RK Krw - Armoede eindrapportage
Tekst van het document
Over de drempel Een onderzoek naar armoede in de gemeente Krimpenerwaard
Rekenkamer Krimpenerwaard December 2024 Contact met de Rekenkamer: Telefoon: 14 0182 / 06-57096899 E-mail: Rekenkamer@krimpenerwaard.nl Website: www.krimpenerwaard.nl/rekenkamer
2
Inhoud Voorwoord ............................................................................................................................................... 4 Bestuurlijke Nota ..................................................................................................................................... 5 Inleiding ................................................................................................................................................ 6 Samenvatting ....................................................................................................................................... 6 Kernboodschap .................................................................................................................................... 9 Conclusies............................................................................................................................................ 9 Aanbevelingen ................................................................................................................................... 10 Reactie College van B&W .................................................................................................................. 12 Nawoord van de Rekenkamer ...........................................................................................................
16 Nota van Bevindingen ........................................................................................................................... 17
3
Voorwoord Hierbij bieden we ons tweede rapport over armoede aan. In het eerste rapport hebben we de blik naar buiten gericht. We hebben verkend wat de kenmerken van armoede zijn in de gemeente Krimpenerwaard. Hierbij zijn we in gesprek gegaan met diverse organisaties die werkzaam zijn in het veld, om te kijken naar hoe armoede zich manifesteert in de gemeente. In dit tweede rapport hebben we de blik meer naar binnen gericht. We hebben gekeken naar het beleid van de gemeente. Vragen die daarbij aan de orde komen zijn: Welk beleid heeft de gemeente? In hoeverre is dat toegespitst op hoe armoede zich openbaart in de gemeente? Bereikt de gemeente de doelen die ze zich heeft gesteld voor het verminderen en voorkomen van armoede? De titel van ons rapport is “Over de drempel”. De verklaring van de titel is meervoudig: • Inwoners kunnen drempels ervaren bij het vragen van (financiële) hulp. Het onderzoek beschrijft welke drempels inwoners ervaren. Dit kunnen drempels zijn bij de inwoner zelf (interne drempels) en drempels die bijvoorbeeld in het aanvraagproces zitten (externe drempels). • Over de drempel betekent dat de gemeente en organisaties elkaar weten te vinden en samenwerken. • Het onderzoek beoogt dat inwoners over de drempels heen kunnen stappen om zo de ondersteuning te krijgen waar zij behoefte aan hebben.
Voor dit rapport zijn we in gesprek gegaan met diverse betrokkenen vanuit de gemeente en vanuit de organisaties werkzaam in het veld. Hierbij bedanken we hen voor hun medewerking aan dit onderzoek. Daarnaast zijn we erkentelijk dat het in deze fase van het onderzoek gelukt is enkele inwoners te spreken te krijgen die te maken hebben (gehad) met armoede. Immers, bij beleid en uitvoering draait het allemaal om de inwoners. Praten over armoede is echter niet eenvoudig, omdat het vaak gepaard gaat met schaamte. Wij spreken hierbij dan ook een speciaal woord van dank uit voor de inwoners die bereid waren in gesprek te gaan over dit onderwerp. René de Bonte Plaatsvervangend voorzitter Rekenkamer Krimpenerwaard
4
Bestuurlijke Nota
5
Inleiding De Rekenkamer Krimpenerwaard is eind 2022 een onderzoek gestart naar armoede in Krimpenerwaard. De Rekenkamer heeft dit onderzoek in twee fasen uitgevoerd. In de eerste fase heeft de Rekenkamer een verkenning uitgevoerd naar het onderwerp. De vraag die hierbij centraal stond, was hoe armoede zich manifesteert in Krimpenerwaard. De resultaten daarvan zijn besproken in de commissie SBBV in oktober 20231. Dit heeft een reeks onderzoeksvragen opgeleverd ten aanzien van hoe het beleid van de gemeente aansluit op de bevindingen uit de verkenning. Deze onderzoeksvragen zijn door de Rekenkamer in samenwerking met een extern onderzoeksbureau onderzocht in de tweede fase van het onderzoek. Voorliggende rapportage geeft de bevindingen van deze fase weer. De vraag die in deze rapportage centraal staat is: Wat is de doeltreffendheid en doelmatigheid van het huidige beleid en de huidige maatregelen om armoede te voorkomen of te verminderen?
Om de centrale vraag (en de daarvan afgeleide onderzoeksvragen) te beantwoorden hebben wij gebruikt gemaakt van verschillende onderzoeksmethoden. Het onderzoeksteam heeft een uitgebreide documentstudie gedaan naar het beleid rondom het armoedebeleid in Krimpenerwaard en de daaraan gerelateerde uitvoeringspraktijk. De externe onderzoekers zijn in gesprek gegaan met zeven betrokkenen, waaronder verschillende ambtenaren, de portefeuillehouder, de Adviesraad Sociaal Domein (ASD), de Cliëntenraad en een vertegenwoordiger van één van de kerkgemeenschappen in de gemeente. Daarnaast hebben ze in twee groepsgesprekken gesproken met in totaal acht organisaties die werkzaam zijn in Krimpenerwaard op het gebied van armoede. Zij hebben acht gesprekken gevoerd met inwoners die te maken hebben (gehad) met armoede en/of schulden (“ervaringsdeskundigen”).
Samenvatting We vatten de bevindingen uit het onderzoek per thema samen. De onderstaande kopjes corresponderen met de hoofdstukken in de Nota van Bevindingen en met de thema’s van de deelvragen. Alle deelvragen en de antwoorden daarop vindt u terug in hoofdstuk 8 van de Nota van Bevindingen.
Het integrale beleid De gemeente Krimpenerwaard hanteert geen concrete definitie van armoede. Zo is bijvoorbeeld niet gedefinieerd bij welke inkomensgrens de gemeente spreekt van armoede. De gemeente werkt binnen het Integraal Beleidskader (IBK), gebaseerd op het zogeheten concept van positieve gezondheid. Positieve gezondheid gaat over het vermogen van mensen om met fysieke, emotionele en sociale uitdagingen van het leven om te gaan en zoveel mogelijk zelf regie te voeren. Op basis van het onderwerp Sociaal Economische Status (SES) binnen het IBK heeft de gemeente doelen geformuleerd die gericht zijn op het voorkomen en verminderen van armoede. Hierbij is de kanttekening te plaatsen dat er weliswaar (sub)doelen zijn, maar dat deze breed geformuleerd zijn. De gemeente probeert met vroegsignalering problematische schulden aan te pakken en streeft naar maatwerk in de uitvoering. Maatwerk kan goed uitpakken voor kwetsbare inwoners, maar heeft ook het risico in zich van ongelijke behandeling, waardoor de toetsing door meerdere medewerkers van de gemeente essentieel wordt. De ervaringsdeskundigen die gesproken zijn bij dit onderzoek beschrijven diverse drempels die zij ervaren bij het doen van een aanvraag voor een regeling of voorziening. Zo vormen schaamte en angst om fouten te maken bij een aanvraag een drempel, zeker na de Toeslagenaffaire.
Daarnaast vinden zij 1 De resultaten vindt u hier: https://channel.royalcast.com/gemeentekrimpenerwaard/#!/gemeentekrimpenerwaard/20231010_2
6
de aanvraagprocedures vaak complex. De gemeente schat dat 90% van de aanvragen voor ondersteuning niet direct compleet is of aanvullende informatie nodig heeft. Een moeilijk te navigeren website en onbekendheid met regelingen zijn ook drempels voor de inwoners. Uit gesprekken met de ervaringsdeskundigen blijkt dat zij soms willekeur ervaren, waarbij de gekregen informatie en de snelheid van afhandeling afhankelijk is van de medewerker. De gemeente onderkent bovenstaande drempels en heeft stappen gezet om deze te verlagen, zoals het vereenvoudigen van brieven in samenwerking met de Cliëntenraad. Daarnaast probeert de gemeente drempels te verlagen door dorpsen cultuurhuizen te ondersteunen en maatschappelijke activiteiten in de kernen te subsidiëren, zodat inwoners elkaar laagdrempelig kunnen ontmoeten en ondersteunen. Op het gebied van doorlooptijden laat de gemeente een positief beeld zien. In 2023 voldeed de gemeente in 97% van de gevallen aan de wettelijke doorlooptijden voor aanvragen en ook daarvoor waren de doorlooptijden over het algemeen kort. Daarentegen is het minimabeleid van de gemeente relatief minder ruimhartig in vergelijking met andere gemeenten. De inkomensgrenzen van het minimabeleid gaan veelal tot 120% van het wettelijk sociaal minimum en tot 130% voor kindregelingen.
Aandacht voor specifieke kwetsbare groepen In 20212 waren er in de gemeente Krimpenerwaard 1.900 mensen onder de lage-inkomensgrens, 2.500 mensen met 110% van het sociaal minimum, 3.300 met 120% van het sociaal minimum en 4.300 met 130%. Ten opzichte van referentiegemeenten is het aantal inwoners met een laag inkomen in de gemeente Krimpenerwaard vergelijkbaar. Twee eigenschappen van deze groep komen in de vergelijking wel naar voren: onder de mensen met een laag inkomen zijn er relatief veel minderjarige kinderen en relatief veel personen met een uitkering (aangeduid als overdrachtsinkomen). Er is een gevarieerd en ruim aanbod aan regelingen en voorzieningen. Met de kindregelingen richt de gemeente zich op minderjarige kinderen die opgroeien in huishoudens met een laag inkomen. Met initiatieven zoals KrimpenerwaardWerkt helpt de gemeente inwoners die in een uitkeringssituatie zitten aan werk en helpt ze hun positie op de arbeidsmarkt te versterken. De gemeente probeert zowel zzp'ers, ouders als langdurige minima actief te benaderen. Er is geen specifiek beleid voor dak- en thuislozen.
Het netwerk van samenwerkingen Er zijn veel maatschappelijke organisaties actief in Krimpenerwaard die samenwerken op het gebied van armoedebestrijding. Het netwerk rond armoede en schulden in de gemeente heeft een uitgebreid aanbod. Het Sociaal Preventieteam is hierin een zichtbare samenwerkingsvorm tussen de verschillende maatschappelijke organisaties. Via het Sociaal Preventieteam is de gemeente bezig om een uniforme, integrale toegang te organiseren, zodat inwoners niet doorverwezen hoeven te worden en dus direct kunnen worden geholpen. Ook ziet de gemeente de kerkgemeenschappen als mogelijke partners bij de vroegsignalering van armoede. Belangrijke verbinders in het netwerk zijn Team Sportservice (het sport- en cultuurloket voor de gemeente), de brugfunctionaris als aanspreekpunt op basisscholen, dorps- en cultuurhuizen en bibliotheken. Zij helpen inwoners vanuit een breder perspectief en spelen een belangrijke rol in de praktijk rond positieve gezondheid. Tevens zijn er deelnetwerken voor statushouders en schuldhulpverlening. Toch blijkt dat niet alle organisaties in het netwerk goed op de hoogte zijn van elkaars aanbod. Mede daardoor verwijzen ze niet altijd naar elkaar door, daar waar dat wel nodig zou zijn.
Het volledige netwerk van mogelijkheden en samenwerkingen op het gebied van armoede en schulden in de gemeente Krimpenerwaard is daarmee niet volledig overzichtelijk voor organisaties en voor inwoners.
Omgaan met de unieke eigenschappen van de gemeente Krimpenerwaard De gemeente Krimpenerwaard heeft unieke kenmerken die zowel uitdagingen als kansen bieden op het gebied van armoede.3 Ten eerste heeft de gemeente elf kernen waar grote afstanden tussen zitten. Dit 2 Dit was de meest recente data beschikbaar ten tijde van het onderzoek. 3 Deze zijn beschreven in de rapportage van het eerste deel van dit onderzoek, de verkenning.
7
leidt tot een risico op vervoersarmoede. Om dit tegen te gaan, biedt de gemeente op dit moment een regeling voor gratis openbaar vervoer voor mensen met een laag inkomen. Dit is een regeling die nog niet algemeen bekend lijkt te zijn onder de inwoners van de gemeente die dit nodig hebben. Ten tweede is er met name in de kleine kernen sprake van een sterke sociale samenhang. Dit kan ervoor zorgen dat mensen zich schamen om hulp te vragen. De gemeente speelt hierop in door ruimte (in de vorm van dorps- en cultuurhuizen) en subsidie te bieden aan maatschappelijke activiteiten in alle kernen. De sociale samenhang zorgt er daarentegen wel voor dat er gemeentebreed een grote bereidheid om elkaar te helpen. Ten derde is er sprake van hulp aan mensen in armoede door de (sociale verbanden in) kerken, door vrijwilligerswerk en collectes. De gesproken kerkgemeenschap zou graag meer kennis hebben van het gemeentelijke aanbod en werkt graag met de gemeente samen om de kerkleden de best mogelijke hulp te bieden. De kerkgemeenschappen hebben vooralsnog geen duidelijke rol in het ‘netwerk’ van armoedebestrijding.
Het vierde en vijfde kenmerk van Krimpenerwaard (zoals hierboven beschreven bij de aandacht voor kwetsbare groepen) is dat er in Krimpenerwaard ten opzichte van vergelijkbare gemeenten een relatief hoog aandeel minderjarige kinderen in huishoudens met een laag inkomen woont en dat er relatief veel personen met een overdrachtsinkomen zijn. De gemeente speelt op beide groepen in met diverse regelingen.
Het bereiken van de gestelde doelen De gemeente hanteert een helder systeem binnen de Planning en Control-cyclus om doelen concreet en meetbaar te maken, gekoppeld aan de uitvoering van het beleid. Dit systeem is echter niet voor alle doelen uit het IBK uitgewerkt. Dit betekent dat niet alle (sub)doelen indicatoren hebben die gemeten kunnen worden. Daarnaast gebeurt monitoring niet structureel. Bij de tweejaarlijkse Kwaliteitsmonitor (2021) zijn geen indicatoren per doel uitgewerkt. De Kwaliteitsmonitor over 2023 is nog niet beschikbaar. Dit maakt het lastig om het beleid en de uitvoering goed te beoordelen. In het onderzoek is daarom gebruik gemaakt van andere bronnen om te beoordelen of het beleid doeltreffend is (worden de beoogde doelen bereikt?) en doelmatig is (staat de inzet van middelen in verhouding tot de bereikte resultaten?). Het armoedebeleid van Krimpenerwaard is doeltreffend in de zin dat door de inzet van de regelingen minder inwoners financiële belemmeringen ervaren om mee te doen in de samenleving. Ook maken dankzij het beleid meer inwoners gebruik van de minimaregelingen waar ze recht op hebben. Ten aanzien van andere indicatoren zoals het individueel welzijn of het aandeel personen met een laag inkomen is het beeld niet eenduidig. Gekeken naar de doelmatigheid van het beleid dan zien we een gemengd beeld.
Aan de ene kant zijn extra uitgaven in 2022 in lijn met een groter bereik van minimaregelingen. Bij een aantal regelingen, zoals de collectieve zorgverzekering en participatieregelingen voor volwassenen, zijn de uitgaven echter relatief hoog in vergelijking met het aantal extra bereikte inwoners. Ook waren de uitgaven voor maatschappelijke participatie in 2022 hoger dan in vergelijkbare gemeenten, maar het bereik van deze regelingen in Krimpenerwaard was lager. De gebruikte cijfers geven hiervoor geen verklaring.
Een blik op de toekomst Ervaringsdeskundigen en maatschappelijke organisaties hebben verschillende suggesties gedaan om het armoedebeleid in Krimpenerwaard te verbeteren. De tips richten zich voornamelijk op betere communicatie naar doelgroepen en het efficiënter maken van interne processen. Er werd bijvoorbeeld aanbevolen om inwoners beter te informeren over regelingen, zoals de OV-pas, en om bureaucratische hindernissen te verminderen, zoals het herhaaldelijk moeten aanleveren van dezelfde documenten. Om inwoners te bereiken die nog geen gebruik maken van regelingen, kunnen laagdrempelige buurthuizen worden ingericht of moderne methodes zoals sociale media en influencer-campagnes worden ingezet. Dit kan helpen drempels zoals schaamte te verlagen en doelgroepen zoals jongeren te bereiken. Andere gemeenten bieden ook waardevolle lessen voor Krimpenerwaard. Arnhem automatiseerde bijvoorbeeld de toekenning van vergoedingen, wat processen efficiënter maakt. In Dordrecht is er een 8
structureel overleg met maatschappelijke partners om armoedebeleid en uitvoering te verbeteren. Amsterdam en Arnhem bieden innovatieve oplossingen zoals het opschorten van schulden (Schuldenrust) en het opkopen van schulden van kwetsbare inwoners, wat helpt om langdurige armoede te doorbreken.
Kernboodschap De gemeente doet veel om inwoners over mogelijke drempels heen te helpen, zowel over algemene drempels als drempels die horen bij het unieke van Krimpenerwaard. Ook de verschillende organisaties en de gemeente Krimpenerwaard komen geregeld bij elkaar over de drempel waar het de samenwerking betreft. De Rekenkamer constateert wel dat het overzicht van regelingen en de betrokken organisaties als ook de verbinding tussen al deze organisaties nog kansen op verbetering toont. Daarnaast ziet de Rekenkamer met name verbeterpunten in de monitoring en verantwoording van het armoedebeleid.
Conclusies Conclusie 1. Het armoedebeleid van de gemeente is geïntegreerd in het bredere sociaal beleid, maar het ontbreekt aan een specifieke definitie van armoede. Krimpenerwaard hanteert geen specifieke definitie van het begrip armoede. Dit is relevant, omdat de aanpak van armoede in beginsel gebaat is bij een scherpe en duidelijke begripsafbakening. Aan de andere kant zorgt de huidige brede afbakening in Krimpenerwaard ervoor dat er enige vrijheid bestaat voor uitvoerende ambtenaren om hulp te bieden ‘waar nodig’, zelfs als iemand niet aan de voorwaarden voldoet. Conclusie 2. De gemeente houdt rekening met drempels die inwoners ervaren bij hun aanvragen, maar hier zou nog meer aandacht aan besteed kunnen worden. Sommige inwoners in de doelgroep zijn onbekend met het aanbod van voorzieningen door het ontbreken van een centraal overzicht. Daarnaast geven enkele ervaringsdeskundigen aan dat de geboden hulp afhankelijk is van de betrokken medewerker. Conclusie 3. De gemeente en maatschappelijke organisaties weten elkaar over het algemeen goed te vinden. Er is een aantal maatschappelijke organisaties actief die overzicht hebben op een deel van het aanbod van regelingen en voorzieningen. Met en via deze verbinders worden mensen geholpen vanuit een breder perspectief dan alleen armoede.
Een aandachtspunt is dat sommige organisaties onvoldoende op de hoogte zijn van elkaars aanbod, waardoor ze niet altijd naar elkaar doorverwijzen. Conclusie 4. Het beleid is toegespitst op het eigene van Krimpenerwaard. Uit het onderzoek blijkt dat de gemeente met verschillende regelingen inspeelt op de unieke kenmerken van Krimpenerwaard (bijvoorbeeld het aanbieden van gratis OV om vervoersarmoede tegen te gaan). De kerkgemeenschappen zouden meer betrokken kunnen worden in het ‘netwerk’ van armoedebestrijding. Conclusie 5: Door het ontbreken van goede monitoringsinformatie is het lastig te controleren of de gemeente haar doelen bereikt. Het ontbreekt aan meetbare indicatoren per doel. Daarnaast is er geen structurele monitoring van de doelen. Dit onderzoek heeft daarom van andere bronnen gebruik gemaakt om een oordeel te vormen over de doeltreffendheid en doelmatigheid.
9
Conclusie 6: Zowel de doeltreffendheid als de doelmatigheid van het beleid laten een gemengd beeld zien. Het onderzoek laat zowel positieve als negatieve indicatoren zien. Een aantal doelen wordt wel bereikt en een aantal doelen wordt niet bereikt. Bij sommige regelingen hebben extra uitgaven geleid tot een hoger bereik van de doelgroep, waar dat bij andere regelingen niet het geval is. Conclusie 7: Er zijn initiatieven in andere gemeenten die ook toepasbaar zijn in Krimpenerwaard. Meerdere gemeenten in Nederland hebben succesvolle initiatieven ontwikkeld op het gebied van armoedebestrijding, zoals het automatisch toekennen van regelingen.
Aanbevelingen Aanbeveling aan de raad en aan het college Aanbeveling 1. Formuleer een definitie voor armoede en concretiseer de doelen binnen het armoedebeleid. (Behorende bij conclusie 1) Een scherpe en duidelijke begripsafbakening kan beleidsmakers en uitvoerders houvast bieden. Concretiseer daarnaast doelen, zoals het verlagen van het aantal huishoudens onder de lageinkomensgrens of het verbeteren van de toegang tot schuldhulpverlening. Dit maakt het eenvoudiger om de effectiviteit van het beleid te monitoren en bij te sturen waar nodig. Aanbeveling 2: Stel meetbare indicatoren op per doel binnen het armoedebeleid en voer jaarlijks een evaluatie uit van de effectiviteit van het armoedebeleid op basis van deze indicatoren. (Behorende bij conclusie 5) Dit biedt de gemeente beter inzicht in welke maatregelen het meeste effect hebben en waar bijsturing nodig is. Het is aan de raadsleden om aan te geven op welke wijze en met welke diepgang zij van het college informatie over de doelrealisatie verwachten. Kijk daarbij naar zowel tellen als vertellen. Het gaat niet alleen om de aantallen (tellen), maar ook om de verhalen erachter (vertellen). Aanbeveling 3: Onderzoek welke initiatieven uit andere gemeenten het best toepasbaar zijn in Krimpenerwaard.
(Behorende bij conclusie 7) Andere gemeenten zijn succesvolle initiatieven gestart om armoede te voorkomen of te verminderen in hun gemeente, zoals beschreven in de Nota van Bevindingen. Het verdient aanbeveling om te onderzoeken welk van deze initiatieven het best passen bij de unieke kenmerken van Krimpenerwaard.
Aanbevelingen aan het college Aanbeveling 4. Verhoog de bekendheid van de beschikbare regelingen. (Behorende bij conclusie 2) Creëer een overzichtelijke en gebruiksvriendelijke centrale database met informatie over alle beschikbare regelingen. Communiceer vervolgens actief het bestaan van deze database aan inwoners. Aanbeveling 5: Evalueer de aanvraagprocedure voor de regelingen en voer daarna de benodigde verbeteringen door. (Behorende bij conclusie 2) Ervaringsdeskundigen beschrijven de aanvraagprocedure als complex en de gemeente schat zelf in dat 90% van de aanvragen voor ondersteuning niet direct compleet is of aanvullende informatie nodig heeft. Het kan helpen om meer ondersteuning te bieden bij het aanvragen ervan, bijvoorbeeld door inloopspreekuren of hulp van vrijwilligers bij het invullen van de formulieren. Aangezien niet exact duidelijk is op welke punten de aanvraag eenvoudiger en beter kan, is het raadzaam verbeteringen te 10
baseren op een evaluatie van deze procedure. Betrek hierbij ervaringsdeskundigen. Zorg er voor dat de drempels voor hen zo laag mogelijk worden gemaakt. Aanbeveling 6: Organiseer regelmatige overlegmomenten tussen de gemeente en maatschappelijke organisaties en verken de mogelijkheid om de brugfunctionaris breder in te zetten. (Behorende bij conclusie 3) De functie van brugfunctionaris is nog nieuw, maar speelt een belangrijke rol in het doorverwijzen naar de hulp die gezinnen nodig hebben. Het is raadzaam te verkennen of de brugfunctionaris (breder) ingezet kan worden om organisaties in het netwerk met elkaar te verbinden. Het is wenselijk dat alle partijen op de hoogte zijn van de beschikbare voorzieningen. Regelmatig overleg draagt bij aan kennisuitwisseling hierover en zorgt voor verbinding Met andere woorden: kom op frequente basis bij elkaar over de drempel en zoek de verbinding, opdat de inwoners van de gemeente Krimpenerwaard die dat nodig hebben nog beter geholpen kunnen worden.
11
Reactie College van B&W
12
13
14
15
Nawoord van de Rekenkamer Wij danken het College voor de uitgebreide bestuurlijke reactie. We constateren dat het College zich op hoofdlijnen lijkt te kunnen vinden in de conclusies van het onderzoek. Daarnaast is het goed om te zien dat de gemeente stappen zet om zichzelf te blijven verbeteren. Hieronder stippen wij enkele elementen uit de bestuurlijke reactie aan die in onze ogen nadere duiding behoeven. De bestuurlijke reactie presenteert een tabel voor de inkomensgrenzen. Deze tabel bevat nieuwe informatie die wij niet ter beschikking hadden ten tijde van het onderzoek. Deze informatie is ook niet naar voren gekomen tijdens het ambtelijk wederhoor, waarbij er gekeken is of de feiten in de Nota van Bevindingen kloppen. Wij hebben bij de ambtelijke organisatie nagevraagd waarop de vermelde cijfers zijn gebaseerd. Hieruit bleek dat deze cijfers gebaseerd zijn op 2023, waar in het rapport is uitgegaan van de toen beschikbare cijfers van 2022. De tabel bevat geen informatie die afbreuk doet aan de geformuleerde conclusies en aanbevelingen. Wij vinden het een goede stap dat de gemeente een nieuwe gebruiksvriendelijkere tool gaat inzetten met daarin het overzicht van alle beschikbare regelingen waar inwoners mogelijk aanspraak op kunnen maken. Tevens is het goed om te zien dat de gemeente oog heeft voor het toegankelijker maken van de aanvraagprocedure.
Beiden zijn belangrijk om drempels voor inwoners weg te nemen. Wij onderschrijven net als het College de meerwaarde van monitoring. Onze zorgpunten zitten in het detailniveau van de monitoring en de frequentie. Ten eerste: de Kwaliteitsmonitor Sociaal Domein bevat wel doelen, maar een individueel doel is niet gekoppeld aan een meetbare indicator. Dit maakt het lastig om te meten of een doel daadwerkelijk wordt bereikt. Ten tweede lijkt het ons wenselijk de frequentie van de monitoring te verhogen. De Kwaliteitsmonitor Sociaal Domein en de rapportage van KWIZ zijn tweejaarlijks. Armoede is een ingewikkeld vraagstuk dat zich snel kan ontwikkelen, denk bijvoorbeeld aan energie-armoede. Een tweejaarlijkse monitor kan daarbij kwetsbaar zijn om tijdig zicht te hebben op monitoring en sturing. De brugfunctionaris is momenteel nog niet op alle scholen in de gemeente werkzaam. Gelet op het belang van de functie van de brugfunctionaris vinden wij het raadzaam te kijken hoe de brugfunctionaris in ieder geval op alle scholen actief kan zijn.
16
Nota van Bevindingen
17
Onderzoeksrapport Rekenkameronderzoek armoede Krimpenerwaard
Rekenkamer Krimpenerwaard in co-productie met Unravelling 17 oktober 2024 Onderzoekers vanuit Unravelling: ▪ Miriam Dorigo ▪ Hannelore Schouwstra ▪ John Bosdam ▪ Yasmijn Overvelde ▪ Martijn Mussche
Inhoudsopgave
1. Inleiding......................................................................................... 4 1.1
Achtergrond .............................................................................. 4
1.2
Centrale vraag, onderzoeksvragen en normenkader ......................... 4
1.3
Onderzoeksmethodiek ................................................................. 5
1.4
Leeswijzer ................................................................................. 7
2. Situatieschets ................................................................................. 8 2.1
Definities armoede ..................................................................... 8
2.2
Kenmerken gemeente Krimpenerwaard.......................................... 9
2.3
Indicatieve omvang doelgroep Krimpenerwaard .............................. 9
2.4
Het eigene van Krimpenerwaard .................................................. 12
3. Beleid en maatregelen ..................................................................... 14 3.1
Definities en uitgangspunten ....................................................... 14
3.2
Beleid ...................................................................................... 16
3.3
Doelstellingen ........................................................................... 19
3.4
Regelingen ............................................................................... 21
3.5
Doorloopsnelheid ...................................................................... 23
3.6
Drempels bij aanvragen ............................................................. 24
3.7
Flankerend beleid om drempels te verlagen ................................... 27
3.8
Benadering verschillende doelgroepen .......................................... 29
3.9
Samenvattend .......................................................................... 32
4. Samenwerking ............................................................................... 34 4.1
Het sociaal preventieteam .......................................................... 34
4.2
Team Sportservice..................................................................... 35
4.3
Brugfunctionaris ........................................................................ 35
4.4
Dorps- en cultuurhuizen en bibliotheken ....................................... 36
4.5
VluchtelingenWerk..................................................................... 36
4.6
Stichting Krimpenerwaard Intercultureel (KIC) ............................... 37
4.7
GGD ........................................................................................ 37
4.8
Beelden vanuit de samenwerkingen.............................................. 38
4.9
Samenvattend .......................................................................... 39
5. Lokaal toegespitst beleid .................................................................. 40 5.1
Grote (reis)afstanden ................................................................. 40
5.2
Sociale samenhang in de kernen .................................................. 41 2
5.3
Kerkelijke aanwezigheid ............................................................. 42
5.4
Relatief veel minderjarige kinderen .............................................. 43
5.5
Relatief veel personen met een overdrachtsinkomen ....................... 43
5.6
Samenvattend .......................................................................... 44
6. Doeltreffendheid en doelmatigheid .................................................... 45 6.1
Doelen .................................................................................... 45
6.2
Doeltreffendheid: informatie per beleidsdoel .................................. 46
6.3
Doelmatigheid .......................................................................... 56
6.4
Samenvattend .......................................................................... 61
7. Vooruitblik / toekomst ..................................................................... 62 7.1
Wat kan er beter volgens ervaringsdeskundigen en maatschappelijke
organisaties? .................................................................................... 62 7.2
Meer bereik creëren onder inwoners ............................................. 65
7.3
Succesvolle initiatieven elders ..................................................... 65
7.4
Samenvattend .......................................................................... 67
8. Beantwoording van de onderzoeksvragen ........................................... 68 Bijlage 1.
Ervaringsdeskundigen ........................................................... 71
Bijlage 2.
Geraadpleegde personen ....................................................... 74
3
1.
Inleiding
1.1
Achtergrond
Nadat meerdere raadsfracties hun belangstelling voor het onderwerp armoede toonden, heeft de Rekenkamer besloten hier onderzoek naar te doen. De Rekenkamer heeft eerst een verkenning naar het onderwerp gedaan, hoe armoede zich manifesteert in Krimpenerwaard. De resultaten daarvan zijn besproken in de commissie SBBV in oktober 2023.1 Dit heeft een reeks onderzoeksvragen opgeleverd ten aanzien van hoe het beleid van de gemeente aansluit op de bevindingen uit de verkenning. De Rekenkamer heeft Unravelling gevraagd deze te beantwoorden. Het voorliggende bevindingenrapport is het resultaat van dit onderzoek en is een co-productie tussen Unravelling en de Rekenkamer. 1.2
Centrale vraag, onderzoeksvragen en normenkader
De Rekenkamer heeft de volgende onderzoeksvraag geformuleerd: ▪
Wat is de doeltreffendheid en doelmatigheid van het huidige beleid en de huidige maatregelen om armoede te voorkomen of te verminderen?
Armoede kan voortkomen uit een laag inkomen en/of hoge uitgaven als gevolg van schulden. Dit onderzoek gaat daarom in op zowel armoedebeleid als schuldhulpverlening, waarbij de nadruk ligt op het armoedebeleid. De onderzoeksvraag is uitgewerkt in deelvragen met bijbehorende normen. Het resulterende normenkader is in de onderstaande tabel opgenomen. Het normenkader is gebruikt voor de beoordeling van het beleid. We beantwoorden de deelvragen en geven in Hoofdstuk 8 per vraag een oordeel (en toelichting) in hoeverre de gemeente voldoet aan de bijbehorende norm(en).
Deelvragen
Normen
Hoofdstuk 3. Beleid, genomen maatregelen en uitvoering 1. Welke definities en uitgangspunten zijn er binnen de gemeente?
•
De gemeente hanteert een duidelijke definitie van armoede
2. Wat is het beleid van de gemeente om armoede te voorkomen en verminderen?
▪
De gemeente heeft een actueel beleidskader voor armoedebeleid
3. Welke doelen zijn er gesteld ten aanzien van het voorkomen en verminderen van armoede?
▪
De gemeente heeft concreet en meetbaar geformuleerde beleidsdoelen
Rekenkamer Krimpenerwaard, Armoede in de gemeente Krimpenerwaard, een verkenning, 26 september 2023. 1
4
Deelvragen
Normen
4. Wat zijn de uit beleid voortvloeiende regelingen van de gemeente om armoede te voorkomen en te verminderen?
▪
De regelingen van de gemeente Krimpenerwaard om armoede te voorkomen en verminderen sluiten aan bij het beleid
5. Wat is de doorloopsnelheid van procedures?
▪
Procedures voldoen aan de normen voor de doorloopsnelheid en deze doorloopsnelheid draagt bij aan het bereiken van beleidsdoelen
6. Welke drempels ervaren inwoners bij het doen van aanvragen?
(beschrijvend, geen normen voor geformuleerd)
7. In hoeverre is er flankerend beleid om drempels bij aanvragen te verlagen?
▪
Er is flankerend beleid om drempels bij aanvragen te verlagen
8. Hoe worden verschillende groepen inwoners in armoede benaderd (bijvoorbeeld dak- en thuislozen, kinderen, mensen met een wisselend inkomen, langdurige minima, andere groepen die zich nu melden)?
▪
De verschillende doelgroepen worden benaderd op een wijze die aansluit bij drempels die zij ervaren
▪
De taken en verantwoordelijkheden van de gemeente en externe samenwerkingspartners zijn onderling afgestemd Externe samenwerkingspartners zijn tevreden over de samenwerking
Hoofdstuk 4. Samenwerking 9. In hoeverre werkt de gemeente op het gebied van armoede samen met andere instanties?
▪ Hoofdstuk 5. Lokaal toegespitst beleid 10. Sluit het beleid aan bij het eigene van Krimpenerwaard?
▪
Het beleid sluit aan bij het eigene van Krimpenerwaard doordat er in de beleidsvisie oog is voor de lokale bijzonderheden van Krimpenerwaard en de kernen
Hoofdstuk 6. Doeltreffendheid en doelmatigheid/ effecten in de praktijk 11. In welke mate zijn het huidige beleid en de huidige maatregelen doeltreffend en doelmatig?
▪
▪
▪
De uitvoering van het armoedebeleid is doeltreffend in de zin dat de gemeente de beleidsdoelen heeft behaald De gemeente heeft inzichtelijk welke uitgaven zijn gedaan in het kader van het armoedebeleid De uitgaven voor het armoedebeleid staan in verhouding tot de doeltreffendheid
Hoofdstuk 7. Vooruitblik/ toekomst 12. Zijn er volgens ervaringsdeskundigen en maatschappelijke organisaties verbeteringen mogelijk en zo ja, welke? 13. Hoe kunnen inwoners bereikt worden die geen gebruik maken van regelingen? 14. Zijn er andere gemeenten met succesvolle initiatieven waar Krimpenerwaard van zou kunnen leren?
1.3
(beschrijvend, geen normen voor geformuleerd)
Onderzoeksmethodiek
Verkenning door de Rekenkamer De Rekenkamer heeft een verkenning uitgevoerd met als onderzoeksvraag: ‘Hoe ziet armoede eruit in de samenleving van de gemeente Krimpenerwaard, wat zijn relevante
5
definities en welke inzichten vloeien hieruit voort voor de volgende fase van het onderzoek waarin het beleid van de gemeente centraal staat?’ Dit heeft inzichten in de definitie opgeleverd, veel informatie over armoede in de gemeente Krimpenerwaard en inzichten over de bijzonderheden van de gemeente Krimpenerwaard en zijn inwoners. Om een compleet beeld te schetsen, zijn delen van de verkenning integraal of licht aangepast overgenomen in het voorliggend rapport. Er wordt dan gesproken van ‘de verkenning door de Rekenkamer’. Voorliggend onderzoek Naar aanleiding van de verkenning en de onderzoeksvraag heeft Unravelling een onderzoek opgestart. De onderzoekers hebben een uitgebreide documentstudie gedaan naar het beleid rondom het armoedebeleid in Krimpenerwaard en de daaraan gerelateerde uitvoeringspraktijk. De
onderzoekers
zijn
in
gesprek
gegaan
met
zeven
betrokkenen,
waaronder
verschillende ambtenaren, de portefeuillehouder, de Adviesraad Sociaal Domein (ASD) en de Cliëntenraad en een vertegenwoordiger van één van de kerkgemeenschappen in de gemeente. De meeste gesprekken zijn fysiek gevoerd, behalve het gesprek met de vertegenwoordiger van de kerkgemeenschap. Daarnaast hebben de onderzoekers in twee groepsgesprekken gesproken met in totaal acht organisaties: WelZijn Krimpenerwaard, Humanitas, Kwadraad, Stichting Urgente Noden
(SUN),
de
bibliotheek,
Schuldhulpmaatje,
stichting
VluchtelingenWerk,
wijkcentrum ’t Huis van Noord en Krimpenerwaard InterCultureel. Ook hebben de onderzoekers telefonisch gesproken met de Voedselbank, het Taalhuis en Kwintes. Deze organisaties konden niet aansluiten bij het groepsgesprek, maar de onderzoekers hebben telefonisch vragen gesteld. De onderzoekers hebben acht gesprekken gevoerd met inwoners die te maken hebben (gehad)
met
armoede
en/of
schulden.
Wij
gebruiken
voor
hen
de
naam
“ervaringsdeskundige”. Deze gesprekken vonden fysiek plaats, met uitzondering van één gesprek dat telefonisch heeft plaatsgevonden. Deze ervaringsdeskundigen spraken over hun eigen persoonlijke ervaring, hetgeen een illustratie opleverde over hoe zij het gemeentelijk beleid ervaren. Deze vorm van kwalitatief onderzoek is per definitie niet representatief in de zin dat deze groep ervaringsdeskundigen niet een exacte afspiegeling vormt van de demografie van alle personen in armoede in Krimpenerwaard. De informatie uit deze gesprekken leverde waardevolle informatie over praktijkervaringen op. In bijlage 1 staat het verhaal van zes van de ervaringsdeskundigen. De persoonlijke informatie is waar nodig aangepast om de anonimiteit te borgen. De andere twee ervaringsdeskundigen zijn gesproken zonder de mogelijkheid om een opname en
6
gespreksverslag te maken. Dit maakt dat er geen wederhoor mogelijk was. Van deze ervaringsdeskundigen zijn tips en sleutelervaringen meegenomen in het rapport, maar een casusbeschrijving is niet mogelijk. Tevens hebben de onderzoekers gesproken met deelnemers aan een koffie-inloop in wijkcentrum ’t Huis van Noord. De koffie-inloop is een wekelijks moment in het wijkcentrum ten behoeve van sociaal contact, georganiseerd door Kwintes. Een overzicht van alle geraadpleegde personen is te vinden in bijlage 2. Na afloop van de documentstudie en de interviews heeft een analyse plaatsgevonden, waarin nog een aantal aanvullende mails zijn verstuurd en telefoongesprekken zijn gevoerd om aanvullende informatie en inzichten te vergaren. De analyse van de verzamelde informatie heeft geresulteerd in het voorliggende bevindingenrapport. Wederhoor De concept-Nota van Bevindingen is gedeeld met de ambtelijke organisatie, met de vraag de feiten in deze nota te controleren op volledigheid en juistheid. De opmerkingen vanuit de ambtelijke organisatie zijn verwerkt in deze Nota van Bevindingen. 1.4
Leeswijzer
In hoofdstuk 2 beginnen we met een situatieschets van de actuele situatie omtrent armoede/schulden in Krimpenerwaard. De onderzoeksvragen komen achtereenvolgens aan bod in de hoofdstukken 3 tot en met 7 van dit rapport. Hoofdstuk 8 beschrijft de gevonden resultaten aan de hand van het normenkader.
7
2.
Situatieschets
Dit hoofdstuk bevat een samenvatting van de verkenning door de Rekenkamer van Krimpenerwaard.2 2.1
Definities armoede
Armoede is een complex fenomeen en kent meerdere definities. Hoewel we in het dagelijks spraakgebruik doorgaans genoeg hebben aan alleen het noemen van het begrip ‘armoede’ ligt dat bij onderzoek en beleid anders. Voor een doelmatige en rechtmatige uitvoering van beleid is een definitie wenselijk, omdat overheden daarmee een duidelijke begrenzing kunnen aanbrengen tussen wat armoede is en wat daarbuiten valt. Anders gezegd, de overheid gebruikt graag een geobjectiveerd beeld van armoede. 3 Denk bijvoorbeeld aan het bepalen of iemand wel of geen recht heeft op een bijstandsuitkering. In dat geval is een duidelijke inkomensgrens als definitie een belangrijke voorwaarde. Er is daarbij een verschil tussen armoedebeleid en minimabeleid. Waar het minimabeleid vooral is bedoeld om mensen met de laagste inkomens te ondersteunen, gaat het bij armoedebeleid (ook) om bijvoorbeeld het wegwerken van schulden en het vinden van werk. Uit de scan van literatuur, zoals beschreven in de verkenning van de Rekenkamer, kwamen we tot het inzicht dat zowel de objectieve als bredere definities hun waarde hebben. Objectieve definities helpen bij de agendering van het probleem, het grofmazig in kaart brengen van de omvang, het vergelijken van die omvang in de tijd en met andere gemeenten
en
het
ontwikkelen
van
objectieve
grondslagen
voor
regelingen.
Tegelijkertijd is het belangrijk te onderkennen dat met het hanteren van objectieve definities ook een deel van de armoede zich aan het zicht onttrekt. Bredere definities zijn daarom behulpzaam bij het leveren van maatwerk en het ontwikkelen van beleid dat aangrijpt bij diepere oorzaken en gevolgen van armoede zoals stigmatisering, sociale uitsluiting en isolement, stress en gezondheid en de overdracht van het leven in armoede van ouders op hun kinderen (intergenerationele armoede). Een manier om breder naar het fenomeen te kijken ligt ook in de woordkeuze, waarbij het woord bestaanszekerheid in zwang is. Volgens Engbersen (2024) bestaat dit uit twee elementen4: •
Materiële zekerheid. Hier gaat het om rondkomen, geen dagelijkse geldzorgen en het hebben van een dak boven je hoofd.
Rekenkamer Krimpenerwaard, Armoede in de gemeente Krimpenerwaard, een verkenning, 26 september 2023. 3 Movisie, Wat werkt bij de aanpak van armoede en schulden, 2020. 4 Godfried Engbersen, interview Studio Erasmus, 21 februari 2024, via www.eur.nl 2
8
•
Immateriële zekerheid. Dit gaat om de mogelijkheid tot participeren in de samenleving.
Ten tijde van dit onderzoek werken het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS), het Nationaal Instituut voor Budgetvoorlichting (Nibud) en het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) aan een nieuwe armoedegrens voor Nederland, om zo te komen tot één centrale maatstaf voor beleid en samenleving.5 Het eindrapport daarvan wordt later in 2024 verwacht. Het SCP publiceert alleen landelijke informatie, waardoor het voor gemeenten (waaronder Krimpenerwaard) niet duidelijk is welke inwoners er wel of niet in armoede leven. In 2021 zijn de volgende netto grensbedragen per maand de lage-inkomensgrens voor verschillende huishoudens:
2.2
▪
€1.130 voor een alleenstaande;
▪
€1.590 voor een paar zonder kinderen;
▪
€1.720 voor een eenoudergezin met twee minderjarige kinderen;
▪
€2.170 voor een paar met twee minderjarige kinderen. Kenmerken gemeente Krimpenerwaard
Op 1 januari 2023 had de gemeente Krimpenerwaard 57.700 inwoners.6 Daarmee is de gemeente in beginsel te vergelijken met gemeenten van 50.000 tot 100.000 inwoners en valt in de categorie ‘weinig stedelijk’ (500 tot 1.000 adressen per vierkante kilometer). De gemeente bestaat uit elf kernen: Ammerstol, Bergambacht, Berkenwoude, Gouderak, Haastrecht, Lekkerkerk, Krimpen aan de Lek, Ouderkerk aan den IJssel, Schoonhoven, Stolwijk en Vlist. Het gemiddelde gestandaardiseerde inkomen (besteedbaar inkomen van een individu) lag in 2021 op € 32.300,- per jaar in Krimpenerwaard tegenover € 32.200,- per jaar gemiddeld in Nederland.7 De gemeente Krimpenerwaard scoort relatief beter dan gemeenten uit dezelfde ordegrootte op het gebied van werk en inkomen. Zo waren er in 2021 relatief minder huishoudens met bijstandsuitkeringen in Krimpenerwaard (2,7%) dan gemiddeld in Nederland (4,7%) en dan gemiddeld voor gemeenten met dezelfde omvang (4,2%).
2.3
Indicatieve omvang doelgroep Krimpenerwaard
De Rekenkamer heeft gekeken hoeveel inwoners in de gemeente Krimpenerwaard volgens het CBS vallen onder:
SCP, Op weg naar een nieuwe armoedegrens, 30 juni 2023 verkregen via CSP.nl op 9 april 2024. CBS, Bevolking op 1 januari en gemiddeld; geslacht, leeftijd en regio, 28 september 2023. 7 CBS, Inkomen; persoonskenmerken, regio, 28 september 2023. 5 6
9
•
De lage-inkomensgrens8
•
110% van het sociaal minimum
•
120% van het sociaal minimum
•
130% van het sociaal minimum
Onderstaande cijfers laten zien hoeveel inwoners van de gemeente Krimpenerwaard moeten rondkomen van een laag inkomen. Voor de gemeente Krimpenerwaard komt dit volgens CBS (voorlopige cijfers 2021) neer op de volgende (afgeronde) aantallen: •
Lage-inkomensgrens 1900 personen waarvan 500 kinderen
•
110% van het sociaal minimum 2500 personen waarvan 600 kinderen
•
120% van het sociaal minimum 3300 personen waarvan 700 kinderen
•
130% van het sociaal minimum 4300 personen waarvan 800 kinderen
Het verhogen van een criterium voor een gemeentelijke regeling van 110% naar 120% zou daarmee de doelgroep vergroten met circa 800 personen en 100 kinderen. Ophoging van 120% naar 130% zou de doelgroep van een regeling vergroten met 1.000 personen en opnieuw 100 kinderen. Laag inkomen per kern in de gemeente Krimpenerwaard Het CBS geeft een overzicht van het aantal huishoudens (niet het aantal personen) in de gemeente Krimpenerwaard dat een laag inkomen heeft per kern (door het CBS “wijk” genoemd).9 Tabel 2.1. Huishoudens per kern, huishoudens met een laag inkomen per kern.
Kern / wijk Lekkerkerk Krimpen aan de Lek Ouderkerk aan den IJssel Gouderak Bergambacht Bergstoep Ammerstol Berkenwoude Haastrecht Stolwijk Vlist Schoonhoven
HH laag HH laag Huishoudens inkomen (%) inkomen 3380 4,8% 2955 4,3% 2280 2,7% 1075 4,8% 2190 4,8% 725 2,2% 765 4,6% 600 2,2% 1850 3,8% 2100 3,4% 245 5,0% 5930 5,1%
160 130 60 50 110 20 40 10 70 70 10 300
CBS Statline, voorlopige data 2021, lage inkomensgrens, 110%, 120% en 130% van het sociaal minimum, verkregen op 9 april 2024. 9 Om te bepalen of een huishouden een laag inkomen heeft, heeft het CBS het inkomen van een huishouden omgerekend tot het gestandaardiseerde inkomen (exclusief eventueel ontvangen huurtoeslag) en gecorrigeerd voor prijsstijgingen. 8
10
In Schoonhoven wonen relatief (5,1%) de meeste huishoudens met een laag inkomen (in absolute zin zijn dit er 300). In Vlist zijn relatief ook veel huishoudens met een laag inkomen (5,0%) – dit komt in de praktijk neer op ongeveer tien huishoudens. In absolute zin wonen de meeste gezinnen met een laag inkomen in Schoonhoven, Lekkerkerk en Krimpen aan de Lek. Uit de herijking minimabeleid Krimpenerwaard blijkt dat van alle huishoudens in de gemeente Krimpenerwaard met een inkomen tot 120% van het wettelijk sociaal minimum een kwart gevestigd is in Schoonhoven. 10
Krimpenerwaard versus referentiegemeenten Om de cijfers van de gemeente Krimpenerwaard in perspectief te plaatsen heeft de Rekenkamer een vergelijking gemaakt tussen de gemeente Krimpenerwaard en een aantal
referentiegemeenten.
De
referentiegemeenten
zijn
in
de
CBS-database
geselecteerd op een vergelijkbaar inwoneraantal als de gemeente Krimpenerwaard (47.000-67.000 inwoners) en een vergelijkbare stedelijkheidsklasse (“weinig stedelijk”). Dit resulteerde in de gemeenten Goeree-Overflakkee, Maashorst, Overbetuwe en Utrechtse Heuvelrug als referentiegemeenten. Ten opzichte van de referentiegemeenten is het aandeel personen in de gemeente Krimpenerwaard met een laag inkomen vergelijkbaar met de andere gemeenten. Er is geen situatie waarbij de gemeente Krimpenerwaard een hoger of lager percentage heeft dan een van de vier anderen (zie onderstaande grafiek). Figuur 2.1. Personen met een laag inkomen in de gemeente Krimpenerwaard en referentiegemeenten (voorlopige data 2021).11
KWIZ Herijking minimabeleid Krimpenerwaard, juni 2023. Rekenkamer Krimpenerwaard, Armoede in de gemeente Krimpenerwaard, een verkenning, 26 september 2023. 10 11
11
Om te kijken of armoede de afgelopen jaren is toegenomen, heeft de Rekenkamer gekeken naar het aandeel personen met een inkomen tot de lage-inkomens van 2015 tot en met 2021 (het meest recente jaar dat beschikbaar is bij het CBS). In Krimpenerwaard daalde het aandeel personen met een inkomen tot de lageinkomensgrens tot 2019 en bleef daarna stabiel. Een vergelijkbaar patroon is te zien bij de andere onderzochte gemeenten. Doordat data uit het jaar 2022 nog niet beschikbaar zijn, is het nog niet mogelijk om effecten te zien van de energiecrisis of inflatie. De cijfers die wel beschikbaar zijn laten zien dat Krimpenerwaard niet noemenswaardig afwijkt van de referentiegemeenten. Bij de kenmerken van personen met een laag inkomen zijn er twee factoren waar Krimpenerwaard het hoogst naar voren komt ten opzichte van referentiegemeenten: •
Er zijn relatief veel minderjarige kinderen. Daarbij valt op dat veel van hen wonen in een huurwoning zonder huurtoeslag.
•
Er zijn relatief veel personen met een overdrachtsinkomen (een uitkering voor werkloosheid, bijstand, e.d.).
2.4
Het eigene van Krimpenerwaard
Gevraagd naar ‘het eigene’ van armoede in de gemeente Krimpenerwaard merkten respondenten tijdens de verkenning door de Rekenkamer een aantal punten op: de fysieke afstanden, de samenhang in de kernen en de sociale verbanden binnen een kerkgemeenschap. Fysieke afstanden De gemeente heeft afstanden die voor inwoners soms moeilijk te overbruggen zijn. Voor sommige mensen is de fysieke afstand tot het gemeentekantoor (bijvoorbeeld het loket in Bergambacht) groot, waardoor zij niet snel aankloppen bij de gemeente. Inwoners moeten de beschikking hebben over een fiets/auto of moeten met het OV reizen naar afspraken. Samenhang in de kernen De samenhang in de kernen in Krimpenerwaard wordt als positief ervaren. “Ons kent ons en we lossen het wel weer op.” Dit kan wel leiden tot een risico op het verlies van anonimiteit bij het inschakelen van een hulpverlener (met name als het vrijwilligers betreft, die vaak uit de regio zelf komen). Het kan als vervelend worden ervaren voor inwoners als zij bijvoorbeeld hun hele administratie zouden moeten geven aan een bekende uit de directe omgeving.
12
Sociale verbanden binnen de kerkgemeenschap Veel medewerkers benadrukken dat er binnen een substantieel deel van de samenleving hechte sociale verbanden bestaan binnen de kerk waarvan men lid is. Inwoners in armoede
worden
daarbinnen
vaak
financieel
ondersteund.
Leden
van
de
kerkgemeenschap bieden volgens hen vaak eerste hulp, bijvoorbeeld door boodschappen te doen en deze te bezorgen bij mensen. Een kerk verstrekt bonnen die in de supermarkt kunnen worden ingeleverd of betaalt rekeningen. Kerkgangers helpen elkaar soms ook informeel, zonder medeweten of interventie van de kerk. 2.5
Samenvattend
In Krimpenerwaard is er een groep van ongeveer 1.900 personen die in armoede leeft (onder lage inkomensgrens). Daarnaast is er een groep inwoners die (net) boven deze grens valt, maar wel evengoed risico loopt op armoede. In absolute zin wonen de meeste gezinnen met een laag inkomen in Schoonhoven, Lekkerkerk en Krimpen aan de Lek. Krimpenerwaard is in vergelijking met referentiegemeenten gemiddeld als het gaat over het aandeel mensen met een laag inkomen. De gemeente heeft een aantal bijzondere eigenschappen: de fysieke afstanden zijn groot, er is grote samenhang in de kernen en een substantieel deel van de inwoners heeft hechte sociale banden binnen de kerk. Hierover meer in hoofdstuk 5.
13
3.
Beleid en maatregelen
In dit hoofdstuk gaan we per paragraaf in op de volgende onderzoeksvragen: 1. Welke definities en uitgangspunten zijn er binnen de gemeente? 2. Wat is het beleid van de gemeente om armoede te voorkomen en verminderen? 3. Welke doelen zijn er gesteld ten aanzien van het voorkomen en verminderen van armoede? 4. Wat zijn de uit beleid voortvloeiende regelingen van de gemeente om armoede te voorkomen en te verminderen? 5. Wat is de doorloopsnelheid van procedures? 6. Welke drempels ervaren inwoners bij het doen van aanvragen? 7. In hoeverre is er flankerend beleid om drempels bij aanvragen te verlagen? 8. Hoe worden verschillende groepen inwoners in armoede benaderd (bijvoorbeeld dak- en thuislozen, kinderen, mensen met een wisselend inkomen, langdurige minima, andere groepen die zich nu melden)? 3.1
Definities en uitgangspunten 1. Welke definities en uitgangspunten zijn er binnen de gemeente?
Op
15
december
2020
heeft
de
gemeenteraad
van
Krimpenerwaard
een
uitgangspuntennotitie voor de opstelling van een Integraal Beleidskader (IBK) Sociaal Domein vastgesteld. Op 20 april 2021 is het Integraal Beleidskader voor het sociaal domein opgesteld onder de noemer ‘Vooruitgang door Verbinding’.12 De gemeente heeft dit beleid samen met maatschappelijke organisaties, de Cliëntenraad en de Adviesraad Sociaal Domein opgesteld. Daarbij hoort een uitvoeringsdocument, de maatschappelijke agenda ‘Van ambities naar Uitvoering’. 13 Omdat het gemeentelijk armoedebeleid nauw verweven is met het sociaal domein is het onderdeel van het IBK. De gemeente Krimpenerwaard heeft in de stukken geen definitie van armoede gegeven. De gemeente spreekt in het IBK wel over armoede, maar er staat niet bij welke inkomensgrens de gemeente hanteert. Armoede wordt met name beschreven onder het begrip “Sociaal Economische Status”, maar ook daarvan is geen definitie gegeven. Het IBK gebruikt positieve gezondheid als beleidstheorie (zie figuur 3.1). Positieve gezondheid heeft zes dimensies: lichaamsfuncties, mentaal welbevinden, zingeving, kwaliteit van leven, meedoen en dagelijks functioneren.
12 13
Gemeente Krimpenerwaard, Vooruitgang door Verbinding, 20 april 2021. Gemeente Krimpenerwaard, Van ambities naar Uitvoering, 20 april 2021.
14
Figuur 3.1. Scoringsmodel positieve gezondheid.14
De gemeente Krimpenerwaard legt positieve gezondheid als volgt uit in het IBK: “Positieve gezondheid gaat veel meer over algemeen welbevinden dan enkel over lichamelijke gezondheid. Grondlegger Machteld Huber ziet gezondheid als het vermogen van mensen om met fysieke, emotionele en sociale uitdagingen van het leven om te gaan en zoveel mogelijk zelf regie te voeren (Machteld Huber, 2012). Het gaat om het mee kunnen doen in de samenleving, mentaal welbevinden, zingeving en kwaliteit van leven. Door het versterken van het normale leven, preventie en het bieden van passende en integrale ondersteuning kan de ervaren kwaliteit van leven daadwerkelijk worden beïnvloed.” Over armoede wordt in dit kader aangegeven: “Financiële problemen zoals armoede en schulden staan vaak ook niet op zichzelf en zijn bepalend voor de mate waarin iemand mee kan doen binnen de samenleving.” Dit betekent dat de gemeente niet afzonderlijk naar beleidsvelden kijkt en er een brede (inclusieve), niet gedefinieerde doelgroep bestaat voor het beleid. De gemeente wil mensen in staat stellen zichzelf te helpen, elkaar te helpen en een vangnet te bieden als dat onvoldoende is. Er zijn wel duidelijke grenzen als het gaat om minimaregelingen: regelingen zijn bijvoorbeeld bedoeld voor inwoners tot een inkomen van 130% van het wettelijk sociaal minimum.
In de praktijk zien we dat de consulenten inwoners die geen recht hebben op minimaregelingen wel uitnodigen voor een gesprek om na te gaan of er andere vormen van hulp en ondersteuning beschikbaar zijn (bijvoorbeeld algemene voorzieningen waarvoor geen indicatie nodig is) waar de gemeente naar kan verwijzen. Ook geven de consulenten aan dat ze beleidsvrijheid hebben om inwoners te helpen die
14
Allesisgezondheid.nl, de zes dimensies van positieve gezondheid, geraadpleegd op 12 april 2024.
15
niet binnen de voorwaarden van minimaregelingen vallen, maar wel hulp nodig hebben. De brede definitie zorgt dus dat er enige vrijheid bestaat voor uitvoerende ambtenaren om hulp te bieden ‘waar nodig’. 3.2
Beleid 2. Wat is het beleid van de gemeente om armoede te voorkomen en verminderen?
Het IBK geeft aan dat de GGD GHOR een ‘radermodel’ heeft ontwikkeld ten aanzien van positieve gezondheid. Elk rad is een beleidsknop waar de gemeente aan kan draaien, waarbij de raderen elkaar beïnvloeden. De 7 beleidsknoppen zijn: 1. Veerkracht 2. Leefstijl 3. Mentale gezondheid 4. Sociale leefomgeving 5. Fysieke leefomgeving 6. Sociaal Economische Status 7. Lichamelijke gezondheid In het IBK heeft de gemeente voor elk van deze beleidsknoppen speerpunten benoemd (waar zet de gemeente op in?). Daarnaast zijn er doelen en subdoelen benoemd per beleidsknop. De gemeente geeft aan dat de beleidsknop “Sociaal Economische Status” inhoudelijk de meeste aansluiting heeft bij armoedebeleid. Het IBK geeft de volgende speerpunten aan waarop de gemeente wil inzetten bij de Sociaal Economische Status: “Voorop staat dat inwoners van de Krimpenerwaard mee kunnen doen naar vermogen, veerkrachtig zijn en (financieel) zelfredzaam zijn. Wanneer betaald werk (nog) niet mogelijk is zetten we in op begeleiding naar vrijwilligerswerk. Inwoners die (tijdelijk) niet (financieel) zelfredzaam zijn, worden ondersteund. De negatieve effecten die gepaard gaan met armoede en schulden worden zoveel mogelijk beperkt. Meedoen naar vermogen betekent ook nieuwkomers begeleiden en vanuit een integrale bril laten integreren en activeren.
Voor meer samenhang tussen zorg en inkomen leggen een consulent inkomen en een consulent Wmo gezamenlijk huisbezoeken af.” Daarnaast
wordt
er
aandacht
besteed
aan
armoede
bij
de
“Uitgangspunten
Schulddienstverlening” in het IBK, waarbij aangegeven wordt dat er een speciale focus is op kinderen die opgroeien in armoede.
16
Menselijke maat als uitgangspunt De gemeente geeft in de interviews aan te werken met de menselijke maat en dus niet een ‘beschikkingenfabriek’ te zijn. De gemeente wil niet kijken naar belemmeringen, maar eerst kijken naar wat mensen willen en waar ze energie van krijgen. Hoe kan werk zo ingericht worden dat een cliënt met een beperking toch weer aan het werk kan? De gemeente heeft dergelijke gesprekken zowel met uitkeringsgerechtigden als nietuitkeringsgerechtigden. Maatwerk De gemeente streeft naar maatwerk. Consulenten hebben hierbij handelingsvrijheid. Er is controle door andere collega’s om consistente beslissingen te waarborgen (gelijke behandeling van gelijke gevallen). Consulenten worden breed opgeleid en proberen zich dienstverlenend op te stellen tijdens intakegesprekken. Ze wijzen mensen actief op hun rechten en bieden ondersteuning bij alle vragen, zo werd gesteld in de gesprekken. Beleidsinitiatieven en projecten Naast de algemene beleidskaders en de focus op positieve gezondheid heeft de gemeente Krimpenerwaard een aantal projecten en beleidsinitiatieven om armoede te voorkomen en te verminderen. De Maatschappelijke Agenda Krimpenerwaard 2021-2025 beschrijft diverse initiatieven en projecten die zijn gericht op het verbeteren van de sociaaleconomische status van de inwoners: •
Het Leerwerkbedrijf Krimpenerwaard heeft als doel goede aansluiting tussen overheid, onderwijs en arbeidsmarkt (het Leerwerkbedrijf Krimpenerwaard heet inmiddels
KrimpenerwaardWerkt).
De
deelnemers
zijn:
Lokaal/regionaal
onderwijs, lokale ondernemers en regio Midden-Holland. •
Een belangrijk project is het Project Vroegsignalering, dat in 2021 is gestart. Vroegsignalering is sinds 2021 verplicht in Nederland vanuit de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening. Schuldhulpverlening richt zich op het vroegtijdig in beeld krijgen van mensen met (dreigende) problematische schulden. Door nauwe samenwerking met woningcorporaties, zorgverzekeraars en energiebedrijven worden signalen van betalingsachterstanden snel opgepakt, waarna passende hulp en begeleiding wordt aangeboden.
•
Het Regionaal Werkgeversservicepunt Midden-Holland is bedoeld om werkgevers te stimuleren om op een mensgerichte, slimme en financieel aantrekkelijke manier te ondernemen en daarnaast vraag en aanbod van werk samen te brengen. De gemeenten Midden-Holland werken hierin samen, tezamen met het UWV en Promen.
17
•
Het Regionaal actieplan jeugdwerkloosheid heeft als doel: Samenwerken om jeugdwerkloosheid regionaal aan te pakken. De deelnemers zijn: gemeenten in Midden-Holland, het werkgeversservicepunt, het UWV en regionaal onderwijs.
•
Het Taalpact Krimpenerwaard heeft als doel om laaggeletterden te vinden en hen te motiveren om basisvaardigheden verder te ontwikkelen en gebruiken in het dagelijks leven. De deelnemers zijn: de Bibliotheek Krimpenerwaard (Taalhuis) en de Stichting Lezen en Schrijven.