CConstaterende datKrimpenerwaard
Koppel je AI →
Document · PDF

Notitie Scenario's herijking minimabeleid 2024

Raadsvergadering 28 november 2023, gemeente KrimpenerwaardBij agendapunt: (B) Herijking minimabeleid 20244.601 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Notitie Scenario's herijking minimabeleid 2024 1. Aanleiding Vanuit de raad is de wenselijkheid uitgesproken om de discussie over het instrument minimaregelingen opnieuw te voeren. Zo diende de fractie PvdA-Groen Links op 7 juni 2022 een motie in naar aanleiding van de bespreking van het coalitieakkoord. In de motie, die unaniem werd aangenomen, werd aangegeven dat bestaanszekerheid voor sommige inwoners niet (meer) vanzelfsprekend is. Ook werd in de motie aangegeven dat met name (ook) de werkende armen (meer) aandacht verdienen. De raad wil via het BOB-model betrokken worden bij de ontwikkeling van nieuwe scenario’s voor het minimabeleid. Het college heeft het onderzoeksbureau KWIZ B.V. opdracht gegeven om onderzoek te doen naar de effecten van het huidige minimabeleid, en een Armoedemonitor en Inkomens effectrapportage op te stellen. Het onderzoeksrapport is in de raadscommissie van 6 juni 2023 toegelicht door KWIZ B.V. Ook is het rapport op 15 juni 2023 besproken bij de Adviesraad Sociaal Domein en de Cliëntenraad. Aan de hand van de bespreking in de raadscommissie en de aanbevelingen van de Adviesraad Sociaal Domein en de Cliëntenraad heeft KWIZ B.V. drie beleidsscenario’s voor de herijking van het minimabeleid doorgerekend. 2. Bespreking raadscommissie In de raadspresentatie van 6 juni 2023 heeft KWIZ B.V.

een presentatie gehouden over de onderzoeksuitkomsten en is de raadscommissie in de gelegenheid gesteld om vragen te stellen. Op 15 juni 2023 zijn de onderzoeksresultaten gepresenteerd aan de Adviesraad Sociaal Domein en de Cliëntenraad. Aan de hand van stellingen heeft de raadscommissie de volgende aandachtspunten meegegeven: • Werken moet lonen; een armoedeval moet worden voorkomen. • Het aantal minimaregelingen moet worden teruggedrongen. • Inzetten op het bereik en vereenvoudigen van de regelingen. • Extra aandacht voor kinderen uit gezinnen met een laag inkomen om armoede en sociale uitsluiting te voorkomen.

3. Aanbevelingen van de Adviesraad Sociaal Domein en de Cliëntenraad De Adviesraad Sociaal Domein en de Cliëntenraad hebben naar aanleiding van het onderzoeksrapport op 27 juni 2023 een informeel advies (bijlagen 1 en 2) uitgebracht. De Adviesraad Sociaal Domein pleit voor een samenvoeging van regelingen waar dat kan door bijvoorbeeld de aanvraag te vergemakkelijken en te koppelen, zonder dat dit ten koste gaat van het bereik en het voorzieningenniveau. Verder vraagt de Adviesraad aandacht om inwoners actief en in begrijpelijke taal te informeren (heldere communicatie) en wijst op het belang van vergoeding van medische kosten, herinvoering van de oude witgoedregeling1 en het beschikbaar stellen van gratis openbaar vervoer voor alle minima (niet alleen ouderen). Daarnaast vindt de Adviesraad Sociaal Domein het belangrijk dat werken loont. Het risico op een armoedeval dient zoveel mogelijk te worden voorkomen. De Cliëntenraad geeft aanbevelingen voor de inhoud van de regelingen en geeft advies over extra gewenste regelingen, zoals een witgoedregeling, hulp bij onderhoud in de tuin en extra compensatie van hoge extra medische kosten. De Cliëntenraad pleit net zoals de Adviesraad Sociaal Domein voor gratis openbaar vervoer voor alle minima, omdat dit bijdraagt aan de maatschappelijke participatie.

Verder beveelt de Cliëntenraad aan om de aanvragen eenvoudiger en in begrijpelijke taal te maken en onnodige administratie te voorkomen. Ook 1De witgoedregeling is een regeling voor inwoners die al drie jaar of langer moeten rondkomen van een laag inkomen. De regeling is

bedoeld als vergoeding voor de vervanging van een fornuis/kookplaat, koelkast, stofzuiger of wasmachine. In de gemeente Krimpenerwaard is de witgoedregeling op 1 januari 2017 afgeschaft, omdat het op grond van de Participatiewet niet meer toegestaan was om categoriale bijzondere bijstand te verstrekken. In plaats daarvan zijn de bedragen van de individuele inkomenstoeslag opgehoogd.

937045 / 1147373

wijst de Cliëntenraad op de bejegening van inwoners en in te zetten op wederzijds vertrouwen en vraagt extra aandacht voor kinderen uit gezinnen met een laag inkomen, inwoners die zich schamen voor hun financiële situatie, inwoners met een afstand tot de arbeidsmarkt, inwoners die aangewezen zijn op de bijzondere bijstand en meer maatwerk wensen en nieuwkomers. 3. Scenario's voor het herijken van het minimabeleid Voor de herijking van het minimabeleid zijn een aantal scenario's denkbaar. De grondslag hiervan is gevonden in richtinggevende uitspraken van de raadscommissie en de Adviesraad Sociaal Domein en Cliëntenraad. Bij de doorberekening van de kosten is bij de ‘Meedoenregeling’ uitgegaan van een gemiddeld bereik van 35%. Dit ligt hoger dan het huidige bereik van de regeling. Bij de kindregelingen gaan we uit van het huidige bereik. 3.1 De uitgangspunten Richtinggevend voor de verschillende scenario's waren de uitgangspunten: 1. Werken moet lonen; een armoedeval moet worden voorkomen. Er is sprake van een armoedeval als bijstandsgerechtigden aan het werk gaan, maar er financieel op achteruit gaan. Dit komt omdat de landelijke toeslagen en gemeentelijke regelingen boven een bepaalde inkomensgrens wegvallen. Terwijl het juist de bedoeling is dat werken loont en leidt tot financiële onafhankelijkheid. 2. Het aantal minimaregelingen moet worden teruggedrongen.

Op basis van het onderzoek wordt aanbevolen het aantal minimaregelingen terug te dringen naar een kleiner aantal regelingen. Minimaregelingen die hetzelfde doel hebben kunnen samen worden gevoegd. Het samenvoegen van deze regelingen draagt bij aan het vereenvoudigen en zorgt voor een betere bekendheid onder de doelgroep (bereik). 3. Inzetten op het bereik en vereenvoudigen van de regelingen. Uit de onderzoekresultaten blijkt dat het bereik van de minimaregelingen voor kinderen in de lijn ligt met het landelijke gemiddelde of er zelfs iets boven ligt. Voor de participatieregelingen voor volwassenen en ouderen ligt het bereik relatief lager. Dit kan verschillende redenen hebben, zoals de onbekendheid en de toegankelijkheid van de regelingen. 4. Extra aandacht voor kinderen uit gezinnen met een laag inkomen om armoede en sociale uitsluiting te voorkomen. Kinderen die opgroeien in een minimahuishoudens zijn een kwetsbare doelgroep. In de gemeente Krimpenerwaard groeien 1.026 kinderen op in een huishoudens met een inkomen tot 120% van het wettelijk sociaal minimum. In de visie van het sociaal domein staat beschreven dat de gemeente ernaar streeft dat de jeugd veilig en gezond kan opgroeien. Echter doordat kinderen opgroeien in een minimasituatie, krijgen zij niet altijd een eerlijke kans om mee te doen en gelijke kansen met leeftijdsgenoten.

3.2 De scenario's Bij de scenario's is gebruik gemaakt van de cijfers over de omvang van de doelgroep uit de Armoedemonitor Krimpenerwaard 2022. De scenario's zijn gebaseerd op het beleid per peildatum 1 november 2022. Dit betekent dat er rekening is gehouden met de energieprijzen op het moment van analyseren (november 2022) en de energietoeslag om de energieprijzen te compenseren. Omdat de energietoeslag naar waarschijnlijkheid geen structurele vergoeding blijft, zijn de scenario's ook doorgerekend op basis van de huidige energieprijzen (prijspeil

pag. 2/17

26 juni 2023) zonder de energietoeslag. In bijlage 4 van het onderzoeksrapport staan de beide berekeningen per scenario uitgewerkt. Hieruit blijkt dat er bij de berekeningen bij het huidige beleid zonder de energietoeslag geen sprake is van een armoedeval. Bij de uitgewerkte scenario’s blijft een deel van de regelingen ongewijzigd. In bijlage 3 staan de huidige minimaregelingen beschreven.

Scenario 1: de regelingen ‘Participatie en werk’ en ‘Maatschappelijke deelname voor ouderen’ worden samengevoegd in een nieuwe ‘Meedoenregeling'. De inkomensgrens blijft gelijk, namelijk 120% van het wettelijk sociaal minimum. De vergoeding voor deze regeling bedraagt € 300,- per jaar. Daarnaast worden de inkomensgrenzen voor de kindregelingen opgehoogd naar 130% van het wettelijk sociaal minimum.

Meedoenregeling De regelingen Participatie en werk’ en ‘Maatschappelijke deelname voor ouderen’ worden samengevoegd in een nieuwe ‘Meedoenregeling’. Deze regelingen hebben hetzelfde doel: kunnen meedoen aan leuke en/of leerzame activiteiten. Denk hierbij aan het doen van uitstapjes, een bijdrage voor een laptop/tablet of het volgen van een workshop/cursus, het aanschaffen van een Rotterdampas of een bibliotheek-, internet-, kranten of tijdschriftabonnement. De doelgroep wordt uitgebreid naar inwoners van 18 jaar en ouder (excl. inwoners die studiefinanciering/tegemoetkoming schoolkosten ontvangen). Bij de oude regelingen werd een lager bedrag toegekend aan AOW-gerechtigden. Deze bijdrage wordt gelijkgetrokken naar € 300 per persoon per jaar. De inkomensgrens blijft ongewijzigd op 120% van het wettelijk sociaal minimum. Het samenvoegen van deze regelingen draagt bij aan het vereenvoudigen en zorgt voor een betere bekendheid onder de doelgroep (bereik). Kindpakket De inkomensgrens van de kindregelingen worden opgehoogd naar 130% van het wettelijk sociaal minimum. Hiermee wordt met name de doelgroep werkende armen bereikt.

Door deze maatregel komen meer kinderen uit huishoudens met een laag inkomen in aanmerking voor een bijdrage van Stichting Leergeld, het Jeugdfonds Sport en Cultuur en Stichting Babyspullen en worden zij beter in staat gesteld om mee te doen aan school-, sport- en culturele activiteiten. Dit sluit aan bij de doelen van het beleidsrad Sociaal Economische Status uit het Integraal Beleidskader (bijlage 4), waarin staat aangegeven dat kinderen die opgroeien in huishoudens met een laag inkomen onze specifieke aandacht krijgen. Ook staat in de visie van het sociaal domein beschreven dat de gemeente ernaar streeft dat de jeugd veilig en gezond kan opgroeien. Echter doordat kinderen opgroeien in een minimasituatie, krijgen zij niet altijd een eerlijke kans om mee te doen en gelijke kansen met leeftijdsgenoten. Deze maatregel draagt bij aan kansengelijkheid en voorkomt armoede en sociale uitsluiting bij deze gezinnen. Tot slot sluit het ophogen naar 130% in grote mate aan bij de gehanteerde inkomensgrenzen van omliggende gemeenten (Gouda, Rotterdam, Waddinxveen). Voor beide maatregelen geldt dat het geen nadelige gevolgen heeft voor een armoedeval en heeft behalve het implementeren (aanpassen formulieren, folders, website) geen extra gemeentelijke administratieve lasten / uitvoeringskosten heeft.

Het kindpakket wordt uitgevoerd door Stichting Leergeld, het Jeugdfonds Sport & Cultuur en Stichting Babyspullen.

pag. 3/17

Kanttekeningen: Op basis van het huidige energieprijspeil (per 26 juni 2023), is het ophogen van de inkomensgrens niet strikt noodzakelijk, omdat er met de huidige kindregelingen geen sprake is van armoedeval. Dit was wel het geval in november 2022 toen het onderzoek werd uitgevoerd. Te treffen maatregelen: • Verruiming van de inkomensgrens van het kindpakket in de Verordening Werk, Participatie en Inkomen Krimpenerwaard 2022; • De regelingen ‘Participatie en werk’ en ‘Maatschappelijke deelname voor ouderen’ samenvoegen naar de nieuwe ‘Meedoenregeling’ in de Verordening Werk, Participatie en Inkomen Krimpenerwaard 2022; • Voor de uitvoering van de verordening worden de Beleidsregels Werk, Participatie en Inkomen Krimpenerwaard 2023 gewijzigd; • Aanvraagformulieren, beschikkingen, werkprocessen worden gewijzigd (implementatie). • De overeenkomst met Stichting Leergeld, het Jeugdfonds Sport & Cultuur en Stichting Babyspullen eindigen op 31 december 2023. Met deze partijen worden nieuwe overeenkomsten aangegaan. Geraamde kosten: Nieuwe ‘Meedoenregeling’ (samenvoeging) Verhogen inkomensgrens kindregelingen Programmakosten scenario 1

€ 57.576 € 58.108 + € 115.684 extra per jaar

Scenario 2: Als scenario 1, EN inwoners met een inkomen tussen de 120% en 130% van het wettelijk sociaal minimum ontvangen bij de nieuwe ‘Meedoenregeling’ € 150,-.

Samenvoegen Meedoenregeling en ophogen inkomensgrens kindpakket Als in scenario 1. Inkomensgrens Meedoenregeling Inwoners met een inkomen tot 120% van het wettelijk sociaal minimum ontvangen bij de nieuwe ‘Meedoenregeling’ een bedrag van € 300,- per persoon per jaar. Inwoners met een inkomen tussen de 120% en 130% van het wettelijk sociaal minimum ontvangen een bedrag van € 150,- per persoon per jaar. Met deze maatregel wordt met name de doelgroep werkende armen bereikt. Op basis van het scenario waarbij wordt uitgegaan van de energieprijzen per 1 november 2022 inclusief de energietoeslag, is er sprake van een armoedeval bij 120% naar 130% van het wettelijk sociaal minimum. Deze maatregel verlicht de armoedeval iets, maar neemt hem niet helemaal weg. Kanttekeningen: • Als in scenario 1, en; • De Meedoenregeling wordt uitgevoerd door de gemeente en het ophogen van de inkomensgrens zorgt voor meer aanvragen. Er is extra fte personeel nodig om deze regeling zo uit te voeren. Hierdoor is het uitvoeringstechnisch niet haalbaar om deze regeling per 1 januari 2024 te laten starten. Te treffen maatregelen: • Als in scenario 1, en;

pag. 4/17

•

•

Op basis van het huidige energieprijspeil (per 26 juni 2023), is het ophogen van de inkomensgrens van de Meedoenregeling niet strikt noodzakelijk, omdat er met de huidige inkomensgrens geen sprake is van armoedeval. Dit was wel het geval in november 2022 toen het onderzoek werd uitgevoerd. Extra implementatie werkzaamheden (systeem, rekenbladen, etc.), aangezien deze regeling door de gemeente zelf wordt uitgevoerd.

Geraamde kosten: Nieuwe ‘Meedoenregeling’ (samenvoeging) en ophogen inkomensgrens € 91.326 Verhogen inkomensgrens kindregelingen € 58.108 + Programmakosten scenario 1 € 149.434* extra per jaar *Dit bedrag exclusief de extra uitvoeringskosten.

Scenario 3: als scenario 1, EN de inkomensgrens van het Volwassenenfonds Sport & Cultuur wordt opgehoogd naar 130% van het wettelijk sociaal minimum.

Samenvoegen Meedoenregeling en ophogen inkomensgrens kindpakket Als in scenario 1. Inkomensgrens Volwassenenfonds Sport & Cultuur De inkomensgrens van het Volwassenenfonds Sport & Cultuur wordt verhoogd naar 130% van het wettelijk sociaal minimum. Hiermee wordt met name de doelgroep werkende armen bereikt. Met deze maatregel kunnen ook inwoners met een inkomen tussen de 120% en 130% van het wettelijk sociaal minimum deelnemen aan sport- of culturele activiteiten. Inwoners met een laag inkomen hebben relatief vaker te maken van gezondheidsproblemen, zoals overgewicht en meer stress en angst. Het stimuleren van maatschappelijke deelname kan hier een positief effect op hebben. Op basis van de situatie en het scenario waarbij wordt uitgegaan van de energieprijzen per 1 november 2022 inclusief de energietoeslag, is er sprake van een armoedeval bij 120% naar 130% van het wettelijk sociaal minimum. Deze maatregel heeft het gunstigste effect op de armoedeval en heeft behalve het implementeren (communicatie) geen extra gemeentelijke administratieve lasten / uitvoeringskosten heeft. De regeling wordt uitgevoerd door het Volwassenenfonds Sport & Cultuur.

Kanttekeningen: • Als in scenario 1, en; • Op basis van het huidige energieprijspeil (per 26 juni 2023), is het ophogen van de inkomensgrens van het Volwassenenfonds Sport & Cultuur niet noodzakelijk, omdat er met de huidige inkomensgrens geen sprake is van armoedeval. Dit was wel het geval in november 2022 toen het onderzoek werd uitgevoerd. Te treffen maatregelen: • Als in scenario 1, en; • Aanpassing overeenkomst met het Volwassenenfonds Sport & Cultuur. Geraamde kosten: Nieuwe ‘Meedoenregeling’ (samenvoeging) Verhogen inkomensgrens kindregelingen

€ 57.576 € 58.108 pag. 5/17

Verhogen inkomensgrens Volwassenenfonds Sport & Cultuur Programmakosten scenario 3

€ 56.250 + € 171.934 extra per jaar

3.3 Aanvullingen op de scenario's Op 5 juli 2022 heeft Leefbaar Krimpenerwaard motie M22-044 ingebracht, waarin het college werd verzocht om de inkomensgrens van de regeling ‘OV-Meedoenpas voor ouderen’ te verhogen naar 130% van het wettelijk sociaal minimum. Deze motie is destijds aangehouden, omdat deze meegenomen zou worden in de herijking van het minimabeleid. Daarnaast pleiten de Adviesraad Sociaal Domein en de Clientenraad ervoor om de doelgroep van de regeling te verruimen naar alle inwoners met een inkomen tot 120% van het wettelijk sociaal minimum, en dus niet alleen AOW-gerechtigden. Naar aanleiding hiervan zijn de onderstaande twee opties uitgewerkt, welke toegevoegd kunnen worden aan één van de scenario's.

Optie 1: De inkomensgrens van de regeling ‘OV-Meedoenpas ouderen' wordt verhoogd naar 130% van het wettelijk sociaal minimum. Of Optie 2: Regeling ‘Gratis openbaar vervoer’ voor alle inwoners met een inkomen tot 120% van het wettelijk sociaal minimum.

Optie 1: inkomensgrens OV-Meedoenpas ouderen De inkomensgrens van de regeling ‘OV-Meedoenpas ouderen’ wordt verhoogd naar 130% van het wettelijk sociaal minimum. Deze maatregel zorgt ervoor dat meer ouderen in aanmerking kunnen komen voor de regeling met het doel om eenzaamheid bij oudere minima te voorkomen. Kanttekening: Het bereik van de huidige regeling is laag (86 van de 468 AOW-gerechtigde huishoudens / 18%), mogelijk door corona-effecten. Maar ook het afgelopen jaar is er nauwelijks stijging van het gebruik van deze regeling, ondanks bekendmaking van regeling. Verwachting is niet dat bij een hogere inkomensgrens het gebruik enorm toeneemt. Optie 2: doelgroep wordt verruimd en aangepast naar nieuwe regeling ‘Gratis openbaar vervoer’ De doelgroep wordt verruimd naar alle inwoners met een inkomen tot 120%. De naam van de regeling wordt aangepast naar de regeling ‘Gratis openbaar vervoer'. Deze maatregel wordt bepleit door de Adviesraad Sociaal Domein en de Clientenraad, en dus wenselijk vanuit de minima zelf. Het zorgt ervoor dat voorzieningen, uitstapjes en werkgelegenheid bereikbaar worden voor alle inwoners in de Krimpenerwaard. Dit komt ook overeen met buurtgemeente Krimpen aan de IJssel. In Krimpen aan de IJssel wordt de doelgroep eveneens per 1 januari 2024 verruimd naar alle minima (inclusief kinderen) in plaats van alleen ouderen.

Kanttekeningen: • Het bereik van de regeling is nog lastig in de schatten. Bij de berekening van de kosten wordt uitgegaan van een gemiddeld bereik van 35%. • Deze regeling brengt extra gemeentelijke administratieve lasten / uitvoeringskosten met zich mee. De regeling wordt uitgevoerd door de gemeente en het verruimen van de doelgroep zorgt voor meer pag. 6/17

aanvragen. Deze regeling is alleen uitvoerbaar als de inkomensgrens gelijk is aan de andere regelingen (120% van het wettelijk sociaal minimum), zodat regelingen gelijktijdig kunnen worden beoordeeld/toegekend. Op dit moment wordt de regeling voor onbepaalde tijd aan AOW-gerechtigden toegekend, omdat het inkomen van een AOW-gerechtigden niet meer wijzigt. Bij het verruimen van de doelgroep zal de uitvoering steekproefsgewijs (net zoals bij de collectieve zorgverzekering) moeten controleren of inwoners nog wel voor de regeling in aanmerking komen. Te treffen maatregelen: • Nieuwe overeenkomst met Arriva • Wijzigen van de Beleidsregels Werk, Participatie en Inkomen Krimpenerwaard 2023; • Wijzigen van aanvraagformulieren, beschikkingen en werkprocessen (implementatie); • Steekproef inregelen. Geraamde kosten optie 1: Uit het onderzoeksrapport van KWIZ B.V. blijkt dat bij een inkomensgrens van 120% van het wettelijk sociaal maken 86 van de 468 (AOW-gerechtigde) huishoudens gebruik van de regeling (circa 18%). 31% van alle minimahuishoudens heeft een AOW-uitkering. Bij een inkomensgrens van 130% van het wettelijk sociaal minimum zijn er volgens het rapport circa 658 AOW-gerechtigde huishoudens. Met een bereik van 18% is dat 118 huishoudens. Verschil is 32 huishoudens. Wanneer je uitgaat van twee AOW-gerechtigde per huishoudens betekent dat een toename van 64 personen.

64 x € 75,- = € 4.800,- per jaar Geraamde kosten optie 2: Uit het onderzoeksrapport van KWIZ B.V. blijkt dat er 1.751 volwassenen en 513 kinderen tot 18 jaar in de Krimpenerwaard wonen met een inkomen tot 120% van het wettelijk sociaal minimum. Kinderen 0-11 jaar: Kinderen 12-17 jaar: Volwassenen 18+:

gratis € 37,50 per persoon per jaar € 75,- per persoon per jaar

1.751 x € 75,- = 513 x € 37,50 = Totaal:

€ 131.325,€ 19.237,50 + € 150.562,50 x schatting bereik van 50% = € 75.281,25

Minus de huidige raming van € 20.000,- is er om de doelgroep van de regeling te verruimen € 55.281,25 (excl. extra uitvoeringskosten) extra budget nodig. Bij bovenstaande berekening is er geen rekening gehouden mee gehouden dat kinderen van 0 t/m 11 jaar gratis onder begeleiding van een volwassene mogen reizen. Daarnaast zitten er in deze minimadoelgroep ook mensen die al een vervoersoplossing hebben; denk hierbij aan Wmo, statushouders en leerlingenvervoer.

pag. 7/17

4. Conclusie en advies van het college aan de raad

Kies voor de herijking van het minimabeleid voor scenario 1. Vanuit scenario 1 worden twee bestaande regelingen samengevoegd en wordt de inkomensgrens van het kindpakket opgehoogd naar 130% van het wettelijk sociaal minimum. + regeling ‘Gratis openbaar vervoer’ voor alle inwoners met een inkomen tot 120% van het wettelijk sociaal minimum.

Uit het onderzoeksrapport van KWIZ B.V. blijkt dat ons minimabeleid ruimhartig is. Op basis van het huidige energieprijspeil (per 26 juni 2023), is het ophogen inkomensgrenzen niet strikt noodzakelijk, omdat er met de huidige inkomensgrenzen geen sprake is van armoedeval. Dit was wel het geval in november 2022 toen het onderzoek werd uitgevoerd. Echter laten de berekeningen (per peildatum 1 november 2022 en 26 juni 2023) ook zien dat de financiële situatie van minima huishoudens in een kort tijdsbestek door externe factoren snel kan veranderen, zonder dat zij daar invloed op hebben. Minimahuishoudens zijn een kwetsbare doelgroep. Steeds meer huishoudens hebben moeite om rond te komen. Vooral bij de kindregelingen (Stichting Leergeld en het Jeugdfonds Sport & Cultuur) zien we het afgelopen jaar een forse stijging in het aantal aanvragen. In het coalitieakkoord en in de visie van het sociaal domein is opgenomen dat het hebben van bestaanszekerheid voor sommige inwoners niet vanzelfsprekend is. Deze inwoners ondersteunen we zodat zij hun bestaanszekerheid kunnen opbouwen. Kinderen die opgroeien in huishoudens met een laag inkomen verdienen specifiek aandacht. Scenario 1 sluit hier goed bij aan.

Het college acht het zeer wenselijk om de inkomensgrens van de kindpakket (Stichting Leergeld, het Jeugdfonds Sport en Stichting Babyspullen) op te hogen naar 130% van het wettelijk sociaal minimum. Door deze maatregel wordt met name de groep werkende armen bereikt. Deze maatregel zal bijdragen aan het bestrijden van armoede en sociale uitsluiting bij gezinnen met een laag inkomen en voorkomt dat er problemen ontstaan op andere gebieden, zoals mentale- en fysieke gezondheid, onderwijs, wonen, werken, opvoeding en veiligheid. Juist deze regelingen helpen kinderen die opgroeien in huishoudens met een laag inkomen om mee te doen met school-, sport- en culturele activiteiten. Daarnaast hanteren omliggende gemeenten (Rotterdam, Gouda en Waddinxveen) ook een inkomensgrens van 130% van het wettelijk sociaal minimum als inkomensgrens van hun kindregelingen. Het college sluit hier graag bij aan. Verder dankt het college de Adviesraad Sociaal Domein en de Cliëntenraad voor de aanbevelingen. Dit is een waardevolle inbreng. Zowel de Adviesraad Sociaal Domein, als de Cliëntenraad pleiten ervoor om de doelgroep van de regeling ‘OV-Meedoenpas ouderen’ te verruimen naar alle inwoners met een inkomen tot 120% van het wettelijk sociaal minimum, en dus niet alleen de AOW-gerechtigden. Het college neemt deze aanbeveling over.

Wanneer alle minima (inclusief kinderen) in de daluren gratis kunnen reizen met het openbaar vervoer in de Krimpenerwaard en omgeving worden voorzieningen, uitstapjes en werkgelegenheid bereikbaar voor alle inwoners in de Krimpenerwaard. Voor gezinnen met weinig besteedbaar geld kan deze regeling echt het verschil betekenen. Ook wordt door de Adviesraad Sociaal Domein en de Clientenraad verzocht de (oude) witgoedregeling weer in het leven te roepen. Deze regeling is op 1 januari 2017 afgeschaft, omdat het op grond van de Participatiewet niet meer toegestaan was om categoriale bijzondere bijstand te verstrekken. In plaats daarvan zijn de bedragen van de individuele inkomenstoeslag opgehoogd. Uit het onderzoek van KWIZ B.V. blijkt dat we het aantal regelingen in de Krimpenerwaard groot is, wat voor onduidelijkheid zorgt. Het college kiest er daarom voor om

pag. 8/17

de (in verhouding hoge) bedragen van de individuele inkomenstoeslag zo te houden en niet in de zetten op een witgoedregeling. Naast de inhoud van het minimabeleid is de toegankelijkheid (vereenvoudigen) en de bekendheid onder de doelgroep (bereik) een belangrijk aandachtspunt. Hierop willen wij ons gaan focussen de komende jaren. Daarom stellen we voor om de regelingen 'Participatie en werk’ en ‘Maatschappelijke deelname voor ouderen’ samen te voegen naar de nieuwe ‘Meedoenregeling'. Het samenvoegen naar één regeling met een duidelijke term zorgt voor duidelijkheid en bekendheid bij inwoners en maatschappelijke organisaties. Tevens zullen we de aanvraagprocedures en formulieren eenvoudiger en laagdrempeliger maken. Tot slot zullen wij een communicatieplan opstellen met concrete acties om het bereik van de regelingen onder onze inwoners te vergroten tot gemiddeld 35%. Voor deze communicatie geldt: alles op B1-niveau (begrijpelijke taal), pictogrammen en met aandacht voor bejegening en beeldvorming van de minimadoelgroep.

pag. 9/17

Bijlage 1 – Aanbevelingen Adviesraad Sociaal Domein

pag. 10/17

pag. 11/17

Bijlage 2 – Aanbevelingen Cliëntenraad

pag. 12/17

pag. 13/17

pag. 14/17

Bijlage 3 – Beschrijving huidige minimaregelingen Kwijtschelding gemeentelijke belasting De gemeente moet bij het vaststellen van kwijtschelding rekening houden met de Leidraad Invordering. Dit is de basisregeling voor kwijtschelding van gemeentelijke belastingen. Kwijtschelding kan worden aangevraagd door inwoners met een inkomen op of onder het bijstandsniveau en onvoldoende eigen vermogen. In 2022 maakten 65% (684 huishoudens) van de minimahuishoudens hiervan gebruik. Uitgaven in 2022: € 337.089,Bijzondere bijstand Deze regeling heeft een wettelijke grondslag (Participatiewet). Voor de bijzondere bijstand wordt een inkomensgrens van 110% met een staffel naar 150% van het wettelijk sociaal minimum toegepast. In 2022 maakten 21% (251 huishoudens) van de minimahuishoudens gebruik van bijzondere bijstand. De focus gaat hierbij uit naar maatwerk (specifiek bij langdurige minima). Uitgaven in 2022: € 295.677,-. Individuele Inkomenstoeslag Deze regeling heeft eveneens een wettelijke grondslag (Participatiewet). Voor de Individuele Inkomenstoeslag wordt een inkomensgrens van 120% van het wettelijk sociaal minimum toegepast. Met deze inkomensgrens en de daarnaast relatief hoge bijdrage ondersteunt de gemeente de langdurige minima. Zij worden met deze bijdrage ondersteund in het participeren in de samenleving.

In 2022 maakten 56% (455 huishoudens) van de minimahuishoudens gebruik van de individuele inkomenstoeslag. Uitgaven in 2022: € 249.958,-. Studietoeslag Deze regeling heeft eveneens een wettelijke grondslag (Participatiewet). In 2022 hebben 10 personen gebruik gemaakt van deze regeling. Uitgaven in 2022: € 22.533,87 Collectieve zorgverzekering De collectieve zorgverzekering is een vorm van de bijzondere bijstand en heeft eveneens een wettelijke grondslag (Participatiewet). Voor de collectieve zorgverzekering wordt een inkomensgrens van 120% van het wettelijk sociaal minimum toegepast. In 2022 maakten 35% (553 huishoudens) van de minimahuishoudens gebruik van de collectieve zorgverzekering. De overeenkomsten met VGZ en Zorg en Zekerheid eindigen op 31 december 2025. In 2025 wordt de inhoud van de collectieve zorgverzekering en worden de zorgverzekeringsmaatschappijen geëvalueerd. Uitgaven in 2022: € 236.227,-. Regeling ‘Meerkosten chronisch zieken’ De regeling meerkosten chronisch zieken is een gemeentelijke regeling en vindt zijn grondslag in de Wmoverordening. De vergoeding is bedoeld om mensen met de laagste inkomens, die te maken hebben met bijzondere extra kosten door een chronische ziekte of een beperking, te ondersteunen. De inkomensgrens van de regeling meerkosten chronisch zieken is 120% van het wettelijk sociaal minimum.

In 2022 hebben 83 huishoudens gebruik gemaakt van deze regeling. Regeling ‘Participatie en werk’ De regeling Participatie en werk is een gemeentelijk regeling en heeft als doel dat volwassenen (21 jaar tot AOW-gerechtigde leeftijd) mee kunnen doen aan maatschappelijke activiteiten en op die manier kunnen deelnemen aan de samenleving. Voor deze regeling wordt een inkomensgrens van 120% van het wettelijk sociaal minimum gehanteerd. In 2022 maakten 29% (471 huishoudens) van de minimahuishoudens gebruik van deze regeling. Uitgaven in 2022: € 156.577,-.

pag. 15/17

Regeling ‘Maatschappelijke deelname voor ouderen’ De regeling ‘Maatschappelijke deelname voor ouderen’ is een gemeentelijke regeling en heeft als doel dat ouderen mee kunnen doen aan maatschappelijke activiteiten en op die manier kunnen deelnemen aan de samenleving. Voor deze regeling wordt een inkomensgrens van 120% van het wettelijk sociaal minimum gehanteerd. In 2022 maakten 7% (31 huishoudens) van de AOW-gerechtigde minimahuishoudens gebruik van deze regeling. Uitgaven in 2022: € 5.180,-. Regeling ‘Sport en cultuur voor volwassenen’ De regeling ‘Sport en cultuur voor volwassenen’ is een gemeentelijke regeling en wordt uitgevoerd door het Volwassenenfonds Sport & Cultuur. Volwassenen (18+) kunnen via een tussenpersoon (intermediair) een aanvraag doen voor een bijdrage voor sport- en cultuuractiviteiten. Bij deze regeling geldt een inkomensgrens van 120% van het wettelijk sociaal minimum. In 2022 maakten 7% (153 personen) gebruik van deze regeling. Uitgaven in 2022: € 60.000,-. Dit was een pilotjaar. In 2023 is het budget verhoogd naar € 100.000,-. Regeling ‘OV-Meedoenpas ouderen’ De regeling ‘OV-Meedoenpas ouderen’ is een gemeentelijke regeling en heeft als doel om eenzaamheid onder ouderen te voorkomen. Bij deze regeling geldt een inkomensgrens van 120% van het wettelijk sociaal minimum.

In 2022 maakten 17% (86 huishoudens) van de AOW-gerechtigde minimahuishoudens gebruik van de regeling. Uitgaven in 2022: € 16.893,- van de geraamde € 20.000,Kindregelingen In de gemeente Krimpenerwaard groeien 1.026 kinderen op in een huishoudens met een inkomen tot 120% van het wettelijk sociaal minimum. Om armoede onder kinderen tegen te gaan en kinderen gelijke kansen te bieden heeft de gemeente meerdere kindregelingen die worden uitgevoerd door Stichting Leergeld, het Jeugdfonds Sport en

Cultuur en Stichting Babyspullen. • • •

Stichting Leergeld: 718 kinderen. Uitgaven in 2022: € 135.189,-.. Dit is meer dan het geraamde budget van € 125.000,Jeugdfonds Sport en Cultuur: 382 kinderen. Uitgaven in 2022: € 112.930,-. Dit is meer dan het geraamde budget van € 85.000,-. Stichting Babyspullen: 37 babypakketten verstrekt in 2022. Uitgaven in 2022: € 1.850,-.

pag. 16/17

Bijlage 4 – doelen beleidsrad Sociaal Economische Status

pag. 17/17

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Krimpenerwaard&id=82a0b60f-202e-4801-882b-035c3a1e69b9