Nota van beantwoording reactie zienswijzen 16062021 (108448) (1.0).Pdf
Tekst van het document
NOTA VAN BEANTWOORDING Reactie op ingebrachte zienswijzen ten aanzien van Plan van Scholen 2022-2025 In reactie op de aanvraag van de Stichting Onderwijs om het Integraal Kindcentrum “IKC Cadans” in het Plan van Scholen 2022-2025 op te nemen zijn zowel deze stichting als aanvrager en de overige schoolbesturen met basisscholen in de gemeente Krimpenerwaard als belanghebbenden, per brief van 19 mei 2021 in de gelegenheid gesteld om hun zienswijze kenbaar te maken ten aanzien van het voorgenomen besluit inhoudende het niet inwilligen van de aanvraag van de Stichting Onderwijs. Stichting Onderwijs Bij schrijven van 3 juni 2021 heeft de Stichting Onderwijs haar zienswijze kenbaar gemaakt ten aanzien van het voorgenomen besluit tot afwijzing van de aanvraag. De aanvrager is van oordeel dat de aanvraag aan alle eisen voldoet en is het niet eens met de beoordeling van de aanvraag daar waar het gaat om het voedingsgebied en de richting van de school. Ten aanzien van het voedingsgebied is de aanvrager van oordeel dat daar waar het gaat om de vergelijking tussen de gemeenten Utrechtse Heuvelrug en Krimpenerwaard uitgegaan dient te worden van de gehele gemeente als voedingsgebied en niet naar slechts één kern zoals dat in het voorgenomen besluit is gedaan, namelijk respectievelijk Maarn en Schoonhoven.
Als het gaat om de richting van de school wijst de aanvrager erop dat de school waarmee het vergelijk is gemaakt, basisschool De Ladder, bij DUO staat geregistreerd als een algemeen bijzondere school en dus wel een goede referentie is. De ontstaansgeschiedenis en de huidige geloofsovertuiging zijn naar het oordeel van de aanvrager niet relevant. De aanvrager die verzoekt om opname van een school in het plan van scholen dient blijkens de jurisprudentie aannemelijk te maken dat tussen het gekozen voedingsgebied en de gewenste plaats van vestiging van de school in zoverre een relatie bestaat, dat aannemelijk is dat daadwerkelijk en in voldoende mate leerlingen uit het gekozen gebied zullen worden aangetrokken. Zoals in de rapportage bij het raadsvoorstel is overwogen, is door het nemen van de gehele Krimpenerwaard als voedingsgebied en Schoonhoven als gewenste plaats van vestiging onvoldoende aannemelijk dat er daadwerkelijk voldoende leerlingen uit het gekozen gebied zullen worden aangetrokken. Het aantal leerlingen dient conform artikel 76 van de Wpo te worden gebaseerd op een leerlingenprognose die gegevens bevat omtrent het voedingsgebied. De criteria waaraan deze prognose dient te voldoen staan in de modelverordening voorzieningen huisvesting onderwijs zoals die wordt opgesteld door de VNG.
Conform deze verordening wordt onder het voedingsgebied verstaan het gebied waaruit het overgrote deel van de leerlingen afkomstig zal zijn. Voor zowel de Utrechtse Heuvelrug als Krimpenerwaard dient daarbij naar het oordeel van het college gekeken te worden naar de kern Maarn respectievelijk de kern Schoonhoven. Dit omdat in deze plaatsen respectievelijk 91% en 94% van de basisschoolleerlingen woonachtig is in het postcodegebied van de eigen school. Naast het feit dat de kernen Maarn en Schoonhoven niet vergelijkbaar zijn qua onderwijsaanbod zoals toegelicht in het voorgenomen besluit, is dit ook relevant omdat voor Schoonhoven in de leerlingenprognose een lichte daling wordt verwacht van het totaal aantal leerlingen, de basisgeneratie. Dit terwijl in de door de aanvrager gehanteerde prognose wordt uitgegaan van een stijging van het aantal leerlingen, een stijging dus die zich in de andere kernen voordoet dan in Schoonhoven. Het hanteren van de gehele gemeente als voedingsgebied doet dus geen recht aan de situatie dat de leerlingen daadwerkelijk voor
Pagina | 1
veruit het grootste deel uit Schoonhoven zullen komen en geeft daarmee een vertekend beeld omdat in de gemeente niet overal dezelfde ontwikkeling van het leerlingenaantal plaatsvindt. In het voorgenomen besluit is aangegeven dat basisschool De Ladder in Maarn niet als representatieve referentie kan worden gebruikt omdat het hier qua richting niet om een algemeen bijzondere school gaat maar dat het een Oecumenische school is die zich ook als oecumenische school profileert. De aanvrager is van mening dat dit niet van belang is en dat slechts van belang is hoe de school is geregistreerd bij DUO. Kijkend naar artikel 76 van de Wpo dan dient de belangstelling voor een te stichten school te worden bepaald aan de hand van het belangstellingspercentage van een school van die richting in een vergelijkbare gemeente. Hierbij wordt allereerst niet expliciet gesteld dat de registratie van die school bij DUO daarbij doorslaggevend is. Daar komt bij dat voor de keuze die ouders maken voor een bepaalde school uiteraard niet bepalend is hoe die school in de administratie bij DUO staat geregistreerd maar zal leidend zijn op basis van welke grondslag/richting de school daadwerkelijk actief is. In het geval van basisschool De Ladder is dat dus een oecumenische grondslag.
Het gegeven dat ouders kiezen voor een school op oecumenische grondslag in Maarn zegt dus niets over een te verwachten belangstellingspercentage van een algemeen bijzondere school in Schoonhoven. Als het gaat om het aannemelijk maken dat daadwerkelijk en in voldoende mate leerlingen zullen worden aangetrokken voor deze school dan is de grondslag waarop de school functioneert en zich in de markt zet naar het oordeel van het college van groter belang dan hoe de school in een administratief systeem staat geregistreerd. Door de aanvrager wordt overigens gesteld dat op didactisch en pedagogisch vlak er wel veel raakvlakken zijn tussen basisschool De Ladder en IKC Cadans. Volgens de op deze aanvraag van toepassing zijnde wet is als het gaat om de te maken vergelijking met een reeds bestaande school echter alleen de richting van die school relevant en niet het onderwijsinhoudelijk concept. Daarbij kan overigens ook nog worden opgemerkt dat de in de vergelijking opgenomen aspecten ook worden aangeboden door de scholen in de gemeente Krimpenerwaard, echter die vergelijking is niet gemaakt door de aanvrager. Het zijn dus geen onderscheidende elementen ten aanzien van de reeds bestaande scholen.
Gelet op de bovenstaande punten blijft het college van oordeel dat niet aannemelijk is gemaakt dat de school daadwerkelijk voldoende leerlingen zal trekken om binnen vijf jaar de stichtingsnorm te halen en gedurende 15 jaar boven de stichtingsnorm zal blijven zitten. Daar komt bij dat ook in de zienswijze van de aanvrager niet op een andere wijze is aangetoond dat er bij de bevolking in de gemeente Krimpenerwaard en Schoonhoven in het bijzonder behoefte is aan de gewenste school. De aanvrager heeft geen contact of overleg gehad met de reeds in de gemeente aanwezige schoolbesturen en is ook niet ingegaan op de uitnodiging voor overleg met het college. De aanvraag die de aanvrager heeft gedaan is de laatste die nog op basis van de wet kon worden gedaan zoals die gold voor 1 februari 2021. Vanaf nu is voor het aanvragen van het stichten van een nieuwe school de richting van een school niet meer doorslaggevend en is het in het alle gevallen noodzakelijk om een belangstellingsmeting uit te voeren onder potentiële ouders. De inschatting van de belangstelling op basis van een vergelijking met een vergelijkbare gemeente is dus niet meer mogelijk. Ook is het voortaan verplicht om voorafgaand aan de aanvraag met de bestaande schoolbesturen, het samenwerkingsverband passend onderwijs en de gemeente overleg te voeren over de plannen.
Daarbij kan ook worden bekeken of de wensen van ouders en leerlingen niet ingepast kunnen worden in het huidige aanbod. Het is duidelijk dat de aanvrager met de nu ingediende aanvraag en de wijze waarop deze is ingediend niet vooruit heeft willen lopen op deze procedure.
Pagina | 2
PCPO Krimpenerwaard Bij schrijven van 25 mei 2021 heeft PCPO Krimpenerwaard haar zienswijze kenbaar gemaakt ten aanzien van het voorgenomen besluit. Dit schoolbestuur onderschrijft het voorgenomen besluit om de aanvraag van de Stichting Onderwijs af te wijzen. Hoewel dat zoals hierboven is aangegeven op dit moment nog geen beoordelingscriterium is, bevestigt dit schoolbestuur dat er binnen de gemeente Krimpenerwaard reeds een IKC-aanbod is en ook dat Unit-onderwijs reeds wordt aanboden, te weten in De Sterrenboom in Stolwijk. In zoverre biedt de nieuwe school dus geen meerwaarde ten opzichte van het huidige aanbod. Het schoolbestuur vraagt nog aandacht voor het gegeven dat de komst van een nieuwe school betekent dat de leerlingen over meer scholen zullen moeten worden verdeeld en dat de gemiddelde schoolgrootte dus zal afnemen. Als gevolg daarvan kan de instandhouding van kleine scholen onder druk komen te staan, zeker als die in stand worden gehouden met de systematiek van de gemiddelde schoolgrootte. De gemeente telt met ingang van 1 augustus 2021 25 basisscholen waarvan er 5 scholen rond de opheffingsnorm zitten.
Hoewel dit aspect op grond van de Wpo geen criterium is bij het beoordelen van een aanvraag voor plaatsing op het Plan van Scholen en dit aspect door het college dan ook niet is meegenomen in het voorgenomen besluit, hecht ook het college aan het kunnen behouden van de huidige spreiding van de onderwijsvoorzieningen. De Groeiling en de Stichting Onderwijs Primair De schoolbesturen De Groeiling en de Stichting Onderwijs Primair hebben bij schrijven van 10 juni 2021 een gezamenlijke zienswijze toegezonden. Ook deze schoolbesturen onderschrijven de analyse zoals neergelegd in het voorgenomen besluit en wijzen ook op het reeds aanwezige diverse onderwijsaanbod, zowel qua richting als qua onderwijsinhoud, te weten het Unit-onderwijs. De besturen geven aan dat zij graag de handschoen oppakken om onder potentiële ouders een behoeftepeiling te doen die besproken kan worden met het cluster van scholen in het lokale overleg. Een overleg kan ertoe leiden dat een bestaande school de wensen van ouders en leerlingen inpast aldus deze besturen. Het starten van een nieuwe school is dan niet meer nodig. Hetgeen hier wordt voorgesteld door De Groeiling en de Stichting Onderwijs Primair past volledig in de werkwijze zoals die van toepassing is op aanvragen voor nieuwe scholen die worden ingediend na 1 februari 2021 en zoals die hierboven is geschetst.
Conclusie Gelet op het bovenstaande ziet het college in de zienswijze van de aanvrager geen nieuwe feiten en/ofomstandigheden die het noodzakelijk maken tot een aanpassing van het voorgenomen besluit te komen en ziet het college de reactie van de andere schoolbesturen als ondersteunend aan dat voorgenomen besluit.
Pagina | 3