Nog toegevoegd op verzoek college: Rapport 1990 deel 2.pdf
Tekst van het document
-110-
Voor de waterbodem geldt, dat door middel van een nader onderzoek moet worden vastgesteld of dan reeds het meest optimale saneringsmoment is bereikt in verband met de kwaliteitsontwikkeling van het oppervlaktewater en de waterbodem en of, en in welke mate, in de toekomst opnieuw tot een verwijdering van het dan (nog) aanwezige verontreinigde waterbodemmateriaal moet worden gekomen. Een fasering in de uitvoering binnen het gebied is eveneens noodzakelijk met een relatief hoge prioriteit voor het bovenstrooms gelegen gedeelte van de rivier .
-111-
6
PLUSSCENARIO'S
6.1
inleiding
In het vorige hoofdstuk is een drietal scenario's besproken, waarbij de milieuhygiënische aspecten maatgevend waren. De drie scenario's zijn daarbij gebaseerd op de drie in hoofdstuk 3 geformuleerde kwaliteitsniveaus en daaruit afgeleide saneringsdoelstellingen. De drie scenario's die in dit hoofdstuk worden besproken, zijn zogenaamde "plus"-scenario*s. Hierbij is de ruimtelijke invalshoek sturend vanaf een bepaald kwaliteitsniveau. Dat wil zeggen, dat uitgaande van de in het ideaalbeeld (figuur 4.16) aangegeven optimale ruimtelijk/functionele ontwikkeling, een aantal opgehoogde zellingen naar een hogere kwaliteitsniveau wordt gesaneerd (figuur 6.1). Daardoor wordt een gebruik, dat hogere milieuhygiënische eisen stelt aan de bodem, alsnog mogelijk gemaakt. Hierbij is als uitgangspunt gehanteerd dat "industrie" de laagste milieuhygiënische eisen stelt aan een gebied en "wonen" de hoogste. De eisen van "natuur en agrarische bestemming" en "recreatie" kunnen als een tussenvorm worden beschouwd. Bij het aanwijzen van terreinen die in aanmerking komen voor een sanering naar een hoger kwaliteitsniveau wordt tevens rekening gehouden met de mogelijkheden voor een realisering van de betreffende maatregelen op relatief korte termijn (figuur 4.17).
De maatregelen voor de overige milieucompartimenten blijven hetzelfde als in de primaire scenario's (basisscenario, groeiscenario en multifunctioneel scenario). Door deze benadering is het mogelijk om tegen relatief geringe meerkosten een relatief sterke toename van de gebruiksmogelijkheden van het gebied te bewerkstelligen. De gebruiksmogelijkheden van de rivier en omgeving worden immers voor een groot deel bepaald door de gebruiksmogelijkheden van de opgehoogde voormalige zellingen. De meerwaarde van een plusscenario is echter niet uitsluitend ruimtelijk van aard. Door te saneren naar een hoger kwaliteitsniveau komen ook de multifunctionele gebruiksmogelijkheden dichterbij.
§
maatregelenpakket 1
1 s
mtMmmmm^m
maatregelenpakket 2
GEBRUIKSMOGELIJKHEDEN 1
GEBRUIKSMOGELIJKHEDEN 2
c* DEAAL&l
BASISSCENARIO
BASISSCENARIO
Ui
' " * * • *
O
maatregelenpakket 3
GROEISCENARIO
GEBRUIKSMOGELIJKHEDEN 3
Q
I
GROEISCENARIO f
maatregelenpakket 4
GEBRUIKSMOGELIJKHEDEN 4
:
K»5a;;sggi«->gig««g«si5»;:^^
++
GROEI SCENARIO
maatregelenpakket 6
maatregelenpakket 5
MULTIFUNCTIONEEL SCENARIO
GEBRUIKSMOGELIJKHEDEN 5
GEBRUIKSMOGELIJKHEDEN 6
Fig. 6.1. de plusscenario's
-112-
Er is derhalve eveneens sprake van een significante meerwaarde in milieuhygiënische zin, aangezien bijvoorbeeld in die gevallen waarbij sprake is van een totale bronverwijdering verspreidingsrisico's eveneens zijn uitgesloten.
Bij de "plus"-scenario's dient echter wel de kanttekening te worden gemaakt, dat in deze scenario's terreinen naar een hoger kwaliteitsniveau worden gesaneerd op basis van een ideaalbeeld, dat vanuit een (inter)subjectieve visie, na overleg met de betrokken gemeenten, is opgesteld. Een zodanige verwijdering van de verontreiniging dat na sanering een multifunctionele bodem is verkregen, kan daardoor blijvend de voorkeur verdienen. Het voordeel van een multifunctionele bodem is dat geen beperkingen worden opgelegd aan mogelijke veranderingen in het grondgebruik in de toekomst. Dit beginsel van herstel van een multifunctionele bodem is een doelstelling die in principe bij iedere sanering wordt nagestreefd (Leidraad bodemsanering, afl. 4, november 1988; p.p. 13-14).
Zoals vermeld, heeft de wijze van saneren gevolgen voor de gebruiksmogelijkheden van de opgehoogde zellingen. Dit kan bijvoorbeeld betekenen dat een zelling die in het ideaalbeeld (figuur 4.16) wordt aangewezen als industriegebied, minder vergaand wordt gesaneerd dan wanneer het betreffende terrein zou zijn aangewezen als woongebied. Het is van belang zich te realiseren dat daarmee tegelijk de gebruiksmogelijkheden voor de toekomst worden vastgelegd. Een dergelijk terrein kan namelijk, ook in de toekomst, slechts na aanvullende sanering geschikt worden gemaakt voor bijvoorbeeld woningbouw of recreatie.
*
zelling die naar een hogere kwaliteitsdoelstelling wordt gesaneerd
kwaUteltsdoelstelling 2 [ kwallteltsdoelsteUlng 3 |
-113-
6.2
Basis+scenario
6.2.1
Algemeen Wanneer de gebruiksmogelijkheden van het basisscenario worden beschouwd (figuur 5.3) blijkt, dat er ten opzichte van de huidige situatie (figuur 4.4) sprake is van een duidelijke verbetering, maar dat daarmee het ideaalbeeld (figuur 4.16) nog geenszins wordt benaderd. Vooral in de stads- en dorpskernen is de behoefte aan een, in vergelijking tot de huidige situatie, aangepaste inrichting groot. De opgehoogde zellingen die binnen het basis+scenario naar een hoger kwaliteitsniveau worden gesaneerd, liggen dan ook voornamelijk in de bebouwingskernen. In tabel 6.1 zijn de terreinen aangegeven, die aanvullend op het basisscenario worden gesaneerd, zodanig dat de bestemming die de betreffende terreinen in het ideaalbeeld hebben, wat betreft de milieuhygiënische situatie, kan worden gerealiseerd. Het optimale gebruik dat binnen dit scenario kan worden gerealiseerd, is aangegeven in figuur 6.2. In figuur 6.3 is, bij wijze van voorbeeld, een verandering in het gebruik aangegeven, die mogelijk is in het basis+scenario.
Tabel 6.1 Basis + scenario Cluster Zelling
Bestemming Basis Basis"1"
Saneringsdoelst. Basis Basis"1"
II
4
Koudasfaltfabriek
industrie
sted. recr.+wonen
3 (muit. funct.)
III
5
Gouderakse dijk (deel)
industrie
sted. recr.+wonen
I
11 Geitenwei (deel)
agrarisch
recreatie
2
I
13 Voorm. Schanspolder (deel)
industrie
recreatie
III
16
Blok
industrie
IV
17
Onderneming
III
18
I
22
III
Consequenties voor maatregelen Basis Basis*
B dicht
Extra t e bergen materiaal «3
Extra kosten ƒ
31.800
3.140.000
C dicht
11.200
5.680.000
C open
C dicht
-
2
C open
C dicht
-
sted. recr.+wonen
3
-
C dicht
43.600
28.360.000
industrie
wonen
3
-
B dicht
-
12.100.000
Klein H i t l a n d
agrari sch
recreatie
2
C open
C dicht
-
270.000
Avi a
industrie
wonen
3
B dicht
A
50.000
7.720.000
24 Ouderkerk-centrum (deel)
industrie
sted. recr.+wonen
2
C open
A**
12.000
3.940.000
IV
26
agrari s ch
ree reat i e
II
31 Werf I I
industrie
wonen
C open + damwand A
13.400
1.700. 000
II
37
sted. recr.+ wonen
C open + damwand A***
28.400
7.100 000
Groot-Hitl andstrekdam
Ketensedijk-Feenstra industrie
2.050.000
C open
Deze zelling kan met vergelijkbare kosten naar een hoger doelstellingenniveau worden gesaneerd. Voor deze zelling l i g t het dus voor de hand in a l l e gevallen de +variant te kiezen. Wonen kan al bij het tweede doelstellingenniveau worden gerealiseerd. Alleen zinvol indien de sanering gepaard gaat met over!astbeperkende maatregelen voor zelling nr. 36: IJssellaan 337-365.
Fig. 6.3.
In het Basis + scenario kunnen de zellingen Blok (16) en Onderneming (17) In Nieuwerkerk aan den IJssel, wat betreft milieuhygiënische situatie, worden Ingericht voor een stedelijk-recreatlef gebruik gecombineerd met wonen. Links op de schets is de nieuw aangebrachte laanbeplanting te zien
voor
na
-114-
6.2.2
Maatr_egelen.p.akk,et De extra maatregelen die in verhouding tot het basisscenario moeten worden uitgevoerd, staan gecodeerd weergegeven in tabel 6.1. In principe houdt het saneren van deze terreinen op een hoger kwaliteitsniveau in, dat verdergaande maatregelen noodzakelijk zijn met betrekking tot de horizontale isolatie aan de bovenzijde van de betreffende locaties. In algemene zin wordt overgegaan van "geen maatregelen" of van een "open deklaagsysteem" naar een "gesloten deklaagsysteem" of in geval van een toekomstige woonbestemming, afhankelijk van de aard en omvang van de verontreinigingen, naar een volledige verwijdering van deze verontreinigingen. In totaal komt hierbij in vergelijking met het basisscenario ruim 190.000 m
extra verontreinigde grond en
afvalmateriaal vrij, zodat de totale hoeveelheid te storten verontreinigde grond 500.000 m 3 bedraagt. Ten behoeve van een bergingslocatie is hiervoor een terreinoppervlakte van circa 10 ha vereist. De maatregelen ten aanzien van de waterbodem en het oppervlaktewater wijken niet af van het basisscenario, zodat de extra kosten uitsluitend worden bepaald door de extra kosten voor de maatregelen voor de sanering van de opgehoogde zellingen. De kosten voor de sanering van de landlocaties nemen hiermee toe van ƒ 345*106 tot ƒ 415*106. De totale saneringskosten voor dit scenario bedragen derhalve ƒ 820*10 ƒ 900*10
a
afhankelijk van de be- en verwerking van het waterbodemmate-
riaal. De nazorg onderscheidt zich uitsluitend van het basisscenario voor die gevallen waarbij tot een totale verwijdering van het verontreinigde materiaal wordt overgegaan. In dergelijke gevallen vervalt de noodzaak daartoe.
Zellingen: -77771
stedeUJk-recreatlef gebruik/ gecombineerd net wonen wonen natuur/recreatiegebied
*
Oppervlaktewater: kwaliteitsdoelstelling 1
industrie zelling de naar een hogere I kwaliteitsdoelstelling wordt gesaneerd
kwaliteitsdoelstelling 2 kwaliteitsdoelstelling 3
-115-
6.3
Groei"*"scenario
6.3.1
Algemeen
Evenals bij het basisscenario het geval is, zijn de gebruiksmogelijkheden van de Hollandsche IJssel en haar oevers in het groeiscenario significant verbeterd in vergelijking met de huidige situatie. Ook in het groeiscenario echter wordt het ideaalbeeld, wat betreft de inrichting van de zellingen, nog geenszins benaderd. Vandaar dat ook voor het groeiscenario een plus-scenario is ontwikkeld. In het groei+scenario worden zeven zellingen, voor het grootste deel gelegen binnen de bebouwingskernen, naar een hoger kwaliteitsniveau gesaneerd. Wat betreft de zellingen kan in grote lijnen dezelfde ruimtelijke ontwikkeling worden gerealiseerd als in het basis+scenario. Uitzonderingen zijn de zellingen Groot-Hitland (23) en IJsseldijk 337/365 (36) waarvan de bestemming uit het ideaalbeeld al in het groeiscenario kan worden bereikt. Een belangrijk verschil tussen het basis+scenario en het groei+scenario wordt gevormd door de waterbodem- en oppervlaktewaterkwaliteit, die in het groei+scenario duidelijk beter is dan in het basis+scenario.
-116-
In tabel 6.2 zijn de zellingen aangegeven, die aanvullend op het groeiscenario worden gesaneerd, zodanig dat de bestemming die de betreffende zellingen in het ideaalbeeld hebben, wat betreft de milieuhygiënische situatie, kan worden gerealiseerd. Het optimale gebruik dat binnen dit scenario kan worden gerealiseerd is aangegeven in figuur 6.4. In figuur 6.5 is, bij wijze van voorbeeld, een verandering in het gebruik aangegeven, die mogelijk is in het groei+scenario.
2
Maat£eaeleapakk.et De extra saneringsmaatregelen die in verhouding tot het groeiscenario noodzakelijk zijn, staan gecodeerd weergegeven in tabel 6.2. Door deze maatregelen kan de industriële bestemming worden gewijzigd in een woonbestemming al dan niet in combinatie met een stedelijk recreatieve bestemming. Dit betekent, dat daarbij maatregelen noodzakelijk zijn behorende bij het maximale kwaliteitsniveau (multifunctionaliteit). In het merendeel van de gevallen houdt dit een totale verwijdering van de verontreinigingen in, en in een enkel geval het aanbrengen van een gesloten deklaagsysteem.
Bij dit scenario moet in vergelijking met het groeiscenario ruim 140.000 m 3 extra verontreinigde grond en afvalmateriaal worden verwijderd, zodat de totale hoeveelheid te storten verontreinigd materiaal 960.000 m 3 bedraagt. Ten behoeve van een bergingslocatie is hiervoor een terreinoppervlakte van 15 a 20 ha noodzakelijk, afhankelijk van de inrichtingsaspecten. De maatregelen ten aanzien van de waterbodem en het oppervlaktewater wijken niet af van het groeiscenario zodat de extra kosten uitsluitend worden bepaald door de extra kosten voor de maatregelen van de sanering van de opgehoogde zellingen. De extra kosten hiervoor bedragen circa ƒ 25*10 , zodat de totale kosten voor dit scenario globaal ƒ 1.075*106 a ƒ 1.225*106 bedragen, afhankelijk van de be- en verwerking van het waterbodemmateriaal. Voor die locaties waarbij tot een totale verwijdering van de verontreinigingen wordt overgegaan vervalt de noodzaak tot het uitvoeren van nazorgmaatregelen.
Fig. 6.5.
In het Groei + , het Groei + + en het Multifunctioneel scenario kunnen de zellingen Dorpsstraat-Vuyk (37) en Ketensedijk-Feenstra (37) in Capelle aan den IJssel en de zellingen IJsseldijk 235/335 (34) en Usseldljk 337/365 (36), wat betreft de milieuhygiënische situatie, worden ingericht voor een stedelijk-recreatief gebruik, gecombineerd met wonen
voor
na
Tabel 6.2 G r o e i s c e n a r i o Zelling
Bestemming Groei Groei+
Saneringsdoels Groei Groe
Consequenties voor maatregelen Groei Groei+
Extra te bergen materiaal
Extra kosten
*3
ƒ
4
Koudasfaltfabriek
industrie
s t e d . recr.+wonen
2
3
C dicht
A
17.700
520.000
5
Gouderakse d i j k
industrie
s t e d . recr.+wonen
2
3
B dicht
C dicht
11.200
1.140.000
B dicht
C dicht
42.900
7.540.000
B open
B dicht
-
3.750.000
C dicht
A
28.000
5.380.000
C dicht
A
13.400
2.130.000
C dicht
A*
28.400
5.470.000
(deel) 16
Blok
industrie
s t e d . recr.+wonen
2
3
17
Onderneming
industrie
wonen
2
3
22
Avia
industrie
wonen
2
3
31
Werf I I
industrie
wonen
2
3
37
Ketensedijk-Feenstra
industrie
s t e d . r e c r . + wonen
2
3
*
Alleen zinvol indien de sanering gepaard gaat met overlastbeperkende m
regelen voor z e l l i n g nr. 36: IJssellaan 337-365.
Zellingen: -m stedeUJk-recreatlef gebruik/[ l—l gecombineerd net wonen wonen natuur/recreatiegebied Industrie zelling de naar een hogere kwaliteitsdoelstelling wordt gesaneerd
Oppervlaktewater: kwaliteitsdoelstelling 1 j kwaliteitsdoelstelling 2 •
kwaUteitsdoeUtelUng 3j