CConstaterende datKrimpenerwaard
Koppel je AI →
Document · PDF

RIB26-057 Nieuwe oevergrondwaterwinning Oasen

Raadsvergadering 2 juni 2026, gemeente KrimpenerwaardBij agendapunt: Informatie van het college5.112 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

RAADSINFORMATIEBRIEF VAN HET COLLEGE VAN B&W VOOR

de gemeenteraad

CC DATUM ONDERWERP

12 mei 2026 Nieuwe oevergrondwaterwinning Oasen

Beste meneer, mevrouw, Drinkwaterbedrijf Oasen onderzoekt de mogelijkheden voor een nieuwe locatie voor het winnen van drinkwater. In 2014 heeft de provincie Zuid-Holland al gebieden aan weerzijden van de Lek aangewezen als grondwaterreserves voor de drinkwatervoorziening. Deze aanwijzing is vastgelegd in de Provinciale Verordening. Oasen heeft deze aanwijzing in 2021 concreet gemaakt door te starten met het zoeken naar een nieuwe winlocatie voor drinkwater. Aanvankelijk had Oasen alleen locaties in de Krimpenerwaard op het oog. Uiteindelijk is er, na de nodige overleggen, voor gekozen om de zoeklocaties te verdelen over de Alblasserwaard en de Krimpenerwaard. Door middel van de raadsinformatiebrief van 24 september 2024 bent u geïnformeerd over deze opgave en het proces om tot een voorkeurslocatie te komen. Tijdens de commissie R&F op 16 september 2025 heeft Oasen een presentatie gegeven over de resultaten van de onderzoeken die zijn uitgevoerd voor de MER (milieueffectrapportage) fase 1. Op 16 december 2025 hebben wij u een raadsinformatiebrief gestuurd met daarbij de bestuurlijke duiding van Krimpenerwaard. Deze bestuurlijke duiding gaf invulling aan de afspraak uit het bestuurlijk overleg dat alle betrokkenen, zowel uit het bestuurlijk overleg als uit de klankbordgroep, een advies zouden opstellen om Oasen richting te geven in de locatiekeuze.

Besluit voorkeurslocatie door Oasen In de MER fase 1 zijn verschillende alternatieven onderzocht, de Commissie voor de milieueffectrapportage heeft tussentijds advies uitgebracht en er is, mede op advies van deze commissie, aanvullend onderzoek uitgevoerd op onderscheidende onderwerpen. In het bestuurlijk overleg van 4 december 2025 zijn de uitkomsten uit de MER fase 1, de bestuurlijke duidingen en de aanvullende onderzoeken besproken. Daarbij is vastgesteld dat vier locatiealternatieven afvielen en dat alleen Waal en een combinatie van Waal en Den Hoek overbleven als mogelijk voorkeursalternatief. Uit de bestuurlijke duidingen kwam geen gezamenlijke voorkeursvariant hoewel voor meerdere partijen locatie Waal als minst bezwaarlijk alternatief naar voren kwam. Tevens kwamen in de bestuurlijke duidingen terugkerende zorgen naar voren over locatie Den Hoek, vooral vanwege kwel, natuur en de Kaderrichtlijn Water (KRW). Hoewel in de MER fase 1 een gespreide variant is onderzocht met Den Hoek en Streefkerk, is uiteindelijk de keuze gemaakt om een nieuwe gespreide variant met Den Hoek en Waal mee te nemen voor het nadere onderzoek op de punten zoals geadviseerd door de Commissie MER. Als initiatiefnemer is Oasen autonoom verantwoordelijk voor de uiteindelijke afweging en voor het vaststellen van het voorkeursalternatief.

De keuze voor het voorkeursalternatief is daarom een besluit van Oasen. Oasen heeft gekozen voor de combinatie Den Hoek en Waal, die samen moeten voorzien in een totale wincapaciteit van 8 miljoen m³ per jaar. Omdat wij ons grote zorgen maken over de keuze voor Den Hoek hebben wij aanvullend op de eerder aan Oasen gestuurde bestuurlijke duiding in het bestuurlijk overleg van 15 april 2026 de risico’s voor het kiezen voor locatie Den Hoek extra onder de aandacht gebracht. Daarbij zijn de, op advies van de Commissie MER, aanvullende onderzoeken betrokken en de recente ontwikkelingen rondom de individuele belangen bij locatie Waal, alsmede de aangenomen motie van de Statencommissie Landelijk Gebied. Verder is ook aandacht

gevraagd voor een zorgvuldig proces waarbij de keuze op een evenwichtige manier tot stand komt. Deze punten zijn ook in een uitgebreide notitie met de betrokken bestuurders gedeeld. Dit heeft echter niet geleid tot een andere keuze door Oasen. Communicatie Op 15 april 2026 heeft Oasen het besluit gedeeld tijdens het bestuurlijk overleg en vervolgens op 16 april 2026 het besluit breder bekend gemaakt. De direct belanghebbenden zijn persoonlijk geïnformeerd, de klankbordgroep is per mail op de hoogte gesteld, er is een persbericht gedeeld en de directeur van Oasen heeft een interview gegeven aan Het Kontakt. In aanvulling op deze berichtgeving hebben wij bijgevoegde reactie gedeeld met Het Kontakt om onze zorgen kenbaar te maken. Vervolg Met de keuze voor een voorkeursalternatief is het locatiekeuzeonderzoek afgerond, maar het MER-proces nog niet. Het MER-proces wordt voortgezet in de MER fase 2, waarin het gekozen voorkeursalternatief verder wordt uitgewerkt. Daarbij worden aanvullende (veld)onderzoeken uitgevoerd en gedetailleerdere effectberekeningen gemaakt voor de gekozen locaties. Ook worden de aandachtspunten uit het tussentijdse advies van de Commissie MER verder onderzocht. Het doel van fase 2 is om het voorkeursalternatief op detailniveau verder uit te werken, waar mogelijke te optimaliseren en te voorzien van de onderbouwing die nodig is voor de vergunningsaanvragen.

Aan het einde van fase 2 worden de MER fase 1 en fase 2 samen met de vergunningsaanvragen ingediend bij de provincie Zuid-Holland, waarna formele terinzagelegging en advisering door de Commissie MER volgen. Ook in fase 2 is het omgevingsproces van groot belang. Naast de uitvoering van de benodigde onderzoeken moet met betrokkenen worden gesproken over verwachtingen, aandachtspunten en risico’s. Wij zullen dit proces nauwgezet volgen en waar nodig de belangen van Krimpenerwaard en onze inwoners onder de aandacht brengen.

Bijlagen: - Bestuurlijke duiding - Aanvullende notitie op bestuurlijke duiding - Motie M-1975 Statencommissie Landelijk Gebied - Reactie op besluit aan Het Kontakt

Met vriendelijke groet, burgemeester en wethouders van Krimpenerwaard, de secretaris,

de burgemeester,

J. Hennip

H. Beenakker

pag. 2/2

Oasen drinkwater T.a.v. de heer Per mail

LOCATIE: Stolwijk

DOCUMENTNUMMER: 1746524

BEHANDELD DOOR:

UW BRIEF:

ZAAKNUMMER: 1742361

TELEFOON:

UW KENMERK:

BIJLAGE(N): 2

E-MAIL: info@krimpenerwaard.nl VERZENDDATUM: 19 november 2025

ONDERWERP: Nieuwe drinkwaterwinning - oevergrondwaterwinning Oasen

Beste heer

,

Aanleiding Oasen verwacht vanaf 2030 een tekort aan drinkwater. Daarom wordt onderzocht of het mogelijk is om een nieuwe drinkwaterwinning te realiseren. Oasen onderzoekt dit op zes mogelijke locaties, in de Alblasserwaard en de Krimpenerwaard. Door middel van een milieueffectrapport (MER) is onderzocht wat de effecten van een waterwinning op deze locaties zijn. In 2022 is een eerste conceptversie van het MER fase 1 opgeleverd. Dit rapport heeft ertoe geleid dat de waterschappen en gemeenten hun zorgen over de gevolgen van een nieuwe waterwinning en het tot dat moment doorlopen proces hebben geuit in het bestuurlijk overleg. Na diverse overleggen met de betrokken bestuurders is uiteindelijk een plan van aanpak gemaakt voor aanvullende en verdiepende onderzoeken. Het resultaat daarvan is verwerkt in de tweede conceptversie van het MER fase 1. In het bestuurlijk overleg is afgesproken dat alle betrokkenen, zowel uit het bestuurlijk overleg als uit de klankbordgroep, een bestuurlijk duiding opstellen om Oasen richting te geven in de locatiekeuze. Oasen heeft daarvoor een aantal inhoudelijke vragen geformuleerd die zij in elk geval beantwoord wil zien om een goede vergelijking tussen de reacties te kunnen maken. Door middel van deze brief geeft de gemeente Krimpenerwaard invulling aan deze afspraak.

Inleiding Midden in het Groene Hart, tussen de grote steden en rivieren in de Randstad, ligt de gemeente Krimpenerwaard. Bekend om haar unieke slagenlandschap met een grote landschappelijke waarde. Een open landschap met een rijke cultuurhistorie en veel ruimte dat door inwoners, boeren en ondernemers is gecreëerd en wordt beheerd. Een karakteristiek en waardevol gebied dat zich kenmerkt door een hoge mate van oorspronkelijkheid en dat niet verstoord is door ruilverkavelingen. De mensen voelen zich verbonden met het gebied en kijken naar elkaar om. Dat maakt het hier fijn wonen, werken en recreëren. We zijn daardoor een vitale gemeente, waar we zuinig op zijn en waar we ook voor de toekomst aan verder willen bouwen.

Vraag 1: wat is uw belang, verantwoordelijkheid en bevoegdheid in/bij dit project? gemeente Krimpenerwaard Postbus 51 2820 AB Stolwijk www.krimpenerwaard.nl

Belang en verantwoordelijkheid De gemeente erkent de noodzaak van voldoende drinkwatervoorzieningen in de regio en wij voelen de gezamenlijke verantwoordelijkheid om te zorgen dat deze voor onze inwoners beschikbaar blijven.Tegelijkertijd roepen wij op om meer in te zetten op alternatieve vormen van drinkwaterwinning en besparing en zorgvuldig af te wegen of een extra oevergrondwaterwinning past in relatie tot de hieronder beschreven opgaven op het gebied van landbouw, energietransitie en woningbouw in het zoekgebied. Als gemeente dragen wij zorg voor een leefbare, duurzame en toekomstbestendige omgeving voor onze inwoners. Tegelijk staan we voor grote maatschappelijke opgaven: klimaatadaptieve woningbouw, de energietransitie en behoud van vitale landbouw. Deze opgaven vereisen een robuuste ruimtelijke en hydrologische basis. Een nieuwe oevergrondwaterwinning kan deze basis aantasten. Daarom neemt de gemeente Krimpenerwaard een zorgvuldig, maar kritisch standpunt in. Gevolgen voor landbouw en landschap De bodem in de Krimpenerwaard bestaat voor een groot deel uit veen. Door inklinking en veenoxidatie daalt deze bodem, ontstaat broeikasgasemissie, schade aan bestaande gebouwen en infrastructuur en een veranderend landschap wat een groot probleem oplevert voor agrariërs. Verder heeft bodemdaling een negatief effect op de waterveiligheid en het watersysteem.

Daarom is het remmen van de bodemdaling een belangrijke opgave. Een nieuwe oevergrondwaterwinning is hiermee in strijd. Oevergrondwaterwinning kan leiden tot verlaging van de grondwaterstand met als gevolg: -

Versnelde bodemdaling Aantasting van de draagkracht van landbouwgronden Verminderde bedrijfscontinuïteit van agrariërs Verlies van karakteristiek veenweide landschap

Als gemeente hechten wij groot belang aan een toekomstbestendige landbouwsector en zetten wij ons in om zoveel mogelijk gronden te behouden voor de landbouw. Met de realisatie van 2250 ha. nieuwe natuur als onderdeel van het Natuurnetwerk Nederland (NNN) zijn de grenzen voor het maatschappelijk draagvlak voor het verlies aan landbouwgronden bereikt en laat de huidige druk op de boerenbedrijven geen ruimte voor extra risico’s. Impact op energietransitie De gemeente Krimpenerwaard zet in op verduurzaming van haar energievoorziening. Dit vraagt investeringen en ruimte, zowel boven als onder de grond. Grondwateronttrekking kan leiden tot instabiliteit van de ondergrond en bodemdaling en de grondwaterbeschermingsgebieden brengen beperkingen met zich mee, zoals het verbod op bodemenergiesystemen. Daarmee kan de voortgang van de energietransitie worden vertraagd of kostbaarder worden. Daarnaast komen er ook de nodige opgaven op ons af waar wij als Krimpenerwaard weinig invloed op hebben maar die wel belangrijk zijn voor de energietransitie. Voorbeelden hiervan zijn de nieuwe hoogspanningsverbinding en de opwaardering van de bestaande verbindingen van Tennet en de realisatie van een waterstofleiding door de Krimpenerwaard. Tegelijkertijd vragen deze opgaven ook ruimte en brengen de nodige beperkingen met zich mee, zowel tijdens de uitvoering als in de gebruiksfase.

Daar waar dergelijke projecten worden gerealiseerd wordt de ruimte voor andere ontwikkelingen beperkt, bijvoorbeeld door veiligheidszone’s waar niet gebouwd mag worden. Ook de realisatie van een nieuwe drinkwaterwinning kent

pag. 2/5

zulke beperkingen. Al deze ontwikkelingen bij elkaar opgeteld leggen een claim op de schaarse ruimte en kunnen leiden tot vermindering van het maatschappelijk draagvlak. Bevoegdheid Gemeente Krimpenerwaard heeft in dit stadium van het proces geen formele bevoegdheid. Oasen onderzoekt en kiest een voorkeursalternatief in fase 1 van het MER en werkt dit verder uit in fase 2 van het MER. Daarna kan de gemeente Krimpenerwaard bevoegd gezag zijn voor de benodigde ruimtelijke procedure. Echter, als er sprake is van een provinciaal belang dan is de provincie het bevoegd gezag. Uit de wetgeving volgt niet wat er precies onder provinciaal belang wordt verstaan. Uit de rechtspraak volgt dat bepalend is of het belang zich leent voor behartiging op provinciaal niveau vanwege de daaraan klevende bovengemeentelijke aspecten. Wie bevoegd gezag is zal onderwerp van gesprek moeten zijn in het bestuurlijk overleg. Vraag 2: wat is (samengevat) uw inhoudelijke reactie op het concept MER rapport fase 1 met bijlagen? Wat viel u op? Wat mist u? Allereerst willen wij een pluim geven aan alle onderzoekers, expertgroepen en overige betrokkenen voor het werk dat is verzet om te komen tot het tweede concept MER rapport fase 1.

Er is veel onderzocht, op tal van onderwerpen, en dat heeft er toe geleid dat het voorliggende concept MER rapport fase 1, mede door de aanvullende en verdiepende onderzoeken, voldoende compleet is om een advies te geven over een voorkeurslocatie. Uiteraard blijven er altijd vragen over en zijn er onderwerpen die wij graag verder uitgewerkt hadden gezien. Een voorbeeld daarvan is de keuze voor de plaats van het zuiveringsstation. Dit onderwerp is nog niet verder uitgewerkt in deze fase terwijl een dergelijk gebouw wel impact kan hebben, zowel ruimtelijk als op de vraag waar en hoe afvalwater geloosd wordt. Wij zijn ons er echter ook van bewust dat verdere detaillering plaatsvindt in fase 2 en dat in dat stadium allerlei technische details verder onderzocht en uitgewerkt zullen worden. Wat wij in fase 1 wel gemist hebben is een landbouweffectrapportage. Hoewel een dergelijke rapportage formeel geen onderdeel uitmaakt van het MER, hadden wij graag gezien dat het belang van de landbouw in de zoekgebieden uitgebreider onderzocht en afgewogen zou zijn. Vraag 3: in de deelrapporten bij het hoofdrapport worden verschillende effecten onderzocht. Er is bewust geen onderscheid gemaakt in de waarde van elk effect. Kunt u een top drie maken van de belangrijkste effecten voor u? Gemeente Krimpenerwaard vindt de volgende onderdelen het belangrijkst: -

Landbouw Infrastructuur en bebouwing en waterkering Natuur Bodemdaling

Vraag 4: welke alternatieven/welk alternatief ziet u als het meest kansrijk? Wat zijn de belangrijkste redenen daarvoor? In het hoofdrapport van de MER fase 1 zijn, ter ondersteuning van het keuzeproces, alle effecten op de locatiealternatieven eerst op gelijkwaardige wijze, zonder weging, gescoord (zie tabel 1 in de bijlage). Op basis daarvan scoort locatie Streefkerk Oost het hoogst, gevolgd door locatie Waal en weerszijden Lek. De locaties Streefkerk West, Den Hoek en Bergambacht West scoren aanzienlijk lager.

pag. 3/5

Vervolgens is specifieker gekeken naar de scoring op milieuthema’s die enig onderscheid laten zien. Ook hier is het beeld dat de locatie Streefkerk Oost het hoogst scoort, gevolgd door Waal en weerszijden Lek. Daaruit kunnen we concluderen dat deze locaties het minst slecht scoren op de onderzochte milieuthema's. Met de eerder in het document genoemde uitgangspunten uit het concept MER heeft de gemeente Krimpenerwaard een voorselectie van de onderzoekslocaties gemaakt die naar voren zouden komen als (waar mogelijk) de zeer negatieve effecten worden voorkomen. Daarna hebben wij gekeken welke locaties overblijven en wat voor Krimpenerwaard de selectiecriteria zijn om een voorkeursalternatief mee te bepalen. Hierbij hebben wij de Omgevingsdienst Midden-Holland gevraagd inhoudelijk te adviseren op de concept MER fase 1. Dit deskundigenadvies hebben wij betrokken in onze conclusies. Een weerspiegeling van dit advies is in tabel 2 in de bijlage weergegeven. Voor de voorselectie hebben wij de volgende criteria gebruikt: -

geen sterk negatieve effecten op Natura 2000, NNN en KRW-gebieden – geen enkele locatie valt af; geen sterk negatieve effecten op weidevogels en beschermde soorten – geen enkele locatie valt af; geen sterk negatieve effecten op primaire waterkeringen – locatie Bergambacht west valt af; geen sterk negatieve effecten op secundaire waterkeringen – locatie Streefkerk west en locatie Streefkerk oost vallen af.

Aanvullend zien wij voor locatie Bergambacht west dat voor de kern Bergambacht extra bodemdaling te verwachten is. Dit in combinatie met de al bestaande effecten van de winningen Rodenhuis en Dijklaan. Dit zal leiden tot hoge kosten en risico’s voor zowel bewoners als gemeente. Denk aan wegen, riolering, tuinen en mogelijke schade aan gebouwen. Hoewel is aangegeven dat lokale wegen zijn meegenomen in het concept MER zien wij dat niet terug in de scoringstabel. Wij zijn van mening dat deze effecten een extra reden geven om deze locatie te laten afvallen. Na bovenstaande selectie blijven locaties Den Hoek, Waal en weerszijden Lek over. Deze locaties scoren vergelijkbaar. Welke locatie het beste scoort is afhankelijk van welk onderdeel prioriteit krijgt. De volgende overwegingen zijn per locatie te maken: -

-

locatie Den Hoek: opvallend detail is dat locaties Waal en weerszijden Lek negatief scoren op een nieuw toegevoegd onderdeel: “grondwateraanvoer en grondwaterafvoer, GLG-situatie”, terwijl locatie Den Hoek daar beter scoort (dit is opvallend omdat locaties Den Hoek en weerszijden Lek deels overlappen). Verder scoren locaties Waal en weerszijden Lek negatief op Natura 2000, terwijl voor locatie Den Hoek geen effect wordt verwacht. Locatie Den Hoek scoort echter juist zeer negatief op het onderdeel “doelrealisatie landbouw”. Eerder scoorde locatie Den Hoek ook zeer negatief op het onderdeel NNN, het was ons niet duidelijk waarom dit is aangepast. Vragen daarover zijn beantwoord in het integraal projectteam overleg, daarbij is aangegeven dat in het MER wordt uitgegaan van referentiesituatie + autonome ontwikkelingen. De aanleg en daarmee ook de toekomstige ontwikkeling van NNN is echter niet nieuw en daarom van belang om rekening mee te houden, niet alleen met de huidige situatie maar vooral met de ontwikkeling naar de beoogde natuurwaarden. Een belangrijk aspect daarbij is dat veel is geïnvesteerd in de ontwikkeling van deze waarden. Wij vinden dan ook dat in het MER onvoldoende tot uitdrukking komt dat een nieuwe drinkwaterwinning een negatieve invloed heeft op het mogelijk maken van de beoogde natuurwaarden.

In onze afweging scoort locatie Den Hoek dan ook nog steeds zeer negatief op het onderdeel NNN (en daarmee locatie weerszijden Lek ook vanwege de gedeeltelijke overlap met locatie Den Hoek). Locatie Waal: op het onderdeel “doelrealisatie landbouw” scoort locatie Waal zeer positief, in tegenstelling tot locaties Den Hoek en weerszijden Lek. Op de onderdelen “energiegebruik” en “landbouwareaal binnen grondwaterbeschermingszone” scoort deze locatie daarentegen zeer negatief

pag. 4/5

-

(wat overigens niet altijd negatieve effecten voor doelrealisatie teweeg brengt), in tegenstelling tot locaties Den Hoek en weerszijden Lek. Tenslotte scoort locatie Waal positief op het onderdeel “zoutgehalte in het opgepompte water”, waar alle andere locaties worden beoordeeld als neutraal. Locatie weerszijden Lek: voor locatie weerszijden Lek zijn, behoudens de hiervoor gemaakte opmerkingen over de scoring op het onderdeel NNN, geen onderdelen die direct in het oog springen. De locatie scoort positief op het onderdeel “doelrealisatie landbouw”, wat een betere score is dan locatie Den Hoek maar een slechtere score dan locatie Waal.

Welke locatie van de bovenstaande drie het beste scoort is afhankelijk van welk onderdeel het zwaarst weegt. Met het oog op de onderdelen die de gemeente Krimpenerwaard het belangrijkste vindt, zijn de onderdelen “doelrealisatie landbouw” en “NNN” doorslaggevend en heeft locatie Waal de voorkeur. Locatie Waal zorgt ook voor de minste veenoxidatie en scoort op locatie weerszijden Lek na het beste op het onderdeel “bodemdaling”. Vraag 5: zijn er nog aspecten waar Oasen extra rekening mee moet houden bij het uitwerken van de voorkeursvariant vanuit uw optiek? Wij gaan ervan uit dat de zorgvuldige manier van onderzoeken, die we richting de tweede concept MER fase 1 hebben gezien, wordt doorgezet in fase 2 en dat belanghebbenden in de verdere uitwerking tijdig worden betrokken. Bij de gedetailleerde uitwerking van de voorkeurslocatie vragen wij aandacht voor de plaatsing van de winputten (parallel of haaks op de waterkering) met daarbij het verzoek de invloed van de winning op de omgeving zwaarder te laten wegen dan het verkrijgen van de eigendom van de locatie. Ook vragen wij aandacht voor de locatie van het zuiveringsstation en verzoeken wij u daar de diverse belanghebbenden nauw bij te betrekken. Zowel op ruimtelijk als op technisch vlak.

Vraag 6: welk alternatief levert voor u de grootste bezwaren op? Kunt u onderbouwen waarom dat is? Bij de beantwoording van vraag 4 hebben wij beargumenteerd dat locatie Den Hoek en locatie Bergambacht west (en daarmee locatie weerszijden Lek vanwege de gedeeltelijke overlap met locatie Den Hoek), grote bezwaren opleveren. Locatie Den Hoek vanwege de effecten op ‘doelrealisatie landbouw’ en ‘NNN’. Locatie Bergambacht west vanwege de effecten op de primaire waterkering en de gevolgen die versnelde bodemdaling met zich meebrengt in de bebouwde omgeving en die leiden tot risico op schade en hoge kosten voor zowel inwoners als gemeente. Wij concluderen daaruit dat een locatie in de Krimpenerwaard geen goede keuze is. Afsluiting Door middel van deze brief hebben wij invulling gegeven aan de afspraak uit het bestuurlijk overleg om Oasen onze bestuurlijk duiding te geven in het proces om te komen tot een voorkeurslocatie voor een nieuwe drinkwaterwinning. Wij zien uit naar een constructieve bespreking van alle reacties in het volgende bestuurlijk overleg. Met vriendelijke groet, burgemeester en wethouders van Krimpenerwaard, de secretaris,

de burgemeester,

J. Hennip

ir. J. Beenakker

Deze brief is elektronisch aangemaakt en daarom niet ondertekend

pag. 5/5

Op 21 november 2025 hebben wij invulling gegeven aan de afspraak om een bestuurlijke duiding aan Oasen te sturen om daarmee richting te geven aan het kiezen van een locatie voor een nieuwe drinkwaterwinning. Daaropvolgend zijn aanvullende onderzoeken uitgevoerd naar aanleiding van het advies van de Commissie MER. Wij onderschrijven de conclusies uit deze onderzoeken en zien dat deze onze bestuurlijke duiding ondersteunen en versterken, met name op het gebied van de vergunbaarheid voor locatie Den Hoek en de mogelijkheden om effecten te mitigeren bij locatie Waal door middel van diepe winning. Gezien de recente ontwikkelingen omtrent de individuele belangen bij locatie Waal willen wij aanvullend op onze bestuurlijke duiding en als ondersteunend advies een aantal punten onder de aandacht brengen. Daarbij merken wij op dat wij nog steeds achter onze bestuurlijke duiding staan, alsmede achter de resultaten van de MER fase 1 aangevuld en versterkt met de aanvullende onderzoeken. Proces Wij vinden het belangrijk om vast te houden aan het proces van de MER en de afspraken die in het bestuurlijk overleg zijn gemaakt. Dat betekent dat de keuze voor een locatie objectief en met als uitgangspunt de resultaten uit de MER fase 1, aangevuld met de aanvullende onderzoeken, genomen moet worden.

Die objectiviteit zal ook moeten blijken uit het trechterdocument, waarin door Oasen duidelijk omschreven moet zijn welke afwegingen gemaakt zijn om tot de locatiekeuze te komen. Dit document is ook voor de volgende fase belangrijk en moet behalve alle belanghebbenden ook de Commissie MER inzicht geven in het gevolgde proces. Wij zijn ons ervan bewust dat bij elke locatie individuele belangen spelen. Echter, het in kaart brengen van deze belangen en het waar mogelijk mitigeren van effecten en zo nodig compenseren van schade vindt voor het merendeel zijn plek in fase 2 van de MER. In fase 1 van de MER is veel onderzocht, op tal van onderwerpen, en dat heeft ertoe geleid dat, mede door de aanvullende en verdiepende onderzoeken, er nu een MER fase 1 ligt op basis waarvan de keuze gemaakt kan worden. Het is dan ook zaak de MER zijn werk te laten doen en door middel van het trechterdocument een objectieve en uitlegbare keuze te maken. Daarbij opgemerkt dat draagvlak belangrijk is, maar dat het doel van de MER is te komen tot transparante en juridisch houdbare besluitvorming. Toevoegen extra variant Na het bestuurlijk overleg van 4 december 2025 zijn twee varianten overgebleven, locatie Waal en een 2x4 alternatief met locatie Waal en Den Hoek. Deze laatste variant is in de MER fase 1 niet volledig onderzocht.

Zoals ambtelijk al eerder opgemerkt zien wij een risico in het toevoegen van een variant aan het einde van de MER fase 1. Daarbij opgemerkt dat geen aanvullend toetsingsadvies hierover is gevraagd aan de Commissie MER. Hoewel dit niet verplicht is, is het in dit geval wel verstandig omdat de variant niet op een zelfde vergelijkbaar niveau is onderzocht en er mogelijk grote verschillen zijn in

de effecten. Extra onafhankelijkheid is dan gewenst voordat een besluit wordt genomen. Mocht Oasen overwegen te kiezen voor de toegevoegde 2x4 variant dan adviseren wij met klem om alsnog een toetsingsadvies te vragen aan de Commissie MER voorafgaand aan de definitieve locatiekeuze. Risico’s vergunbaarheid Naar aanleiding van het advies van de Commissie MER zijn aanvullende onderzoeken uitgevoerd op het gebied van natuur aangevuld met aandachtspunten van de Commissie MER die relevant zijn voor de besluitvorming, waaronder geohydrologische effecten in de uiterwaarden en een gevoeligheidsanalyse van de maaivelddaling. De resultaten uit het onderzoek tonen aan dat de effecten van alle nader onderzochte onderwerpen bij locatie Den Hoek meer verslechtering opleveren dan bij locatie Waal. Locatie Den Hoek wordt dan ook gezien als zeer risicovol voor het verkrijgen van een vergunning. Nu de realisatie van een nieuwe drinkwaterwinning noodzakelijk is voor de leveringszekerheid in het verzorgingsgebied van Oasen en een tekort aan drinkwater al binnen een aantal jaren optreedt vinden wij het niet verstandig te kiezen voor een dusdanig onzekere variant. Wij adviseren dan ook rekening te houden met het maatschappelijk belang, geen onnodige risico’s te nemen en een afgewogen en juridisch haalbare keuze te maken voor locatie Waal.

Daarbij opgemerkt dat in het aanvullende onderzoek de mogelijkheid van diep winning nog niet is meegenomen. Diep winning kan bij locatie Waal de effecten verminderen, terwijl diep winning bij Den Hoek niet mogelijk is vanwege verzilting. Motie Statencommissie Landelijk Gebied Op 25 maart 2026 is door de Statencommissie Landelijk Gebied motie M-1975 aangenomen waarin onder andere wordt opgeroepen Oasen te vragen om in de MER fase 2 te kijken naar de mogelijkheid van diep winning, te kijken naar het cumulatief effect op de omgeving van de huidige en mogelijke nieuwe winning bij Waal en Oasen te adviseren verder te gaan met de variant 2x4 Waal en Den Hoek met als voorwaarde dat optimalisatie van de positie van de winning bij Den Hoek leidt tot beperking van nadeel voor de natuur. Wij zijn van mening dat deze motie slechts deels uitvoerbaar is. De oproep om diep winning bij locatie Waal te onderzoeken en op die manier de effecten te verminderen biedt kansen en wij ondersteunen deze oproep dan ook. Voor wat betreft het cumulatief effect op de omgeving van 2 winningen dicht bij elkaar hebben wij eerder de vraag gesteld of dit in de onderzoeken van de MER fase 1 is meegenomen. Het antwoord daarop was bevestigend wat betekent dat verder onderzoek geen ander resultaat in de uitkomsten van de MER zal laten zien.

Het schuiven van de locatie bij Den Hoek om de natuur zoveel mogelijk te ontzien is ons inziens niet uitvoerbaar. In een eerder stadium is al zorgvuldig naar de locatie gekeken en is gebleken dat de mogelijkheden om te schuiven zeer beperkt zijn, omdat ook rekening gehouden moet worden met de ligging ten opzichte van de waterkering en de Provincialeweg.

Gebiedsproces Zuid-Hollands Programma Landelijk Gebied Krimpenerwaard Naast de hiervoor genoemde procesmatige en inhoudelijke punten over de MER vragen wij ook aandacht voor het gebiedsproces Zuid-Hollands Programma Landelijk Gebied (ZH-PLG) in Krimpenerwaard. In dit proces is in december 2025 een Ontwerp Gebiedsplan opgeleverd, met onder andere een aantal werkpakketten waarmee het gebied wil werken aan de opgaven voor natuur, klimaat, water en toekomstbestendige landbouw. Dit plan is het resultaat van lang en intensief samenwerken. Boeren, natuurorganisaties, gemeente, waterschap en provincie hebben verantwoordelijkheid genomen en constructief meegedacht. Het plan is een belangrijke tussenstap richting een toekomstbestendige Krimpenerwaard. Het is het resultaat van een gebied dat verantwoordelijkheid neemt en nu aan de slag wil met de werkpakketten. Juist daarom is het belangrijk dat er nu geen nieuwe belemmeringen ontstaan. Dit ondermijnt de energie in het gebied en de bereidheid om verantwoordelijkheid te blijven nemen. Het vertrouwen in de overheid staat in de Krimpenerwaard al onder druk.

De inrichting van het NNN-gebied en de bijbehorende grondverwerving, de nog steeds onopgeloste situatie van PAS-melders, de vele opgaven die op boeren afkomen en de recente beleidsaanpassing van het HHSK rondom peilbesluiten, waardoor de gemiddelde drooglegging slechts 40 cm wordt, heeft diepe sporen getrokken. Als nu gekozen wordt voor een drinkwaterwinning in polder Den Hoek heeft dit grote gevolgen voor de boeren in deze polder. Boeren die al geraakt zijn door de natuurontwikkeling wat heeft geleid tot negatieve bedrijfseconomische effecten en grote emotie in de Krimpenerwaard. Los van deze individuele belangen (die zoals hierboven aangegeven voor het merendeel hun plek vinden in fase 2 van de MER) is er een groot risico dat met de keuze voor Den Hoek de agrariërs en de agrarische organisaties uit het lopende gebiedsproces ZH-PLG Krimpenerwaard zullen stappen. De maat voor de agrariërs is vol, de stapeling van alle opgaven in het gebied wordt als oneerlijk ervaren. Dit terwijl de agrariërs de sleutel in handen hebben om in de Krimpenerwaard te werken aan de opgaven voor het landelijk gebied in combinatie met het behoud van het unieke veenweidenlandschap. Een gebiedsproces zonder agrariërs is onmogelijk, zij beheren immers het grootste deel van de gronden.

De uitvoering van het Ontwerp Gebiedsplan Krimpenerwaard, dat inmiddels door de provincie redelijk positief is beoordeeld, komt dan onder druk te staan. Daarbij komt dat de ontwikkeling van natuur in Den Hoek ruim 6 miljoen euro heeft gekost, zoals ook eerder omschreven in het position paper van de provincie. De natuurontwikkeling is in Q2 2025 opgeleverd. Het ingrijpen in een dergelijke investering op een zo korte termijn na oplevering zal vragen opleveren over de noodzaak en waarde van de natuur op deze plaats en de kapitaalvernietiging die dan plaats vindt. In Krimpenerwaard is geen draagvlak om buiten de huidige NNN te compenseren voor

negatieve effecten op de natuurwaarden als gevolg van een eventuele drinkwaterwinning in Den Hoek. Met deze informatie over het gebiedsproces ZH-PLG in Krimpenerwaard en over de ontwikkeling van de NNN in Den Hoek lijkt de commissie Landelijk Gebied van de Provincie met het aannemen van de motie M-1975 geen of in ieder geval weinig rekening te hebben gehouden met de specifieke situatie in Krimpenerwaard en de waarde van de NNN in Den Hoek. Het is jammer dat de politiek zich op deze manier mengt in een procedure die zich op dit moment nog in een fase bevindt van het objectief vergelijken van alternatieven (zie het onderdeel ‘proces’ in deze notitie). Afsluiting Wij verzoeken Oasen dringend om de in deze notitie genoemde aanvullende punten, overwegingen en belangen van ons gebied mee te nemen in de besluitvorming over de voorkeurslocatie voor de nieuwe drinkwaterwinning.

Ondertekend door: Gezina Atzema - VVD Edwin Veldhuijzen - BBB Tea Both - CDA Nico de Jager - SGP Henk de Vree - PVV Toine Beukering - HvZH Ellen Verkoelen - JOU-ZH Robert Kaijser - Stem van Zuid-Holland

De gemeente Krimpenerwaard vindt schoon en voldoende drinkwater uiteraard belangrijk. We zien de noodzaak van nieuwe waterwinningen gezien het dreigend tekort aan schoon drinkwater. Daarom is een zorgvuldige keuze voor de locaties van nieuwe waterwinningen van belang. De gemeente Krimpenerwaard is 3 jaar lang betrokken bij een zorgvuldig verlopen proces om tot een evenwichtige keuze te komen. In de laatste fase van dit proces lijken niet langer het proces, maar andere aspecten leidend te zijn geweest. Wij maken ons grote zorgen over de keuze van Oasen om naast Waal ook voor Den Hoek te kiezen. We zien veel risico’s bij drinkwaterwinning in polder Den Hoek. We verwachten dat een waterwin-vergunning voor dit gebied niet haalbaar is, omdat drinkwaterwinning negatieve effecten heeft op het nieuwe natuurgebied Den Hoek (onderdeel van Natuurnetwerk Nederland). Ook het onderzoeksbureau acht het verkrijgen van een waterwin-vergunning voor Den Hoek als zeer risicovol. Daarbij komt dat de natuurontwikkeling pas in 2025 is opgeleverd en ruim 6 miljoen euro heeft gekost. Het ingrijpen in een dergelijke investering op zo’n korte termijn levert vragen op over de noodzaak en waarde van de natuur op deze plaats en de kapitaalvernietiging die dan plaats vindt. Bovenstaande zorgpunten hebben we woensdag in een uitgebreide notitie onder de aandacht gebracht aan de betrokken bestuurders.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Krimpenerwaard&id=2fcc88af-015b-46ba-bcff-1d0692752f2f