CConstaterende datKrimpenerwaard
Koppel je AI →
Document · PDF

Ontwerp Omgevingsprogramma Landbouw Krimpenerwaard

Beeldvorming R&F (RZ) 10 juni 2025, gemeente KrimpenerwaardBij agendapunt: Programma Landbouw (tot 21:15 uur)23.820 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Hierbij wordt in het bijzonder gekeken naar mogelijkheden voor verruiming van kampeerterreinen, bijvoorbeeld door extra kampeerplaatsen toe te staan en/of door toe te staan dat kampeerterreinen jaarrond open mogen. Verder geldt in sommige gebieden in de Krimpenerwaard de voorwaarde dat de nevenactiviteiten gekoppeld zijn aan een maximum oppervlak van 500 m2. Bij de harmonisatie wordt onderzocht of deze voorwaarde stand houdt of verruimd wordt. Een andere mogelijkheid is dat er niet naar oppervlakte wordt gekeken, maar naar onderdeel van het inkomen. Het belang van de voedselproductie in de Krimpenerwaard en de producten waar we trots op zijn krijgen extra aandacht door educatie en voorlichting te stimuleren. We zoeken actief naar middelen en financiering, bijvoorbeeld via de Voedselfamilie of de regiodeal, om (bestaande) initiatieven onder de aandacht te brengen. Tot slot blijkt dat de omgevingsvisie recreatieve activiteiten vooral wil bevorderen in de deelgebieden actieve recreatie, recreatieve beleving en natuur. Voorgesteld wordt om recreatieve activiteiten in de vorm van agrarische nevenactiviteit in het buitengebied van de hele gemeente Krimpenerwaard wordt gestimuleerd, en niet enkel in de genoemde deelgebieden.

24

Omgevingsprogramma Landbouw Krimpenerwaard (ONTWERP)

8. Thema 4: Circulair gebruik afvalstoffen 8.1.Huidige situatie Circulair gebruik van afvalstoffen bij agrarische bedrijven draait om het hergebruiken van reststromen om verspilling te minimaliseren en de kringloop te sluiten. Denk bijvoorbeeld aan het inzetten van mest en gewasresten als natuurlijke bemesting, of het verwerken van voedselafval tot diervoeder of biogas. Dit draagt bij aan een duurzamere landbouw en vermindert de afhankelijkheid van externe grondstoffen. Een slimme manier om economie en ecologie te combineren.

(Mest) vergisten Een concreet voorbeeld van het circulair gebruik van afvalstoffen is het inzetten van een mestvergister. Met een mestvergister wordt van mest duurzame energie opgewekt. De energietransitie vraagt een overstap van fossiele naar duurzame energiebronnen. Krimpenerwaard wil het opwekken van duurzame energie stimuleren. Hoewel het vergisten van mest slechts een zeer kleine bijdrage levert aan de energietransitie, kan het wel belangrijk zijn voor de toekomstbestendigheid van de landbouw. Bij mestvergisting wordt de organische stof in mest door bacteriën omgezet in biogas. Dit gas is te gebruiken voor het opwekken van elektriciteit of direct als brandstof voor processen of voertuigen. Deze duurzame en groen opgewekte elektriciteit kan in het eigen bedrijf gebruikt worden, worden terug geleverd aan het elektriciteitsnet (mits hier voldoende ruimte voor is op het energienet) of worden opgeslagen. Daarnaast heeft het vergisten van mest ook een positief effect op het terugdringen van de stikstofdepositie. Het levert waardevolle meststoffen op, waardoor er minder kunstmest nodig is en het milieu minder wordt belast. In de meeste gevallen is een mestvergister pas rendabel als meerdere agrarische bedrijven samenwerken.

Aan het oplossen van het mestoverschot zal het slechts een zeer beperkte bijdrage kunnen leveren, omdat de hoeveelheid mest nauwelijks vermindert door het vergisten. Als er ook andere stoffen dan mest worden toegevoegd aan de vergister, wordt gesproken over covergisten. Covergisten kan zelfs leiden tot een toename van mest, omdat het restproduct na het vergisten volledig als mest wordt gezien. Een mestvergister kan in Krimpenerwaard geplaatst worden als de mestvergister voor eigen gebruik wordt neergezet, past binnen de (bouw)regels van het geldende omgevingsplan en past binnen de landelijke voorwaarden die zijn opgenomen in het Besluit activiteiten leefomgeving. Past de mestvergister niet in het omgevingsplan, dan heeft de gemeente Krimpenerwaard in haar BOPA-beleid voorwaarden opgenomen waaronder alsnog een mestvergister kan worden geplaatst: er geldt een maximale hoogte van 15 meter en er moet een positief advies liggen van de agrarische beoordelingscommissie evenals van de Omgevingsdienst Midden-Holland. Grootschalige mestvergisters die gebruikt kunnen worden door meerdere agrariërs, zijn in het omgevingsplan van de gemeente Krimpenerwaard niet toegestaan en er is ook geen afwegingskader voor het plaatsen hiervan.

Stikstofkraker Een mestvergister wordt soms gecombineerd met een stikstofkraker. Ook wordt een stikstofkraker steeds vaker ‘los’ geplaatst. Een stikstofkraker verlaagd het stikstofgehalte in de mest en zet de mest om in een meststof die als vervanger van kunstmest kan dienen. Een stikstofkraker ziet eruit als een losse container in combinatie met een of meer silo’s. In de meeste gevallen is een stikstofkraker zonder verdere vergunningen mogelijk – mits het past binnen de bouw en gebruiksregels van het omgevingsplan en binnen de oppervlakte van het bouwvlak. 25

Omgevingsprogramma Landbouw Krimpenerwaard (ONTWERP)

Overige reststromen Er zijn meer mogelijkheden voor het circulair gebruiken van afvalstoffen. Hierbij kan gedacht worden aan het composteren van organisch afval zodat het opnieuw gebruikt kan worden als bodemverbeteraar, het inzetten van voedselresten die niet geschikt zijn voor menselijke consumptie als voedermiddel voor vee of het inzetten van gemaaid riet als stalstrooisel. Circulair afvalgebruik draagt bij aan een verminderde ecologische voetafdruk door minder verspilling en een lagere CO2uitstoot.

8.2.Verkenning en richting De gemeente Krimpenerwaard wil het opwekken van duurzame energie stimuleren en agrariërs de ruimte geven om innovatief landbouw te bedrijven. Het stimuleren van circulair gebruik van afvalstoffen past hier goed bij. Hierbij past dan ook een positieve houding tegenover het plaatsen van (mono)mestvergisters al dan niet in combinatie met een stikstofkraker. Tegelijkertijd is er veel onzekerheid over de effecten van mest vergisten op de omgeving, waardoor er ook sprake is van enige terughoudendheid in het stimuleren van nieuwe vergisters. De provincie Zuid-Holland heeft aangegeven dat zij momenteel een aantal onderzoeken laat uitvoeren door de WUR (Wageningen University & Research) naar de effecten van mestvergisting op milieu en landbouwsystemen. De resultaten van deze onderzoeken worden afgewacht. Tot die tijd geldt het bestaande beleid, bestaande uit de mogelijkheden die het omgevingsplan en het BOPA-beleid bieden. Dit betekent heel concreet dat mestvergisters op kleine schaal (voor verwerken eigen mest en opwek energie voor eigen bedrijf) in veel gevallen mogelijk zijn. De gemeente Krimpenerwaard zet in op bewustwording en kennisdeling over het circulair gebruik van afvalstoffen. Hiervoor wordt onder meer het agrarisch loket ingezet (zie thema 5 Innovatie) en de bestaande netwerken die er zijn.

26

Omgevingsprogramma Landbouw Krimpenerwaard (ONTWERP)

9. Thema 5: Innovatie 9.1.Huidige situatie In de Krimpenerwaard hebben we veel ervaring met onderzoek naar innovatieve technieken voor de melkveehouderij in veenweiden. Zo is in het kader van de Gebiedsovereenkomst Veenweiden voor de realisatie van het Natuurnetwerk Nederland opgenomen dat innovaties bij agrarische bedrijven gestimuleerd worden. Ook de omgevingsvisie zet hier op in. Nieuwe initiatieven en onderzoek werden ook gestimuleerd via de proeftuin Trots op Krimpenerwaard. In deze proeftuin werken agrariërs, onderzoekers, adviseurs en anderen samen aan een blijvende rol voor de landbouw op veen. Een belangrijk onderdeel van deze proeftuin is Mijn Koers, waarin agrariërs uitgedaagd worden om een ondernemerskoers uit te zetten voor hun eigen bedrijf.

Figuur 4 Deelnemers pilots Proeftuin Krimpenerwaard (2019)

Ook zijn er diverse regionale en provinciale subsidiemogelijkheden om innovatie te stimuleren. De Krimpenerwaard is onderdeel van het LEADER gebied. LEADER is een subsidieregeling vanuit Europa bedoeld voor projecten gericht op het landelijk gebied. De gemeente Krimpenerwaard werkt actief mee om projecten aan te dragen voor deze subsidie.

9.2.Verkenning en richting De gemeente Krimpenerwaard zal de innovatie bij agrarische ondernemers stimuleren en faciliteren door een combinatie van beleid, samenwerking en ondersteuning op verschillende niveaus. Hierbij blijft de ondersteuning voor bijvoorbeeld de proeftuin Trots op Krimpenerwaard doorgaan. Aanvullend hierop zetten we ons in om te zoeken naar financiering en middelen voor het uitvoeren van onderzoek naar innovatieve ontwikkelingen, zodat de impact van de innovaties zichtbaar wordt. 27

Omgevingsprogramma Landbouw Krimpenerwaard (ONTWERP) Daarnaast helpt het als (agrarische) ondernemers de juiste ‘loketten’ weten te vinden en op de hoogte zijn van de mogelijkheden die er zijn. Om die reden wordt een betere ‘voordeur’ ingesteld, een eerste aanspreekpunt voor alle agrariërs in de Krimpenerwaard. Een agrarisch loket waar aangeklopt kan worden voor vragen met betrekking tot agrarische ondernemingen en via welke weg de aanvrager snel doorgestuurd kan worden naar de juiste mensen binnen de organisatie. Verder wil de gemeente Krimpenerwaard voor pilotprojecten in het kader van nieuwe innovatieve ideeën flexibel omgaan met de geldende regelgeving. Door bovengenoemde aanpak kan de gemeente een belangrijke rol spelen in het bevorderen van innovaties die niet alleen de agrarische sector verbeteren, maar ook bijdragen aan duurzaamheid en economische groei op lokaal niveau.

28

Omgevingsprogramma Landbouw Krimpenerwaard (ONTWERP)

10. Thema 6: Energietransitie 10.1.

Huidige situatie

In haar omgevingsvisie laat Krimpenerwaard blijken dat de energietransitie een belangrijk thema is in haar gemeente. Zo zijn er onder meer de speerpunten ‘energiebesparing bevorderen’ en ‘duurzaam energie opwekken’ opgenomen. Hierbij zet de gemeente Krimpenerwaard vooral in op zon op dak: het doel is om zoveel mogelijk dakoppervlak te benutten voor zonnepanelen. Krimpenerwaard wil inzetten op het lokaal energie opwekken waarbij ze streeft naar zoveel mogelijk maatschappelijk draagvlak en voordelen voor de samenleving van de Krimpenerwaard. Bijvoorbeeld door lokale energiecoöperaties. Ook wil Krimpenerwaard ontwikkelingen en initiatieven die bijdragen aan lokale energieopwekking en/of energiebesparing faciliteren, zoals kleine windmolens, een zonneveldje op het erf en mestvergisting (zie Thema 4: Circulair gebruik afvalstoffen). Zowel op provinciaal als op regionaal en op gemeentelijk niveau zijn regels gesteld met betrekking tot het bevorderen van de energietransitie. Zonnepanelen op daken en thuisbatterijen zijn in de meeste gevallen vergunningvrij, waardoor daar geen specifieke regelgeving voor is opgesteld.

Provincie Zuid-Holland De provincie heeft in haar Zuid-Hollandse Omgevingsverordening regels opgenomen voor zowel windenergie als zonne-energie. De provincie heeft locaties voor windenergie aangewezen. In de gemeente Krimpenerwaard zijn geen gebieden aangewezen voor windenergie. Het dichtstbijzijnde gebied is het zuidelijke deel van de Stormpolder, het bedrijventerrein ten zuiden van Krimpen aan den IJssel. Dit betekent dat grote windturbines in het buitengebied van de Krimpenerwaard niet zijn toegestaan. Buiten de aangewezen gebieden voor windenergie kan een omgevingsplan kleine windturbines met een ashoogte tot 15 meter toelaten buiten het bestaand stads- en dorpsgebied. De provincie werkt aan een herziening van haar omgevingsbeleid en is voornemens om de maximaal toegestane ashoogte van kleine windmolens te verhogen tot een ashoogte van maximaal 25 meter op agrarische bouwpercelen, weidevogelgebieden uitgezonderd. Voor zonnevelden groter dan 500 m2 heeft de provincie Zuid-Holland specifieke regels opgenomen waar concrete initiatieven te allen tijde aan moeten voldoen.

Regionale Energie Strategie (RES) en Programma Zon op Veld Iedere energieregio, zo ook de regio waar Krimpenerwaard toebehoort, stelt een energie strategie op. Hierin staan afspraken over waar, hoe en onder welke voorwaarden duurzame energie opgewekt zal gaan worden. De regio Midden-Holland wil duurzame energie in eerste instantie vooral opwekken door zonnepanelen op grote daken langs Rijks- en Provinciale wegen te leggen. Daarna wordt gekeken naar reservegebieden voor windenergie. De gemeente Krimpenerwaard heeft geen reservegebieden voor windenergie. In de gemeente Krimpenerwaard is voornamelijk ruimte voor zon op grote daken, zon en kleinschalige wind op boerenerven en zonnevelden langs de N210. Ter uitwerking van de RES is het Programma Zon op Veld vastgesteld (2024). Daarin is één zoekgebied voor zon op veld in de Krimpenerwaard opgenomen, het gebied ten westen van de kern Krimpen aan den IJssel. De gemeente Krimpenerwaard heeft echter in een motie aangegeven dat zij zon op dak of 29

Omgevingsprogramma Landbouw Krimpenerwaard (ONTWERP) andere alternatieven prefereert boven zon op agrarisch gebied/natuur, en om die reden plannen voor zon op veld voorlopig wil opschorten.

Gemeente Krimpenerwaard Het beleid voor de energietransitie heeft de gemeente Krimpenerwaard concreet vertaald in de volgende regelgeving (voor zover relevant voor agrarische bedrijven): ▪ ▪

▪ ▪

Voor mestvergisting wordt verwezen naar Thema 4: Circulair gebruik afvalstoffen. In haar BOPA-beleid, dat geldt vanaf 1 januari 2024, is een integraal afwegingskader opgenomen op grond waarvan een vergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit voor een kleine windmolen (maximale as-hoogte 15 meter) verleend kan worden. Een van de voorwaarden is dat eerst de mogelijkheden voor zon op dak verkend worden. Op dit moment vindt herijking van het BOPA-beleid plaats waarbij deze voorwaarde mogelijk komt te vervallen, waardoor kleine windmolens sneller mogelijk zijn. Op dit moment is de gemeente Krimpenerwaard bezig met het opstellen van een omgevingsprogramma Zon op Dak (naar verwachting gereed in 2025). In twee van de vijf grootste bestemmingsplannen voor het buitengebied van Krimpenerwaard, namelijk de bestemmingsplannen ‘Buitengebied 2011’ en ‘Buitengebied Ouderkerk aan den IJssel 2013’, zijn binnenplanse afwijkingsmogelijkheden opgenomen voor het plaatsen van een kleine windmolen.

10.2.

Verkenning en richting

De gemeente Krimpenerwaard geeft voorkeur aan zon op dak boven zon op veld. Dit uitgangspunt wordt bij het vaststellen van nieuw eigen beleid en beleid van hogere overheden uitgedragen, zoals ook is gebleken uit de motie die de gemeente Krimpenerwaard heeft ingediend op het programma Zon op Veld. Om zon op dak te stimuleren wordt in 2025 het gemeentelijke omgevingsprogramma zon op dak vastgesteld. Daarnaast blijven de regels voor mestvergesting (zie Thema 4: Circulair gebruik afvalstoffen) en kleine windmolens (BOPA-beleid) gelden zoals ze nu zijn. Op het moment dat de provincie de mogelijkheden voor het plaatsen van kleine windmolens vergroot, en kleine windmolens tot een ashoogte van 25 meter worden toegestaan, zal de gemeenteraad van Krimpenerwaard besluiten of deze beleidslijn gevolgd zal worden en zo ja onder welke voorwaarden. Dit zal verwerkt worden in het BOPA-beleid en/of het omgevingsplan.

30

Omgevingsprogramma Landbouw Krimpenerwaard (ONTWERP)

11. Thema 7: Agrarisch natuur- en landschapsbeheer 11.1.

Huidige situatie

De Krimpenerwaard bestaat uit laaggelegen veenpolders in een rivierengebied. Samen met de Lopikerwaard is de Krimpenerwaard het grootste veenweidegebied van Nederland. De Krimpenerwaard is een belangrijk onderdeel van het Groene Hart. Het groen wordt gekenmerkt door de veenweidepolder en natuurgebieden, waarin de karakteristieke eigenschappen van het gebied goed zichtbaar zijn. Een groot deel van de agrarische percelen zijn in de afgelopen jaren onderdeel geworden van de uitbreiding van de natuur in de Krimpenerwaard (gebiedsovereenkomst Veenweiden Krimpenerwaard). Dit gaat om 2.250 hectare grond, aangewezen als onderdeel van het Natuurnetwerk Nederland (NNN). Het NNN gebied wordt middels provinciale regelgeving beschermd. Daarnaast is een groot deel van de Krimpenerwaard aangewezen als belangrijk weidevogelgebied en een deel als stiltegebied, beiden eveneens beschermd middels provinciale regelgeving (de Zuid-Hollandse omgevingsverordening). De Krimpenerwaard heeft hiermee een belangrijke bijdrage geleverd aan de doelstellingen voor natuur(beheer).

Figuur 5 Groen in de Krimpenerwaard (Atlasleefomgeving, groenkaart)

Hoewel er in de gemeente Krimpenerwaard geen Natura 2000-gebied aanwezig is, zijn deze gebieden wel van belang. Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied is de Boezemse Kinderdijk, dat ten zuidwesten van de gemeente Krimpenerwaard is gelegen, en de Broekvelden, Vettenbroek & Polder Stein, ten noordoosten van de Krimpenerwaard. In het kader van stikstof zijn de Zouweboezem, Biesbosch en Lekoevers relevant, omdat deze gebieden zijn aangewezen in het kader van de Habitatrichtlijn. Natura 31

Omgevingsprogramma Landbouw Krimpenerwaard (ONTWERP) 2000-gebieden hebben een externe werking, waardoor de ligging van deze natuurgebieden ook voor de Krimpenerwaard van belang zijn, met name wat betreft de stikstofdepositie. Er zijn in de Krimpenerwaard 22 PAS-melders – agrariërs die een melding hebben gedaan voor de hoeveelheid stikstofdepositie die ze uitstoten bij bijvoorbeeld een uitbreiding van hun bedrijf, maar waarvan de Raad van State heeft bepaald dat er vergunning en stikstofdepositieruimte nodig is. Zowel landelijk als provinciaal is men bezig met een legalisatieprogramma voor de PAS-melders. In november 2024 is besloten dit legalisatieprogramma met nog eens drie jaar te verlengen. Willen agrariërs op dit moment uitbreiden, dan hebben zij in sommige gevallen extra stikstofdepositierechten nodig. Op dit moment is het mogelijk om zowel binnen als buiten de provinciegrenzen te handelen met stikstofdepositierechten. In haar omgevingsvisie ambieert de gemeente Krimpenerwaard om natuur beleefbaar te maken voor bewoners en bezoekers en gebieden met natuurwaarden met elkaar te verbinden. Daarnaast ligt de wens om landschappelijke, (cultuur)historische en natuurlijke waarden te borgen in het omgevingsplan. We willen de polders en natuurgebieden verbeteren voor recreatieve mogelijkheden.

Bij ontwikkelingen willen we de cultuurhistorische waarden, natuurwaarden en landschappelijke waarden bij ontwikkelingen benutten en respecteren. De agrariër heeft een belangrijke rol bij het beheer van het landschap. In het Natuurlijk Perspectief Krimpenerwaard (2024) worden de natuurdoelstellingen door natuurorganisaties in Krimpenerwaard nader uitgewerkt. Concreet wordt voor de landbouw gezocht naar een verdienmodel voor (agrarisch) natuurbeheer, bijvoorbeeld door lange termijn contracten voor natuurbeheer. Het behouden en versterken van natuurwaarden wordt nu vooral geborgd bij afwijkingen van het omgevingsplan. Bij een afwijking (en in veel gevallen ook bij binnenplanse afwijkingen) is een afwijking alleen mogelijk als er geen onevenredige aantasting plaatsvindt van de landschappelijke waarden, waaronder met name de openheid van het landschap. Onder meer het Krimpenerwaards Kookboek uit 2019 wordt gebruikt voor de toetsing hiervan.

11.2.

Verkenning en richting

Het groen in de Krimpenerwaard wordt grotendeels beheerd door de agrariërs en lokale loonwerkers. Zij onderhouden hiermee een groot deel van de natuur van de Krimpenerwaard. De gemeente Krimpenerwaard ondersteunt dit agrarische natuurbeheer van harte en zoekt daarom naar manieren om agrariërs te stimuleren de juiste maatregelen te nemen die de natuur ten goede komen. Dit wordt gedaan op de volgende manieren: ▪

▪ ▪ ▪ ▪ ▪

Weilanden van stoppende agrariërs in hoofdzaak laten behouden voor de agrariërs, zodat andere agrariërs hun grondoppervlak kunnen vergroten en daarmee meer mogelijkheden hebben voor extensief agrarisch natuurbeheer. Er worden geen nieuwe gronden aangewezen als NNN gebied. De gemeente gaat met beherende organisaties van NNN gebied in gesprek over het onderhoud van de natuurgebieden en de rol van de agrarische sector daarbij. We faciliteren agrarische bedrijven die werken aan een natuurinclusieve bedrijfsvoering. De gemeente blijft zich inzetten richting andere overheden voor subsidies en voor het behouden van landbouwgrond voor de landbouw. Landschappelijke, (cultuur)historische en natuurlijke waarden worden geborgd in het omgevingsplan, met verwijzingen naar Krimpenerwaards Kookboek.

32

Omgevingsprogramma Landbouw Krimpenerwaard (ONTWERP)

12. Thema 8: Bedrijfsgericht maatwerk In voorgaande hoofdstukken is per deelonderwerp in beeld gebracht welke richting we als Krimpenerwaard op willen. Dit betreft een algemene richting die geldt voor het hele gemeentelijke grondgebied. Echter, iedere onderneming is anders, elk bedrijf heeft zijn eigen kennis en krachten. De gemeente Krimpenerwaard ziet daarom in dat een generieke regeling niet altijd zal volstaan. Het doel is om voldoende flexibiliteit te creëren zodat agrariërs kunnen inspelen op lokale omstandigheden, nieuwe technologieën en duurzame praktijken, zonder onnodige bureaucratische belemmeringen. Om die reden wil de gemeente Krimpenerwaard maatwerk kunnen bieden als niet voldaan wordt aan de bestaande regelgeving, maar het plan of een uitbreiding wel van meerwaarde is voor het gebied en/of de omgeving. Vanuit de participatie is gebleken dat er een sterke wens is voor mogelijkheden voor vergroting van het bouwperceel. Daarom wordt dat heel concreet aangehaald in dit hoofdstuk. Dit wordt op dit moment al onder voorwaarden toegestaan tot maximaal 1,5 hectare bouwvlak. De voorwaarden voor deze vergroting worden geharmoniseerd en in lijn gebracht met de uitgangspunten van de provincie.

Hierbij wordt een maximum van 2 hectare agrarisch bouwperceel gehanteerd, dit is (door de andere definitie die de provincie hanteert) vergelijkbaar met het huidige maximum van 1,5 hectare bouwvlak. Voor deze uitwerking wordt verwezen naar Thema 2: Het agrarisch bouwperceel. Dit betekent niet dat de gemeente Krimpenerwaard niet open staat voor nog verdere vergroting. Echter, voor nog verdere vergroting wordt geen uniforme regeling opgesteld, omdat dit zeker niet in alle gebieden, voor elk bedrijf en op elke locatie wenselijk is. Een nog verdere vergroting moet in ieder geval passen binnen de provinciale kaders (maximaal 2,5 hectare en er moet sprake zijn van een verbredingsactiviteit). Daarnaast wordt per geval beoordeeld of een vergroting op de betreffende locatie passend is. De meerwaarde van het bedrijf voor het gebied en/of de omgeving wordt bijvoorbeeld gezocht in de manier van bedrijfsvoering (biologisch, natuurinclusief) of de bijdrage aan de energietransitie (energieneutraal- of positief).

33

Omgevingsprogramma Landbouw Krimpenerwaard (ONTWERP)

13. Uitvoering 13.1.

Een participatief proces

Het collegeprogramma 2022-2026 van de gemeente Krimpenerwaard heeft als titel ‘Vitaal Vooruit’. Hierin formuleert het college in een heldere visie, waar ze graag op aan koerst de komende jaren. Het college heeft hiermee een duidelijke richting meegegeven aan het omgevingsprogramma. Begin 2024 heeft het college opdrachtgegeven om tot een omgevingsprogramma Landbouw te komen. Hiervoor is een nota van uitgangspunten/ plan van aanpak op gesteld waarbij een aantal thema’s zijn benoemd welke met urgentie uitgewerkt zijn. Deze thema’s vormen het hart van het programma. Begin 2025 is het college akkoord gegaan met de kaders van deze thema’s. Middels een participatief proces is met de gemeenteraad, de agrariërs en andere belanghebbenden in de Krimpenerwaard, binnen de gestelde kaders, gewerkt aan een nadere uitwerking van de thema’s. Hierdoor ontstaan beleid en beleidsregels waar de agrariër daadwerkelijk mee geholpen is. Bewust is gekozen om als onderdeel van dit omgevingsprogramma, een handelingsperspectief op landbouw in de Krimpenerwaard op te stellen (Bijlage 1 Handelingsperspectief ). Dit is middels interne participatie tot een definitieve tekst geworden. Het perspectief vormt het kader waarbinnen het omgevingsprogramma Landbouw is opgesteld en heeft een aantal functies.

a) Richting geven voor de toekomst Het doel van het perspectief is richting geven aan toekomstige ontwikkelingen van de landbouw, binnen de sturingsmogelijkheden die de gemeente daartoe heeft. Een omgevingsprogramma geeft aan hoe gemeenten de omgevingsvisie of onderdelen daarvan wil realiseren. Dit programma geeft dus invulling aan de ambities doelen en opgaven uit de omgevingsvisie. Middels een consulterende raadsvergadering zijn deze kaders getoetst en opmerkingen opgehaald.

b) Basis voor herijking beleid Dit perspectief zal leiden tot een herijking op onderdelen van de omgevingsvisie welke in 2021 door de gemeenteraad is vastgesteld. Hiervoor wordt in Bijlage 1 Handelingsperspectief een voorzet gedaan. De raad krijgt gelegenheid om door middel van wensen en bedenkingen nadere aanvullingen te doen op het beleid. Procedureel betekent dat aanvullend (nieuw) beleid op een later moment aan de gemeenteraad van Krimpenerwaard wordt voorgelegd als de omgevingsvisie wordt geactualiseerd. Dit zal in een separaat proces plaatsvinden.

c) Verbinding faciliteren tussen partijen in het buitengebied Vanuit de gedachte dat er grote opgaven spelen in het landelijk gebied, en in de landbouw in het bijzonder, is van begin af aan duidelijk dat niet alleen de gemeente richting kan geven aan deze ontwikkelingen. Er is bewust voor gekozen om met onze agrariërs en andere belanghebbenden op een participatieve wijze tot het omgevingsprogramma en het handelingsperspectief te komen. Zij zijn de kennishouders en belanghebbenden in de ontwikkelingen die op de landbouw en het buitengebied afkomen. Tegelijkertijd genereert een gezamenlijk proces tot draagvlak voor een gezamenlijke koers.

d) Aanknopingspunten bieden voor het Omgevingsplan Tot slot biedt het handelingsperspectief ook de nodige aanknopingspunten voor een vertaling naar regels in het omgevingsplan, hiermee wordt het beleid omgezet in concrete regelgeving: omgevingsplanregels.

34

Omgevingsprogramma Landbouw Krimpenerwaard (ONTWERP) De gemeente is zich ervan bewust dat investeringen in en door de landbouw vaak voor langere termijn zijn. Juist daarom werken we in dit omgevingsprogramma Landbouw het perspectief voor de landbouw op de langere termijn nader uit, wat reeds in de omgevingsvisie als raamwerk is vastgesteld. Vernieuwing van het economisch verdienmodel en het blikveld op de toegevoegde waarde voor de Krimpenerwaard heeft impact op de hele keten en is daarmee ook een proces van de lange adem. Tegelijkertijd spelen er op korte termijn ontwikkelingen die hun weerslag op de landbouw hebben. Denk bijvoorbeeld aan de forse reductieopgave in verband met stikstofdepositie op Natura-2000 gebieden. De provincie leidt de gebiedsgerichte aanpak waaraan zij samen met de gemeente en andere stakeholders uitvoering geeft. Ook spelen er nog zaken die om nadere uitwerking vragen en die samenhangen met de rol die de gemeente met betrekking tot de ontwikkeling van de landbouw op zich wil nemen. Deze verschillende perspectieven vragen om verschillende rollen van de gemeente. Die geven we steeds nadrukkelijker vorm in al onze samenwerkingen.

13.2.

Rol van de gemeente Krimpenerwaard

De gemeente wil een proactieve stimulerende rol pakken om de Krimpenerwaard nog aantrekkelijker te maken. Dit programma Landbouw zien we als een belangrijke stap om verder vorm en inhoud te geven aan de uitdagingen voor de toekomst van ons agrarisch gebied. Hierbij onderscheiden we de volgende rollen voor de gemeente (zoals geformuleerd door de VNG, De rollen van de gemeente in de Ruimtelijke Ordening, 2024):

1. De inspirator De inspirator geeft visie en ambitie, waardoor je als gemeente richting kunt geven en de koers kunt uitzetten. De inspirator zet de stip op de horizon en draagt uit wat je als gemeente wil en waar je naartoe wil (VNG, 2024). Met dit omgevingsprogramma Landbouw geeft de gemeente aan wat er mogelijk is in het agrarisch gebied binnen de Krimpenerwaard. Daarmee wordt duidelijk hoe de gemeente invulling wil geven aan een adaptieve en toekomstbestendige landbouw. We hebben daarbij aandacht voor communicatie en vooral ook voor de participatie van en met de omgeving. De gemeente heeft de samenleving nodig om gezamenlijk de kaders te bepalen. Omgekeerd heeft de samenleving in zijn algemeenheid en de agrarische sector in het bijzonder, behoefte aan duidelijke kaders om zich verder te kunnen ontwikkelen en om te kunnen ondernemen.

2. De netwerker De netwerker is een verbinder. De netwerker zorgt ervoor dat iedereen die nodig is om een opgave aan te pakken daadwerkelijk betrokken is. In deze rol ligt de focus op andere overheden en de regio, zonder oog voor de verbinding met inwoners en bedrijven te verliezen. Je schakelt op verschillende schaalniveaus wanneer je andere overheden nodig hebt bij lokale opgaven. Je hebt oog voor momentum en weet aan te sluiten op ontwikkelingen die het lokale ontstijgen. Hiermee verbind je jouw eigen verhaal aan dat van anderen (VNG, 2024). De gemeente blijft aangehaakt bij verschillende processen in regio en provincie waar we niet zelf of alleen de regie voeren, maar wel op proactieve wijze onze inbreng leveren, geredeneerd vanuit ons eigen beleid. Voorbeelden van deze processen die van belang zijn voor de toekomst van de landbouw in Krimpenerwaard zijn: ▪

Zuid-Hollands Programma Landelijk Gebied (ZH-PLG), deelgebied Krimpenerwaard. Samen met de provincie Zuid-Holland, het Hoogheemraadschap Schieland, de Krimpenerwaard en agrarische -en natuurorganisaties wordt gewerkt aan de doelen voor natuur, klimaat, water

35

Omgevingsprogramma Landbouw Krimpenerwaard (ONTWERP)

▪

▪

▪

▪

en toekomstbestendige landbouw uit het ZH-PLG; dit wordt gedaan in het gebiedsproces voor het landelijk gebied in de Krimpenerwaard; Platform Slappe Bodem, een samenwerking voor en door lokale en regionale overheden. Het Platform werkt aan bewustwording en agendering van bodemdaling binnen diverse nationale, lokale en regionale beleidsvelden en agenda’s. Doelstelling van het Platform Slappe Bodem is om bodemdaling in Nederland beheersbaar te krijgen door bewuste, op gevalideerde kennis gebaseerde keuzes voor de (middel)lange termijn te maken. De Regio Deal bodemdaling Groene Hart heeft geleid tot een succesvolle aanpak. NOVEX Groene Hart, een bestuurlijke samenwerking, werkend vanuit een gezamenlijk ontwikkelperspectief naar het opstellen van een investeringsagenda (2025), om als één overheid te werken aan de realisatie van de opgaven voor het Groene Hart, met behoud van het unieke karakter van het Groene Hart. Opgaven voor het gebied betreffen de verstedelijkings- en mobiliteitsbehoefte, het tegengaan van verdere veenbodemdaling, het opwekken van duurzame energie, de ontwikkeling van de kringlooplandbouw in relatie tot stikstofproblematiek en biodiversiteit en de vraag naar recreatiemogelijkheden. Regio Deal De Fundamentele Waarde(n) van het Groene Hart, een samenwerking tussen een vijftal gemeenten in het Groene Hart en het Rijk (subsidiegever) t.b.v.

het behouden van levendige dorpen en buitengebieden, het ontwikkelen van een toekomstbestendige landbouw en het versterken van een gezond en herkenbaar landschap. Regio Midden-Holland, een netwerksamenwerking tussen vijf gemeenten en andere partijen, zoals onderwijs, bedrijfsleven, andere overheden en kennisinstituten. De samenwerking richt zich op de regionale ambities. De ambities zijn o.a. gericht op groei (woningen), bereikbaarheid en het economisch vitaal houden van de regio.

De gemeente vertegenwoordigt de samenleving waaronder de agrariërs van Krimpenerwaard in het regionale debat en zet zich in om de belangen van Krimpenerwaard daar optimaal tot zijn recht te laten komen.

3. De partner Als gemeente heb je altijd andere partijen nodig om je opgaven te realiseren. In de rol van partner zoek je primair verbinding met partners die actief zijn binnen je gemeente, zoals inwoners, netbeheerders en ontwikkelaars. Je bouwt aan coalities die samen de uitvoering ter hand nemen. Indien noodzakelijk heb je hierbij ook oog voor de verbinding met andere overheden (VNG, 2024). We zien een belangrijke rol voor de gemeente met betrekking tot initiatieven die een extensievere, adaptieve en toekomstbestendige landbouw versterken. Daarbij zoeken we nadrukkelijk aansluiting bij de grote en kleine initiatieven en innovaties waarmee partijen nu al goede stappen zetten die gericht zijn op een toekomstbestendige landbouw. Het is zaak om samen deze initiatieven en innovaties te duiden en te kijken welke acties nodig zijn om deze positieve ontwikkelingen verder te brengen. In deze rol draagt de gemeente bij om relevante partijen en initiatiefnemers met elkaar te verbinden en ‘het gesprek’ op gang te houden. We nemen een actieve procesrol op ons. Bestuurders en ambtenaren leggen pro-actief het contact met agrariërs, bijvoorbeeld door het afleggen van werkbezoeken. We sluiten aan bij gebiedsprocessen, zoals in polder Stein-Zuid, waar een aantal agrarische bedrijven aan de hand van een samen opgesteld toekomstplan aan de slag gaan met de uitvoering van hun plan.

36

Omgevingsprogramma Landbouw Krimpenerwaard (ONTWERP)

4. De integrator De integrator brengt opgaven bij elkaar die met elkaar verbonden zijn, waarbij de inzet is om synergie te creëren. Een integrator is niet bezig om alles aan alles te verbinden, maar zet juist in op de meerwaarde van het samenbrengen van opgaven om zo synergie te creëren. Je maakt de vertaalslag naar de uitvoering door te helpen prioriteren en keuzes maken. Primair is deze rol intern gericht en is het de gemeente zelf die keuzes moet maken (VNG, 2024). In deze rol draagt de gemeente bij om relevante partijen en initiatiefnemers met elkaar te verbinden. Deze rol pakken we proactief op in gebiedsprocessen, beleidstrajecten en lobbytrajecten bij andere overheden, gericht op het borgen van de belangen van de Krimpenerwaard.

5. De beheerder De beheerder staat voor de kwaliteit van de leefomgeving in de gemeente. Als beheerder draag je niet alleen zorg voor het bewaren van bestaande kwaliteit van de leefomgeving maar draag je ook bij aan het verbeteren ervan. Je zorgt voor het beheer en de ontwikkeling van de leefomgeving. De gemeente heeft de taak én de ruimte om meerdere opgaven zichtbaar een plek te geven (VNG, 2024). De gemeente kan in deze rol middelen beschikbaar stellen om bij te dragen aan experimenten en projecten om bij te dragen aan gestelde doelen (landschap en een toekomstbestendige landbouw. Dit kunnen ook middelen zijn (bijvoorbeeld via subsidies) van provinciale of landelijke overheid. Dit doen we reeds voor de Europese subsidieregeling LEADER. Hierdoor krijgt de gemeente meer grip op de door haar gewenste ontwikkeling.

6. De rechtmatige Als gemeente moet je een betrouwbare partner zijn. De rechtmatige bewaakt de betrouwbaarheid. De rol van rechtmatige gaat over de kerntaken die je als gemeente hebt. Vanuit de rechtmatige rol ben je er om uitvoering te geven aan wet- en regelgeving. Ook ben je verantwoordelijk voor het maken van eigen regels waarmee je kunt sturen (VNG, 2024). Deze rol is wettelijk bepaald. Zo is de gemeente verplicht een omgevingsvisie en een omgevingsplan op te stellen. De omgevingsvisie van Krimpenerwaard geeft onze ambities en opgaven op hoofdlijnen voor de langere termijn weer; deze is opgesteld in 2021 en vastgesteld door de gemeenteraad. Inmiddels is er een start gemaakt met de actualisatie van de visie. Dit omgevingsprogramma Landbouw is een opvolgende bouwsteen, waarin wordt opgenomen op welke wijze de ambities en opgaven voor de landbouw uit de omgevingsvisie worden of kunnen worden gerealiseerd. Het omgevingsplan is de opvolger van het bestemmingsplan en bevat juridische regels en het uitvoerende beleid voor de hele fysieke leefomgeving, waaronder het thema landbouw. De gemeente zet zich in deze verschillende rollen in om het prachtige veenweidenlandschap te behouden en tot een toekomstbestendige landbouw te komen.

De mogelijkheden van de gemeente om deze rollen verder in te vullen liggen bij: a) Het planologisch faciliteren van de geschetste doelen uit dit hoofdstuk welke binnen de genoemde inhoudelijke thema’s nader worden uitgewerkt in beleidsregels,; b) Experimenten en projecten die gericht zijn op adaptieve landbouw en het behoud van het veenweidelandschap te ondersteunen door hier actief menskracht voor ter beschikking te stellen; c) Het bevorderen van extra middelen vanuit provincie en rijksoverheid om de toekomstbestendigheid van de landbouw te bevorderen en het iconische landschap te behouden. Dit wordt nader onderzocht en kan ook verlopen via het subsidieprogramma LEADER. 37

Omgevingsprogramma Landbouw Krimpenerwaard (ONTWERP)

13.3.

Concrete uitvoering

In de verschillende rollen die de gemeente Krimpenerwaard aanneemt (zie 13.2), worden de maatregelen uitgevoerd die in dit omgevingsprogramma Landbouw zijn voorzien. De gemeente Krimpenerwaard geeft in de omgevingsvisie visie en ambitie voor de toekomst als inspirator. In het kader van dit omgevingsprogramma wordt deze rol als volgt ingevuld. ▪ ▪

In de herziening van de omgevingsvisie krijgt de landbouw meer aandacht (algemeen). Gebieden die in de omgevingsvisie zijn aangewezen voor recreatie, worden breder getrokken over de hele Krimpenerwaard, in ieder geval als het gaat over recreatieve nevenactiviteiten bij agrarische bedrijven (Thema 3: Agrarische nevenactiviteiten).

In de rol van rechtmatige stelt de gemeente Krimpenerwaard regels op of bij om de gestelde doelen in dit omgevingsprogramma vast te leggen. De gemeente is bezig met het opstellen van een gebiedsdekkend omgevingsplan. Voor het buitengebied en in het bijzonder gericht op de landbouw, worden in het omgevingsplan de volgende punten meegenomen: ▪

▪ ▪

▪ ▪

▪

▪

▪

▪

▪

Bij de wijziging van het omgevingsplan hebben we aandacht voor het vereenvoudigen van regels voor het aanleggen van kavelpaden, dammen, schuilstallen en mesttransportleidingen, hiervoor wachten we het landelijk onderzoek hiernaar af (Thema 1: Grondgebruik). Nieuwvestiging van intensieve veehouderijen sluiten we uit conform provinciaal beleid (Thema 1: Grondgebruik). Zolang er landelijk geen definitie is voor grondgebondenheid, wordt ter indicatie maximaal 2,3 gve/ha aangehouden als gesproken wordt over grondgebondenheid; dit wordt geen verplichting maar zal wel worden gestimuleerd (Thema 1: Grondgebruik). Het telen van ruwvoedergewassen alleen toestaan met vergunning (Thema 1: Grondgebruik). Begrip voor bouwvlak voor agrarische bedrijven wordt aangepast naar agrarisch bouwperceel conform definitie provincie en op de juiste manier weergeven als werkingsgebied in ‘regels op de kaart’ (Thema 2: Het agrarisch bouwperceel). De voorwaarden voor vergroting van het agrarisch bouwperceel worden geharmoniseerd en in lijn gebracht met de uitgangspunten van de provincie. Hierbij wordt een maximum van 2 hectare agrarisch bouwperceel gehanteerd, dit is (door de andere definitie die de provincie hanteert) vergelijkbaar met het huidige maximum van 1,5 hectare voor een bouwvlak. Hierbij is het uitgangspunt dat bestaande rechten niet worden ingeperkt.

De vergroting van het agrarisch bouwperceel wordt een collegebevoegdheid door middel van het nemen van een delegatiebesluit. Het doel hiervan is eenduidigheid in de hele gemeente Krimpenerwaard en versnelling van procedures. (Thema 2: Het agrarisch bouwperceel). Gemeente Krimpenerwaard staat niet afwijzend tegen extra vergroting tot 2,5 hectare, echter dit betreft maatwerk en is niet op alle locaties en bij alle bedrijven toegestaan. Ook is dit alleen mogelijk bij verbredingsactiviteiten om binnen de kaders van de provincie te blijven (Thema 2: Het agrarisch bouwperceel). De mogelijkheden voor agrarische nevenactiviteiten en de daarbij behorende voorwaarden worden geharmoniseerd en opgenomen in het omgevingsplan als direct toegestaan onder voorwaarden en/of in de vorm van een binnenplanse omgevingsplanactiviteit (Thema 3: Agrarische nevenactiviteiten). Mogelijkheden voor verruiming en/of meer maatwerk voor kampeerterreinen (meer kampeerplaatsen en/of jaarrond open) en voor het vestigen van een B&B en recreatiewoning worden verkend (Thema 3: Agrarische nevenactiviteiten). Mogelijkheden voor verruiming van de voorwaarde in sommige gebieden dat nevenactiviteiten gekoppeld zijn aan een maximum oppervlak worden verkend, waarbij tevens 38

Omgevingsprogramma Landbouw Krimpenerwaard (ONTWERP)

▪ ▪

▪

▪

wordt gekeken of het maximum oppervlak niet plaats moet maken voor een maximum deel van het inkomen (Thema 3: Agrarische nevenactiviteiten). We gaan flexibel om met regelgeving bij pilotprojecten (Thema 5: Innovatie). Als de maximale ashoogte van kleine windmolens wordt verhoogd door de provincie, zal de gemeenteraad van Krimpenerwaard afwegen of wij hierin meegaan; zo ja dan zal dat verwerkt worden in het BOPA-beleid en/of omgevingsplan (Thema 6: Energietransitie). Het Krimpenberwaards kookboek krijgt een plek in het omgevingsplan (al dan niet met een dynamische verwijzing) om landschappelijke, (cultuur)historische en natuurlijke waarden te borgen (Thema 7: Agrarisch natuur- en landschapsbeheer). We verwerken het BOPA-beleid in het omgevingsplan (al dan niet met een dynamische verwijzing) (algemeen).

Daarnaast zet de gemeente Krimpenerwaard zich in als netwerker en partner en gaat in gesprek met andere partijen om standpunten uit te dragen en om te verbinden. Hierin komt ook de rol van beheerder terug, omdat deze maatregelen gericht zijn op een goede kwaliteit van de leefomgeving. Concreet gaat dit over de volgende punten: ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪

De gemeente onderhoudt korte lijnen met de provincie met betrekking tot het onderzoek naar de effecten van mestvergisting (Thema 4: Circulair gebruik afvalstoffen). Er wordt blijvend gelobbyd richting de provincie voor het ‘teruggeven’ van ‘witte gronden’ aan agrariërs (Thema 1: Grondgebruik, Thema 7: Agrarisch natuur- en landschapsbeheer). Gemeente Krimpenerwaard draagt uit dat zij zon op dak prevaleert boven zon op veld (Thema 6: Energietransitie). Er wordt ingezet op het verkrijgen van (meer) subsidies voor agrarisch natuurbeheer om er een verdienmodel van te kunnen maken (Thema 7: Agrarisch natuur- en landschapsbeheer). Er wordt ingezet op het behoud van landbouwgrond voor de landbouw (Thema 7: Agrarisch natuur- en landschapsbeheer). De gemeente gaat het gesprek aan met de beheerders van het NNN gebied over het onderhoud van de natuurgronden (Thema 7: Agrarisch natuur- en landschapsbeheer).

Als integrator en partner brengt gemeente Krimpenerwaard kennis en middelen bij elkaar en zet in op kennisdeling. Dit wordt op de volgende manier uitgevoerd: -

-

-

Er wordt gezocht naar manieren om (kleine) agrarische bedrijven slagkracht te geven om grond aan te schaffen van stoppende agrariërs (Thema 1: Grondgebruik). De gemeente Krimpenerwaard is trots op de haar agrarische ondernemers en de voedselvoorzienig waar zij in voorzien. Door actief te zoeken naar middelen en financiering voor educatie en voorlichting worden bijvoorbeeld scholen gestimuleerd lokale (agrarische) bedrijven te bezoeken en de trots op de regio te delen (Thema 3: Agrarische nevenactiviteiten) Er wordt een agrarisch loket ingesteld, voor korte lijntjes richting de gemeente. De gemeente gebruikt dit ook voor het delen van kennis en het verbinden van partijen en overheden met elkaar (Thema 5: Innovatie). Gemeente Krimpenerwaard denkt actief mee in de mogelijkheden voor onderzoek naar innovatieve ontwikkelingen, zowel in middelen als in financiering (Thema 5: Innovatie). We continueren de ondersteuning van bijvoorbeeld proeftuin Trots op Krimpenerwaard (Thema 5: Innovatie).

39

Omgevingsprogramma Landbouw Krimpenerwaard (ONTWERP)

BIJLAGEN

40

Omgevingsprogramma Landbouw Krimpenerwaard (ONTWERP)

Bijlage 1

Handelingsperspectief

1. Landbouw op weg naar 2040 De agrariër staat in 2040 met beide benen midden in het Krimpenerwaardse veen. Onze inwoners, agrariërs en recreanten waarderen dit landschap hoog. Prachtige luchten, waterrijk, groen, rust en ruimte. Dat willen we beschermen en versterken. In dit landschap is de landbouw een belangrijke speler. De agrarische ondernemers onderhouden mede het landschap en de natuur, dit kan mede doordat zij economisch perspectief hebben. Ze is een belangrijke economische pijler voor de Krimpenerwaard. De waarde van de landbouw voor de gemeente Krimpenerwaard zit ook in het samen oplossen van maatschappelijke opgaven die op ons afkomen en het beheer van ons landschappelijk kapitaal. Wij willen, samen met de sector, komen tot een integraal beeld van onze landbouw. Dat integraal beeld hebben we daarom verankerd in drie waarden: 1) Ondernemend 2) Duurzaam 3) Vitaal

1.1.Handelingsperspectief: Ondernemend De landbouw is van belang voor de lokale economie en de werkgelegenheid. Tegelijkertijd wordt de landbouw met een veelheid aan ontwikkelingen geconfronteerd waar in de bedrijfsvoering rekening mee gehouden moet worden. Denk aan de eisen die op het gebied van milieu, biodiversiteit en dierenwelzijn worden gesteld. Innovatie speelt een belangrijke rol om in te kunnen spelen op deze opgaven. De agrariër moet meegaan met de tijd om een renderende en duurzame bedrijfsvoering te kunnen blijven voeren. Dit stelt hoge eisen aan het ondernemerschap. Het is in hoofdzaak de ondernemer die de koers van zijn bedrijf bepaalt. Een koers die verschillende accenten en richtingen kent. Hiervoor heeft het college van B&W doelen geformuleerd, die nadere uitwerking hebben gekregen in ‘Toekomstperspectief Krimpenerwaard’ – Vitaal buitengebied: ▪ ▪

▪

▪

Krimpenerwaard is en blijft een mooi agrarisch landschap, met een groot areaal aan rijke, waterafhankelijke natuur. Boeren zijn (mede) beheerders van dit landschap: ze leveren als een onderdeel van hun bedrijfsvoering diensten voor bodem, groen, water en energieopwekking. Dit draagt sterk bij aan behoud, ontwikkeling en stabiel beheer van het landschap. De natuur is deels ‘puur natuur’, deels toegankelijk voor recreatief gebruik. Dit recreatief gebruik, ook door bezoekers van buiten Krimpenerwaard wordt sterk gestimuleerd: het draagt bij aan een gezonde levensstijl én aan alternatieve verdienmodellen voor de landbouw, onder andere op het gebied van recreatie, energie en zorg. We bieden ruimte voor uitbreiding van nevenactiviteiten van landbouwbedrijven als bron voor extra inkomsten. Het landschap van Krimpenerwaard wordt omringd door stedelijke gebieden. Voor veel mensen biedt dat kansen om te ontspannen in het buitengebied van Krimpenerwaard. Een breed recreatief aanbod kan inwoners, kernen en het buitengebied sterker met elkaar verbinden en inwoners van Krimpenerwaard en daarbuiten kunnen genieten van de maatschappelijke waarde van het buitengebied. Zorgvoorzieningen kunnen de gezondheid ondersteunen.

Hierbij werken we drie items nader uit: a) voldoende (experimenteer)ruimte; b) nevenactiviteiten als verdienmodel; c) naar grondgebondenheid en kringlooplandbouw. 41

Omgevingsprogramma Landbouw Krimpenerwaard (ONTWERP)

a) Voldoende (experimenteer)ruimte De landbouw in de Krimpenerwaard kent geen uniforme ontwikkelingsrichting. De toekomst van een agrarisch bedrijf wordt bepaald door een samenspel van factoren zoals de ambitie van de ondernemer, de bedrijfsstructuur en de heersende marktomstandigheden. Om de sector toekomstbestendig te maken, is het van groot belang ruimte te bieden voor innovatie en experimenten. Agrariërs hebben bovendien te maken met complexe regelgeving, beleidskaders en externe invloeden die hun bedrijfsvoering direct raken. Tegelijkertijd staan de marges in de sector onder druk, wat vraagt om een grotere mate van wendbaarheid en het verkennen van nieuwe verdienmodellen. Daarom is het essentieel dat agrariërs kunnen inspelen op ontwikkelingen zoals adaptieve landbouw, waarbij natuur, landschap, recreatie en horeca als aanvullende inkomstenbronnen worden geïntegreerd. De uiteindelijke koers wordt bepaald door de ondernemer zelf—de boer staat centraal.

b) Nevenactiviteiten als verdienmodel Een agrarisch bedrijf opereert binnen een spanningsveld van stijgende kosten en wisselende opbrengsten. Terwijl kosten deels te beheersen zijn door goed ondernemerschap, spelen externe factoren—zoals stijgende prijzen voor brandstof en mest—een steeds grotere rol. Aan de opbrengstenkant is de afhankelijkheid van marktprijzen groot, wat het inkomen onzeker maakt. Veel agrariërs in de Krimpenerwaard zoeken daarom aanvullende verdienmodellen, zoals dag- en verblijfsrecreatie op hun erf. Ook het vermarkten van streekproducten met een duidelijke lokale identiteit biedt kansen om meerwaarde te creëren. Succesvol inzetten op deze nevenactiviteiten vraagt meer dan alleen ondernemerschap: het vereist ook initiatief, creativiteit en samenwerking met andere partijen in de regio.

c) Naar grondgebondenheid en kringlooplandbouw De landbouw vervult een sleutelrol in de zuivelproductie, het lokale landschap en de economie van de Krimpenerwaard. Het is daarom van groot belang dat deze sector niet alleen behouden blijft, maar ook kan blijven ontwikkelen. Duurzame ontwikkeling betekent in dit verband de overgang naar een landbouw die sterker is verankerd in de omgeving: grondgebonden, circulair en in balans met natuur en milieu. Deze beweging richting kringlooplandbouw draagt bij aan een veerkrachtige sector en sluit aan bij bredere maatschappelijke waarden zoals duurzaamheid en vitaliteit, waar in het vervolg verder op wordt ingegaan.

Concreet betekent dit dat…. 1) we bestaande bedrijven de ruimte bieden om zich als toekomstbestendig bedrijf verder te ontwikkelen. Waar dit kan, zal de gemeente de ondernemersruimte zoveel mogelijk faciliteren, bijvoorbeeld op planologisch vlak. Concrete kaders voor het geven van extra ruimte worden gegeven in dit omgevingsprogramma. 2) de gemeente ook kaders stelt, die randvoorwaarden koppelen aan ondernemen. De waarden (ondernemend, duurzaam, vitaal) laten zien dat er meer nodig is dan alleen ondernemerschap. Deze kaders stellen we samen met de samenleving op, zoals in het geval van de omgevingsvisie, maar ook bij dit handelingsperspectief dat met inbreng van belangenorganisaties en andere participanten tot stand verder tot stand zal komen. De kaders zijn opgesteld met oog voor de opgaven die spelen, maar ook voor de dagelijkse praktijk, zodat de kaders werkbaar blijven. 3) we innovaties, proeftuinen, experimenten en onderzoeken blijven stimuleren die leiden tot vernieuwing, toekomstbestendigheid en een aantrekkelijk landschap; 42

Omgevingsprogramma Landbouw Krimpenerwaard (ONTWERP) 4) we nieuwvestiging alleen toestaan aan grondgebonden bedrijven die een positieve bijdrage leveren aan de kwaliteiten van het Krimpenerwaardse landschap, conform het Krimpenerwaards Kookboek.

1.2.Handelingsperspectief: Duurzaam De landbouwsector draagt circa 11% bij aan de gezondheidseffecten die voortkomen uit binnenlandse emissiebronnen. Deze bijdrage is grotendeels toe te schrijven aan de uitstoot van fijnstof, zowel primair als secundair. Primair fijnstof ontstaat direct uit landbouwactiviteiten, met name uit de pluimveehouderij. Secundair fijnstof ontstaat onder andere door de uitstoot van ammoniak, die vrijkomt bij mesttoepassing en uit stallen. Naast de impact op de luchtkwaliteit en volksgezondheid speelt ammoniak ook een grote rol in de stikstofdepositie in nabijgelegen natuurgebieden. Dit onderstreept de nauwe samenhang tussen het landelijke stikstofbeleid en de doelstellingen van het Schone Lucht Akkoord (SLA). Binnen dit akkoord is afgesproken om de negatieve gezondheidseffecten van landbouwemissies in 2030 met 37% te verminderen ten opzichte van het niveau in 2016. De gemeente Krimpenerwaard is op dit moment niet aangewezen als aandachtsgebied in het kader van luchtkwaliteit, en wil dat graag zo houden. De gemeente wil inzetten op een extensievere, adaptieve en toekomstbestendige landbouw en daarvoor de agrarische ondernemer de ruimte bieden, zonder daarin de belangen van anderen, bijvoorbeeld omwonenden, onevenredig te schaden.

Daarvoor zijn de collegedoelen betreffende de agrarische sector, klimaat- en energiedoelen, biodiversiteit en bodemdaling nader uitgewerkt. Deze doelen zijn nader uitgewerkt in het Toekomstperspectief Krimpenerwaard: ▪

▪

▪

We blijven eendrachtig op zoek naar ontwikkelkansen en ontwikkelruimte voor agrarische bedrijven. Als voortzetting van het project Proeftuin Krimpenerwaard zetten we in op technieken en sociaal-economische begeleiding (à la Mijn Koers) om tot toekomstbestendige landbouw te komen. Er zijn - stapsgewijs - maatregelen nodig om bodemdaling en CO2 -uitstoot uit veen tegen te gaan, zoals waterinfiltratiesystemen (WIS) en/of toepassing van klei-in-veen en grondwaterstandsverhoging als deze maatregelen niet afdoende zijn. Aanpassingen aan het landgebruik en het waterbeheer optimaliseren het effect van de bodemmaatregelen en leveren een bijdrage aan het duurzaam maken van de landbouw. We besteden veel aandacht aan de duurzaamheid van de nieuwe bedrijfslocaties, op het gebied van ruimtegebruik, duurzaamheid (o.a. energietransitie) en klimaatadaptatie.

Hierbij werken we drie items nader uit die een directe relatie hebben met duurzame ontwikkeling van onze landbouw: a) Bodem, water en klimaat b) Verhogen biodiversiteit c) Energietransitie en kringlooplandbouw als verdienmodel

a) Bodem, water en klimaat Het agrarisch gebied in de Krimpenerwaard wordt gezien als een landschap waarin landbouw en natuur elkaar versterken en vloeiend in elkaar overlopen. Toekomstbestendige landbouw hoeft niet per se natuurinclusief of biologisch te zijn, maar richt zich wél op het verbeteren van de bodemkwaliteit en het bereiken van een gezonde balans in de waterhuishouding, zowel voor landbouw als natuur. Deze aanpak heeft ook positieve effecten op het leefgebied van weidevogels in het veenweidegebied.

43

Omgevingsprogramma Landbouw Krimpenerwaard (ONTWERP) Een evenwichtige omgang met bodem en water draagt bij aan het beperken van bodemdaling, het terugdringen van CO₂-uitstoot en het voorkomen van nutriëntenuitspoeling. De draagkracht van veengrond—voor zowel landbouwvoertuigen als beweiding—is nauw verbonden met de bodemstructuur en het grondwaterpeil. Het verbeteren van bodem- en waterkwaliteit is dan ook een essentiële voorwaarde voor een duurzame landbouwsector. De klimaatopgaven in het landelijk gebied van de Krimpenerwaard zijn nauw verweven met bodemdaling en het grondwaterbeheer. Uitdagingen als CO₂-uitstoot door veenoxidatie en het verminderde waterbergend vermogen van de bodem vragen om gerichte actie. De agrarische sector speelt hierin een sleutelrol, in samenwerking met het waterschap en de provincie. De gemeente ondersteunt agrarisch ondernemers bij het zoeken naar innovatieve oplossingen, bijvoorbeeld via experimenten zoals het toepassen van een waterinfiltratiesysteem (WIS). Tegelijkertijd hanteert de gemeente een terughoudend beleid als het gaat om het toestaan van nieuw verhard oppervlak in het buitengebied dat is aangesloten op het rioolstelsel, of om afvoer van hemelwater via het riool toe te staan. Deze maatregelen zijn bedoeld om de belasting van het watersysteem te beperken en duurzame oplossingen te stimuleren.

Concreet betekent dit dat… 1) wij experimenten en innovaties steunen die bodemdaling tegengaan en een verbetering van de grondwaterstand bewerkstelligen. 2) we experimenten en projecten ondersteunen die een verbetering van de bodem- en waterkwaliteit en grondwaterstand teweeg brengen. Dit doen we in afstemming met het Hoogheemraadschap en de provincie Zuid-Holland onder andere in gesprek en lobbytrajecten als het Zuid-Hollands Programma Landelijk Gebied.

b) Verhogen biodiversiteit De biodiversiteit in Nederland staat al geruime tijd onder druk. Ook in de Krimpenerwaard is dit merkbaar. Circulaire en biologische landbouw kunnen een positieve bijdrage leveren aan herstel van biodiversiteit, maar vooral agrarisch natuurbeheer speelt in dit gebied een cruciale rol. Het is dan ook een positieve ontwikkeling dat steeds meer agrarische ondernemers zich inzetten voor deze vorm van beheer. De verantwoordelijkheid voor het stimuleren van agrarisch natuurbeheer ligt primair bij de agrariër zelf, in samenwerking met de provincie, die hiervoor het beleid en de middelen in handen heeft. De gemeente ondersteunt en stimuleert initiatieven die bijdragen aan het versterken van de biodiversiteit in het buitengebied. Denk daarbij aan het behoud en beheer van kruidenrijke graslanden, het aanleggen van natuurvriendelijke oevers en het beschermen van leefgebieden van weidevogels en insecten. Tegelijkertijd wordt de biodiversiteit bedreigd door invasieve exoten, zoals de rivierkreeft. Deze soort veroorzaakt schade aan waterkanten, ondermijnt oevers en verstoort de ecologische balans in sloten en plassen. Het effectief terugdringen van dergelijke exoten vraagt om een gebiedsgerichte aanpak en samenwerking tussen agrariërs, waterschap, provincie en natuurorganisaties. Ook op Europees niveau wordt gewerkt aan biodiversiteitsherstel.

Binnen het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid (GLB) worden sinds 2023 extra subsidies verstrekt voor agrarisch natuurbeheer (ANLb) en ecoregelingen. Deze financiële ondersteuning biedt agrariërs extra kansen om hun bedrijfsvoering te combineren met zorg voor natuur en landschap.

44

Omgevingsprogramma Landbouw Krimpenerwaard (ONTWERP)

Concreet betekent dit dat… 1) bij nieuwe ontwikkelingen, zowel agrarische als andere, niet alleen landschappelijke inpassing wordt gevraagd, maar ook verwacht wordt dat een diversiteit aan inheemse beplanting wordt gebruikt. Voorbeelden van toepassingen worden gegeven in het ‘Kookboek’ Krimpenerwaard. 2) de gemeente gaat onderzoeken of extra middelen ingezet kunnen worden voor het stimuleren van streekeigen beplanting als landschappelijke inpassing wordt vereist, bijvoorbeeld via een LEADER subsidieaanvraag. 3) vanwege gewenste extensivering geen landbouwgrond meer wordt getransformeerd naar natuur maar eerder wordt gekeken natuurgronden landbouw inclusief te maken; 4) de gemeente zich inzet voor exotenbestrijding ten behoeve van biodiversiteit en het beheersbaar houden van negatieve gevolgen van invasieve exoten voor de agrarische sector.

c) Energietransitie en kringlooplandbouw als verdienmodel Voor het onderwerp energie geldt dat voor sommige deelonderwerpen nader beleid is uitgewerkt, namelijk RES 1.0, Programma Zon op veld, Omgevingsprogramma Warmtetransitie en het omgevingsprogramma Zon op dak is in de maak. We beperken ons in deze paragraaf tot energievraagstukken in relatie tot een verdienmodel voor agrariërs. Hiervoor gelden de volgende beleidslijn: ▪

we kiezen er voor om ruimte te geven aan onze agrarische ondernemingen: ruimte om te ondernemen en bedrijven duurzaam door te ontwikkelen, die bijdragen aan een vitaal Krimpenerwaard. Dit dient te resulteren in een landbouw met een goed verdienmodel.

In de visie ‘Landbouw, Natuur en Voedsel: Waardevol en Verbonden’ pleit het ministerie van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur voor een overgang naar kringlooplandbouw. Deze vorm van landbouw – ook wel circulaire landbouw genoemd – richt zich op het minimaliseren van afval en emissies, en het optimaal benutten van grondstoffen en eindproducten met zo min mogelijk verliezen. Deze visie wordt ook op Europees niveau breed ondersteund. Een belangrijke voorwaarde voor een duurzame kringlooplandbouw is dat meststoffen zo lokaal mogelijk worden geproduceerd én benut. Dat vraagt om een evenwichtige afstemming tussen de beschikbaarheid en de behoefte aan natuurlijke mest binnen een gebied. Grootschalige transportbewegingen van mest passen niet binnen het principe van een gesloten, lokale kringloop. Tegelijkertijd roept de vestiging van niet-grondgebonden veehouderijen landschappelijke en ruimtelijke bezwaren op, zeker in een karakteristiek veenweidelandschap als dat van de Krimpenerwaard. Op de langere termijn kan de voortzettende schaalvergroting binnen de sector, in combinatie met een dalend aantal agrarische bedrijven en een relatief stabiel areaal veenweidegrond, nieuwe kansen bieden. Denk aan grotere, extensieve bedrijven met gemengde bedrijfsvoering, waarin zowel de productie als het gebruik van meststoffen binnen één bedrijf plaatsvindt.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Krimpenerwaard&id=b64e250e-43bf-4123-8a6b-d92a58f2f63f