CConstaterende datKrimpenerwaard
Koppel je AI →
Document · PDF

Opgehaalde wensen en bedenkingen omgevingsprogramma BOPA-beleid Kleine Windmolens

Oordeelsvorming gezamenlijk 14 januari 2025, gemeente KrimpenerwaardBij agendapunt: Aanpassing BOPA-beleid Kleine windmolens - bespreking opgehaalde wensen & bedenkingen1.571 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Wensen en bedenkingen BOPA-beleid Kleine Windmolens 14 januari 2025

Nr

Fractie

Pagina

Hoofdstuk/ paragraaf/ tussenkop (graag zo concreet mogelijk)

Wens of bedenking wens

Inhoud wens of bedenking

1

VVD

22

Hoofdstuk 4, paragraaf 5. Uitwerking beleid, 5.1.a

2

VGBK

22

hoofdstuk 4 paragraaf 5. uitwerking beleid. 5.1.f.

wens

naast elkaar of in een lijn het geel geacceerde (of naast elkaarin lijn met de weg) vervangen voor: tenzij het bouwvlak wordt overschreden kan naast elkaar in lijn met de weg worden toegestaan

3

VVD

22

Hoofdstuk 4, paragraaf 5. Uitwerking beleid. 5.1.f

wens

naast elkaar of in een lijn De laatste zin bij de tekst van optie f. aan te vullen: "Uitgangspunt is dat bij plaatsing van (maximaal) twee windmolens deze achter elkaar worden geplaatst in lijn met de hoofdrichting van de huidige bebouwing en het landschap.Tenzij de beschikbare ruimte op het erf dit niet toelaat; in dat geval mogen ze naast elkaar worden geplaatst."

4

SGP

47

Hoofdstuk 4: 5.1 algemene voorwaarden, 5.1.d.

wens

5

SGP

47

Hoofdstuk 4: 5.1 algemene voorwaarden wens

Ashoogte Het verruimen van de maximale ashoogte tot 20 meter. Onder voorwaarde dat dit mogelijk is volgens de provinciale regelgeving. Windwokkels Het onder strikte voorwaarden toestaan van windwokkels binnen de bebouwde kom. Bijv. op daken van appartementengebouwen, etc.

6

PvdA-GL

22/23

Hoofdstuk 4, paragraaf 5.1

wens

Vogels en vleermuizen Plaats windmolens niet in het verlengde van of nabij houtsingels en bomen. Totdat de effecten van windmolens op vogels en vleermuizen beter in beeld zijn, is dit een mitigerende maatregel die alvast toegepast kan worden. De onderbouwing hiervoor is afkomstig uit onderzoek van Poerink et al (2023): “Vleermuizen foerageren bij voorkeur langs houtsingels en nabij houtopstand. Indien een windmolen dichtbij of in het verlengde van een bomenrij is geplaatst, bestaat er een verhoogde kans dat vleermuizen daarbij ook in de rotorzone van de kleine windmolen terechtkomen. Om dit te voorkomen kunnen kleine windmolens het beste op grotere afstand (>20 m) van dergelijke landschapselementen worden geplaatst. Dit verkleint waarschijnlijk de kans op slachtoffers.”

7

PvdA-GL

22/23

Hoofdstuk 4, paragraaf 5.1

bedenking

Vogels en vleermuizen Onze bedenking is om het vervolgonderzoek naar de effecten van kleine windmolens op vogels en vleermuizen af te wachten alvorens het beleid aan te passen. Uit rondvraag hebben wij begrepen dat uiterlijk Q1 2025 een rapportage verschijnt met daarin de resultaten van twee jaar vervolgonderzoek naar de effecten van kleine windmolens op vogels en vleermuizen. Nieuwe inzichten kunnen dus elk moment verschijnen en daarom vinden wij het verstandiger deze korte periode te wachten. Zijn agrariërs er niet mee gebaat dat we als gemeente het wetenschappelijke onderzoek afwachten en het beleid daarop aanpassen zodat het beleid niet over een paar maanden weer op de schop hoeft?

8

PvdA-GL

22/23

Hoofdstuk 4, paragraaf 5.1

bedenking

Vogels en vleermuizen Plaats windmolens buiten het bouwblok. Totdat de effecten van windmolens op vogels en vleermuizen beter in beeld zijn, is dit een mitigerende maatregel die alvast toegepast kan worden. De onderbouwing hiervoor is afkomstig uit onderzoek van Poerink et al (2023): "Op en rond een bouwblok van een boerderij is meer activiteit van boerenerfvogels te verwachten dan daarbuiten. Doorgaans is het landschap buiten het bouwblok opener van karakter en is het minder aantrekkelijk voor boerenerfvogels om daar te broeden of te foerageren. Hetzelfde geldt voor vleermuizen omdat rond de boerderij en erfbeplanting meer insecten voorkomen. Zeker in open landschappen kan het bouwblok op dagen met veel wind ook zorgen voor een concentratie van insecten door de luwte binnen het bouwblok. De concentratie van insecten zorgt ervoor dat vleermuizen bij voorkeur in het bouwblok foerageren en daardoor een grotere kans hebben op aanvaring met een kleine windmolen."

zonnepanelen De tekst bij optie a. iets meer richting geven. De zin wordt dan: "Het verdient de voorkeur om in de eigen energiebehoefte te voorzien door middel van zonnepanelen op het dak. De mogelijkheden hiertoe moeten zijn verkend. Indien aanvullende maatregelen wenselijk zijn, kan de plaatsing van een kleine windmolen in aanmerking komen."

Wensen en bedenkingen BOPA-beleid Kleine Windmolens 14 januari 2025

Nr

Fractie

Pagina

Hoofdstuk/ paragraaf/ tussenkop

9

PvdA-GL

22/23

Hoofdstuk 4, paragraaf 5.1

Wens of bedenking wens

10

PvdA-GL

22/23

Hoofdstuk 4, paragraaf 5.1

bedenking

Vogels en vleermuizen Sta ruimte toe voor aanpassingen aan de windmolen zelf. Totdat de effecten van windmolens op vogels en vleermuizen beter in beeld zijn, is dit een mitigerende maatregel die alvast toegepast kan worden. De onderbouwing hiervoor is afkomstig uit onderzoek van Poerink et al (2023): “Van de grote windturbines is bekend dat aanpassingen aan het ontwerp het aantal slachtoffers kan reduceren. Zo zijn in Noorwegen experimenten gedaan, waarbij één van de rotorbladen een zwarte kleur krijgt, waardoor deze meer schijnen op te vallen voor vooral roofvogels (May et al., 2020). Momenteel wordt in de Eemshaven een vervolgonderzoek uitgevoerd naar de werking van de zwarte wiek voor een breder scala aan vogelsoorten (Klop et al., 2022). Een zwarte wiek zou in theorie bij kleine windmolens ook kunnen werken, alhoewel de zichtbaarheid bij kleine windmolens ten gevolge van hogere draaisnelheid wel anders kan zijn en de kleur van de wieken van de EAZ windmolen ook afwijkend is van de grote windturbines. Verder zouden op de staart van de EAZ molen zogenaamde birdspikes of meeuwenpinnen kunnen worden aangebracht die voorkomen dat bijvoorbeeld roofvogels of uilen hierop kunnen landen.”

11

LK

22/23

Hoofdstuk 4, paragraaf 5.1

bedenking

Vogels en vleermuizen Kleine windmolens kunnen risico's vormen voor vogels en vleermuizen, vooral in open gebieden en langs migratieroutes. LK heeft zorgen over onvoldoende bescherming van deze diersoorten.

12

PvdA-GL

22/23

Hoofdstuk 4, paragraaf 5.1

wens

Muizen Voorkomen extra vestigingen van muizen onder windmolens. Totdat de effecten van windmolens op vogels en vleermuizen beter in beeld zijn, is dit een mitigerende maatregel die alvast toegepast kan worden. De onderbouwing hiervoor is afkomstig uit onderzoek van Poerink et al (2023): "Opvallend is dat er zich onder de windmolens vaak meer muizengaten van veldmuizen bevinden dan in de omgeving. Hierdoor kunnen roofvogels en uilen worden aangetrokken en tijdens het foerageren mogelijk in aanvaring komen met de windmolen. Om dit te voorkomen zou er onder de molen een vegetatie kunnen worden aangelegd die minder aantrekkelijk is voor veldmuizen. De aanleg van ‘overhoekjes’ voor veldmuizen op grotere afstand van de windturbine kan stimuren dat veldmuizen zich daar vestigen.”

13

LK

22/23

Hoofdstuk 4, paragraaf 5.1

wens

Ecologische bescherming Kleine windmolens mogen geen negatieve impact hebben op de flora en fauna. LK wenst dat bij elke aanvraag een ecologische toets verplicht is, met speciale aandacht voor trekvogels, vleermuizen en andere kwetsbare diersoorten.

14

LK

22/23

Hoofdstuk 4, paragraaf 5.1

wens

Participatie en draagvlak LK wenst dat omwonenden vanaf het begin bij de besluitvorming worden betrokken. Er moet aantoonbaar draagvlak zijn bij direct omwonenden voordat een vergunning wordt verleend.

15

LK

22/23

Hoofdstuk 4, paragraaf 5.1

wens

Innovatieve oplossingen LK wil dat alternatieve technologieën, zoals windmolens met verticale assen (VAT-types), worden gestimuleerd als die minder impact hebben op vogels en het landschap.

16

LK

22/23

Hoofdstuk 4, paragraaf 5.1

wens

Beperking van geluids- en slagschaduw LK wenst dat windmolens alleen worden toegestaan als ze voldoen aan strikte normen voor geluidsproductie en slagschaduw, om hinder voor bewoners te voorkomen.

(graag zo concreet mogelijk)

Inhoud wens of bedenking Vogels en vleermuizen Plaats windmolens niet nabij vliegroutes / uitvliegopeningen van gebouwen. Totdat de effecten van windmolens op vogels en vleermuizen beter in beeld zijn, is dit een mitigerende maatregel die alvast toegepast kan worden. De onderbouwing hiervoor is afkomstig uit onderzoek van Poerink et al (2023): “Gebouwbewonende vogelsoorten, zoals kerkuilen, torenvalken, spreeuwen, huis- en boerenzwaluwen vliegen vaak op specifieke punten in en uit het gebouw. Zo vliegen boerenzwaluwen door openstaande schuurdeuren en hebben huiszwaluwen hun nesten tegen de dakrand aan een bepaalde zijde van een gebouw. Bij het bepalen van de locatie van de windmolen kan hiermee rekening worden gehouden. Door de windmolen zo min mogelijk in de vliegbaan van en naar de broedplaats te plaatsen kan het aantal aanvaringsslachtoffers van gebouwbewonende vogelsoorten waarschijnlijk worden beperkt.”

Wensen en bedenkingen BOPA-beleid Kleine Windmolens 14 januari 2025

Nr

Fractie

Pagina

Hoofdstuk/ paragraaf/ tussenkop

17

LK

22/23

Hoofdstuk 4, paragraaf 5.1

Wens of bedenking bedenking

18

LK

22/23

Hoofdstuk 4, paragraaf 5.1

bedenking

Langetermijneffecten LK heeft bedenkingen bij de gevolgen op lange termijn. Wat gebeurt er met windmolens die niet meer in gebruik zijn? Het beleid moet waarborgen dat niet-functionerende molens worden verwijderd en terreinen worden hersteld.

19

LK

22/23

Hoofdstuk 4, paragraaf 5.2

wens

Duidelijke locatiecriteria Kleine windmolens moeten worden geplaatst buiten ecologisch gevoelige gebieden, zoals natuurgebieden, watergangen en vogelroutes. LK wenst dat duidelijke locatiecriteria worden opgenomen om dit te waarborgen.

20

LK

22/23

Hoofdstuk 4, paragraaf 5.2

wens

Landschappelijke inpassing Windmolens moeten passen in het landschap van de Krimpenerwaard. LK wenst dat het beleid eisen stelt aan de esthetiek, zoals hoogtebeperkingen, kleurgebruik en vormgeving, om verstoring van het landschap te minimaliseren.

(graag zo concreet mogelijk)

Inhoud wens of bedenking Cumulatieve effecten LK maakt zich zorgen over de optelsom van meerdere windmolens in een gebied. Dit kan leiden tot visuele vervuiling en een negatieve impact op het landschap. Het beleid moet duidelijke limieten stellen aan het aantal en de dichtheid van windmolens.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Krimpenerwaard&id=5e19e495-93d3-44ba-8658-520fb69ea614