CConstaterende datKrimpenerwaard
Koppel je AI →
Document · PDF

Ontwerp omgevingsprogramma zon op veld - v1.1 (Krimpenerwaard) - ter vaststelling

Raadsvergadering 6 februari 2024, gemeente KrimpenerwaardBij agendapunt: (B) Omgevingsprogramma Zon op veld en beleidskader lokaal eigendom (RES)22.369 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

In Bijlage 5.4 is het totaal aan criteria en scores opgenomen. De kansenkaart De verschillende zoekgebieden van de RES zijn in de kansenkaart al bestempeld tot kansrijk of niet kansrijk. Het criterium kansenkaart bepaalt daarmee voor een deel ook de wenselijkheid van een initiatief: ligt het in een kansrijk gebied of niet. Een rood gebied in de kansenkaart is niet kansrijk en leidt daarmee tot uitsluiting in het afwegingskader. De score voor het criterium kansenkaart in het afwegingskader wordt direct uit de gebiedsbeschrijving gehaald. De score is maximaal 5 en minimaal 1.

54

Meekoppelkansen Het benutten van meekoppelkansen is een belangrijk element van de realisatie van zon op veld. In ieder zoekgebied zijn kansen waarop een zonnepark multifunctioneel kan worden ingezet. Een initiatiefnemer dient als minimale eis gebruik te maken van gebiedseigen meekoppelkansen. deze worden in de gebiedsbeschrijvingen gespecificeerd. Landschappelijke inpassing Het criterium landschappelijke inpassing zegt iets over de manier waarop het ingediende initiatief aandacht geeft aan (de aansluiting bij) de omgeving en het landschap. denk hierbij aan aandacht voor de lee aarheid en het karakteristieke landschap, zichtlijnen en kavelstructuur. Doorgaans wordt dit aangetoond in een landschappelijk inpassingsplan. Ontwerp Het criterium ontwerp gaat in op ontwerp specifieke eisen en wensen die aan het technisch ontwerp gesteld worden. Zaken als uitlijning, compensatie van verhard oppervlak of de reflectie en schaduwwerking van panelen komen in dit criterium aan de orde. Tevens zijn de ecologische effecten, de productiewijze en duurzaam materiaalgebruik van belang. Er is bij dit criterium sprake van zowel minimale eisen, als bij wensen voor een goede en een zeer goede score. Een initiatief kan zich dus goed onderscheiden van andere initiatieven op dit thema. Biodiversiteit Behoud van biodiversiteit wordt een steeds belangrijker onderwerp bij de plaatsing van zonnepanelen.

Vaak leidt een zonneveld tot achteruitgang van de biodiversiteit in het gebied, uitzonderingen daargelaten. Er is bij dit criterium sprake van zowel minimale eisen, als bij wensen voor een goede en een zeer goede score. Een initiatief kan zich dus goed onderscheiden van andere initiatieven op dit thema. Veiligheid en gezondheid De plaatsing van zonneparken en de bijbehorende (elektrische) systemen brengen veiligheidsrisico’s met zich mee. Denk hierbij aan de plaatsing van schakelkasten en omvormers. Een initiatiefnemer dient hier voldoende rekening mee te houden. Participatie - projectparticipatie Projectparticipatie is een belangrijk criterium voor een succesvol initiatief in de regio Midden-Holland. Iedere initiatiefnemer is genoodzaakt aan de voorkant na te denken over het participatietraject dat zal worden doorlopen om omwonenden bij het project te betrekken. Denk hierbij aan communicatie of het laten meedenken en meebeslissen van inwoners over allerlei zaken omtrent het project. Participatie - lokaal eigendom Financiële participatie, ook wel het betrekken van de omgeving in het financiële eigendom van het project, is één van de doelen uit het klimaatakkoord. Dit criterium is daarom ook voor de regio Midden Holland van groot belang en wordt ook wel lokaal eigendom genoemd. Het is aan een initiatiefnemer om te streven naar minimaal 50% lokaal eigendom van het initiatief.

55

Netbeheer In de kansenkaart wordt in de kansrijkheid van een initiatief meegenomen of er ruimte is op het net en of het zoekgebied zich op redelijke afstand bevindt van een aansluitingspunt. In het afwegingskader, waar naar initiatieven wordt gekeken, is tevens gekozen voor een criterium waarbij het belang van de netbeheerder is opgenomen. In dit geval gaat het om projectspecifieke zaken waarbij het project de belasting op het elektriciteitsnet minimaliseert. Er is bij dit criterium sprake van zowel minimale eisen, als bij wensen voor een goede en een zeer goede score. Een initiatief kan zich dus goed onderscheiden van andere initiatieven op dit thema.

De score en prioritering De score van een initiatief wordt berekend door de scores per criterium bij elkaar op te tellen. Er zijn in totaal 24 punten te behalen. Bij initiatieven met een gelijke score wordt vanuit de externe partij en de KG een advies gegeven, waarbij in principe als volgt wordt geprioriteerd: ● ● ● ●

score op criterium kansenkaart is leidend daarna is score op criterium lokaal eigendom leidend daarna is score op criterium landschappelijke inpassing leidend daarna is score op criterium ontwerp leidend

De score zegt iets over de score van het initiatief ten opzichte van de maximaal te behalen score, maar zegt niet direct iets over de wenselijkheid van het initiatief. Dat hangt af van het totaal aan initiatieven en de gestelde ambitie voor zon op veld. Dit wordt hieronder toegelicht. Ambitie In de RES regio Midden Holland is een totale ambitie gesteld van 0,435 TWh duurzame opwek op jaarbasis. In de RES 1.0 is hiervan 0,186 TWh concreet toegewezen aan zon op veld en zon langs infrastructuur (tezamen zon op veld). Deze (deel)ambitie kan wijzigen, mits aan te nemen valt dat op andere zoekgebieden, bijvoorbeeld zon op grote daken of zon boven parkeerplaatsen, de beoogde ambitie aldaar niet te realiseren is of juist ruimschoots wordt gehaald. Vooralsnog is er geen reden om aan te nemen dat de ambitie voor zon op veld hoger of lager dient te worden gesteld. Dit is dan ook de basis voor het bepalen van de wenselijkheid van projecten voor zonneparken in deze zoekgebieden: het totaal opgesteld vermogen van de wenselijke projecten dient op te tellen tot deze ambitie. Bepalen van wenselijkheid Ieder project dat wenselijk wordt geacht, scoort minimaal voldoende op alle criteria in het afwegingskader. Maar niet ieder initiatief dat voldoende scoort, is wenselijk. Dit hangt af van het totaal aan initiatieven dat nodig is om de ambitie te halen.

Startend met het hoogst geprioriteerde initiatief wordt vervolgens de bijdrage aan de ambitie opgeteld, doorwerkend tot het initiatief waarmee het bod wat op dat moment noodzakelijk is, is behaald. Er wordt hierbij tevens rekening gehouden met een overprogrammering van 20% op het totaal beoogde vermogen om eventuele uitvallende projecten te compenseren. De initiatieven die binnen de marge vallen om het bod te halen, krijgen prioriteit en zijn conform de methodiek ‘wenselijk’. De overige initiatieven, ongeacht hun score, zijn dat niet en zijn daarmee ‘niet wenselijk’. Er kunnen zich hierdoor enkele situaties voordoen: 56

●

●

●

Het kan zijn dat een initiatief eerst wenselijk is, maar door de komst van een ander initiatief dat hoger scoort of de verlaging van de ambitie, ineens niet meer. Andersom kan dit ook, een initiatief dat eerst niet wenselijk is, kan door de verhoging van de ambitie of het wegvallen van andere initiatieven, ineens wél wenselijk zijn Het kan zijn dat er (te) weinig initiatieven worden ingebracht. Hierdoor zijn mogelijk alle initiatieven die de minimale eis hebben gehaald, wenselijk om de beoogde ambitie alsnog te kunnen halen Het kan zijn dat er een initiatief met een zeer grote bijdrage aan het bod bovenaan de prioriteitenlijst staat. Hierdoor is het totaal aantal wenselijke projecten mogelijk erg gering.

De wenselijkheid wordt op deze manier behaald door het simpele feit of de ambitie met het beoogde aantal projecten wordt gehaald of niet.

57

5.4 Criteria en scores afwegingskader ‡—‡”‹‡‡• ‘”‡—‹–†‡ƒ•‡ƒƒ”–˜‘‘”Ї– „‡–”‡ˆˆ‡†‡‰‡„‹‡† ”‹–‡”‹—†‡ˆ‹‹–‹‡ ”‹–‡”‹—  ‹‹–‹ƒ–‹‡ˆ™‘”†–‹‡– ‘’‰‡‘‡‹ ’”‹‘”‹–‡”‹‰ō‘–ƒ – ‘’‡‡‡–‹†‹‡‡”

ŏ    Ŧ ‹–‹ƒ–‹‡ˆ™‘”†– ‘’‰‡‘‡‹ ’”‹‘”‹–‡”‹‰ ť †‹‡‰‡‡• ‘”‡‘’ ȯ‘˜‘ކ‘‡†‡ȯŦ

 ‹–‹ƒ–‹‡ˆ™‘”†– ‘’‰‡‘‡‹ ’”‹‘”‹–‡”‹‰ ť †‹‡‰‡‡• ‘”‡‘’ ȯ‘˜‘ކ‘‡†‡ȯŦ

ƒ”ƒ–‡”‹•–‹‡‡˜ƒ†‡Žƒ†• Šƒ’’‡Ž‹Œ‡‹’ƒ••‹‰

މ‡‡‡ƒ”ƒ–‡”‹•–‹‡‡˜ƒЇ––‡ А‹• Ї‘–™‡”’

†‡•’‡ ‹ˆ‹‡‡–‘‡’ƒ••‹‰˜ƒ„‹‘†‹˜‡”•‹–‡‹–•‡Ž‡‡–‡‹Ї– ‘–™‡”’

‡•’‡ ‹ˆ‹‡‡–‘‡’ƒ••‹‰˜ƒ˜‡‹Ž‹‰Š‡‹†•ŏ‡‰‡œ‘†Š‡‹†•‡Ž‡‡–‡‹Ї– ‘–™‡”’

‡–‘‡‰‡˜‘‡‰†‡™ƒƒ”†‡˜ƒ†‡’”‘Œ‡ –’ƒ”–‹ ‹’ƒ–‹‡†‹‡ ‡‡‡”™ƒƒ”†‡˜ƒЇ–‹‹–‹ƒ–‹‡ˆ˜‘‘”†‡‘‰‡˜‹‰‹†‡ ™‘”†–‰‡‘”‰ƒ‹•‡‡”† ˜‘”˜ƒŽ‘ƒƒŽ‡‹‰‡†‘

ƒ•‡ƒƒ”–• ‘”‡ ‘‡‰‡„‹‡†‹•‹‡–ƒ•”‹Œ

‡‡‘’’‡Žƒ•‡ ‡‡‡‡‘’’‡Žƒ•‡‘ˆ„‡—––‹‰˜ƒ‡‡”˜‘—†‹‰ ”—‹–‡‰‡„”—‹

‡„”—‹ƒ‡†˜ƒ‡‡‘’’‡Žƒ•‡‡‡‡”˜‘—†‹‰ ”—‹–‡‰‡„”—‹‹Ї–‰‡„‹‡†

ƒ†• Šƒ’’‡Ž‹Œ‡‹’ƒ••‹‰ ‡‡’Žƒ‡–†ƒƒ”‹ƒƒ†ƒ Š–˜‘‘”Žƒ†• Šƒ’’‡Ž‹Œ‡ ‹’ƒ••‹‰

–™‡”’ ‡‡‘–™‡”’‡–†ƒƒ”‹ƒƒ†ƒ Š–˜‘‘”–‡ А‹• Ї‹’ƒ••‹‰‡ †——”œƒƒƒ–‡”‹ƒƒŽ‰‡„”—‹

‹‘†‹˜‡”•‹–‡‹– ‡‡‡š’Ž‹ ‹‡–‡‘’ƒ‡˜ƒ„‹‘†‹˜‡”•‹–‡‹–‹Ї–’ŽƒŞ‘–™‡”’

‡‹Ž‹‰Š‡‹†‡ ‡œ‘†Š‡‹† ‡‡‡š’Ž‹ ‹‡–‡‘’ƒ‡˜ƒ˜‡‹Ž‹‰Š‡‹†‹Ї–’ŽƒŞ‘–™‡”’

‡‡’ƒ”–‹ ‹’ƒ–‹‡’ŽƒŞ ‘—‹ ƒ–‹‡’Žƒ

‘‡‰‡„‹‡†‹•ƒ•”‹Œŏœ‹‡ƒ•‡ƒƒ”–• ‘”‡

ţƒ•Ž—‹–‹‰„‹Œ‰‡„‹‡†•‡‹‰‡‡‡‘’’‡Žƒ•‡ť‹‡ ‰‡„‹‡†•‘• Š”‹Œ˜‹‰Ŧō

”‹•”‡‡‹‰‰‡Š‘—†‡‡–ƒŽЇ–‘†‡”•–ƒƒ†‡ ţ‡އ‡ˆ„ƒƒ”Ї‹†‡Ї–ƒ”ƒ–‡”‹•–‹‡‡Žƒ†• Šƒ’ŋ ţ”‹•”‡‡‹‰‰‡Š‘—†‡‡–œ‹ Š–Ž‹Œ‡‡ ƒ˜‡Ž•–”— –——”ō ţ™ƒŽ‹–ƒ–‹‡˜‡”ƒ†‡†‘‘”‘’ƒ‡‹‰”‘‡‡ ƒ–——”˜”‹‡†‡Ž‹Œ‡‘‡˜‡”•‡ƒ‡””ƒ†‡Ŋ†‘‘”Ї– ˜‘‘”‘‡˜ƒœ‹ Š–„ƒ”‡Ї‡ŋ ţ ‡–‰‡„‹‡†‡‡”––‡”—‰ƒƒ”Ї–‘‘”•’”‘‡Ž‹Œ‡ ‰‡„”—‹„‹Œ‡‹†‡އ˜‡•†——”Ŋ†‹‡‰‡Ž‹Œ‹•ƒƒ†‡ ˜‡”އ‡†‡ ˜‡”‰—‹‰•†——”ō

”‹•”‡‡‹‰‰‡Š‘—†‡‡–ƒŽЇ–‘†‡”•–ƒƒ†‡Ō ”‹•”‡‡‹‰‰‡Š‘—†‡‡–ƒŽЇ–‘†‡”•–ƒƒ†‡Ō ţ”‘‡–™‘”†‡ƒƒ‰‡–‘‘††ƒ–†‡„‹‘†‹˜‡”•‹–‡‹––‡–‹Œ†‡˜ƒ ţ ‘Ž‘‰‹• Ї‹’ƒ••‹‰ō Ї–’”‘Œ‡ –‹‡–˜‡”‹†‡”–Ŋ‘’„ƒ•‹•˜ƒ‡‡—Ž‡–‹‰‡‡‡ ţ‡‡‹‰‰‡Š‘—†‡‡–†‡”‘˜‹ ‹ƒŽ‡ō‡ō”ŋ  „‡Š‡‡”•’Žƒ ţ‡‘‰‡Ž‹ŒŠ‡‹†˜‘‘”Ž‡‹™‹Ž†‘Ї–’ƒ”„‹‡–‡‰ƒƒ ţ‡Š‡‡”œ‘†‡”‰‡„”—‹˜ƒ’‡•–‹ ‹†‡‡Ї”„‹ ‹†‡ ţ‘‡’ƒ‡Ž‡‡–‡‡ƒ––‡Ž‡—” ţ‡’”‘†— –‹‡˜ƒƒ–‡”‹ƒŽ‡‰‡„‡—”–˜Ž‰‡•†‡™‡–ŏ‡”‡‰‡Ž‰‡˜‹‰–‡ ţ‡‡‹‰‰‡Š‘—†‡‡–ƒ†‡””‹ Š–Ž‹Œ‡ƒ–‡”ō ţ‡‹‹ƒŽ‡Š‘‘‰–‡˜ƒ†‡‘†‡”ƒ–˜ƒ†‡’ƒ‡Ž‡Ŋœ‘†ƒ– ƒƒœ‹‡˜ƒƒ”„‡‹†‡ƒˆ˜ƒŽ•–‘ˆˆ‡ ‰‘‡†‡’Žƒ–‡‰”‘‡‹‡‡‡ ‡ ‘Ž‘‰‹• Šƒƒ‹„‡Š‡‡”‘‰‡Ž‹Œ‹•ō‹–„‡†”ƒƒ‰–‘‰‡˜‡‡”ɔɍ ō ţ‡Š‡‡”œ‘†‡”‰‡„”—‹˜ƒ’‡•–‹ ‹†‡‡Ї”„‹ ‹†‡ ţ‡‘‰‡Ž‹ŒŠ‡‹†˜‘‘”Ž‡‹™‹Ž†‘Ї–’ƒ”„‹‡–‡‰ƒƒ

‘‡‰‡„‹‡†‹•ƒ•”‹Œŏœ‹‡ƒ•‡ƒƒ”–• ‘”‡

ţƒ•Ž—‹–‹‰„‹Œ‰‡„‹‡†•‡‹‰‡‡‡‘’’‡Žƒ•‡ť‹‡ ‰‡„‹‡†•‘• Š”‹Œ˜‹‰Ŧō

”‹•”‡‡‹‰‰‡Š‘—†‡‡–ƒŽŽ‡•„‹Œ• ‘”‡ɎŊ’Ž—•Ō ”‹•”‡‡‹‰‰‡Š‘—†‡‡–ƒŽŽ‡•„‹Œ• ‘”‡Ɏ’Ž—•Ō ”‹•”‡‡‹‰‰‡Š‘—†‡‡–ƒŽŽ‡•„‹Œ• ‘”‡Ɏ’Ž—•Ō ţ‡• Š‹„ƒ”‡‰”‘†‡‘‡–‡ƒš‹ƒƒŽ„‡—–™‘”†‡ ţ ƒ—ƒ˜‘‘”œ‹‡‹‰‡”‡ƒŽ‹•‡”‡‡–™‹Ž†”ƒ•–‡”•œ‘”‰‡˜‘‘”‡‡‰‘‡†‡ ţ‡‡‹‰‰‡Š‘—†‡‡–˜‡”‘–”‡‹‹‰‹‰•”‹•‹ ‘ŋ ţ†‡”œ‘‡†‘‡ƒƒ”†‡‡ˆˆ‡ –‡‘’Ž‹ Š–‹˜ƒŽŊ ‰‡Ž‡‹†‹‰˜ƒЇ–™‹Ž†ƒƒ”‘ōƒō‡‡ˆƒ—ƒ’ƒ••ƒ‰‡ ‡–œ‘‡’ƒ‡Ž‡ ™ƒ–‡”Š—‹•Š‘—†‹‰‡”—‹–‡„‡•Žƒ‰ŋ ţ‡„‘†‡™ƒŽ‹–‡‹–‹•‰‡Ž‹Œ‘ˆ˜‡”„‡–‡”†ƒ˜‡”™‹Œ†‡”‹‰ ţ”™‘”†–‰‡‡‡’‘™‡”‹‰Ş‡˜ƒ’‹‰–‘‡‰‡’ƒ•–‰‡†—”‡†‡†‡ ţ •ƒ‡™‡”‹‰‡–ťŽ‘ƒŽ‡Ŧƒ–——”‘”‰ƒ‹•ƒ–‹‡•ť„‹Œ˜ō „‹Œ‡‹†‡އ˜‡•†——”Ŋ‘’„ƒ•‹•˜ƒ‡‡—Ž‡–‹‰‡‡‡ ‡š’Ž‘‹–ƒ–‹‡ť˜‡”˜ƒ‰‹‰˜ƒ’ƒ‡Ž‡˜‘‘”‡‹†‡އ˜‡•†——”Ŧ ”‘‡ƒŽŽ‹ƒ–‹‡‹††‡ŏ ‘ŽŽƒ†Ŧ‹•‡‡ƒƒŽ‡‰ŏ‡„‡Š‡‡”’Žƒ ţ‘‡’ƒ‡Ž‡‡–‡‡†‘‡”‡Ž‡—”ō ‡‹†‡–‹‰ō ‘’‰‡•–‡Ž†‘™‹ŽŽ‡˜ƒƒ–——”™ƒƒ”†‡ō ţ ‡–œ‘‡’ƒ”‹•‘––”‘‡ƒƒЇ–œ‹ Š–˜‘‘”œ‘™‡Ž†‡ ţƒ–‘‘„ƒƒ”‰‡„”—‹˜ƒ‘™ƒ”„‘’ƒ‡Ž‡ť ƒ”„‘ˆ‘‘–’”‹–’Žō ţ‡‰‡–ƒ–‹‡„‡Š‡‡”•–——”–‘’‹Š‡‡•‡Ŋ”—‹†‡”‹Œ‡˜‡‰ƒ–‹‡•†‹‡ ɎɎɍ‰ɏŏ‡“Ŧ ’ƒ••ƒ–‡ƒŽ•‡‹‰‡ƒƒ”•‡‘™‘‡†‡ō œ‘™‡‹‹‰ˆ”‡“—‡–ƒŽ•‘‰‡Ž‹Œ™‘”†‡‰‡ƒƒ‹†ō

ţƒ–‘‘„ƒƒ”‰‡„”—‹˜ƒ ŏŊŽ‘‘†ŏ‡–‹‘‘ŏ˜”‹Œ‡’ƒ‡Ž‡

‡–„‡Žƒ‰˜ƒ‡‡†‡‰‡Ž‹Œ‡ƒƒ•Ž—‹–‹‰‘’‡‘–Žƒ•–‹‰ ˜ƒЇ–‡Ž‡–”‹ ‹–‡‹–•‡– ‡–„‡Š‡‡” ‡‡”‡‡‹‰‰‡Š‘—†‡‡–‘–Žƒ•–‹‰˜ƒЇ– ‡Ž‡–”‹ ‹–‡‹–•‡–

ɍ

Ɏ

ɏ

‘‡‰‡„‹‡†‹•ƒ•”‹Œŏœ‹‡ƒ•‡ƒƒ”–• ‘”‡   ‹–‹ƒ–‹‡ˆ™‘”†– ‘’‰‡‘‡‹ ’”‹‘”‹–‡”‹‰ ť †‹‡‰‡‡• ‘”‡‘’ ȯ‘˜‘ކ‘‡†‡ȯŦ

ƒ”–‹ ‹’ƒ–‹‡ ‡‡ƒƒ†ƒ Š–˜‘‘”Ž‘ƒƒŽ‡‹‰‡†‘

ɐ

ƒš‹ƒŽ‡• ‘”‡

ɒťƒˆŠƒ‡Ž‹Œ˜ƒ• ‘”‡—‹–ƒ•‡ƒƒ”–Ŧ

ɏ

”‹•”‡‡‹‰‰‡Š‘—†‡‡–ƒŽŽ‡•„‹Œ• ‘”‡ɏ’Ž—•Ō ţ‡ А‹• Їއ˜‡•†——”˜ƒ†‡œ‘‡’ƒ‡Ž‡‹•‹‹ƒƒŽɏɒŒƒƒ”Ŋ ƒƒ‡‡Ž‹Œ‰‡ƒƒ–‡–‘„‹‡† ‡Ž‡”ƒ–‡†–”‡••‡•–•ť Ŧ ţ ‡„”—‹˜ƒ†—‡ˆ‹Ž–„˜ō—‹–•Ž—‹–‡”‹•‹ ‘‘’†™ƒ‰ƒ”„‡‹† ţ”™‘”†–ƒƒ‡‡Ž‹Œ‰‡ƒƒ–†ƒ–’ƒ‡Ž‡ƒƒЇ–‡‹†‡˜ƒ†‡ އ˜‡•†——”†˜ō’›”‘Ž›•‡™‘”†‡‘–ƒ–‡Ž† ţ”™‘”†–ƒƒ‡Ž‹Œ‰‡ƒƒ–†ƒ–ƒ–‡”‹ƒŽ‡ƒ†‡”•†ƒœ‘‡’ƒ‡Ž‡Ŋ †‹‡‹‡–‡‹†‡–‡ А‹• Їއ˜‡•†——”œ‹ŒƒƒЇ–‡‹†‡˜ƒЇ–’”‘Œ‡ –Ŋ ±±‘’±±™‘”†‡Ї”‰‡„”—‹–˜‘‘”–•‘‘”–‰‡Ž‹Œ‡–‘‡’ƒ••‹‰‡ō ɏ ɐ

ɐ

”‹•”‡‡‹‰‰‡Š‘—†‡‡– ”‹•”‡‡‹‰‰‡Š‘—†‡‡– ”‹•‡‡’Žƒ‘’‰‡•–‡Ž†™ƒƒ”‹”‡‡‹‰‹•‰‡Š‘—†‡ ”‹•”‡‡‹‰‰‡Š‘—†‡‡–ƒŽЇ–‘†‡”•–ƒƒ†‡Ō ţ††‹–‹‘‡Ž‡‰‡ ‘–”ƒ –‡‡”†‡–‡”—‰Ž‡˜‡”‘‰‡‹• ţ‡†‡ˆ‹‹–‹‡˜ƒŽ‘ƒƒŽ‡‹‰‡†‘ ‘ˆ‘”†‡ ‡–Ō ţŽƒƒ–•‹‰‘˜‘”‡”Ş–”ƒ•ˆ‘”ƒ–‘”Ş• Šƒ‡Žƒ•–‡„‹Œ‹‰ƒ‰–‡””‡‹ƒƒ” ƒš‹ƒƒŽɒɍʡ˜ƒЇ–’‹‡˜‡”‘‰‡˜ƒ†‡‹•–ƒŽŽƒ–‹‡ ţ‡‰”‡œ‹‰˜ƒЇ–‰‡„‹‡†™ƒƒ”„‹‡‘™‘‡†‡ ‰‡‡‡–‡Ž‹Œ‡’ƒ”–‹ ‹’ƒ–‹‡ƒ†‡”• –‡‹•–‡‘’ɓ‡–‡”ƒˆ•–ƒ†˜ƒ”‡‡†•„‡•–ƒƒ†‡‰‡„‘—™‡ ţ–™‹‡Ž‡‹‹–‹ƒ–‹‡ˆ‹œ‘‡‰‡„‹‡†‡–„‡• Š‹„ƒ”‡ ţ‡‡‹‰‰‡Š‘—†‡‡–˜‘ކ‘‡†‡”—‹–‡–—••‡’ƒ‡Ž‡‡‹•–ƒŽŽƒ–‹‡•‘ ™‘”†‡„‡–”‘‡„‹Œ†‡˜‘‘”„‡”‡‹†‹‰˜ƒ†‡”—‹–‡Ž‹Œ‡ ‡– ƒ’ƒ ‹–‡‹–Ŋ‡–‹‹ƒŽ‡ƒˆ•–ƒ†–‘–•–ƒ–‹‘ŋ ‘–™‹‡Ž‹‰‡–‘†‡”„‘—™‹‰ŋ „”ƒ†‘˜‡”•Žƒ‰–‡˜‘‘”‘‡ ţˆ•–‡‡‰”‘‘––‡‰‡˜”ƒƒ‰†‡ƒƒ•Ž—‹–‹‰‘’ ţ œ‡–˜ƒ ‘—‹ ƒ–‹‡‹††‡Ž‡ŋ ţŽƒƒ–•‹‰˜ƒ‡Ž‡–”‹• Ї‹•–ƒŽŽƒ–‹‡•‡–„”ƒ†„Ž—•‹•–ƒŽŽƒ–‹‡‡ „‡• Š‹„ƒ”‡ ƒ’ƒ ‹–‡‹–‡œ‘‰”‘‘–‘‰‡Ž‹Œ†‘‘” ‘‹–‘”‹‰••›•–‡‡˜‘‘”‹ ‹†‡–‡ōţ‡ƒ„‡Ž‹‰˜Žƒ ţŽƒ‹‰˜ƒ’ƒ”–‹ ‹’ƒ–‹‡‹††‡Ž‡‡‘‡–‡‘’ –‘‡’ƒ••‹‰ ƒ„އ’‘‘Ž‹‰ŋ Š‘‘ˆ†Ž‹Œ‡ŋ †‘˜‡†—‹–˜‘‡”‡–—••‡†‡˜ƒ‡Ş ‘’ƒ”–‹‡–‡ŋ

ţ‡Žƒ‰Š‡„„‡†‡ť„‹‡‡‡•–”ƒƒŽ˜ƒɔɍɍ˜ƒЇ– ŏ‡•›•–‡‡‡•–ƒ–‹‘•˜‘‘”œ‹‡˜ƒ‘‘†• Šƒ‡Žƒƒ”•‘†‡ œ‘‡’ƒ”‡–†‹”‡ –œ‹ Š–‘’Ї–’”‘Œ‡ –Ŧ™‘”†‡ •–”‘‘–‘‡˜‘‡”˜ƒ—‹–Ї–œ‘‡’ƒ‡‡Ž˜‡Ž†ƒˆ–‡• Šƒ‡Ž‡ō „‡–”‘‡‘’‹˜‡ƒ—‡‡™‡–‡‡‡‡†‡‡˜ƒ†‡ ţ‡„‡Š—‹œ‹‰˜ƒ†‡•›•–‡‡‡•–ƒ–‹‘•„”ƒ†™‡”‡†˜ƒ„‹‡ƒƒ” „—‹–‡—‹–˜‘‡”‡Ŋ‹‹ƒƒŽɐɍ‹—–‡ť™‡‡”•–ƒ†„”ƒ††‘‘”Žƒ–‹‰ ’ƒ”–‹ ‹’ƒ–‹‡Žƒ††‡”ō „”ƒ†‘˜‡”•Žƒ‰Ŧō ”‹•”‡‡‹‰‰‡Š‘—†‡‡–ƒŽŽ‡•„‹Œ• ‘”‡Ɏ’Ž—•Ō ”‹•”‡‡‹‰‰‡Š‘—†‡‡–Ō ”‹•”‡‡‹‰‰‡Š‘—†‡‡–ƒŽŽ‡•„‹Œ• ‘”‡Ɏ’Ž—•Ō ”‹•”‡‡‹‰‰‡Š‘—†‡‡–ƒŽŽ‡•„‹Œ• ‘”‡Ɏ’Ž—•Ō ţ’–‹ƒŽ‡‘”‹‡–ƒ–‹‡˜ƒ’ƒ‡Ž‡˜‘‘”˜‡”‹†‡”‹‰ ţ—‹‡ƒˆ•–ƒ†ť‹‹ƒƒŽɎɍ‡–‡”Ŧ–—••‡”‹Œ‡’ƒ‡Ž‡‘†‡”Ž‹‰‡–—••‡ ţ‡Žƒ‰Š‡„„‡†‡ť„‹‡‡‡•–”ƒƒŽ˜ƒɔɍɍ˜ƒЇ– ţ‡†‡ˆ‹‹–‹‡˜ƒŽ‘ƒƒŽ‡‹‰‡†‘ ‘ˆ‘”†‡ œ‘‡’ƒ”‡–†‹”‡ –œ‹ Š–‘’Ї–’”‘Œ‡ –Ŧ™‘”†‡‘’‡‡ ‰‡‡‡–‡Ž‹Œ‡’ƒ”–‹ ‹’ƒ–‹‡ƒ†‡”•±‡‡”†ƒɒɍʡŽ‘ƒƒŽ „‡Žƒ•–‹‰‡Ž‡–”‹ ‹–‡‹–‹•‡–ŋ ’ƒ‡Ž‡‡ƒ†‡”‡‹•–ƒŽŽƒ–‹‡•ŋť‘˜‘”‡”‡ō†ōŦ ţ‹‹ƒŽ‹•ƒ–‹‡–”ƒ•’‘”–†‘‘” ‘„‹ƒ–‹‡˜ƒ˜”ƒƒ‰‡ ‡‹‰‡†‘†‘‘”Ї–„‡• Š‹„ƒƒ”•–‡ŽŽ‡˜ƒ‡‹‰‡ ţ‡•›•–‡‡‡•–ƒ–‹‘•ƒƒ†‡™‡‰œ‹Œ†‡–‡’Žƒƒ–•‡Ŋœ‘†ƒ–œ‡‹‰‡˜ƒŽ˜ƒ Š‘‰‡”‹˜‡ƒ—˜ƒ†‡’ƒ”–‹ ‹’ƒ–‹‡Žƒ††‡”„‡–”‘‡Ō ƒƒ„‘†ō ˜‡”‘‰‡‹†‡˜‘”˜ƒ‘„Ž‹‰ƒ–‹‡•‘ˆƒƒ†‡Ž‡ō ‡‡™‡”‡‘ˆ‡‡„‡•Ž‹••‡ ‡‡

ƒŽƒ‹–‡‹–„‡”‡‹„ƒƒ”œ‹Œ˜‘‘”†‡„”ƒ†™‡‡”ō”™‘”†–†ƒ‘‘ ţ‡˜‹‡”’ƒ”–‹ ‹’ƒ–‹‡—‹–‰ƒ‰•’—–‡‰‡ˆ‘”—އ‡”††‘‘” ‰‡ƒ†˜‹•‡‡”†‘Ї–—‹–• Šƒ‡Ž’ƒ‡‡Ž†‹”‡ –„‹Œ†‡–‘‡‰ƒ‰•’‘‘”––‡’Žƒƒ–•‡Ŧō †‡’”‘˜‹ ‹‡—‹†ŏ ‘ŽŽƒ†ť†‡ɑŕ•ŦŌ ţ‡„Ž—•™ƒ–‡”˜‘‘”œ‹‡‹‰‡–‡‡ ƒ’ƒ ‹–‡‹–˜ƒ‹‹ƒƒŽɓɍɐŞ——”–‡ ŏ‘‡Ž‡Ō‹Ї–’ƒ”–‹ ‹’ƒ–‹‡’”‘ ‡•™‘”†–˜‘‘”ƒˆ ”‡ƒŽ‹•‡”‡–‡”Š‘‘‰–‡˜ƒ†‡‹‘‘’•–ƒ–‹‘•‡‹†‡ƒ„‹ŒŠ‡‹†˜ƒ†‡ •›•–‡‡Ŋœ‘ƒŽ•–”ƒ•ˆ‘”ƒ–‘”‡‡‘˜‘”‡”•ō‘•‹–‹‡‹•ƒ†‡”–‡„‡’ƒŽ‡ō „‡• Š”‡˜‡™‡Ž‡†‘‡Ž‡™‘”†‡ƒ‰‡•–”‡‡ˆ†‡™ƒ–†ƒ– „‡–‡‡–˜‘‘”†‡‘”‰ƒ‹•ƒ–‹‡˜ƒ’ƒ”–‹ ‹’ƒ–‹‡ŏ‘‡–‡ ţ Ї–‰”ƒ•Žƒ†‡†‡’ƒ‡‡Ž˜‡Ž†‡ ‘’ƒ”–‹‡–‡”‹‰–‘‡’ƒ••‡‡– ŏ‹ƒŽ‘‘‰ŌЇ–‰‡•’”‡™‘”†–‡–‡‡‘’‡Š‘—†‹‰ Ŗ˜ƒ‡ŗ˜ƒƒš‹ƒƒŽɏɒɍɍɏŊ–‡ ”‡´”‡†‘‘”’ƒ‡Ž‡‹‹ƒƒŽɏ‡–‡” ƒƒ‰‡‰ƒƒŊ™ƒƒ”„‹Œ”—‹–‡‹•˜‘‘”œ‘™‡Žƒ”‰—‡–‡ƒŽ• —‹–‡Žƒƒ”–‡’Žƒƒ–•‡‡•–”‘‡˜ƒ‹‹ƒƒŽɏ‡–‡”˜”‹Œ–‡Š‘—†‡˜ƒ ‡‘–‹‡• „‡‰”‘‡‹‹‰ō ŏ‹˜‡”•‹–‡‹–Ō‡œ‘„”‡‡†‘‰‡Ž‹Œ‡‰”‘‡’‡•‡‡ „‡Žƒ‰‡™‘”†–˜‡”–‡‰‡™‘‘”†‹‰†‹Ї– ’ƒ”–‹ ‹’ƒ–‹‡’”‘ ‡• ŏ‘‘”™‡”‹‰ŌƒЇ–„‡‰‹˜ƒЇ–’”‘ ‡•™‘”†– †—‹†‡Ž‹Œ‰‡ƒƒ–ƒƒ„‡–”‘‡‡™ƒ–†‡”—‹–‡‹•˜‘‘” ‹˜Ž‘‡†ō Š–‡”ƒˆ™‘”†–‰‡ ‘—‹ ‡‡”†™ƒ–˜‘‘” ‹˜Ž‘‡††‡‹„”‡‰‹Ї–’ƒ”–‹ ‹’ƒ–‹‡’”‘ ‡•ƒŽ†ƒ‹‡– Ї‡ˆ–‰‡Šƒ†‘’Ї–„‡•Ž—‹–ō ”‹•”‡‡‹‰‰‡Š‘—†‡‡–ƒŽŽ‡•„‹Œ• ‘”‡ɏ’Ž—•Ō

ţ‘‡’ƒ••‡–‹Œ†‡Ž‹Œ‡‘’•Žƒ‰‘ˆ ‘˜‡”•‹‡ō

ɏ

ɏ

ɏ

ɐ

59

5.5 Lijst van afkortingen Onderstaand overzicht is bedoeld als naslag voor veelgebruikte a ortingen en begrippen in het programma. A orting

Volledig uitgeschreven

Bopa

Buitenplanse omgevingsplan activiteit

GIS

Geographic Information System

KWp

Kilowattpiek

NNN-gebieden

Natuurnetwerk Nederland gebieden

ODMH

Omgevingsdienst Midden-Holland

plan-MER

plan Milieu Effect Rapportage

RES

Regionale Energie Strategie

TWh

Terawattuur

VNG

Vereniging van Nederlandse Gemeenten

59

5.6 Kansenkaartscores en Gebiedsbeschrijvingen

er vastste ing

Krimpenerwaard Krimpenerhout

Kansenkaartscore: Redelijk kansrijk tot kansrijk – (Score: 3,1)

Cijfers van het zoekgebied: Grootte van het zoekgebied

Type landschap

119 ha

Waarde 3

Agrarisch gebied

Landschapstype:

Waarde 2

Veenweidegebied

Natuurwaarden:

Waarde 5

Geen aanwezigheid beschermde natuurwaarden

Recreatiewaarden:

Waarde 2

Hoge recreatieve waarden door de directe invloed van recreatieve vaar- fiets- en wandelverbindingen in het zoekgebied

Geplande ontwikkelingen:

Waarde 3

Geen ontwikkelingen voorzien of voorzien na 5 jaar

Netaansluiting:

Waarde 4

Binnen 1 tot 3 km van spannings- station

Netimpact:

Waarde 3

Veroorzaakt een knelpunt, dat voor 2030 wordt opgelost

Adviseurs Omgevingskwaliteit Groothandelsgebouw 010 280 94 45 "|-ঞomvrѴ;bmƓƔbm=oŠ7ourv|-7;mѴ-m7ĺmѴ Postbus 29129 ƒƏƏƐ!o‚;u7-ldorpstadenland.nl

RES Midden-Holland

Gebiedsbeschrijving Krimpenerhout Gemeente Krimpenerwaard

Type zoekgebied: Agrarisch / Landschapstype: Veenweidegebied Oppervlakte zoekgebied: 119 hectare

Landschapskenmerken

>ĸ o|oĻvˆ-m7;Ѳo1-ࢼ;;m7bu;1|;ol];ˆbm]

Algemene landschappelijke kenmerken op hoofdlijn Het Krimpenerhout is het uitloopgebied van de omliggende woon- en werkgebieden. Het veenweidelandschap bv_b;uor;;mru;ম];l-mb;utoegankelijk gemaakt voor bezoekers. De gelaagdheid en diversiteit van 7;0;rѴ-mঞm]is fraai. Het zoek];0b;7_;;[grotendeels een agrarische bestemming en is in eigendom en beheer bij een aantal agrarische bedrijven. Het gebied wordt in tweeën gedeeld door de Tiendweg. Ten noorden van de Tiendweg bezit het gebied de kenmerkende openheid van een veenweidegebied. Ten zuiden van de Tiendweg gaat de veenweide over in de lintbebouwing langs de dijk. Dit is een rafelige overgang. RES Midden Holland - Zoekgebied: Krimpenerhout

pagina 1 van 9

o1-ঞ;h--u|

>ĸLo1-ࢼ;Ŏvࢼrr;ѲѲbfmŏˆ-m_;|Œo;h];0b;7 bm7;_†b7b];vb|†-ࢼ;

Het westelijk deel van het zoekgebied overlapt met het Krimpenerhout. Ten noorden grenst het zoekgebied --m_;|u;1u;-ঞ;];0b;7ĺ(;u7;u‰ou7|_;|0;]u;mv|7oou de Molenweg (ten oosten), de Molendijk en de Noord (ten zuiden) en de westgrens van het gebied loopt ten oosten van Tiendweg 39, Krimpen aan de Lek. In het midden van het gebied loopt een verharde Tiendweg. De bebouwing is geconcentreerd langs de Molendijk.

Landschappelijke kenmerken en waarden De hieronder beschreven landschapskenmerken en waarden zijn gebaseerd op de methode ‘landschap en duurzame energie’ ˆ-m_;|ubfhķ_;|ruoˆbm1b-Ѵ;];0b;7vruoC;Ѵ;m7;1†Ѵ|††u_bv|oubv1_; waardenkaart. Deze beschrijvingen zijn toegespitst op het zoekgebied en voul;m7;|o;Ѵb1_ঞm]or7; context waarin zon-op-land al dan niet wordt gerealiseerd. Deze kenmerken en waarden zijn de basis ;m-ѴvŒo7-mb]ˆ;u|--Ѵ7bm7;ļ;0b;7vvr;1bC;h;bmr-vvbm]vˆoou‰--u7;mĽbm_;||‰;;7;7;;Ѵˆ-m7;Œ; gebiedsbeschrijving.

>ĸ-m7v1_-rr;Ѳbfh;h;ml;uh;m;0b;7vruoC;Ѳublr;m;u‰--u7‫(ث‬-mѲbmhvm--uu;1_|v‫)ث‬-|;u-Ѳvv|u†1|††u7u-];uĶ 7;mࢼ|;b|v7u-];uvˆ-m,†b7-oѲѲ-m7͉-Ѳb|;b|bmv|-7- ;m7ourv];0b;7ĸ

RES Midden Holland - Zoekgebied: Krimpenerhout

pagina 2 van 9

>ĸ-m7v1_-rr;Ѳbfh;h;ml;uh;m;0b;7vruoC;Ѳublr;m;u‰--u7‫(ث‬-mѲbmhvm--uu;1_|v‫‰ث‬-Ѳb|;b|bmv|-7- ;m7ourv];0b;7Ķ (;u0bm7;m7ˆubf;ࢼf7vѲ-m7v1_-rĶ);]7oouv|-7;mѲ-m7ĸ

In het zoekgebied bevinden zich twee type landschappen. Het noordelijk deel is veenweidegebied. Het zuidelijk deel is veenweidegebied met rivierinvloed. Het veenweidegebied met rivierinvloed onderscheidt zich door de grotere hoeveelheid klei in de bodem. Het hoogteverschil is geleidelijk en er is geen duidelijke oeverwal te onderscheiden. De ontginning van de Krimpenerwaard verliep in meerdere fases en allereerst haaks vanaf de rivieren Lek en Hollandsche IJssel. Ondanks de gefaseerde ontginning is een ];Ѵbfhl-ঞ]om|]bmmbm]vr-|uoom ontstaan met lange, smalle noord-zuid georiënteerde kavels en brede sloten. Het verkavelingspatroon van het kleiige en het veengebied is ook gelijk. Het waterpeil staat vlak onder het maaiveld. De bebouwing ligt als een aaneengesloten band langs de dijk. Binnendijks staat de meeste bebouwing beneden aan de dijkvoet en incidenteel op dijkniveau. Tussen de bebouwing door, langs de poldersloten zijn lange zichtlijnen de veenweide in. ;-l0bঞ;v†b|_;|uoˆbm1b-Ѵ;;0b;7vruoC;Ѵublr;m;u‰--u7 aangaande dit onderwerp zijn: Herkenbaar veenweidelandschap. x Herkenbaar houden van gave verkavelingspatronen van lb77;Ѵ;;†‰v;om|]bmmbm];mķl;|h-u-h|;ubvঞ;h;Ѵ-m]];u;h|; percelen, poldersloten en weteringen. x Noord-zuidgerichte slagenverkaveling met smalle lange kavels en veelal brede sloten handhaven en waar mogelijk herstellen.

x Behouden en versterken van het contrast tussen verdichte dijklinten en open veenweidegebied; x Behoud van kleine landschapselementen zoals eendenkooien, r;v|0ovf;v;mˆ;;mr†‚;mĸ x Tegengaan van verrommelend grondgebruik, dat de openheid aantast. x Doorzichten over opstrekkende verkaveling vanaf de wegen op de dijk zoveel mogelijk behouden. x Lengtesloten zijn beeldbepalend, deze sloten in principe handhaven en de zichtbaarheid zoveel mogelijk versterken. x -ll;mbm7;vѴo|;mŒbfmom7;u];v1_bh|--m7;Ѵ;m]|;ub1_ঞm]ˆ-m de kavel. x o;v|;u;mˆ-mˆ;;mr†‚;m-Ѵv_bv|oubv1_;Ѵ-m7v1_-rv;Ѵ;l;m|;mĺ x Bij ruimtelijke ontwikkelingen voldoende ruimte voor waterberging, in de vorm van (verbrede) watergangen. Het dijklint: Molendijk. x om|u-v|ˆ;u7b1_|;7bfhѴbm|;m;mor;mˆ;;m‰;b7;];0b;70;Ѵ;;>--u houden. x Doorzichten over opstrekkende verkaveling vanaf de dijk zoveel mogelijk behouden, poldersloten lopen door tot aan de dijkvoet.

Ѵ;bm;rѴ†hf;vor]--m7;0;rѴ-mঞm]– voormalige pest- en hakhoutbosjes – staan verspreid in het grasland en zorgen voor coulissewerking in de open ruimte. m7;ublr;m;u_o†|bvl;;uor]--m7;0;rѴ-mঞm] --m‰;Œb]ĺ oou7;1ol0bm-ঞ;ˆ-mu;];Ѵl-ঞ]om|]bmmbm]vr-|uoom;mѴ-m7v1_-rv;Ѵ;l;m|;mķom7;u0uoh;m door bebouwingslinten ontstaat een verassende diversiteit.

RES Midden Holland - Zoekgebied: Krimpenerhout

pagina 3 van 9

Het gebied wordt ingeklemd door Krimpen aan de Lek en Krimpen aan den IJssel. De laatste is vanaf de jaren vijftig snel gegroeid als groeikern van Rotterdam. Voor Krimpen aan de Lek geldt dat het is ontstaan als verdikking van het dijklint langs de rivier. Het zoekgebied vormt een buffer tussen de twee woongebieden. Het gebied wordt gescheiden door een Tiendweg, die met name in gebruik is voor lokaal landbouwverkeer en als recreatieve route. ;-l0bঞ;v†b|_;|uoˆbm1b-Ѵ;;0b;7vruoC;Ѵublr;m;u‰--u7--m]--m7;7b|om7;u‰;urŒbfmĹ Stedelijk uitloopgebied en de Tiendweg. x Toegankelijkheid van het landschap vergroten door herkenbare u;1u;-ঞ;ˆ;uo†|;vˆ-m†b|7;]uo;mŒom;v7oou|;|u;hh;mm--u_;| landschap. x De toegankelijkheid van het gebied wordt behouden of verbeterd. x Handhaven van half- en onverharde paden als bijzondere belevingskwaliteit. x ;_o†7;mˆ-m_;||u-1࣐;mruoC;Ѵˆ-m7;$b;m7‰;]bm1Ѵ†vb;=7; aangrenzende watergangen en de oub࣓m|-ঞ; haaks op de h-ˆ;Ѵub1_ঞm]ĺ x ;0bfŒom7;u;0;Ѵ;ˆbm]vh‰-Ѵb|;b|ˆ-mঞ;m7‰;];m0;_o†7;m7oouŒo min mogelijk verharding toe te passen. x ;0;rѴ-mঞm]l;|_o†|‰-ѴѴ;mņ;ѴŒ;mvbm];Ѵvho;v|;u;m;m versterken. x ;ঞ;m7‰;];m-Ѵv]uo;m;1om|u-l-Ѵˆ-m7;7b1_|0;0o†‰7;Ѵbm|;m koesteren. x ;;m0;0o†‰bm]Ѵ-m]v7;om0;0o†‰7;ঞ;m7‰;];mĺ

Vanuit de trafostation bij Krimpen aan den IJssel lopen hoogspanningsleidingen in alle windstreken. De lijnen in noordoostelijke richting lopen min of meer haaks op de verkaveling en doorsnijden over de grootste lengte de Krimpenerwaard. Twee andere lijnen steken tussen Krimpen aan den Lek en Lekkerkerk de Lek over. ;-l0bঞ;v†b|_;|uoˆbm1b-Ѵ;;0b;7vruoC;Ѵublr;m;u‰--u7--m]--m7;7b|om7;u‰;urŒbfmĹ Hoogspanningsleiding x De leidingen lopen als autonome lijnen over het gebied, nieuwe ontwikkelingen op het maaiveld (bijvoorbeeld bebouwing, 0;rѴ-mঞm]őu;-];u;ml;|_†m0;]u;mŒbm]ņˆoul];ˆbm]mb;|or7; leidingen.

Natuur en ecologische waarden

De groene gebieden in het bovenstaande kaartje zijn onderdeel van de ecologische hoofdstructuur (EHS). De veenweidegebieden zijn ook onderdeel van het ‘Veenweidepact Krimpenerwaard’, dat zich inzet op het behoud en ontwikkelen van waardevol agrarische cultuurlandschap met bijhorende natuurwaarden. Het RES Midden Holland - Zoekgebied: Krimpenerhout

pagina 4 van 9

zoekgebied grenst hier niet direct aan en behoort juist tot _;|Ѵ-m70o†‰h†m7b]orঞl--Ѵbm];ub1_|];0b;7. Wel is het gebied interessant vanwege de hoge waterstand, extensief beheer door koeien en de kleine Ѵ-m7v1_-rv;Ѵ;l;m|;mŒo-Ѵv7;‰bѴ];mѴ-m]v7;$b;m7‰;];m-m7;u;or]--m7;0;rѴ-mঞm] in de Krimpenerhout. _‚rvĹņņ‰‰‰ĺrѴ-mˆb;‰;uĺmѴņbluoņCѴ;vņĺ!ĺƐƖƒƐĺƐƔƏƒƏƏƒ-VG01/t_NL.IMRO.1931.BP1503BG003-VG01.html

!;1u;-ঞ;‰--u7;m

Het recreatiegebied Krimpenerhout (ten westen en noorden van het plangebied) is een geleidelijke overgang tussen bebouwd gebied en landschap met een mix van sportvelden, volkstuinen en andere stadsrandfuncties. In tegenstelling tot Krimpenerhout met de aanwezigheid van broekbossen is het overige deel van het zoekgebied nagenoeg open gebleven. Het zoekgebied is recreatief goed gekoppeld aan het Krimpenerhout. Er liggen fietsroutes aan de noord-, midden- en zuidzijde van het plangebied (zoals de Tiendweg en Noord-Molendijk). Met name in het westen lopen meerdere wandelroutes die makkelijk gekoppeld kunnen worden aan het zoekgebied.

Cultuurhistorische waarden Het zoekgebied is onderdeel van de veenontginningen. De Tiendweg is aangelegd na de Middeleeuwen ter compartimentering van de polders. Langs de tiendwegen brachten de pachters een deel van de opbrengst van het land, een tiende, naar de leenheer. Een Tiendweg bestaat uit twee parallel lopende weteringen (of uit een wetering en een poldersloot) met een lange rechte kade ertussen. Langs deze Tiendweg zijn, met name aan de zuidkant, enkele wilgen opgeschoten of geplant.

Veenontginning Tiendweg Rivierdijk

Zeer hoge waarde Hoge waarde Redelijk hoge waarde

Zeer hoge waarde Hoge waarde Redelijk hoge waarde

>ĸ†Ѳ|††u_bv|oubv1_;)--u7;mh--u|,†b7-oѲѲ-m7ķ-m7v1_-rr;Ѳbfh;h;ml;uh;mŎѲbmhvŏ;m-m7v1_-rr;Ѳbfh;‰--u7;mŎu;1_|vŏ †b|)uoˆbm1b;,†b7-oѲѲ-m7

RES Midden Holland - Zoekgebied: Krimpenerhout

pagina 5 van 9

De oorspronkelijke bedding van de Lek is nog zichtbaar in het gebied. In de Middeleeuwen is de loop van het winterbed vastgelegd. In het zuiden van het zoekgebied ligt een boezem met hoge landschappelijke waarde. Hier buigt de Lekdijk wat uit en is het verkavelingspatroon aangepast. Omschrijving van de landschapselementen in het gebied uit de CHW Provincie Zuid-Holland: Veenontginning, algemeen De veenontginningen zijn vanaf de 11e eeuw ontstaan, toen vanaf een ontginningsbasis (rivier of gegraven wetering) de veenwildernis systematisch werd ontgonnen. Zo ontstond een verkaveling die nog altijd karakteristiek is voor het veenlandschap: lange (smalle) stroken, van elkaar gescheiden door (afwaterings)sloten, met de boerderij op de kop van de kavel. De stroken liggen evenwijdig aan elkaar. Tiendweg De tiendwegen zijn vermoedelijk aangelegd als kwelkade. Zo kon men in een deel van de polder, vroeg in het jaar, een lage waterstand verkrijgen ten behoeve van de landbouw. Rivierdijk De rivieren zijn vanaf de Middeleeuwen bedijkt. Vóór de aanleg van de deltadammen stonden de rivieren in open verbinding met de zee, waardoor zee- en rivierdijken in profiel lang niet altijd duidelijk van elkaar verschillen. De Molendijk heeft een redelijk hoge waarde.

Archeologische kenmerken en waarden

>ĸ†Ѳ|††u_bv|oubv1_;)--u7;mh--u|,†b7-oѲѲ-m7ķu1_;oѲo]bv1_;h;ml;uh;mŎѲbmhvŏ;mu1_;oѲo]bv1_;‰--u7;mŎu;1_|vŏ†b| )uoˆbm1b;,†b7-oѲѲ-m7ĸ

Tussen de 0 en 5 meter diepte Œbfmhol-=Œ;মm];ml;|ˆ;;m--m‰;Œb]ĺ mooh7b;r;u7-mƔl;|;uhol|bm _;|]uoo|v|;7;;Ѵˆ-m_;|];0b;7hol-=Œ;মm];ml;|ˆ;;mˆoouĺ b|_;;[;;m];;m|o|Ѵ-];-u1_;oѴo]bv1_; waarde. In het noordwesten van het gebied is een rivierduin aanwezig met een hoge waarde. Ook is er in _;|l;;v|Œ†b7oov|;Ѵbfh;r†m|f;vru-h;ˆ-m;;m0†@;uˆ-m;;mv|uool]ou7;Ѵ;m];†Ѵ-=Œ;মm]l;|;;m_o]; archeologische waarde. (oou_;|oˆ;u]uo|;7;;Ѵˆ-m_;|];0b;7];Ѵ7|;;mѴ-];-u1_;oѴo]bv1_;ˆ;u‰-1_ঞm]ĺ b|0;|;h;m|;;m onderzoeksplicht voor plangebieden gelijk aan of groter dan 10.000 m² en ingrepen dieper dan 3 m beneden maaiveld. Omschrijving van de landschapselementen in het gebied uit de CHW Provincie Zuid-Holland: Rivierduinen Rivierduinen hebben een redelijk hoge tot hoge waarde, op grond van het gekarteerde grootschalige micro reliëf van de rivierduincomplexen. Stroomgordels/geulafzettingen "|uool]ou7;Ѳvń];†Ѳ-=Œ;||bm];mĶbm1Ѳĸ1u;ˆ-vv;m redelijk hoog tot hoog; In de Kenmerkenkaart wordt in deze eenheid onderscheid gemaakt in drie diepteklassen waarop deze waarde bereikt kan worden. Aanvullend geldt de verwachting dat de ondiep gelegen stroomgordels een hogere dichtheid aan bewoningssporen hebben, terwijl daarentegen de dieper gelegen stroomgordels een lagere dichtheid aan bewoningssporen hebben.

De redelijk hoog tot hoge verwachting geldt ook voor de buffers die aan weerszijden van de stroomgordels en geulafzettingen beneden 3 m – maaiveld voorkomen. _‚rvĹņņrŒ_ĺ0ƒrĺmѴņˆb;‰;uņ-rrņ†Ѵ|††uō_bv|oubv1_;ō-|Ѵ-v

RES Midden Holland - Zoekgebied: Krimpenerhout

pagina 6 van 9

RES Midden-Holland

Gebiedsbeschrijving Krimpenerhout Gemeente Krimpenerwaard

Type zoekgebied: Agrarisch / Landschapstype: Veenweidegebied Oppervlakte zoekgebied: 119 hectare

;0b;7vvr;1bC;h;bmr-vvbm]vˆoou‰--u7;m

>ĸo1-ࢼ;h--u|ˆ-m_;|Œo;h];0b;7

Ğ'ĞďŝĞĚƐƐƉĞĐŝĮĞŬĞŝŶƉĂƐƐŝŶŐƐǀŽŽƌǁĂĂƌĚĞŶnjŝũŶůĞŝĚĞŶĚǀŽŽƌŚĞƚŝŶƌŝĐŚƟŶŐƐǀŽŽƌƐƚĞůǀĂŶĞĞŶnjŽŶ-opůĂŶĚŝŶŝƟĂƟĞĨǀŽŽƌĚĞnjĞůŽĐĂƟĞ͘ĞŝŶƉĂƐƐŝŶŐƐǀŽŽƌǁĂĂƌĚĞŶnjŝũŶŐĞďĂƐĞĞƌĚŽƉĚĞůĂŶĚƐĐŚĂƉƉĞůŝũŬĞ ŬĞŶŵĞƌŬĞŶĞŶǁĂĂƌĚĞŶnjŽĂůƐďĞƐĐŚƌĞǀĞŶŝŶŚĞƚĞĞƌƐƚĞĚĞĞůǀĂŶĚĞnjĞŐĞďŝĞĚƐŽŵƐĐŚƌŝũǀŝŶŐ͘

RES Midden Holland - Zoekgebied: Krimpenerhout

pagina 7 van 9

Bijzondere voorwaarden x Het zoekgebied ligt in een grondwaterbeschermingsgebied. Voorstellen voor zon-op-land clusters dienen aan te geven hoe de ;ˆ;m|†;Ѵ; --m|-vঞm] ˆ-m 7; waarden van de grondwaterbescherming wordt voorkomen.

omC]†u-ঞ; x

x x

x x x

x x

; 1omC]†u-ঞ; ˆoou bmˆ†ѴѴbm] l;| (-opstellingen kent drie hoofdprincipes: o Op minimaal 150 meter afstand van de Tiendweg kunnen in het noorden meerdere naast elkaar gelegen agrarische percelen van het slagenpatroon voorzien worden van PVopstellingen. Zo vormen deze een groter aaneengesloten zon-op-veld cluster. o Drie van deze grotere clusters zon-op-veld met landschappelijke ruimte rondom kunnen zo gerealiseerd worden ten noorden van de Tiendweg. Er wordt ruim afstand van meerdere slagen tussen de clusters gehouden en er wordt rekening gehouden met het bestaande hoogspanningstracé en rekening gehouden met een eventueel nieuw hoogspanningstracé en/of waterstofnetwerktracé. o Ten zuiden van de Tiendweg tot aan de rivierdijk (Molendijk) worden geen zon-op-land clusters gerealiseerd. Hier wordt de ruimte te beperkt tussen Tiendweg en achterkanten van woonpercelen te beperkt geacht voor het realiseren van clusters zon-op-land met behoud van de ruimtelijke kwaliteit. ;| r-|uoom ˆ-m 7; roѴ7;u 0Ѵbf[ bm -ѴѴ; 1Ѵ†v|;uv o= bmˆ†ѴѴbm];m behouden. Wanneer een cluster uit meerdere slagen bestaat wordt het aanbevolen om de clustergrens op de korte kanten van beide zijden van de percelen te laten verspringen. Afwisseling met mb;†‰; ‰-|;ur-uঞf;m o= 0uo;h0ov Œo† 7; bm|;]u-ঞ; l;| _;| landschap kunnen versterken indien deze worden toegevoegd.

Minimaal 1 slag ten westen van de Molenweg en een afstand van minimaal 100 meter vanaf het pad langs de Oude wetering wordt vrijgehouden van zon-op-veld. Afstand tot de woon- en werkkavels aan de rivierdijk is in overleg met de eigenaren te bepalen. Extensieve PV-opstellingen met een maximale dekkingsgraad en dichtste pakking van maximaal 50% van het gebruikte oppervlakte land van een perceel, om te voorkomen dat de veenbodem uitdroogt ;m|;];Ѵbfh;uঞf7ˆ;];|-ঞ;]uo;b0;_o†7;m0Ѵbf[. E;mbmub1_ঞm]vrѴ-ml;|(-opstellingen die exact 7;vѴ-]ub1_ঞm] volgen is vereist. Een beperkte hoogte van de PV-opstellingen wordt nagestreefd in verband met beleving vanaf grotere afstand van het open gebied. Maximale hoogte is 2 meter ten opzichte van het huidige maaiveld.

bmbl-Ѳ;-=v|-m7Œomm;r-m;Ѳ;m|o|7; $b;m7‰;]Ǝƒƍl

(-orv|;ѲѲbm];mˆoѲ];m7; ub1_ࢼm];m]u;mŒ;m ˆ-m_;|ˆ;uh-ˆ;Ѳbm]vr-|uoom

Š|;mvb;ˆ; (-orv|;ѲѲbm]l;|u†bl|; |†vv;m7;ubf;m

Begrenzing, afscherming en landschapskwaliteit

x De gronden rondom de clusters blijven agrarisch gebruikt, maar -=‰bvv;Ѵbm] ˆ-m mb;†‰; ‰-|;ur-uঞf;m ;m 0uo;h0ov h†mm;m ;;m ˆoou|0o†‰bm] ˆoul;m or _;| ub|l; ;m bmub1_ঞm] ˆ-m _;| --m‰;Œb]; u;1u;-ঞ;ˆ; 7;;Ѵ |;m ‰;v|;mˆ-m 7; Ѵo1-ঞ;ĺ b;u Ѵb]| ook de meekopp;Ѵh-mvl;|u;1u;-ঞ;ĺ x Beperk de hoeveelheid hekwerk en afrastering zo veel als mogelijk. Waar toegankelijkheid kan worden beperkt met sloten

(oouhol_;h‰;uh;m-=u-v|;ubm]ĶѲovor l;|0u;7;;mmb;†‰;vѲo|;m uom7_;| 1Ѳ†v|;u

RES Midden Holland - Zoekgebied: Krimpenerhout

pagina 8 van 9

_;;[ 7-| 7;ˆoouh;†uĺ --u0bf h-m ];hoŒ;m‰ou7;m ol mb;†‰; sloten rond het cluster aan te leggen. Afstemming met waterschap ;m7;ˆ;um-মm]vor]-ˆ;ˆ-m7;ˆ;;m]uom7bv_b;u0bfmoo7Œ-h;Ѵbfhĺ x Alle bestaande watergangen worden gerespecteerd in het bmub1_ঞm]vrѴ-m (geen dempingen). De PV-opstellingen worden op minimaal 2 meter van de insteek van de watergang geplaatst voor een groene oever en talud.

$;1_mb;h;mbmv|-ѴѴ-ঞ;

x $u-mv=oul-|ou_†bvf;v _;00;m ;;m u†vঞ]; ;m bm];|o];m vormgeving en worden ruimtelijk logisch en uit het zicht geïntegreerd in het veld. Plaatsing gebeurt binnen elk cluster met een maximale hoogte van 150 cm boven het huidige maaiveld. x ; hѴ;†u ˆ-m 7; Œomm;r-m;Ѵ;m bm1Ѵ†vb;= olѴbfvঞm] bv donker en mat. Daarnaast wordt er één type paneel toegepast binnen elk cluster of het project als geheel. x Bij voorkeur zoveel mogelijk gebruik maken van al aanwezige r-7;mĺ ;;v| ;L1b࣓m|; r-7;mv‹v|;;l ˆoou om7;u_o†7 toepassen en breedte van rijbanen minimaal houden. x Verharding voor onderhoud, parkeren of anderszins buiten de clusters zo beperkt mogelijk houden.

Transformatorhuisjes worden ruimtelijk logisch geïntegreerd in het veld

Ѵ-mruo1;v;m1oll†mb1-ঞ; x &b|‰;uhbm] -Ѵঞf7 bm v-l;mvru--h l;| ];l;;m|;, hoogheemraadschap en directe omgeving. x Langs de diverse wandel- ;mC;|vr-7;mbm_;|olѴb]];m7;];0b;7 h†mm;morl;;u7;u;r†m|;mbm=oul-ঞ;0ou7;mworden geplaatst die het zon-op-veld project uitleggen.

Beheer x In het beheerplan wordt ook de monitoring en wijze van eventueel herstel van aangetaste landschaps- natuur- en biodiversiteitswaarden gegeven.

Meekoppelkansen

x Uitbreiding van de natuurwaarden door natuurlijk beheer, aanleg ˆ-m 0uo;h0ov ;m ‰-|;ur-uঞf;m h†mm;m 7; --m‰;Œb]; You- ;m fauna versterken en ook _;|u;1u;-ঞ;ˆ;7ol;bmuitbreiden. x ; |o;]-mh;Ѵbfh_;b7 ˆ-m u;1u;-ঞ;ˆ; uo†|;v ;m ˆ;u0Ѵbf=v=†m1ঞ; zouden verder kunnen worden uitgebreid in het gebied in samenspraak met gemeente, waterschap en omwonenden. x Eventuele waterbergingsopgaven kunnen gebruikt worden om de landschappelijke structuur te versterken, bijvoorbeeld door watergangen te verbreden, plasdraszones te creëren of het waterpeil te verhogen in samenspraak met het waterschap.

;;horr;Ѳh-mv‫ث‬1u;߭u;mˆ-m0uo;h0ovĶ ‰-|;u0;u]bm];mu;1u;-ࢼ;bm7;Œom; |†vv;m7;$b;m7‰;];m_;|Œomm;ˆ;Ѳ7

Aanvullende bronnen: x LED Methode Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE): _‚rvĹņņ‰‰‰ĺ1†Ѵ|†u;;Ѵ;u=]o;7ĺmѴņom7;u‰;ur;mņ;m;u]b;-enlandschap/energiemaatregelen-inpassen-met-oog-voor-het-landschap

x De gedragscode Zon-op-Land van de solar sector:

_‚rvĹņņ‰‰‰ĺ_oѴѴ-m7voѴ-uĺmѴņ†rѴo-7vņCѴ;vņ];7u-]v1o7;-zon-op-land.pdf

"ঞ1_ঞm] ourķ"|-7ş-m7bvvbm7vƐƖƑƖ;;mom-A-mh;Ѵbfh;h;mmbvr-u|m;uˆ-m];l;;m|;mbm,†b7en Zuidwest-;7;uѴ-m7ĺ ourķ"|-7ş-m7toetst, onderzoekt, adviseert en inspireert op het gebied ˆ-m-u1_b|;1|††uķ;u=]o;7ķv|;7;m0o†‰;mѴ-m7v1_-rĺ;|;;m7;vh†m7b]|;-lˆ-mu†blŒ;ˆ;mঞ] -7ˆbv;†uvŒ;|7;ou]-mbv-ঞ;Œb1_bm0bf1-ĺŒ;vঞ]];l;;m|;mˆoou_;|r†0Ѵb;h;0;Ѵ-m]ˆ-m;;m aangename en aantrekkelijke leefomgeving.

RES Midden Holland - Zoekgebied: Krimpenerhout

pagina 9 van 9

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Krimpenerwaard&id=2b28a292-93f3-4295-b836-41772166cb19