CConstaterende datKrimpenerwaard
Koppel je AI →
Document · PDF

Notitie Toelichting wijzigingen “was-wordt lijst” Algemene Plaatselijke Verordening Krimpenerwaard 2023

Raadsvergadering 9 januari 2024, gemeente KrimpenerwaardBij agendapunt: (B) Wijzigingen Algemene Plaatselijke Verordening gemeente Krimpenerwaard 202313.078 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Bijlage bij wijziging APV Krimpenerwaard 2023 Was-wordt-tabel technische aanpassing Model Algemene plaatselijke verordening De nieuwe tekst is de tekst zoals die luidt na de wijziging APV Krimpenerwaard Algemene wijzigingen Afdelingen: titel, nummering en plaatsing is gewijzigd naar nieuwe indeling model APV (gewijzigd model, juli 2022) Bij artikelen: 2:3, 2:67, 3:2, 3:6 en 3:8 is het woord ‘indien’ gewijzigd in: ‘voor zover van toepassing’. Het woord ‘begripsbepalingen’ is in de APV veranderd naar: ‘definitie’ In dit document zijn ook alle wijzigingen opgenomen die noodzakelijk zijn voor de inwerkingtreding van de omgevingswet. Deze staan niet overal gemarkeerd omdat dit reeds al is vastgesteld door de raad, maar soms toch benoemd om verwarring te voorkomen.

Artikel 1:1 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst

Nieuwe tekst

Artikel 1:1 Definities toevoeging

Artikel 1:1 Definities beperkingengebiedactiviteit: hetgeen daaronder wordt verstaan in de bijlage, onder A, bij de Omgevingswet; motorvoertuig: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990; parkeren: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990; voertuig: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990, met uitzondering van kleine wagens, zoals kruiwagens en kinderwagens, en rolstoelen;

Toelichting: voornamelijk de inwerkingtreding van de omgevingswet zorgt voor aanvullingen in de definities.

Bijlage 1 bij wijziging APV Krimpenerwaard

Artikel 1:3 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst

Nieuwe tekst

Artikel 1:3 Vervalt

Artikel 1:3 Vervalt Wordt nu onderdeel van artikel 1:8 lid 2&3

Artikel 1:8 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst

Nieuwe tekst

Artikel 1:8 Weigeringsgronden toevoeging

Artikel 1:8 Weigeringsgronden 2. Een vergunning of ontheffing kan ook worden geweigerd als de aanvraag daarvoor minder dan drie weken voor de beoogde datum van de beoogde activiteit is ingediend en daardoor een behoorlijke behandeling van de aanvraag niet mogelijk is.

3. Voor bepaalde, door het bestuursorgaan aan te wijzen, vergunningen of ontheffingen kan de in het tweede lid genoemde termijn worden verlengd tot ten hoogste dertien weken. Toelichting: In de model verordening vervalt artikel 1:3 en wordt de volledige inhoud hiervan opgenomen als lid 2 & 3 van artikel 1:8. Dit omdat het valt onder de weigeringsgronden en zo dus op de juiste plek staat. Artikel 2:1 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst

Nieuwe tekst

Artikel 2:1 Samenscholing en ongeregeldheden 1. Het is verboden op een openbare plaats deel te nemen aan een samenscholing, onnodig op te dringen of door uitdagend gedrag aanleiding te geven tot ongeregeldheden.

Artikel 2:1 Samenscholing en ongeregeldheden 1. Het is verboden op een openbare plaats deel te nemen aan een samenscholing, onnodig op te dringen of door uitdagend gedrag aanleiding te geven tot ongeregeldheden.

2.

2.

Degene die op een openbare plaats:

a. aanwezig is bij een voorval waardoor ongeregeldheden ontstaan of dreigen te ontstaan;

Bijlage 1 bij wijziging APV Krimpenerwaard

Degene die op een openbare plaats:

a. aanwezig is bij een voorval waardoor ongeregeldheden ontstaan of dreigen te ontstaan;

b. aanwezig is bij een gebeurtenis die aanleiding geeft tot toeloop van publiek waardoor ongeregeldheden ontstaan of dreigen te ontstaan; of

b. aanwezig is bij een gebeurtenis die aanleiding geeft tot toeloop van publiek waardoor ongeregeldheden ontstaan of dreigen te ontstaan; of

c. zich bevindt in of aanwezig is bij een samenscholing;

c. zich bevindt in of aanwezig is bij een samenscholing;

is verplicht op bevel van een ambtenaar van politie zijn weg te vervolgen of zich in de door hem aangewezen richting te verwijderen.

is verplicht op bevel van een ambtenaar van politie, of een daartoe aangewezen Buitengewoon opsporingsambtenaar, zijn weg te vervolgen of zich in de door hem aangewezen richting te verwijderen.

Toelichting: Er wordt steeds meer samenwerking gevraagd tussen de politie en de boa’s richting de handhaving vanuit de gemeente. De mogelijkheid om nu op te treden en een groep te verwijderen van een locatie indien nodig ontbreekt hier echter voor. Met deze toevoeging kunnen de boa’s de politie ondersteunen op dit gebied.

Artikel 2:10 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst

Nieuwe tekst

Artikel 2:10 Voorwerpen op of aan de weg 1. Het is verboden de weg of een weggedeelte anders te gebruiken dan overeenkomstig de publieke functie daarvan, indien:

Artikel 2:10 Voorwerpen op, aan of boven de weg of een openbare plaats 1. Het is verboden een openbare plaats, de weg of een weggedeelte anders te gebruiken dan overeenkomstig de publieke functie daarvan, als dat gebruik:

a. het gebruik schade toebrengt of kan toebrengen aan de weg, de bruikbaarheid van de weg belemmert of kan belemmeren, dan wel een belemmering vormt of kan vormen voor het beheer of onderhoud van de weg; of

a. schade toebrengt of kan toebrengen aan de weg, de bruikbaarheid van de weg belemmert of kan belemmeren, dan wel een belemmering vormt of kan vormen voor het beheer of onderhoud van de weg; of

b. het gebruik niet voldoet aan redelijke eisen van welstand.

b. niet voldoet aan redelijke eisen van welstand.

2. Van een belemmering voor de bruikbaarheid van de weg is in ieder geval sprake wanneer niet tenminste een vrije doorgang van 1,25 m wordt gelaten op voetpaden en van 3,50 m op de rijbaan voor fietsers of gemotoriseerd verkeer.

2. Van een belemmering voor de bruikbaarheid van de weg is in ieder geval sprake wanneer niet ten minste een vrije doorgang van 1,25 strekkende meter wordt gelaten op voetpaden en van 3,50 strekkende meter op de rijbaan voor fietsers of gemotoriseerd verkeer.

3. Het college kan in het belang van de openbare orde of de woon- en leefomgeving nadere regels stellen ten

3. Het college kan in het belang van de openbare orde of de woon- en leefomgeving nadere regels stellen voor

Bijlage 1 bij wijziging APV Krimpenerwaard

aanzien van terrassen, uitstallingen, steigers, containers en reclameborden.

terrassen, uitstallingen, steigers, containers en reclameborden.

4. Het bevoegde bestuursorgaan kan ontheffing verlenen van het verbod in het eerste lid.

4. Het bevoegde bestuursorgaan kan ontheffing verlenen van het verbod als bedoeld in het eerste lid.

5. In afwijking van het vierde lid kan het bevoegd gezag een omgevingsvergunning verlenen voor het in het eerste lid bedoelde gebruik, voor zover dit een activiteit betreft als bedoeld in artikel 2.2, eerste lid, onder j of k, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht .

5. De ontheffing wordt verleend als omgevingsvergunning door het bevoegd gezag als het in het eerste lid bedoelde gebruik een activiteit betreft als bedoeld in artikel 2.2, eerste lid, onder j of k, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht.

6. Het verbod in het eerste lid is niet van toepassing op:

5. op:

a. 2:24;

evenementen als bedoeld in artikel

a. evenementen als bedoeld in artikel 2:24;

b. standplaatsen als bedoeld in artikel 5:17; en

b. standplaatsen als bedoeld in artikel 5:17;

c. overige gevallen waarin krachtens een wettelijke regeling een vergunning voor het gebruik van de weg is verleend.

c. overige gevallen waarin krachtens een wettelijke regeling een vergunning voor het gebruik van de weg is verleend.

7. Het verbod in het eerste lid is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de Wet beheer rijkswaterstaatwerken, artikel 5 van de Wegenverkeerswet 1994, de provinciale wegenverordening of de waterschapskeur.

6. Het verbod is voorts niet van toepassing op beperkingengebiedactiviteiten met betrekking tot een weg of waterstaatswerk waarvoor regels zijn gesteld bij of krachtens de Omgevingswet, provinciale omgevingsverordening of waterschapsverordening of op situaties waarin wordt voorzien door artikel 5 van de Wegenverkeerswet 1994.

8. Op de ontheffing bedoeld in het derde lid is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.

Het verbod is niet van toepassing

7. Op de ontheffing bedoeld in het vierde lid is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing. Toelichting: het toevoegen van het woord ‘openbare plaats’ is noodzakelijk omdat het tot op heden niet volledig dekkend was voor situaties in de praktijk. Bij het plaatsen op de weg kon worden op getreden, maar zodra dit op het plantsoen ernaast staat is dit artikel niet meer van kracht. Nu dekt dit de lading wel. De andere wijzigingen zijn de volgorde en tekstueel i.v.m. de omgevingswet. Bijlage 1 bij wijziging APV Krimpenerwaard

Artikel 2:11 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst

Nieuwe tekst

Artikel 2:11 (Omgevings)vergunning voor het aanleggen, beschadigen en veranderen van een weg 1. Het is verboden zonder of in afwijking van een vergunning een weg aan te leggen, de verharding daarvan op te breken, in een weg te graven of te spitten, aard of breedte van de wegverharding te veranderen of anderszins verandering te brengen in de wijze van aanleg van een weg.

Artikel 2:11 Aanleggen, beschadigen en veranderen van een weg 1. Het is verboden zonder of in afwijking van een vergunning van het bevoegde bestuursorgaan een weg aan te leggen, de verharding daarvan op te breken, in een weg te graven of te spitten, aard of breedte van de wegverharding te veranderen of anderszins verandering te brengen in de wijze van aanleg van een weg.

2.

2. De vergunning wordt verleend als omgevingsvergunning door het bevoegd gezag, als de activiteiten zijn verboden bij een bestemmingsplan, beheersverordening, exploitatieplan of voorbereidingsbesluit.

De vergunning wordt verleend:

a. als omgevingsvergunning door het bevoegd gezag, indien de activiteiten zijn verboden bij een bestemmingsplan, beheersverordening, exploitatieplan of voorbereidingsbesluit; of b. door het college in de overige gevallen. 3. Het verbod in het eerste lid is niet van toepassing indien in opdracht van een bestuursorgaan of openbaar lichaam publieke taken worden verricht. 4. Het verbod is voorts niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door het Wetboek van Strafrecht, de Wet beheer rijkswaterstaatswerken, de provinciale wegenverordening, de waterschapskeur, de Telecommunicatiewet of de daarop gebaseerde Telecommunicatieverordening. 5. Op de vergunning bedoeld in het eerste lid is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing.

3. Het verbod is niet van toepassing voor zover in opdracht van een bestuursorgaan of openbaar lichaam werkzaamheden worden verricht. 4. Het verbod is voorts niet van toepassing op beperkingengebiedactiviteiten met betrekking tot een weg of waterstaatswerk waarvoor regels zijn gesteld bij of krachtens de Omgevingswet, provinciale omgevingsverordening of waterschapsverordening of op situaties waarin wordt voorzien door artikel 5 van de Wegenverkeerswet 1994, de Wegenwet, het Wetboek van Strafrecht of het bepaalde bij of krachtens de Telecommunicatiewet. 5. Op de aanvraag om een vergunning, bedoeld in het eerste lid, is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing.

Motivatie: toevoeging van ‘bevoegd bestuursorgaan’ voor juridische dekking. Bijlage 1 bij wijziging APV Krimpenerwaard

Artikel 2:12 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst

Nieuwe tekst

Artikel 2:12 Maken, veranderen van een uitweg 1. Het is verboden zonder omgevingsvergunning van het college een uitweg te maken naar de weg of verandering te brengen in een bestaande uitweg.

Artikel 2:12 Maken of veranderen van een uitweg 1. Het is verboden zonder omgevingsvergunning van het bevoegd gezag een uitweg te maken naar de weg of verandering te brengen in een bestaande uitweg naar de weg.

2. In afwijking van het bepaalde in artikel 1:8 wordt de vergunning slechts geweigerd:

2. In afwijking van het bepaalde in artikel 1:8 wordt de vergunning slechts geweigerd:

a. ter voorkoming van gevaar voor het verkeer op de weg;

a. ter voorkoming van gevaar voor het verkeer op de weg;

b. indien de uitweg zonder noodzaak ten koste gaat van een openbare parkeerplaats;

b. als de uitweg zonder noodzaak ten koste gaat van een openbare parkeerplaats;

c. indien door de uitweg het openbaar groen op onaanvaardbare wijze wordt aangetast;

c. als door de uitweg het openbaar groen op onaanvaardbare wijze wordt aangetast;

d. in het belang van bescherming van het uiterlijk aanzien van de omgeving;

d. in het belang van bescherming van het uiterlijk aanzien van de omgeving;

e. indien er sprake is van een uitweg van een perceel dat al door een andere uitweg wordt ontsloten, en de aanleg van deze tweede uitweg en koste gaat van een openbare parkeerplaats of het openbaar groen, of;

e. als er sprake is van een uitweg van een perceel dat al door een andere uitweg wordt ontsloten, en de aanleg van deze tweede uitweg ten koste gaat van een openbare parkeerplaats of het openbaar groen;

f. indien de uitweg in strijd is met het gestelde in het ‘Inrittenbeleid Krimpenerwaard’.

f. als de uitweg in strijd is met het gestelde in het ‘Inrittenbeleid Krimpenerwaard’.

3. Het verbod in het eerste lid is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de Wet beheer Rijkswaterstaatswerken, de Waterschapskeur of het provinciaal wegenreglement.

3. Het verbod is niet van toepassing op beperkingengebiedactiviteiten met betrekking tot een weg of waterstaatswerk waarvoor regels zijn gesteld bij of krachtens de Omgevingswet, provinciale omgevingsverordening of waterschapsverordening. Motivatie: toevoeging van ‘bevoegd bestuursorgaan’ voor juridische dekking. Bijlage 1 bij wijziging APV Krimpenerwaard

‘indien’ aangepast naar ‘als’ voor de leesbaarheid

Artikel 2:24 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst

Nieuwe tekst

Artikel 2:24 Definities 1. b. markten als bedoeld in artikel 160, eerste lid, onder h, van de Gemeentewet en artikel 5:22 van deze verordening; 2. c. een optocht, niet zijnde een betoging als bedoeld in artikel 2:3 van deze verordening, op de weg; Motivatie: tekstueel gewijzigd niet inhoudelijk.

Artikel 2:24 Definities 1. b. markten als bedoeld in artikel 160, eerste lid, onder h, van de Gemeentewet en artikel 5:22 van deze verordening; 2. c. een optocht op de weg, niet zijnde een betoging als bedoeld in artikel 2:3;

Artikel 2:25 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst

Nieuwe tekst

Artikel 2:25 Evenement 2. Bij de indiening van de vergunningaanvraag worden de gegevens, bedoeld in artikel 2.3 van het Besluit brandveilig gebruik en basishulpverlening overige plaatsen, aangeleverd.

Artikel 2:25 Evenement 2. Bij de indiening van de vergunningaanvraag worden de gegevens, bedoeld in artikel 2.3 van het Besluit brandveilig gebruik en basishulpverlening overige plaatsen, aangeleverd voor zover voor het evenement een gebruiksmelding zou moeten worden gedaan op grond van artikel 2:1, eerste lid, van het Besluit brandveilig gebruik en basishulpverlening overige plaatsen.

3. Geen vergunning is vereist voor een klein evenement indien: a. het aantal gelijktijdig aanwezigen niet meer bedraagt dan 100 personen;

3. Geen vergunning is vereist voor een klein evenement indien: a. het aantal gelijktijdig aanwezigen niet meer bedraagt dan 100 personen;

b. het evenement op maandag tot en met zaterdag tussen 08:00 uur en 24:00 uur plaats vindt of op zondag tussen 13:00 uur en 24:00 uur;

b. het evenement op maandag tot en met zaterdag tussen 08:00 uur en 24:00 uur plaats vindt of op zondag tussen 13:00 uur en 24:00 uur;

c. geen muziek ten gehore wordt gebracht op maandag tot en met zaterdag voor 08:00 uur en na 24:00 uur of op zondag voor 13:00 uur en na 24:00 uur;

c. geen muziek ten gehore wordt gebracht op maandag tot en met zaterdag voor 08:00 uur en na 24:00 uur of op zondag voor 13:00 uur en na 24:00 uur;

Bijlage 1 bij wijziging APV Krimpenerwaard

d. het evenement niet plaatsvindt op de rijbaan, (brom)fietspad of parkeerplaats of anderszins een belemmering vormt voor het verkeer en de hulpdiensten;

d. het evenement niet plaatsvindt op de rijbaan, (brom)fietspad of parkeerplaats of anderszins een belemmering vormt voor het verkeer en de hulpdiensten;

e. slechts kleine objecten worden e. slechts kleine objecten worden geplaatst met een oppervlakte van minder geplaatst met een oppervlakte van dan 10 m2 per object en maximaal 2 minder dan 10 m2 per object; objecten in totaal; Motivatie: toevoeging van besluit brandveilig gebruik. Aanpassing van lid e, omdat dit op dit moment een onnodige restrictie is voor evenementen. Kleine objecten (minder dan 10m2) leveren beperkte hinder/ onveiligheid op en deze regel beperkt sommige evenementen nu. Artikel 2:27 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst

Nieuwe tekst

Artikel 2:27 Begripsbepaling 1. In deze afdeling wordt verstaan onder:

Artikel 2:27 Definitie 1. In deze afdeling wordt onder openbare inrichting verstaan een hotel, restaurant, pension, café, waterpijpcafé, cafetaria, snackbar, discotheek, buurthuis of clubhuis of elke andere voor het publiek toegankelijke, besloten ruimte waarin bedrijfsmatig of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was logies wordt verstrekt of dranken worden geschonken of rookwaren of spijzen voor directe consumptie ter plaatse worden bereid of verstrekt;

a.

openbare inrichting:

1. een hotel, restaurant, pension, café, cafetaria, snackbar, discotheek, buurthuis of clubhuis; 2. elke andere voor het publiek toegankelijke, besloten ruimte waarin bedrijfsmatig of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was logies wordt verstrekt of dranken worden geschonken of rookwaren of spijzen voor directe consumptie ter plaatse worden verstrekt of bereid; b. terras: een buiten de besloten ruimte van de openbare inrichting liggend deel daarvan waar sta- of zitgelegenheid kan worden geboden en waar tegen vergoeding dranken kunnen worden geschonken of spijzen voor directe consumptie ter plaatse kunnen worden bereid of verstrekt. 2. Onder openbare inrichting wordt mede verstaan een buiten de besloten ruimte van de openbare inrichting liggend deel daarvan waar sta- of zitgelegenheid kan worden geboden en waar tegen vergoeding dranken kunnen worden geschonken of spijzen voor directe Bijlage 1 bij wijziging APV Krimpenerwaard

a. terras: een buiten de besloten ruimte van de openbare inrichting liggend deel daarvan waar sta- of zitgelegenheid kan worden geboden en waar tegen vergoeding dranken kunnen worden geschonken of spijzen voor directe consumptie ter plaatse kunnen worden bereid of verstrekt. 2. Een buiten de in het eerste lid bedoelde besloten ruimte liggend deel waar sta- of zitgelegenheid kan worden geboden en waar tegen vergoeding dranken kunnen worden geschonken of spijzen voor directe consumptie ter plaatse kunnen worden bereid of verstrekt, waaronder in ieder geval een terras, maakt voor de toepassing van deze afdeling deel uit van die besloten ruimte.

consumptie ter plaatse kunnen worden bereid of verstrekt. Motivatie: tekst is herschreven, maar inhoudelijk volgt dit dezelfde strekking. Artikel 2:28 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst

Nieuwe tekst

Artikel 2:28 Exploitatie openbare inrichting 3. Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan de burgemeester de vergunning slechts geheel of gedeeltelijk weigeren indien naar zijn oordeel moet worden aangenomen dat de woon- of leefsituatie in de omgeving van de openbare inrichting of de openbare orde op ontoelaatbare wijze nadelig wordt beïnvloed.

Artikel 2:28 Exploitatie openbare inrichting 3. In afwijking van het bepaalde in artikel 1:8 kan de burgemeester de vergunning slechts geheel of gedeeltelijk weigeren als naar zijn oordeel moet worden aangenomen dat de woon- of leefsituatie in de omgeving van de openbare inrichting of de openbare orde op ontoelaatbare wijze nadelig wordt beïnvloed. of

5. Openbare inrichtingen, als bedoeld in artikel 2:27 eerste lid onder a, zijn vrijgesteld van de vergunningplicht, indien: 6. De burgemeester kan de in het vijfde lid genoemde vrijstelling vervallen verklaren wanneer zich een incident heeft voorgedaan als bedoeld in het vijfde lid onder a.

5. De burgemeester verleent op verzoek of ambtshalve vrijstelling van het verbod aan openbare inrichtingen die horecabedrijf zijn als bedoeld in artikel 1 van de Alcoholwet, als: 6. De vrijstelling wordt ingetrokken wanneer zich een incident heeft voorgedaan als bedoeld in het vijfde lid, onder a.

7. Paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene 7. Op de aanvraag om een wet bestuursrecht (positieve fictieve vergunning of een vrijstelling is beschikking bij niet tijdig beslissen) is niet paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet van toepassing op de vergunning bedoeld bestuursrecht (positieve fictieve beschikking in het eerste lid en op de vrijstelling bedoeld bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing. in het vijfde lid. Motivatie: ‘onverminderd’ vervangen door ‘in afwijking’ voor de leesbaarheid. Voor de duidelijkheid is ‘het verlenen door de burgemeester’ verplaatst naar lid 5 i.p.v. lid 6. Lid 7 is herschreven om deze volledig dekkend te maken.

Artikel 2:29 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst

Nieuwe tekst

Artikel 2:29 Sluitingstijden 1. Het is de exploitant of feitelijk leidinggevende van die inrichting verboden bezoekers in de openbare inrichting toe te

Artikel 2:29 Sluitingstijd 1. Het is de exploitant of feitelijk leidinggevende van die inrichting verboden bezoekers in de openbare inrichting toe te

Bijlage 1 bij wijziging APV Krimpenerwaard

laten tussen 01.00 uur en 02.00 uur (toelatingstijd)

laten tussen 01.00 uur en 02.00 uur (toelatingstijd)

2. Openbare inrichtingen zijn gesloten tussen 02.00 uur en 07.00 uur (sluitingstijd).

2. Het is verboden een openbare inrichting voor bezoekers geopend te hebben, of bezoekers in de inrichting te laten verblijven tussen 02.00 uur en 07.00 uur (sluitingstijd).

3. Het is verboden een openbare inrichting voor bezoekers geopend te hebben, of bezoekers in de inrichting te laten verblijven na sluitingstijd. 4. De burgemeester kan ontheffing verlenen van de sluitings- en toelatingstijd. 5. De burgemeester kan bij convenant afwijken van het bepaalde in lid 1 en lid 2 van dit artikel. De burgemeester consulteert de raad over het voorgenomen convenant, ten minste zes weken voor de inwerkingtreding daarvan.

3. De burgemeester kan ontheffing verlenen van de toelatings- en sluitingstijd. 4. Voor een openbare inrichting als bedoeld in artikel 2:28, vierde lid, aanhef en onder a, gelden dezelfde sluitingstijden als voor de winkel. 5. Het eerste en het derde lid zijn niet van toepassing op situaties waarin bij of krachtens de Wet milieubeheer is voorzien.

6. Voor een openbare inrichting als bedoeld in artikel 2:28, vierde lid onder a, gelden dezelfde sluitingstijden als voor de winkel.

6. Op de aanvraag om een ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.

7. Het eerste en het derde lid zijn niet van toepassing op situaties waarin bij of krachtens de Wet milieubeheer is voorzien.

7. De burgemeester kan bij convenant afwijken van het bepaalde in lid 2 van dit artikel. De burgemeester consulteert de raad over het voorgenomen convenant, ten minste zes weken voor de inwerkingtreding daarvan.

8. Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing. Motivatie: lid 2 is herschreven om het “oude” lid 2&3 te combineren. Ook de volgorde is aangepast naar de model verordening. Artikel 2:31wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst

Nieuwe tekst

Artikel 2:31 Verboden gedragingen Het is verboden in een openbare inrichting: a. de orde te verstoren;

Artikel 2:31 Verboden gedragingen Het is verboden in een openbare inrichting: a. de orde te verstoren;

b. zich te bevinden na sluitingstijd of gedurende de tijd dat de inrichting gesloten dient te zijn op grond van een besluit krachtens artikel 2:30, eerste lid;

b. zich te bevinden na sluitingstijd, tenzij het personeel betreft, of gedurende de tijd dat de inrichting gesloten dient te zijn op grond van een besluit krachtens artikel 2:30, eerste lid;

Bijlage 1 bij wijziging APV Krimpenerwaard

c. op het terras spijzen of dranken te verstrekken aan personen die geen gebruik maken van het terras;

c. op het terras spijzen of dranken te verstrekken aan personen die geen gebruik maken van het terras; d. in enigerlei vorm met of om geld te spelen.

2. Het gestelde in het eerste lid onder d is geldt niet voor kansspelautomaten waarvoor op grond van artikel 30b van de Wet op de Kansspelen vergunning is verleend door de burgemeester. Motivatie: deze toevoeging ontbrak nog in de APV en maakt het nu wel mogelijk om hiernaar te verwijzen. Artikel 2:34b wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst

Nieuwe tekst

Artikel 2:34b Regulering paracommerciële rechtspersonen 1. Een paracommerciële rechtspersoon die zich richt op het organiseren van activiteiten van sportieve aard mag alcoholhoudende drank uitsluitend verstrekken vanaf één uur voor de aanvang, tot uiterlijk drie uur na afloop van een activiteit die past binnen de statutaire doelomschrijving van de desbetreffende paracommerciële rechtspersoon, met inachtneming van de in het tweede lid van dit artikel genoemde tijden. Onder statutaire activiteiten worden ook cohesie bevorderende activiteiten binnen de paracommerciële rechtspersoon verstaan.

Artikel 2:34b Regulering paracommerciële rechtspersonen 1. Een paracommerciële rechtspersoon die zich richt op het organiseren van activiteiten van sportieve aard mag alcoholhoudende drank uitsluitend verstrekken vanaf één uur voor de aanvang, tot uiterlijk drie uur na afloop van een activiteit die past binnen de statutaire doelomschrijving van de desbetreffende paracommerciële rechtspersoon, met inachtneming van de in het tweede lid van dit artikel genoemde tijden. Onder statutaire activiteiten worden ook cohesie bevorderende activiteiten binnen de paracommerciële rechtspersoon verstaan.

2. De paracommerciële rechtspersoon als bedoeld in het eerste lid, verstrekt geen alcoholhoudende drank op:

2. De paracommerciële rechtspersoon als bedoeld in het eerste lid, verstrekt geen alcoholhoudende drank op:

• maandag tot en met vrijdag vóór 13.00 uur en na 01.00 uur;

• maandag tot en met vrijdag vóór 12.00 uur en na 01.00 uur;

• zaterdag en zondag voor 13.00 uur en na 24.00 uur,

• zaterdag en zondag voor 12.00 uur en na 24.00 uur,

Bijlage 1 bij wijziging APV Krimpenerwaard

Motivatie: er stonden 2 verschillende tijdsindicaties aangegeven in dit artikel, nu is alles in lijn met lid 6: “De paracommerciële rechtspersoon als bedoeld in het vijfde lid verstrekt geen alcoholhoudende drank vóór 12.00 uur en na 00.00 uur.”

Artikel 2:39 +2:38a worden als volgt gewijzigd: Bestaande tekst

Nieuwe tekst

Artikel 2:39 Speelgelegenheden 1. In dit artikel wordt onder speelgelegenheid verstaan: een voor het publiek toegankelijke gelegenheid waar bedrijfsmatig of in een omvang alsof deze bedrijfsmatig is de mogelijkheid wordt geboden enig spel te beoefenen, waarbij geld of in geld inwisselbare voorwerpen kunnen worden gewonnen of verloren.

Artikel 2:38a Definities 1. In deze afdeling wordt onder speelgelegenheid verstaan een voor het publiek toegankelijke gelegenheid waar bedrijfsmatig of in een omvang alsof deze bedrijfsmatig is de mogelijkheid wordt geboden enig spel te beoefenen, waarbij geld of in geld inwisselbare voorwerpen kunnen worden gewonnen of verloren.

2. Het is verboden zonder vergunning van de burgemeester een speelgelegenheid te exploiteren of te doen exploiteren. Het verbod is niet van toepassing op:

2. In deze afdeling voorkomende begrippen die in de Wet op de kansspelen zijn omschreven, hebben dezelfde betekenis als in die wet.

a. speelautomatenhallen waarvoor op grond van artikel 30c, eerste lid, onder b, van de Wet op de Kansspelen vergunning is verleend;

Artikel 2:39 Speelgelegenheden

b. speelgelegenheden waarvoor de minister van Justitie of de Kamer van Koophandel bevoegd is vergunning te verlenen; en c. speelgelegenheden waar de mogelijkheid wordt geboden om het kleine kansspel als bedoeld in artikel 7c van de Wet op de kansspelen te beoefenen, of te spelen op speelautomaten als bedoeld in artikel 30 van de Wet op de kansspelen , of de handeling als in artikel 1, onder a, van de Wet op de kansspelen te verrichten. 3. De burgemeester weigert de vergunning: a. indien naar zijn oordeel moet worden aangenomen dat de woon- en leefsituatie in de omgeving van de speelgelegenheid of de openbare orde op ontoelaatbare wijze nadelig worden Bijlage 1 bij wijziging APV Krimpenerwaard

1. Het is verboden zonder vergunning van de burgemeester een speelgelegenheid te exploiteren of te doen exploiteren. 2. Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de Wet op de kansspelen [of de [citeertitel speelautomatenhallenverordening]]. 3. Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 weigert de burgemeester de vergunning als: a. naar zijn oordeel moet worden aangenomen dat de woon- en leefsituatie in de omgeving van de speelgelegenheid of de openbare orde op ontoelaatbare wijze nadelig worden beïnvloed door de exploitatie van de speelgelegenheid; of b. de exploitatie van de speelgelegenheid in strijd is met het bestemmingsplan. 4. Op de aanvraag om een vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet

beïnvloed door de exploitatie van de speelgelegenheid; of

bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.

b. indien de exploitatie van de speelgelegenheid in strijd is met een geldend bestemmingsplan. 4. Op de vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing. Motivatie: Naar voorbeeld uit de model verordening is 2:38a toegevoegd om hier een apart artikel van de maken voor de definitie. De strekking blijft verder hetzelfde maar is nu in lijn met andere ‘aangepaste’ plaatselijke verordeningen. Artikel 2:39 is aangepast om deze splitsing duidelijk en mogelijk te maken. Artikel 2:42 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst

Nieuwe tekst

Artikel 2:42 Plakken en kladden 1. Het is verboden een openbare plaats of dat gedeelte van een onroerende zaak dat vanaf die plaats zichtbaar is te bekrassen of te bekladden.

Artikel 2:42 Plakken en kladden 1. Het is verboden een openbare plaats of dat gedeelte van een onroerende zaak dat vanaf die plaats zichtbaar is te bekrassen of te bekladden.

2. Het is verboden zonder schriftelijke toestemming van de rechthebbende op een openbare plaats of dat gedeelte van een onroerende zaak dat vanaf die plaats zichtbaar is:

2. Het is verboden zonder schriftelijke toestemming van de rechthebbende op een openbare plaats of dat gedeelte van een onroerende zaak dat vanaf die plaats zichtbaar is:

a. een aanplakbiljet of ander geschrift, afbeelding of aanduiding aan te plakken, te doen aanplakken, op andere wijze aan te brengen of te doen aanbrengen;

a. een aanplakbiljet of ander geschrift, afbeelding of aanduiding aan te plakken, te doen aanplakken, op andere wijze aan te brengen of te doen aanbrengen;

b. met kalk, teer of een kleur of verfstof een afbeelding, letter, cijfer of teken aan te brengen of te doen aanbrengen.

b. met kalk, teer of een kleur- of verfstof een afbeelding, letter, cijfer of teken aan te brengen of te doen aanbrengen.

3. Het verbod in het tweede lid is niet van toepassing indien gehandeld wordt krachtens wettelijk voorschrift.

3. Het verbod, bedoeld in het tweede lid, is niet van toepassing voor zover gehandeld wordt krachtens wettelijk voorschrift.

4. Het college kan aanplakborden aanwijzen voor het aanbrengen van meningsuitingen en bekendmakingen.

Bijlage 1 bij wijziging APV Krimpenerwaard

4. De houder van de schriftelijke toestemming is verplicht deze aan een opsporingsambtenaar op diens eerste vordering terstond ter inzage af te geven.

5. Het is verboden de aanplakborden te gebruiken voor het aanbrengen van handelsreclame.

5. Het college kan aanplakborden aanwijzen voor het aanbrengen van meningsuitingen en bekendmakingen.

6. Het college kan nadere regels stellen voor het aanbrengen van meningsuitingen en bekendmakingen, die geen betrekking mogen hebben op de inhoud van de meningsuitingen en bekendmakingen.

6. Het is verboden de aanplakborden te gebruiken voor het aanbrengen van handelsreclame. 7. Het college kan nadere regels stellen voor het aanbrengen van meningsuitingen en bekendmakingen, die geen betrekking mogen hebben op de inhoud daarvan.

7. De houder van de schriftelijke toestemming is verplicht die aan een opsporingsambtenaar op diens eerste vordering terstond ter inzage af te geven. Motivatie: eerste aanpassing is voor de leesbaarheid. Lid 5&6 zijn aangepast naar voorbeeld van de model verordening, deze vorm houdt het verbod in stand, maar geeft tegelijkertijd het college de bevoegdheid hier uitzonderingen voor aan te wijzen. Dit houdt de huidige regelgeving intact en maakt tegelijkertijd maatwerk mogelijk. Artikel 2:44 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst

Nieuwe tekst

Artikel 2:44 Vervoer inbrekerswerktuigen 1. Het is verboden op een openbare plaats inbrekerswerktuigen te vervoeren of bij zich te hebben.

Artikel 2:44 Vervoer inbrekerswerktuigen 1. Het is verboden op een openbare plaats inbrekerswerktuigen te vervoeren of bij zich te hebben.

2. Dit verbod is niet van toepassing 2. Het verbod is niet van toepassing indien de bedoelde werktuigen niet zijn als de bedoelde werktuigen niet zijn gebruikt of niet zijn bestemd om zich gebruikt of niet zijn bestemd om zich onrechtmatig de toegang tot een gebouw of onrechtmatig de toegang tot een gebouw of erf te verschaffen, onrechtmatig sluitingen erf te verschaffen, onrechtmatig sluitingen te openen of te verbreken, diefstal door te openen of te verbreken, diefstal door middel van braak te vergemakkelijken of het middel van braak te vergemakkelijken of het maken van sporen te voorkomen. maken van sporen te voorkomen. Motivatie: tekstuele aanpassing voor de leesbaarheid. Artikel 2:48 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst

Nieuwe tekst

Artikel 2:48 Verboden drankgebruik 1. Het is verboden op een openbare plaats, die deel uitmaakt van een door het college aangewezen gebied:

Artikel 2:48 Verboden drankgebruik 1. Het is verboden op een openbare plaats die deel uitmaakt van een door het college aangewezen gebied, alcoholhoudende drank te gebruiken of aangebroken flessen, blikjes en dergelijke met alcoholhoudende drank bij zich te hebben.

a. individueel of als deelnemer aan een verzameling van twee of meer personen een geopende verpakking alcoholhoudende Bijlage 1 bij wijziging APV Krimpenerwaard

drank bij zich te hebben met het kennelijk doel om die drank in dat gebied te nuttigen, of b. deel uit te maken van een verzameling van twee of meer personen waarvan één of meer leden een geopende verpakking alcoholhoudende drank bij zich hebben met het kennelijk doel om die drank in dat gebied te nuttigen. 2.

Het verbod is niet van toepassing op:

2. op:

Het verbod is niet van toepassing

a. een terras dat behoort bij een horecabedrijf als bedoeld in artikel 1 van de Alcoholwet; b. een andere plaats dan een horecabedrijf als bedoeld onder a, waarvoor een ontheffing geldt krachtens artikel 35 van de Alcoholwet..

a. een terras dat behoort bij een horecabedrijf, als bedoeld in artikel 1 van de Drank- en Horecawet; b. een andere plaats dan een horecabedrijf, als bedoeld onder a, waarvoor een ontheffing geldt krachtens artikel 35 van de Drank- en Horecawet. Motivatie: artikel is herschreven, als het verboden is voor een individu, geldt dit vanzelfsprekend ook voor meerdere individuen. Daarom was een deel van dit artikel overbodig. Artikel 2:48a wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst

Nieuwe tekst

Artikel 2:48a Lachgasverbod 1. Het is verboden op een openbare plaats distikstofmonoxide (lachgas) recreatief als roesmiddel te gebruiken, voorbereidingen daartoe te verrichten of ten behoeve van dat gebruik voorwerpen of stoffen bij zich te hebben, indien dit gepaard gaat met overlast of andere gedragingen die de openbare orde verstoren, het woonof leefklimaat nadelig beïnvloeden of anderszins hinder veroorzaken.

Artikel 2:48a Lachgasverbod Vervalt

2. Het is verboden op een openbare plaats die deel uitmaakt van een door het college ter bescherming van de openbare orde of het woon- en leefklimaat aangewezen gebied distikstofmonoxide (lachgas) recreatief als roesmiddel te gebruiken, voorbereidingen daartoe te verrichten of ten behoeve van dat gebruik voorwerpen of stoffen bij zich te hebben.

Bijlage 1 bij wijziging APV Krimpenerwaard

3. Het college kan in het aanwijzingsbesluit het in het tweede lid bedoelde verbod beperken tot bepaalde tijden. Toelichting: De verkoop van lachgas is nu geregeld in de Opiumwet, waardoor dit soort dergelijke bepalingen wel uit een APV dienen te worden gehaald. Deze bepalingen zijn van rechtswege (artikel 122 Gemeentewet) vervallen Zie Artikel 2:74a Openlijk drugsgebruik Artikel 2:50a wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst

Nieuwe tekst

Artikel 2:50a Verbod op zichtbare Artikel 2:50a Verbod op zichtbare uitingen van verboden organisaties uitingen van verboden organisaties Het is verboden zich zonder redelijk doel en Vervalt op een voor anderen hinderlijke wijze op te houden in of op een voor het publiek toegankelijke ruimte dan wel deze te verontreinigen of te gebruiken voor een ander doel dan waarvoor deze ruimte is bestemd. Onder deze ruimten worden in elk geval verstaan portalen, telefooncellen, wachtlokalen voor het openbaar vervoer, parkeergarages en rijwielstallingen. Motivatie: De Hoge Raad oordeelde op op 24 december 2021 dat artikel 2:50a van de APV in strijd is met het grondrecht op vrijheid van meningsuiting (artikel 7, lid 3, van de Grondwet). Daarop kan alleen bij wet in formele zin uitzondering worden gemaakt, niet in een wet in materiële zin, zoals de APV. De Hoge Raad verklaart artikel 2:50a APV onverbindend. Artikel 2:57 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst

Nieuwe tekst

Artikel 2:57 Loslopende honden 1. Het is de eigenaar of houder van een hond verboden die hond te laten verblijven of te laten lopen:

Artikel 2:57 Loslopende honden 1. Het is de eigenaar of houder van een hond verboden die hond te laten verblijven of te laten lopen:

a. op een voor het publiek toegankelijke en kennelijk als zodanig ingerichte kinderspeelplaats, zandbak of speelweide of op een andere door het college aangewezen plaats;

a. op een voor het publiek toegankelijke en kennelijk als zodanig ingerichte kinderspeelplaats, zandbak of speelweide of op een andere door het college aangewezen plaats;

b. binnen de bebouwde kom op een openbare plaats als de hond niet is aangelijnd;

b. binnen de bebouwde kom op een openbare plaats als de hond niet is aangelijnd;

Bijlage 1 bij wijziging APV Krimpenerwaard

c. buiten de bebouwde kom op een door het college aangewezen plaats als de hond niet is aangelijnd;

c. buiten de bebouwde kom op een door het college aangewezen plaats als de hond niet is aangelijnd;

d. op de weg als die hond niet is voorzien van een halsband of een ander identificatiemerk dat de eigenaar of houder duidelijk doet kennen

d. op de weg als die hond niet is voorzien van een halsband of een ander identificatiemerk dat de eigenaar of houder duidelijk doet kennen.

2. Het eerste lid, aanhef en onder b, is niet van toepassing op door het college aangewezen plaatsen.

2. Het eerste lid, aanhef en onder b, is niet van toepassing op door het college aangewezen plaatsen.

3. De verboden in het eerste lid aanhef en onder a en b zijn niet van toepassing op de eigenaar of houder van een hond:

3. Het eerste lid, aanhef en onder a tot en met c, is niet van toepassing op de eigenaar of houder van een hond die zich vanwege zijn handicap door een geleidehond of sociale hulphond laat begeleiden of die deze hond aantoonbaar gekwalificeerd opleidt tot geleidehond of sociale hulphond.

a. die zich vanwege zijn handicap door een geleidehond of sociale hulphond laat begeleiden; of

b. die deze hond aantoonbaar gekwalificeerd opleidt tot geleidehond of sociale hulphond. Motivatie: lid 3 is herschreven naar voorbeeld uit de model verordening. Strekking blijft hetzelfde. Artikel 3:1 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst

Nieuwe tekst

Artikel 3:1 Afbakening De artikelen 1:2, 1:3 en 1:5 tot en met 1:7 zijn niet van toepassing op het bij of krachtens dit hoofdstuk bepaalde. Motivatie: Nu klopt de verwijzing weer.

Artikel 3:1 Afbakening De artikelen 1:2 en 1:5 tot en met 1:8 zijn niet van toepassing op het bij of krachtens dit hoofdstuk bepaalde.

Artikel 3:2 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst

Nieuwe tekst

Artikel 3:2 begripsbepalingen toevoeging

Artikel 3:2 definities bevoegd bestuursorgaan: het college of, voor zover het betreft voor het publiek openstaande gebouwen en daarbij behorende erven als bedoeld in artikel 174 van de Gemeentewet, de burgemeester;

Motivatie: verduidelijking van het begrip voor de leesbaarheid. Bijlage 1 bij wijziging APV Krimpenerwaard

Artikel 3:3 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst

Nieuwe tekst

Artikel 3:3 Vergunning 1. Het is verboden een seksbedrijf uit te oefenen zonder vergunning.

Artikel 3:3 Vergunning 1. Het is verboden een seksbedrijf uit te oefenen zonder vergunning van het bevoegde bestuursorgaan.

2. De burgemeester beslist binnen twaalf weken op de aanvraag om een vergunning. 3. De in het tweede lid gestelde termijn kan door de burgemeester met ten hoogste twaalf weken worden verlengd. 4. Paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht is niet van toepassing. 5. Een vergunning kan mede voor één seksinrichting worden verleend. 6. De vergunning wordt voor bepaalde tijd verleend aan de exploitant en op diens naam gesteld. De vergunning is niet overdraagbaar.

2. Het bevoegde bestuursorgaan draagt zorg voor een onpartijdige en transparante verlening van beschikbare vergunningen. 3. Op een aanvraag om een vergunning wordt binnen twaalf weken beslist. Deze termijn kan met ten hoogste twaalf weken worden verlengd. 4. Paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) is niet van toepassing. 5. Een vergunning kan mede voor een seksinrichting worden verleend.

6. De vergunning wordt verleend aan de exploitant en op diens naam gesteld. De vergunning is niet overdraagbaar. Motivatie: strekking van het artikel blijft hetzelfde, lid 2&3 van het ‘oude’ artikel staan nu samen in het ‘nieuwe’ 3e lid. Toegevoegd is de verduidelijking dat er een onpartijdige en transparante vergunningsverlening moet plaatsvinden. Naar voorbeeld van de VGN verordening. Artikel 3:4 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst Artikel 3:4 Concentratie seksbedrijf en inrichting Het college kan delen van de gemeente aanwijzen waarbinnen voor het vestigen van een seksinrichting dan wel een seksbedrijf geen vergunning wordt verleend.

Nieuwe tekst

Artikel 3:4 Concentratie seksbedrijf en inrichting Het bevoegd bestuursorgaan kan delen van de gemeente aanwijzen waarbinnen voor het vestigen van een seksinrichting geen vergunning wordt verleend. Daarbij kan worden bepaald dat de aanwijzing slechts geldt voor seksinrichtingen van seksbedrijven van een nader aangewezen aard. Motivatie: toevoeging van ‘bevoegd bestuursorgaan’ voor juridische dekking. Bijlage 1 bij wijziging APV Krimpenerwaard

Artikel 3:5 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst

Nieuwe tekst

Artikel 3:5 Maximum aantal vergunningen voor seksbedrijven 1. Voor het uitoefenen van een raamprostitutiebedrijf wordt geen vergunning verleend.

Artikel 3:5 Beperking aantal vergunningen 1. Voor het uitoefenen van een raamprostitutiebedrijf wordt geen vergunning verleend.

2. Er wordt voor in totaal ten hoogste 2. Er kan voor in totaal ten hoogste één seksinrichting waaronder een één seksinrichting van prostitutiebedrijven, seksbedrijf niet zijnde niet zijnde raamprostitutiebedrijven raamprostitutiebedrijven vergunning vergunning worden verleend. verleend. Motivatie: herschrijving i.v.m. grammaticale correctheid. Artikel 3:10 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst

Nieuwe tekst

Artikel 3:10 Melding gewijzigde omstandigheden De vergunninghouder meldt elke verandering waardoor zijn seksbedrijf niet langer in overeenstemming is met de op grond van artikel 3:8, eerste lid, in de vergunning opgenomen gegevens, zo spoedig mogelijk aan de burgemeester. Deze verleent een gewijzigde vergunning, als het seksbedrijf aan de vereisten voldoet.

Artikel 3:10 Melding gewijzigde omstandigheden De vergunninghouder meldt elke verandering waardoor zijn seksbedrijf niet langer in overeenstemming is met de op grond van artikel 3:8, eerste lid, in de vergunning opgenomen gegevens, zo spoedig mogelijk aan het bevoegde bestuursorgaan. Deze verleent een gewijzigde vergunning, als het seksbedrijf aan de vereisten voldoet. Motivatie: wederom het toevoegen van dit begrip voor juridische dekking. Artikel 3:15 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst

Nieuwe tekst

Artikel 3:15 Bedrijfsplan

Artikel 3:15 Bedrijfsplan

In het seksbedrijf wordt in ten minste twee In de seksinrichting wordt in ten minste talen en voor de klant goed zichtbaar twee talen en voor de klant goed zichtbaar bekend gemaakt dat een prostituee klanten bekend gemaakt dat een prostituee klanten en diensten mag weigeren en mag en diensten mag weigeren en mag weigeren alcohol of drugs te gebruiken. weigeren alcohol of drugs te gebruiken. Motivatie: herschrijving i.v.m. grammaticale correctheid. Bijlage 1 bij wijziging APV Krimpenerwaard

Artikel 3:16 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst

Nieuwe tekst

Artikel 3:16 Verdere verplichtingen van de exploitant en beheerder prostitutiebedrijf

Artikel 3:16 gereserveerd

Artikel 3:16 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst

Nieuwe tekst

Artikel 3:16 Verdere verplichtingen van de exploitant en beheerder prostitutiebedrijf

Artikel 3:17 Verdere verplichtingen van de exploitant en beheerder prostitutiebedrijf

Artikel 3:17 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst

Nieuwe tekst

Artikel 3:17 Raamprostitutie

Artikel 3:18 Raamprostitutie

Artikel 3:18 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst

Nieuwe tekst

Artikel 3:18 Straatprostitutie

Artikel 3:19 Straatprostitutie

Artikel 3:19 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst

Nieuwe tekst

Artikel 3:19 Verbodsbepaling klanten 1. Het is een klant verboden seksuele handelingen te verrichten met een prostituee van wie hij weet of redelijkerwijs moet vermoeden dat zij werkzaam is voor of bij een exploitant aan wie geen vergunning voor een prostitutiebedrijf is verleend.

Artikel 3:21 Verbodsbepalingen klanten 1. Het is een klant verboden seksuele handelingen te verrichten met een prostituee van wie hij weet of redelijkerwijs moet vermoeden dat zij werkzaam is voor of bij een exploitant aan wie geen vergunning voor een prostitutiebedrijf is verleend.

2. Het is verboden op of aan de weg of op, aan of in een andere voor publiek toegankelijke plaats gebruik te maken van de diensten van een prostituee.

2. Het is verboden op of aan de weg of op, aan of in een andere voor publiek toegankelijke plaats gebruik te maken van de diensten van een prostituee.

Bijlage 1 bij wijziging APV Krimpenerwaard

3. Het in het tweede lid genoemde verbod geldt niet in een seksinrichting waarvoor een vergunning is verleend.

3. Het verbod, bedoeld in het tweede lid, geldt niet in een seksinrichting waarvoor een vergunning is verleend en op of aan de op grond van artikel 3:19, tweede lid, aangewezen wegen. Motivatie: een toevoeging om de handhaving breder mogelijk te maken indien noodzakelijk. Naar voorbeeld model verordening. Artikel 3:20 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst

Nieuwe tekst

Artikel 3:20 Tentoonstellen, aanbieden en aanbrengen van erotischpornografische goederen, afbeeldingen en dergelijke 1. Het is de rechthebbende op een onroerende zaak verboden daarin of daarop goederen, opschriften, aankondigingen, gedrukte of geschreven stukken dan wel afbeeldingen van erotisch-pornografische aard openlijk ten toon te stellen, aan te bieden of aan te brengen als de burgemeester aan de rechthebbende heeft bekendgemaakt dat de wijze van tentoonstellen, aanbieden of aanbrengen daarvan, de openbare orde of de woon- en leefomgeving in gevaar brengt.

Artikel 3:22 Tentoonstellen, aanbieden en aanbrengen van erotischpornografische goederen, afbeeldingen en dergelijke 1. Het is de rechthebbende op een onroerende zaak verboden daarin of daarop goederen, opschriften, aankondigingen, gedrukte of geschreven stukken dan wel afbeeldingen van erotisch-pornografische aard openlijk tentoon te stellen, aan te bieden of aan te brengen als de burgemeester aan de rechthebbende heeft bekendgemaakt dat de wijze van tentoonstellen, aanbieden of aanbrengen daarvan, de openbare orde of de woon- en leefomgeving in gevaar brengt.

2. Het eerste lid is niet van toepassing 2. Het eerste lid is niet van toepassing ten aanzien van het tentoonstellen, op het tentoonstellen, aanbieden of aanbieden of aanbrengen van goederen, aanbrengen van goederen, opschriften, opschriften, aankondigingen, gedrukte of aankondigingen, gedrukte of geschreven geschreven stukken dan wel afbeeldingen, stukken dan wel afbeeldingen, die dienen die dienen tot het openbaren van gedachten tot het openbaren van gedachten en en gevoelens, bedoeld in artikel 7, eerste gevoelens, bedoeld in artikel 7, eerste lid, lid, van de Grondwet. van de Grondwet. Motivatie: kleine tekstuele wijziging voor de leesbaarheid.

Artikel 4:3 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst

Nieuwe tekst

Artikel 4:3 Kennisgeving incidentele festiviteit 1. Het is een inrichting toegestaan maximaal 12 incidentele festiviteiten per kalenderjaar te houden waarbij de

Artikel 4:3 Melding incidentele festiviteiten

Bijlage 1 bij wijziging APV Krimpenerwaard

1. Het is een inrichting toegestaan op maximaal 12 incidentele festiviteiten

geluidsnormen als bedoeld in de artikelen 2.17, 2.19 en 2.20 van het Besluit en artikel 4:5 van deze verordening niet van toepassing zijn, mits de houder van de inrichting ten minste twee weken voor de aanvang van de festiviteit het college daarvan in kennis heeft gesteld. 2. Het is een inrichting toegestaan om tijdens maximaal 12 incidentele festiviteiten per kalenderjaar de verlichting langer aan te houden ten behoeve van sportactiviteiten waarbij artikel 3.148, eerste lid, van het Besluit niet van toepassing is, mits de houder van de inrichting ten minste tien werkdagen voor de aanvang van de festiviteit het college daarvan in kennis heeft gesteld. 3. Het college stelt een formulier vast voor het doen van een kennisgeving. 4. De kennisgeving wordt geacht te zijn gedaan wanneer het formulier, volledig en naar waarheid ingevuld, tijdig is ingeleverd op de plaats op dat formulier vermeld. 5. De kennisgeving wordt tevens geacht te zijn gedaan wanneer het college op verzoek van de houder van een inrichting een incidentele festiviteit, die redelijkerwijs niet te voorzien was, terstond toestaat. 6. Het equivalente geluidsniveau LAeq veroorzaakt door de inrichting bedraagt niet meer dan 55 dB(A), gemeten op de gevel van geluidgevoelige gebouwen op een hoogte van 1,5 meter. 7.

De geluidswaarde als bedoeld in het zesde lid is inclusief onversterkte muziek en exclusief 10 dB(A) toeslag vanwege muziekcorrectie. Tevens wordt de bedrijfsduurcorrectie buiten beschouwen gelaten. 8. Op de dagen als bedoeld in het eerste lid wordt het ten gehore brengen van extra muziek - hoger dan de geluidsnorm als bedoeld in de artikelen 2.17, 2.19 en 2.20 van het Besluit en artikel 4:5 van deze Bijlage 1 bij wijziging APV Krimpenerwaard

per kalenderjaar te houden, waarvan maximaal 6 maal (ook) in de buitenruimte, waarbij de geluidsnormen, bedoeld in de artikelen 2.17, 2.17a, 2.19, 2.19a en 2.20 van het Activiteitenbesluit milieubeheer en artikel 4:5, niet van toepassing zijn, mits de houder van de inrichting ten minste tien werkdagen voor de aanvang van de festiviteit daarvan melding heeft gedaan aan het college. 2. Het is een inrichting toegestaan om tijdens maximaal 12 incidentele festiviteiten per kalenderjaar de verlichting langer aan te houden ten behoeve van sportactiviteiten waarbij artikel 3.148, eerste lid, van het Activiteitenbesluit milieubeheer niet van toepassing is, mits de houder van de inrichting ten minste tien werkdagen voor de aanvang van de festiviteit daarvan melding heeft gedaan aan het college. 3. Het college stelt een formulier vast voor het doen van de melding. 4. De melding is gedaan wanneer het formulier, volledig en naar waarheid ingevuld, tijdig is ingeleverd op de plaats op dat formulier vermeld. 5. De melding wordt geacht te zijn gedaan wanneer het college op verzoek van de houder van een inrichting een incidentele festiviteit die redelijkerwijs niet te voorzien was, terstond toestaat. 6. Het equivalente geluidsniveau LAeq veroorzaakt door de inrichting bedraagt niet meer dan 70 dB(A) en 85 dB(C), gemeten op de gevel van geluidgevoelige gebouwen op een hoogte van 1,5 meter. 7.

De geluidswaarde als bedoeld in het zesde lid, is inclusief onversterkte muziek en exclusief 10 dB(A) muziektoeslag. Tevens wordt de bedrijfsduurcorrectie buiten beschouwing gelaten. 8. In geval er aanpandige woningen zijn, mag het equivalente geluidsniveau LaeqT, veroorzaakt door de inrichting,

verordening - uiterlijk om 01:00 uur beëindigd.

niet meer bedragen dan 55 dB(A) in een geluidsgevoelige ruimte van de woning.

9. De geluidsnorm als bedoeld in het zesde lid geldt voor het bebouwde gedeelte van de inrichting en niet voor de buitenruimte.

9. Op de dagen, bedoeld in het eerste lid, wordt het ten gehore brengen van extra muziek hoger dan de geluidsnorm, bedoeld in de artikelen 2.17, 2.17a, 2.19, 2.19a en 2.20 van het Activiteitenbesluit milieubeheer en artikel 4:5, uiterlijk om 01:00 uur beëindigd.

10. Bij het ten gehore brengen van muziekgeluid blijven ramen en deuren gesloten, behoudens voor het onmiddellijk doorlaten van personen of goederen.

10. Bij het ten gehore brengen van muziekgeluid, indien het gaat om festiviteiten die in de binnenruimte plaatsvinden blijven ramen en deuren gesloten, behoudens voor het onmiddellijk doorlaten van personen of goederen. Motivatie: Dit artikel is aangepast om verschillende redenen. Afgelopen jaar is gebleken dat de ‘oude’ tekst niet juridisch juist is voor incidentele festiviteiten in de buitenruimte. Dat is niet toegestaan met de huidige tekst, maar dit wordt wel aangevraagd. De tekst is herschreven om maximaal 6 van de 12 toegestane meldingen te gebruiken voor festiviteiten in de buitenruimte. De geluidswaardes zijn hierop ook aangepast in overleg met de ODMH om dit handhaafbaar te maken en in lijn te brengen met omliggende gemeenten. Er staan verhogingen en verlagingen in deze waardes omdat dit realistische en haalbare waardes zijn om te hanteren en te controleren. Artikel 4:11 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst

Nieuwe tekst

Artikel 4:11 Omgevingsvergunning voor het vellen van houtopstanden Zoals geregeld in de Bomenverordening Krimpenerwaard

Artikel 4:11 Omgevingsvergunning voor het vellen van houtopstanden Zoals geregeld in hoofdstuk 3 van de Bomenverordening Krimpenerwaard 2023.

Motivatie: In artikel 4:10 is de citeertitel van het document eveneens aangevuld tot “Bomenverordening Krimpenerwaard 2023”.

Artikel 4:18 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst

Nieuwe tekst

Artikel 4:18 Recreatief nachtverblijf buiten kampeerterreinen 1. Het is verboden ten behoeve van recreatief nachtverblijf kampeermiddelen te plaatsen of geplaatst te houden buiten een

Artikel 4:18 Recreatief nachtverblijf buiten kampeerterreinen 1. Het is verboden ten behoeve van recreatief nachtverblijf kampeermiddelen te plaatsen of geplaatst te houden buiten een

Bijlage 1 bij wijziging APV Krimpenerwaard

kampeerterrein dat als zodanig in het bestemmingsplan, de beheersverordening, exploitatieplan of een voorbereidingsbesluit is bestemd of mede bestemd.

kampeerterrein dat als zodanig in het omgevingsplan, de beheersverordening, exploitatieplan of een voorbereidingsbesluit is bestemd of mede bestemd.

2. Het verbod geldt niet voor het plaatsen van kampeermiddelen voor eigen gebruik door de rechthebbende op een terrein.

2. Het verbod geldt niet voor het plaatsen van kampeermiddelen voor eigen gebruik door de rechthebbende op een terrein.

3. Het college kan ontheffing verlenen van het verbod als bedoeld in het eerste lid.

3. Het college kan ontheffing verlenen van het verbod.

4. Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8. kan de ontheffing worden geweigerd in het belang van:

4. Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan de ontheffing worden geweigerd in het belang van de bescherming van:

a. de bescherming van natuur en landschap; of b. de bescherming van een stadsgezicht.

a.

natuur en landschap; of

b.

een stadsgezicht.

5. Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.

5. Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing. Motivatie: herschreven naar voorbeeld uit de model verordening. Artikel 5.1 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst

Nieuwe tekst

Artikel 5:1 Begripsbepaling In deze afdeling wordt verstaan onder: a. voertuigen: voertuigen als bedoeld in artikel 1, onder al, van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens (RVV 1990) met uitzondering van kleine wagens zoals kruiwagens, kinderwagens en rolstoelen;

Artikel 5:1 vervallen.

b. parkeren: parkeren als bedoeld in artikel 1, onder ac, van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens (RVV 1990). Motivatie: Beide begripsbepalingen zijn opgenomen in artikel 1:1. Artikel 5:2 wordt als volgt gewijzigd: Bijlage 1 bij wijziging APV Krimpenerwaard

Bestaande tekst

Nieuwe tekst

Artikel 5:2 Parkeren van voertuigen van autobedrijf e.d. 1. Onder verhuren als bedoeld in dit artikel wordt mede verstaan:

Artikel 5:2 Voertuigen van autobedrijf en dergelijke 1. Onder verhuren als bedoeld in dit artikel wordt mede verstaan:

a. het gebruiken van een voertuig voor het geven van lessen;

a. het gebruiken van een voertuig voor het geven van lessen; of

b. het gebruiken van een voertuig voor het vervoeren van personen tegen betaling.

b. het gebruiken van een voertuig voor het vervoeren van personen tegen betaling.

2. Tot de voertuigen als bedoeld in dit artikel worden niet gerekend:

2. Tot de voertuigen als bedoeld in dit artikel worden niet gerekend:

a. voertuigen waaraan herstel- of onderhoudswerkzaamheden worden verricht die in totaal niet meer dan een uur vergen, en dit gedurende de tijd die nodig is en gebruikt wordt voor deze werkzaamheden;

a. voertuigen waaraan herstel- of onderhoudswerkzaamheden worden verricht die in totaal niet meer dan een uur vergen, en dit gedurende de tijd die nodig is en gebruikt wordt voor deze werkzaamheden; of

b. voertuigen voor persoonlijk gebruik van de in het derde lid bedoelde persoon.

b. voertuigen voor persoonlijk gebruik van de in het derde lid bedoelde persoon.

3. Het is degene die er zijn bedrijf, nevenbedrijf dan wel een gewoonte van maakt voertuigen te stallen, te herstellen, te slopen, te verhuren of te verhandelen, verboden:

3. Het is degene die er zijn bedrijf, nevenbedrijf dan wel een gewoonte van maakt voertuigen te stallen, te herstellen, te slopen, te verhuren of te verhandelen, verboden:

a. drie of meer voertuigen die hem toebehoren of zijn toevertrouwd, op de weg te parkeren binnen een cirkel met een straal van 50 meter met als middelpunt een van deze voertuigen;

a. drie of meer voertuigen die hem toebehoren of zijn toevertrouwd, op de weg te parkeren binnen een cirkel met een straal van 50 meter met als middelpunt een van deze voertuigen;

b. de weg als werkplaats voor voertuigen te gebruiken.

b. de weg als werkplaats voor voertuigen te gebruiken.

4. Het college kan ontheffing van het verbod verlenen.

4. Het college kan ontheffing verlenen van het verbod.

5. Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Krimpenerwaard&id=f72a91c0-68f4-423f-9705-5a621ac61469