CConstaterende datKrimpenerwaard
Koppel je AI →
Document · PDF

Nota Dierenwelzijn 2024-2027 - geamendeerd

Raadsvergadering 19 maart 2024, gemeente KrimpenerwaardBij agendapunt: (B) Nota Dierenwelzijn 2024-20275.934 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Nota Dierenwelzijn 2024-2027 Gemeente Krimpenerwaard Vastgesteld door de gemeenteraad op 19 maart 2024

Inhoudsopgave 1. Opbouw nota dierenwelzijn 1.1. Inleiding 1.2. Terugblik

3 3 4

2. Wettelijk kader 2.1. Wet dieren 2.2. Wet natuurbescherming 2.3. Zorgplicht in Wet dieren en Omgevingswet 2.4. EU-verordeningen tegen schadelijke uitheemse soorten 2.5. Omgevingsverordening Zuid-Holland

5 5 5 6 6 7

3. Uitvoering wettelijke taken 3.1. Opvang huisdieren 3.2. Vervoer, zorg en opvang overige dieren 3.3. Ruimtelijke ordening

8 8 9 9

4. Dierenwelzijn in de Krimpenerwaard 4.1. Gezelschapsdieren, hobbydieren en landbouwdieren 4.2. Dierenmishandeling 4.3. Dieren in het wild

11 11 12 13

5. Actiepunten 2024-2027

16

6. Financiën

17

6. Inwerkingtreding nota

18

1 Opbouw nota dierenwelzijn 1.1. Inleiding Aanleiding De Nota Dierenwelzijn 2019-2022 krijgt bij deze een vervolg, in de vorm van een nieuwe nota voor 2024-2027. De gemeente wil het in 2016 ingezette beleid voor dierenwelzijn voortzetten. Bij het opstellen van de nieuwe nota dienen de ervaringen van de afgelopen drie jaar te worden betrokken, met een terugblik naar de eerdere doelstellingen. De nieuwe nota geeft ook invulling aan het coalitieakkoord 2022-2026 ‘Vitaal Vooruit!’. In dit akkoord wordt genoemd dat ‘de Nota Dierenwelzijn wordt aangevuld met biodiversiteit met specifieke aandacht voor de bestrijding van exotische diersoorten zoals de Amerikaanse rivierkreeft’. Naast dierenwelzijn is biodiversiteit in zijn algemeenheid een thema van deze nota, hoewel in de Wet natuurbescherming geen verplichtingen zijn opgenomen voor gemeenten tot het treffen van actieve soortenbeschermingsmaatregelen. ‘Biodiversiteit vergroten’ is een speerpunt van de in 2022 vastgestelde Omgevingsvisie van de gemeente.1 Het onderdeel biodiversiteit in deze Nota Dierenwelzijn beperkt zich tot de fauna en specifiek invasieve exoten.

Proces Voorafgaand aan het opstellen van de nieuwe nota is een terugblik op hoofdlijnen van de in de voorgaande Nota Dierenwelzijn (2019-2022) benoemde actiepunten uitgevoerd. Zie hieronder (§ 1.2) voor deze terugblik. De terugblik op de actiepunten is uitgevoerd op basis van intern overleg met betrokken ambtenaren, wethouder en een overleg met een aantal externe partijen (Dierenbescherming, LTO, Wildbeheereenheid, Centrum voor Dierenhulpverlening, Natuur- en Vogelwerkgroep, Politie en Zuid-Hollands Landschap). Een concept van deze nota is voor commentaar voorgelegd aan deze externe partijen en ook aan Staatsbosbeheer, de Hengelsportverenigingen, agrarische natuurvereniging Weidehof en de Agrarische jongeren die niet aanwezig waren bij het overleg. Met de externe partijen is afgesproken elke twee jaar bij elkaar te komen om actualiteiten uit te wisselen en van elkaar te leren. Contactgegevens zijn uitgewisseld om elkaar in de tussenliggende periode snel te kunnen raadplegen of informeren. Daarnaast zijn de wettelijke taken van de gemeente geduid: waar heeft de gemeente een verantwoordelijkheid, voor welke onderwerpen kan dit worden ingevuld en over welke onderwerpen heeft de gemeente géén zeggenschap. Voorafgaand aan de vaststelling door de gemeenteraad is een ontwerp van deze nota besproken in een oordeelsvormende commissievergadering.

In de nieuwe nota komen gezelschapsdieren, landbouwdieren (vee) en in het wild levende dieren aan bod. De thema’s lopen uiteen van signaleren en opvangen van dieren in nood, tot welzijn van vee, tot het behoud van de diversiteit aan in het wild levende dieren in de Krimpenerwaard. De nota dient inzicht te verschaffen in wat de gemeente kan doen op het gebied van dieren(welzijn) en welke verantwoordelijkheden zij heeft. 1

Speerpunt 3.5.15 in: Gemeente Krimpenerwaard [2022]. Omgevingsvisie Krimpenerwaard.

NL.IMRO.1931.SVG2001BG002-ON01

Nota Dierenwelzijn 2024-2027 - 3

1 1.2. Terugblik In de Nota Dierenwelzijn 2019-2022 zijn actiepunten benoemd. Hieronder is benoemd in hoeverre deze zijn behaald. l

l

l

l

l

l

Stichting Centrum voor Dierenhulpverlening, inclusief Dierenambulance en de honden- en kattenopvang van de Dierenbescherming in Gouda hebben de afgelopen jaren uitvoering gegeven aan de overeenkomst met de gemeente. In de voorgaande nota is opgenomen dat de gemeente dierartsen zal verzoeken om in hun praktijk consequent de aandacht te vestigen op het belang van het chippen van katten. De noodzaak van deze actie van de gemeente is vervallen aangezien de minister van LNV heeft aangekondigd dat het chippen van katten wettelijk verplicht zal worden. De exacte datum hiervan is nog niet bekend. Conform de voorgaande nota heeft de gemeente bij het opnieuw afsluiten van een overeenkomst met de dierenbescherming een addendum toegevoegd over Trap Neuter Release van verwilderde katten (zie § 4.3) met ingangsdatum 1 januari 2020 en einddatum 31 december 2023. Dit wordt na 2023 verder voortgezet. In de voorgaande nota is vastgelegd dat een jaarlijkse financiële bijdrage van €5.000,- aan Trap Neuter Return (TNR) projecten voor katten zal worden opgenomen in de begroting. Met ingang van 2020 is dit uitgevoerd. Aangekondigd werd dat de gemeenteraad jaarlijks een raadsinformatiebrief zou ontvangen over de uitvoeringsresultaten van het voorgaande jaar. In de coronaperiode is dit aan de aandacht ontsnapt.

Afgelopen jaar is er niet voor gekozen dit te doen, vanwege het aflopen van de oude nota en de werkzaamheden omtrent het opstellen van de nieuwe nota. De gemeente zou jaarlijks € 5.000 subsidie ter beschikking stellen voor activiteiten gericht op dierenwelzijn. Vanaf 2021 is dit opgenomen in een jaarlijkse subsidieregeling.

Nota Dierenwelzijn 2024-2027 - 4

2 Wettelijk kader De stelsels van twee wetten zijn een kader voor deze nota: de Wet dieren en de Wet natuurbescherming. Per 1 januari 2024 vervangt de Omgevingswet de Wet natuurbescherming. Daarom wordt in deze nota nog slechts beperkt verwezen naar de Wet natuurbescherming en vooral naar de bepalingen in het stelsel van de Omgevingswet. Zowel de Omgevingswet als de Wet dieren is een kaderwet. Dit betekent dat deze wetten zelf slechts een beperkt aantal regels stellen en daarnaast de mogelijkheid bieden om allerlei deelonderwerpen te regelen via Algemene Maatregelen van Bestuur (AMvB’s) en ministeriële regelingen.

2.1. Wet dieren De Wet dieren is de belangrijkste wet met betrekking tot gehouden dieren (onder andere landbouwdieren en gezelschapsdieren) en bundelt alle regels ten aanzien van deze dieren in één wet. In de Wet dieren is voor het eerst de erkenning van de intrinsieke waarde (eigenwaarde) van het dier wettelijk vastgelegd (artikel 1.3).

onderbouwde positieve huisdierenlijst voor zoogdieren van kracht wordt. Ook heeft de minister aangekondigd dat later dergelijke lijsten voor amfibieën, reptielen en vogels ingevoerd zullen worden.5

2.2. Wet natuurbescherming Per 1 januari 2017 trad de Wet natuurbescherming in werking. Deze wet vervangt de Natuurbeschermingswet 1998, de Boswet en de Flora- en faunawet. Het is daarmee de belangrijkste wet voor de bescherming van in het wild levende dieren, hun leefomgeving en Natura 2000-gebieden. De wet kent veel bevoegdheden toe aan de provincie en is daarmee het sluitstuk in de al eerder begonnen decentralisatie van het natuurbeleid. Zo zijn de provincies over het algemeen bevoegd gezag voor faunabeheer en het onder voorwaarden toestaan van afwijkingen van het beschermingsregiem, door het verlenen van Natura 2000-vergunningen en ontheffingen soortenbescherming bij bijvoorbeeld ruimtelijke ontwikkelingen en bouwactiviteiten. Per 1 januari 2024 zal de Omgevingswet een aantal wetten vervangen, waaronder de Wet natuurbescherming. Daarom wordt in deze nota over het algemeen niet meer verwezen naar de Wet natuurbescherming, maar naar de relevante bepalingen in het stelsel van de Omgevingswet.

Het verplicht chippen en registreren van honden is geregeld in een AMvB onder de Wet dieren.2 De minister van LNV heeft aangekondigd dat chippen en registreren van katten ook verplicht wordt.3 Al lange tijd streeft het rijk naar limitatieve lijsten van dieren die mogen worden gehouden als huisdieren. Vanaf 1 februari 2015 gold enkele jaren een positieve huisdierenlijst voor een eerste diergroep, namelijk zoogdieren. Naar aanleiding van uitspraken van het College voor Beroep voor het bedrijfsleven is deze positieve huisdierenlijst in 2018 evenwel via een vrijstellingsregeling in feite buiten werking gesteld.4 De minister van LNV heeft aangekondigd dat in 2024 een nieuwe beter

2

Besluit houden van dieren, hoofdstuk 3, § 4 Identificatie en registratie van honden.

3

Kamerstukken II 2022-2023 28 286 Nr. 1287 d.d. 19 januari 2023.

4

Staatscourant 2018, 23533, d.d. 26 april 2018.

5

Kamerstukken II 2022-2023 28 286 Nr. 1287 d.d. 19 januari 2023.

Nota Dierenwelzijn 2024-2027 - 5

2 2.3. Zorgplicht in Wet dieren en Omgevingswet Op grond van artikel 2.1 Wet dieren is het verboden om zonder redelijk doel of met overschrijding van hetgeen ter bereiking van zodanig doel toelaatbaar is, bij een dier pijn of letsel te veroorzaken dan wel de gezondheid of het welzijn van het dier te benadelen. Dit geldt zowel voor gehouden dieren als in het wild levende dieren. Verder kent de Omgevingswet een algemene zorgplicht voor de fysieke leefomgeving. Dit betekent dat iedereen die weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat zijn activiteit nadelige gevolgen kan hebben voor in het wild levende dieren, verplicht is: a. alle maatregelen te nemen die redelijkerwijs van hem kunnen worden gevraagd om die gevolgen te voorkomen, b. voor zover die gevolgen niet kunnen worden voorkomen: die gevolgen zoveel mogelijk te beperken of ongedaan te maken, c. als die gevolgen onvoldoende kunnen worden beperkt: die activiteit achterwege te laten voor zover dat redelijkerwijs van hem kan worden gevraagd.6

2.4. EU-verordeningen tegen schadelijke uitheemse soorten Vanwege EU-verordeningen tegen invasieve schadelijke uitheemse soorten is Nederland verplicht om maatregelen te treffen tegen een aantal exoten.7 Het gaat om de zogenoemde Unielijst invasieve exoten, die bij EU-verordening regelmatig wordt uitgebreid. De provincies zijn verantwoordelijk voor de bestrijding en beheersing van de invasieve exoten die in bijlage VC van het Besluit kwaliteit leefomgeving staan.8 Voor de overige invasieve exoten, zoals benoemd in de EU-verordeningen is het rijk verantwoordelijk9, met uitzondering van de beverrat en de muskusrat waar de waterschappen verantwoordelijk voor zijn.10 Daarmee blijft bij het rijk op dit moment de verantwoordelijkheid voor de Chinese wolhandkrab en de uitheemse rivierkreeften. Vanwege het belang van de visserij heeft het rijk de verantwoordelijkheid voor die soorten niet overgedragen aan de provincies. Zo heeft de minister van LNV voor uitheemse rivierkreeften en de Chinese wolhandkrab een vrijstelling verleend voor bevissing door geregistreerde bedrijven. Zonder deze vrijstelling zou bedrijfsmatige visserij op deze soorten in strijd zijn met de EU-invasieveexoten-basisverordening.

6

Artikel 1.7 Omgevingswet.

7

EU-verordening Nr. 1143/2014.

8

Artikel 2.18 eerste lid onder g 1o Omgevingswet, artikel 3.67 eerste lid Besluit kwaliteit leefomgeving.

9

Artikel 2.19 vijfde lid onder a 4o Omgevingswet.

10

Artikel 1 derde lid Waterschapswet.

11

Artikel 11.108, tweede lid, onder a Besluit kwaliteit leefomgeving, artikel 4.37 Omgevingsregeling.

Nota Dierenwelzijn 2024-2027 - 6

2 2.5. Omgevingsverordening Zuid-Holland De Omgevingsverordening Zuid-Holland, die in werking is getreden op 1 april 2019, regelt onder meer de planologische bescherming van het Natuurnetwerk Nederland en het faunabeheer gericht op beperking van schade en risico’s. Op 1 januari 2024 zal de Zuid-Hollandse Omgevingsverordening de verordening uit 2019 opvolgen. Dit zal beleidsneutraal gebeuren. De inhoud blijft dus hetzelfde. De verordening bevat een lijst met algemeen voorkomende diersoorten die voor ruimtelijke ontwikkeling, beheer en onderhoud vrijgesteld zijn van beschermingsbepalingen van de Wet natuurbescherming. De verordening bevat ook de bepaling dat de wildbeheereenheden handelen overeenkomstig de weidelijkheidsregels. De weidelijkheid is in de verordening als volgt gedefinieerd: het fatsoenlijk en respectvol omgaan met het landschap, de in het wild levende dieren en de mensen met wie de jager in contact komt, overeenkomstig de door de Jagersvereniging opgestelde gedragscode. Het Natuurnetwerk Nederland (NNN) kent planologische bescherming, in Zuid-Holland vastgelegd in de Omgevingsverordening Zuid-Holland. Het betreft een netwerk van bestaande en nieuw aan te leggen natuurgebieden.

Een bestemmingsplan voor gronden binnen het NNN wijst geen bestemmingen aan die de instandhouding en ontwikkeling van de wezenlijke kenmerken en waarden van deze gebieden significant beperken, of leiden tot een significante vermindering van de oppervlakte, kwaliteit of samenhang van die gebieden.12 Gedeputeerde Staten hebben op 9 april 2019 bij wijziging van de Omgevingsverordening Zuid-Holland de begrenzing van het NNN opnieuw vastgesteld, om de begrenzing in overeenstemming te brengen met het bestemmingsplan Natuurgebieden Veenweiden Krimpenerwaard.13

12

Artikel 6.24 eerste lid Omgevingsverordening Zuid-Holland.

13

Staatscourant 2019, 22673, d.d. 19 april 2019.

Nota Dierenwelzijn 2024-2027 - 7

3 Uitvoering wettelijke taken Vanzelfsprekend vervult de gemeente de taken op het gebied van dierenwelzijn en bescherming van wilde dieren die zij heeft op grond van wet- en regelgeving van het rijk en de provincie. Het gaat om de hieronder beschreven taken, waarbij beschreven wordt hoe de gemeente de betreffende taak vervult.

3.1. Opvang huisdieren

juridisch eigendom aan dat centrum af. In bewaring nemen van huisdieren op grond van bestuursdwang, valt conform de Algemene wet bestuursrecht ook onder de wettelijke taak van de gemeente. Het gaat hierbij om gedwongen opname van een eigenaar van een huisdier, met name op basis van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg, de Wet zorg en dwang of bij detentie. Hier geldt niet de boven genoemde bewaartermijn van 14 dagen, voordat de gemeente eigenaar wordt, maar een maximale bewaartermijn van 13 weken, waarna het eigendom naar de gemeente overgaat.18 Na 13 weken kan de eigenaar het huisdier dus niet meer opeisen. De gemeente zal na 13 weken het juridisch eigendom overdragen aan een dierenopvangcentrum. Dit geldt ook voor huisontruimingen.19

De vinder van een onbeheerd aangetroffen huisdier is verplicht om een melding te doen aan de gemeente, als hij het dier in bewaring neemt.14 Op verzoek van de vinder zijn gemeentes verplicht het dier in bewaring te nemen.15 De gemeente kan vorderen dat de vinder het dier in bewaring geeft.16 De gemeente moet het dier gedurende 14 dagen voor de eigenaar bewaren. De termijn van 14 dagen behoeft niet te worden in acht genomen, indien het dier slechts met onevenredig hoge kosten gedurende dat tijdvak kan worden bewaard, of doden om geneeskundige redenen vereist is.17 De gemeente Krimpenerwaard heeft voor vervoer en opvang van dieren afspraken gemaakt met de Stichting Centrum voor Dierenhulpverlening (‘dierenambulance Gouda’) en de Dierenbescherming. Wanneer de eigenaar zich niet binnen de termijn van 14 dagen meldt, wordt de burgemeester eigenaar van het dier. De burgemeester mag vervolgens ook bepalen wat er met het dier gebeurt. Meestal draagt de burgemeester het via een officiële eigendomsoverdracht op enig moment na verloop van de wettelijke bewaartermijn van 14 dagen over aan een dierenopvangcentrum en staat daarbij het

14

Burgerlijk Wetboek, Boek 5, artikel 5, eerste lid, onder a.

15

Burgerlijk Wetboek, Boek 5, artikel 5, derde lid.

16

Burgerlijk Wetboek, Boek 5, artikel 5, eerste lid, onder c.

17

Burgerlijk Wetboek, Boek 5, artikel 8, derde lid.

18

Artikelen 5.29 en 5.30 Algemene wet bestuursrecht.

19

Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering, Boek 2, artikel 556, derde lid.

Nota Dierenwelzijn 2024-2027 - 8

3 Honden en katten worden opgevangen in het Dierenopvangcentrum Gouda (van de Dierenbescherming). Voor kortdurende opvang wordt ook de locatie van het Centrum voor Dierenhulpverlening in Gouda gebruikt. Vanuit het opvangcentrum kan voor herplaatsing worden gezorgd. In de periode dat het dier door de gemeente wordt ‘bewaard’ is deze verantwoordelijk voor alle kosten voor verzorging en vervoer. Wanneer een eigenaar zich binnen de periode van 14 dagen of in het uitzonderlijke geval van 13 weken – bij gedwongen opvang – meldt of wordt achterhaald, zijn de gemaakte kosten voor zijn of haar rekening. Weigert de eigenaar de kosten te voldoen, dan vervalt het eigendom van het dier na een maand alsnog aan de gemeente of het opvangcentrum. De kosten zelf vervallen hiermee niet. Voor het innen van deze kosten bij de eigenaar zullen de gebruikelijke stappen worden ondernomen. De zorg door het dierenopvangcentrum brengt kosten met zich mee. Aangezien de gemeente wil dat het dier goed wordt verzorgd en dat een nieuwe eigenaar wordt gevonden, verleent zij een financiële bijdrage aan de kosten die verder gaat dan de wettelijke termijn van 14 dagen. Deze bijdrage bestaat uit een vast bedrag per inwoner. De overeenkomst met de Dierenbescherming loopt tot en met 2023.

De gemeente is tevreden over de geleverde prestaties van de Dierenbescherming, de inzet van de gemeente is dan ook om op dezelfde voet door te gaan.

3.2. Vervoer, zorg en opvang overige dieren Voor de volgende taken, die voortkomen uit wettelijke taken van de gemeente, maakt de gemeente gebruik van de diensten van Stichting Centrum voor Dierenhulpverlening: -

7 dagen per week directe telefonische bereikbaarheid tussen 6.00-22.00u en daarbuiten aangepaste bereikbaarheid voor gevallen waar dat uit veiligheidsoverwegingen noodzakelijk is; Registratie van melding van vermiste gezelschapsdieren; Registratie van meldingen van gevonden dieren; Transport, dierenambulance; Veterinaire zorg; Overdracht van honden en katten aan Dierenopvangcentra in Gouda of een andere locatie in

-

-

Zuid-Holland van de Dierenbescherming; Opvang van andere gevonden dieren, die gevonden zijn of ten gevolge van bestuursdwang (bijv. huisuitzettingen) moeten worden opgevangen. Deze opvang duurt maximaal twee weken (daarna naar opvangcentrum); Hereniging met de eigenaar van de gevonden dieren; Het verwijderen van kadavers op gemeentelijke openbare wegen; Het verwijderen van kadavers van vissen en watervogels (in en rond openbaar water).

Voor deze diensten betaalt de gemeente een vast bedrag per inwoner aan Stichting Centrum voor Dierenhulpverlening. De overeenkomst met het Centrum voor Dierenhulpverlening loopt tot en met 2027 en hoeft tijdens de looptijd van deze nota dus nog niet te worden verlengd.

3.3. Ruimtelijke ordening Gemeenten hebben geen specifieke verantwoordelijkheden voor het in een gunstige staat van instandhouding brengen van de onder de reikwijdte van die wet vallende habitats en soorten. Wel geldt de zorgplicht (zie § 2.3) en de verplichting om niet in strijd te handelen met de in de Wet natuurbescherming gestelde verboden om handelingen te verrichten, die voor die habitats en soorten nadelig zijn (passieve bescherming, zie § 4.3). Met de overheveling van de Wet natuurbescherming naar de Omgevingswet verandert dat niet. Gemeenten kunnen uiteraard wel op grond van eigen zelfstandig beleid beslissen om actief maatregelen te treffen ter bescherming van natuurwaarden. Door verankering van dit beleid, met name als ambitie voor biodiversiteit, in de gemeentelijke omgevingsvisie en door afstemming met het provinciale beleid en het rijksbeleid worden de belangen van transparantie, samenhang en effectiviteit maximaal gediend. De gemeente is bevoegd gezag voor omgevingsvergunningen voor een omgevingsplanactiviteit of een bouwactiviteit. De gemeente mag een omgevingsvergunning, zoals voor slopen of bouwen, alleen verlenen, als het project niet in strijd is met enige wet- en regelgeving, zoals soorten- en gebiedenbescherming onder het stelsel van de Omgevingswet (zie § 4.3).

De initiatiefnemer van een project dient met deugdelijke en volledige rapportages aan te tonen dat het project voldoet aan de Wet natuurbescherming.

Nota Dierenwelzijn 2024-2027 - 9

3 Gedeputeerde Staten zijn normaliter bevoegd gezag voor de verlening van een omgevingsvergunning voor een Natura 2000-activiteit en een flora- en fauna-activiteit. Een initiatiefnemer kan er evenwel voor kiezen om de aanvraag van een omgevingsvergunning voor een Natura 2000-activiteit of voor een flora- en fauna-activiteit, zoals voorgeschreven in het stelsel van de Omgevingswet, te combineren met de procedure voor een omgevingsvergunning waarvoor de gemeente bevoegd gezag is, zoals voor een omgevingsplanactiviteit of een bouwactiviteit. Dit wordt ‘gecombineerde aanvraag’ genoemd. Voor de natuuraspecten (beschermde diersoorten en Natura 2000) vraagt de gemeente instemming aan de Omgevingsdienst Haaglanden, die hiervoor gemandateerd is door de provincie. Die dienst verricht vervolgens de inhoudelijke beoordeling van de natuuraspecten.

Indien de omgevingsdienst geen bezwaar heeft, verleent zij instemming aan de gemeente.20 Zonder deze instemming mag de gemeente de aangevraagde omgevingsvergunning niet verlenen.21 In een reactie op een advies van de VNG over het ontwerp Aanvullingsbesluit natuur Omgevingswet gaf het rijk aan dat het belangrijk is dat de gemeente: 1) de kennis heeft om natuureffecten te onderkennen, 2) degene die de bouwactiviteit of de omgevingsplanactiviteit verricht op de noodzaak van een natuurvergunning wijst, 3) de provincie, het voor de natuurvergunning bevoegde gezag, informeert en 4) afspraken met de provincie maakt over toezicht en handhaving.22 In Zuid-Holland heeft de provincie de beoordeling van de activiteit gemandateerd aan de Omgevingsdienst Haaglanden en toezicht en handhaving aan de Omgevingsdienst Zuid-Holland Zuid.

De gemeente maakt prestatieafspraken met de woningbouwverenigingen gerelateerd aan natuurinclusief bouwen. De gemeente volgt de ontwikkelingen rondom de bescherming van vogels en vleermuizen bij grootschalige renovatie of isolatie van woningen.

Planologische bescherming van het Natuurnetwerk Nederland (bestemmingsplan Natuurgebieden Veenweiden Krimpenerwaard vastgesteld in maart 2019) houdt in dat de gemeente geen nieuwe bestemmingen toestaat die per saldo leiden tot een significante aantasting van de oppervlakte, de wezenlijke kenmerken en de samenhang van het NNN. Gemeente heeft zich aangesloten bij het convenant Klimaatadaptief Bouwen Zuid-Holland. Dat convenant wordt omgezet naar de Maatlat voor een Groene Klimaatadaptieve Gebouwde Omgeving van de rijksoverheid. Natuurinclusief bouwen en inrichten is een onderdeel van deze maatlat. De gemeente streeft hiermee natuurinclusieve ruimtelijke ontwikkeling na. In 2024 zal in het Besluit bouwwerken leefomgeving worden opgenomen dat bij nieuwbouw het aanbrengen van inbouwkasten voor vogels en vleermuizen verplicht is. Deze verplichting zal nog niet gelden voor renovatie of isolatie.

20

Artikel 4.25, derde lid, Omgevingsbesluit.

21

Artikel 5.33 Omgevingswet.

Aanvullingsbesluit natuur Omgevingswet, bijlage 3, Reactiedocument zienswijzen en adviezen: Staatsblad

22

2021, nr. 222, p. 447.

Nota Dierenwelzijn 2024-2027 - 10

4 Dierenwelzijn in de krimpenerwaard Naast de uitvoering van de wettelijke taken krijgen in de periode 2024-2027 onderstaande punten aandacht van de gemeente.

4.1. Gezelschapsdieren, hobbydieren en landbouwdieren Gezelschapsdieren en hobbydieren In Nederland worden naar schatting 20 miljoen dieren uit liefhebberij gehouden. Tot deze gezelschapsdieren en hobbydieren worden honden, katten, cavia’s, konijnen, vogels, reptielen, amfibieën en vissen gerekend en ook hobbymatig, dus buiten agrarische bedrijfsvoering, gehouden landbouwdieren zoals schapen, geiten, paarden en kippen. Het toezien op en bevorderen van welzijn van gezelschapsdieren en hobbydieren is in beginsel geen verantwoordelijkheid van de gemeente. Zie punt 4.2 ‘Dierenmishandeling’. Via de Algemene Plaatselijke Verordening (APV) kan de gemeente eisen stellen die overlast en hinder door gezelschapsdieren beperken. De huidige bepalingen in de APV voldoen over het algemeen voor het beperken van de risico’s van honden voor openbare orde en veiligheid, waar de gemeente voor staat.23 Loslopende honden kunnen wel een risico zijn voor andere dieren. Er geldt een aanlijnplicht binnen de bebouwde kom. In de natuur- en recreatiegebieden gelden specifieke regels met het oog op het broedseizoen en aangewezen losloopgebieden. De gemeente beheert vuilnisbakken met dispensers met zakjes, zodat hondenpoep, bij goede wil van de hondenuitlaters niet in de buitenruimte terecht komt.

De gemeente ondersteunt campagnes die aandacht vragen voor het risico van gezelschapsdieren voor landbouw- en wilde dieren. Denk aan de actie ‘kuikens in het land, poes in de mand’. Vuurwerkvrije zones kunnen aangevraagd worden voor de omgeving van dierenweides.

23

APV 2018 art. 2.57 en 2.58

Nota Dierenwelzijn 2024-2027 - 11

4 Landbouwdieren Toezicht en handhaving op houden en transport van vee is primair een taak van de NVWA en districtsinspecteurs van de Dierenbescherming. De gemeente zal wel bij het constateren van misstanden de NVWA informeren. De gemeente is wel bevoegd gezag voor het toezicht op en handhaving van brandveiligheid en bouwkundige veiligheid van nieuw gebouwde stallen. In 2014 zijn in het Bouwbesluit brandveiligheidseisen opgenomen specifiek voor stallen. De gemeente en/of de brandweer (namens de gemeente) controleert bij nieuwbouw of de stal bouwkundig voldoet aan de omgevingsvergunning, het Besluit bouwwerken leefomgeving en de norm ‘Brandveiligheid grote veestallen’ uit 2018. Verder vindt (bouw)advisering plaats vanuit de Veiligheidsregio Hollands Midden aan de gemeente op gebied van brandveiligheid bij bouwplantoetsing (nieuw- of verbouw). Tevens heeft de gemeente en VRHM de (vee)boeren benaderd met brandveiligheidsadvies voor veiligere stallen. De RVO heeft een subsidieregeling voor bovenwettelijke investeringen in stallen, gericht op vergroten van dierenwelzijn en verbeteren van de brandveiligheid.

De gemeente brengt de RVO-subsidieregeling voor bovenwettelijke investeringen in stallen, gericht op vergroten van dierenwelzijn en verbeteren van de brandveiligheid, onder de aandacht bij agrarische organisaties.

De brandveiligheid in de stal moet elk jaar worden gecontroleerd. Veehouders moeten ook verplicht elke vijf jaar de elektrische installatie laten keuren. Grotere bedrijven moeten dit één keer in de drie jaar doen. Dat staat in een vernieuwd besluit van januari 2024 van het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit. Met de verplichte keuringen moeten stalbranden worden voorkomen. Bij de elektrakeuring moet ook een eventuele installatie van zonnepanelen worden meegenomen. Bescherming van dieren tegen hitte in de weide is één van de punten uit het plan van aanpak hittestress landbouwhuisdieren24. In dat kader faciliteert het ministerie van LNV de afstemming tussen betrokken partijen om te komen tot een handreiking over beschutting in de weide voor gemeentes en provincies. Deze handreiking helpt gemeentes en provincies in het maken van de belangenafweging

tussen natuur, cultuurlandschap en dierenwelzijn. Gemeente Krimpenerwaard zal de handreiking benutten om te bevorderen dat er voldoende beschutting in de wei is om het vee te beschermen tegen hittestress op de toenemende tropische dagen. Draaiboek hulpdiensten Vanuit de Rijksoverheid is de Veiligheidsregio verantwoordelijk gesteld voor de brandweerzorg. Zo ook de Veiligheidsregio Hollands Midden (VRHM) waar de Krimpenerwaard onderdeel van uit maakt. Onderdeel van de taken van de brandweer is gevaar voor mensen en dieren bij ongevallen beperken en bestrijden. Ook bij (hoog)waterincidenten worden dieren specifiek benoemd in het rampenplan en bij rampenoefeningen wordt het redden van dieren altijd meegenomen.

4.2. Dierenmishandeling Toezicht en handhaving vanwege dierenmishandeling is een taak van de politie (specifiek de taakaccenthouder ‘dierenpolitie’) en van districtsinspecteurs van de Dierenbescherming. Deze inspecteurs zijn bijzonder opsporingsambtenaar. De NVWA heeft in deze een specifieke taak voor landbouwdieren en handel, fok en opvangcentra van gezelschapsdieren. De Omgevingsdienst Midden-Holland kan bij bedrijfscontroles op het gebied van milieu ook misstanden signaleren in het kader van dierwelzijn en deze doorgeven aan de NVWA. Meldingen die binnen komen bij de gemeente worden doorgezet naar de verantwoordelijke instantie, over het algemeen de politie.

24

Kamerstuk 28286, nr. 1296.

Nota Dierenwelzijn 2024-2027 - 12

4 4.3. Dieren in het wild Het veenweidelandschap, het landelijke buitengebied en de dorpen en steden maken de gemeente Krimpenerwaard uniek in de verstedelijkte Randstad-omgeving. De gemeente wil zich inspannen om de biodiversiteit die ook hier onder druk staat, te behouden en waar mogelijk te vergroten. Zorg voor en instandhouding van de groene leefomgeving met haar flora en fauna is behalve voor de dieren die ervan afhankelijk zijn, heel belangrijk voor zowel de eigen inwoners als voor de stedeling als gast die hier rust zoekt. De aanleg van 2.250 ha Natuurnetwerk Nederland in de Krimpenerwaard is een grootschalige ontwikkeling voor dieren in het wild en moet voor 2027 gerealiseerd zijn. De gemeente beheert het openbaar groen zoveel mogelijk op een biodiversiteitsvriendelijke manier, onder andere door gefaseerd maaibeheer. Het openbaar groen beperkt zich veelal tot de kernen. Om de kernen en het buitengebied met elkaar te verbinden werken we samen aan Prachtlint Krimpenerwaard. De gemeente is medeondertekenaar van dit biodiversiteitsconvenant. Ook zijn we deelnemer van de campagne ‘Steenbreek’.

De gemeente ziet erop toe dat het jachtrecht op gemeentelijke gronden ook in de toekomst niet verhuurd zal worden.

In de Omgevingswet is opgenomen dat op vijf soorten gejaagd mag worden: konijn, haas, wilde eend, fazant en houtduif. Een aantal andere dieren, zoals grauwe ganzen, mogen onder voorwaarden gedood worden in het kader van faunabeheer, gericht op het beperken van schade en risico’s. De provincie heeft de bevoegdheid om faunabeheerplannen van de Faunabeheereenheid goed te keuren. In Zuid-Holland zijn er faunabeheerplannen voor fazant, ganzen, haas, houtduif, konijn, ree en wilde eend. Het faunabeheerplan voor knobbelzwanen is niet meer geldig door een uitspraak van de rechtbank. De Raad van State oordeelde ook dat de provincie een nieuw besluit moet nemen over de aanpak van de knobbelzwanen.

Jacht, beheer en schadebestrijding Om de biodiversiteit in evenwicht te houden is menselijk ingrijpen soms noodzakelijk. Het rijk is verantwoordelijk voor het beleid inzake de jacht. De provincie is verantwoordelijk voor het beleid voor beperking van schade en risico’s veroorzaakt door wilde dieren aan natuur, recreatiegebieden en landbouwgewassen en voor tegemoetkomingen in landbouwschade. De grondgebruiker is zelf verantwoordelijk voor beperking van schade aan zijn of haar gewassen. Als daarvoor faunabeheer noodzakelijk is, wordt dit meestal uitgevoerd door jachtaktehouders, onder andere op grond van verklaringen van grondgebruikers. De Faunabeheereenheid Zuid-Holland stelt in haar faunabeheerplan passende maatregelen vast, gericht op voorkoming en bestrijding van schade en risico’s veroorzaakt door in het wild levende dieren. De provincie heeft de bevoegdheid om dit plan goed te keuren. De gemeente Krimpenerwaard heeft het jachtrecht op haar gronden niet verhuurd en is dit in de toekomst ook niet van plan. De geringe omvang van gemeentelijk eigendom buiten de bebouwde kom is daarvoor de reden. De gemeente heeft hier verder geen taak, tenzij de openbare orde en veiligheid in het geding komt.

Nota Dierenwelzijn 2024-2027 - 13

4 Het beheer van verwilderde katten is faunabeheer. Hieronder worden katten verstaan die geen eigenaar hebben en niet gesocialiseerd kunnen worden. Binnen de bebouwde kom mag iedereen verwilderde katten vangen. Op grond van een aanwijzing door de provincie mogen jagers ook buiten de bebouwde kom verwilderde katten vangen, na melding van de vangactie aan de Omgevingsdienst Haaglanden. De Dierenbescherming heeft een ontheffing om verwilderde katten ook buiten de bebouwde kom te vangen en na sterilisatie weer bij de vangplek los te laten. Gevangen katten, waarvan de eigenaar achterhaald kan worden, bijv. door een chip, dienen naar de eigenaar te worden teruggebracht. Overige gevangen katten dienen te worden overgebracht naar een opvangcentrum, voor zover er een kans is dat ze gesocialiseerd kunnen worden. Als socialisatie niet mogelijk lijkt, is steriliseren en bij de vangplek loslaten de gekozen oplossing, de zogenoemde TNR (Trap Neuter Release) methode.

honderden amfibieën over wegen, vooral padden en bruine kikkers. Deze amfibieën trekken in het voorjaar van hun overwinteringsplekken in Stolwijk naar voortplantingswateren aan de rand van het dorp. Het gaat vooral om de Goudseweg, Bilwijkerweg en Bovenkerkseweg. De jaarlijkse acties in Stolwijk om tijdens de voorjaarstrek naar voortplantingswateren amfibieën over de weg te zetten gaan door. In 2022 werden in totaal 369 amfibieën overgezet.25 Sinds 2015 vindt dit plaats onder coördinatie van de Dierenbescherming. De gemeente plaatst borden met de tekst ‘Let op paddentrek’. Deze werkgroep redt ook ieder voorjaar amfibieën uit straatkolken in de genoemde wegen.

De gemeente zal onderzoeken of uitklimstrips in de kolken op de betreffende wegen te realiseren zijn.

De gemeente zal aan dergelijke initiatieven medewerking verlenen en een financiële bijdrage blijven leveren aan de Dierenbescherming.

Visserij en hengelsport Het in 2018 ingezette beleid om de hengelsport in gemeentelijke wateren (voornamelijk gelegen binnen de bebouwde kom) te regelen door middel van huurovereenkomsten met alleen visvereniging Groot Rotterdam en de hengelsportvereniging ‘GHV – Groene Hart’ wordt voorgezet. De visserij op rivierkreeften in gemeentelijke wateren blijft verhuurd. Aandachtspunt is het voorkomen dat vissers in het broedseizoen de weilanden, tiendwegen en kaden in weidevogelgebieden betreden. Natuurorganisaties die viswater verhuren zijn hier alert op richting de verenigingen. Voorkomen van wildaanrijdingen Een aantal overheden in Nederland legt infrastructuur aan zodat in het wild levende dieren veilig wegen kunnen passeren: bijv. amfibieëntunnels en otterpaden langs watergangen onder verkeersbruggen. De provincie Zuid-Holland heeft diverse provinciale wegen binnen de Krimpenerwaard voorzien van deze infrastructuur. Al meer dan 25 jaar zetten vrijwilligers in en direct rond de bebouwde kom van Stolwijk ’s nachts amfibieën over bij de trek naar voortplantingswateren. Omstreeks 20 vrijwilligers zetten ieder jaar 25

Anoniem 2023. Dierenbescherming zoekt paddenoverzetters in Stolwijk. Waardvogel 61 (1): 34.

Nota Dierenwelzijn 2024-2027 - 14

4 Invasieve exoten Exoten of uitheemse soorten zijn planten, dieren of andere organismen die van nature niet voorkomen in Nederland. Als een exoot schadelijk is voor de natuur dan noemen we deze invasief. Invasieve uitheemse dieren en planten zijn een steeds groter probleem voor de biodiversiteit in de wereld. Ook in de Krimpenerwaard hebben zich invasieve uitheemse dieren gevestigd, zoals de Nijlgans en de halsbandparkiet, maar alleen de rode Amerikaanse rivierkreeft veroorzaakt duidelijk zichtbare en werkelijk zeer grote problemen. Al sinds 2016 staat uitheemse rivierkreeften op de (Europese) Unielijst van invasieve exoten. Nederland heeft daarmee een verplichting om maatregelen tegen onder meer de rode Amerikaanse rivierkreeft te nemen. Uitheemse rivierkreeften veroorzaken schade aan oevers en beschoeiingen. Deze dieren hebben ook een ernstig negatief effect op de biodiversiteit van wateren en daarmee het behalen van de doelstellingen van de Kaderrichtlijn Water. Waar met een kreeftenkorf in één nacht meer dan 20 kreeften worden gevangen verdwijnen alle waterplanten. In de Krimpenerwaard zijn meerdere plekken waar de dichtheid zo hoog is, met name van de rode Amerikaanse rivierkreeft.26 In 2021 is het Hoogheemraadschap gestart met een proef om in polder Berkenwoude door intensieve visserij de populatie rivierkreeften te beperken.

Het lukte om de stand zo ver omlaag te krijgen dat enig herstel van waterplanten optrad. Wel werd duidelijk dat een eenmalige beheersingreep niet volstaat en dat effectief beheer ieder jaar zal moeten worden uitgevoerd. In december 2022 heeft de gemeente samen met 14 andere organisaties een brandbrief gestuurd naar het ministerie van LNV. In haar antwoord wijst de minister van Natuur en Stikstof op het sinds 2021 bestaande overleg met de waterschappen op bestuurlijk niveau dat al geleid heeft tot een programma van onderzoek, pilots en experimenten.

Conform de voorgaande nota blijft de gemeente het recht op visserij van zoetwaterkreeften verhuren aan een beroepsvisser uit Lekkerkerk. Dit bedrijf heeft de hiervoor benodigde speciale registratie door het ministerie van LNV.

De gemeente ondersteunt acties gericht op het voorkomen van schade door Amerikaanse rivierkreeften en andere invasieve soorten. 26

Hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard 2022. Monitoring kreeften 2022.

Nota Dierenwelzijn 2024-2027 - 15

5 Actiepunten 2024-2027 In dit hoofdstuk worden de actiepunten uit de voorgaande hoofdstukken opgesomd. De gemeente maakt prestatieafspraken met de woningbouwverenigingen gerelateerd aan natuurinclusief bouwen. De gemeente volgt de ontwikkelingen rondom de bescherming van vogels en vleermuizen bij grootschalige renovatie of isolatie van woningen. De gemeente ondersteunt campagnes die aandacht vragen voor het risico van gezelschapsdieren voor landbouw- en wilde dieren. Denk aan de actie ‘kuikens in het land, poes in de mand’. Vuurwerkvrije zones kunnen aangevraagd worden voor de omgeving van dierenweides. Gemeente Krimpenerwaard zal de handreiking benutten om te bevorderen dat er voldoende beschutting in de wei is om het vee te beschermen tegen hittestress op de toenemende tropische dagen. De gemeente brengt de RVO-subsidieregeling voor bovenwettelijke investeringen in stallen, gericht op vergroten van dierenwelzijn en verbeteren van de brandveiligheid, onder de aandacht bij agrarische organisaties. De gemeente ziet erop toe dat het jachtrecht op gemeentelijke gronden ook in de toekomst niet verhuurd zal worden. De gemeente zal aan initiatieven zoals TNR (Trap Neuter Release) medewerking verlenen en een financiële bijdrage blijven leveren aan de Dierenbescherming. De gemeente zal onderzoeken of uitklimstrips in de kolken op de betreffende wegen te realiseren zijn.

De gemeente ondersteunt acties gericht op het voorkomen van schade door Amerikaanse rivierkreeften en andere invasieve soorten.

Nota Dierenwelzijn 2024-2027 - 16

2 6 Financiën Jaarlijkse kosten gebaseerd op 2023 met een koppeling aan deze nota zijn:

Kosten 2023 (excl. BTW)

Opvang huisdieren* (locatie Gouda - Dierenbescherming)

34.808

Vervoer, zorg en opvang overige dieren* (St. Centrum voor Dierenhulpverlening in Gouda)

107.899

Trap, Neuter, Return (TNR) activiteiten (Dierenbescherming)

5.000

* Vaste prijs per inwoner, inwoneraantal op peildatum 1 januari. En jaarlijkse verhoging o.b.v. consumentenprijsindexcijfer voor alle huishoudens (CBS). De gemeente Krimpenerwaard kan organisaties en instellingen ondersteunen die actief zijn op het gebied van dierenwelzijn. De bijdrage moet worden gebruikt voor activiteiten die effect hebben op het thema dierenwelzijn of het bevorderen van de bewustwording op dit vlak. Het college van burgemeester en wethouders besluit welke organisaties of instellingen subsidie ontvangen. Ieder jaar stelt de gemeente een subsidieregeling open voor projecten op het gebied van dierenwelzijn. In 2024 is het subsidieplafond € 5.326.

Nota Dierenwelzijn 2024-2027 - 17

7 Inwerkingtreding nota Na besluitvorming door de raad wordt de nota gepubliceerd en treedt in werking op 1 januari 2024. Hierbij zal de oude Nota Dierenwelzijn 2019-2022 komen te vervallen.

Nota Dierenwelzijn 2024-2027 - 18

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Krimpenerwaard&id=9a47089b-f796-4c77-b801-9937ae5e31da