Raadsvoorstel Wijziging Verordening Jeugdhulp en Wmo 2026
Tekst van het document
RAADSVOORSTEL
Nr.: 1614160/1723248
Raadsvergadering:
16 december 2025
Onderwerp:
Verordening Jeugdhulp en Wmo Krimpenerwaard 2026
Portefeuillehouder:
I. Bultman
Datum:
14 oktober 2015
Korte samenvatting De raad wordt voorgesteld om de Verordening Jeugdhulp en Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) Krimpenerwaard 2026 vast te stellen met als belangrijk gevolg dat deze beter aansluit bij de uitvoering, overige verordeningen binnen het sociaal domein en jurisprudentie. Het gaat enerzijds om inhoudelijke technische wijzigingen ten gevolge van de meest recente jurisprudentie van de Centrale Raad van Beroep en anderzijds het verleggen van het accent naar samenredzaamheid overeenkomstig de Addendum van het Integraal Beleidskader Sociaal Domein. Voorgesteld besluit De raad wordt voorgesteld om: 1. De Verordening Jeugdhulp en Wmo Krimpenerwaard 2026 vast te stellen en in werking te laten treden op 1 januari 2026. 2. De Verordening Jeugdhulp en Wmo Krimpenerwaard 2024 in te trekken per 1 januari 2026; Inleiding De huidige Verordening Jeugdhulp en Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) Krimpenerwaard is 1 januari 2024 inwerking getreden. Sinds de inwerkingtreding heeft de Centrale Raad van Beroep een aantal uitspraken gedaan waardoor het noodzakelijk is om de verordening te actualiseren. Naast deze technische wijzigingen wordt een eerste aanzet gedaan om de verordening te laten aansluiten bij het Addendum Integraal Beleidskader Sociaal Domein. Dit betreft de wijze waarop we invulling geven aan samenredzaamheid binnen de Jeugdwet en de Wmo.
In 2026 volgt opnieuw een wijzigingsvoorstel op deze verordening met een nadere vertaling van het begrip ‘normaliseren’ uit het Addendum. Dit geeft ook de gewenste aansluiting bij de landelijke Hervormingsagenda Jeugd uit 2023, waarbij het doel was om de jeugdhulp te verbeteren voor de meest kwetsbare jeugdigen en gezinnen. Eén van de verbeterpunten daarin is het verduidelijken en afbakenen van de reikwijdte van de Jeugdwet. Beoogd resultaat Een actuele "Verordening Jeugdhulp en Wmo Krimpenerwaard 2026" die voldoet aan de wet en de meest actuele jurisprudentie van de Centrale Raad van Beroep. Argumenten 1.1. De aangedragen wijzigingen versterken de rechtspositie van de gemeente. De huidige verordening voldoet niet aan de eisen van de Centrale Raad van Beroep. Op 29 mei 2024 oordeelde de Centrale Raad van Beroep (CRvB) dat gemeentelijke verordeningen voor de Jeugdwet voldoende uitgewerkte criteria moet bevatten voor het beoordelen van 'eigen kracht' en ‘gebruikelijke hulp’ bij jeugdhulpaanvragen, wat betekent dat gemeenten niet meer kunnen volstaan met een verwijzing naar externe regels of beleidslijnen. De Raad oordeelde dit in drie uitspraken (ECLI:NL:CRVB:2024:1095, 1096, 1097) en benadrukte dat gemeenten duidelijker moeten beschrijven wat de ouderlijke zorgplicht inhoudt en wanneer er sprake is van 'eigen kracht' en ‘gebruikelijke hulp’.
Met name de termen 'eigen kracht' en 'gebruikelijke hulp' zijn onvoldoende uitgewerkt in de verordening. Deze uitwerking is echter wel vastgelegd in de huidig geldende beleidsregels die door ons college zijn vastgesteld. Door deze beleidsregels over te hevelen gemeente Krimpenerwaard Postbus 51 2820 AB Stolwijk www.krimpenerwaard.nl
naar de verordening komen we tegemoet aan de rechterlijke uitspraken. Dit versterkt de rechtsgrondslag voor gemeentelijke besluiten, vermindert het risico op juridische geschillen en verstevigt de gemeentelijke positie in bezwaar- en beroepsprocedures. Met deze overheveling verandert er niets voor de uitvoering, omdat met deze regelgeving al wordt gewerkt in de dagelijkse praktijk. 1.2. De verordening verwijst naar het Normenkader Huishoudelijke Ondersteuning 2025. Naar aanleiding van deze en andere juridische uitspraken moet de gemeente Krimpenerwaard in de verordening duidelijk aangeven welke normen worden gehanteerd bij het indiceren van Huishoudelijke Ondersteuning. Daarom is opgenomen dat de gemeente gebruikmaakt van het meest recente Normenkader van Bureau HHM. Een verwijzing hiernaar is juridisch voldoende. Tevens zijn aanvullende uitgangspunten benoemd die bij de indicatiestelling in acht worden genomen. 1.3 Het opnemen van de systematiek voor de prijzen en indexaties in de verordening is afdoende De wetgever (Wmo en Jeugd) stelt dat de inwoners op de hoogte moeten zijn van de gehanteerde prijzen, tarieven en indexeringen in de zorg. In de wet staat dat deze tarieven gepubliceerd moeten worden door de gemeente.
Volgens jurisprudentie mogen deze tarieven in nadere regels worden opgenomen, mits de systematiek van persoonsgebonden budgettarieven en indexaties in de verordening zijn vastgelegd. De gemeente voldoet hieraan door eind dit jaar de nadere regels met de geïndexeerde tarieven vast te stellen. Op dit moment zijn de actuele tarieven nog opgenomen in de verordening; volgend jaar is het voornemen om deze via het collegebesluit vast te stellen. 1.4. De overige aanpassingen ondersteunen de uitvoering. De verordening bevat enkele aanvullende wijzigingen die de uitvoeringspraktijk ondersteunen. Dit betreft onder meer verwijzingen naar voorliggende voorzieningen, zoals een scootmobielpool, versnelde aanvraagprocedures binnen de Jeugdwet, bepalingen voor het tijdelijk stopzetten van een indicatie en enkele aanscherpingen. Deze wijzigingen bieden de uitvoering meer juridische houvast en sluiten aan bij de huidige uitvoeringspraktijk. 1.5. De uitspraken over de Jeugdwet zijn ook van toepassing op de Wmo De uitspraken met betrekking tot de Jeugdwet zijn eveneens relevant voor de Wmo. Ook daarin wordt gebruikgemaakt van de begrippen 'eigen kracht' en 'gebruikelijke hulp'. Daarnaast geldt dat de wijze waarop een indicatie wordt afgewogen expliciet moet worden vastgelegd in de verordening.
1.6 De Centrale Raad van Beroep komt terug op een eerdere uitspraak over het Pgb-tarief voor hulp uit het sociale netwerk. In eerdere uitspraken van de Centrale van Beroep werd geoordeeld dat het Pgb uurtarief voor iemand uit het sociaal netwerk minimaal de hoogte moet hebben van het uurloon van de hoogste periodiek van de geldende cao VVT (ECLI:NL:CRVB:2023:1394 en ECLI:NL:CRVB:2023:1580). De Centrale Raad van Beroep heeft op 30 september 2025 geoordeeld dat het persoonsgebonden budget (pgb) voor het sociaal netwerk binnen de Jeugdwet en de Wmo 2015 toereikend is wanneer dit ten minste het wettelijk minimumloon en vakantiegeld dekt (ECLI:NL:CRVB:2025:1380 en ECLI:NL:CRVB:2025:1276). Deze uitspraak leidt tot een aanpassing van de verordening, waarbij niet langer wordt uitgegaan van de cao VVT-tarieven maar van het wettelijk minimumloon als uitgangspunt. Hiermee sluit de gemeente aan bij de actuele landelijke lijn en wordt een uitvoerbare en juridisch houdbare regeling geborgd. Het voorkomt hiermee ook onwenselijke verschillen met professionele tarieven, namelijk dat het uurloon hoger werd voor informele hulp dan het uurloon van professionele hulpverleners, die niet in het hoogste periodiek zijn ingeschaald. 1.7.
Er is een eerste aanzet gedaan om de verordening aan te laten sluiten op het Addendum van het Integraal Beleidskader Krimpenerwaard (IBK) Recent is het Addendum op het IBK vastgesteld, waarin drie opgaven zijn geformuleerd, waaronder het versterken van de sociale basis. In aanvulling op de begrippen 'eigen kracht' en ‘gebruikelijke hulp’ voegen we pag. 2/5
het begrip ‘samenredzaamheid’ toe: samen met de inwoner wordt gezocht naar passende oplossingen voor de hulpvraag. In hoofdstuk 2 van de verordening valt te lezen op welke wijze consulenten samen met de inwoner, de gehele persoonlijke situatie in kaart brengen en wordt gezocht naar passende oplossingen. Door deze werkwijze wordt recht gedaan aan zowel de juridische zorgvuldigheid (invulling geven aan eigen kracht) als onze visie op samenredzaamheid. 2.1 Het vaststellen van een nieuwe verordening maakt het noodzakelijk dat de oude verordening wordt ingetrokken. De inwerkingtreding van de nieuwe verordening en de intrekking van de oude verordening vinden plaats op dezelfde datum. Kanttekeningen 1.1 De Adviesraad heeft een reactie gegeven op conceptstukken uit juni 2025 en niet op de stukken behorend bij de formele adviesaanvraag van ons college. In juni is de Adviesraad Sociaal Domein in een eerste consultatie meegenomen op een conceptversie van de verordening. Nadien zijn er nog diverse aanpassingen gedaan, waaronder artikel 1.6. Op 4 september 2025 is een formele adviesaanvraag gedaan aan de Adviesraad. Uit het advies van de Adviesraad blijkt dat zij advies hebben uitgebracht op basis van de conceptversie en niet op basis van de stukken behorend bij de formele adviesaanvraag. In dat licht bezien begrijpen wij de kritiek van de Adviesraad.
Bij de Adviesraad wordt getoetst of de stukken bij de formele adviesaanvraag tegemoet komt aan hun kritiek. Tegelijkertijd attenderen wij de Adviesraad op het gewijzigde artikel van het Pgb over het minimumloon en de cao VVT-tarieven. De reactie van de Adviesraad wordt aan de raad toegezonden zodra wij dat hebben ontvangen. 1.2. De wijziging van het Pgb uurtarief voor hulp uit het sociale netwerk zijn onlangs voor advies voorgelegd aan de Adviesraad Sociaal Domein De wijziging van de verordening, waarbij wordt overgestapt van de cao VVT-tarieven naar het wettelijk minimumloon als basis voor het pgb-tarief binnen het sociaal netwerk, kon door de recente uitspraak (30 september 2025) van de Centrale Raad van Beroep niet eerder aan de Adviesraad Sociaal Domein worden voorgelegd. Dit doen wij alsnog, zie kanttekening 1.1. Alternatieven Het niet actualiseren van betreffende verordening is niet wenselijk, omdat bepaalde artikelen niet aansluiten bij de huidige praktijk of jurisprudentie. Financiën De wijziging van het Pgb uurtarief voor hulp uit het sociale netwerk zal leiden tot minder kosten, omdat het huidige Pgb uurtarief op basis van CAO VVT hoger ligt dan het minimumloon. Dit financieel voordeel wordt verwerkt in de eerste tussenrapportage 2026.
Juridische zaken De gemeenteraad legt via de Verordening de kaders vast voor verdere invulling en uitvoering door het college van burgemeester en wethouders. Gelijktijdig met de vaststelling van de verordening wordt de oude verordening ingetrokken. In de bijlage ‘Wijzigingstabel Verordening Jeugdhulp en Wmo 2026’ is overzichtelijk gemaakt wat de exacte wijzigingen zijn. Participatie en extern overleg De Adviesraad Sociaal Domein is gevraagd om advies te geven over de gemaakte wijzigingen. Zie bijgevoegd de reactie van de Adviesraad Sociaal Domein (bijlage 3) en de reactie van het college (bijlage 4) op het advies van de Adviesraad.
pag. 3/5
Vervolgtraject en uitvoering Na vaststelling van de Verordening Jeugdhulp en Wmo 2026 wordt deze door de afdeling Juridische Zaken verwerkt en bekendgemaakt op https://lokaleregelgeving.overheid.nl/. Bijlagen 1. Verordening Jeugdhulp en Wmo Krimpenerwaard 2026; 2. Wijzigingstabel Verordening Jeugdhulp en Wmo Krimpenerwaard 2026; 3. Advies van de Adviesraad Sociaal Domein op wijzigingen in de Verordening Jeugdhulp en Wmo 2026; 4. Reactie college op het advies van de Adviesraad Sociaal Domein op de Verordening Jeugdhulp en Wmo Krimpenerwaard 2026;
Hoogachtend, Burgemeester en wethouders van gemeente Krimpenerwaard, de secretaris,
de burgemeester,
J. Hennip
ir. J. Beenakker
pag. 4/5
RAADSBESLUIT
De raad van de gemeente Krimpenerwaard, Gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van inzake Verordening Jeugdhulp en Wmo 2026
Besluit: 1. De Verordening Jeugdhulp en Wmo Krimpenerwaard 2026 vast te stellen en in werking te laten treden op 1 januari 2026. 2. De Verordening Jeugdhulp en Wmo Krimpenerwaard 2024 in te trekken per 1 januari 2026;
Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van 16 december 2025,
de griffier,
de voorzitter,
S. van Dijk
ir. J. Beenakker
pag. 5/5