026; en 6. de Legesverordening Krimpenerwaard 2026. Inleiding De gemeentelijke belastingen zijn een van de inkomstenbronnen van de gemeente. Een belasting kan alleen worden geheven op basis van een belastingverordening. In de Gemeentewet staat vermeld dat de Raad bevoegd is tot het wijzigen van een gemeentelijke belasting door het vaststellen van een belastingverordening. In de Nota lokale heffingen is het huidige beleid met betrekking tot de gemeentelijke belastingen en heffingen beschreven. Om in 2026 belasting te kunnen heffen op basis van andere uitgangspunten dan in 2025, zoals andere tarieven, moet de Raad nieuwe belastingverordeningen vaststellen. Beoogd resultaat Met het vaststellen van deze belastingverordeningen worden de verordeningen praktisch en juridisch geactualiseerd en met de nieuwe tarieven kunnen de beoogde opbrengsten gerealiseerd worden.
Argumenten 1.1, 2.1, 3.1, 4.1, 5.1 en 6.1 Het voorstel past in het ingezet beleid In de Nota Lokale heffingen 2024 is het huidige beleid met betrekking tot gemeentelijke belastingen en heffingen beschreven. Voor zover wordt voorgesteld om af te wijken van dit beleid, zal voor een zorgvuldige belangenafweging gemotiveerd worden waarom een wijziging van het huidige beleid voorgesteld wordt. 1.2 en 4.2 Er is geen kwijtschelding mogelijk voor standplaatsgelden Standplaatsgelden zijn zakelijke belastingschulden. Ondernemers komen alleen voor kwijtschelding van deze schulden in aanmerking als de kwijtschelding wordt verleend in het kader van een akkoord met alle schuldeisers en er geen redelijke mogelijkheid aanwezig is om een derde aansprakelijk te stellen. Deze omstandigheid doet zich in het algemeen alleen voor bij een schuldsanering in het kader van uitstel van betaling bij een (naderend) faillissement. Daarom kan als hoofdregel gelden dat ondernemers voor zakelijke belastingschulden niet in aanmerking komen voor kwijtschelding. Als reden hiervoor wordt wel aangedragen dat kwijtschelding voor ondernemers als een verkapte overheidssubsidie kan worden gezien die de concurrentiepositie verstoort.
gemeente Krimpenerwaard Postbus 51 2820 AB Stolwijk www.krimpenerwaard.nl
Als de standplaatshouder tijdelijk krap bij kas zit, is het mogelijk om een betalingsregeling of uitstel van betaling aan te vragen. 1.3 Bij afvalstoffenheffing is beperkte kwijtschelding mogelijk Bij afvalstoffenheffing wordt kwijtschelding verleend voor het gehele vaste recht en voor een gedeelte van het variabele recht. Het maximaal kwijt te schelden bedrag voor de ledigingen en ontgrendelingen is gebaseerd op de kosten van het gemiddeld aantal ledigingen van een restafvalbak van 240 liter. 2.2, 4.3 en 5.2 Het minimumbedrag voor de aanslag en het minimumbedrag voor de ontheffing en vermindering (€ 9) wordt geschrapt. De gemeentelijke deelnemers van het SVHW hebben geconcludeerd dat er verbeteringen mogelijk zijn door het harmoniseren van belastingverordeningen. Harmonisering kan leiden tot efficiëntere bedrijfsvoering, tot verkleining van het risico op fouten bij maatwerk en vermindering van bezwaren. Door het vervallen van het minimumbedrag zijn maatwerkscripts voor de belastingapplicaties niet meer noodzakelijk. Dit voorkomt onnodig werk en het risico van fouten bij wijzigingen (in verordeningen of het automatiseringssysteem) wordt kleiner. Het effect op de belastinginkomsten is positief bij het vervallen van het minimum aanslagbedrag en negatief bij het minimum ontheffing- en verminderingsbedrag, maar per saldo gering qua omvang.
De ondergrenzen zijn geschrapt bij de belastingen die het SVHW uitvoert en ook bij de belastingen die de gemeente zelf uitvoert. 2.3 Het tarief toeristenbelasting wordt verhoogd Bij de behandeling van de Kadernota 2026 is bezuinigingsvoorstel VS23/VS36a aangenomen. Hierdoor wordt het tarief van de toeristenbelasting in twee stappen vastgesteld op het mediane tarief. Dit betekent dat voorgesteld wordt om het tarief 2026 vast te stellen op € 2,25 (en in de begrotingsraad in november 2026 het tarief 2027 op € 2,50). Het tarief wordt in rekening gebracht bij degene die een gelegenheid tot overnachting biedt aan gasten van buiten de gemeente. De overnachtingsaanbieder mag de toeristenbelasting doorberekenen aan de gasten. 2.4 Vanaf 2026 ook toeristenbelasting voor overnachtingen op water Op 15 oktober 2024 (raadsbesluit 1411377/1411417) heeft uw raad besloten om vanaf 2026 toeristenbelasting te gaan heffen voor alle overnachtingen tegen betaling (op land en op water) tegen hetzelfde tarief. De aanbieders van overnachtingen op water zijn meerdere keren geïnformeerd over dit besluit. Volgens vaste jurisprudentie heeft de wetgever er bewust voor gekozen om gemeenten de ruimte te geven om toeristenbelasting te heffen. Deze belasting mag gaan over verschillende soorten verblijf. Het maakt daarbij niet wat de reden van het verblijf is, vakantie of voor een ander doel.
2.5 Samenloop van toeristenbelasting en havengelden is toegestaan Toeristenbelasting en havengelden zijn twee aparte gemeentelijke heffingen. De opbrengst van de toeristenbelasting komt in de algemene middelen (vergelijkbaar met de OZB die geheven wordt van de inwoners en bedrijven in de gemeente) en de opbrengst van havengelden is ter dekking van in de haven gemaakte kosten. De overnachtingsaanbieders (of hun gasten van buiten de gemeente) betalen via de toeristenbelasting voor het gebruik van voorzieningen in de gemeente. Inwoners betalen hieraan mee via de OZB, afvalstoffenheffing en rioolheffing). 2.6 In principe betaalt de verblijfbieder de toeristenbelasting aan de gemeente (artikel 3) pag. 2/7
De belastingplichtige is in eerste instantie degene die gelegenheid biedt tot verblijf. Bij verblijf op water gaat het om het ter beschikking stellen van ligplaatsen of vaartuigen. De belastingplichtige mag de belasting doorberekenen aan de verblijfhouder. Als een dergelijke belastingplichtige niet kan worden aangewezen, wordt de verblijfhouder zelf als belastingplichtige aangewezen. Deze regeling is gebaseerd op de regeling voor verblijf op land. Bij de aanwijzing van de verblijfbieder als belastingplichtige gaat het vooral om eigenaren, pachters, huurders of gebruikers van jachthavens die tegen vergoeding ligplaatsen ter beschikking stellen. Ook kan gedacht worden aan een verhuurder van boten als die boten binnen het watergebied van de gemeente blijven. 2.7 Onderzocht wordt of toeristenbelasting betaald kan worden via Aanuit.net De mogelijkheid bestaat om via Aanuitnet belastingen te heffen en innen. Momenteel wordt onderzocht wat de kosten en de praktische uitwerking hiervan zijn. Als besloten wordt om hier gebruik van te gaan maken, is dat mogelijk op grond van (het nieuwe tweede lid van) artikel 10 van de Verordening toeristenbelasting. 2.8 Elektronische aangifte voor de toeristenbelasting is mogelijk Er kan digitaal aangifte gedaan worden voor de toeristenbelasting door in te loggen op de website van het SVHW.
Daarom wordt in de verordening toeristenbelasting een artikel opgenomen over de elektronische aangifte. 3.2 Overbodige teksten worden geschrapt uit de Verordening havengelden Voorgesteld wordt om de volgende overbodige teksten te schrappen. Artikel 1 onder n en 2 onder c, omdat er geen havengelden meer geheven worden voor reserveringen. Artikel 5 leden 6 en 8, omdat deze bepalingen zijn opgenomen in de Havenbeheersverordening Krimpenerwaard 2025. 4.4 Per 1 januari 2026 worden standplaatsgelden ingevoerd Op grond van het Standplaatsenbeleid Krimpenerwaard 2025 worden standplaatsvergunningen voor ambulante handel verleend voor 15 jaar en niet meer voor een kortere periode. Deze termijn is het gevolg van jurisprudentie. Het biedt de vergunninghouders de mogelijkheid om hun investeringen terug te verdienen en daarbij een inkomen te verdienen voor het levensonderhoud. Voorgesteld wordt om standplaatsgelden te gaan heffen vanaf 1 januari 2026. Met deze heffing kunnen de kosten die gemaakt worden bij het gebruiken van een standplaats buiten de markt, op een voor de openbare dienst bestemde plaats verhaald worden. Deze gelden worden geheven van degene die de standplaats inneemt, op basis van het aantal strekkende meters grond. 4.5 Het tarief standplaatsgelden is hetzelfde als het tarief marktgelden voor een kleine markt De tarieven van standplaatsgelden variëren sterk per gemeente.
Uitgaande van het tarief marktgelden voor een kleine markt is de kostendekkendheid van de standplaatsgelden 12,3%. 5.2 De tarieven voor het verlenen van rechten worden niet verhoogd Voorgesteld wordt om de tarieven in hoofdstuk 1 van de bij de Verordening lijkbezorgingsrechten behorende tarieventabel niet te wijzigen. De reserve Begraafplaatsen geeft geen aanleiding tot verhoging van deze tarieven. 5.3 Overbodige tekst wordt geschrapt uit de Verordening lijkbezorgingsrechten Voorgesteld wordt om de definitie van een “onbepaalde tijd graf” te schrappen, omdat dit begrip niet in deze verordening staat. 6.2 De tarieven voor leges Burgerlijke stand worden extra verhoogd
pag. 3/7
Bij de behandeling van de Kadernota is bezuinigingsvoorstel VS07 aangenomen. Dit betekent dat voorgesteld wordt om de legestarieven Burgerlijke stand (hoofdstuk 1 paragraaf 1 tarieventabel) te verhogen met 12,7% (inflatie en 10% extra). 6.3 Er wordt een tarief aan de tarieventabel leges toegevoegd voor een babs op zondag of algemeen erkende feestdag In artikel 1.1 van de tarieventabel is een tarief opgenomen voor de voltrekking of vernieuwing van een huwelijk, een registratie van een partnerschap of een omzetting van een geregistreerd partnerschap in een huwelijk. Per abuis is hiervoor geen tarief opgenomen voor een babs op zondag of algemeen erkende feestdag. Hoewel dit zelden voorkomt, wordt voorgesteld om hiervoor een tarief van € 400,00 aan de tarieventabel toe te voegen (artikel 1.2 eerste lid onder h). 6.4 Leges archief in hoofdstuk 1 van de tarieventabel leges worden gelijk aan de tarieven van het streekarchief Het streekarchief Midden-Holland verhoogt met ingang van 1 januari 2026 de tarieven. Voorgesteld wordt om de tarieven van het gemeentearchief gelijk te stellen aan de tarieven van het streekarchief Midden-Holland. Dan maakt het voor de aanvrager qua tarief niet uit in welk archief het gevraagde document zich bevindt. De handelingen voor een papieren en digitaal afschrift zijn nagenoeg gelijk, waardoor hetzelfde tarief gehanteerd wordt.
(artikelen 1.18 eerste lid en 1.26 onder a, e en f tarieventabel leges) 6.5 Bij de tarieven in hoofdstuk 2 van de tarieventabel leges is rekening gehouden met de inflatie bij bouw- en aanlegkosten In de artikelen 2.6, 2.6a en 2.22 is het tarief een percentage van de bouwkosten (artikelen 2.6 en 2.6a) of aanlegkosten (artikel 2.22). Omdat deze kosten geïndexeerd worden, wordt voorgesteld om de tarieven niet te verhogen. 6.6 De tekst voor het aanvragen van een omgevingsplanactiviteit (ruimtelijk deel) wordt verduidelijkt Alle legestarieven voor het uitvoeren van de zgn. ruimtelijke toets worden opgenomen in artikel 2.6 van de tarieventabel leges. Onder vernummering van onderdeel a. punt 1 tot en met 5 naar punt 2 tot en met 6 wordt bij punt 1 het legestarief opgenomen voor een omgevingsplanactiviteit zonder bouwkosten. Dit is een tekstuele wijziging en geen beleidswijziging. Artikel 2.6a van de legesverordening wordt hierdoor overbodig en komt te vervallen. 6.7 Zelfde tarieven voor het aanvragen van marktstandplaatsvergunningen en losse standplaatsvergunningen Jurisprudentie heeft geleid tot een wijziging in de afgifte van de duur van een standplaatsvergunning voor ambulante handel. Deze vergunningen worden voor 15 jaar verleend en niet meer voor een kortere periode. Dit is aanleiding geweest om de leges van paragraaf 3.4 van de tarieventabel te herzien.
De werkzaamheden voor een aanvraag voor een marktstandplaatsvergunning en de werkzaamheden voor de aanvraag van een losse standplaatsvergunning zijn hetzelfde. Daarom wordt voorgesteld om voor beide vergunningaanvragen dezelfde legestarieven te hanteren. Kanttekeningen 1.1 Aantal verzoeken om kwijtschelding kan toenemen bij verhoging van tarieven Verhoging van de tarieven kan leiden tot een toename van het aantal kwijtscheldingsverzoeken en het aantal kwijtscheldingsgerechtigden, waardoor de kosten van kwijtschelding toenemen. Indien dit structureel blijkt te zijn, nemen we dit mee in de tariefberekeningen. 2.1 Een groep vrijstellen van toeristenbelasting wordt afgeraden
pag. 4/7
Het voorstel om de toeristenbelasting uit te breiden voor overnachtingen op water is besproken met onze externe adviseur Van den Bosch & Partners, Belastingadviseurs voor overheden. Zij adviseren deze uitbreiding en niet een vrijstelling of uitsluiting voor overnachtingen op water. Een vrijstelling mag niet in strijd zijn met het karakter van de toeristenbelasting (artikel 224 Gemeentewet) en mag niet afhankelijk zijn van inkomen, winst of vermogen (artikel 219, tweede lid, Gemeentewet). Voor een vrijstelling is een objectieve en zakelijke rechtvaardigingsgrond nodig om begunstigend beleid te voorkomen. De vraag is dan wat de afweging is om een onderscheid te maken tussen overnachtingen door beroepsvaart en overige overnachtingen (zoals een overnachting in een B&B om een zakelijke reden of een overnachting in een jachthaven door een passant). In beide situaties maken niet-inwoners van de gemeente gebruik van voorzieningen in de gemeente, waaraan de inwoners meebetalen via de OZB, de afvalstoffenheffing en de rioolheffing. 2.2 Invoering van toeristenbelasting op water kan leiden tot belastingvermijdend gedrag en dat kan gevolgen hebben voor de opbrengst van de toeristenbelasting en de havengelden De effecten van invoering van deze heffing zullen na twee jaar geëvalueerd worden (amendement A24-051). Nu vertrekken schepen vaak in de nacht of vroege ochtend.
De kans bestaat dat schippers gaan besluiten om op de dag van aankomst voor 21:00 uur weg te varen, zodat er geen sprake is van een overnachting en er geen toeristenbelasting verschuldigd is. Doordat de schepen dan korter in de haven verblijven, heeft dit ook gevolgen voor de havengelden. 3.2, 4.1, 5.1 en 6.1 Aantallen kunnen afnemen door hogere tarieven Door de voorgestelde verhoging van de tarieven is de kans aanwezig dat er minder gebruik gemaakt gaat worden van deze diensten. Dit kan leiden tot minder inkomsten en een lagere kostendekkendheid van deze heffingen. 6.1 De nieuwe marktverordening wordt in december in de raad behandeld In hoofdstuk 3 paragraaf 4 van de bij de legesverordening behorende tarieventabel wordt verwezen naar artikelen uit de (nieuwe) marktverordening. Deze verordening wordt behandeld (en vastgesteld) in de raad in december. Mocht de nieuwe verordening niet vastgesteld worden in de decemberraad, dan worden de verwijzingen naar de artikelen hersteld in een wijziging van de legesverordening (met terugwerkende kracht tot 1 januari 2026). Alternatieven N.v.t. Financiën De opbrengsten zijn verwerkt in de meerjarenbegroting. De voorgestelde tarieven voor de havengelden, marktgelden, lijkbezorgingsrechten en leges voldoen aan de wettelijke eis van maximale kostendekkendheid.
Voor de berekening van de kostendekkendheid wordt verwezen naar de paragraaf Lokale heffingen van de Begroting 2026. Juridische zaken De verordeningen zijn extern getoetst door het SVHW voor zover het SVHW de verordeningen uitvoert en de verordeningen zijn intern getoetst door team Juridische zaken. Na vaststelling worden de verordeningen gepubliceerd en treden ze op 1 januari 2026 in werking. Participatie en extern overleg Het SVHW is betrokken bij de opstelling van de verordeningen, voor zover het SVHW deze verordeningen uitvoert. pag. 5/7
Vervolgtraject en uitvoering
Na vaststelling worden de verordeningen gepubliceerd en treden ze op 1 januari 2026 in werking. Als er een uiterste datum is voor de besluitvorming in de raad, dan datum en reden vermelden. Besluitvorming dient in 2025 plaats te vinden om de verordeningen per 1 januari 2026 in werking te kunnen laten treden. Bijlagen 1. Verordening kwijtschelding Krimpenerwaard 2026 2. Verordening toeristenbelasting Krimpenerwaard 2026 3. Verordening havengelden Krimpenerwaard 2026 4. Verordening markt- en standplaatsgelden Krimpenerwaard 2026 5. Verordening lijkbezorgingsrechten Krimpenerwaard 2026 6. Lijkbezorgingsrechten tarieventabel 2026 7. Legesverordening Krimpenerwaard 2026 8. Leges tarieventabel 2026 8a. Leges tarieventabel 2026 versus 2025 9. Was-wordt-tabel Belastingverordeningen 2026 Hoogachtend, Burgemeester en wethouders van gemeente Krimpenerwaard, de secretaris,
de burgemeester,
J. Hennip
ir. J. Beenakker
pag. 6/7
RAADSBESLUIT
De raad van de gemeente Krimpenerwaard, gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 23 september 2025 inzake Belastingverordeningen 2026
besluit: vast te stellen: 1. de Verordening kwijtschelding Krimpenerwaard 2026; 2. de Verordening toeristenbelasting Krimpenerwaard 2026; 3. de Verordening havengelden Krimpenerwaard 2026; 4. de Verordening markt- en standplaatsgelden Krimpenerwaard 2026; 5. de Verordening lijkbezorgingsrechten Krimpenerwaard 2026; en 6. de Legesverordening Krimpenerwaard 2026. Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van 11 november 2025,
de griffier,
de voorzitter,
S. van Dijk
ir. J. Beenakker
pag. 7/7