Reactie NVWK op M24-037 Afplaggen landbouwgrond in NNN-gebied - Afplaggen Afvlaggen?
Tekst van het document
Gemeente Krimpenerwaard Aan voorzitter en leden van de Gemeenteraad Postbus 51 2820 AB STOLWIJK
Datum Ons kenmerk Betreft
Berkenwoude, 02 juni 2024 2024_031 Afplaggen afvlaggen?
Geachte voorzitter en leden van de Raad, Op 4 juni wil de SGP-fractie een motie indienen om het afplaggen in NNN-gebied te voorkomen of zoveel mogelijk te beperken. De overwegingen en de argumenten in de tekst van deze motie zit vol onjuistheden en feitelijke onwaarheden. Daar ageren wij tegen! En wij voelen ons daarin gesteund door het Zuid Hollands landschap. Beslissingen door volksvertegenwoordigers moeten op de juiste feiten zijn gebaseerd. Onjuiste voorstelling van zaken en stemmingmakerij doen de democratie geen goed. Vooraf: De realisatie van 2.250 Ha natuurgebied moet in 2027 concreet onderdeel uitmaken van de Natura-2000 opgaven. De gebieden moeten aan gestelde eisen voldoen voor wat betreft natuurtypen en de bijbehorende kwaliteit. De feiten: Ten eerste: Afplaggen in de Krimpenerwaard gebeurt NIET op landbouwgrond maar op grond die al is aangewezen als natuurgebied; het zijn voor landbouw afgewaardeerde natuurgronden. Het zijn gebieden die al door uw raad zijn aangewezen en bedoeld zijn om natuurgebied te worden. Er wordt dus geen landbouwgrond opgeofferd. Ten tweede: Uw gemeenteraad ziet het belang van meer natuurgebied in de Krimpenerwaard en heeft ingestemd met de aanleg van 2.250 extra Ha natuur en NNN-gebied. Alle voorbereiding, organisatie en inrichting zijn daarop gericht. U heeft als hoogste orgaan dat kader gesteld.
Het college heeft -terecht- zijn verantwoordelijkheid genomen en met de deskundigen gekozen voor de meest effectieve manier om uw kader vorm te geven. Nat schraalland bereik je het meest effectief via afplaggen. Uitmijnen blijkt geen alternatief. Het bereiken van de afgesproken kwaliteit en natuurresultaat via uitmijnen duurt te lang, en is daarmee niet effectief.
Ten derde: Er ligt overtuigend bewijs onder de effectiviteit van afplaggen voor de realisatie van vochtig hooiland en nat schraalland. Dit weten we door jarenlange ervaring met verschralingsbeheer (vele decennia) en omvangrijk bodemonderzoek door deskundigen. Het is een verkeerde weergave van feiten als gesteld wordt dat deze aanpak uitsluitend berust op het genoemde onderzoek van het Louis Bolk Instituut. Nog daargelaten dat de raad al wist dat het een verkort onderzoek betrof, en overigens stond de afplag-maatregel ook gewoon al in de inrichtingsplannen. Het is dus niet correct te stellen dat de raad het niet wist. Ten vierde: Het is ten zeerste niet juist dat weidevogels zoals Grutto, Tureluur en Kievit niets te zoeken hebben in vochtige landen veroorzaakt door afplaggen en peilverhoging. Afplaggen en weidevogels gaan heel goed samen. Dat heeft de praktijk zelfs in de Krimpenerwaard bewezen, zoals duidelijk zichtbaar (en hoorbaar) in deelgebied Oudeland-Zuid waar diverse percelen in 2017 zijn afgeplagd en het waterpeil is verhoogd. Ten vijfde: Afplaggen veroorzaakt een tijdelijke extra uitstoot aan CO2. Dat wordt onder andere veroorzaakt door de uitvoering van het werk zelf, net als bij alle werkzaamheden, en door de aanleg van kades vanwege de peilophogingen, gewenst en nodig vanwege sturing van de peilen mede met oog op agrarisch gebruik.
Dit zijn echter allemaal tijdelijke toename van broeikasgas. De zwarte afgeplagde veengrond wordt in het werk zo minimaal mogelijk blootgesteld aan de lucht door deze direct af te strooien met maaisel. Daardoor verdroogt de grond minder snel en zullen de plagvakken eerder begroeien. Alles overziend is het netto-emissie-effect per saldo structureel positief. En is er wel waardevolle natuur gerealiseerd. Verzoek Wij dringen er bij u op aan deze feiten te betrekken bij de bespreking van de motie van de SGP mocht deze daadwerkelijk worden ingediend, en om op basis van de feiten te beslissen. Tot slot geven wij u in overweging om de motie van de SGP mede te beschouwen tegen het licht van de voorgenomen beleidsnotitie Biodiversiteitsbeleid van het College van B&W .
Namens de NVWK Met vriendelijke groet,
Frans van der Storm, secretaris NVWK