CConstaterende datKrimpenerwaard
Koppel je AI →
Document · PDF

Ontwerp Omgevingsprogramma Grondstoffen 2026-2030

Beeldvorming R&F (RZ) 25 november 2025, gemeente KrimpenerwaardBij agendapunt: Informatiebijeenkomst Programma Grondstoffen ter voorbereiding op ophalen wensen en bedenkingen26.764 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

23 oktober 2025

Pagina 23

We streven naar • een daling van het restafval tot onder de 100 kilogram per inwoner in 2027 en onder de 75 kilogram in 2030 * • minimaal 65% recycling van huishoudelijk afval in 2035 ** • hergebruik en preventie: minimaal 10% minder afval en herbruikbare stromen in 2030 ten opzichte van 2025 door inwoners te stimuleren om meer te hergebruiken, te consuminderen en circulaire keuzes te maken * Dit is minder ambitieus dan het landelijke VANG-beleid, dat streeft naar 30 kilogram per inwoner in 2025. ** Deze ambitie komt overeen met de ambitie van de Europese Kaderrichtlijn afvalstoffen. In 2023 lag het recyclingpercentage in de Krimpenerwaard op bijna 63%.

Paragraaf 4.3

Kosten

Ons afval- en grondstoffenbeleid is financieel gezond en dat willen we zo houden, zodat ons beleid ook op de lange termijn uitvoerbaar is. De kosten voor het uitvoeren van de maatregelen tot en met 2030 willen we dekken uit de besparingen door minder restafval en de hogere opbrengsten door meer recycling van herbruikbare stromen. Daarbij blijft het principe ‘de vervuiler betaalt’ centraal staan: inwoners die minder scheiden en daardoor meer restafval produceren betalen meer afvalstoffenheffing. Dit prikkelt bewoners om bewuster om te gaan met hun afval en stimuleert afvalpreventie. Daarbij hebben we oog voor inwoners in bijzondere omstandigheden en willen we met maatwerk voorkomen dat zij onevenredig financieel worden belast. We streven naar • beheersbare kosten voor het inzamelen en verwerken van huishoudelijk afval • het uitvoeren van integrale maatregelen die zichzelf zoveel mogelijk terugverdienen

23 oktober 2025

Pagina 24

Hoofdstuk 5 Mening inwoners Paragraaf 5.1

Uitgevoerde bewonersonderzoeken

De bereidheid van inwoners om mee te werken aan betere afvalscheiding en afvalpreventie is essentieel voor een succesvolle uitvoering van het programma. Om de wensen en behoeften van onze inwoners in beeld te krijgen hebben we, voordat we dit programma schreven, een bewonersonderzoek uitgevoerd. We vroegen naar hun mening en ideeën in een online enquête en straatgesprekken. Enquête afval/grondstoffen Van 19 juni tot en met 5 juli 2025 konden de leden van het inwonerspanel Krimpenerwaard de online vragenlijst over afval en grondstoffen invullen. Ook niet-panelleden kregen de mogelijkheid om deel te nemen via een open link. We hebben een oproep om mee te doen via verschillende kanalen: de sociale media, Gemeentenieuwspagina in Het Kontakt, nieuwsbericht op onze website, digitale nieuwsbrief, de Jongerenklankbordgroep en intranet. In totaal deden 1.129 deelnemers mee, waarvan 760 via het panel en 369 via de open link. De resultaten van dit bewonersonderzoek zijn te vinden in Bijlage 1. Straatgesprekken afval/grondstoffen Om ook de mensen te bereiken die minder snel geneigd zijn een online enquête in te vullen bijvoorbeeld omdat zij de Nederlandse taal minder goed beheersen of minder digitaal vaardig zijn hebben we straatgesprekken georganiseerd.

Over het algemeen doen namelijk vaker bovengemiddeld betrokken inwoners mee aan online enquêtes, inwoners die kritisch zijn of juist heel actief bezig zijn met het onderwerp, en mensen die digitaal vaardig zijn. Tijdens drie weekmarkten zijn in totaal 69 inwoners van de gemeente gesproken. Dit leverde verdiepende informatie op en daarmee zijn deze gesprekken een waardevolle aanvulling op de resultaten van de enquête. Het verslag van de straatgesprekken is opgenomen in Bijlage 2. Bewonersonderzoeken PMD en circulaire economie We maken ook gebruik van de resultaten van een bewonersonderzoek naar PMD en onderdelen van een recent onderzoek over de circulaire economie. Bijlage 1 bevat de resultaten van deze enquêtes.

Paragraaf 5.2

Samenvatting resultaten

In Bijlage1 is de samenvatting van de resultaten van de uitgevoerde enquêtes te vinden en in Bijlage 2 staat het verslag van de straatgesprekken. Deze paragraaf geeft een samenvatting van de kernpunten van deze bewonersonderzoeken. 1. Hoge tevredenheid De tevredenheid over de afvalinzameling is hoog. Deelnemers aan de enquête afval/grondstoffen geven de afvalinzameling gemiddeld een 7,2 en de inwoners die we op straat hebben gesproken geven

23 oktober 2025

Pagina 25

een 7,6. Men vindt dat er genoeg mogelijkheden zijn om afval en grondstoffen gescheiden aan te bieden, dat het afval netjes op tijd wordt opgehaald en dat de Cyclus-app duidelijk en handig is. 2. Ergernis over PMD-zakken en afval naast verzamelcontainers Er is ook sprake van ergernis, met name over de PMD-zakken en het afval dat naast verzamelcontainers wordt geplaatst door inwoners. Zo ergert 73% van de inwoners zich aan de zakken die te vroeg aan de straat worden gezet door inwoners en 80% aan de (door dieren) kapotgemaakte PMDzakken. Dit speelt het meest in Krimpen aan de Lek, gevolgd door Lekkerkerk en Ouderkerk aan den IJssel. Met onze nieuwe aanpak van de te vroeg aangeboden PMD-zakken willen we de overlast minimaliseren (zie maatregel 12 in Hoofdstuk 6). Bijna 80% ergert zich aan afval dat naast verzamelcontainers in de wijk wordt gezet. Dit speelt het meest in Krimpen aan de Lek, Gouderak, Bergambacht en Lekkerkerk. Deze overlast willen we verminderen met het intensiveren van onze aanpak van bijplaatsingen (zie maatregel 22). 3. Afvalscheidingsgedrag De meerderheid zegt het afval al heel erg goed te scheiden (59%) en ruim een derde van de inwoners denkt dat zijzelf het afval eigenlijk wel beter kunnen scheiden. De meeste mensen scheiden afval omdat dit bijdraagt aan een beter milieu (71%) en om kosten te besparen (62%).

Meer dan een derde doet dit omdat het goed is voor toekomstige generaties (39%). De meesten hebben er geen geld voor over om de afvalscheiding te verbeteren (71%). 4. Wat de gemeente kan doen om afvalscheiding en afvalpreventie verder te stimuleren • GFT+E : Bijna de helft van de deelnemers denkt GFT+E al heel goed apart te houden. Een op de vijf zou een keukenemmertje willen krijgen en 17% wil dat de GFT+E container vaker geleegd wordt. • PMD: Bijna de helft denkt PMD al heel goed apart te houden. Een op de vier inwoners wil een PMD-container aan huis, een op de vijf wil een ondergrondse container voor PMD in hun buurt en nog eens een op de vijf zou graag meer informatie willen over wat bij PMD hoort. • Oud papier en karton: Bijna driekwart denkt het oud papier en karton al heel goed apart te houden. Er zijn nauwelijks suggesties voor verbetering van de papierinzameling gegeven. • Glas: Bijna driekwart denkt glas al heel goed apart te houden. Een op de vijf wil meer glasbakken in hun buurt. Deze vraag kwam vooral vanuit Bergambacht (28% van de inwoners van deze kern) en Lekkerkerk (24%) en in mindere mate in Krimpen aan de Lek (18%) en Schoonhoven (17%). • Textiel: De meerderheid denkt textiel al heel goed apart te houden (64%). Een op de zeven inwoners wil meer textielbakken in hun buurt.

Deze vraag kwam vooral vanuit Bergambacht (22% van de inwoners van deze kern), Haastrecht (21%) en Lekkerkerk (21%). Daarom bekijken we waar te weinig verzamelcontainers voor glas en textiel staan en zorgen we voor extra containers waar dat nodig is (zie maatregel 15 in Hoofdstuk 6). • Klein Chemisch Afval (KCA): De helft denkt KCA al heel goed apart te houden (51%). Een derde wil meer informatie over welke winkels KCA-producten aannemen, zoals batterijen en lampen, en een kleiner deel wil meer informatie over wat bij het KCA hoort (19%).

23 oktober 2025

Pagina 26

•

•

•

•

•

Elektrische apparaten: Bijna de helft denkt de apparaten al heel goed apart te houden. Een op de vier wil meer informatie over welke winkels kleine apparaten aannemen. Een kleiner deel wil meer informatie over wat bij elektrische apparaten hoort (17%). Gescheiden inzameling luiers en incontinentiemateriaal: De helft van degenen die wegwerpluiers of incontinentiematerialen gebruiken, zou dit apart willen inleveren als dit mogelijk zou zijn. Men wil dit omdat het beter is voor het milieu, restafval scheelt en voor minder geuroverlast in huis zorgt. Zodra de capaciteit voor het verwerken van dit materiaal wordt uitgebreid, bekijken we of we de gescheiden inzameling van luiers en incontinentiemateriaal kunnen introduceren in de Krimpenerwaard (zie maatregel 16). Meer voorlichting: Ongeveer een kwart van de deelnemers aan de enquête over afval/grondstoffen vindt dat de gemeente meer voorlichting kan geven over (1) de regels van het afval scheiden (2) nut en noodzaak van afvalscheiding en (3) wat de gemeente doet met de opbrengsten uit de afvalstoffenheffing. Een deel mist informatie over wat in welke bak of zak hoort (19%) en waar de verzamelcontainers staan (11%). Ook tijdens de straatgesprekken vertelden veel inwoners dat ze behoefte hebben aan meer voorlichting, vooral over wat bij het PMD en het GFT+E hoort.

Als het gaat om persoonlijke hulp bij afvalscheiding zijn deelnemers verdeeld. Zo vindt 39% het geen goed idee als een deskundige regelmatig op straat is om inwoners te helpen met vragen over afvalscheiding, terwijl 25% dat juist wel een goed idee vindt. Verder vindt 41% het een goed idee als een deskundige op een vaste tijd en plek aanwezig is om inwoners te helpen met vragen, bijvoorbeeld op een spreekuur of weekmarkt, terwijl 27% dat niet vindt. Om tegemoet te komen aan deze wensen gaan we onze voorlichting intensiveren en zorgen we voor goede, tijdige voorlichting over de veranderingen in Fase 1 en Fase 2 (zie maatregelen 8 en 9 in Hoofdstuk 6). Jeugd: Men vindt het belangrijk dat het afval wordt gescheiden op plekken waar jongeren komen (85%) en dat school aandacht heeft voor afvalscheiding in het lesprogramma (80%). Een op de drie inwoners vindt dat de gemeente afvalscheiding op scholen en kinderopvang moet stimuleren. We gaan dan ook aan de slag met afvalscheiding bij scholen, kinderopvang en verenigingen en we gaan meedoen aan het programma Afvalvrije Scholen (zie maatregelen 10 en 14). Afvalpreventie: Een op de vier inwoners vindt dat de gemeente meer zou kunnen samenwerken met supermarkten en fabrikanten om afvalpreventie te stimuleren (44%) en het verbieden van ongeadresseerde folders, behalve als mensen hier om vragen met een ja-sticker op hun brievenbus (36%).

Ruim een kwart van de inwoners wil dat de gemeente herbruikbare verpakkingen promoot of gaat samenwerken met kringloopwinkels. We spelen in op deze wensen door een campagne tegen voedselverspilling met winkeliers te ontwikkelen en door tweedehands (ver)koop en reparatie te stimuleren (zie maatregelen 4 en 5).

5. Inzameling PMD Van de deelnemers aan de enquête over afval/grondstoffen wil 38% een container voor PMD. Vooral inwoners jonger dan 35 jaar zouden dat graag willen. Deze uitkomst komt overeen met de resultaten van het onderzoek naar de inzameling van PMD dat we in oktober 2023 hielden. Daaruit bleek dat 41% het liefst een PMD-container aan huis gebruikt en de helft een PMD-zak. Dit hangt samen met de uitkomst van datzelfde onderzoek dat 48% negatief staat tegenover een extra container aan huis. Dit vermoeden wordt versterkt door de uitslag van de enquête uit 2025, waarin de meeste inwoners met

23 oktober 2025

Pagina 27

containers aan huis aangeven dat zij niet meer dan drie containers aan huis kunnen hebben staan (41%), gevolgd door vier containers (29%). In Fase 2 kunnen we het probleem van de PMD-zakken oplossen voor alle woningen met een tuin, terwijl we het aantal containers aan huis binnen de bebouwde kom beperken. Vanaf dat moment wordt PMD bij woningen met een tuin namelijk ingezameld via containers aan huis, waarbij huishoudens in de kernen geen vierde container nodig hebben. Dit wordt mogelijk doordat het restafval in de kernen wordt ingezameld met ondergrondse containers en de huidige restafvalcontainer kan worden hergebruikt voor PMD (zie maatregel 3 in Hoofdstuk 6). Argumenten vóór een PMD-container zijn dat het straatbeeld er opgeruimder uit ziet zonder PMD-zakken (66%) en dat een PMD-container het zwerfafval dat ontstaat door wind en toedoen van dieren kan voorkomen (65%). 6. Voorkeur voor omgang met restafval: restafvalcontainer minder vaak legen Aan mensen met containers aan huis is gevraagd naar hun voorkeur voor de omgang met restafval, als er iets moet veranderen aan de afvalinzameling nu we op weg zijn naar een samenleving zonder restafval. Voor de helft van de inwoners heeft het minder vaak legen van de restafvalcontainer de voorkeur: een kwart wil dat de container nog maar één keer per vier weken worden geleegd (26%) of één keer per zes weken (25%).

Nog eens een kwart geeft de voorkeur aan het brengen van restafval naar een ondergrondse verzamelcontainer in de buurt, waarbij het PMD in de oude container voor restafval gaat (24%). Tijdens de straatgesprekken is ook aan voorbijgangers gevraagd naar hun voorkeur. Degenen die openstaan voor een verandering zijn (iets) vaker enthousiast over het minder vaak legen van de restafvalcontainer dan over het brengen van restafval naar ondergrondse containers. Mede vanwege deze uitkomsten starten we in 2027 met het invoeren van Laagfrequent Inzamelen van restafval (zie maatregel 1 in Hoofdstuk 6) en willen we in de tweede fase overstappen op Omgekeerd Inzamelen (zie maatregel 3). Sommige inwoners hebben bezwaren tegen een verandering in de inzameling van restafval vanwege (1) langer moeten bewaren van restafval en de daarmee gepaard gaande geuroverlast (2) angst voor bijplaatsen van afval naast verzamelcontainers en (3) angst voor dumping in de natuur. Het grootste bezwaar tegen ondergrondse containers voor restafval heeft te maken met het tillen van zware afvalzakken door ouderen. Zij kunnen daardoor financieel benadeeld worden - ze betalen voor het storten van een halfvolle afvalzak omdat een volle afvalzak te zwaar is - of zij moeten een beroep doen op hun mantelzorger. 7. Ontevredenheid over ophalen grof vuil Over het ophalen van grofvuil is meer dan de helft ontevreden (52%).

De meeste frustratie is er over de kosten. Meer dan de helft van de deelnemers aan de enquête over de Circulaire Economie zou dan ook graag zien dat grofvuil (gratis) aan huis wordt opgehaald (59%). 8. Verbeteringen milieustraat Een op de vier á vijf inwoners is ontevreden over het maken van een afspraak op de milieustraat, de openingstijden en de verdeling tussen de gratis en betaalde stromen (fijn huishoudelijk restafval). Naast de openingstijden en de verdeling tussen gratis en betaalde stromen zijn er twee onderwerpen waarvoor de tevredenheid aanzienlijk lager is dan het belang dat men er aan hecht: de aanduiding van

23 oktober 2025

Pagina 28

wat in welke container moet en de bereikbaarheid. Vervolgens is gevraagd naar ideeën voor de nieuwe milieustraat. Het vaakst genoemd zijn: afval brengen zonder afspraak, ruimere openingstijden (met een wens voor avondopenstelling door de week en langere openingstijden op zaterdag), lager geplaatste containers en hogere oprit om zware spullen makkelijker te deponeren, bredere paden en betere aanrijroutes om opstopping en wachtrijen te voorkomen, alles gratis inleveren en het toevoegen van een hergebruikhoek of kringlooppunt. We nemen deze aandachtspunten mee in het ontwerp van de nieuwe milieustraat en bij het ontwikkelen van het circulair ambachtscentrum (zie maatregel 17). Daarnaast zou een derde van de deelnemers aan de enquête Circulaire Economie graag zien dat een afvalcontainer van de milieustraat dichterbij huis zou staan (34%). 9. Tevredenheid over Mobiele Milieustraat Bijna de helft van de deelnemers aan de enquête Circulaire Economie heeft gehoord van de Mobiele Milieustraat en ruim een kwart heeft deze wel eens gebruikt. Deelnemers van 65 jaar en ouder gebruiken deze voorziening vaker dan jongere deelnemers. De Mobiele Milieustraat wordt met een 8,2 beoordeeld en 66% vindt het nuttig om deze actie te herhalen. Wel zijn er wensen voor meer inzamelmomenten, duidelijkere communicatie en een ruimer aanbod aan afvalsoorten.

Om deze redenen gaan we de inzet van de Mobiele Milieustraat in de komende jaren uitbreiden (zie maatregel 19). 10. Inwoners vinden participatie vooraf belangrijk Bijna 90% van de inwoners wil dat de gemeente hen er van tevoren bij betrekt als er iets verandert in de afvalinzameling. Deelnemers jonger dan 35 jaar vinden dit vaker belangrijk. Bij de introductie van Omgekeerd Inzamelen betrekken we inwoners actief volgens een participatieplan (zie maatregel 11).

23 oktober 2025

Pagina 29

Hoofdstuk 6 Maatregelenpakket Paragraaf 6.1

Strategie

We zagen in Hoofdstuk 2 dat een volgende stap nodig is om onze milieuambities te realiseren. Uit de ervaringen van talloze gemeenten blijkt dat maatregelen om het aanbieden van restafval te ontmoedigen de grootste impact hebben op het verminderen van restafval. Dit effect op de daling van het restafval hebben we zelf ook gemerkt, toen we in 2017 het principe ‘de vervuiler betaalt’ introduceerden met de diftar-tarieven voor restafval. Minder restafval betekent ook ‘minder meerkosten‘ Zonder verdere afname van restafval blijven de totale kosten stijgen, met als gevolg een steeds hogere afvalstoffenheffing voor onze inwoners. Een inzet op minder restafval is niet alleen noodzakelijk om de milieuambities te realiseren, maar ook om de kostenstijgingen te dempen en onze ambitie te realiseren om de kosten voor afvalinzameling en afvalverwerking beheersbaar te houden. De afvalstoffenheffing bestaat namelijk voor een aanzienlijk deel uit de kosten voor het verbranden van fijn restafval. Voor deze reststroom gelden enerzijds hoge tarieven en anderzijds is het volume groot. Krimpenerwaard betaalt jaarlijks zo’n € 850.000 voor de verwerking van meer dan 6 miljoen kilogram restafval. Een deel van deze kosten bestaat uit de zogenoemde verbrandingsbelasting, die sinds de invoering in 2017 is gestegen van € 13,11 naar € 39,70 per 1.000 kilogram in 2025.

Alleen al aan verbrandingsbelasting betaalt de gemeente inmiddels € 250.000 per jaar. Zoals in paragraaf 3.3 (Overige ontwikkelingen) is aangegeven, stijgen de verwerkingstarieven voor restafval vanaf 2030 aanzienlijk als gevolg van het verder verhogen van de verbrandingsbelasting door het Rijk en de introductie van de CO₂-heffing voor afvalverbrandingsinstallaties. De extra kosten die dit met zich meebrengt worden doorberekend aan de toeleveranciers van het afval - onder andere de gemeenten. Als de hoeveelheid restafval niet substantieel daalt, gaat dit doorwerken in een fors hogere afvalstoffenheffing voor onze inwoners. Aanpak van restafval in twee fasen met go/no go besluit door gemeenteraad over Fase 2 Om te voldoen aan onze milieuambities én tegemoet te komen aan de voorkeursvariant van onze inwoners, maken we op 1 januari 2027 de overstap op Laagfrequent Inzamelen van restafval (container aan huis wordt één keer per vier weken geleegd; zie volgende alinea). Dit geeft ons de gelegenheid om inwoners zorgvuldig te informeren over het nut en de noodzaak van deze verandering en om de nieuwe inzamelroutes efficiënt te plannen. Met Laagfrequent Inzamelen ontmoedigen we inwoners om restafval weg te gooien (ambitie voor Service).

In de loop van 2026 maken we een start met de voorbereidingen voor een pilot met Omgekeerd Inzamelen in twee gebieden (restafval gaat naar ondergrondse containers in de buurt; zie volgende alinea). Een go/no go besluit door de gemeenteraad over de invoering van Fase 2 (Omgekeerd Inzamelen in de bebouwde kom van de hele gemeente) volgt op basis van de resultaten van deze pilot en een tussentijdse evaluatie van dit programma. In hoofdstuk 8 is een planning opgenomen.

23 oktober 2025

Pagina 30

Voordelen gefaseerde aanpak Het invoeren van veranderingen in twee fasen heeft voordelen ten opzichte een eenmalige verandering: • De hoeveelheid restafval daalt naar verwachting sterker, omdat we met communicatie rondom de veranderingen continu in de komende jaren de aandacht vragen van inwoners voor afvalscheiding. Dit vergroot de kans op structurele gedragsverandering. • De resultaten van afvalscheiding worden beter verankerd, omdat inwoners de tijd hebben om te wennen aan de maatregelen. Pas daarna zetten we een volgende stap. • Uit het bewonersonderzoek blijkt dat het draagvlak voor Laagfrequent Inzamelen groter is dan voor Omgekeerd Inzamelen. De ervaring is dat de stap naar het wegbrengen van restafval naar een ondergrondse container in de buurt minder groot is als inwoners eerst worden gestimuleerd om het aantal kilo’s restafval te verminderen door betere afvalscheiding. • Het veranderen van een inzamelsysteem vraagt ook een aanpassing en inzet van de afvalinzamelaar Cyclus. Met de gefaseerde aanpak hebben we een realistische en uitvoerbare planning voor deze veranderingen. Strategieën voor minder restafval In Nederland passen gemeenten een aantal strategieën toe om de hoeveelheid restafval te verminderen. Deze strategieën komen allen tegemoet aan onze ambitie om het weggooien van restafval minder aantrekkelijk te maken.

Diftar (tariefdifferentiatie) Bij diftar hangt de hoogte van de afvalstoffenheffing voor een deel af van hoeveel restafval een huishouden aanbiedt. Krimpenerwaard is één van de meer dan 200 gemeenten die diftar hebben ingevoerd (bron: ‘Rapport ‘Afvalstoffenheffing 2024’, Rijkswaterstaat, 2025). Servicedifferentiatie (restafval niet meer elke twee weken aan huis ophalen) Bij servicedifferentiatie wordt het bewoners moeilijker gemaakt om restafval weg te gooien. Vaak gebeurt dit in combinatie met het makkelijker maken om te scheiden, bijvoorbeeld door de herbruikbare stromen vaker op te halen of een extra container aan huis voor deze stromen te geven. Bijna driekwart van de gemeenten kent één van de twee manieren om servicedifferentiatie dit toe te passen. Bij servicedifferentiatie zijn er voor Krimpenerwaard twee scenario’s mogelijk; laagfrequent inzamelen en omgekeerd inzamelen. Beide scenario’s lichten we hierna verder toe. •

•

Bij Laagfrequent Inzamelen wordt het restafval minder vaak aan huis opgehaald, bijvoorbeeld nog maar één keer per drie of vier weken in plaats van elke twee weken. Omdat inwoners minder plek hebben in de container aan huis om restafval aan te bieden, zijn zij geneigd om beter te scheiden. Meestal kiezen de minder stedelijke gemeenten - waar woningen meer ruimte hebben voor een derde of vierde minicontainer - voor het minder vaak ophalen van restafval. In onze regio heeft een aantal gemeenten Laagfrequent Inzamelen ingevoerd, waaronder Lopik, Teylingen en De Ronde Venen. Bij Omgekeerd Inzamelen wordt restafval bij woningen met een tuin binnen de bebouwde kom niet meer opgehaald in de grijze container aan huis. Net zoals bij appartementen en bovenwoningen brengen mensen het restafval naar ondergrondse containers in de buurt.

23 oktober 2025

Pagina 31

Vanwege de te grote afstanden naar ondergrondse containers wordt het restafval in het buitengebied en bij lintbebouwing wel in een container aan huis opgehaald (meestal in een lage frequentie). In de praktijk kiezen vooral de meer stedelijke gemeenten voor Omgekeerd Inzamelen vanwege hun compacte bouw. In onze regio hebben veel gemeenten dit systeem ingevoerd, waaronder Zuidplas, Krimpen aan de IJssel, Waddinxveen, Bodegraven-Reeuwijk, Molenlanden, Vijfheerenlanden, Gorinchem, Hardinxveld-Giessendam, Sliedrecht, Papendrecht, Ridderkerk en Alblasserdam. Gemeente Gouda is op dit moment bezig met de invoering. Meest effectieve strategie: diftar met servicedifferentiatie De Nederlandse vereniging voor afval- en reinigingsdiensten (NVRD) voert elk jaar de Benchmark Huishoudelijk Afval uit, waaraan ongeveer de helft van de gemeenten meedoet. Uit de benchmark blijkt dat diftar in combinatie met servicedifferentiatie het meest kosteneffectief is: de prestaties op de hoeveelheid restafval en de kosten zijn het best (bron: ‘Analyserapport Benchmark huishoudelijk afval peiljaar 2023’, NVRD, 2024). Ook uit onderzoek uit 2021 van Eureco onder 275 gemeenten blijkt dat de toepassing van diftar in combinatie met servicedifferentiatie zorgt voor het minste restafval.

Servicedifferentiatie in Krimpenerwaard Om afvalscheiding te stimuleren willen we servicedifferentiatie toepassen, zodat het aanbieden van restafval minder aantrekkelijk en makkelijk wordt. Op basis van benchmarks en de praktijkervaringen in vergelijkbare gemeenten (zie bijlage 3) is de verwachting dat het fijn restafval in Krimpenerwaard daalt van de huidige 106 kilogram per inwoner per jaar naar: • circa 85 tot 94 kilogram fijn restafval bij diftar gecombineerd met Laagfrequent Inzamelen • circa 83 tot 88 kilogram fijn restafval bij diftar gecombineerd met Omgekeerd Inzamelen • circa 76 tot 83 kilogram fijn restafval bij diftar gecombineerd met eerst Laagfrequent Inzamelen en daarna Omgekeerd Inzamelen. Aanvullend pakket Onze ambities zijn niet met één enkele ingreep binnen handbereik. De overgang naar een samenleving met minder (rest)afval, meer recycling en meer afvalpreventie vraagt om een samenhangend pakket van activiteiten, waarbij iedereen de kans krijgt om mee te doen. Door goed te kijken naar onze eigen rol als lokale overheid en zoveel mogelijk rekening te houden met de wensen van inwoners hebben we een integraal maatregelpakket samengesteld met ruimte voor de verschillende doelgroepen en kernen.

Om een structurele gedragsverandering van inwoners te stimuleren versterken we de veranderingen uit Fase 1 en Fase 2 met activiteiten op het gebied van voorlichting, gedragssturing, educatie, samenwerking met inwoners, toezicht en investeringen in de benodigde voorzieningen.

23 oktober 2025

Pagina 32

Paragraaf 6.2

Inzamelen restafval (servicedifferentiatie)

Maatregel 1: Fase 1 - Laagfrequent Inzamelen van restafval In de eerste fase stappen we over op Laagfrequent Inzamelen: vanaf 1 januari 2027 haalt Cyclus het restafval bij woningen met een tuin nog maar eens per vier weken op in plaats van elke twee weken. Uit het bewonersonderzoek blijkt dat Laagfrequent Inzamelen de voorkeur heeft als er iets moet veranderen aan het inzamelen van restafval. De helft van de inwoners zou dan willen dat de restafvalcontainer aan huis nog maar eens per vier weken of per zes weken wordt geleegd. We nemen inwoners goed mee in wat er precies verandert en waarom deze keuze is gemaakt. De communicatie speelt hierin een belangrijke rol en voeren we projectmatig uit (paragraaf 6.4 Voorlichting en educatie). De veranderde ophaalfrequentie voor restafval maakt het nodig om de afvalstoffenverordening aan te passen. Maatwerk voor mensen met onvermijdbaar restafval door medische aandoening Sommige mensen met een medische aandoening hebben te maken met een structurele productie van restafval die niet is te vermijden. Denk aan materiaal van een stoma, katheter, thuisdialyse, infuus, sondevoeding en beschermende kleding. Momenteel kunnen zij hiervoor een vermindering van de afvalstoffenheffing aanvragen, maar als de restafvalcontainer nog maar eens per vier weken wordt geleegd dan is de ruimte in die container mogelijk onvoldoende.

Hiervoor werken we een maatwerkoplossing uit, waarbij gedacht kan worden aan een gratis lediging van een tweede restafvalcontainer die alleen voor dit afval is bedoeld of een extra ophaalronde. Mogelijk is het nodig om hiervoor de vrijstellingsregeling voor medische indicatie (12 ledigingen per jaar) aan te passen.

Maatregel 2: Pilot Omgekeerd Inzamelen Het invoeren van Omgekeerd Inzamelen lijkt een geschikte oplossing om de ergernis over de PMD-zakken te verminderen en tegelijk nogmaals een stap te zetten om onze milieuambities te realiseren. Daarom gaan we in 2027 in een aantal gebieden een pilot uitvoeren om de effecten van Omgekeerd Inzamelen voor onze gemeente te onderzoeken (ongeveer één jaar). Deze pilotgebieden kiezen we zorgvuldig uit, waarbij we een gebied zoeken met een ‘stads’ karakter en een gebied met een ‘landelijk’ karakter. Daarbij willen we de benodigde investeringen laag houden door bij voorkeur gebruik te maken van bestaande ondergrondse containers, met een maximale loopafstand vanuit elke woning van ongeveer 250 meter. De ervaringen die we met deze pilot opdoen betrekken we in de besluitvorming over het vervolg. PMD Bij Omgekeerd Inzamelen kunnen inwoners hun ‘oude’ restafvalcontainer gebruiken voor PMD. Deze container voor PMD wordt elke twee weken geleegd. Dit betekent dat de PMD-zakken verdwijnen bij woningen met een tuin. Zonder de zakken oogt het straatbeeld opgeruimder en een container voorkomt bovendien zwerfafval door wind en door toedoen van dieren en vogels. Hiermee pakken we een grote ergernis van inwoners aan én verbeteren we de dienstverlening voor PMD, zonder een vierde container aan huis te hoeven plaatsen.

We monitoren de kwaliteit van het aangeboden PMD en ronden de pilot af met een evaluatie inclusief enquête onder de deelnemers.

23 oktober 2025

Pagina 33

Maatregel 3: Fase 2 - Evaluatie en go/no go Omgekeerd Inzamelen (PMD in ‘oude’ restafvalcontainer aan huis) Na meer dan een jaar van Laagfrequent Inzamelen voeren we een tussentijdse evaluatie uit van dit programma (zie hoofdstuk 7). In combinatie met de uitkomsten van de pilot Omgekeerd Inzamelen vormt deze evaluatie de basis voor een bestuurlijk go/no go besluit begin 2028 over Fase 2: het invoeren van Omgekeerd Inzamelen voor alle woningen met een tuin binnen de bebouwde kom. Nieuwe inzamelsysteem Met Omgekeerd Inzamelen verandert het inzamelsysteem als volgt: ▪ Woningen met een tuin binnen de bebouwde kom: restafval gaat naar nieuwe ondergrondse containers in de buurt. PMD gaat in de ‘oude’ container voor restafval aan huis, die elke twee weken wordt geleegd ▪ Woningen buiten de bebouwde kom: restafval wordt nog steeds met een lage frequentie opgehaald in de grijze container aan huis. PMD gaat in een nieuwe PMD-container aan huis, die elke twee weken wordt geleegd ▪ Appartementen, bovenwoningen en een aantal woningen in de oude binnenstad die geen mogelijkheid hebben voor containers op eigen terrein: er verandert niets (restafval gaat nog steeds naar ondergrondse containers en PMD nog steeds in zakken).

Vooronderzoek: benodigde extra ondergrondse containers inpasbaar Uit vooronderzoek blijkt dat het plaatsen van de benodigde ondergrondse containers voor restafval (ongeveer 140 stuks) vrijwel overal inpasbaar is. Dat geldt voor zowel onder de grond (kabels/leidingen) als boven de grond (bomen, ruimte voor het inzamelvoertuig, etc.). Mogelijk is het incidenteel nodig om een semi-ondergrondse container te plaatsen of is de loopafstand voor enkele huishoudens iets verder dan gewenst. Wat is er nog meer nodig? Om Omgekeerd Inzamelen mogelijk te maken is het nodig om de afvalstoffenverordening aan te passen. Ook gaan we onderzoeken of de tarieven voor het storten van restafval aangepast moeten worden en is het belangrijk om de kwaliteit van het ingezamelde PMD te bewaken. Bij de overstap wordt een aantal inwoners mogelijk financieel benadeeld, omdat zij fysiek niet in staat zijn om een volle afvalzak naar een ondergrondse container te brengen. Zij betalen dan een volledige storting voor bijvoorbeeld een halfvolle afvalzak. We onderzoeken de mogelijkheid voor een maatwerkoplossing, zoals een financiële compensatie.

Implementatieplan We stellen een implementatieplan op, waarin we onder andere uitwerken: ▪ afbakening van de woonkernen waar ondergrondse restafvalcontainers komen en het buitengebied waar bewoners de container voor restafval behouden en een nieuwe PMD-container krijgen ▪ informeren van bewoners (zie paragraaf 6.4) ▪ participatie van bewoners (zie paragraaf 6.5) ▪ werkwijze bij vaststellen containerlocaties: aanwijzingsbesluiten en bezwaarprocedure ▪ aanpassen routeplanning ▪ planning en fasering van de uitvoering

23 oktober 2025

Pagina 34

Paragraaf 6.3

Preventie en hergebruik

Een samenleving met minder huishoudelijk afval vraagt om wezenlijk andere consumptiepatronen. Afvalpreventie is daarbij essentieel. In de prioriteitsvolgorde voor het afvalbeheer staat preventie bovenaan. Pas daarna volgt hergebruik van (onderdelen van) producten zonder deze te vernietigen of te verwerken. Afvalpreventie houdt in: zo min mogelijk grondstoffen gebruiken en er zo lang mogelijk mee doen. Het draait om minder consumeren, verpakkingsvrij inkopen, wasbare producten gebruiken in plaats van wegwerpproducten en verspilling van onder andere voedsel tot een minimum beperken. Door in te grijpen aan het begin van de keten - vóórdat producten afval worden - worden grondstoffen bespaard. Wij zien het als onze taak om, binnen onze invloedssfeer, bij te dragen aan deze gedragsverandering. Dit doen wij met onze bewustwordingscampagne (zie paragraaf 6.4 Voorlichting en educatie), waarmee we inwoners motiveren om beter te scheiden, minder afval in huis te halen en om bewuste, duurzame keuzes te maken. Daarnaast stimuleren en faciliteren we lokale initiatieven die bijdragen aan afvalpreventie. Denk aan het ondersteunen van repair cafés en lokale reparatiebedrijven en aan het versterken van initiatieven die zijn gericht op delen en hergebruiken van spullen. Zo zetten we in op een verschuiving van bezit naar gebruik en van weggooien naar behouden en herstellen.

Aanvullende maatregelen Maatregel 4: Stimuleren minder voedsel verspillen Het voorkomen van voedselverspilling draagt bij aan het verminderen van de afvalberg en het verkleinen van de ecologische voetafdruk van huishoudens. Alle maatregelen in dit programma dragen bij aan minder restafval, maar de grootste milieuwinst is te behalen met de aanpak van voedselverspilling. Volgens Milieu Centraal belandt ongeveer een derde van al het voedsel dat op de wereld geproduceerd wordt, uiteindelijk niet op het bord van consumenten. De gemiddelde Nederlander gooit per jaar ruim 33 kg aan eetbaar voedsel weg, wat neerkomt op zo’n € 140. Daarnaast verdwijnt er ook nog eens ongeveer 65 liter drank in de gootsteen. Er worden op jaarbasis dus grote hoeveelheden eten en drinken verspild. We willen inwoners dan ook bewust maken van de gevolgen voor het milieu en de portemonnee. Aanpak Met gerichte voorlichting en communicatiecampagnes gaan we laten zien wat mensen zelf kunnen doen om verspilling te voorkomen. Denk hierbij aan slim boodschappen doen, beter bewaren en restjes hergebruiken. Daarbij willen we bekijken of we met lokale supermarkten kunnen samenwerken in een campagne die gericht is op het herkennen van houdbaarheidsdata, het juist bewaren van producten en het plannen van maaltijden.

We besteden in onze communicatie ook aandacht aan eventuele deelinitiatieven voor voedsel, zoals een voedselkast. We sluiten aan bij bestaande landelijke campagnes, zoals de landelijke Verspillingsvrije Week.

23 oktober 2025

Pagina 35

Maatregel 5: Stimuleren tweedehands (ver)koop en reparatie Het tweedehands (ver)kopen en reparatie kan wel een impuls gebruiken. Uit het bewonersonderzoek blijkt dat niet meer dan 60% van de inwoners hier nu mee bezig is. We stimuleren tweedehands (ver)kopen en maken reparatievoorzieningen toegankelijker. Dit doen we niet alleen op onze nieuwe milieustraat, maar ook door initiatieven te promoten en te ondersteunen zoals kringloopwinkels, repair cafés en lokale reparatiebedrijven. Hier krijgen inwoners de mogelijkheid om spullen een tweede leven te geven of te laten herstellen. Een manier om het gebruik van deze voorzieningen aan te moedigen is bijvoorbeeld de uitgifte van tegoedbonnen voor lokale kringloopwinkels en reparatiebedrijven aan kwetsbare doelgroepen.

Maatregel 6: Stimuleren thuiscomposteren Thuiscomposteren is een effectieve manier om organisch afval bij de bron te verminderen. Door groente-, fruit- en tuinafval en etensresten (GFT+E) zelf te verwerken tot compost ontstaat een waardevolle bodemverbeteraar voor tuin of balkon. Hiermee draagt thuiscomposteren bij aan afvalpreventie. Aanpak We zetten in op voorlichting en praktische ondersteuning. Inwoners worden via de gemeentelijke communicatiekanalen geïnformeerd over de voordelen van thuiscomposteren, hoe het precies werkt en waar zij terecht kunnen voor vragen. We onderzoeken of we korting of subsidie kunnen geven voor compostvaten en wormenhotels. Dit verlaagt de drempel om te beginnen en maakt thuiscomposteren aantrekkelijk voor inwoners met weinig ruimte.

Maatregel 7: Stimuleren lenen/delen van spullen Het delen en lenen van goederen draagt bij aan het verminderen van de vraag naar nieuwe producten en daardoor aan afvalpreventie. Daarom stimuleren we inwoners om gebruik te maken van deelinitiatieven. Zo brengen we in onze communicatie bestaande deelplatforms onder de aandacht, zoals Peerby, Nextdoor of lokale Facebookgroepen. Deze digitale platforms maken het mogelijk om eenvoudig spullen met elkaar te delen, lenen of ruilen. Ook gaan we de mogelijkheid verkennen om wijkgerichte initiatieven te ondersteunen voor het uitwisselen van gereedschap of huishoudelijke apparaten (bijvoorbeeld een digitale of fysieke ‘buurtschuur’ of deelkast).

23 oktober 2025

Pagina 36

Paragraaf 6.4

Voorlichting en educatie

Om bewoners aan te zetten tot afval scheiden, werken we aan drie factoren: alle inwoners moeten afval en grondstoffen kunnen scheiden (gelegenheid), weten hoe ze moeten scheiden (capaciteit) én willen scheiden (motivatie). Als gemeente vervullen wij hier een belangrijke rol in. Dat begint met het aanbieden van goede voorzieningen, maar het creëren van bewustwording en het geven van toegankelijke informatie zijn ook nodig. Veel inwoners vinden dat de voorlichting beter kan en dat de gemeente hierin een grotere rol mag nemen (zie hoofdstuk 5). Die handschoen pakken we natuurlijk op. Het helpt als we jongeren al vanaf jonge leeftijd bewust kunnen maken van het belang van afvalscheiding, zodat dit gedrag voor de toekomst is verankerd. Meer dan driekwart van de inwoners vindt het belangrijk dat afval en grondstoffen worden gescheiden op plekken waar jongeren vaak komen en dat school in het lesprogramma aandacht heeft voor afvalscheiding (zie hoofdstuk 5). Daarom sluiten we ons aan bij het project Afvalvrije Scholen van Cyclus.

Aanvullende maatregelen Maatregel 8: Intensiveren (gedrag gestuurde) voorlichtingscampagne Uit het bewonersonderzoek blijkt dat inwoners behoefte hebben aan meer informatie over nut en noodzaak van afvalscheiding, wat in welke bak/zak hoort, waar de verzamelcontainers staan, welke winkels KCA-producten of kleine apparaten aannemen, wat de gemeente doet met de opbrengsten uit de afvalstoffenheffing, waar mensen spullen kunnen laten repareren en hoe zij afval kunnen besparen. Om mensen hierover te informeren maken we gebruik van verschillende communicatiemiddelen om zoveel mogelijk inwoners te bereiken: Het Kontakt, gemeentelijke nieuwsbrieven, website, sociale media, posters, flyers, etc. Strategieën uit gedragspsychologie In paragraaf 3.3 zagen we al dat enkel het overdragen van informatie onvoldoende is om gedrag te beïnvloeden, omdat gedrag wordt bepaald door onbewuste processen. Met hulp van inzichten uit de gedragspsychologie zetten we vanaf Fase 1 (laagfrequent inzamelen van restafval) in op een positieve gedragsbenadering, om inwoners te stimuleren verantwoordelijkheid te nemen voor hun eigen afvalgedrag. Hierbij passen we gedragsbeïnvloedingsstrategieën toe, zoals: sociale normen versterken (voorbeeld: bord plaatsen met "Hier scheiden 90% van de bewoners hun afval goed.

Doet u ook mee?’) persoonlijke feedback (voorbeeld: mail sturen met inzicht in eigen restafvalaanbod en praktische tips) bouwen aan een gevoel van gemeenschappelijkheid (voorbeeld: wedstrijd tussen straten of buurten) publieke beloning of waardering (voorbeeld: bewoners of buurten die zich inzetten voor afvalscheiden krijgen een prijs of vermelding in lokale media) lokale ambassadeurs (voorbeeld: bewoners die goed afvalscheiden zichtbaar maken met posters of in lokale media). Visuele informatie Communicatie bereikt niet alle doelgroepen even makkelijk. Vooral laaggeletterden en inwoners met een andere moedertaal dan het Nederlands hebben baat bij visuele ondersteuning. Om afvalscheiding voor iedereen begrijpelijk en uitvoerbaar te maken vertalen we informatie in een aantal verschillende talen en gaan we door met uitleggen via:

23 oktober 2025

Pagina 37

-

het gebruik van beeldtaal en duidelijke pictogrammen met instructies instructievideo’s voor het scheiden van de verschillende deelstromen overzichtskaart per kern met alle locaties van containerlocaties visuele aanwijzingen op containers en in de openbare ruimte (zogenaamde nudges)

Inzet Reizende Recyclecoach (Fase 1 en Fase 2) en afvalcoach (Fase 2) Uit ervaring blijkt dat als mensen persoonlijk contact hebben met een deskundige vanuit de gemeente of Cyclus, dit een waardevolle bijdrage levert aan het begrip over de noodzaak van beleidsveranderingen, het nut van afvalscheiding en de afvalregels. Daarom maken we gebruik van de Reizende Recyclecoach van Cyclus, die met een mobiele informatievoorziening op weekmarkten en evenementen staat om met bewoners in gesprek te gaan en uitleg te geven over de veranderingen in het inzamelen van restafval en over afvalscheiding. Op projectbasis zetten we de Reizende Recyclecoach in om ons te ondersteunen in de communicatie over de pilot Omgekeerd Inzamelen en de eventuele invoering van Fase 2. Vanaf Fase 2 (Omgekeerd Inzamelen) gaat een afvalcoach inwoners tijdelijk ondersteunen bij het juist scheiden en aanbieden van afval. Een belangrijke taak is het opbouwen en onderhouden van een netwerk in de wijken met sociale partners, die direct contact hebben met doelgroepen die extra ondersteuning kunnen gebruiken. In samenwerking met organisaties zoals de woningbouwcorporaties, wijkteams, Vluchtelingenwerk, uitzendbureaus voor arbeidsmigranten, ouderenverenigingen, etc. werkt de coach aan het oplossen van eventuele belemmeringen.

De afvalcoach start met het geven van persoonlijke uitleg op de milieustraat en gaat daarna - rondom de veranderingen in het inzamelen van restafval - ook de wijken in om mensen te informeren (bijeenkomsten, spreekuren, etc.). Verder ondersteunt hij of zij bij de uitvoering van maatregelen uit dit programma, zoals bij het Programma Afvalvrije Scholen, de aanpak van te vroeg aangeboden PMD-zakken, de aanpak van bijplaatsingen en het verbeteren van de kwaliteit van herbruikbare stromen.

Maatregel 9: Voorlichting veranderingen in Fase 1 en Fase 2 We willen ervoor zorgen dat iedereen in staat is gesteld om te weten wat er verandert, waarom dat nodig is en wat er van hen wordt verwacht. Om mensen tijdig en goed voor te bereiden op de veranderingen in Fase 1 en Fase 2, stellen we een communicatieplan en voeren deze uit. Op toegankelijke wijze informeren we mensen via verschillende kanalen: Afvalwijzer, afval app (pushmelding), bewonersbrieven, gemeentelijke website (Veelgestelde vragen), sociale media, Het Kontakt, persberichten, posters, flyers, advertenties op sociale media, digitale nieuwbrieven, etc. Voor persoonlijk contact en uitleg zijn medewerkers van de gemeente beschikbaar. Speciale aandacht gaat uit naar moeilijk bereikbare doelgroepen, zoals laaggeletterden, ouderen of inwoners met een taalbarrière.

Maatregel 10: Deelname Afvalvrije Scholen Cyclus heeft het programma Afvalvrije School ontwikkeld om leerlingen uit het basisonderwijs te betrekken bij het verminderen van (zwerf)afval en om hen bewust te maken van de waarde van grondstoffen. Vanaf het schooljaar 2026/2027 doen wij ook mee aan dit programma. We verwachten dat minimaal de helft van de 25 basisscholen in onze gemeente aan het einde van de looptijd van dit programma zijn aangesloten. Het traject bestaat uit drie gastlessen, het ophalen van de waardevolle grondstoffen en een opruimactie voor zwerfafval. Gedurende het schooljaar worden de leerlingen uitgedaagd om actief campagne te voeren voor afvalscheiding op school én om hun schoolomgeving vrij te houden van zwerfafval. Cyclus haalt GFT+E, PMD en oud papier en karton op bij de deelnemende scholen. Hiervoor krijgen de scholen dezelfde voorzieningen als huishoudens in de wijk: containers voor GFT+E en oud papier en zakken voor PMD. Voor de scholen zijn hier geen kosten aan verbonden, maar zij

23 oktober 2025

Pagina 38

moeten wel zelf een bedrijfscontract afsluiten voor het ophalen van hun restafval. Om de gescheiden inzameling op scholen te formaliseren moet de gemeenteraad de uitzondering op de Wet markt en overheid voor scholen vaststellen, op grond van het maatschappelijk belang.

Paragraaf 6.5

Participatie inwoners

Voor een samenleving met minder afval heeft iedereen een verantwoordelijkheid: van ontwerpers en producenten tot winkeliers en van overheden tot afvalinzamelaars en recyclers. Maar de grootste bijdrage leveren de inwoners zelf. Een belangrijk uitgangspunt van ons participatiebeleid is dat we geloven in de kracht van de samenleving en zien we dat mensen zelf met initiatieven komen en creatieve oplossingen bedenken. Bewonersparticipatie is dan ook een essentieel onderdeel van de totstandkoming, uitvoering en evaluatie van dit Omgevingsprogramma Grondstoffen. Participatie zorgt niet alleen voor meer draagvlak en vertrouwen in ons beleid, maar ook voor minder weerstand of zelfs acceptatie bij moeilijke beslissingen over de leefomgeving. Bovendien blijkt uit het bewonersonderzoek dat bijna 90% van de inwoners wil dat de gemeente hen er van tevoren bij betrekt als er iets verandert in de afvalinzameling; dit geldt met name voor inwoners jonger dan 35 jaar. We zien ook mogelijkheden bij de uitvoering voor de participatie van inwoners.

Zo kunnen zij deelnemen aan de pilot Omgekeerd Inzamelen, meedenken over nieuwe containerlocaties in hun wijk, als ambassadeur een bijdrage leveren aan de bewustwording ten aanzien van afvalscheiding (zie paragraaf 6.4 Voorlichting en educatie) en ondersteunen we graag nieuwe initiatieven die bijdragen aan de doelen van dit programma (zie paragraaf 6.3 Preventie en hergebruik). Met onze voorlichtingsaanpak willen we ook doelgroepen bereiken die moeilijk bereikbaar zijn op de gebruikelijke wijze (zie paragraaf 6.4 Voorlichting en educatie).

Aanvullende maatregelen Maatregel 11: Participatie Omgekeerd Inzamelen Op basis van ons participatiebeleid stippelen we een participatietraject uit voor de pilot Omgekeerd Inzamelen. Na afloop evalueren we dit traject om te leren van deze ervaringen en onze aanpak verder verbeteren. Indien besloten wordt tot invoering van Fase 2 (Omgekeerd Inzamelen), voeren we zowel de communicatie als de participatie zorgvuldig en planmatig uit. Ook dit traject evalueren we. Deze werkwijze is in overeenstemming met ons participatiebeleid. Voor deze fase moet er gezorgd worden voor voldoende capaciteit om uit te voeren. Inwoners worden via verschillende kanalen geïnformeerd over de veranderingen en krijgen de mogelijkheid om mee te denken over de nieuwe locaties voor de ondergrondse restafvalcontainers.

Hierbij zetten we, in samenhang met de communicatiemiddelen die genoemd zijn in de vorige paragraaf, in ieder geval deze middelen in: bewonersbrieven, waarvan de eerste direct na het besluit over Fase 2 wordt verstuurd en de tweede zodra de voorlopige containerlocaties per wijk bekend zijn met de gestelde voorwaarden aan de locaties aparte projectpagina op de gemeentelijke website met actuele informatie informatiebijeenkomsten in de kernen om de voorgestelde locaties te bespreken en vragen te beantwoorden speciaal mailadres om vragen snel en zorgvuldig te beantwoorden Aandacht en ruimte voor bewoners met zorgen of bezwaren vinden we belangrijk. Waar nodig gaan we persoonlijk in gesprek met bewoners, in een laagdrempelige setting.

23 oktober 2025

Pagina 39

Paragraaf 6.6

Herbruikbare stromen

We vinden het belangrijk dat inwoners toegang hebben tot kwalitatief goede inzamelvoorzieningen – die gemakkelijk te gebruiken, schoon, heel en veilig zijn - en dat inwoners tevreden blijven over het aanbieden van herbruikbare stromen. Uit het bewonersonderzoek blijkt dat mensen over het algemeen vinden dat onze voorzieningen goed in orde zijn (zie hoofdstuk 5) en dat willen we graag zo houden. Om het scheidingsresultaat te verbeteren gaan we aan de slag met aanvullende maatregelen voor een aantal specifieke deelstromen en locaties (kinderdagverblijven en verenigingen).

Aanvullende maatregelen Maatregel 12: Aanpak te vroeg aangeboden PMD-zakken De inzameling van PMD in de doorzichtige zakken aan de kroonringen leidt regelmatig tot overlast. Inwoners hangen zakken soms (veel) te vroeg buiten en er ontstaat zwerfafval door openwaaiende zakken of het openscheuren door vogels of andere dieren. Dit zorgt voor vervuiling van de openbare ruimte en frustratie bij buurtbewoners. Als besloten wordt om Omgekeerd Inzamelen in te voeren in Fase 2, dan verandert dit: PMD gaat in een groot deel van de gemeente in containers aan huis. Bij woningen zonder ruimte voor containers aan huis (appartementen, bovenwoningen en bepaalde delen van de stadscentra) blijft het PMD in zakken. Uit landelijke cijfers blijkt dat het ophalen van PMD met zakken bij de hoogbouw zorgt voor de beste kwaliteit van het PMD: er is namelijk meer sociale controle omdat de inhoud van de zakken zichtbaar is voor buurtbewoners.

Aanpak De te vroeg aangeboden PMD-zakken gaan we vanaf 2026 gestructureerd en planmatig aanpakken door onze algemene communicatie te combineren met gerichte voorlichting, gerichte controles en sociale betrokkenheid: ▪ Gerichte voorlichting: in wijken of straten waar PMD-zakken regelmatig te vroeg buiten hangen gaan we gericht communiceren over de correcte aanbiedtijden en de aanbiedregels (zoals kaartjes met pictogrammen in de brievenbus of QR-stickers op lantaarnpalen met een doorverwijzing naar de informatie op onze website) ▪ Gerichte controles: op piekmomenten controleert een medewerker of er PMD-zakken worden aangetroffen en hij/zij plakt een sticker op de zakken met een heldere boodschap waarom te vroeg aanbieden ongewenst is ▪ Sociale betrokkenheid: we ondersteunen vrijwillige ‘buurtambassadeurs’ door hen informatie te geven en hen te helpen om bewoners op een respectvolle manier aan te spreken op het verkeerd aanbieden van PMD.

Maatregel 13: Verbeteren kwaliteit PMD Het recyclen van zoveel mogelijk PMD is financieel voordelig: in het kader van de productenverantwoordelijkheid voor verpakkingen vergoedt het bedrijfsleven immers het inzamelen, sorteren en verwerken van PMD. Een minder goede kwaliteit PMD als gevolg van vervuiling zorgt er echter voor dat er minder kan worden gerecycled. Bovendien vergroot dit de kans op afkeur. Op dit moment neemt Cyclus de PMD-zakken met teveel vervuiling niet mee tijdens de wekelijkse inzamelronde. Zo wordt afkeur bij de overslaglocatie en de daarmee gepaard gaande hoge kosten voorkomen. De achtergebleven zakken, gemiddeld zo’n 100 zakken per ronde, worden de volgende dag alsnog opgehaald door medewerkers van Promen en als restafval afgevoerd naar de verbrandingsinstallatie. Deze werkwijze is kostbaar, inefficiënt en gaat ten koste van de milieuwinst. Bovendien worden inwoners hiermee nu niet op hun verkeerde aanbiedgedrag gewezen.

23 oktober 2025

Pagina 40

Aanpak Naast onze algemene communicatie benaderen we vanaf 2026 gericht bepaalde wijken of straten met veel vervuiling. Hiervoor gebruiken we de informatie van de chauffeurs van Cyclus en eigen steekproeven. Tijdens een actieperiode van enkele weken plakken we stickers op de afgekeurde PMD-zakken in deze buurt met een duidelijke uitleg waarom de zak is blijven staan. De afgekeurde zakken worden tijdens deze actieperiode, en een paar dagen na de ophaalronde opgehaald in plaats van direct erna. Buurtbewoners worden geïnformeerd over deze actie via een brief, kaartje of flyer in hun brievenbus. Zij krijgen op dezelfde manier ook een terugkoppeling over de resultaten van de actie. Doordat het effect van verkeerd scheidingsgedrag op straat zichtbaar wordt, is deze interventie effectief in het sturen van gedrag. Wanneer we in Fase 2 (Omgekeerd Inzamelen) overstappen op PMD in containers aan huis bij woningen met een tuin blijven we ons inzetten om PMD van goede kwaliteit aan te bieden. Onze werkwijze bij het controleren van de kwaliteit van herbruikbare stromen in containers aan huis is toegelicht in paragraaf 6.8 (Toezicht en handhaving).

Maatregel 14: Afvalscheiding bij kinderopvang en verenigingen Naast de scholen (zie paragraaf 6.4 Voorlichting en Educatie) spelen kinderopvanglocaties en (sport)verenigingen spelen een belangrijke rol in de gemeenschap. Zeker voor jongeren kunnen deze plekken een voorbeeldfunctie vervullen als het gaat om afvalscheiding. Hoewel deze instellingen geen afvalstoffenheffing betalen, produceren ze wel afval dat gelijkwaardig is aan huishoudens en een groot deel hiervan bestaat uit herbruikbare stromen, zoals GFT+E, PMD en papier en karton. We willen hen daarom actiever betrekken bij het terugdringen van de hoeveelheid restafval en het stimuleren van afvalscheiding. Aanpak De gemeente stelt de containers voor de herbruikbare stromen gratis beschikbaar. Cyclus komt deze ook gratis legen. In ruil daarvoor leveren de kinderopvang en verenigingen een maatschappelijke tegenprestatie, zoals het organiseren van een jaarlijkse opruimactie tegen zwerfafval, het adopteren van een buurtcontainer of het geven van voorlichting aan leerlingen over afvalscheiding. We starten met een pilot bij een aantal sportverenigingen in wijken waar afvalscheiding achterblijft of veel zwerfafval voorkomt. Op basis van de resultaten breiden we het programma stapsgewijs uit. Voor het ophalen van restafval behouden de instellingen hun eigen contract.

Maatregel 15: Meer verzamelcontainers voor glas en textiel Uit het bewonersonderzoek blijkt dat relatief veel inwoners denken dat meer ondergrondse glascontainers en textielbakken helpen om glas en textiel beter te scheiden. De vraag naar meer glascontainers kwam vooral vanuit Bergambacht, Lekkerkerk, Krimpen aan de Lek en Schoonhoven. De vraag naar meer textielbakken kwam vooral vanuit Bergambacht, Haastrecht en Lekkerkerk. We onderzoeken of het nodig is om hier extra containers te plaatsen, en zo ja waar deze containers geplaatst kunnen worden.

23 oktober 2025

Pagina 41

Maatregel 16: Gescheiden inzameling luiers & incontinentiemateriaal (bij uitbreiding verwerkingscapaciteit) Wegwerpluiers en incontinentiemateriaal vormen met zo’n 5 tot 8% een aanzienlijke deel van de totale hoeveelheid fijn restafval in Nederland. In gemeenten met veel grotere gezinnen, zoals in de Krimpenerwaard, is dit aandeel nog groter. Een aantal Cyclus-gemeenten heeft de inzameling van luiers en incontinentiemateriaal al geïntroduceerd via bovengrondse rolcontainers in de verschillende woonkernen. Gescheiden inzameling kan in onze gemeente rekenen op groot draagvlak bij inwoners: de helft van degenen die wegwerpluiers of incontinentiematerialen gebruiken, zou dit apart willen inleveren zodra dit mogelijk wordt. Momenteel is er in Nederland echter onvoldoende capaciteit beschikbaar is om alle materialen van alle inwoners gescheiden te verwerken. Dit gaat de komende jaren waarschijnlijk veranderen, omdat vanaf 2026 producentenverantwoordelijkheid gaat gelden voor luier- en incontinentiemateriaal. Aanpak Zodra het mogelijk is om deze materialen gescheiden te verwerken willen we dit apart gaan inzamelen.

Hiervoor gaan we (1) een contract afsluiten voor de verwerking (2) bovengrondse rolcontainers plaatsen bij bijvoorbeeld kinderdagverblijven en basisscholen (3) de DVO met Cyclus uitbreiden voor het legen van deze containers (4) ouders van jonge kinderen en pasgeborenen informeren en (5) de kwaliteit van de gescheiden materialen bewaken; eventueel stellen we hiervoor speciale doorzichtige witte luierzakken ter beschikking.

Paragraaf 6.7

Milieustraat

Op een milieustraat kunnen particulieren terecht voor het inleveren van grof huishoudelijk afval, zoals hout, puin, grof tuinafval, matrassen en apparaten. Het grootste deel is geschikt voor hergebruik of recycling tot waardevolle grondstoffen. De huidige milieustraat in Bergambacht is te klein om alle inwoners goed te bedienen en biedt geen ruimte voor uitbreiding. Daarom wordt in 2026 een nieuwe, ruime milieustraat geopend op bedrijventerrein Nieuwe Wetering IV in Bergambacht. Vanaf dat moment maken alle inwoners van de gemeente gebruik van dezelfde locatie met gelijke openingstijden en voorwaarden. Het wordt op de nieuwe milieustraat in Bergambacht nog makkelijker om afval goed te sorteren en snel af te voeren. Waar mogelijk houden we rekening met de wensen van inwoners over het maken van een afspraak, de openingstijden en de aanduiding wat in welke container moet (zie Hoofdstuk 5). Een voordeel van de nieuwe locatie is dat sinds eind 2025 vlakbij ’t Circkelhuis staat. In deze demontagehal van Cyclus worden bankstellen, stoelen en boxsprings gedemonteerd en klaargemaakt voor hoogwaardige recycling. Uiteindelijk worden drie locaties in de regio geopend waar het grofvuil uit de Cyclus-gemeenten verder wordt gesorteerd. Betalen voor fijn restafval Sinds 2024 kunnen inwoners ook fijn restafval kwijt op de milieustraat.

Hiervoor geldt hetzelfde tarief als bij reguliere huis-aan-huisinzameling. De andere kosten voor het inzamelen en verwerken op de milieustraat zijn inbegrepen in het vaste tarief van de afvalstoffenheffing.

23 oktober 2025

Pagina 42

Aanvullende maatregelen Maatregel 17: Ontwikkelen circulair ambachtscentrum In samenwerking met Cyclus, lokale kringlooporganisaties en maatschappelijke partners willen we meer mogelijkheden bieden om spullen een tweede leven te geven. Daarom richten we de nieuwe milieustraat in volgens de gedachte van een circulair ambachtscentrum, waar hergebruik, reparatie en waardeherstel centraal staan. Hier worden producten en materialen niet automatisch als afval bestempeld, maar beoordeeld op hun potentie voor hergebruik, reparatie of het terugwinnen van onderdelen. Door afgedankte spullen op te knappen en te repareren verlengen we de levensduur van deze producten. Wanneer reparatie niet meer mogelijk is, worden spullen in verschillende deelstromen gedemonteerd. Doel is ook om sociale impact te maken door werkgelegenheid te creëren voor mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt.

Maatregel 18: Acceptatiebeleid actualiseren De overgang van een milieustraat naar een circulair ambachtscentrum vraagt om een herziening van het huidige acceptatiebeleid. Waar de focus voorheen lag op veilige en efficiënte afvalinzameling en -verwerking, draait het in een circulair model om het voorkomen van afval en het maximaliseren van hergebruik. Om dit mogelijk te maken moet het acceptatiebeleid geactualiseerd worden. Samen met Cyclus stellen we duidelijke richtlijnen op voor de ontvangst, sortering en doorgeleiding van herbruikbare goederen op de nieuwe milieustraat.

Maatregel 19: Uitbreiden inzet Mobiele Milieustraat Sinds 2024 speelt de Mobiele Milieustraat een belangrijke rol in een bereikbare en toegankelijke inzameling van grof huishoudelijk afval, met name voor ouderen en mensen zonder auto. Door deze voorziening dichter bij inwoners te brengen, wordt het eenvoudiger om op een verantwoorde manier van spullen en materialen af te voeren. Uit de enquête over circulaire economie blijkt dat de Mobiele Milieustraat hoog gewaardeerd wordt, maar ook dat er wensen zijn voor meer inzamelmomenten en duidelijkere communicatie (zie Hoofdstuk 5). We gaan door met de Mobiele Milieustraat en breiden de frequentie uit. De voorlichting hierover breiden we ook uit.

Paragraaf 6.8

Toezicht en handhaving

Als gevolg van de veranderingen in het ophalen van restafval en de toegenomen aandacht voor de kwaliteit van herbruikbare stromen neemt de behoefte aan efficiënt toezicht en handhaving toe. We vinden het namelijk belangrijk dat mensen de afvalregels naleven. Daar zien we op toe op een manier die past bij de cultuur van onze gemeente: we waarschuwen en leggen uit, maar als het nodig is dan krijgen mensen een boete. Voor de Buitengewoon Opsporingsambtenaren (boa’s) van de gemeente heeft afval de grootste prioriteit, gevolgd door zichtbaarheid in de wijk, verkeersoverlast, ondermijning en vuurwerkoverlast. Klachten en meldingen vooral over PMD, illegale stort en bijplaatsingen Er komen dagelijks klachten en meldingen binnen over afval. Tussen 2020 en medio 2025 zijn meer dan 10.000 afval gerelateerde meldingen geregistreerd. De meeste meldingen worden opgepakt door de buitendienst van de gemeente. Promen ruimt achtergebleven PMD-zakken op en de buitengewoon

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Krimpenerwaard&id=8de82a16-462f-4e45-9b95-2f9fb419715d