CConstaterende datKrimpenerwaard
Koppel je AI →
Document · PDF

RIB26-024 Vaststelling Omgevingsprogramma Grondstoffen 2026-2030

Raadsvergadering 12 maart 2026, gemeente KrimpenerwaardBij agendapunt: Informatie van het college30.568 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

RAADSINFORMATIEBRIEF

VAN HET COLLEGE VAN B&W VOOR CC DATUM ONDERWERP

de gemeenteraad , 27 januari 2026 Vaststelling omgevingsprogramma Grondstoffen

Geachte raadsleden, Op dinsdag 2 december 2025 heeft de gemeenteraad wensen en bedenkingen kenbaar gemaakt ten aanzien van het ontwerp-Omgevingsprogramma Grondstoffen. Deze wensen en bedenkingen zijn door het college inhoudelijk beoordeeld en beantwoord. De uitwerking hiervan is vastgelegd in het bijgevoegde document “Opgehaalde wensen en bedenkingen m.b.t. Omgevingsprogramma Grondstoffen”. Naast uw reactie op het ontwerpprogramma zijn er tijdens de inzagetermijn geen aanvullende zienswijzen opgehaald. Het vastgestelde programma en de reactie op uw wensen en bedenkingen vindt u in de bijlagen van deze brief. Per ingebracht punt is aangegeven of en zo ja welke wijziging is doorgevoerd. De ontvangen wensen en bedenkingen hebben betrekking op onder meer: • de ambitie en positionering van het omgevingsprogramma binnen de bredere circulaire doelstellingen; • de uitvoerbaarheid en fasering van maatregelen; • de relatie met bestaande beleidskaders en samenwerkingspartners; • monitoring, evaluatie en bijsturing. Alle ingebrachte punten zijn afzonderlijk beoordeeld en voorzien van een inhoudelijke beantwoording. De wijzigingen hebben niet geleid tot veranderingen in de vastgestelde ambities en ontwikkelopgaven. Het betreft samengevat de volgende aanpassingen: 1.

Duidelijkere aanbiedregels bij containers: In het omgevingsprogramma is vastgelegd dat op afvalcontainers stickers worden aangebracht met duidelijke informatie over welk afval wel en niet is toegestaan, om afvalscheiding te verbeteren en bijplaatsingen te verminderen. 2. Versterking en zichtbaarheid handhaving bij bijplaatsingen: De aanpak van bijplaatsingen is aangescherpt door handhaving explicieter te positioneren als essentieel onderdeel van het programma, in samenhang met preventieve maatregelen en met specifieke aandacht voor structurele overtreders en bekende hotspots. Bijlagen RIB: 1. Omgevingsprogramma Grondstoffen 2. Reactie op wensen en bedenkingen gemeenteraad

Met vriendelijke groet, burgemeester en wethouders van Krimpenerwaard, de secretaris,

de burgemeester,

J. Hennip

ir. J. Beenakker

gemeente Krimpenerwaard Postbus 51 2820 AB Stolwijk www.krimpenerwaard.nl

OMGEVINGSPROGRAMMA GRONDSTOFFEN Gemeente Krimpenerwaard 2026 - 2030

Inhoud Samenvatting ..............................................................................................................................................1 Hoofdstuk 1

Aanleiding .....................................................................................................................6

Hoofdstuk 2

Huidige situatie ............................................................................................................7

Paragraaf 2.1

Service ........................................................................................................................7

Paragraaf 2.2

Milieu ..........................................................................................................................9

Paragraaf 2.3

Kosten en opbrengsten ...........................................................................................13

Paragraaf 2.4

Regie .........................................................................................................................15

Hoofdstuk 3

Beleid en nieuwe ontwikkelingen............................................................................16

Paragraaf 3.1

Europees, landelijk, provinciaal en gemeentelijk beleid .....................................16

Paragraaf 3.2

PMD ..........................................................................................................................19

Paragraaf 3.3

Overige ontwikkelingen...........................................................................................21

Hoofdstuk 4

Ambitie ........................................................................................................................23

Paragraaf 4.1

Service ......................................................................................................................23

Paragraaf 4.2

Milieu ........................................................................................................................23

Paragraaf 4.3

Kosten ......................................................................................................................24

Hoofdstuk 5

Mening inwoners ........................................................................................................25

Paragraaf 5.1

Uitgevoerde bewonersonderzoeken ......................................................................25

Paragraaf 5.2

Samenvatting resultaten ........................................................................................25

Hoofdstuk 6

Maatregelenpakket....................................................................................................30

Paragraaf 6.1

Strategie ...................................................................................................................30

Paragraaf 6.2

Inzamelen restafval (servicedifferentiatie) ...........................................................33

Paragraaf 6.3

Preventie en hergebruik ..........................................................................................35

Paragraaf 6.4

Voorlichting en educatie .........................................................................................37

Paragraaf 6.5

Participatie inwoners ..............................................................................................39

Paragraaf 6.6

Herbruikbare stromen ............................................................................................40

Paragraaf 6.7

Milieustraat ..............................................................................................................42

Paragraaf 6.8

Toezicht en handhaving ..........................................................................................43

Paragraaf 6.9

Overig .......................................................................................................................46

Hoofdstuk 7

Evaluatie ......................................................................................................................47

Paragraaf 7.1

PDCA-cyclus ............................................................................................................47

Paragraaf 7.2

Tussentijdse evaluatie ............................................................................................47

Paragraaf 7.3

Eindevaluatie ...........................................................................................................48

Paragraaf 7.4

Organisatie ..............................................................................................................48

Hoofdstuk 8

Planning .......................................................................................................................49

Hoofdstuk 9

Personele en financiële gevolgen ...........................................................................51

Paragraaf 9.1

Financiële gevolgen ................................................................................................51

Paragraaf 9.2

Personele gevolgen .................................................................................................52

Bijlagen ......................................................................................................................................................54 Bijlage 1

Samenvatting enquêtes afval/grondstoffen en circulaire economie ..........................54

Bijlage 2

Verslag straatgesprekken................................................................................................64

Bijlage 3

Ervaringscijfers hoeveelheid restafval bij systemen voor restafval .............................67

Samenvatting In dit Omgevingsprogramma Grondstoffen werken we onze ambities uit de Omgevingsvisie verder uit: het zuinig omgaan met grondstoffen, zoveel mogelijk hergebruik en het realiseren van een circulaire samenleving in 2050. Om een samenleving zonder restafval in zicht te krijgen moeten nog veel stappen worden gezet. Voor de komende beleidsperiode willen we zoveel mogelijk afval uit huishoudens gescheiden inzamelen en het gescheiden materiaal zoveel mogelijk gebruiken als grondstof voor nieuwe producten. Onze aanpak zorgt voor regie op het afvalbeheer en bewaakt de balans tussen de voorzieningen, de wensen van inwoners, het milieurendement en de financiële middelen. Ontwikkelingen milieu Met ons huidige beleid houden inwoners jaarlijks tussen de 72% en 74% grondstoffen gescheiden van hun totale hoeveelheid afval en grondstoffen. Hiermee halen we ons doel nog niet (Collegeprogramma: minimaal 80% afvalscheiding in 2026). Ook ligt de hoeveelheid grof en fijn restafval met 124 kilogram per inwoner per jaar nog boven het doel (Collegeprogramma: 100 kilogram restafval in 2026). Er zijn mogelijkheden om meer grondstoffen te scheiden uit het afval. Uit analyses blijkt namelijk dat meer dan 30% van het restafval uit Krimpenerwaard uit ‘echt restafval’ bestaat en dat bijna 70% van het restafval grondstoffen zijn die door inwoners gescheiden hadden kunnen worden.

Vooral groente-, fruit- en tuinafval en etensresten (GFT+E) en verpakkingen van kunststof komen nog veel voor in het restafval. Ontwikkelingen afvalstoffenheffing Net als in veel andere gemeenten is de afvalstoffenheffing in Krimpenerwaard gestegen. Tussen 2017 en 2025 nam het basistarief toe met 58% en ook het tarief voor restafval liet in die periode een ruime verdubbeling zien. De belangrijkste oorzaken zijn de kostenstijgingen van brandstof en personeel, de verhoogde belasting op het verbranden van restafval (van € 13,11 per 1.000 kilogram in 2017 naar € 39,70 in 2025) en de lagere en fluctuerende opbrengsten voor recycling van herbruikbare stromen. Vanaf 2028 nemen de verwerkingstarieven voor restafval aanzienlijk toe, door een verdere verhoging van de verbrandingsbelasting en de introductie van een CO₂-heffing voor afvalverwerkers. Ontwikkelingen beleid Het provinciale en landelijke beleid is gebaseerd op de Europese Kaderrichtlijn afvalstoffen en op het Europese streven naar een circulaire economie in 2050. In de Kaderrichtlijn is een prioriteitsvolgorde voor afvalbeheer vastgelegd: eerst preventie, daarna hergebruik, recycling, nuttige toepassing (energie), verbranding en tot slot storten. Bovendien is hierin de gescheiden inzameling van verschillende deelstromen verplicht gesteld.

De richtlijn geeft beperkte ruimte voor nascheiding van deelstromen uit het restafval door machines, onder de voorwaarde dat de kwaliteit en kosten vergelijkbaar zijn met het gescheiden inzamelen. Voor plastic, metaal, drankverpakkingen (PMD) is nascheiding mogelijk, hoewel gescheiden inzameling doorgaans veel betere resultaten oplevert. Gemeenten ontvangen vanuit het bedrijfsleven een vergoeding voor de inzameling van PMD via bronscheiding óf via nascheiding. Om in aanmerking te komen voor deze vergoeding valt een huishouden onder bronscheiding óf onder nascheiding. Gemeenten maken hierin per gebied een keuze.

23 oktober 2025

Pagina 1

Europa is bezig met een versnelling van de circulaire economie met richtlijnen en maatregelen zoals het recht op reparatie en het verbod op greenwashing. Ook wordt stevig ingezet op het terugdringen van plastic verpakkingen en microplastics. Er geldt producentenverantwoordelijkheid voor diverse productgroepen en deze wordt de komende jaren uitgebreid naar onder andere luiers, schoenen en meubels. In Nederland sturen het rijks brede programma Circulaire Economie, het VANG-programma en het Circulair Materialenplan op afvalpreventie, meer hergebruik, hoogwaardige recycling en minder restafval. Ambities Krimpenerwaard Met de uitvoering van dit programma streven we naar: Service • kwalitatief goede inzamelvoorzieningen voor herbruikbare stromen • het ontmoedigen van het aanbieden van restafval • een hoge tevredenheid onder inwoners over het aanbieden van gescheiden stromen • het motiveren van inwoners om zoveel mogelijk herbruikbare stromen aan te bieden zonder vervuiling Milieu • een daling van het restafval tot onder de 100 kilogram per inwoner in 2027 en onder de 75 kilogram in 2030 * • minimaal 65% recycling van huishoudelijk afval in 2035 ** • hergebruik en preventie: minimaal 10% minder afval en herbruikbare stromen in 2030 ten opzichte van 2025 door inwoners te stimuleren om meer te hergebruiken, te consuminderen en circulaire keuzes te maken * Minder ambitieus dan het

landelijke VANG-beleid (30 kilogram per inwoner in 2025) ** Ambitie uit Europese Kaderrichtlijn afvalstoffen, recycling Krimpenerwaard was in 2023 bijna 63%

Kosten • beheersbare kosten voor het inzamelen en verwerken van huishoudelijk afval • het uitvoeren van integrale maatregelen die zichzelf zoveel mogelijk terugverdienen Bewonersonderzoeken Voor een succesvolle uitvoering van dit programma is medewerking van inwoners cruciaal. Daarom hebben we vooraf een bewonersonderzoek uitgevoerd, dat bestaat uit een online enquête en straatgesprekken. De resultaten van de enquête, de gesprekken en eerdere bewonersonderzoeken naar PMD en circulaire economie zijn benut om het maatregelenpakket vorm te geven waarmee we onze ambities willen waarmaken.

23 oktober 2025

Pagina 2

Onze strategie Met de geplande activiteiten zetten we voornamelijk in op het verminderen van de hoeveelheid restafval. Dit draagt niet alleen bij aan onze milieuambities, maar is ook noodzakelijk om de kosten beheersbaar te houden. De verwerkingstarieven voor restafval stijgen de komende jaren aanzienlijk. Zonder verdere afname van het restafval zet de sterke stijgende trend van de afgelopen jaren door en wordt de afvalstoffenheffing voor onze inwoners exponentieel hoger. Deze kostenstijgingen kunnen we dempen door het aanbod van restafval te verminderen. Aanpak in twee fasen De combinatie van Laagfrequent Inzamelen in het buitengebied en Omgekeerd Inzamelen in de bebouwde kom draagt het meest bij aan onze ambities (zie volgende alinea). Deze veranderingen willen we in twee fasen invoeren, waarbij de gemeenteraad begin 2028 een go/no go besluit neemt over Fase 2. Op 1 januari 2027 maken we de overstap op Laagfrequent Inzamelen van restafval in de hele gemeente. Tegelijk starten we in een aantal gebieden met een pilot Omgekeerd Inzamelen. Begin 2028 volgt een go/no go besluit over de invoering van Omgekeerd Inzamelen in de bebouwde kom op basis van de resultaten van deze pilot en een tussentijdse evaluatie van het Omgevingsprogramma Grondstoffen.

Deze gefaseerde aanpak geeft ons de mogelijkheid om de veranderingen organisatorisch goed uit te voeren en verhoogt de kans op een structurele gedragsverandering bij inwoners (en daarmee op een blijvende hoge afvalscheiding). Meest effectieve (kosten)strategie: combinatie diftar en servicedifferentiatie Uit onderzoeken blijkt dat de meest effectieve (kosten)strategie om de hoeveelheid restafval te verminderen bestaat uit de combinatie van diftar en servicedifferentiatie. Servicedifferentiatie betekent dat het aanbieden van restafval minder aantrekkelijk en minder makkelijk wordt gemaakt, waardoor inwoners sneller geneigd zijn om hun afval en grondstoffen goed te scheiden. Diftar (gedifferentieerde tarieven) wordt al toegepast in Krimpenerwaard. Voor servicedifferentiatie zijn twee scenario’s mogelijk: • Laagfrequent Inzamelen, waarbij het restafval één keer per vier weken aan huis wordt opgehaald (in plaats van elke twee weken). Op basis van benchmarks is de verwachting dat het fijn restafval in Krimpenerwaard in dit scenario daalt van de huidige 106 kilogram per inwoner naar circa 85 tot 94 kilogram per jaar. Dit scenario heeft de voorkeur voor inwoners: in het bewonersonderzoek kiest de helft voor één keer per vier weken of zes weken ophalen.

• Omgekeerd Inzamelen, waarbij het restafval bij woningen met een tuin binnen de bebouwde kom door inwoners naar ondergrondse containers in de buurt wordt gebracht (in plaats van aan huis wordt opgehaald in de grijze container). Op basis van benchmarks is de verwachting dat het fijn restafval in dit scenario daalt naar circa 83 tot 88 kilogram. Voor dit scenario kiest een kwart van de inwoners. Uit praktijkervaringen in andere gemeenten blijkt dat het draagvlak onder inwoners groter wordt wanneer zij merken dat zij al minder restafval hoeven weg te brengen als gevolg van betere afvalscheiding door nieuw beleid. Een groot voordeel van Omgekeerd Inzamelen is dat we hiermee de overlast van PMD-zakken kunnen oplossen. De ‘oude’ restafvalcontainer aan huis komt namelijk beschikbaar voor het inzamelen van PMD.

23 oktober 2025

Pagina 3

Als beide scenario’s worden gecombineerd - eerst in de hele gemeente Laagfrequent Inzamelen invoeren en in de volgende fase Omgekeerd Inzamelen in de bebouwde kom - is de verwachting dat nog minder restafval ontstaat: circa 76 tot 83 kilogram. Maatregelenpakket Naast deze maatregelen voor het inzamelen van restafval bestaat ons maatregelenpakket uit aanvullende en ondersteunende activiteiten op het gebied van preventie en hergebruik, voorlichting en educatie, participatie, herbruikbare stromen, milieustraat, toezicht en handhaving en overige activiteiten. Inzamelen restafval Maatregel 1: Fase 1 - Laagfrequent Inzamelen van restafval Maatregel 2: Pilot Omgekeerd Inzamelen Maatregel 3: Fase 2 - Evaluatie en go/no go Omgekeerd Inzamelen (PMD in ‘oude’ restafvalcontainer aan huis) Preventie en hergebruik Maatregel 4: Stimuleren minder voedsel verspillen Maatregel 5: Stimuleren tweedehands (ver)koop en reparatie Maatregel 6: Stimuleren thuiscomposteren Maatregel 7: Stimuleren lenen/delen van spullen Voorlichting en educatie Maatregel 8: Intensiveren (gedrag gestuurde) voorlichtingscampagne Maatregel 9: Voorlichting veranderingen in Fase 1 en Fase 2 Maatregel 10: Deelname Afvalvrije Scholen Participatie inwoners Maatregel 11: Participatie Omgekeerd Inzamelen Herbruikbare stromen Maatregel 12: Aanpak te vroeg aangeboden PMD-zakken Maatregel 13: Verbeteren kwaliteit PMD Maatregel 14:

Afvalscheiding bij kinderopvang en verenigingen Maatregel 15: Meer verzamelcontainers voor glas en textiel Maatregel 16: Gescheiden inzameling luiers & incontinentiemateriaal (bij uitbreiding verwerkingscapaciteit) Milieustraat Maatregel 17: Ontwikkelen circulair ambachtscentrum Maatregel 18: Acceptatiebeleid actualiseren Maatregel 19: Uitbreiden inzet Mobiele Milieustraat Toezicht en handhaving Maatregel 20: Controleren op kwaliteit herbruikbare stromen Overig Maatregel 21: Versterken regie op keten Maatregel 22: Intensiveren aanpak bijplaatsingen

23 oktober 2025

Pagina 4

Evaluaties We hanteren de PDCA-cyclus (Plan-Do-Check-Act) om dit programma zorgvuldig uit te voeren en te sturen op resultaat. Met een tussentijdse evaluatie toetsen we of we op koers liggen richting het behalen van onze doelen en indien nodig wijzigen we onze koers. In 2028 leggen we de go/no go voor Fase 2 (Omgekeerd Inzamelen) ter besluitvorming voor aan het gemeentebestuur. Aan het einde van de looptijd van dit programma vindt een eindevaluatie plaats, die input vormt voor de volgende beleidsperiode. Personele en financiële gevolgen De voorbereiding en uitvoering van de maatregelen tot Fase 2 (invoering Omgekeerd Inzamelen) liggen in handen van de beleidsmedewerker en de beheerder afval en grondstoffen, in samenwerking met Cyclus. Daarbij worden zij binnen de bestaande capaciteit ondersteund door medewerkers van andere teams. De meerkosten tot Fase 2 worden volledig gedekt door de besparing op de kosten van het inzamelen en het verbranden van restafval, de meeropbrengsten van de extra te scheiden herbruikbare grondstoffen en door incidentele middelen.

23 oktober 2025

Pagina 5

Hoofdstuk 1 Aanleiding De gemeente Krimpenerwaard is op weg naar een samenleving met zo min mogelijk afval. In 2017 is diftar (gedifferentieerd tarief voor restafval) voor de hele gemeente ingevoerd. Dit beleid is succesvol en de meeste inwoners zijn bereid om hun afval en herbruikbare stromen goed te scheiden. Een van de doelen uit het Collegeprogramma 2022-2026 is om het restafval te verminderen naar maximaal 100 kilogram per inwoner per jaar en minimaal 80% gescheiden in te zamelen in 2026. Op dit moment halen we deze doelen nog niet en de ambitie van de Europese landen reikt verder: een circulaire samenleving in 2050, zonder restafval en met uitsluitend hernieuwbare materialen. Alle herbruikbare stromen moeten in de kringloop blijven, waardoor de behoefte aan nieuwe grondstoffen minimaal is en er nauwelijks afval is dat de keten verlaat doordat het niet is te recyclen. Als mijlpaal richting een volledig circulaire economie is het doel om in 2030 het gebruik van primaire grondstoffen te halveren ten opzichte van 2016. Uit analyses blijkt dat er nog steeds veel herbruikbare stromen in het restafval van inwoners uit Krimpenerwaard zitten en er blijkt ook winst te behalen op het scheiden en recyclen van grof afval. Om de afvalscheiding verder te verbeteren is dus een volgende stap nodig.

Dit Omgevingsprogramma bevat het plan voor de komende beleidsperiode om zoveel mogelijk afval van huishoudens gescheiden te inzamelen en het gescheiden materiaal zoveel mogelijk te gebruiken als grondstof voor nieuwe materialen en producten. Omgevingsprogramma Grondstoffen In dit programma schetsen we de kaders voor een afvalvrije toekomst en leggen we onze koers vanaf 2026 voor de inzameling van huishoudelijk afval vast. Bovendien geven we met dit programma een concrete invulling aan één van de speerpunten van onze Omgevingsvisie: duurzaam (her)gebruik van grondstoffen. Onze ambities vanuit deze visie zijn het realiseren van een circulaire samenleving in 2050 die vrij is van restafval en vol met hernieuwbare materialen, het zuinig omgaan met grondstoffen en zoveel mogelijk hergebruik. Bij het opstellen zijn het gemeentebestuur, de ambtelijke organisatie, externe betrokkenen (zoals afvalinzamelaar Cyclus) en inwoners betrokken geweest. In mei 2025 hebben we met werksessies input opgehaald bij de collegeleden en de raads(commissie)leden en in juni 2025 hebben we inwoners geraadpleegd via straatgesprekken en een online enquête. De gemeenteraad kon eind 2025 haar wensen en bedenkingen uiten op het ontwerp-programma. Leeswijzer Het volgende hoofdstuk beschrijft de huidige situatie op het gebied van het inzamelen van restafval en de herbruikbare stromen.

Daarna gaan we in op de nieuwe ontwikkelingen op het gebied van onder meer Europees en landelijk beleid (zie hoofdstuk 3). In hoofdstuk 4 leggen we onze doelen voor de komende beleidsperiode vast. De resultaten van het participatieproces met inwoners is samengevat in hoofdstuk 5. Vervolgens beschrijven we de voorgenomen maatregelen en acties in hoofdstuk 6 en de manier waarop we de effecten evalueren in hoofdstuk 7. De planning van de implementatie van dit programma is te vinden in hoofdstuk 8. Tenslotte gaat het laatste hoofdstuk (9) in op de gevolgen voor de personele capaciteit en de financiën.

23 oktober 2025

Pagina 6

Hoofdstuk 2 Huidige situatie Paragraaf 2.1

Service

Afvaldriehoek: service, milieu en kosten De ‘afvaldriehoek’ vormt het fundament voor een evenwichtig afval- en grondstoffenbeleid binnen gemeenten en draait om de aspecten service, milieu en kosten. Hierop voeren gemeenten de regie met hun beleid om zo de juiste balans te vinden tussen het milieurendement, de financiële middelen en de voorzieningen in combinatie met de wensen van inwoners. Het eerste aspect van de afvaldriehoek betreft de service voor het inzamelen van afval en grondstoffen. Dit gaat over de gebruiksvriendelijkheid en toegankelijkheid van de voorzieningen (containers aan huis, verzamelcontainers en de milieustraat), het aantal ophaalrondes, de informatievoorziening en de tevredenheid. Over het algemeen geldt dat een goede service het gemak vergroot om afval en grondstoffen aan te bieden - en daarmee het draagvlak voor afvalscheiding. Als mensen het scheiden ervaren als lastig of tijdrovend, dan kiezen zij namelijk sneller voor het gemakkelijkste alternatief en dat is vaak om alles bij elkaar in de dichtstbijzijnde container te doen. Inzamelsysteem fijn huishoudelijk restafval en grondstoffen Inwoners van Krimpenerwaard zetten hun fijn restafval en grondstoffen in de grijze (mini)container aan de straat of zij brengen het naar een bovengrondse of ondergrondse verzamelcontainer. Ook kunnen ze naar de milieustraat of een brenglocatie.

Medicijnen en injectienaalden kunnen naar een apotheek of milieustraat en kadavers naar de gemeentewerf worden gebracht.

23 oktober 2025

Pagina 7

Het huidige inzamelsysteem voor fijn restafval en grondstoffen is als volgt: Laagbouw

Grijze containers (elke 2 weken geleegd), betaling per lediging

Overige type woningen

Ondergrondse containers, betaling per storting

Alle inwoners

Milieustraat in Bergambacht, betaling per afvalzak

Laagbouw

Groene containers (elke 2 weken geleegd)

Overige type woningen

Verzamelcontainers voor gedeeld gebruik

Laagbouw

Blauwe containers (elke 4 weken)

Hoog- en gestapelde bouw

Ondergrondse containers

Alle inwoners

-

Milieustraat Brenglocaties

PMD

Alle inwoners

-

PMD-zakken (elke week) Milieustraat

Glas

Alle inwoners

Restafval

GFT en etensresten

Papier/karton

Glasbakken openbare ruimte

Klein Chemisch Afval

Alle inwoners

Textiel

Alle inwoners

Milieustraat 17 'Blipverts' voor inktcartridges, batterijen, lampen (ook voor DVD's, telefoons, adapters en snoeren en kleine apparaten) Milieustraat Paarse bovengrondse containers Milieustraat

* Begin 2026 worden op een aantal locaties ondergrondse containers voor papier en karton geplaatst.

Inzamelsysteem grof huishoudelijk afval Milieustraat Op dit moment kunnen inwoners nog gebruik maken van twee brengvoorzieningen voor grof huishoudelijk afval - de milieustraat in Bergambacht en het afvalbrengpunt in Lopik - maar in 2026 komt er één nieuwe milieustraat in Bergambacht. Met een maximum van twee kuub per keer kunnen inwoners hier huishoudelijk afval inleveren dat niet in een minicontainer, (ondergrondse) container of vuilniszak past of hoort. Ook alle soorten fijn huishoudelijk afval (uitgezonderd GFT+E) kunnen naar de brengvoorziening worden gebracht. De milieustraat in Bergambacht is alleen toegankelijk op afspraak. Inwoners van Schoonhoven kunnen alleen terecht bij het afvalbrengpunt in Lopik.

23 oktober 2025

Pagina 8

Mobiele Milieustraat Cyclus staat een aantal keren per jaar op vaste plaatsen in de kernen met de Mobiele Milieustraat. Hier kunnen inwoners gratis grof huishoudelijk afval inleveren dat past in een grote boodschappentas (zoals klein chemisch afval, kleine elektrische apparaten, harde kunststoffen, metalen, hout en oud papier en karton). Grof huishoudelijk afval op afspraak laten ophalen Cyclus haalt één keer per kwartaal grof huishoudelijk afval op. Inwoners moeten hiervoor een afspraak maken tegen betaling van € 68,34 (prijs 2025). Grof tuinafval op afspraak laten ophalen Op afspraak haalt Cyclus ook snoeihout op in de periode van maart tot en met november. Dit is kosteloos. Tweedehandse goederen en kapotte apparaten Kringloopgoederen Herbruikbare goederen kunnen naar een kringloopwinkel of thuis worden opgehaald. Er zijn vijf kringloopwinkels in de gemeente: Bij Nico Boven in Lekkerkerk, Dorcas in Bergambacht, Dorcas in Schoonhoven, De Groene Weg in Krimpen aan de Lek en W&D Kringloopwinkel in Krimpen aan de Lek. Repair cafés Daarnaast worden vier repair cafés georganiseerd, waar vrijwilligers apparaten en kleding repareren. De locaties zijn Theater Concordia Haastrecht, ’t huis van Noord Schoonhoven, De Koster Stolwijk en Streekwinkel Krimpenerwaard.

Paragraaf 2.2

Milieu

Het tweede aspect van de afvaldriehoek gaat over de milieuprestatie: bevorderen van hergebruik en recycling, verminderen van restafval en minimaliseren van de negatieve impact op het klimaat. Centraal hierbij staat het scheiden van herbruikbare stromen en het aanbieden van schone deelstromen voor recycling. Afvalscheiding: gestabiliseerd na periode van meer scheiding Het scheidingspercentage drukt uit welk deel van de totale afvalberg gescheiden wordt gehouden door inwoners. Jaarlijks produceert elke inwoner uit Krimpenerwaard tussen 545 kilogram (in coronajaar 2020) en 449 kilogram huishoudelijk afval (in 2024). Het percentage dat hiervan gescheiden is aangeboden, steeg door de invoering van diftar in 2017 met 10%: van 63% in 2016 naar 73% in 2017. In de jaren daarna schommelde het scheidingspercentage tussen de 72% en 74%. Sinds 2022 is de afvalscheiding gestabiliseerd op 72%.

23 oktober 2025

Pagina 9

Scheidingspercentage

100%

grof en fijn afval

75%

73%

72%

74%

74%

74%

72%

72%

72%

2017

2018

2019

2020

2021

2022

2023

2024

63%

50% 25% 0% 2016

Hiermee halen we het doel uit het Collegeprogramma van minimaal 80% afvalscheiding nog niet. Ingezamelde hoeveelheden Onderstaande grafiek laat zien hoeveel afval en grondstoffen elke inwoner van Krimpenerwaard gemiddeld aanbiedt voor verwerking. Het onderste, zwartgekleurde, deel van elke balk geeft de hoeveelheid restafval weer. De bovenste, gekleurde, delen van de balken zijn de grondstoffen die apart zijn ingezameld. Van GFT+E (groente-, fruit en tuinafvalafval en etensresten) wordt de grootste hoeveelheid gescheiden door inwoners (lichtgroene kleur).

Ingezameld afval en grondstoffen

600

(kg per inwoner)

500 400 300 200 100 0 2016 2017 2018 2019 2020 2021 2022 2023 2024

Harde plastics Matrassen C-hout A- en B-hout Metalen Vlakglas Dakbedekking bitumen Gips Puin Grond Apparaten KCA Asbest Autobanden Textiel Glas PMD Oud papier/karton Grof tuinafval GFT Verbouwingsrestafval Grof restafval Restafval

De toename van de totale hoeveelheid in 2020 en 2021 heeft te maken met de maatregelen rondom het coronavirus. Doordat mensen veel vaker thuis waren ontstond thuis meer afval en grondstoffen. Ontwikkelingen restafval Restafval is het mengsel van afval dat inwoners niet scheiden. De hoeveelheid restafval is afhankelijk van het scheidingsgedrag van inwoners: hoe meer gescheiden worden aangeboden - en hoe meer herbruikbare stromen gerecycled kunnen worden - hoe minder restafval. Onderstaande figuur geeft inzicht in de ontwikkelingen van de afgelopen jaren.

23 oktober 2025

Pagina 10

Huishoudelijk restafval

200

(kg per inwoner)

24

150 22

24

108

111

100

18

29

26

112

114

26

26

21

104

104

106

Grof restafval (incl. verbouwing)

165

50

108

Fijn restafval

0 2016

2017

2018

2019

2020

2021

2022

2023

2024

Sinds de invoering van diftar in 2017 zijn inwoners beter gaan scheiden en daalde het restafval aanzienlijk. Grof en fijn restafval samen daalden van 189 kilogram per inwoner in 2016 naar 127 kilogram in 2024; een afname van meer dan 60 kilogram. De hoeveelheid grof en fijn restafval is echter al jaren stabiel rond 130 kilogram en ligt daarmee boven het doel van 100 kilogram restafval uit het Collegeprogramma. Om een afvalloze samenleving in 2050 in zicht te krijgen moeten nog veel stappen worden gezet. Samenstelling fijn restafval Cyclus heeft een sorteeranalyse uitgevoerd van het fijn restafval dat in de Krimpenerwaard is ingezameld via de containers thuis en de ondergrondse containers. Deze analyse maakt inzichtelijk welke herbruikbare stromen nog aanwezig zijn in het restafval. Vertaald naar de hoeveelheid restafval in 2023, blijkt dat van de 102 kilogram fijn restafval per inwoner slechts 30 kilogram bestaat uit ‘echt restafval’ (inclusief hygiënisch papier). Bijna 70% van het restafval uit Krimpenerwaard had dus nog door inwoners gescheiden kunnen worden.

‘Echt’ restafval is afval dat niet kan worden gerecycled, zoals hygiënisch papier (schoonmaakdoekjes, maandverband, luiers, vochtig toiletpapier, gebruikte zakdoekjes, sanitairdoekjes, etc.) stofzuigerzakken, sigarettenafval uit asbakken, vervuild papier (pizzadozen), kattenbakvulling, uitwerpselen van huisdieren, medische hulpmiddelen zoals stomazakken en katheters, veegvuil van tuin of oprit en koffiecupjes.

23 oktober 2025

Pagina 11

Vooral GFT+E (groente-, fruit- en tuinafval en etensresten) en in mindere mate verpakkingen van kunststof komen nog veel voor in het restafval. Voor deze twee deelstromen samen gaat het om 50 kilogram per inwoner per jaar. Het overgrote merendeel van het restafval zou dus nog gerecycled kunnen worden als inwoners dit apart hadden gehouden. Nu gaan deze waardevolle herbruikbare stromen verloren in de verbrandingsoven. Recyclepercentage Via de Recyclingtool kunnen gemeenten hun recyclepercentage laten berekenen (www.benchmarkafval.nl/tools/vangrecycletool). De percentages zijn ingeschat op basis van gemiddelde gegevens in Nederland. Voor het verwerken van restafval en GFT+E zijn de gegevens van de verwerkers gekoppeld aan de gemeenten waarvan zij het verwerken. Het deel van het vrijkomende huishoudelijk afval en grondstoffen in de Krimpenerwaard dat daadwerkelijk wordt gerecycled en opnieuw wordt bewerkt tot producten, materialen of stoffen is 62,6% (cijfers 2023). Dit is een groter deel dan gemiddeld in alle gemeenten (54,7% in 2023). Kwaliteit gescheiden herbruikbare stromen In tegenstelling tot in veel andere gemeenten zijn in de Krimpenerwaard tot nu toe geen vrachten van gescheiden ingezamelde herbruikbare stromen afgekeurd en als restafval verwerkt. In veel andere gemeenten speelt dit wel en dan met name bij PMD en in mindere mate bij GFT+E en textiel.

Dat er geen sprake is van afkeur van PMD wil overigens niet zeggen dat inwoners van de Krimpenerwaard alleen maar ‘schoon’ PMD aanbieden. De beladers van Cyclus laten de PMD-zakken hangen zodra zij zien of aan het gewicht van de zakken merken dat er verkeerd afval in zit (bv. veel piepschuim in de zak). De PMD-zakken die blijven hangen worden later door Promen opgehaald en als restafval afgevoerd. Als gevolg van deze werkwijze komen de vervuilde PMD-zakken niet terecht bij de overslaglocatie of sorteerinstallatie voor PMD en leiden ze niet tot afkeur.

23 oktober 2025

Pagina 12

Paragraaf 2.3

Kosten en opbrengsten

De inzameling en verwerking van afval en grondstoffen brengen kosten met zich mee, waar het recyclen van bepaalde deelstromen - zoals PMD, papier/karton, glas en metalen – juist opbrengsten genereert. Het derde aspect van de afvaldriehoek gaat dan ook over de financiën. Gemeenten maken keuzes over investeringen in voorzieningen, over de ophaalfrequenties, communicatie en de methoden van verwerking. Via de afvalstoffenheffing betalen inwoners voor deze service. Afvalstoffenheffing De afvalstoffenheffing is een bestemmingsheffing en mag dus enkel worden besteed aan het inzamelen en verwerken van huishoudelijk afval en grondstoffen. Net als in de meeste gemeenten is de afvalstoffenheffing in Krimpenerwaard 100% kostendekkend. Gemeenten mogen geen winst op deze heffing maken. Dat betekent dat de begrote inkomsten uit de heffing gelijk zijn aan de begrote (a) kosten voor voorzieningen zoals containers, inzamelvoertuigen, milieustraten, etc. (b) kosten voor transport en overslag (c) kosten/baten voor de verwerking (d) kosten voor personeel van gemeente/Cyclus en (e) kosten voor ondersteunende taken zoals voorlichting en het opleggen van de afvalstoffenheffing. Stijging afvalstoffenheffing Tussen 2017 en 2024 steeg de gemiddelde afvalstoffenheffing in Nederland. Ook in de Krimpenerwaard steeg de afvalstoffenheffing, maar in 2025 bleef deze op hetzelfde niveau.

Onderstaande figuur laat de ontwikkeling zien.

€ 250

Afvalstoffenheffing Krimpenerwaard € 209,10

€ 200

Basistarief

€ 150 € 100

€ 131,95

€ 50 €0

2017

2018

2019

2020

2021

2022

2023

2024

2025

Het basistarief dat elk huishouden jaarlijks betaalt steeg in deze periode van € 131,95 naar € 209,10; een toename van 58%. Het tarief voor het legen van de container voor restafval of het storten in een ondergrondse restafvalcontainer liet een ruime verdubbeling zien (+ 107%) en het tarief voor het ophalen van grof vuil nam toe met 56%.

23 oktober 2025

Pagina 13

De belangrijkste oorzaken van deze toenames zijn de kostenstijgingen van brandstof en personeel, de verhoogde belasting op het verbranden van restafval (van € 13,11 per 1.000 kilogram in 2017 naar € 39,70 in 2025) en de lagere en fluctuerende opbrengsten voor recycling van herbruikbare stromen. Relatief lage afvalstoffenheffing in vergelijking met andere gemeenten Net als in veel andere gemeenten steeg de afvalstoffenheffing in de gemeente Krimpenerwaard. Het gaat om een gemiddelde toename van 35% tussen 2017 en 2025: van € 239 naar € 322 (rapport ‘Afvalstoffenheffing 2024’, Rijkswaterstaat, 2025). In vergelijking met het Nederlandse gemiddelde ligt de afvalstoffenheffing voor huishoudens met een kleine container en voor huishoudens in de hoogbouw in Krimpenerwaard relatief laag. De heffing voor huishoudens met een grote container ligt echter net iets hoger dan gemiddeld: • 50% van alle huishoudens heeft een grote restafvalcontainer. Deze wordt gemiddeld 10 keer per jaar aan de straat gezet. De afvalstoffenheffing komt daarmee gemiddeld op € 348,60 in 2025 (basistarief á € 209,10 plus 10x € 13,95 voor restafval). • 29% van alle huishoudens heeft een kleine restafvalcontainer. Deze wordt gemiddeld 8 keer per jaar aan de straat gezet. De afvalstoffenheffing komt daarmee gemiddeld op € 274,30 in 2025 (basistarief á € 209,10 plus 8x € 8,15 voor restafval).

• 21% van alle huishoudens maakt gebruik van de ondergrondse containers. Gemiddeld worden deze 25 keer per jaar gebruikt. De afvalstoffenheffing komt daarmee gemiddeld op € 296,60 in 2025 (basistarief á € 209,10 plus 25x € 3,50 voor restafval). Kijken we naar de hoogte van de afvalstoffenheffing in de buurgemeenten, dan blijkt het basistarief in Krimpenerwaard lager te liggen dan in de buurgemeenten en het variabele tarief voor restafval hoger. Kr’waard Vaste tarief Vaste tarief 1 persoon Vaste tarief meerpersoons Legen grote container Legen kleine container Storten ondergronds

Krimpen ad Ijssel

€ 209,10

Zuidplas

Gouda

BodegrReeuwijk

Oude water

Waddinx veen

Lopik

Molen landen

€ 301,78

€ 389,40

nvt

€ 240,00

€ 337,23

€ 436,00

nvt

nvt

€ 418,40

nvt

nvt

€ 277,44

nvt

nvt

nvt

€ 338,87

nvt

€ 502,08

nvt

nvt

€ 340,20

nvt

nvt

nvt

€ 423,58

€ 13,95

nvt

€ 8,00

€ 6,00

€ 8,94

€ 7,00

€ 7,12

nvt

€ 6,00

€ 8,15

nvt

€ 4,00

€ 3,50

€ 5,21

nvt

€ 4,15

nvt

nvt

€ 3,50

nvt

€ 2,00

€ 1,50

€ 2,23

€ 1,40

€ 1,78

nvt

€ 1,50

Gemeenten gaan op verschillende manieren om met het doorberekenen van kosten in de afvalstoffenheffing. Zo worden niet altijd alle posten zoals BTW, personeelskosten, voorlichting en handhaving volledig kostendekkend meegenomen in de tarieven (zoals we in Krimpenerwaard wel doen). Dit maakt het vergelijken van de afvalstoffenheffing ‘appels met peren vergelijken’.

23 oktober 2025

Pagina 14

Paragraaf 2.4

Regie

Als gemeente voeren we met ons beleid de regie op de drie aspecten service, milieu en kosten. Dit hebben we als volgt georganiseerd: • Binnen de gemeentelijke organisatie zorgt de beleidsmedewerker afval en grondstoffen voor de beleidsvraagstukken en bestuurlijke advisering vanuit het Team Advies Openbare Ruimte. De beheerder afval en grondstoffen is verantwoordelijk voor de coördinatie van de uitvoering van het vastgestelde beleid, het contractbeheer, het beheer van de milieustraat (in samenspraak met Cyclus) en het financieel beheer (in samenwerking met de financieel adviseur). De dagelijkse uitvoering in de openbare ruimte wordt verzorgd door een aantal medewerkers vanuit het team Uitvoering Openbare Ruimte. • De gemeente heeft een dienstverleningsovereenkomst met Cyclus N.V. afgesloten. Cyclus verzorgt de operationele uitvoering van de inzameling en verwerking van afval en grondstoffen. • De SVHW verzorgt het opleggen van de afvalstoffenheffing aan inwoners.

23 oktober 2025

Pagina 15

Hoofdstuk 3 Beleid en nieuwe ontwikkelingen Paragraaf 3.1

Europees, landelijk, provinciaal en gemeentelijk beleid

Europees beleid Kaderrichtlijn afvalstoffen: voorkeursvolgorde afvalbeheer en gescheiden inzameling bioafval De basis van de Europese wetgeving ligt in de Europese Kaderrichtlijn afvalstoffen. Deze stelt enkele basisbeginselen voor afvalbeheer vast, waaronder de prioriteitsvolgorde voor het beheer van afval: 1. Preventie - voorkomen dat afvalstoffen ontstaan - is het meest wenselijk 2. Voorbereiding op hergebruik 3. Recycling 4. Nuttige toepassing zoals energieterugwinning door verbranding 5. Verwijderen van afval door verbranding 6. Storten of lozen zijn het minst wenselijk Deze hiërarchie is ook vastgelegd in de Nederlandse Wet milieubeheer. In 2018 is de kaderrichtlijn herzien om de overgang naar een circulaire economie te bevorderen. Een van de belangrijkste wijzigingen is de verplichting om bioafval (waaronder afval van groenten, fruit en tuin en etensresten) gescheiden in te zamelen of aan de bron te recyclen door middel van bijvoorbeeld thuiscompostering. Ook zijn de doelstellingen verhoogd. Lidstaten moeten in drie tijdsvakken het hergebruik en de recycling van huishoudelijk afval (en bedrijfsafval dat vergelijkbaar is met huishoudelijk afval) verhogen; in 2025 tot minimaal 55%, in 2030 tot minimaal 60% en in 2035 tot minimaal 65% van het gewicht.

Verplichting gescheiden inzameling (bronscheiding) Afvalscheiding door inwoners (bronscheiding) zorgt voor hoogwaardige recycling en leidt tot een lagere milieu-impact. Daarmee voldoet bronscheiding aan de eerder genoemde prioriteitsvolgorde voor afvalbeheer. In de Kaderrichtlijn afvalstoffen is de verplichting tot het gescheiden inzamelen van afval en grondstoffen formeel verankerd. De artikelen 10 en 11 schrijven de gescheiden inzameling voor van papier en karton, kunststof, bioafval (zoals GFT+E), textiel, metaal, glas, apparaten en gevaarlijk afval. De richtlijn staat open voor het machinaal nascheiden uit het restafval van bepaalde droge recyclables, zoals metaal en plastic. Voorwaarden hiervoor zijn dat de nascheiding (a) technisch haalbaar is (b) leidt tot een vergelijkbare kwaliteit en hoeveelheid recycling als bronscheiding (c) niet leidt tot hoge kosten ten opzichte van bronscheiding. Gezien deze voorwaarden is PMD momenteel de enige deelstroom waarvoor nascheiding is toegestaan, hoewel bronscheiding in de meeste gebieden leidt tot een hoger recyclingresultaat dan nascheiding van PMD (meer uitleg in paragraaf 3.2). Versnelling circulaire economie Om de circulaire economie te versnellen wordt in Europa gewerkt met actieplannen en richtlijnen.

Zo worden via de Ecodesignrichtlijn uit 2009 eisen gesteld aan het productontwerp, zodat rekening wordt gehouden met de productie van afvalstoffen en de mogelijkheden voor hergebruik, recycling en terugwinning. Het EU Actieplan voor een schoner en concurrerender Europa uit 2020 richt zich op

23 oktober 2025

Pagina 16

sectoren die veel herbruikbare stromen gebruiken, zoals elektronica, ICT, batterijen, voertuigen, verpakkingen, kunststoffen, textiel, gebouwen en levensmiddelen. Recht op reparatie en informatie over duurzaamheid van producten Begin 2024 is een richtlijn aangenomen, die het makkelijker en goedkoper maakt om producten te repareren, in plaats van nieuwe te kopen. Verkopers zijn verplicht om binnen de garantieperiode voorrang te geven aan reparatie, als dat goedkoper is of evenveel kost als het vervangen. Consumenten krijgen het recht om reparatie aan te vragen voor producten zoals wasmachines, stofzuigers en smartphones nadat de garantie is verlopen. Ook is begin 2024 besloten om de EU-consumentenregels te actualiseren, waarmee greenwashing verboden wordt en consumenten meer informatie krijgen over de duurzaamheid van producten. Aanpak (plastic) verpakkingen en microplastics De Europese Commissie pakt plastic verpakkingen en de vervuiling door microplastics actief aan. Ze wil ervoor zorgen dat alle plastic verpakkingen in 2030 kunnen worden hergebruikt of gerecycled. Alle EUlanden moeten in 2030 5% minder verpakkingsafval produceren dan in 2018, daarna 10% minder in 2035 en 15% minder in 2040. Ook moeten de EU-lidstaten maatregelen nemen om recyclingdoelen voor verpakkingsafval te halen.

PET-flessen moeten vanaf 2025 voor minstens 25% uit gerecycled plastic bestaan en in 2030 moet dit minstens 30% zijn. Vanaf 2030 worden bepaalde soorten plastic verpakkingen voor eenmalig gebruik verboden, zoals plastic zakken voor onbewerkt vers fruit en verse groenten en de verpakkingen voor voedsel en dranken die in cafés en restaurants worden geconsumeerd. Ook moet de overheid meer informatie geven aan consumenten over herbruikbare alternatieven voor wegwerpplastic. Met de Single Use Plastics Richtlijn uit 2019 zijn kunststof producten voor eenmalig gebruik verboden (plastic bordjes, bestek, roerstaafjes, rietjes, wattenstaafjes en ballonstokjes). Als gevolg hiervan heeft Nederland de gratis plastic tasjes verboden, geldt er statiegeld op kleine plastic flesjes en blikjes en moeten doppen vastzitten aan plastic flessen en drankverpakkingen. Sinds 2024 is herbruikbaar servies de standaard in de horeca, kantoren, bedrijfskantines, scholen, sportclubs, verenigingen, gesloten evenementen en attractieparken. Vanaf augustus 2026 gaan de nieuwe regels uit de Europese Verpakkingenverordening in. Deze stelt eisen aan alle typen verpakkingen om de groeiende berg verpakkingsafval in Europa aan te pakken. Zo worden maatregelen genomen om onnodige verpakkingen te vermijden en het gebruik van herbruikbare en hervulbare systemen te bevorderen.

Uiterlijk in 2030 moeten alle verpakkingen die op de markt komen ontworpen zijn om effectief gerecycled te kunnen worden. Een speerpunt is het verhogen van het aandeel gerecycled plastic in nieuwe verpakkingen. Uitbreiding producentenverantwoordelijkheid naar luiers, schoenen, meubels en vloerbedekking Voor verschillende producten en materialen geldt uitgebreide producentenverantwoordelijkheid (UPV) op basis van de Kaderrichtlijn afvalstoffen. De UPV is een combinatie van regels die ervoor zorgen dat bedrijven die producten maken ook verantwoordelijk zijn voor het inzamelen en hergebruiken van het afval. Sommige producten zamelen zij zelf in (denk aan lege batterijen) en voor andere producten krijgen gemeenten een financiële vergoeding voor het inzamelen (denk aan Plastic, Metalen en

23 oktober 2025

Pagina 17

Drankverpakkingen). Op dit moment geldt in Nederland een UPV voor verpakkingen, papier/karton, textiel, elektr(on)ische apparaten, batterijen/accu’s, matrassen, auto’s, autobanden, vlakglas, vistuig en wegwerpplastic zoals ballonnen, sigarettenfilters en vochtige doekjes. De komende jaren wordt een UPV ingevoerd voor luiers en incontinentiemateriaal (2026), schoenen (2026), meubels (2030) en mogelijk ook voor vloerbedekking. Landelijk beleid Rijksbrede programma circulaire economie De ambitie om in 2050 een Nederlandse circulaire economie te realiseren is vastgelegd in het rijksbrede programma circulaire economie (2016). Hierin is ook bepaald dat in 2030 50% minder primaire herbruikbare stromen moeten worden verbruikt. Prioriteiten zijn biomassa en voedsel, kunststoffen, de maakindustrie en consumptiegoederen. Welke stappen moeten worden gezet is beschreven in het Nationale Programma Circulaire Economie 2023-2030. Het Afvalpreventieprogramma is een onderdeel hiervan en beschrijft de bestaande maatregelen en initiatieven die Nederland neemt op het gebied van afvalpreventie. In het Nationaal Herbruikbare stromen akkoord uit 2017 maakten onder andere VNG, IPO, UvW, bedrijven, financiële instellingen, kennisinstituten en overheden afspraken om de Nederlandse economie te laten draaien op herbruikbare grondstoffen.

Programma VANG - Huishoudelijk Afval: meer focus op recycling en minder op hoeveelheid restafval Ook het uitvoeringsprogramma Van Afval Naar Grondstof - Huishoudelijke Afval (VANG-HHA) is onderdeel van het Programma Circulaire Economie. Tot en met 2020 lag de focus op het streven om de hoeveelheid restafval per inwoner terug te brengen tot onder de 100 kilogram per jaar en op minimaal 75% afvalscheiding. In het Publiek Kader Huishoudelijk afval 2025 is het wensbeeld voor 2025 opgenomen dat het restafval verder daalt tot maximaal 30 kilogram per inwoner. Niet al het gescheiden afval blijkt geschikt om te recyclen, waardoor een deel alsnog verbrand wordt. De vervuiling van de gescheiden ingezamelde herbruikbare stromen moet verminderen. Daarom ligt sinds 2021 de focus in het VANG-beleid op het recyclen en minder op de hoeveelheid restafval. Het doel voor 2030 is dat minimaal 60% van het huishoudelijk afval gerecycled wordt. Voor 2035 gaat het, conform de Europese kaderrichtlijn afvalstoffen, om 65%. Door de toegenomen aandacht voor het verhogen van het recyclingpercentage hebben gemeenten meer dan voorheen de regierol; gemeenten zijn binnen de afvalketen immers verantwoordelijk voor het organiseren van de inzameling en verwerking.

Gemeenten zijn hiermee niet alleen verantwoordelijk voor het bewust maken van inwoners van het belang van scheiding en hergebruik, maar ook voor het borgen dat de gescheiden grondstoffen daadwerkelijk hoogwaardig worden hergebruikt. Als lokale overheid en opdrachtgever kunnen gemeenten de samenwerking tussen de ketenpartners aanjagen en afspraken over circulaire oplossingen maken. Van Landelijk Afvalbeheerplan naar Circulair Materialenplan in 2025 De Europese kaderrichtlijn verplicht lidstaten tot het opstellen van afvalbeheer- en afvalpreventieplannen. Nederland heeft dit momenteel uitgewerkt in het Landelijk Afvalbeheerplan (LAP). Eind 2025 wordt het LAP opgevolgd door het Circulair materialenplan (CMP). Het CMP biedt een kader voor het gebruik van herbruikbare stromen, het omgaan met afval en het verlenen van vergunningen. Dit plan stuurt op cascadering van herbruikbare stromen - meerdere levens voor een grondstof: van hoogwaardig naar laagwaardig gebruik - en richt zich vooral op hergebruik en preventie.

23 oktober 2025

Pagina 18

Provinciaal beleid Samen bouwen aan een Circulair Zuid-Holland De provincie Zuid-Holland werkt aan de doelen uit het Grondstoffenakkoord: 50% minder primaire fossiele grondstoffen, mineralen en metalen in 2030 en volledig circulair in 2050. Haar strategie is gericht op het verbreden en versterken van de circulaire beweging en op het steviger inzetten van de provinciale rollen en instrumenten om de transitie te versnellen. Gemeentelijk beleid De doelstelling van de gemeente Krimpenerwaard is om meer grondstoffen uit het restafval te benutten door afvalscheiding te stimuleren (Omgevingsvisie 2021). Het streven is om het huishoudelijk restafval verder te verminderen naar minder dan 100 kilogram per inwoner per jaar en om 80% gescheiden inzameling te behalen in 2026 (Coalitieakkoord 2022-2026). Zoals we zagen in paragraaf 2.2 worden deze doelen momenteel nog niet behaald.

Paragraaf 3.2

PMD

PMD: gevolgen nieuwe Ketenovereenkomst Verpakkingen De uitvoering van de producentenverantwoordelijkheid voor verpakkingen van Plastic, Metalen en Drank (PMD), glas en papier/karton is sinds 2013 georganiseerd via de Ketenovereenkomst Verpakkingen. Hierin hebben het Rijk, de VNG en het bedrijfsleven hun afspraken vastgelegd over de doelen, kwaliteitscriteria en vergoedingen waarmee het bedrijfsleven de gemeenten compenseert voor de inzamelkosten. Nieuwe afspraken De afgelopen jaren was er veel onvrede bij gemeenten over de complexiteit van de afrekening en de vergoeding voor PMD bij veel afkeur. In juni 2025 hebben partijen nieuwe afspraken gemaakt tot en met 2030, waarbij wordt gestuurd op meer recycling. In de nieuwe systematiek komt de afkeur van materiaal niet meer voor. Dit leidde tot onnodige verbranding van PMD en hogere kosten. Er komt vanaf 2026 een (te voorspellen) vergoeding voor de inspanningen die gemeenten verrichten, zonder visuele inspectie en afkeur. Daarnaast is er een financiële prikkel ingebouwd in de vorm van staffels, waarbij de mate van vervuiling en de inzamelmethodiek een grote rol speelt. Vanaf 2026 krijgen gemeenten met een hoge kwaliteit een hogere vergoeding, gebaseerd op metingen. PMD-inzameling via ondergrondse containers van slecht presterende systemen verdwijnt.

Tot slot stimuleren de nieuwe afspraken hoogwaardige bronscheiding van PMD door inwoners. Achteraf nascheiden door machines gebeurt alleen als dit noodzakelijk is in die gemeenten/wijken waar dit de komende jaren nog de beste oplossing is. Nog veel onduidelijkheid De afspraken moeten nog vertaald worden naar een nieuwe ketenovereenkomst, die in het najaar van 2026 wordt geëvalueerd. Op dit moment zijn er nog veel onduidelijkheden over de financiële gevolgen voor gemeenten en de werking van het staffelmodel. Schommelingen in de kwaliteit van het ingezamelde PMD betekenen wisselende vergoedingen. Hoe de kwaliteit van het ingezamelde PMD wordt gemeten is nog niet afgesproken en dat geldt ook voor wie de rekening voor de metingen en rapportages betaalt. Tot 23 oktober 2025

Pagina 19

slot moet nog gewerkt worden aan de praktische invulling van de afspraken die toezien op bijvoorbeeld de PMD-specificatie en de werkwijze op de op- en overslaglocaties. Totdat de financiële gevolgen voor gemeenten duidelijk zijn is het niet verstandig om op een andere manier van inzamelen over te stappen. Ondergrondse containers PMD geen optie meer Het inzamelen van PMD met ondergrondse containers is op dit moment geen optie meer. Gemeenten krijgen namelijk een lage vergoeding voor het PMD dat via verzamelcontainers is ingezameld in het kader van de nieuwe Ketenovereenkomst Verpakkingen. Bovendien wordt in verzamelcontainers veel vervuiling aangetroffen (vanwege de anonimiteit blijkt uit metingen dat de kwaliteit van PMD het laagst is in verzamelcontainers en het hoogst in PMD-zakken). Daar komt bij dat de benodigde perscontainers voor PMD hoge investeringskosten met zich meebrengen. PMD: Bronscheiding versus nascheiding PMD In de Krimpenerwaard houden inwoners hun verpakkingen van Plastic, Metalen en Dranken (PMD) thuis gescheiden. Dit wordt bronscheiding genoemd. Een alternatief voor bronscheiding is nascheiding, waarbij inwoners hun PMD niet apart houden. Het afvalverwerkingsbedrijf haalt dit machinaal uit het restafval. Bij nascheiding moeten mensen alle andere afvalstromen - zoals papier, glas, gft, textiel en chemisch afval – nog steeds thuis scheiden.

Dat is ook wettelijk verplicht. Gemeenten ontvangen vanuit het bedrijfsleven een vergoeding voor de inzameling van PMD via bronscheiding of via nascheiding. Beide systemen kunnen binnen één gemeente naast elkaar bestaan, maar mogen niet tegelijkertijd worden toegepast voor hetzelfde huishouden. Gemeenten maken daarom per gebied een keuze: een huishouden valt onder bronscheiding óf onder nascheiding. Over het algemeen wordt via bronscheiding veel meer PMD verkregen. Nascheiding is enkel een goed alternatief in dichtbevolkte gebieden, zoals binnensteden en gebieden met veel hoogbouw. Daar is te weinig ruimte voor voorzieningen in huis en op straat, waardoor het inwoners veel moeite kost om PMD apart te houden. Gemeenten met veel hoogbouw - zoals Amsterdam, Rotterdam, Leiden, Utrecht, Nieuwegein, Capelle aan de IJssel en Ridderkerk – konden via bronscheiding zeer weinig PMD gescheiden inzamelen. Via nascheiding kunnen zij nu toch een deel van het PMD laten recyclen. Van de dertien verbrandingsovens in Nederland hebben momenteel alleen de locaties van Attero, AVR, AEB, Omrin en HVC een nascheidingslijn.

Uit de Kaderrichtlijn Afvalstoffen (artikel 10, lid 3 punt A) en uit de nieuwe Ketenovereenkomst Verpakkingen vloeit voort dat nascheiding enkel een alternatief is voor bronscheiding indien nascheidingsmethoden operationeel zijn, die leiden tot recyclaat in minimaal vergelijkbare kwaliteit en hoeveelheden als bij bronscheiding het geval zou zijn. Voor de Krimpenerwaard betekent dit dat we voorlopig de bronscheiding van PMD gaan continueren omdat: 1. de nieuwe Ketenovereenkomst Verpakkingen bronscheiding van PMD financieel stimuleert; 2. we met bronscheiding veel PMD inzamelen (ruim 26 kilogram PMD per inwoner per jaar); meer dan via nascheiding mogelijk is 3. PMD verkregen via bronscheiding schoner is (bij nascheiding plakt vaker viezigheid zoals etensresten aan het PMD), waardoor meer materiaal geschikt is voor recycling

23 oktober 2025

Pagina 20

4. onze gemeente een diftar-tarief voor restafval kent, waardoor het effectiever is om PMD apart van het restafval in te zamelen 5. het scheiden van PMD een positief effect heeft op de motivatie van mensen om ook de andere herbruikbare stromen te scheiden 6. bronscheiding de hoeveelheid PMD in huis zichtbaar maakt, waardoor inwoners zich meer bewust zijn van de milieu-impact van alle verpakkingen die zij kopen. Faillissementen plastic recyclers In de afgelopen jaren zijn een aantal bedrijven in Nederland (en elders in Europa) failliet gegaan die actief waren in het recyclen van plastic en andere kunststoffen. De concurrentie van nieuwe, op olie gebaseerde, kunststoffen is hier de belangrijkste oorzaak van. De kosten voor het sorteren en reinigen van gebruikt plastic zijn hoog en bovendien zijn energie en lonen fors duurder geworden. Daardoor is nieuw plastic uit landen zoals China en de VS vaak goedkoper dan gerecycled plastic; zeker bij lage olieprijzen. Verder is het aangeboden plastic vervuild. Het recyclaat dat hieruit voortkomt, is vaak moeilijk verkoopbaar of heeft een lage marktwaarde. Dit alles maakt het voor recyclers lastig om hun product af te zetten.

Paragraaf 3.3

Overige ontwikkelingen

Kosten verbranden restafval stijgen verder De Rijksoverheid zet financiële instrumenten in om afvalverbranding financieel onaantrekkelijk te maken en gemeenten te verleiden meer grondstoffen te scheiden. Zo kent Nederland de afvalstoffenbelasting, ook wel verbrandingsbelasting genoemd. Deze is tot nu toe elk jaar verhoogd. Anno 2025 betalen gemeenten voor elke 1.000 kg restafval die wordt verbrand € 39,70 boven op het poorttarief van de verwerker; dat was in 2017 nog € 13,11. In september 2025 heeft het Rijk bekend gemaakt dat deze belasting vanaf 2028 fors gaat stijgen én dat een CO2-heffing voor afvalverwerkers wordt ingevoerd. Als gevolg hiervan stijgen de tarieven die gemeenten betalen voor het verwerken van restafval vanaf 2028 aanzienlijk. De verwachting is dat de tarieven voor het verbranden van restafval hierdoor in 2030 zo’n 80% hoger komen te liggen dan in 2026. Hierdoor is het beperken van de hoeveelheid restafval ook uit financieel oogpunt belangrijk. Technologische ontwikkelingen Technologische ontwikkelingen helpen de kwaliteit van herbruikbare stromen te verhogen en de service aan inwoners te verbeteren. De digitalisering en artificial intelligence (AI) maken het mogelijk om actief te sturen op basis van data en om efficiënter en gerichter te werken.

Het is al langer mogelijk om realtime data te verzamelen over inzamelroutes, vulgraad van containers en ingezamelde deelstromen, maar AI opent nieuwe deuren. Zo wordt AI nu al ingezet om vervuiling automatisch te herkennen tijdens het legen van containers, om gepersonaliseerde terugkoppeling aan huishoudens te geven en om foto's van verkeerd aangeboden afval te analyseren voor beleidsmonitoring, het aanduiden van hotspots voor bijgeplaatst afval of voor automatische opruimmeldingen. In de uitvoering van dit programma kunnen we hiervan gebruik maken (Hoofdstuk 6).

23 oktober 2025

Pagina 21

Kennis over gedrag Lange tijd gingen beleidsmakers ervan uit dat afvalscheiding het resultaat is van bewuste afwegingen: wie goede informatie krijgt, zal het juiste doen. De campagnes richtten zich van oudsher op kennisoverdracht, instructies en het aansporen tot betere afvalscheiding. Uit recente studies uit de sociale psychologie blijkt echter dat veel gedrag juist automatisch is - zonder dat mensen er over nadenken. Het wordt beïnvloed door tal van factoren die zich deels aan ons bewustzijn onttrekken. Mensen willen hun gedrag vaak wel veranderen, maar het lukt niet altijd. Inzichten uit de relatief jonge gedragspsychologie tonen aan dat onwenselijk afvalgedrag lang niet altijd voortkomt uit onwil of onwetendheid (bron: o.a. ‘Gedragsbeïnvloeding voor een circulaire economie’, Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat, 2020). Ook gewoontes, gemak, groepsnormen en visuele prikkels bepalen of iemand iets in de juiste bak of zak gooit. We moeten deze kennis over gedrag gebruiken om inwoners ook op andere manieren te stimuleren om gewenste gedragskeuzes te maken. Kennis over gedrag biedt gemeenten kansen om hun aanpak effectiever en mensgerichter te maken door gedragsondersteunende maatregelen in te zetten.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Krimpenerwaard&id=272c0ee9-b9e2-4a74-90b7-55bf57351b16