RK Krw - Armoede eindrapportage
Tekst van het document
In Krimpenerwaard zijn er relatief veel minderjarige kinderen die opgroeien in huishoudens met een laag inkomen. Beleid in relatie tot de relatief grote aantallen kinderen Zoals besproken in hoofdstuk 3 krijgen kinderen en gezinnen veel aandacht in regelingen, zoals via het Jeugdfonds Sport en Cultuur en Stichting Leergeld. Daarnaast is de inkomensgrens voor kindregelingen ruimer, met 130% in plaats van 120%.Verder is er sinds november 2023 de eerdergenoemde brugfunctionaris in Schoonhoven die gezinnen ondersteunt en een vertrouwensband opbouwt door huisbezoeken. De brugfunctionaris werkt laagdrempelig en helpt ouders die zich schamen of denken geen hulp nodig te hebben. 5.5 Uit
Relatief veel personen met een overdrachtsinkomen de
eerdere
verkenning
door
de
Rekenkamer
bleek
dat
in
de
gemeente
Krimpenerwaard relatief veel personen onder de lage-inkomensgrens leven met een overdrachtsinkomen. De term "overdrachtsinkomen" verwijst naar uitkeringen voor werkloosheid, ziekte, arbeidsongeschiktheid, pensioen en sociale voorzieningen zoals bijstand. In de Kwaliteitsmonitor 2021 wordt beschreven dat het ondanks het grote aanbod van vacatures het mensen in een (vaak langdurige) uitkeringssituatie niet lukt om aan werk te komen. Als oorzaak hiervoor wordt gegeven de mismatch tussen vraag en aanbod, waarbij de competenties van mensen niet (meer) aansluiten bij de vraag van werkgevers. Daarnaast komen mensen met een arbeidsbeperking moeilijk aan het werk. Beleid in relatie tot de relatief grote aantallen overdrachtsinkomens Zoals beschreven in hoofdstuk 3 bevat de Maatschappelijke Agenda een aantal inspanningen van de gemeente om de positie van inwoners op de arbeidsmarkt te versterken, zoals KrimpenerwaardWerkt (voorheen Leerwerkbedrijf Krimpenerwaard) en het Regionaal Werkgeversservicepunt Midden-Holland. Ook neemt de gemeente deel aan het eerdergenoemde Regionaal Mobiliteitsteam Midden-Holland, die via het Werkcafé inwoners helpt bij het ontwikkelen van vaardigheden en het versterken van de positie op de arbeidsmarkt.
43
5.6
▪
Samenvattend
Er is sprake van grote afstanden en daardoor potentiële vervoersarmoede. De gemeente speelt hierop in door een regeling voor gratis openbaar vervoer. Er zijn signalen dat de regeling nog niet voldoende bekend is bij de inwoners.
▪
De sociale samenhang in de kernen maakt het lastiger voor mensen om hulp te vragen. De gemeente speelt hierop in door ruimte (in de vorm van dorps- en cultuurhuizen) en subsidie te bieden aan maatschappelijke activiteiten in alle kernen.
▪
Kerkgemeenschappen kunnen een rol spelen in de preventie en vroegsignalering van armoede,
maar
hebben
nog
geen
duidelijke
rol
in
het
‘netwerk’
van
armoedebestrijding. ▪
De gemeente speelt met diverse regelingen voor kinderen in op het relatief hoge aandeel minderjarige kinderen in huishoudens met een laag inkomen.
▪
De gemeente onderneemt diverse initiatieven om inwoners in een uitkeringssituatie aan een baan te helpen.
44
6.
Doeltreffendheid en doelmatigheid
In dit hoofdstuk gaan we in op de volgende onderzoeksvraag: 11. In welke mate zijn het huidige beleid en de huidige maatregelen doeltreffend en doelmatig? 6.1
Doelen
Zoals beschreven in hoofdstuk 3 zijn de doelen bij de beleidsknop Sociaal Economische Status (SES) uit het Integraal Beleidskader (IBK) in het bijzonder relevant, omdat ze het meest betrekking hebben op armoedebeleid. Daarnaast worden er in de Planning & Control-documenten een aantal doelen opgenoemd die weliswaar over het Sociaal Domein in het algemeen gaan, maar betrekking hebben op het armoedebeleid. In tabel 6.1 staat een opsomming van de doelen en bijbehorende indicatoren. Tabel 6.1. Doelstellingen ten aanzien van voorkomen en verminderen van armoede. Doelstellingen ten aanzien van voorkomen en verminderen van armoede Doelen Bron Indicator vanuit de gemeente 1. Meer inwoners kunnen IBK - SES Geen zich naar wens en Kwaliteitsmonitor 2021 (niet uitgesplitst naar doel, vermogen ontplooien meerdere indicatoren) 2. Meer inwoners hebben IBK - SES Geen duurzaam betaald werk of Kwaliteitsmonitor 2021 (niet uitgesplitst naar doel, participeren naar alleen 5 overall indicatoren) vermogen Jaarrekeningen 2021 & • In 2022 scoren inwoners op 2022 (daar beschreven als tenminste 3 van de 6 “Meer inwoners indicatoren voor individueel participeren naar welzijn 5% hoger dan in 2015 vermogen in de • In 2022 heeft tenminste 25% samenleving”) van het aantal mensen met een (zeer) grote afstand tot de arbeidsmarkt een zinvolle dagbesteding (eigen data).
Kadernota 2024 en de (niet uitgesplitst naar doel, Programmabegroting alleen 6 overall indicatoren) 2024-2027 (daar beschreven als: “Meer inwoners hebben duurzaam betaald werk of doen mee naar vermogen”) 3. Minder mensen ervaren IBK - SES Geen financiële belemmeringen Kwaliteitsmonitor 2021 (niet uitgesplitst naar doel, om mee te doen in de alleen 5 overall indicatoren) samenleving 4. Meer inwoners beheersen IBK - SES Geen basisvaardigheden en Kwaliteitsmonitor 2021 (niet uitgesplitst naar doel, hebben kennis van de alleen 5 overall indicatoren) Nederlandse samenleving 5. Meer mensen maken IBK – SES Geen gebruik van de minimaregelingen waar ze recht op hebben
45
Doelstellingen ten aanzien van voorkomen en verminderen van armoede Subdoelen Bron Indicator 6. Meer nieuwkomers gaan IBK - SES Geen binnen 4 jaar aan het Kwaliteitsmonitor 2021 (niet uitgesplitst naar doel, werk alleen 5 overall indicatoren) 7. Minder huishoudens IBK - SES Geen moeten rondkomen van Kwaliteitsmonitor 2021 (niet uitgesplitst naar doel, een laag alleen 5 overall indicatoren) (minima)inkomen 8. Meer inwoners met een Kadernota 2024 en de (niet uitgesplitst naar doel, laag inkomen hebben Programmabegroting alleen 6 overall indicatoren) bestaanszekerheid 2024-2027 Kwaliteitsmonitor 2021 (niet uitgesplitst naar doel, alleen 5 overall indicatoren)
Een
aantal
(sub)doelen
onder
SES
zoals
‘Minder
inwoners
ervaren
financiële
belemmeringen om mee te doen’, hebben als eigenschap dat de gemeente geen invloed kan uitoefenen over externe invloeden die zwaar kunnen drukken op het bereiken van dit doel. Daarom beoordelen we de mate van en manier waarop de gemeente bijdraagt aan het bereiken van het doel, voor zover dit meetbaar is. Als we alleen naar het bereiken van het doel zouden kijken zonder mee te wegen dat externe invloeden hierop effect hebben, zouden we mogelijk onterecht kunnen concluderen dat het beleid niet doeltreffend is. 6.2
Doeltreffendheid: informatie per beleidsdoel
De doelen zijn niet of nauwelijks uitgewerkt in de Planning & Control-documenten. De gemeente geeft aan met name via de Kwaliteitsmonitor de raad te informeren over de resultaten/effecten van het beleid. Bij de Kwaliteitsmonitor zijn geen indicatoren per doel uitgewerkt. Bovendien zijn de gebruikte gegevens van 2020 of eerder, dus van voor het opstellen van het IBK. Daarom maken we gebruik van andere bronnen om de doeltreffendheid te meten. Dit zijn onder andere de Divosa Benchmark en CBS-cijfers waarmee we een benchmark hebben gemaakt. 6.2.1 Doel 1: “Meer inwoners kunnen zich naar wens en vermogen ontplooien” Op waarstaatjegemeente.nl staan de resultaten van een burgerpeiling naar het “individueel welzijn”. De burgerpeiling bevat gegevens uit 2016, 2019 en 2022. In tabel 6.2 staan de resultaten voor Krimpenerwaard. Tabel 6.2. Resultaten individueel welzijn op een schaal van 1 t/m 10. Resultaten individueel welzijn42 (alle scores zijn uitgedrukt in een gemiddelde score van 1-10) Indicator Toelichting 2016 2019 2022 SociaalDe positie van een persoon in de sociale 6,68 6,91 7,14 economische status stratificatie op basis van arbeid, inkomen en opleiding.
42
Gegevens ontleend aan Dashboard - Burgerpeiling - Krimpenerwaard (waarstaatjegemeente.nl)
46
Resultaten individueel welzijn42 (alle scores zijn uitgedrukt in een gemiddelde score van 1-10) Eigen kracht Mate waarin inwoners geen beperkingen ervaren 8,42 8,48 8,55 (bijvoorbeeld fysiek, psychisch, taal of financieel) om deel te nemen aan de samenleving. Gezondheid43 Het gemiddelde rapportcijfer dat inwoners geven 7,78 7,68 7,65 over hun eigen gezondheid. Maatschappelijke Actieve participatie die van belang is voor het 4,56 4,09 4,15 inzet individu én tot doel heeft anderen te helpen of bij te dragen aan de maatschappij: burenhulp, sociale steun aan een buurtgenoot in een zorgwekkende situatie, mantelzorg, vrijwilligerswerk en actieve deelname aan het verenigingsleven. Sociale relaties De mate waarin een inwoner beschikt over 7,92 7,82 7,58 (betekenisvol) voldoende betekenisvolle sociale relaties, en eenzaamheid en sociale uitsluiting zich niet of nauwelijks manifesteren. Sociaal vangnet De mate waarin een inwoner beschikt over 6,92 7,01 7,26 voldoende betekenisvolle sociale relaties, en eenzaamheid en sociale uitsluiting zich niet of nauwelijks manifesteren.
Wat opvalt zijn de lage scores voor maatschappelijke inzet, vooral in het licht dat de gemeente het belangrijk vindt dat inwoners zich verbonden voelen met elkaar (zoals beschreven in paragraaf 5.2). Ten opzichte van 2019 (het meest recente cijfer voor het vaststellen van het nieuwe IBK) zijn er in 2022 geen grote verschillen merkbaar in de indicatoren. ‘Sociaal vangnet’ stijgt het meest (een stijging van 3,6%), terwijl ‘sociale relaties’ het meest daalt (met 3,1%). Over de langere termijn (sinds 2016) zijn er wel grotere verschuivingen zichtbaar. Zo stijgt de ‘sociaaleconomische status’ met 6,9%. Daarentegen daalt de ‘maatschappelijke inzet’ met 9%. 6.2.2 Doel 2: “Meer inwoners hebben duurzaam betaald werk of participeren naar vermogen” De netto arbeidsparticipatie44 (het aandeel van de werkzame beroepsbevolking in de bevolking) in gemeente Krimpenerwaard steeg tussen 2021 en 2022 van 73% naar 74%.45 Het stijgen van de netto arbeidsparticipatie is een aanwijzing dat het eerste deel van het doel bereikt wordt dat meer inwoners een betaalde baan hebben. In de jaarrekeningen van 2021 en 2022 is het doel opgenomen dat meer inwoners moeten kunnen participeren naar vermogen in de samenleving. De SMART-doelen (met indicator) hierbij zijn:
Bij gezondheid betreft het data uit 2015 in plaats van 2016. Het aandeel van de werkzame beroepsbevolking in de bevolking (beroeps- en niet-beroepsbevolking). Deze definitie heeft betrekking op personen die in Nederland wonen (exclusief de institutionele bevolking). De gegevens worden meestal gepresenteerd voor de bevolking van 15 tot 75 jaar. 45 CBS, https://opendata.cbs.nl/statline/#/CBS/nl/dataset/85796NED/table?dl=A8850 43 44
47
•
In 2022 scoren inwoners op tenminste 3 van de 6 indicatoren voor individueel welzijn 5% hoger dan in 2015;46
•
In 2022 heeft tenminste 25% van het aantal mensen met een (zeer) grote afstand tot de arbeidsmarkt een zinvolle dagbesteding.
Het tweede SMART-doel is niet direct gerelateerd aan armoede en wordt hier buiten beschouwing gelaten. Zoals te zien in paragraaf 6.2.1 zijn drie van de zes scores op de indicatoren van individueel welzijn in absolute zin gestegen ten opzichte van 2016; echter slechts een met meer dan 5% (sociaaleconomische status). Daarmee is het eerste SMART-doel niet behaald. 6.2.3 Doel 3: Minder inwoners ervaren financiële belemmeringen om mee te doen Van dit doel zijn in de jaarstukken geen uitwerkingen gedaan met bijbehorende indicatoren. Figuur 6.1 laat het armoedepercentage zien in gemeente Krimpenerwaard en drie gemeenten die dezelfde stedelijkheidsgraad hebben (landelijk profiel) en die ongeveer even groot zijn (Goeree-Overflakkee, Utrechtse Heuvelrug en Hoeksche Waard). Het aandeel inwoners dat rondkomt van maximaal 120% van het wettelijk sociaal minimum is in gemeente Krimpenerwaard een fractie gedaald tussen 2019 en 2022 (van 5,9% naar 5,8%). In andere gemeenten is dit aandeel sneller gedaald. Figuur 6.1. Armoedepercentage (aandeel inwoners die moeten rondkomen van een inkomen tot 120% van het wettelijk sociaal minimum). 47
Armoedepercentage (tot 120% WSM) 7,0% 6,0%
6,0% 6,1% 6,0%
5,9% 6,0% 6,1%
5,2%
5,0%
5,8% 5,7% 5,6%
5,8%
5,5% 5,4% 4,8%
4,7%
5,0% 4,0% 3,0% 2,0% 1,0% 0,0%
46 47
2019
2020
Krimpenerwaard
Goeree-Overflakkee
2021 Utrechtse Heuvelrug
2022 Hoeksche Waard
Alleen gezondheid is afkomstig uit 2015, de overige indicatoren komen uit 2016. CBS, website, bekeken op 22 april 2024.
48
De gemeente heeft met de herijking van het minimabeleid enkele regelingen ruimhartiger gemaakt, hetgeen ook bijdraagt aan het bereiken van het doel dat minder inwoners financiële belemmeringen ervaren, doordat
meer inwoners
bestaande
ondersteuning kunnen aanvragen en doordat reeds ondersteunde inwoners meer ondersteuning kunnen aanvragen.48 6.2.4 Doel 4: Meer inwoners beheersen basisvaardigheden en hebben kennis van de Nederlandse samenleving en Subdoel 6: Meer nieuwkomers gaan binnen 4 jaar aan het werk Het doel ‘het beheersen van basisvaardigheden en kennis hebben van de Nederlandse samenleving’
beschrijven
we
aan
de
hand
van
inburgering.
Iemand
die
inburgeringsplichtig wordt heeft drie jaar de tijd om te voldoen aan de inburgeringsplicht. Er zijn hierbij drie typen inburgeringsplichtigen: •
Asielstatushouder: Heeft verblijfsrecht gekregen op basis van een asielverzoek
•
Gezinsmigrant: Is getrouwd of gaat trouwen met een Nederlander
•
Overig: Onder andere familieleden van kinderen die onder het kinderpardon vallen en geestelijk bedienaren
De nieuwe Wet Inburgering is in werking getreden op 1 januari 2022. Het doel van deze wet is dat de inburgeringsplichtigen zo snel mogelijk meedoen en werk vinden. De gemeente heeft een
belangrijke rol bij
de begeleiding van
nieuwkomers die
inburgeringsplichting zijn. De gemeente maakt een persoonlijk Plan Inburgering en Participatie (PIP). Er bestaat momenteel een termijn van drie jaar voor de inburgering. 49 DUO registreert hoeveel personen (zie de drie typen) aan de inburgeringsplicht voldaan hebben. Deze cijfers lopen nu tot en met 2022. Na de wetswijziging start voor DUO iemand pas officieel met het voldoen aan de inburgeringsplicht als er een PIP is gemaakt door de gemeente. De cijfers van DUO voor 2022 over de inburgeringsplichtigen in Krimpenerwaard blijken opmerkelijk laag.50 Uit onderzoek van het CBS blijkt dat de meeste statushouders die in 2022 inburgeringsplichtig waren onder de Wet inburgering 2021 nog geen inburgeringsplan hadden (en daarmee niet konden starten met inburgeren).51 Dit kan een uitleg zijn voor de lage cijfers van de gemeente Krimpenerwaard. Tegelijkertijd is het belangrijk om in gedachten te houden dat verschillende factoren een rol spelen in het halen van een inburgeringsplicht, waar deze cijfers verder geen duidelijkheid over geven.
48 49 50
Gemeente Krimpenerwaard, Notitie Scenario's herijking minimabeleid 2024, 28 november 2023.
https://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/inburgeren-in-nederland/nieuwe-wet-inburgering chrome-extension://efaidnbmnnnibpcajpcglclefindmkaj/https://duo.nl/data/Krimpenerwaard.pdf
https://www.cbs.nl/nl-nl/nieuws/2024/15/meeste-statushouders-konden-niet-starten-met-inburgering-in2022 51
49
In de gemeente Krimpenerwaard blijkt sprake te zijn geweest van personele onderbezetting, waardoor de inburgering is vertraagd. Dit was bekend bij de gemeente. In het eerste halfjaar van 2024 zijn er twee consulenten gestart om te kunnen voldoen aan de nieuwe Wet inburgering.52 Tevens is de gemeente een samenwerking aangegeven met NLtraining in Gouda voor inburgeringslessen. VluchtelingenWerk is ook een belangrijke partner in het nieuwe stelsel. 6.2.5 Doel 5: Meer mensen maken gebruik van de minimaregelingen waar ze recht op hebben De Benchmark Armoede en Schulden53 van Divosa beschrijft het aantal aanvragen voor minimaregelingen per 1.000 inwoners, waarbij Krimpenerwaard is vergeleken met gemeenten
van
dezelfde
grootteklasse
(volgens
de
CBS-indeling)
en
het
benchmarkgemiddelde. Het aantal aanvragen was stabiel tot 2020 en steeg daarna stevig (figuur 6.2). Door de energietoeslag werd in die periode contact gelegd met inwoners die eerder nog geen aanvragen deden voor hulp en die naast de Energietoeslag ook andere aanvragen deden. Figuur 6.2. Aanvragen minimaregelingen per 1.000 inwoners.
Bij de benchmarkgemeenten is er ook een stijging in het aantal aanvragen vanaf 2020. Krimpenerwaard laat echter een grotere stijging zien. Krimpenerwaard ging van een onder- naar een bovengemiddeld aantal aanvragen, in vergelijking met alle andere gemeenten in Nederland en met gemeenten in dezelfde grootteklasse. Uit de Divosa-benchmark blijkt dat in 2022 is in Krimpenerwaard 84,7% van de aanvragen is toegewezen, een fractie hoger dan de benchmarkgemeenten (84%) en gemeenten in dezelfde grootteklasse (83,1%). In 2021 ging het om 87,8%.
52 53
https://krimpenerwaard.bestuurlijkeinformatie.nl/Reports/Item/ed257922-e2d1-438f-852a-2ba775939102 Divosa, Benchmarkrapportage 2022, 2023
50
Ondanks het lagere toekenningspercentage in 2022 nam het aantal toegekende aanvragen ten opzichte van 2021 toe, gezien de grote stijging in aanvraag. De toegekende aanvragen voor een minimaregeling stegen van 3355 in 2021 tot 5946 in 2022. Paragraaf 3.4 beschreef de verschillende regelingen die er zijn in de gemeente Krimpenerwaard. Tabel 6.3 toont aan hoeveel regelingen zijn verstrekt in 2021 en 2022 (bron: Divosa, alleen regelingen getoond met meer dan 20 verstrekkingen vanwege mogelijke fluctuaties). Tabel 6.3. Aantal verstrekte minimaregelingen in Krimpenerwaard. Minimaregeling
2021
2022
Verschil
Individuele inkomenstoeslag
438
487
11%
Collectieve zorgverzekering
682
737
8%
Jeugdfonds Sport en Cultuur
n.b.
345
-
Stichting Leergeld
n.b.
306
-
Andere initiatieven en fondsen t.b.v. kinderparticipatie
n.b.
17
-
Maatschappelijke participatieregelingen voor volwassenen (18+)
540
770
43%
Medische dienstverlening/ vergoeding medische kosten54
21
22
5%
Kwijtschelding gemeentelijke belastingen
744
693
-7%
n.b. = niet beschikbaar in Divosa 2022
Tabel 6.3 laat zien dat de gemeente met de meeste regelingen meer inwoners heeft bereikt in 2022 dan in 2021. Met name de maatschappelijke participatieregelingen voor volwassen zijn gestegen. Alleen de kwijtschelding van gemeentelijke belastingen is gedaald. 6.2.6 Subdoel 6: Meer nieuwkomers gaan binnen 4 jaar aan het werk Om te komen tot een beoordeling van het subdoel ‘Meer nieuwkomers gaan binnen 4 jaar aan het werk’ is gekeken naar het aandeel werkende personen onder de geslaagde inburgeringsplichtigen.55 Zie figuur 6.3.
Uit de export t.b.v. Divosa benchmark. Het betreft kosten die verband houden met medische dienstverlening. Deze minimaregeling is onderdeel van Bijzondere Bijstand. 55 Data via https://www.cbs.nl/nl-nl/maatwerk/2024/14/gemeentelijke-benchmark-statushouders-en54
inburgeringsplichtigen-2018-2022
51
Figuur 6.3. Aandeel werkende personen onder geslaagde inburgeringsplichtigen (gemiddeld per jaar in Krimpenerwaard). 80% 70%
64%
61%
60%
66% 56%
48%
50% 40%
70%
30%
31%
2018
2019
38%
40%
2020
2021
30% 20% 10% 0% Statushouders en nareizigers
2022
Gezins- en overige migranten
Zowel bij de groep statushouders en nareizigers als bij de groep gezins- en overige migranten is in 2022 een stijging te zien in het percentage personen dat werkte binnen de geslaagde inburgeringsplichtigen. Bij de toets van doel 4 (tabel 6.3) zagen we dat het aantal geslaagde inburgeringsplichtigen dat voldoet aan de inburgeringsplicht heel laag is en al jaren rondom de nul zit. Dit komt doordat velen van hen geen inburgeringsplan hadden en dus niet konden beginnen met inburgeren. Zolang nieuwe statushouders en nareizigers niet inburgeren, komen zij ook niet in bovenstaande grafiek terecht en dit vertekent de resultaten. We hebben geen inzicht in de onderliggende aantallen, maar als de groep geslaagden gelijk blijft ligt het voor de hand dat het aandeel dat (op termijn) werk vindt, ook stijgt. Er is dus geen definitief antwoord op de vraag of meer nieuwkomers binnen vier jaar werk vinden. 6.2.7 Subdoel 7: Minder huishoudens moeten rondkomen van een laag (minimum)inkomen Van dit doel zijn in de jaarstukken geen uitwerkingen gedaan met bijbehorende indicatoren. Figuur 6.4 toont dat het aantal inwoners dat moet rondkomen met een laag inkomen is afgenomen bij de huishoudens met een inkomen tot aan de lage-inkomensgrens. Bij de andere inkomensgrenzen is er geen daling te zien na 2021 (het jaar dat het IBK werd opgesteld).
Bij de inkomensgrens tot 150% is het aantal huishoudens in 2022 weer licht gestegen tot aan het niveau van voor 2021.
52
Figuur 6.4 Aantal particuliere huishoudens die tenminste 1 jaar moeten rondkomen van een aandeel van het wettelijk sociaal minimum.56 4.000 3.500 3.000 2.500 2.000 1.500 1.000 500 Lage inkomensgrens
110%
120% 2019 2020
130% 2021 2022
140%
150%
De cijfers voor huishoudens die vier jaar of langer van een deel van het sociaal minimum moeten rondkomen, laten hetzelfde beeld zien. In 2019 waren er afgerond 400 gezinnen die al vier jaar of langer van 100% van het sociaal wettelijk minimum moeten rondkomen, in 2022 waren dat er afgerond 200. Minder huishoudens moeten kortdurend en minder huishoudens langdurend rondkomen van 100% van het WSM, hetgeen aansluit bij het doel van de gemeente.
6.2.8 Subdoel 8: Meer inwoners met een laag inkomen hebben bestaanszekerheid Volgens Divosa is bestaanszekerheid: “een bestaan met voldoende en voorspelbaar inkomen, een woning, toegang tot onderwijs en zorg en een buffer voor onverwachte uitgaven.” De gemeente Krimpenerwaard probeert inwoners bestaanszekerheid te bieden door het voorkomen van schulden, het toeleiden naar duurzaam en lonend werk en het inzetten van minimaregelingen (aldus de Kadernota 2024). Het aandeel werkenden is reeds beschreven bij doel 2 en 6 en het bereik van de minimaregelingen bij doel 5. Voor het huidige doel wordt daarom gekeken naar schulden. Figuur 6.5 geeft het percentage huishoudens weer met geregistreerde problematische schulden.
56
CBS, website, bekeken op 22 april 2024.
53
Figuur 6.5. Aandeel huishoudens met geregistreerde problematische schulden in Krimpenerwaard en referentiegemeenten.57 8,0% 7,5% 7,0% 6,1% 6,1%
6,5% 6,0% 5,5% 5,0%
5,6% 5,5% 5,1% 5,1%
5,8% 5,4%
5,0%
4,9%
4,5% 4,0%
5,4%
4,4% 2021
2022 Krimpenerwaard
Goeree-Overflakkee
Utrechtse Heuvelrug
Hoeksche Waard
2023
In Krimpenerwaard en in de referentiegemeenten steeg de afgelopen 2 jaar het aandeel huishoudens dat problematische schulden had. Ten opzichte van de referentiegemeenten is de stijging in Krimpenerwaard het sterkst. 6.2.9 Doeltreffendheid samengevat Monitoring is (nog) onvolledig De gemeente heeft tot dusver niet structureel gerapporteerd op de voortgang op de doelen. De monitoring via de kwaliteitsmonitor is laag in frequentie (tweejaarlijks, waarbij de eerste rapportage plaatsvond in 2022 en de tweede eind 2024 wordt verwacht).58 De kwaliteitsmonitor laat geen navolgbare structuur zien van ambitie naar doel, SMART-doel, indicator en bijbehorende plannen en uitvoering. Deze structuur wordt wel gevolgd in de jaarlijkse P&C-stukken. Deze zijn echter incompleet (niet alle doelen worden besproken), de indicatoren zijn niet gekoppeld aan een specifiek doel en de gebruikte data bij de indicatoren is vaak afwezig. Het is daardoor lastig om actueel op de hoogte te zijn van het doelbereik en de relatie tussen de doelen en de uitkomsten. Daarom is in dit onderzoek gezocht naar andere bronnen om de doeltreffendheid te meten. Er is een reeks bronnen gebruikt die tezamen een beeld laten zien van de voortgang op de doelen. Oordeel doeltreffendheid op basis van beschikbare informatie
Data verkregen via https://dashboards.cbs.nl/v5/SchuldenproblematiekInBeeld/ Vanuit het ambtelijk wederhoor verklaart de organisatie dat er bewust is gekozen voor deze frequentie vanwege de niet-frequente beschikbaarheid van nieuwe cijfers. 57 58
54
Tabel 6.4 vat de bevindingen samen ten aanzien van alle doelen, met daarin een oordeel over de doeltreffendheid. Tabel 6.4. Samenvatting bevindingen doeltreffendheid. Doelstellingen ten aanzien van voorkomen en verminderen van armoede Doelen Gebruikte indicator Resultaat 1. Meer inwoners kunnen Individueel welzijn Gemengd. zich naar wens en (burgerpeiling WSJG) Ten opzichte van 2019 weinig vermogen ontplooien veranderingen. Ten opzichte van 2016 is sociaaleconomische status gestegen, maar maatschappelijke inzet gedaald. 2. Meer inwoners hebben • Netto Gemengd. duurzaam betaald werk arbeidsparticipatie • Netto arbeidsparticipatie steeg of participeren naar (CBS) tussen 2021 en 2022 van 73% vermogen • Individueel welzijn naar 74%. (burgerpeiling WSJG) • Geen stijging >5% op 3 van de zes indicatoren van individueel welzijn. 3. Minder mensen ervaren % inwoners < 120% Positief. financiële belemmeringen sociaal minimum (CBS) Wel met een kanttekening: om mee te doen in de Armoedepercentage is gedaald, samenleving maar in benchmarkgemeenten meer. 4. Meer inwoners beheersen Aantal mensen voldaan Negatief. basisvaardigheden en aan inburgeringsplicht Geen enkele persoon heeft in 2022 hebben kennis van de (DUO) voldaan aan de inburgeringsplicht. Nederlandse samenleving 5. Meer mensen maken • Aantal aanvragen voor Positief.
gebruik van de regelingen en De afgelopen jaren steeg het minimaregelingen waar toekenning (Divosa). aantal inwoners dat gebruikte ze recht op hebben • Aantal personen dat maakte van regelingen. gebruikmaakte van regelingen (Divosa) Subdoelen Gebruikte indicator Resultaat 6. Meer nieuwkomers gaan Aandeel werkenden onder Onduidelijk. binnen 4 jaar aan het geslaagde Het aandeel werkenden onder werk inburgeringsplichtigen geslaagde inburgeraars stijgt, (CBS) maar doordat er geen nieuwe inburgeraars bij komen, is dit beeld vertekend.
7. Minder huishoudens moeten rondkomen van een laag (minima)inkomen
Aandeel personen met een laag inkomen, gedurende 1 jaar en gedurende 4 jaar (CBS)
8. Meer inwoners met een laag inkomen hebben bestaanszekerheid
Aandeel huishoudens met problematische schulden (CBS).
Gemengd. Het aantal huishoudens dat moet rondkomen van een inkomen tot aan de lage-inkomensgrens daalt. Bij de inkomensgrens tot 150% WSM is het aantal huishoudens in 2022 weer licht gestegen tot aan het niveau van voor 2021 Negatief. Het aandeel huishoudens met problematische huishoudens is de afgelopen 2 jaar gestegen en sterker dan bij de referentiegemeenten.
55
De resultaten laten een gemengd beeld zien over de doeltreffendheid. De gemeente Krimpenerwaard laat een kleine daling zien van het aandeel mensen dat in armoede leeft en de daling is het sterkst voor de groep met het laagste inkomen. Er werden in 2022 ten opzichte van eerdere jaren meer regelingen aangevraagd. Opvallend is dat het aantal aanvragen per 1.000 inwoners in Krimpenerwaard van onder- naar bovengemiddeld ging tussen 2020 en 2022 in vergelijking met benchmarkgemeenten. Het effect werd al in 2021 ingezet en was sterker dan elders. Dit maakt het aannemelijk dat gemeentelijk beleid heeft bijgedragen aan dit sterke effect. De arbeidsparticipatie steeg in de gemeente bovengemiddeld tot 2022. De gemeente heeft afgelopen tijd hernieuwd contact gezocht met inwoners die al langere tijd in de bijstand zitten. De inwoner wordt gestimuleerd om te participeren op een wijze die bij hem of haar past. Ook worden zij opnieuw gewezen op regelingen waarop zij recht hebben. Het aandeel inwoners in de bijstand daalde echter niet. Het aandeel huishoudens met problematische schulden is daarnaast de afgelopen 2 jaar gestegen en sterker dan bij de referentiegemeenten. Doordat er de afgelopen jaren geen inwoners zijn geslaagd voor de inburgeringscursus ligt het niet voor de hand dat inwoners meer basisvaardigheden beheersen en kennis hebben van de Nederlandse samenleving. 6.3
Doelmatigheid
In deze paragraaf komt aan bod wat de doelmatigheid (efficiëntie) van het armoedebeleid is: worden de doelen behaald met een zo beperkt mogelijke inzet aan middelen? Er wordt beschreven wat de besteding is per minimaregeling. Deze paragraaf sluit af met een vergelijking met andere gemeenten.
6.3.1 Uitgaven per minimaregeling In figuur 6.6 zijn de minimaregelingen opgenomen waarover de gemeente de kosten op een rij heeft gezet in Divosa. Het gaat in sommige gevallen over afzonderlijke regelingen zoals de individuele inkomenstoeslag, maar in andere gevallen zijn diverse regelingen bij elkaar opgeteld, zoals bij de participatieregelingen voor kinderen.
56
Figuur 6.6. Kosten minimaregelingen 2021 en 2022 (excl. energietoeslag). 59
In totaal is er in 2021 € 1.625.422 uitgegeven aan de bovenstaande minimaregelingen en in 2022 € 1.753.338. Uitgaven voor overige bijzondere bijstand zijn gedaald tussen 2021 en 2022 60. Het is niet bekend waarom dit is. De uitgaven voor participatieregelingen voor zowel kinderen als volwassenen zijn gestegen in deze periode. Dit wordt verklaard uit de stijging van het aantal aanvragen en de toekenning daarvan (zie eerdere figuur 6.2). 6.3.2 Uitgaven aan minimaregelingen in vergelijking met het bereik Onderstaande tabel geeft aan wat het verschil is in de uitgaven aan minimaregelingen tussen 2021 en 2022 en wat het verschil is in bereik is in die periode (data overgenomen uit tabel 6.3).
Gemeente Krimpenerwaard, export t.b.v. Divosa benchmark, 2 april 2024. Beschermingsbewind is buiten beschouwing gelaten. 60 Dit zijn uitgaven die in de Bijstand Uitkeringsstatistiek (BUS) vallen onder de categorie 'Overige kostensoorten, zoals begrafeniskosten' (bron: Divosa). 59
57
Tabel 6.5. Minimaregelingen: Uitgaven en verstrekkingen in 2022 versus 2021. Minimaregeling
Verschil in uitgaven
Verschil in aantal verstrekte regelingen
Individuele inkomenstoeslag
13%
11%
Collectieve zorgverzekering
19%
8%
Participatieregelingen voor kinderen
66%
n.b.
Participatieregelingen voor volwassenen
71%
43%
Medische dienstverlening/vergoeding medische kosten
65%
5%
Kwijtschelding gemeentelijke belastingen
-4%
-7%
n.b. = niet beschikbaar
De extra uitgaven aan minimaregelingen in 2022 houden in het algemeen gelijke tred met het bereik, in de zin dat hogere uitgaven geleid hebben tot meer bereik (en lagere uitgaven tot minder bereik). Bij de collectieve zorgverzekering, de participatieregelingen voor volwassenen en met name de medische dienstverlening zijn de uitgaven wel relatief groot ten opzichte van het extra bereik. 6.3.3 Uitgaven in vergelijking met andere gemeenten Divosa heeft een vergelijking gemaakt tussen de uitgaven van Krimpenerwaard aan de armoederegelingen en een benchmarkgemiddelde (alle deelnemende gemeenten) en gemeenten van gelijke grootteklasse. Onderstaande figuren geven een beeld van de resultaten van deze vergelijking. Figuur 6.7 laat de uitgaven per inwoner zien van de bijzondere bijstand per inwoner. Onder de bijzondere bijstand vallen in de Divosa-benchmark onder meer de collectieve zorgverzekering, de individuele inkomenstoeslag en de studietoeslag.
58
Figuur 6.7. Uitgaven bijzondere bijstand per inwoner. 61
Uit de figuur blijkt dat de uitgaven in 2022 stegen na enige jaren stabiel te zijn geweest. De stijging is zowel in Krimpenerwaard als in andere gemeenten te zien. Dit heeft alles te maken met de energietoeslag, die onder de bijzondere bijstand valt. Figuur 6.7 toont dat de gemiddelde uitgaven van bijzondere bijstand per inwoner in Krimpenerwaard lager zijn dan in andere gemeenten. Figuur 6.8 laat de uitgaven zien voor regelingen voor maatschappelijke participatie. Hieronder vallen zowel de regelingen voor volwassenen als kinderen. Figuur 6.8 Uitgaven maatschappelijke participatie per inwoner.62
Hier valt op dat de uitgaven van Krimpenerwaard tot en met 2021 net onder of gelijk aan
het
benchmarkgemiddelde
waren
en
lager
dan
gemeenten
van
dezelfde
grootteklasse. In 2022 is dit beeld gedraaid, doordat de uitgaven per inwoner van Krimpenerwaard bijna verdubbelden. De toename in 2022 die te zien is in figuur 6.8 is 61 62
Divosa, Benchmarkrapportage 2022, 2023. Divosa, Benchmarkrapportage 2022, 2023.
59
toe te schrijven aan een procentueel gezien vrijwel gelijke stijging van uitgaven aan de kindregelingen en de regelingen voor volwassenen (zie ook figuur 6.6). Figuur 6.9 laat de uitgaven zien voor de kwijtschelding van gemeentelijke belastingen. Figuur 6.9 Uitgaven kwijtschelding gemeentelijke belastingen per inwoner. 63
De afgelopen jaren gaf Krimpenerwaard per inwoner evenveel uit aan de kwijtschelding van gemeentelijke belastingen als het benchmarkgemiddelde. In Krimpenerwaard is er in 2022 een daling geweest in de uitgaven hiervoor, waardoor Krimpenerwaard net onder het benchmarkgemiddelde uitkomt. De vraag is of de lagere uitgaven in Krimpenerwaard ook een lager bereik tot gevolg hebben dan in de benchmark-gemeenten. Tabel 6.6 geeft daarom aan wat het bereik is van een aantal regelingen in Krimpenerwaard in vergelijking met gemeenten in dezelfde grootteklasse (van overige regelingen is er ofwel geen data bekend of is deze niet goed vergelijkbaar). Tabel 6.6. Bereik van verschillende regelingen in Krimpenerwaard versus gemeenten van dezelfde grootteklasse (2022).64 Regeling Energietoeslag Collectieve zorgverzekering Participatieregelingen voor volwassenen
Krimpenerwaard
Gemeenten dezelfde grootteklasse
96,0% 28,0% 29,0%
95,7% 36,9% 34,6%
Tabel 6.6 laat zien dat Krimpenerwaard met de energietoeslag ongeveer evenveel inwoners heeft bereikt als gemeenten van dezelfde grootteklasse. Met de collectieve zorgverzekering en de maatschappelijke participatieregelingen voor volwassenen bereikt Krimpenerwaard daarentegen minder inwoners dan de andere gemeenten. Dit terwijl de 63 64
Divosa, Benchmarkrapportage 2022, 2023. Divosa, Benchmarkrapportage 2022, 2023.
60
uitgaven
aan
de
participatieregelingen
in
2022
hoger
lagen
dan
in
de
benchmarkgemeenten (zo bleek uit figuur 6.8). 6.3.5 Doelmatigheid samengevat Oordeel doelmatigheid: gemengd De uitgaven op het gebied van inkomensregelingen (waar zowel minimaregelingen als bijstandsuitkeringen
onder
vallen)
in
Krimpenerwaard
stijgen.
Bij
de
meeste
minimaregelingen zijn de kosten in 2022 hoger dan in 2021. De enige uitzonderingen zijn de kwijtschelding van gemeentelijke belastingen en de ‘overige bijzondere bijstand’ die beiden gedaald zijn. De uitgaven zijn doelmatig in de zin dat de extra uitgaven in 2022 in lijn zijn met meer verstrekte regelingen in 2022. Wel zijn bij de collectieve zorgverzekering, de participatieregelingen voor volwassenen en met name de medische dienstverlening de uitgaven wel relatief groot ten opzichte van het extra gerealiseerde bereik. De uitgaven voor maatschappelijke participatie (voor volwassenen en kinderen) waren in 2022 hoger dan bij andere gemeenten van dezelfde grootte. Dit heeft zich echter niet vertaald
in
een
hoger
bereik
(de
participatieregeling
voor
volwassenen
in
Krimpenerwaard heeft een lager bereik dan de andere gemeenten). 6.4
▪
Samenvattend
De gemeente Krimpenerwaard heeft in de Planning en Control-cyclus een helder schema om doelen concreet en meetbaar te maken en te koppelen aan de uitvoering. Dit schema wordt echter voor slechts een klein deel van de doelen uit het IBK uitgewerkt en de jaarlijkse monitoring gebeurt niet structureel. Dit hindert de controleerbaarheid van beleid en uitvoering. De tweejaarlijkse Kwaliteitsmonitor heeft (in de enige versie, uit 2021) geen volledig schema in beeld, maar werkt wel álle doelen uit. Dit biedt een kans op structureel inzicht in doeltreffendheid.
▪
Het antwoord op de vraag of de doelen bereikt worden is gemengd. De informatie laat op drie van de acht doelen zowel positieve als negatieve indicatoren zien en dus zijn deze doelen ‘gemengd’. Twee doelen worden niet bereikt en twee doelen worden wel bereikt. Bij een doel kan het oordeel niet gevormd worden.
▪
De doelmatigheid laat eveneens een gemengd beeld zien. Er zijn in 2022 extra uitgaven gedaan die gepaard gaan met een groter bereik in absolute zin onder de doelgroep. In een aantal gevallen waren die uitgaven wel relatief groot in vergelijking met
de
extra
bereikte
participatieregelingen
voor
inwoners.
Daarnaast
volwassenen
in
waren
de
Krimpenerwaard
uitgaven groter
voor
dan
in
vergelijkbare gemeenten, terwijl het bereik ervan in Krimpenerwaard lager was.
61
7.
Vooruitblik / toekomst
In dit hoofdstuk gaan we in op de volgende onderzoeksvragen: 12. Zijn
er
volgens
ervaringsdeskundigen
en
maatschappelijke
organisaties
verbeteringen mogelijk en zo ja, welke? 13. Hoe kunnen inwoners bereikt worden die geen gebruik maken van regelingen? 14. Zijn er andere gemeenten met succesvolle initiatieven waar Krimpenerwaard van zou kunnen leren? 7.1
Wat kan er beter volgens ervaringsdeskundigen en maatschappelijke organisaties?
We
hebben
acht
ervaringsdeskundigen
geïnterviewd
en
acht
maatschappelijke
organisaties gesproken. Hun tips en adviezen zijn hieronder opgenomen. Hierbij zijn ook veel tips die, als ze opgevolgd worden, zouden bijdragen aan het bereiken van inwoners die op dit moment geen gebruik maken van de regelingen. Informatie en de mogelijkheid tot aanvragen van de OV-pas voor volwassenen kwamen op 1 maart 2024 op de website, de datum van ingang van de regeling. Een ervaringsdeskundige gaf aan dat de OV-pas aankwam op 28 maart 2024, terwijl zij deze op 1 maart had aangevraagd. Door op de website ruim voor aanvang nieuwe regelingen bekend te maken, kunnen inwoners direct gebruikmaken van de regeling zodra deze ingaat. In de aanvraag voor de OV-pas werden bewijsstukken voor het inkomen gevraagd aan inwoners die in de bijstand zitten, terwijl deze mensen automatisch binnen de inkomensgrens vallen. Dit vroeg een extra administratieve handeling van de doelgroep. De nieuwe OV-pas was bij een tweetal andere ervaringsdeskundigen niet bekend, terwijl zij deze wel willen gaan gebruiken. De gemeente zou een brief of e-mail naar bestaande cliënten kunnen sturen bij nieuwe regelingen. Het taalgebruik in de aanvraagprocedure van de OV-pas (en andere formulieren) is erg ingewikkeld voor nieuwe Nederlanders. De gevoelsmatige complexiteit ligt zo hoog dat dit een aanzienlijke drempel vormt. Dit heeft niet alleen te maken met het taalniveau.
Een tekst kan geschreven worden op het B1-taalniveau, hetgeen wil zeggen dat ook het grootste deel van de mensen met een lage taalvaardigheid het taalkundig gezien begrijpen. Eenvoudig taalgebruik is echter niet gelijk aan een begrijpelijke tekst. De achterliggende
regeling
kan,
bijvoorbeeld,
nog
steeds
(te)
complex
zijn.
Ervaringsdeskundigen gaven aan dat zijzelf of buurtgenoten moeite hebben met de
62
formulieren vanwege de complexiteit. Ook maatschappelijke organisaties gaven dit signaal. De gemeentepagina in Het Kontakt wordt door veel mensen niet gelezen wegens een nee-nee sticker, laaggeletterdheid en desinteresse in lokaal nieuws. Dit maakt aanvullende informatiekanalen waardevol, zoals Facebook, Instagram, TikTok en andere sociale media. De social media-kanalen van de gemeente blijken niet bij alle ervaringsdeskundigen bekend. Het meer onder de aandacht brengen van sociale media accounts kan helpen met het bereiken van een grotere groep mensen. Bij bekende cliënten is het waardevol per brief of e-mail regelmatig informatie te verstrekken over mogelijke andere regelingen waarop men recht heeft. Probeer in te zetten op levensevenementen, zogenaamde life-events. Wanneer een kind de leeftijd van 18 bereikt, heeft dit zeer grote consequenties voor de financiële bijdrage van zowel gemeente als rijksoverheid. Dat geldt ook voor mensen die pensioneren, gaan samenwonen, scheiden en dergelijke. Deze momenten hebben altijd kleine of grote financiële consequenties die financiële problemen en schuldenopbouw kunnen veroorzaken. De gemeente zou dit moment kunnen aangrijpen om mensen hierover te informeren zodat zij voorbereid zijn. Dit kan heel gericht door bij bestaande cliënten bekende informatie te gebruiken.
Bij nieuwe cliënten kunnen campagnes gericht op specifieke life-events ingezet worden. Uit eerder onderzoek van de Rekenkamer naar Jeugdzorg bleek dat de gemeente de overgang van 18- naar 18 jaar inzet om informatie te delen over regelingen. Overweeg een samenwerking met Stichting Clothing4u65, waarmee mensen een nieuw pakket kleding kunnen krijgen. De kosten van een pakket kleding zijn €46. Zorg
voor
een
gemakkelijker
informatie-overzicht
m.b.t.
gemeentelijke
hulp
(minimaregelingen), extern aan te vragen hulp (zoals de Kindpas) en bij subsidierelaties mogelijk ook het aanbod van maatschappelijke organisaties. De informatie op de website is voor een deel van de inwoners lastig vindbaar. De eerder in dit rapport besproken Bewaarkaart is niet bij iedereen uit de doelgroep bekend. DigiD werkte goed voor kwijtscheldingsaanvragen, want na het invullen van DigiD werden gegevens automatisch gedeeld. De gemeente zou kunnen overwegen om meer diensten te automatiseren, wat het proces kan vereenvoudigen en versnellen. Zorg voor meer automatisering in de regelingen, zoals automatische toekenning van regelingen waarop men recht heeft en die in eerdere jaren ook zijn aangevraagd.
65 https://clothing4u.nu/
63
Zorg voor een signaal richting de cliënt wanneer deze bewijsstukken heeft verzonden. Dan weten zij dat de informatie is aangekomen. Zorg voor een vergoeding bij dagbestedingswerk. Dat voelt productiever en moedigt aan om dagbestedingswerk te verrichten en sluit meer aan bij de overgang naar werk. Train medewerkers om concrete en actieve hulp te bieden tijdens telefoongesprekken. Nu is de kwaliteit van de hulp te vaak afhankelijk van de medewerker die je aan de lijn krijgt. De gemeente zou daarom moeten streven naar een meer gestandaardiseerde dienstverlening om de ervaring van inwoners consistent te maken, ongeacht met welke medewerker zij te maken krijgen. Ditzelfde geldt voor de hulp aangeboden op de locaties van WelZijn. Overweeg het oprichten van buurthuizen in iedere kern met bijeenkomsten zoals een ‘Mama café’, waar moeders laagdrempelig met elkaar in contact kunnen komen. Om de toegankelijkheid en het gemak voor inwoners te verbeteren, zou de gemeente de inloopmomenten bij zowel het gemeentehuis als bij hulporganisaties beter kunnen organiseren. Meer bekendheid geven aan het feit dat de gemeente inwoners kan ondersteunen bij het vinden van werk. De gemeente kan bemiddelen bij het leggen van contacten tussen werkzoekenden en bedrijven, of het faciliteren van een contactpersoon die daarin inwoners kan bijstaan. De taalbarrière speelt hierin een grote rol.
Het is niet bij alle ervaringsdeskundigen bekend dat de gemeente dit aanbiedt. Verminder bureaucratie: mensen moeten gelijk behandeld worden en er moet minder achterdocht vanuit de gemeente zijn. Steeds dezelfde documenten afleveren en herhaaldelijk indienen zijn hindernissen. In hoofdstuk 3 is besproken dat nareizigers risico lopen op schulden vanuit het arriveren in de gemeente of in Nederland. Het probleem is dat nareizigers geen bijstand en andere overheids- en gemeentelijke regelingen krijgen zolang zij geen BSN hebben. De gemeente kan pas in de eigen systemen werken wanneer er een BSN is, en daarnaast bewijst een formulier van de IND dat de nareiziger inderdaad statushouder is (en geen fraudeur). Als de nareiziger of Vluchtelingenwerk kan aantonen dat hij inderdaad nareiziger is en dus statushouder wordt, is dit laatste probleem opgelost. Het ligt voor de hand dat de statushouder, waarbij de nareiziger zich aansluit, over documenten beschikt die dit bewijzen. Op dat moment zou de gemeente deze groep moeten kunnen helpen. Daarbij moet de raad goedkeuren dat de gemeente nieuwe inwoners helpt die nog geen BSN-nummer hebben en bijstand en andere regelingen uitkeren aan
64
bijvoorbeeld de (reeds in de systemen bekende) statushouder, via een tijdelijke en bijzondere uitkering of voorschot. Het is niet bekend of deze werkwijze bij andere gemeenten gehanteerd wordt. 7.2
Meer bereik creëren onder inwoners
Onderstaand zijn een aantal initiatieven opgenomen uit andere gemeenten die het bereik zouden kunnen vergroten onder inwoners die nog geen gebruik maken van regelingen. Vogelnest – samenwerking met buurthuis (Dordrecht) Gemeente Dordrecht heeft met buurthuis Het Vogelnest een subsidierelatie die breder is dan gebruikelijk. Het Vogelnest heeft ruime openingstijden en is centraal gelegen met als uitstraling die van een koffiezaak, waardoor er geen buurthuis-uitstraling is; dit normaliseert.
De
werknemers
en
vrijwilligers
zijn
aanspreekbaar
én
spreken
omwonenden aan ten behoeve van cohesie, sociale ondersteuning en praktische ondersteuning. Het Vogelnest is de locatie voor velerlei sociale inloopactiviteiten en wijkgericht werk en voert voor de gemeente de ‘formulierenbrigade’ uit. De uitstraling, ruime openingstijden en bijzonder brede mogelijkheden om hulp te ontvangen maken dat het Vogelnest in de wijk veel positieve effecten bereikt. Influencercampagne en livechat om jongeren met geldzorgen te bereiken (Rotterdam) De gemeente Rotterdam probeert jongeren met geldzorgen te bereiken via een influencercampagne en een livechat. Op deze manier probeert ze geldzorgen onder jongeren bespreekbaar te maken en directe hulp te kunnen bieden. Deze methodiek werkt specifiek goed wanneer er grote interne drempels worden ervaren om armoede toe te geven en hulp te zoeken. 7.3
Succesvolle initiatieven elders
Efficiëntere processen Automatisering vergoedingen (Arnhem) Arnhem heeft recent een automatisering doorgevoerd waardoor onder andere de energietoeslag 2023 automatisch uitgekeerd wordt naar inwoners die hier recht op hebben. Hoewel de energietoeslag in gemeente Krimpenerwaard ook ambtshalve is toegekend, gaat Arnhem verder. De automatisering (ambtshalve toekenning) is ingesteld op
inwoners
die
onder
bepaalde
inkomensgrenzen
vallen,
een
norm
die
geoperationaliseerd wordt door te kijken naar bepaalde uitkeringen. Op deze manier waarborgt de gemeente Arnhem dat degenen die de automatische vergoeding ontvangen
65
daar ook recht op hebben. Uiteraard zijn er ook nog veel gevallen waarbij handmatige werkzaamheden vereist zijn. Armoedenetwerk met structureel overlegorgaan (Dordrecht) 66 Gemeente Dordrecht heeft een zeswekelijks, structureel overlegorgaan tussen de gemeentelijke beleidsafdeling met de belangrijkste maatschappelijke organisaties in de gemeente.
Hier zijn
zowel
gesubsidieerde als niet gesubsidieerde partners in
vertegenwoordigd. Het doel is de uitwisseling van informatie van waar men mee bezig is en waar men tegenaan loopt. De bijeenkomsten bieden, door de regelmaat, ook gelegenheid om gezamenlijk naar thema’s en beleids- en uitvoeringskwesties te kijken. De gemeente kan zo putten uit de ervaring die bij organisaties ligt en hen meenemen in uitdagingen. Oog voor de gevolgen van armoede Mobility Mentoring – Focus op de mentale gezondheid (De Fryske Marren) Armoede heeft vaak een grote weerslag op de mentale gezondheid. In gemeente de Fryske Marren worden vrijwilligers en professionals getraind op het toepassen van Positieve Gezondheid en Mobility Mentoring; een methode waarbij niet alleen naar financiële zelfredzaamheid wordt gestreefd, maar ook naar de gevolgen van (chronische) stress op gedrag wordt gekeken. Schuldenrust (Amsterdam) (Beginnende) schulden veroorzaken stress en ontnemen inwoners hun rust. Om dit effect te verkleinen heeft Amsterdam het initiatief Schuldenrust. Wanneer een Amsterdammer zich meldt voor schuldhulpverlening, worden boetes en incasso’s (tijdelijk) opgeschort. Daarnaast kunnen vanuit de kredietbank Amsterdam beginnende schulden (minder dan €5.000) in één keer afbetaald worden, waarna het bedrag als renteloze lening wordt beschouwd, met een looptijd van 36 maanden.
Bij bovenstaande moet wel worden vermeld dat de hoeveelheid inwoners die van de schuldenrust gebruikmaakte in 2023 in grote mate afnam, voornamelijk vanwege de halvering van de saneringstermijn die op 1 juli 2023 is doorgevoerd. Pilot: schuld opkopen van armste inwoners (Arnhem) Recent heeft Arnhem het experiment ‘Immerloo Schuldenvrij’ uitgevoerd, waarin de schulden van 40 tot 60 huishoudens in één keer zijn opgekocht. De voornaamste beweegreden achter deze actie was om de schuldenspiraal te doorbreken en daarmee hopelijk een einde te maken aan generatiearmoede van de gezinnen. Naast de kwijtschelding van de schulden worden de gezinnen twee jaar begeleid. Krimpenerwaard voert wel overleg met diverse maatschappelijke organisaties, maar beperkter in aard en omvang. 66
66
Specifieke regelingen Tegoed energiebesparende maatregelen (Amsterdam) De gemeente Amsterdam heeft in 2021/2022 cadeaubonnen voor energiebesparende producten uitgekeerd aan Stadspashouders. De cadeaubonnen waren €70,00 waard en konden gebruikt worden bij bouwmarkten, te vinden op de website van de gemeente. Amsterdam schrijft dat de actie een succes was en herhaalt deze in 2024. Computerbank – Voedselbank, maar dan voor computers (Eemsdelta) In Eemsdelta bestaat de computerbank. Hiermee kunnen inwoners contact opnemen wanneer zij een computer of laptop nodig hebben (bijvoorbeeld voor een studie). Tevens kunnen oude computers en laptops gedoneerd worden aan de organisatie. De gemeente Amsterdam heeft eenzelfde initiatief: de Cyberbank. 7.4
▪
Samenvattend
Ervaringsdeskundigen en maatschappelijke partners van de gemeente hebben een aantal tips gegeven. De tips hebben met name betrekking op het verbeteren van de communicatie richting de doelgroepen en efficiënter en/of klantvriendelijker uitvoeren van sommige interne processen.
▪
Om inwoners te bereiken die nog geen gebruik maken van regelingen zou de gemeente kunnen overwegen een laagdrempelig buurthuis in te richten of een influencer-campagne te starten.
▪
Andere gemeenten zijn diverse succesvolle initiatieven gestart om armoede te voorkomen of te verminderen. Deze hebben betrekking op het efficiënter inrichten van processen, oog hebben voor de brede gevolgen van armoede en het aanbieden van specifieke regelingen.
67
8.
Beantwoording van de onderzoeksvragen
Dit hoofdstuk beantwoordt de onderzoeksvragen door de bevindingen uit voorgaande hoofdstukken te koppelen aan het opgestelde normenkader.
Deelvragen
Normen
Beantwoording
Hoofdstuk 3. Beleid, genomen maatregelen en uitvoering 1. Welke definities en uitgangspunten zijn er binnen de gemeente?
•
De gemeente hanteert een duidelijke definitie van armoede
•
Nee, de gemeente hanteert geen definitie van armoede. Voor het Sociale Domein in totaliteit wordt het concept ‘positieve gezondheid’ gebruikt, waarbij integraal gekeken wordt en de beleidsknop Sociaal Economische Status het meest aansluit bij het armoedebeleid.
2. Wat is het beleid van de gemeente om armoede te voorkomen en verminderen?
▪
De gemeente heeft een actueel beleidskader voor armoedebeleid
▪
Ja, de gemeente heeft een actueel beleidskader voor het Sociaal Domein in zijn geheel. Dit loopt tot 2025.
3. Welke doelen zijn er gesteld ten aanzien van het voorkomen en verminderen van armoede?
▪
De gemeente heeft concreet en meetbaar geformuleerde beleidsdoelen
▪
Deels, er zijn meerdere doelen en subdoelen geformuleerd. De beschreven doelen verschillen per document. Een paar van de doelen zijn SMART en meetbaar geformuleerd.
4. Wat zijn de uit beleid voortvloeiende regelingen van de gemeente om armoede te voorkomen en te verminderen?
▪
De regelingen van de gemeente Krimpenerwaard om armoede te voorkomen en verminderen sluiten aan bij het beleid
▪
Ja, de regelingen sluiten aan bij het beleid. De gemeente heeft een uitgebreide lijst met regelingen.
5. Wat is de doorloopsnelheid van procedures?
▪
Procedures voldoen aan de normen voor de doorloopsnelheid en deze doorloopsnelheid draagt bij aan het bereiken van beleidsdoelen
▪
Ja, 97% van de wettelijke termijnen wordt gehaald.
6. Welke drempels ervaren inwoners bij het doen van aanvragen?
(beschrijvend, geen normen voor geformuleerd)
7. In hoeverre is er flankerend beleid om drempels bij aanvragen te verlagen?
▪
Er is flankerend beleid om drempels bij aanvragen te verlagen
Inwoners ervaren diverse interne drempels (vanuit henzelf) en externe drempels (bij de gemeente). Voorbeelden van interne drempels zijn schaamte en angst om te moeten terugbetalen. Externe drempels zijn bijvoorbeeld het benodigde papierwerk bij een aanvraag en onbekendheid met het aanbod van de gemeente. ▪
Deels, er is voor een aantal drempels flankerend beleid om deze te verlagen. Tegelijk heeft de gemeente onvoldoende oog voor een aantal drempels om hulp te zoeken, die zorgt dat een kwetsbare groep inwoners onvoldoende bereikt wordt. Het gaat dan om inwoners met angst en spanning rond het aanvragen van hulp.
68
Deelvragen
Normen
Beantwoording
8. Hoe worden verschillende groepen inwoners in armoede benaderd (bijvoorbeeld dak- en thuislozen, kinderen, mensen met een wisselend inkomen, langdurige minima, andere groepen die zich nu melden)?
▪
De verschillende doelgroepen worden benaderd op een wijze die aansluit bij drempels die zij ervaren
▪
Deels, voor een aantal groepen is speciaal beleid of is in de uitvoering speciale aandacht. Er is in de beleidsregels aandacht voor dak- en thuislozen. Uitgebreide kindregelingen. Langdurige minima worden actief benaderd. Extra jaar ondersteuning voor statushouders.
▪
De taken en verantwoordelijkheden van de gemeente en externe samenwerkingspartners zijn onderling afgestemd Externe samenwerkingspartners zijn tevreden over de samenwerking
▪
Ja, de gemeente heeft een aantal taken toebedeeld aan maatschappelijke organisaties en subsidiepartners en dit functioneert zoals bedoeld. De gemeente voert daarnaast de eigen taken en verantwoordelijkheden uit. De samenwerking is echter nog niet compleet, in de zin dat nog niet alle maatschappelijke organisaties inzicht hebben in elkaars aanbod en naar elkaar doorverwijzen. Ja, de gesproken organisaties zijn over het algemeen tevreden over de samenwerking.
Hoofdstuk 4. Samenwerking 9. In hoeverre werkt de gemeente op het gebied van armoede samen met andere instanties?
▪
▪
Hoofdstuk 5. Lokaal toegespitst beleid 10. Sluit het beleid aan bij het eigene van Krimpenerwaard?
▪
Het beleid sluit aan bij het eigene van Krimpenerwaard doordat er in de beleidsvisie oog is voor de lokale bijzonderheden van Krimpenerwaard en de kernen
▪
Ja, er is in het beleid oog voor de fysieke reisafstanden, sociale samenhang en de gemeente heeft contact met kerken. Er zijn uitgebreide regelingen voor kinderen en met de brugfunctionaris probeert de gemeente meer kinderen te bereiken. Tot slot onderneemt de gemeente diverse initiatieven om de positie van inwoners op de arbeidsmarkt te versterken waarmee het aantal uitkeringen verkleind zou kunnen worden.
Hoofdstuk 6. Doeltreffendheid en doelmatigheid/ effecten in de praktijk 11. In welke mate zijn het huidige beleid en de huidige maatregelen doeltreffend en doelmatig?
▪
▪
▪
De uitvoering van het armoedebeleid is doeltreffend in de zin dat de gemeente de beleidsdoelen heeft behaald De gemeente heeft inzichtelijk welke uitgaven zijn gedaan in het kader van het armoedebeleid De uitgaven voor het armoedebeleid staan in verhouding tot de doeltreffendheid
▪
▪
▪
Deels. De beleidsdoelen worden niet structureel gemonitord. Uit zelf toegepaste indicatoren ontstaat een gemengd beeld: op sommige doelen is de gemeente op de goede weg, bij anderen (nog) niet. Ja, de gemeente heeft inzicht in de uitgaven op het gebied van armoedebeleid. Deels, extra uitgaven hebben geleid tot een hoger bereik van de doelgroep in absolute zin. Niet alle extra uitgaven staan in verhouding tot het extra gerealiseerde bereik.
69
Deelvragen
Normen
Beantwoording
Hoofdstuk 7. Vooruitblik/ toekomst 12. Zijn er volgens ervaringsdeskundigen en maatschappelijke organisaties verbeteringen mogelijk en zo ja, welke? 13. Hoe kunnen inwoners bereikt worden die geen gebruik maken van regelingen? 14. Zijn er andere gemeenten met succesvolle initiatieven waar Krimpenerwaard van zou kunnen leren?
(beschrijvend, geen normen
▪
voor geformuleerd)
▪
▪
Uit tips van ervaringsdeskundigen blijkt onder meer dat de communicatie richting de doelgroepen verbeterd kan worden en dat sommige interne processen efficiënter en/of klantvriendelijker zouden kunnen. Twee anderen gemeenten hebben goede ervaringen met het verhogen van het bereik door het inzetten van laagdrempelige inloopmomenten in buurthuizen en influencer-campagnes onder jongeren. Paragraaf 7.3 beschrijft een aantal initiatieven vanuit andere gemeenten over 1) efficiëntere processen, 2) oog voor de gevolgen van armoede en 3) specifieke regelingen.
70
Bijlage 1.
Ervaringsdeskundigen
Ervaringsdeskundige 1 -
Man Zit al geruime tijd in de bijstand
De ervaringsdeskundige is geboren en getogen in Gouda en is enkele jaren geleden naar Krimpenerwaard verhuisd. Hij is lange tijd geleden volledig arbeidsongeschikt verklaard en is op zoek naar dagbesteding. Kwintes helpt hem met zijn regelingen en voorzieningen. Contacten in de buurt heeft hij weinig, maar dat vindt hij niet erg. De hoge complexiteit van regelingen en voorzieningen wordt als grote drempel ervaren. De ervaringsdeskundige zegt weinig hulp te krijgen van de gemeente wat betreft het uitzoeken waar hij recht op heeft en het aanvragen van regelingen en voorzieningen. Hij moet vaak dezelfde documenten aanleveren en ervaart achterdocht vanuit de gemeente. Daarnaast geeft hij aan weinig vertrouwen te hebben in de gemeente omdat er veel zaken achter gesloten deuren gedaan worden, terwijl er tegelijkertijd wel veel informatie vanuit zijn kant wordt gevraagd. Tot slot heeft de ervaringsdeskundige het gevoel dat de deur van de gemeente niet open staat voor mensen met mentale problemen.
Ervaringsdeskundige 2 -
Vrouw Al langere tijd in de bijstand
De ervaringsdeskundige komt oorspronkelijk uit een Afrikaans land en woont inmiddels al meer dan tien jaar in Krimpenerwaard. Haar gesproken Nederlands is redelijk, maar ze heeft wel veel moeite met geschreven Nederlands. Ze vindt het dorp waar ze woont een beetje saai, maar geeft wel aan genoeg mensen te kennen. Ze sluit aan bij een koffiegroepje, komt regelmatig bij de bibliotheek en heeft sociale contacten en steun vanuit de kerk. Ze is ongehuwd, heeft geen kinderen, en is momenteel op zoek naar een nieuwe woning. Ze overweegt te verhuizen naar een andere gemeente om beter bereikbaar te zijn voor haar familie. De meeste hulporganisaties zijn haar onbekend. Een grote drempel die zij ervaart is het niveau Nederlands wat benodigd is om gemeentelijke zaken te regelen. Ze krijgt vanuit verschillende hoeken (bibliotheek, kerk) hulp om alsnog documenten in te vullen en te verwerken en zou dit niet zelfstandig kunnen. Schaamte is een andere drempel, al merkt zij op dat Krimpenerwaard een sociale gemeente is, waarin isolatie verminderd wordt. Tot slot geeft ze aan in het verleden hulp te hebben gekregen in het zoeken naar een baan, wat haar veel hielp in het leren van Nederlands. Toch zou ze graag meer hulp willen krijgen om opnieuw werk te vinden.
71
Ervaringsdeskundige 3 -
Man Samenwonend met vader Zit sinds enkele jaren in de bijstand
De ervaringsdeskundige woont al zijn hele leven in Krimpenerwaard. Enkele jaren geleden is hij in de schulden terechtgekomen, waarbij hij een bewindvoerder heeft gekregen. Inmiddels is hij schuldenvrij. De ervaringsdeskundige volgt een reïntegratietraject, gaat naar dagbesteding en is aan het solliciteren naar betaald werk. De ervaringsdeskundige is zeer te spreken over de hulp die hij heeft gehad. Hij heeft deze hulp altijd zelf kunnen vinden of is door personen of organisaties doorverwezen. Drempels ervaart hij weinig tot niet. Het enige punt van kritiek is dat het soms voelt alsof hij klein gehouden wordt; sinds de ervaringsdeskundige schuldenvrij is hoopte hij dat de bewindvoerder hij meer financiële vrijheid zou krijgen, maar dit is vooralsnog nog niet gebeurd. Daarnaast merkt hij dat het vermelden van bewindvoering bij sollicitatiegesprekken zijn kansen zeer verkleint.
Ervaringsdeskundige 4 -
Vrouw Ongehuwd, samenwonend met drie kinderen Sinds langere tijd in schuldsanering en bijstand
De ervaringsdeskundige heeft lange tijd in een andere gemeente gewoond. Zij woont met drie kinderen in huis. Ze heeft jarenlang financiële problemen gehad en heeft in de schulden gezeten. Haar verhuizing naar Krimpenerwaard verliep moeizaam; ze moest alle documenten opnieuw indienen en moest veel gesprekken opnieuw voeren, wat tot veel stress leidde. Inmiddels is ze goed geland in de gemeente en heeft ze haar weg gevonden binnen de gemeente. Over het algemeen is de ervaringsdeskundige zeer te spreken over gemeente Krimpenerwaard. Wel merkt ze dat de (kwaliteit van de) hulpverlening in grote mate afhankelijk is van de medewerker die de casus behandeld. Dit zorgt voor grote variatie in de kwaliteit van hulp en voor veel onzekerheid in het proces. Tot slot geeft ze de ervaringsdeskundige aan dat in sommige gevallen de Voedselbank behulpzamer is geweest dan de gemeente met het verwijzen naar hulpinstanties; de vrijwilligers van de Voedselbank hebben haar doorverwezen naar instanties waar ze anders geen weet van had gehad. Ze was ook niet op de hoogte van de mogelijkheid tot gratis OV.