Presentatie Onderzoek Evaluatie minimabeleid gemeente Krimpenerwaard Raadspresentatie
Tekst van het document
Onderzoek Evaluatie minimabeleid Gemeente Krimpenerwaard KWIZ
Onderzoek Beleidsanalyse • Aan de hand van verschillende documenten het beleid en visie in kaart gebracht
Dashboard minima • Koppelen verschillende bestanden van gemeente en ketenpartners • Hiermee doelgroep bepaling en gebruik regelingen bepaald Inkomens effectrapportage • Financiële maandoverzicht voor minimahuishoudens • Effect van landelijk en gemeentelijk beleid in kaart gebracht
Armoedemonitor gemeente Krimpenerwaard CZV
JW
BRP
P-wet
SHV
1.608 huishoudens met een inkomen tot 120% Wsm in beeld bij de gemeente = 6,5% (Hiervan heeft de gemeente 1.356 huishoudens in beeld) Gemiddeld aandeel minimahuishoudens in andere gemeenten: ongeveer 8 à 9%
Minimapopulatie Krimpenerwaard Inkomensbron
Aantal
%
Vergelijkbare gemeenten
Participatiewet
597
44%
40 – 45%
AOW
262
19%
20 - 25%
Overige inkomensbron
497
37%
35 - 40%
1.356
100%
100%
Totaal Minima Alleenstaaand
9%
Eenoudergezin
Niet-minima 91%
20%
80%
Meerpersoonshuishouden zonder kinderen 2%
98%
Meerpersoonshuishouden met kinderen 3%
97%
Minimapopulatie Krimpenerwaard Minima
Niet-minima
Nederlandse achtergrond 3%
97%
Westerse migratieachtergrond 5%
95%
Niet-westerse migratieachtergrond
27%
73%
Langjarig op het minimum
8,9%,
15% 15%
Tot en met 1 jaar 1 tot 3 jaar
1.026 kinderen
groeien op in een huishoudens met inkomen tot 120% Wsm
3 jaar en langer
70%
(Hiervan heeft de gemeente 945 kinderen in beeld).
35%
21% 0% 7% 0%
Volwassenfonds Sport en Cultuur
45%
Maatschappelijke deelname ouderen
56% 55%
OV Meedoenpas
2022
Participatie en Werk
30%
Collectieve Zorgverzekering
Individuele Inkomenstoeslag
Bijzondere bijstand
Kwijtschelding
Bereik minimaregelingen Landelijk gemiddelde
75%
65% 50% 40%
29% 17% 7%
Bereik minimaregelingen II 2022
Landelijk gemiddelde 62%
50%
50%
50%
Kindpas
25%
Jeugdfonds Sport en Cultuur
Stichting Leergeld
29%
53%
Schoolspullenpas
52%
Meervoudige problematiek Minima Schuldhulpverlening
90%
10%
Wmo Jeugdwet op huishoudniveau Jeugdwet op kindniveau
Niet-minima
65%
35% 29% 18%
71% 82%
Minimahuishoudens maken vaker gebruik van een ondersteuningsvorm dan niet-minimahuishoudens.
Energietoeslag
84% (1.141 huishoudens) van alle minimahuishoudens heeft de energietoeslag ontvangen. In totaal hebben 1.797 huishoudens de energietoeslag ontvangen. Dit zijn de aantallen tot 1 november 2022 (peildatum van het onderzoek). In de laatste twee maanden (november en december 2022) zijn er nog aanvragen ingediend.
Inkomens effectrapportage • Effecten van gemeentelijk en landelijk beleid op maandinkomen • 6 huishoudtypen • Effecten van inkomensstijging door werkaanvaarding
Inkomenseffecten gemeente Krimpenerwaard • Bijdrage Rijk is groter dan bijdrage gemeente. • De gemeentelijke regelingen hebben effect op de financiële situatie. • Ruimhartig beleid, maar daardoor ook een flinke impact op het inkomen van huishoudens met een loon hoger dan 120% Wsm. • Paren (met en zonder kinderen) hebben bij een inkomen tot 130% Wsm te maken met een armoedeval.
Inkomensvooruitgang 110% Wsm
120% Wsm
130% Wsm
140% Wsm
3% Alleenstaande
10%
4%
9%
3% Paar zonder kinderen
-1%
7%
1% 3%
Alleenstaande ouder
3% 2%
Paar met kinderen
-3% -3%
7% 5% 5%
Conclusies Beleid • Duidelijke visie voor zowel sociaal domein als voor het minimabeleid met heldere doelstellingen.
Aanbod minimaregelingen • Breed pakket aan minimaregelingen • Tegelijkertijd: veel regelingen en veel versnipperingen zorgt voor onduidelijkheid en is minder overzichtelijk (voor inwoners als gemeente en maatschappelijke organisatie). • Ruimhartige bijdrage per minimaregeling. • Bereik minimaregelingen • voor kinderen in lijn met het landelijk gemiddelde (of net iets boven). • voor volwassenen en ouderen blijft het achter.
Conclusies II Kwetsbare doelgroepen • 5,5% van de huishoudens met een inkomen tot 120% Wsm zijn in beeld; 1 % niet. • Inwoners met een inkomen net boven 120% Wsm vallen buiten het beleid • Paren: krijgen te maken met een armoedeval bij 130% Wsm • Langdurige minima; 70 % van alle minima • Kinderen die opgroeien in een minimahuishouden; • Kinderen met een niet-westerse migratieachtergrond; • Huishoudens met meervoudige problematieken.
Vragen
Stelling 1 De inkomensgrenzen van alle minimaregelingen (behalve kwijtschelding, individuele inkomenstoeslag en bijzondere bijstand) moeten worden opgehoogd naar 130% van het wettelijk sociaal minimum.
Praktijkvoorbeeld van het Jeugdfonds Sport & Cultuur Stefan Hagebeek
Stelling 2 Werken moet lonen (ook voor paren). Het minimabeleid moet zo ingericht worden dat een armoedeval wordt voorkomen.
Praktijkvoorbeeld van de Clientenraad Sociale Zaken Tertia Hulst
Stelling 3 De inkomensgrenzen van de minimaregelingen moeten gelijk blijven. De focus moet liggen op het efficiënter inrichten van het minimabeleid (dubbelingen eruit en minder versnipperd) en extra inzetten op het bereik van de minimaregelingen.
Praktijkvoorbeeld van WelZijn Krimpenerwaard Anja Grootveld en Agata Bojko